RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Onderhoudsverplichtingen

De verordening heeft betrekking op verzoeken inzake grensoverschrijdende onderhoudsverplichtingen die voortvloeien uit familiebetrekkingen. Zij bevat gemeenschappelijke regels voor de hele Europese Unie (EU) die de inning van levensonderhoud moeten garanderen, ook wanneer de onderhoudsgerechtigde of de onderhoudsplichtige in het buitenland woont.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen.

SAMENVATTING

Deze verordening voorziet in een reeks maatregelen die het innen van levensonderhoud in grensoverschrijdende situaties moet vergemakkelijken. Deze onderhoudsverplichtingen vloeien voort uit de plicht om behoeftige familieleden te helpen en betreffen bijvoorbeeld alimentatie die betaald wordt aan een kind of aan een ex-echtgenoot of -echtgenote na een scheiding.

De verordening is van toepassing op onderhoudsverplichtingen die hun oorsprong hebben in:

  • familiebetrekkingen;
  • bloedverwantschap;
  • huwelijk of aanverwantschap.

Bevoegdheid

Op het gebied van onderhoudsverplichtingen ligt de rechterlijke bevoegdheid bij:

  • het gerecht van de plaats waar de verweerder of de onderhoudsgerechtigde zijn/haar gewone verblijfplaats heeft; of
  • het gerecht dat bevoegd is om verzoeken betreffende de staat van personen (bijvoorbeeld een scheiding) of ouderlijke verantwoordelijkheid te onderzoeken, wanneer die verzoeken gepaard gaan met een verzoek inzake een onderhoudsverplichting (op voorwaarde dat de bevoegdheid niet uitsluitend op de nationaliteit van een van de partijen berust).

Tenzij het geschil betrekking heeft op een onderhoudsverplichting jegens een kind dat jonger is dan 18 jaar, kunnen de partijen onder bepaalde voorwaarden overeenkomen welk gerecht of welke gerechten van een lidstaat bevoegd zijn om het te beslechten.

Het gerecht in de lidstaat waarvoor de verweerder verschijnt is het bevoegde gerecht, tenzij de verweerder de bevoegdheid betwist.

Indien aan geen van de voornoemde voorwaarden is voldaan, kan het geschil onder bepaalde voorwaarden aanhangig worden gemaakt bij het gerecht van een lidstaat waarvan beide partijen onderdaan zijn.

Indien de procedure niet kan worden ingesteld in een land buiten de EU waarmee het geschil nauw is verbonden, kan het verzoek worden ingediend bij het gerecht van een lidstaat waarmee de zaak voldoende nauw verbonden is.

Zolang de onderhoudsgerechtigde verblijf houdt in de lidstaat waarvan het gerecht de beslissing inzake de onderhoudsverplichting heeft gegeven, kan de onderhoudsplichtige slechts in enkele uitzonderlijke gevallen in een andere lidstaat procederen om de beslissing te wijzigen. De onderhoudsgerechtigde kan er wel mee instemmen dat het geschil door een andere rechtbank wordt beslecht.

Indien dezelfde partijen procedures voor gerechten van verschillende lidstaten hebben ingesteld die hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde oorzaak berusten, ligt de bevoegdheid bij het eerste gerecht waarbij de zaak aanhangig werd gemaakt.

Ongeacht de rechtbank die ten gronde bevoegd is, kunnen verzoeken tot voorlopige en bewarende maatregelen ingediend worden bij eender welk gerecht van eender welke lidstaat, op voorwaarde dat het recht van de betrokken lidstaat daarin voorziet.

Erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen

Een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen genomen door één lidstaat moet in een andere lidstaat erkend worden zonder bijzondere procedures.

Nagenoeg alle lidstaten zijn gebonden door het Haagse protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen.

Indien de beslissing werd genomen door een door het Haagse Protocol van 2007 gebonden lidstaat, is verzet tegen de erkenning niet mogelijk. Indien de beslissing uitvoerbaar is in de lidstaat waar zij gegeven is, is zij uitvoerbaar in een andere lidstaat zonder dat daarvoor een uitvoerbaarverklaring vereist is. In bepaalde gevallen blijft het evenwel mogelijk om een heroverweging van de beslissing dan wel om de weigering of de schorsing van de tenuitvoerlegging ervan te verzoeken.

Wanneer de beslissing werd genomen door een lidstaat die niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, kan de erkenning in bepaalde gevallen worden geweigerd.

De beslissing kan worden uitgevoerd in een andere lidstaat indien zij uitvoerbaar is in de lidstaat waar zij is gegeven en op voorwaarde dat de lidstaat van tenuitvoerlegging een verklaring afgeeft waarin de uitvoerbaarheid ervan wordt vastgesteld.

In ieder geval kan het gerecht van herkomst de beslissing voorlopig uitvoerbaar verklaren. Wanneer de beslissing uitgevoerd wordt in een andere lidstaat dan waar ze werd genomen, is het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging op de procedure van toepassing.

In geen geval wordt in de lidstaat waar erkenning, uitvoerbaarheid of tenuitvoerlegging wordt gevraagd, overgegaan tot een onderzoek naar de juistheid van de in een lidstaat gegeven beslissingen.

De partijen in een geschil dat onder de verordening valt hebben effectieve toegang tot de rechter in andere lidstaten, ook in het kader van tenuitvoerleggings- en beroepsprocedures. De lidstaten verlenen onder bepaalde voorwaarden rechtsbijstand. Er wordt met name kosteloze rechtsbijstand verleent voor verzoeken van onderhoudsgerechtigden met betrekking tot onderhoudsverplichtingen jegens personen jonger dan 21 jaar die voortvloeien uit een ouder-kindrelatie.

Centrale autoriteiten

Elke lidstaat dient een centrale autoriteit aan te duiden die tot taak heeft de partijen bij te staan bij het bepalen en innen van levensonderhoud. Zij verzenden en ontvangen met name de in de verordening voorziene verzoeken en nemen alle maatregelen die nodig zijn om de procedure in te leiden of de inleiding ervan te vergemakkelijken.

De centrale autoriteiten werken onderling samen, bevorderen de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat en zoeken naar oplossingen voor problemen die zich bij de tenuitvoerlegging van deze verordening kunnen stellen. Om de tenuitvoerlegging van deze verordening te bevorderen en ervoor te zorgen dat de centrale autoriteiten beter samenwerken, wordt bovendien gebruik gemaakt van het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken.

Slotbepalingen

Deze verordening vervangt de bepalingen inzake onderhoudsverplichtingen van Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Zij vervangt ook Verordening (EG) nr. 805/2004 tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen, behalve voor Europese executoriale titels inzake onderhoudsverplichtingen die worden uitgegeven door lidstaten die niet zijn gebonden door het Haagse Protocol van 2007.

Deze verordening is van toepassing sinds 18 juni 2011.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 4/2009

30.1.2009

PB L 7 van 10.1.2009

GERELATEERDE BESLUITEN

Besluit 2011/220/EU van de Raad van 31 maart 2011 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van het Verdrag van 's-Gravenhage van 23 november 2007 inzake de internationale inning van levensonderhoud voor kinderen en andere familieleden [Publicatieblad L 93 van 7.4.2011].
Met het Verdrag van 's-Gravenhage van 23 november 2007 zetten de verdragsluitende partijen een wereldwijd systeem op voor de inning van levensonderhoud.

Laatste wijziging: 27.07.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven