Navigation path

Left navigation

Additional tools

25.VI.2012

25.VI.2012

25.VI.2012

25.VI.2012

25.VI.2012

25.VI.2012

25.VI.2012

RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE

NL

11688/12

(OR. en)

PRESSE 282

PR CO 41

PERSMEDEDELING

3179e zitting van de Raad

Buitenlandse Zaken

Luxemburg, 25 juni 2012

Voorzitter Catherine Ashton
hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

Voornaamste resultaten van de Raadszitting

De Raad heeft de ontwikkelingen in de zuidelijke buurlanden van de EU besproken, met het accent op Syrië en Egypte. Hij veroordeelde krachtig het brute geweld en de slachtingen onder burgers in Syrië en drong er andermaal bij het Syrische bewind op aan onverwijld een einde te maken aan het doden van burgers en ruimte te maken voor een vreedzame transitie, in het belang van het land. De Raad veroordeelde tevens het onaanvaardbare neerschieten door Syrië van een Turks militair vliegtuig op 22 juni. In antwoord op het toenemende geweld heeft de Raad andermaal de EU-sancties tegen het Syrische regime aangescherpt.

De Raad was verheugd over het vreedzame verloop van de presidentsverkiezingen in Egypte en feliciteerde Mohammed Morsi met zijn verkiezing tot president. De Raad herhaalde dat de overgang in Egypte naar een democratisch bestel de algehele steun van de EU geniet, en benadrukte dat de macht snel en volledig moet worden overgedragen aan de civiele autoriteiten. Tegelijkertijd sprak hij zijn ernstige bezorgdheid uit over de recente ontwikkelingen, die de overgang naar en de algehele machtsoverdracht aan het civiele bestuur vertragen en hinderen.

De Raad wees op de vastbeslotenheid van de EU om mensenrechten en democratie in de hele wereld te bevorderen. Hij nam een strategisch kader voor mensenrechten en democratie aan, samen met een actieplan voor de concrete uitvoering ervan. De in dat kader neergelegde beginselen, doelstellingen en prioriteiten zijn erop gericht de doeltreffendheid en de samenhang van het EU-beleid in zijn geheel de komende tien jaar te verbeteren. De Raad bereidde ook de benoeming van een speciaal EU-vertegenwoordiger voor de mensenrechten voor.

Tijdens de lunch heeft de hoge vertegenwoordiger van de EU de ministers geïnformeerd over de gesprekken met Iran in verband met zijn nucleair programma, die op 23 mei in Bagdad en op 18 en 19 juni in Moskou plaatsvonden. De Raad heeft zijn meest recente beperkende maatregelen tegen Iran opnieuw bezien en bevestigd dat zij ongewijzigd blijven ten opzichte van januari.

De Raad benoemde ten slotte Patricia Flor tot speciale vertegenwoordiger van de EU voor Centraal-Azië. Zij volgt Pierre Morel op, die deze functie sedert oktober 2006 heeft vervuld.

INHOUD1

DEELNEMERS

BESPROKEN PUNTEN

Zuidelijke buurlanden

Pakistan

Bosnië en Herzegovina

Mensenrechten

Iran

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

BUITENLANDSE ZAKEN

  • Betrekkingen met Centraal-Azië

  • Betrekkingen met de Republiek Moldavië

  • Democratische Republiek Congo

  • Europees nabuurschapsbeleid

  • Betrekkingen met Nieuw-Zeeland

  • Richtsnoeren inzake EU-sancties

  • Afghanistan - beperkende maatregelen

  • Speciale vertegenwoordigers van de EU

  • Associatieovereenkomst met Midden-Amerika

  • EU-actie inzake mensenrechten en democratie in de wereld

  • Wapenhandelsverdrag

  • Externe financieringsinstrumenten

GEMEENSCHAPPELIJK VEILIGHEIDS- EN DEFENSIEBELEID

  • Kaderovereenkomst inzake deelname met de Republiek Moldavië

  • EU-grensbijstandmissie in Rafah

  • EU-Politiemissie voor de Palestijnse Gebieden

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

  • Herziening van de EU-lijst van terroristen

EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

  • Wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-overeenkomst

  • Wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-overeenkomst

VIA DE SCHRIFTELIJKE PROCEDURE AANGENOMEN BESLUITEN

  • Syrië - beperkende maatregelen

DEELNEMERS

Hoge vertegenwoordiger

mevrouw Catherine ASHTON hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

België:

de heer Didier REYNDERS vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken

Bulgarije:

de heer Nikolay MLADENOV minister van Buitenlandse Zaken

Tsjechië:

de heer Karel SCHWARZENBERG eerste viceminister-president en minister van Buitenlandse Zaken

Denemarken:

de heer Villy SØVNDAL minister van Buitenlandse Zaken

Duitsland:

de heer Guido WESTERWELLE minister van Buitenlandse Zaken

Estland:

de heer Matti MAASIKAS permanent vertegenwoordiger

Ierland:

de heer Eamon GILMORE viceminister-president (Tánaiste) en minister van Buitenlandse Zaken en Handel

Griekenland:

de heer Dimitrios KOURKOULAS staatssecretaris, ministerie van Buitenlandse Zaken

Spanje:

de heer José Manuel GARCÍA-MARGALLO MARFIL minister van Buitenlandse Zaken en Samenwerking

Frankrijk:

de heer Laurent FABIUS minister van Buitenlandse Zaken

Italië:

de heer Giulio TERZI DI SANT'AGATA minister van Buitenlandse Zaken

Cyprus:

mevrouw Erato KOZAKOU-MARCOULLIS minister van Buitenlandse Zaken

Letland:

de heer Edgars RINKĒVIČS minister van Buitenlandse Zaken

Litouwen:

de heer Vytautas LEŠKEVIČIUS viceminister van Buitenlandse Zaken

Luxemburg:

de heer Jean ASSELBORN viceminister-president, minister van Buitenlandse Zaken

Hongarije:

de heer János MARTONYI minister van Buitenlandse Zaken

Malta:

de heer Tonio BORG viceminister-president en minister van Buitenlandse Zaken

Nederland:

de heer Uri ROSENTHAL minister van Buitenlandse Zaken

Oostenrijk:

de heer Michael SPINDELEGGER vicekanselier en minister van Europese en Internationale Zaken

Polen:

de heer Rados³aw SIKORSKI minister van Buitenlandse Zaken

Portugal:

de heer Miguel MORAIS LEITÃO toegevoegd staatssecretaris, staatssecretaris van Europese Zaken

Roemenië:

mevrouw Luminita ODOBESCU staatssecretaris, ministerie van Buitenlandse Zaken

Slovenië:

de heer Karl Viktor ERJAVEC viceminister-president, minister van Buitenlandse Zaken

Slowakije:

de heer Miroslav LAJČÁK minister van Buitenlandse Zaken

Finland

de heer Erkki TUOMIOJA minister van Buitenlandse Zaken

Zweden:

de heer Carl BILDT minister van Buitenlandse Zaken

Verenigd Koninkrijk:

de heer William HAGUE First Secretary of State en minister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken

Commissie:

de heer Štefan FÜLE lid

de heer Andris PIEBALGS lid

De regering van de toetredende staat was als volgt vertegenwoordigd:

Kroatië:

mevrouw Vesna PUSIĆ minister van Buitenlandse en Europese Zaken

BESPROKEN PUNTEN

Zuidelijke buurlanden

De Raad heeft de situatie in de zuidelijke buurlanden van de EU diepgaand besproken, met het accent op Syrië en Egypte.

  • Syrië

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

1. "De Europese Unie spreekt haar krachtige veroordeling uit over het brute geweld en de slachtingen onder burgers, waaronder een groot aantal kinderen en vrouwen, zoals op 26 mei in de stad Houla en op 6 juni in de dorpen Qubair en Maarzaf in de provincie Hama. Ook is zij ontzet over berichten dat kinderen worden gebruikt als menselijk schild. De EU is ingenomen met de op 1 juni door de VN-Mensenrechtenraad aangenomen resolutie, waarin de verslechterende mensenrechtensituatie in Syrië en de gruwelijke moorden in Houla worden veroordeeld. Zij dringt er bij het Syrische bewind op aan onverwijld een einde te maken aan het doden van burgers, het Syrische leger terug te trekken uit belegerde plaatsen en steden, en ruimte te maken voor een vreedzame transitie, in het belang van het land. Voor president Assad is in de toekomst in Syrië geen plaats. De EU ziet uit naar de bevindingen van de Onafhankelijke Onderzoekscommissie voor Syrië met betrekking tot de slachting in Houla. De EU dringt er bij de Syrische autoriteiten op aan volledig en onverwijld met de commissie samen te werken. De EU herinnert eraan dat al wie schuldig is aan de grootscheepse, stelselmatige en grove schending van de mensen­rechten ter verantwoording moet worden geroepen.

2. De EU herinnert eraan dat zij haar algehele steun verleent aan de missie van de gezamen­lijke speciale gezant van de VN en de Liga van Arabische Staten, Kofi Annan, en aan diens zespuntenplan. Zij is verheugd over de volledige ontplooiing van de Controlemissie van de Verenigde Naties in Syrië (UNSMIS), maar betreurt het dat de escalatie van het geweld ertoe heeft geleid dat de waarnemingsactiviteiten van de UNSMIS op 16 juni zijn opgeschort. Zij herinnert eraan dat de Syrische autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de beveiliging en de veiligheid van de missie, en dat zij de onbelemmerde hervatting van de werkzaamheden van de missie mogelijk moeten maken. Zij veroordeelt met kracht de aanvallen op VN-waarnemers.

3. De EU veroordeelt elk optreden dat gericht is op het belemmeren van de uitvoering van het zespuntenplan van Annan. Zij herhaalt dat de verantwoordelijkheid voor het staakt-het-vuren en voor de uitvoering van het plan voornamelijk bij de Syrische autoriteiten berust. De EU waarschuwt voor de verdere militarisering van het conflict en sektarisch geweld, die zeer groot leed over Syrië zullen brengen en tragische gevolgen voor de regio zouden kunnen hebben. De EU roept alle partijen op zich van geweld te onthouden, en dringt bij het bewind aan op de volledige uitvoering van het plan van Annan. De EU brengt in herinnering dat het zespuntenplan geen vrijblijvend aanbod is.

De Europese Unie veroordeelt het onaanvaardbare neerschieten door Syrië van een Turks militair vliegtuig op 22 juni. Zij betuigt haar medeleven aan de families van de betrokken piloten en heeft waardering voor de terughoudende en verantwoordelijke eerste reactie van Turkije. De Unie wijst erop dat deze zaak dringend grondig moet worden onderzocht. Zij doet een oproep tot Syrië om ten volle samen te werken met Turkije en volledige toegang te verlenen voor een onmiddellijk onderzoek, en tot de internationale gemeenschap om die inspanningen te steunen. De Europese Unie verzoekt Syrië met aandrang te voldoen aan de internationale normen en verplichtingen.

4. De EU verzoekt alle betrokken staten, en in het bijzonder de leden van de VN-Veiligheids­raad, Kofi Annan te blijven steunen en al hun invloed aan te wenden om ervoor te zorgen dat Resoluties 2042 en 2043 van de VN-Veiligheidsraad volledig worden uitgevoerd. De EU roept op tot een verenigd optreden van de VNVR teneinde krachtiger en doeltreffender druk uit te oefenen, mede door middel van de aanneming van uitgebreide sancties uit hoofde van hoofdstuk VII. Zij is daarom verheugd over de inspanningen van Annan om samen te werken met belangrijke internationale partners die hun positieve invloed in de regio aanwenden ter bevordering van het politieke proces. De EU neemt nota van de besprekingen over Syrië tijdens de top EU-Rusland van 3-4 juni, en wijst opnieuw op het belang van steun van Russische zijde voor een vreedzaam politiek proces dat tot een democratische transitie moet leiden.

De EU ziet uit naar de volgende bijeenkomst van de Groep vrienden van het Syrische volk, die op 6 juli te Parijs zal plaatsvinden, om de internationale druk op de regering van Syrië te handhaven en het zespuntenplan van Annan te steunen.

5. De Europese Unie steunt de Syrische bevolking onverminderd in haar strijd voor vrijheid, waardigheid, democratie en mensenrechten. De EU dringt er bij de Syrische Nationale Raad en andere oppositiegroeperingen onverminderd op aan over hun verschillen heen te stappen en tot overeenstemming te komen over een reeks van gedeelde beginselen, en te beginnen met het werken aan een inclusieve, ordelijke en vreedzame transitie in Syrië. Een krachtiger, sterker verenigde oppositie, die aan alle Syriërs een geloofwaardig alternatief biedt, is van essentieel belang. De EU roept alle groeperingen die deel uitmaken van de oppositie op de uitvoering van het plan van Annan actief en ten volle te ondersteunen.

6. De EU is ingenomen met de resultaten van het derde Syrisch humanitair forum, dat plaatsvond op 5 juni. De EU roept de Syrische autoriteiten op tot volledige samenwerking en tot de snelle uitvoering van het responsplan voor humanitaire hulp, in het kader waarvan onder meer volledige, onbelemmerde en veilige toegang moet worden verleend aan humanitaire werkers en ten behoeve van de levering van humanitaire hulp. De EU steunt volop het humanitaire initiatief om non-combattanten en de gewonden dringend uit Homs te evacueren en roept alle partijen op te bewilligen in de evacuatie van kinderen, vrouwen, ouderen en gewonden uit de conflictzones. De EU blijft de inspanningen van buurlanden steunen om Syriërs die het geweld in hun land ontvluchten, op te vangen.

7. De EU heeft vandaag de lijst van nieuwe onder haar beperkende maatregelen vallende personen en entiteiten goedgekeurd. Zolang de repressie voortduurt, zal de EU vasthouden aan haar beleid om bijkomende maatregelen te treffen, niet tegen de burgerbevolking, maar tegen het regime. Ook zal de EU de internationale gemeenschap blijven aansporen zich aan te sluiten bij haar inspanningen, door tegen het Syrische bewind en zijn medestanders beperkende maatregelen toe te passen en te handhaven. In dit verband is de EU ingenomen met de tweede bijeenkomst van de Internationale Sanctiegroep, op 6 juni in Washington. De EU roept alle Syriërs op, zich van het repressieve beleid van het regime te distantiëren om een politieke transitie mogelijk te maken."

In antwoord op het toenemende geweld in Syrië heeft de Raad andermaal de EU-sancties tegen het Syrische regime aangescherpt. Zie persmededeling 11606/12 voor nadere bijzonderheden.

  • Egypte

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

1. "De EU is verheugd over het vreedzame verloop van de presidentsverziekingen en feliciteert Mohammed Morsi met zijn verkiezing tot president van Egypte. De EU feliciteert het Egyptische volk met deze belangrijke mijlpaal in de overgang naar een democratisch bestel en dit historische moment voor het volk, het land en de regio. De EU ziet ernaar uit samen te werken met president Morsi en is ingenomen met diens verklaring, waarin hij verklaart voornemens te zijn een inclusieve regering te vormen die namens het gehele Egyptische volk regeert en alle politieke en maatschappelijke groeperingen de hand reikt.

2. De EU herhaalt dat de overgang in Egypte naar een democratisch bestel haar algehele steun geniet, en benadrukt dat de macht snel en volledig moet worden overgedragen aan de civiele autoriteiten;zij herinnert in dat verband aan de toezeggingen uit het verleden. De EU beklemtoont het fundamentele belang van het democratisch proces, de democratische instellingen en de scheiding der machten, alsook de plicht de rechtsstaat te eerbiedigen en te zorgen voor de bescherming van eenieders mensenrechten en fundamentele vrijheden, waaronder de vrijheid van meningsuiting, van vereniging en van godsdienst of overtuiging. In dat verband wijst de EU nogmaals op de belangrijke rol die is weggelegd voor een actief en onafhankelijk maatschappelijk middenveld, als basiselement van een democratische samenleving.

3. De EU is ernstig bezorgd over de recente ontwikkelingen, met name de ontbinding van het Parlement en de Constitutionele Verklaring van 17 juni van de Opperste Raad van de Strijdkrachten, die de overgang naar en de algehele machtsoverdracht aan het civiele bestuur vertragen en hinderen.

4. De EU beklemtoont dat de wording van de nieuwe Egyptische grondwet een inclusief en transparant proces moet zijn, en dat de nieuwe Grondwet recht moet doen aan het verlangen van het Egyptische volk naar waardigheid en rechtvaardigheid, doordat daarin de mensenrechten en fundamentele vrijheden van allen worden gewaarborgd en de democratische scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht worden veiliggesteld.

5. De EU beklemtoont dat de veiligheid en de openbare orde met beleid en onder algehele eerbiediging van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden moeten worden gehandhaafd. Het einde van de noodtoestand op 31 mei was een belangrijke stap voorwaarts, maar de EU is bezorgd over het decreet van 13 juni, op grond waarvan het leger ruime bevoegdheden heeft gekregen om burgers wegens een hele reeks strafbare feiten te arresteren en op te sluiten.

6. De EU beseft ten volle tegen welke enorme maatschappelijke en economische uitdagingen Egypte aankijkt, en herhaalt dat zij bereid is Egypte te helpen, in nauwe samenwerking met het nieuwe democratische bewind en in overleg met de internationale gemeenschap. In dat verband onderstreept de EU dat Egypte de nodige sociale en economische hervormingen op gang moet brengen, moet toestaan dat de beschikbare internationale bijstand metterdaad wordt ingezet en het ondernemingsklimaat moet verbeteren.

7. Egypte blijft een cruciale partner in de regio. De EU beklemtoont derhalve dat Egypte het bouwen aan stabiliteit, vrede en voorspoed in het Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten als doel voor ogen moet blijven houden."

Pakistan

Tijdens de lunch heeft de hoge vertegenwoordiger van de EU de ministers geïnformeerd over haar bezoek aan Pakistan van 5 en 6 juni en hebben de ministers van gedachten gewisseld over de situatie in dat land.

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

1. "De Raad is ingenomen met het bezoek van de hoge vertegenwoordiger aan Pakistan van 5-6 juni 2012 en de start van de strategische dialoog in het kader van het vijfjarig inzetplan. deze combinatie van feiten wijst op een verdieping en verbreding van de betrekkingen van de EU met Pakistan.

2. De Raad neemt nota van de politieke ontwikkelingen in Pakistan en verwacht dat alle genomen maatregelen in overeenstemming zullen zijn met de grondwet en de wetten van Pakistan. De EU steunt krachtig de democratische instellingen en de burgerregering van Pakistan, alsook de rol van het maatschappelijk middenveld.

3. De EU ziet uit naar de komende verkiezingen in Pakistan en verwacht dat de ene gekozen regering de andere op democratische wijze opvolgt. De EU is bereid te overwegen een verkiezingswaarnemingsmissie te sturen en technische bijstand te verlenen indien Pakistan daarom vraagt. De Raad herhaalt dat de lopende electorale hervormingen van groot belang zijn, en denkt dat de aanbevelingen van de verkiezingswaarnemingsmissie 2008 die hervormingen zullen vergemakkelijken.

4. De EU heeft een betere markttoegang aan Pakistan beloofd via de toepassing van de autonome handelspreferenties in het kader van de WTO-ontheffing en de toezegging Pakistan vanaf 2014 in aanmerking te laten komen voor SAP+, op voorwaarde dat het land aan de nodige criteria voldoet. In dat verband moet Pakistan ervoor zorgen dat de internationale overeenkomsten die in de SAP-verordening worden opgesomd, daadwerkelijk uitgevoerd worden.

5. De EU spoort Pakistan aan de politieke, economische, budgettaire en energiehervormingen energieker ter hand te nemen. De EU verwacht dat Pakistan positief zal reageren op de bezorgdheden van de EU over deze kwesties. De EU herhaalt met name haar verwachtingen met betrekking tot de bevordering en de eerbiediging van de mensen­rechten, waaronder bescherming van de rechten van minderheden en godsdienstvrijheid . De EU en Pakistan zijn overeengekomen hun dialoog op dit gebied te intensiveren.

6. De EU erkent de vele moeilijke uitdagingen op veiligheidsgebied waarmee Pakistan wordt geconfronteerd, met name de offers die het heeft gebracht in de strijd tegen terrorisme en gewelddadig extremisme. De EU roept Pakistan op die uitdagingen met hernieuwde kracht te lijf te gaan en steunt het land daarbij. Als onderdeel van onze samenwerking in het kader van het inzetplan, gaan de EU en Pakistan sectorale dialogen aan over non-proliferatie en terrorismebestrijding. De EU zal in het kader van de vandaag aangenomen EU-strategie voor terrorismebestrijding en veiligheid nauw samenwerken met de Pakistaanse overheid om de actieplannen ter bestrijding van terrorisme te voltooien en uit te voeren. De EU voert met Pakistan ook een dialoog over georganiseerde criminaliteit en migratie. De Raad roept Pakistan op de overnameovereenkomst van 2010 volledig uit te voeren.

7. De EU is ingenomen met de positieve dynamiek in de externe betrekkingen van Pakistan in het algemeen, en in het bijzonder de betere betrekkingen met India, en spoort Pakistan aan een actieve rol te spelen in de pogingen de regionale politieke en economische samen­werking te versterken, ook in de context van het "Heart of Asia"-initiatief. Pakistan speelt een cruciale rol in het bevorderen van een veilig Afghanistan en in het faciliteren van een door Afghanistan geleid verzoeningsproces. De EU benadrukt het belang van blijvende constructieve medewerking van Pakistan bij de geleidelijke terugtrekking van de ISAF-troepen uit Afghanistan.

8. De Raad wijst erop dat de strategische dialoog, gezien de geboekte vooruitgang, zeer spoedig zou kunnen leiden tot een derde top EU-Pakistan."

Bosnië en Herzegovina

De Raad heeft de situatie in Bosnië en Herzegovina geëvalueerd. Hij heeft de volgende conclusies aangenomen:

1. "De Raad herhaalt dat hij het EU-perspectief van een soeverein en verenigd Bosnië en Herzegovina (BiH) dat volledige territoriale integriteit geniet, zonder voorbehoud steunt. In dit verband bevestigde de Raad de Raadsconclusies van maart 2011, oktober 2011 en december 2011 en de daarin vervatte strategie. Ook steunt de Raad de actieve, doel­treffende en constructieve aanpak van Peter Sørensen als SVEU/delegatiehoofd; hij heeft er in belangrijke mate toe bijgedragen dat de EU-agenda verankerd is in de kern van het politiek proces in BiH. Bovendien herhaalt de Raad dat hij voornemens is de rol van de EU in het land na juli 2012 verder te versterken, onder meer door een sterkere EU-aanwezigheid ter plaatse en met betrekking tot de wetshandhaving, de rechtsstaat en economische aangelegenheden, ook na de beëindiging van de EUPM.

2. De Raad is ingenomen met de politieke vorderingen die sedert begin 2012 in BiH zijn gemaakt, met name de vorming van een ministerraad op nationaal niveau, de aanneming van de wetten betreffende overheidssteun en de volkstelling, de aanneming van de nationale begroting voor 2012, en de totstandkoming van een politiek akkoord over staatseigendom en onroerend goed dat aan defensie toebehoort. Niettemin is de Raad bezorgd over het uitblijven van politieke akkoorden om aan een en ander concrete invulling te geven, over het niet aflatende gebruik van etnische verdeeldheid zaaiende retoriek, alsmede over de moeilijke economische situatie. Hij veroordeelt alle pogingen om de genocide die zich in Srebrenica voltrok, te minimaliseren of te ontkennen. Gelet op de actuele politieke gebeurtenissen roept de Raad de politieke leiders op, er op korte termijn voor te zorgen dat de overheden op alle politieke niveaus de mogelijkheid behouden om handelend op te treden en zich te richten op de concrete invulling van de EU-agenda.

3. De Raad herhaalt dat BiH prioriteit moet geven aan het in overeenstemming brengen van de grondwet met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (uitspraak in de zaak Sejdic/Finci). Een geloofwaardige inspanning in dit verband blijft noodzakelijk voor de inwerkingtreding van de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO).

4. De volledige uitvoering van de uitspraak in de zaak Sejdic/Finci en geloofwaardige prestaties met betrekking tot het nakomen van de verplichtingen uit hoofde van de SAO-interimovereenkomst zouden essentiële onderdelen zijn van een geloofwaardige lidmaat­schapsaanvraag die door de EU in overweging kan worden genomen. Tevens wijst de Raad erop dat de totstandbrenging van een doeltreffend coördinatiemechanisme voor de betrekkingen met de EU en houdbaarheid van de begrotingspositie nog steeds essentiële prioriteiten zijn. In dit verband ziet de Raad uit naar de dialoog op hoog niveau van de Europese Commissie met de politieke leiders van BiH over het proces van toetreding tot de EU, op 27 juni 2012.

5. De Raad is ingenomen met de resultaten van de bijeenkomst van de stuurgroep van de Vredesimplementatieraad van 22/23 mei te Sarajevo, waaronder de beslissing van de supervisor van Brcko om zijn activiteiten op te schorten, en de sluiting, in verband daarmee, van het Bureau van de hoge vertegenwoordiger in Brcko. Positieve en concrete ontwikkelingen ter plaatse hebben bijgedragen tot dit besluit. De EU zal verdere vooruit­gang in dit verband blijven ondersteunen en aanmoedigen.

