Kruimelpad

Delen op 
	Delen op Facebook
  
	Delen op Twitter
  
	Delen op Google+
  
	Delen op linkedIn

Werknemers en gepensioneerden

Bijgewerkt : 16/10/2013

Gezinsleden van buiten de EU

Mijn echtgeno(o)t(e) / kinderen / ouders

We leggen hier uit welke rechten leden van uw gezin hebben die geen EU-onderdaan zijn maar bij u in uw nieuwe land willen wonen.

Verblijf van maximaal 3 maanden

Uw echtgeno(o)t(e), (klein)kinderen en (groot)ouders van buiten de EU mogen ook in een ander EU-land bij u wonen. Als zij minder dan 3 maanden blijven, hebben zij alleen een geldig paspoort nodig en soms, afhankelijk van het land waar ze vandaan komen, een inreisvisum.

Meer over visumplicht en vrijstellingen

Voor uw vertrek moet u bij het consulaat van het land waar u naartoe gaat informeren of uw familieleden van buiten de EU een inreisvisum moeten aanvragen en hoe lang dat duurt.

Meldplicht

In sommige EU-landen zijn uw echtgeno(o)t(e), (klein)kinderen en (groot)ouders van buiten de EU verplicht zich na aankomst te melden binnen een redelijke termijn. Zij kunnen een boete krijgen als ze dat niet doen.

Ga daarom voor hun vertrek na of en binnen welke termijn zij zich bij de autoriteiten moeten melden.

Uw echtgeno(o)t(e), (klein)kinderen en (groot)ouders moeten altijd hun paspoort bij zich hebben.

In sommige EU-landen kunnen zij een boete krijgen of tijdelijk worden vastgehouden als zij hun paspoort niet bij zich hebben, maar ze kunnen alleen hierom niet het land worden uitgezet.

Gelijke behandeling

Gedurende hun verblijf moeten zij op dezelfde manier worden behandeld als eigen onderdanen, bijvoorbeeld wat betreft werk, salaris, arbeidsbemiddeling, inschrijving in scholen enz.

Zelfs als zij als toerist in het land zijn, hoeven zij bijvoorbeeld niet méér te betalen voor een museum- of treinkaartje e.d.

Uitzondering: Als u gepensioneerd bent, komen u en uw familielieden in sommige EU-landen niet in aanmerking voor inkomenssteun als u nog geen 3 maanden in het land verblijft.

Uitwijzing

In uitzonderlijke gevallen kunnen de autoriteiten besluiten uw echtgeno(o)t(e), (klein)kinderen en (groot)ouders van buiten de EU uit te wijzen, maar alleen als zij kunnen aantonen dat hun aanwezigheid een ernstige bedreiging vormt.

Het uitwijzingsbesluit moet hun schriftelijk worden meegedeeld. Daarbij moet worden vermeld waarom dat gebeurt, en hoe en tot wanneer zij in beroep kunnen gaan.

Verblijf van langer dan 3 maanden

Werkenden

Als u als werknemer, zelfstandige of uitgezonden werknemer in een ander land werkt, kunnen uw echtgeno(o)t(e), afhankelijke (klein)kinderen of (groot)ouders van buiten de EU bij u wonen. Zij hoeven niet aan andere voorwaarden te voldoen.

Gepensioneerden

Als u als gepensioneerde in een ander land woont, kunnen uw echtgeno(o)t(e), (klein)kinderen en (groot)ouders van buiten de EU ook bij u wonen als u (voor uzelf en al die familieleden):

  • over voldoende inkomsten beschikt om zonder bijstand rond te komen
  • aan te tonen dat zij in dat land voor ziektekosten zijn verzekerd.

De nationale autoriteiten mogen niet vragen dat uw inkomen hoger is dan de grens waarbij uw gezin nog in aanmerking komt voor basisinkomenssteun in dat land.

Verblijfskaart

Uw echtgeno(o)t(e), (klein)kinderen en (groot)ouders van buiten de EU moeten binnen 3 maanden na aankomst bij de autoriteiten (gemeentehuis, politiebureau of immigratiedienst) een verblijfskaart aanvragen. Daarvoor hebben zij nodig:

  • een geldig paspoort
  • uw bewijs van inschrijving als EU-onderdaan of een ander bewijs van verblijf in dat land
  • een bewijs waaruit blijkt dat zij familielid zijn (bijvoorbeeld een uittreksel uit het huwelijks- of geboorteregister)
  • voor (klein)kinderen: een bewijs dat zij onder de 21 zijn of van u afhankelijk zijn
  • voor (groot)ouders: een bewijs dat zij van u afhankelijk zijn.

Er mogen geen andere documenten worden gevraagd.

De verblijfskaart is vaak gratis (of even duur als de identiteitskaart voor eigen onderdanen).

Op de verblijfskaart moet duidelijk staan dat de houder een familielid van een EU-onderdaan is.

De autoriteiten besluiten binnen 6 maanden om al dan niet een verblijfskaart te geven. Doen zij dat niet, dan kunt u een beroep doen op onze hulpdienst.

De verblijfskaart is 5 jaar geldig (behalve als u van plan bent eerder te vertrekken). U moet een eventuele adreswijziging overigens wel aan de autoriteiten melden.

In veel landen moeten uw echtgeno(o)t(e), (klein)kinderen en (groot)ouders hun verblijfskaart en paspoort altijd bij zich hebben. Als zij dat niet doen, kunnen ze een boete krijgen, maar ze kunnen daarom niet het land worden uitgezet.

Inschrijving

Uw echtgeno(o)t(e), (klein)kinderen en (groot)ouders moeten zich binnen 3 maanden na aankomst bij de autoriteiten (gemeentehuis, politiebureau of immigratiedienst) inschrijven. Zij krijgen dan een verblijfskaart.

Bij de aanvraag van een verblijfskaart moeten uw echtgeno(o)t(e), (klein)kinderen en (groot)ouders de volgende documenten overleggen:

  • een geldig paspoort
  • uw bewijs van inschrijving als EU-onderdaan of een ander bewijs van verblijf in dat land
  • een bewijs waaruit blijkt dat zij familielid zijn (bijvoorbeeld een uittreksel uit het huwelijks- of geboorteregister)
  • voor kinderen: een bewijs dat zij onder de 21 zijn of van u afhankelijk zijn
  • voor ouders: een bewijs dat zij van u afhankelijk zijn.

Andere documenten zijn niet nodig.

De verblijfskaart is vaak gratis.  Is dat niet het geval, dan mag zij in ieder geval niet duurder zijn dan een soortgelijk document voor eigen onderdanen. 

Op de verblijfskaart moet duidelijk staan dat de houder een familielid van een EU-onderdaan is.

De autoriteiten hebben binnen 6 maanden de tijd om een besluit te nemen en de verblijfskaart te verstrekken.  Doen zij dat niet, dan kunt u een beroep doen op onze hulpdienst.

De verblijfskaart is 5 jaar geldig (behalve als u van plan bent eerder te vertrekken).  U moet een eventuele adreswijziging overigens wel aan de autoriteiten melden.

In veel landen moeten uw echtgeno(o)t(e), kinderen en ouders hun verblijfskaart en paspoort altijd bij zich hebben.  Als zij dat niet doen, kunnen ze een boete krijgen of tijdelijk worden vastgehouden, maar ze kunnen daarom niet het land worden uitgezet.

Gelijke behandeling

Zolang u in uw nieuwe land woont, moeten uw echtgeno(o)t(e), (klein)kinderen of (groot)ouders op dezelfde manier worden behandeld als onderdanen van dat land, bijvoorbeeld wat betreft werk, salaris, arbeidsbemiddeling, inschrijving in scholen enz.

Verzoek om het land te verlaten / uitzetting

Uw echtgeno(o)t(e), (klein)kinderen of (groot)ouders mogen bij u wonen zolang zij aan de voorwaarden voor verblijf voldoen. Is dat niet meer het geval, dan kunnen de autoriteiten hun vragen het land te verlaten, maar zij mogen niet het land uit worden gezet.

In uitzonderlijke gevallen kunnen de autoriteiten besluiten hen uit te wijzen in het belang van de openbare orde of veiligheid, maar alleen als zij kunnen aantonen dat hun aanwezigheid een ernstige bedreiging vormt.

Het uitzettingsbesluit of het verzoek om het land te verlaten moet hun schriftelijk worden meegedeeld, waarbij moet worden vermeld hoe en tot wanneer zij in beroep kunnen gaan.

Een verhaal

Uw familieleden van buiten de EU hebben dezelfde rechten

Irina is Duitse maar woont in Groot-Brittannië. Haar Russische moeder vraagt in Engeland een verblijfskaart aan. Daarvoor moet ze haar paspoort afgeven.

De Britse autoriteiten vertellen Irina dat de verblijfskaart wel een jaar op zich zal laten wachten. Irina's moeder is bang dat zij met Kerstmis niet naar Rusland kan omdat ze haar paspoort waarschijnlijk niet op tijd terugkrijgt of dat ze na de Kerst Engeland niet opnieuw in mag.

De regels bepalen echter dat de Britse autoriteiten de verblijfskaart binnen 6 maanden moeten afgeven en het paspoort niet mogen innemen.

Overlijden

Als u legaal in een EU-land woont en komt te overlijden voordat u het permanent verblijfsrecht heeft gekregen, kunnen uw echtgeno(o)t(e), (klein)kinderen en (groot)ouders van buiten de EU in het land blijven als zij er voor uw dood al minstens 1 jaar hebben gewoond.

Om te kunnen blijven moeten uw familieleden van buiten de EU bovendien aan dezelfde voorwaarden voor verblijf voldoen als EU-onderdanen.

Voorwaarden en formaliteiten:

Echtscheiding

Als u bent gescheiden voordat u permanent verblijfsrecht kreeg (meestal na 5 jaar), kunnen uw voormalige echtgeno(o)t(e), (klein)kinderen en (groot)ouders van buiten de EU in het land blijven als:

  • zij er al langer dan 1 jaar wonen, en
  • u minstens 3 jaar getrouwd was voordat de scheiding werd aangevraagd

Om te kunnen blijven moeten uw familieleden van buiten de EU bovendien aan dezelfde voorwaarden voor verblijf voldoen als EU-onderdanen.

Voorwaarden en formaliteiten:

Permanent verblijfsrecht

Als u langer dan 5 jaar na elkaar legaal in een ander EU-land woont, krijgen uw echtgeno(o)t(e), (klein)kinderen en (groot)ouders van buiten de EU automatisch permanent verblijfsrecht zonder dat zij aan andere voorwaarden hoeven te voldoen. Dat houdt in dat ze zo lang kunnen blijven als ze willen, zelfs als ze niet werken en een uitkering nodig hebben.

Ze mogen ook blijven als ze:

  • tijdelijk het land verlaten (minder dan 6 maanden per jaar)
  • langer afwezig zijn (bijvoorbeeld om in verplichte militaire dienst te gaan)
  • één keer minder dan 12 maanden achter elkaar het land verlaten om belangrijke redenen zoals zwangerschap, bevalling, ernstige ziekte, beroepsopleiding of detachering in het buitenland.

Ze kunnen dan aanspraak maken op dezelfde rechten, uitkeringen en voordelen als onderdanen van het land waar ze wonen.

Ze kunnen het permanent verblijfsrecht verliezen als zij langer dan twee jaar na elkaar in een ander land wonen.

Werkenden

Als u als werknemer of zelfstandige in een ander EU-land woont en komt te overlijden voordat u permanent verblijfsrecht kreeg, kunnen uw echtgeno(o)t(e), (klein)kinderen en (groot)ouders van buiten de EU een speciale behandeling krijgen. Dit kan betekenen dat zij permanent verblijfsrecht krijgen, als:

  • uw dood het gevolg is van een arbeidsongeval of beroepsziekte, of
  • u op het moment van overlijden al 2 jaar onafgebroken in het land woonde.

Permanente verblijfskaart

Hoe zij een permanente verblijfskaart krijgen waaruit hun onvoorwaardelijk verblijfsrecht blijkt.

Verzoek om het land te verlaten / uitzetting

Uw echtgeno(o)t(e), (klein)kinderen of (groot)ouders mogen bij u wonen zolang zij aan de voorwaarden voor verblijf voldoen. Is dat niet meer het geval, dan kunnen de autoriteiten hun vragen het land te verlaten, maar zij mogen niet het land uit worden gezet.

In uitzonderlijke gevallen kunnen de autoriteiten besluiten hen uit te wijzen in het belang van de openbare orde of veiligheid, maar alleen als zij kunnen aantonen dat hun aanwezigheid een ernstige bedreiging vormt.

Het uitzettingssbesluit of het verzoek om het land te verlaten moet hun schriftelijk worden meegedeeld, waarbij moet worden vermeld hoe en tot wanneer zij in beroep kunnen gaan.

Meer hulp nodig?

Meer hulp nodig?

Heeft u nog niet gevonden wat u zocht? Zit u met een probleem?

Advies inwinnen over uw EU-rechten

Hulp bij problemen met overheidsinstanties

Footnote

In dit geval de 27 EU-lidstaten, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen.

Retour au texte en cours.

In dit geval de 27 EU-lidstaten, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen.

Retour au texte en cours.