6. In de context van de algemene strategie van de Unie voor BiH ziet de Raad uit naar het voortzetten van de besprekingen met de internationale gemeenschap - in het geschikte forum - over de herconfiguratie van de internationale aanwezigheid, inclusief de inkrimping en de eventuele verplaatsing van het Bureau van de hoge vertegenwoordiger. In dit verband neemt de Raad nota van de lopende besprekingen inzake overlappende taken van het Bureau en de EU. De Raad verzoekt BiH de resterende doelstellingen te verwezen­lijken en de voorwaarden te vervullen die nodig zijn voor het sluiten van het Bureau van de hoge vertegenwoordiger."

Mensenrechten

De Raad heeft een diepgaande bespreking gehouden over de bevordering van mensenrechten en democratie in de buitenlandse betrekkingen van de EU. Hij heeft een strategisch EU-kader en een EU-actieplan voor mensenrechten en democratie aangenomen. Zie persmededeling voor 11737/12 nadere bijzonderheden.

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

1. "Wijzend op de vastbeslotenheid van de EU om mensenrechten en democratie in de hele wereld te bevorderen, neemt de Raad vandaag een strategisch EU-kader voor mensen­rechten en democratie aan als richtsnoer voor de werkzaamheid van de EU tijdens de komende jaren. Tevens neemt de Raad een actieplan voor mensenrechten en democratie aan met het oog op de uitvoering van het strategisch kader.

2. De Raad onderstreept dat een speciale vertegenwoordiger van de EU (SVEU) voor de mensenrechten belangrijk is om de dimensies doelmatigheid en zichtbaarheid van het EU-mensenrechtenbeleid te verstevigen, en kijkt uit naar een spoedige aanwijzing van die speciale vertegenwoordiger van de EU.

3. De Raad streeft in dit verband naar nauwe samenwerking met het Europees Parlement en de Europese Commissie, en een geest van echt partnerschap met het maatschappelijk middenveld.

4. De EU wil op het gebied van mensenrechten en democratie samenwerken met partners, multilaterale fora, en internationale organisaties."

Iran

Tijdens de lunch heeft de hoge vertegenwoordiger van de EU de ministers geïnformeerd over de gesprekken met Iran in verband met zijn nucleair programma, die op 23 mei in Bagdad en op 18 en 19 juni in Moskou plaatsvonden. De Raad heeft zijn meest recente beperkende maatregelen tegen Iran opnieuw bezien en bevestigd dat zij ongewijzigd blijven ten opzichte van januari. Zie persmededeling 11808/12 voor nadere bijzonderheden.

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

BUITENLANDSE ZAKEN

Betrekkingen met Centraal-Azië

De Raad heeft conclusies over Centraal-Azië aangenomen en zijn goedkeuring gehecht aan een voortgangsverslag betreffende de uitvoering van de strategie van de EU voor die regio, met een evaluatie van de uitvoering en een schets voor een toekomstige koers.

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan een voortgangsverslag betreffende de uitvoering van de strategie van de EU voor Centraal-Azië, met een evaluatie van de uitvoering en een schets voor een toekomstige koers.

Op de vijfde verjaardag van de aanneming door de Europese Raad van de strategie van de EU voor een nieuw partnerschap met Centraal-Azië is de Raad ingenomen met de vooruitgang die is geboekt bij de uitvoering van de strategie en de versterking van de EU-betrekkingen met Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan, Turkmenistan en Oezbekistan. De strategie heeft haar waarde bewezen en voldoet nog altijd.

De EU heeft haar diplomatieke aanwezigheid in de regio ontwikkeld, terwijl het aantal bezoeken op hoog niveau is toegenomen. De EU is verheugd over de belangstelling van de Centraal-Aziatische landen voor verdieping van ons partnerschap. De EU zal onze dialoog gaarne verder uitdiepen en voortbouwen op de vorderingen die bij de verwezenlijking van de in 2007 gestelde doelen zijn gemaakt.

Alle prioritaire gebieden van de strategie blijven belangrijk: mensenrechten, rechtsstaat, goed bestuur en democratisering; jeugd en opleiding; economische ontwikkeling, handel en investeringen; energie en vervoer; duurzaamheid van het milieu en de watervoorziening; strijd tegen gezamenlijke bedreigingen en problemen.

De vroegtijdige EU-respons en -bijdrage om de crisis in Kirgizië in 2010 te boven te komen door middel van politieke betrokkenheid en financiële bijstand, is één voorbeeld van de onpartijdige rol die de EU in de regio kan spelen om te zorgen voor ontwikkeling op lange termijn, regionale samenwerking, stabiliteit en vrede.

Tegelijkertijd wordt de regio geconfronteerd met toenemende en nieuwe uitdagingen, met name wat de ontwikkeling in Afghanistan betreft, en zijn in de betrekkingen met de EU veiligheidskwesties op de voorgrond getreden. Centraal-Azië en de EU delen het gemeenschappelijke doel van bevordering van een veilig Afghanistan en een welvarende regio als geheel. Nauwe samenwerking van de Centraal-Aziatische staten met Afghanistan vormt een belangrijk element bij de bevordering van de veiligheid, alsook bij het aanmoedigen van grensoverschrijdende handel en intermenselijke contacten. Om aan deze uitdagingen gezamenlijk beter het hoofd te kunnen bieden, stelt de EU intensivering van de samenwerking op het gebied van veiligheid voor, onder meer via een geregelde veiligheidsdialoog EU-Centraal-Azië op hoog niveau, als onderdeel van de regionale politieke dialoog.

Dankzij haar versterkte aanwezigheid in de regio zal de EU bijstand kunnen verlenen aan partners en projecten kunnen uitvoeren die gericht zijn op het bevorderen van veiligheid en stabiliteit op de lange termijn.

Hoewel de strategie nog altijd voldoet, is er ruimte voor meer gerichte EU-inspanningen in het kader van de in de strategie geschetste prioriteiten. Het werken aan gemeenschappelijke belangen en prioriteiten in deze strategische regio moet bijdragen tot het vergroten van de zichtbaarheid en het effect van de acties en de samenwerkingsinspanningen van de EU en berusten op de lessen die zijn getrokken uit de uitvoering van de strategie voor Centraal-Azië tot dusver.

De komende jaren zullen de EU-acties in de betrekkingen met Centraal-Azië met name zijn toegespitst op:

  • Versterking van de EU-acties in de regio op de voornaamste terreinen van initiatief, te weten onderwijs, de rechtsstaat, milieu en water, onder meer door middel van pas opgerichte ondersteuningsplatforms en gerichte bijstand.

  • Versterking van de steun voor toezicht op, bevordering en bescherming van mensen­rechten, onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, goed bestuur, betrekkingen tussen gemeenschappen en ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld. De bilaterale mensenrechtendialogen meer resultaatgericht blijven maken met inachtneming van de beste praktijken. Democratische hervormingen en de ontwikkeling van nationale democratische hervormingsagenda's aanmoedigen en de uitvoering ondersteunen door de ervaringen van de EU te delen.

  • Regionale samenwerking blijven bevorderen en betrekkingen van goed nabuurschap in de regio blijven verbeteren, onder meer door waar passend steun voor vertrouwen­scheppende maatregelen. Bijdragen tot de vermindering van mogelijke spanningen die voortvloeien uit geschillen over de aanvoer en het gebruik van water in de regio

  • Samenwerking op energiegebied consolideren, diversifiëring van het energieaanbod en de uitvoerroutes en integratie van de energiemarkten bevorderen. Een overeenkomst sluiten tussen de EU, Azerbeidzjan en Turkmenistan die een rechtskader biedt voor het project van de Transkaspische pijplijn als belangrijke bijdrage ter ondersteuning van de opening van een zuidelijke gascorridor. Parallel daaraan de inzet van de particuliere sector voor de aanleg van infrastructuur mobiliseren en ruimere regionale samen­werking voor de ontwikkeling van het Kaspische bekken aanmoedigen en de deelname van Centraal-Aziatische partners aan het verbeterde INOGATE-programma, het Energiehandvest en het initiatief inzake transparantie van winningsindustrieën verder versterken.

  • De ondersteunende acties van de EU voor regionale samenwerking in Afghanistan en zijn buurlanden versterken en consolideren, in nauwe coördinatie met de Centraal‑Aziatische staten en internationale actoren, ter bevordering van veiligheid en ontwikkeling in Afghanistan en zijn buurlanden en in de regio in het algemeen.

  • Versterking van de dialoog en samenwerking betreffende veiligheidsaangelegenheden van gemeenschappelijk belang, met name door middel van de instelling van een geregelde veiligheidsdialoog EU-Centraal-Azië op hoog niveau in een regionaal formaat. Versterken van de samenwerking betreffende terrorismebestrijding, onder meer door middel van steun voor de implementatie van het gezamenlijk actieplan ter uitvoering van de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de VN in Centraal‑Azië.

  • Versterken van de samenwerking betreffende grensbeheer, migratie en asiel, bestrijding van georganiseerde críminaliteit, waaronder drugs- en mensenhandel.

  • Kazachstan aansporen de nodige laatste maatregelen te nemen voor spoedige toetreding tot de WTO; Tadzjikistan steunen bij zijn inspanningen voor toetreding en met Oezbekistan en Turkmenistan samenwerken opdat zij vooruitgang kunnen boeken met hun toetredingsonderhandelingen en -aanvragen.

  • Bevordering van economische diversifiëring, inclusieve groei en duurzaam regionaal ontwikkelingsbeleid gericht op armoedebestrijding, zakelijke diensten en ontwikkeling van het mkb; opvoeren van de samenwerking ter versterking van onze economische betrekkingen.

  • Consolidering van het netwerk van EU-delegaties in Centraal-Azië door zo spoedig mogelijk een delegatie in Turkmenistan te openen. Versterking van de samenwerking tussen de EU-delegaties en de ambassades van de lidstaten.

De EU streeft ernaar door middel van de uitvoering van de aanbevelingen voor optreden in deze evaluatie haar politieke dialoog en samenwerking met Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan, Turkmenistan en Oezbekistan in bilateraal en regionaal opzicht te versterken, de komende jaren aan gemeenschappelijke veiligheidsvraagstukken te werken, en een nieuw elan te geven aan de politieke, handels- en economische betrekkingen en de hervormingen.

De EU is vastbesloten haar beleidsdoelstellingen in Centraal-Azië in samenwerking met internationale actoren en internationale en regionale organisaties die in de regio werkzaam zijn, waaronder internationale financiële instellingen, te blijven bevorderen.

De Raad bedankt de aftredende Pierre Morel voor zijn voortreffelijke werk ter uitwerking en uitvoering van het EU-beleid ten behoeve van Centraal-Azië gedurende zijn zes jaar als speciaal vertegenwoordiger van de EU.

De EU was ingenomen met de benoeming van Patricia Flor tot nieuwe SVEU voor Centraal-Azië."

Betrekkingen met de Republiek Moldavië

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan het standpunt van de EU voor de veertiende zitting van de Samenwerkingsraad EU-Moldavië, die op 26 juni 2012 zal plaatsvinden in Brussel.

Democratische Republiek Congo

De Raad heeft de volgende conclusies over de situatie in het oosten van de Democratische Republiek Congo aangenomen:

1. "De Europese Unie (EU) volgt de verslechtering van de veiligheids- en mensenrechten­situatie in het oosten van de Democratische Republiek Congo met bezorgdheid. De EU veroordeelt de muiterij en de hervatting van de gevechten in de provincie Noord-Kivu. Zij roept alle landen in de regio op, actief met de Congolese autoriteiten samen te werken met het oog op de demobilisatie van de groepering M23 en alle andere gewapende groeperingen. De Unie is bezorgd over de recente berichten over externe steun voor de muiters, die ingaat tegen de sanctieregeling van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Geloofwaardige informatie moet grondig worden onderzocht.

2. De EU dringt er bij de partners in de regio, en met name bij de DRC en Rwanda, op aan de dialoog voort te zetten om zo snel mogelijk een einde te maken aan het geweld en tot een duurzame politieke oplossing te komen.

3. De EU dringt er bij alle partijen, met inbegrip van de gewapende groeperingen, op aan alles in het werk te stellen om de bevolking te beschermen en toegang voor humanitaire hulpverlening mogelijk te maken.

4. Tevens herhaalt de EU haar oproep om allen die voor ernstige schendingen verantwoorde­lijk zijn, voor de rechter te brengen.

5. De EU moedigt de MONUSCO aan haar inspanningen ten behoeve van stabilisatie voort te zetten overeenkomstig haar mandaat, met name waar het gaat om de bescherming van de burgerbevolking. Zij herinnert aan haar toezegging te streven naar meer stabiliteit, veiligheid en ontwikkeling in de regio, mede door middel van de activiteiten van onder meer de Europese instrumenten op het essentiële gebied van de hervorming van de veiligheidssector."

Europees nabuurschapsbeleid

De Raad heeft conclusies aangenomen over het pakket "Europees nabuurschapsbeleid", en bezien hoeveel vooruitgang er is geboekt met verscheidene politieke instrumenten op dit gebied, zoals het Oostelijk Partnerschap tussen de Unie en haar oostelijke buren (Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Georgië, de Republiek Moldavië en Oekraïne), het partnerschap voor democratie en gedeelde welvaart en de Unie voor het Middellandse Zeegebied met de zuidelijke mediterrane landen.

De conclusies luiden als volgt:

"De Raad herinnert aan het strategisch belang van de Europese nabuurschap, verwijst naar de Raadsconclusies over het ENB van 20 juni 2011, en verklaart zich ingenomen met de gezamenlijke mededeling van de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Commissie van 15 mei, waarin melding wordt gemaakt van de aanzienlijke vooruitgang die geboekt is bij de concretisering van het nieuw Europees nabuurschapsbeleid. Daarin worden de grote vorderingen bij de uitvoering van het partnerschap voor democratie en gedeelde welvaart met het zuidelijke Middellandse Zeegebied verwelkomd, en wordt uitgezien naar de uitvoering, in dialoog en samenwerking met de partners, van de bij de gezamenlijke mededeling gevoegde routekaart, mede met het oog op de ontwikkeling van synergieën met de Unie voor het Middellandse Zeegebied en andere regionale initiatieven. Ook is hij ingenomen met de goede vorderingen die zijn gemaakt bij de uitvoering van het Oostelijk Partnerschap en met de gezamen­lijke verklaring van de hoge vertegenwoordiger en de Commissie, waarin een routekaart wordt voorgesteld om sturing te geven aan de bilaterale en multilaterale werkzaamheden ter voorbereiding van de herfstbijeenkomst van de Europese Raad in 2013. Hij ziet uit naar de bekrachtiging van de routekaart tijdens de volgende ministeriële bijeenkomst van het Oostelijk Partnerschap en naar de aansluitende concretisering ervan."

Betrekkingen met Nieuw-Zeeland

De Raad heeft de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buiten­landse zaken en veiligheidsbeleid gemachtigd te onderhandelen over een kaderovereenkomst tussen de EU en haar lidstaten en Nieuw-Zeeland. Tegelijkertijd heeft hij onderhandelingsrichtsnoeren vastgesteld.

Richtsnoeren inzake EU-sancties

De Raad heeft de richtsnoeren inzake de implementatie en evaluatie van de beperkende maatregelen in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU herzien.

Afghanistan - beperkende maatregelen

De Raad heeft de beperkende maatregelen van de EU in verband met de situatie in Afghanistan aangepast aan de wijzigingen waartoe op VN-niveau is besloten. De wijzigingen behelzen een actualisering van de informatie met betrekking tot personen voor wie er sancties gelden; er zijn geen nieuwe personen toegevoegd aan de lijst van door de maatregelen getroffen personen.

Speciale vertegenwoordigers van de EU

De Raad heeft Patricia Flor benoemd tot speciale vertegenwoordiger van de EU voor Centraal-Azië. Zie persmededeling 11613/12 voor nadere bijzonderheden.

De Raad heeft ook de ambtstermijnen van verscheidene speciale vertegenwoordigers van de EU (SVEU) verlengd tot en met 30 juni 2013, en de hun toegewezen budgetten goedgekeurd. Het gaat om:

  • Rosalind Marsden, speciaal vertegenwoordiger van de EU voor Sudan en Zuid-Sudan;

  • Philippe LEFORT, speciaal vertegenwoordiger van de EU voor de zuidelijke Kaukasus en de crisis in Georgië;

  • Bernardino León, speciaal vertegenwoordiger van de EU voor het zuidelijke Middellandse Zeegebied;

  • Alexander Rondos, speciaal vertegenwoordiger van de EU voor de Hoorn van Afrika;

  • Vygaudas Usackas, speciaal vertegenwoordiger van de EU in Afghanistan.

Voorts heeft de Raad een nieuw budget vastgesteld voor de SVEU in Bosnië en Herzegovina, de heer Peter Sørensen. Zijn mandaat loopt tot en met 30 juni 2015; er is nu een budget van 5,25 miljoen euro toegewezen voor de periode van 1 juli 2012 tot en met 30 juni 2013.

Associatieovereenkomst met Midden-Amerika

De Raad heeft machtiging verleend tot ondertekening, namens de EU, van de associatie­overeenkomst met Midden-Amerika, te weten de republieken Costa Rica, El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua en Panama (16396/11).

EU-actie inzake mensenrechten en democratie in de wereld

De Raad heeft het verslag over EU-actie in 2011 inzake mensenrechten en democratie in de wereld, dat in document 9238/12 staat, goedgekeurd.

Wapenhandelsverdrag

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

  • "De Raad verklaart stellig zich ten uiterste te zullen inzetten voor het welslagen van de onderhandelingen over het Wapenhandelsverdrag. Het nieuwe juridisch bindende instrument moet de hoogst mogelijke gemeenschappelijke internationale normen vaststellen om de legale handel in conventionele wapens te regelen. De Raad is van mening dat het Wapenhandelsverdrag zal zorgen voor een meer verantwoordelijke en transparante wapenhandel, en aldus zal bijdragen aan de versterking van vrede en veiligheid, regionale stabiliteit en duurzame sociale en economische ontwikkeling.

  • De Raad ziet ernaar uit bij te dragen tot het succes van de VN-Conferentie over het Wapenhandelsverdrag die op 2-27 juli 2012 in New York plaatsvindt. De Raad verwelkomt de resultaten die de Voorbereidingscommissie voor de Conferentie heeft behaald; deze commissie heeft concrete, uitvoerige aanbevelingen gedaan die zijn weergegeven in het ontwerpdocument van de voorzitter van 14 juli 2011.

  • De Raad zal alles in het werk stellen om te bereiken dat de VN-Conferentie het eens wordt over een robuust en solide wapenhandelsverdrag, dat relevant moet zijn voor alle VN-lidstaten en daardoor universele gelding kan hebben. Daartoe roept de Raad alle VN-lidstaten op zich bij de onderhandelingen over het Verdrag ten volle in te zetten en aan het welslagen ervan bij te dragen.

  • De Raad is een krachtig voorstander van een Wapenhandelsverdrag waaronder alle conventionele militaire wapens en systemen vallen, onder meer handvuurwapens en lichte wapens (SALW), munitie, bijbehorende technologie en onderdelen en componenten. Het verdrag moet controle op de overdracht van en de tussenhandel in de onder het verdrag vallende wapens voorschrijven. Er moeten verschillende bepalingen voor verschillende soorten overdrachten in het verdrag worden opgenomen.

  • De Raad dringt aan op een Wapenhandelsverdrag dat duidelijke en stringente criteria bevat, waaraan wapenuitvoer en tussenhandel in wapens moeten worden getoetst. De behoefte aan stringente criteria is met name van belang om ervoor te zorgen dat wapens niet worden overgedragen indien er een aanmerkelijk risico bestaat dat ze kunnen worden gebruikt om mensenrechten of het internationaal humanitair recht te schenden.

  • De Raad benadrukt dat de implementatie van de controle van overdrachten op grond van een Wapenhandelsverdrag een nationale bevoegdheid moet zijn. De verdragspartijen zullen een juridisch en administratief systeem instellen dat ervoor zorgt dat zij, zoals het verdrag vereist, controle kunnen uitoefenen op de overdracht van goederen die onder een Wapenhandelsverdrag vallen. De verdragspartijen moeten er ook voor zorgen dat inbreuken op hun nationale controlesystemen daadwerkelijk verboden zijn en dat er passende sancties op staan.

  • De Raad is van oordeel dat het verdrag, om de wereldwijde handel verantwoordelijker te maken, geloofwaardige en doeltreffende bepalingen inzake transparantie moet bevatten. De verdragspartijen moeten met voldoende detail rapporteren over overdrachten, zoals vereist door het verdrag.

  • De Raad onderkent volledig dat bijstand moet worden verleend opdat onverkort uitvoering kan worden gegeven aan het verdrag. De Raad memoreert zijn Besluiten 2010/336/GBVB en 2009/42/GBVB, die worden uitgevoerd in samenwerking met het Instituut voor Ontwapeningsonderzoek van de Verenigde Naties, ter ondersteuning van de onderhande­lingen over en het toekomstig uitvoering geven aan een Wapenhandelsverdrag. De Raad herhaalt dat hij bereid is in voorkomend geval te blijven bijdragen aan de inspanningen van de VN-lidstaten om onverkort uitvoering te geven aan het Wapenhandelsverdrag zodra het is aangenomen."

Tegelijkertijd heeft de Raad richtsnoeren vastgesteld voor de onderhandelingen over het Wapenhandelsverdrag.

Externe financieringsinstrumenten

De Raad heeft een partiële algemene oriëntatie vastgesteld inzake een pakket van acht financiële instrumenten van de EU voor de externe betrekkingen uit hoofde van het meerjarig financieel kader (2014-2020).

Het gaat daarbij om:

  • het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II);

  • het Europees nabuurschapsinstrument;

  • het partnerschapsinstrument voor samenwerking met derde landen;

  • het stabiliteitsinstrument;

  • het financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in de wereld;

  • het instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid;

  • het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking;

  • het ontwerpbesluit van de Raad inzake de betrekkingen tussen de Europese Unie, enerzijds, en Groenland en het Koninkrijk Denemarken, anderzijds.

Tegelijkertijd heeft de Raad een partiële algemene oriëntatie vastgesteld ten aanzien van de herziene gemeenschappelijke voorschriften en procedures voor de tenuitvoerlegging van de instrumenten voor extern optreden van de Unie.

GEMEENSCHAPPELIJK VEILIGHEIDS- EN DEFENSIEBELEID

Kaderovereenkomst inzake deelname met de Republiek Moldavië

De Raad heeft machtiging verleend tot het openen van onderhandelingen met de republiek Moldavië over een overeenkomst tot vaststelling van een kader voor de deelname van de republiek Moldavië aan crisisbeheersingsoperaties van de EU.

EU-grensbijstandmissie in Rafah

De Raad heeft de missie van de Europese Unie voor bijstandverlening aan de grensovergang bij Rafah (EU BAM Rafah) verlengd tot en met 30 juni 2013. De Raad heeft ook een akkoord bereikt over het financiële referentiebedrag dat de uitgaven in verband met EU BAM Rafah voor die periode moet dekken.

Doel van EU BAM Rafah is te zorgen voor de aanwezigheid van een derde partij aan de grensovergang bij Rafah, ten einde, in samenwerking met de programma's voor institutionele opbouw van de Unie, bij te dragen tot de openstelling van de grensovergang bij Rafah en vertrouwen te wekken tussen de Israëlische regering en de Palestijnse Autoriteit.

EU-Politiemissie voor de Palestijnse Gebieden

De Raad heeft de politiemissie van de Europese Unie voor de Palestijnse Gebieden (EUPOL COPPS) verlengd tot en met 30 juni 2013. De Raad heeft ook een akkoord bereikt over het financiële referentiebedrag dat de uitgaven in verband met EUPOL COPPS voor die periode moet dekken.

Het doel van de missie is bij te dragen tot de totstandbrenging van een duurzame en doeltreffende politiestructuur onder Palestijns gezag die aan de hoogste internationale normen voldoet, in samenwerking met de programma's van de EU voor institutionele opbouw en andere internationale inspanningen in de ruimere context van de veiligheidssector, met inbegrip van de hervorming van het strafrechtstelsel.

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

Herziening van de EU-lijst van terroristen

De Raad heeft de volgende teksten aangenomen:

  • het Besluit van de Raad inzake de actualisering van de lijst van personen, groepen en entiteiten die onderworpen zijn aan de artikelen 2, 3 en 4 van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme;

  • de verordening tot uitvoering van artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme.

Voorts heeft de Raad de aanneming bevestigd van de motivering voor de handhaving van personen, groepen en entiteiten op de lijsten, en zijn goedkeuring gehecht aan de kennisgevingsbrieven die hun zullen worden toegezonden. De kennisgeving zal worden bekendgemaakt in het Publicatieblad.

Overeenkomstig Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB en Verordening (EG) nr. 2580/2001 moet de Raad de namen van de personen, groepen en entiteiten die op de lijsten bij beide wetgevingshandelingen zijn geplaatst, regelmatig en ten minste om de zes maanden evalueren om na te gaan of de vermelding ervan nog steeds terecht is.

EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

Wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-overeenkomst

De Raad heeft een besluit aangenomen betreffende het door de EU in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-Overeenkomst (9393/2/12).

Wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-overeenkomst

De Raad heeft een besluit aangenomen betreffende het door de EU in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst.

Doel van het besluit is nieuw EU-acquis betreffende bepaalde nationale technische voorschriften op goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht en de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten in de EER-overeenkomst op te nemen.

VIA DE SCHRIFTELIJKE PROCEDURE AANGENOMEN BESLUITEN

Syrië - beperkende maatregelen

De Raad heeft op 20 juni via de schriftelijke procedure een besluit aangenomen ter verduidelijking van de reikwijdte van het wapenembargo van de EU tegen Syrië.


Side Bar