Navigation path

Left navigation

Additional tools

[Graphic in PDF & Word format]




RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE

NL
C/08/105
8619/08 (Presse 105)
(OR. en)
PERSMEDEDELING
2864e en 2865e zitting van de Raad
Algemene Zaken en Externe Betrekkingen
Luxemburg, 29 april 2008
Voorzitter de heer Dimitrij RUPEL
minister van Buitenlandse Zaken van Slovenië

Voornaamste resultaten van de Raadszitting
De Raad heeft de ondertekening van de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO) en van de interim-overeenkomst met Servië toegejuicht als een belangrijke stap voor dit land op de weg naar de EU. De Raad ziet uit naar intensievere samenwerking met Servië via het breed opgezette kader dat deze overeenkomsten en de andere mechanismen van het stabilisatie- en associatieproces bieden. Memorerend dat volledige samenwerking met het ICTY, wat inhoudt dat al het mogelijke moet worden gedaan om aangeklaagde personen aan te houden en over te dragen, een essentieel element van deze overeenkomsten is, kwamen de ministers overeen om de SAO ter bekrachtiging aan hun parlementen voor te leggen, en besloot de Gemeenschap om de interim-overeenkomst toe te passen zodra de Raad vaststelt dat Servië volledig samenwerkt met het ICTY. De Raad en de Commissie zullen regelmatig toetsen of Servië volledig met het ICTY blijft samenwerken. De EU en haar lidstaten zullen Servië daarin bijstaan. De ondertekening van de SAO en van de interim-overeenkomst vond plaats in de marge van de Raad.
De Raad is verheugd over de afsluiting van de eerste fase van de politiehervorming in Bosnië en Herzegovina met de recente aanneming van twee politiewetten. De Raad herhaalde dat een akkoord over de politiehervorming conform de drie beginselen van de EU, een van de noodzakelijke voorwaarden is voor verdere vooruitgang op de weg naar de sluiting van de SAO. De Raad onderkende dat BiH vooruitgang heeft geboekt met betrekking tot de vier voorwaarden voor de ondertekening van de SAO, zoals opgenomen in de conclusies van de Raad van 12 december 2005. Ofschoon Bosnië en Herzegovina nog meer inspanningen zal moeten doen om de hervormingen aan te pakken, verklaarde de Raad zich bereid de SAO te ondertekenen. Er zijn technische voorbereidingen gaande.
* * *
De Raad heeft tevens zonder debat een verordening aangenomen tot hervorming van de gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt van de EU. De hervorming heeft tot doel het concurrentievermogen van de wijnproducenten in de EU te verhogen, marktaandeel terug te winnen in de Europese Unie en daarbuiten, een evenwicht tussen vraag en aanbod tot stand te brengen, de regelgeving te vereenvoudigen, de beste tradities van de Europese wijnproductie in stand te houden, het sociale weefsel in plattelandsgebieden te versterken, en het milieu te respecteren. Afgezien van een aantal uitzonderingen, is de verordening van toepassing met ingang van 1 augustus 2008. De verordening past binnen de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU, die in 2003 van start ging.

INHOUD1

Georgië 19

Scheepvaartfraude 19

Tibet 19

EVENEMENTEN IN DE MARGE VAN DE RAAD 20

EXTERNE BETREKKINGEN

  • Oezbekistan - Restrictieve maatregelen - Conclusies van de Raad 21
  • Evaluatie van de EU-richtsnoeren inzake foltering - Conclusies van de Raad 23
  • Afghanistan - Conclusies van de Raad 23
  • Betrekkingen met Latijns-Amerika en het Caribisch gebied 25
  • Betrekkingen met de Samenwerkingsraad van de Golf 26

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

  • ACS-EG-partnerschapsovereenkomst - Tussentijdse evaluatie 26

HANDELSBELEID

  • Antidumping - Bedlinnen, cumarine en schoeisel 27

ALGEMENE ZAKEN

  • Besprekingen in andere Raadsformaties 27
  • Communiceren over Europa - Conclusies van de Raad 27

TRANSPARANTIE

  • Jaarverslag inzake de toegang van het publiek tot documenten 28
  • Toegang van het publiek tot documenten 28

BEGROTING

  • Bijstelling van het meerjarig financieel kader van de EU 29

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

  • Tijdschema voor SIS II 29
  • Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving - Deelneming van Turkije 29

LANDBOUW

  • Hervorming van de wijnsector 30
  • Toezicht op boviene spongiforme encefalopathie (BSE) 32

ONDERZOEK

  • Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal * 32

MILIEU

  • Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid - Onderhandelingsrichtsnoeren 33

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:

de heer Karel DE GUCHT minister van Buitenlandse Zaken

de heer Olivier CHASTEL staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken

Bulgarije:

de heer Ivailo KALFIN vice-minister-president en minister van Buitenlandse Zaken

Tsjechische Republiek:

de heer Karel SCHWARZENBERG minister van Buitenlandse Zaken

Denemarken:

de heer Per Stig MøLLER minister van Buitenlandse Zaken

de heer Michael ZILMER-JOHNS staatssecretaris voor Buitenlands en Veiligheidsbeleid, EU-beleid en EU-coördinatie

Duitsland:

de heer Günter GLOSER staatsminister van Buitenlandse Zaken

Estland:

de heer Urmas PAET minister van Buitenlandse Zaken

Ierland:

de heer John McGUINNESS onderminister, ministerie van Ondernemingen, Handel en Werkgelegenheid (belast met Handel)

Griekenland:

de heer Ioannis VALINAKIS staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Spanje:

de heer Diego LÓPEZ GARRIDO staatssecretaris van Europese Zaken

Frankrijk:

de heer Jean-Pierre JOUYET staatssecretaris, belast met Europese Zaken

Italië:

de heer Rocco CANGELOSI permanente vertegenwoordiger

Cyprus:

de heer Markos KYPRIANOU minister van Buitenlandse Zaken

Letland:

de heer Māris RIEKSTIŅŠ minister van Buitenlandse Zaken

Litouwen:

de heer Petras VAITIEKŪNAS minister van Buitenlandse Zaken

Luxemburg:

de heer Jean ASSELBORN vice-minister-president, minister van Buitenlandse Zaken en Immigratie

de heer Nicolas SCHMIT gedelegeerd minister van Buitenlandse Zaken en Immigratie

Hongarije:

mevrouw Kinga GÖNCZ minister van Buitenlandse Zaken

Malta:

de heer Tonio Borg vice-minister-president, minister van Buitenlandse Zaken

Nederland:

de heer Maxime VERHAGEN minister van Buitenlandse Zaken

de heer Frans TIMMERMANS minister voor Europese Zaken

Oostenrijk:

mevrouw Ursula PLASSNIK minister van Europese en Internationale Zaken

Polen:

De heer Radosław SIKORSKI minister van Buitenlandse Zaken

Portugal:

de heer Manuel LOBO ANTUNES staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken

Roemenië:

de heer Lazar COMANESCU minister van Buitenlandse Zaken

Slovenië:

de heer Dimitrij RUPEL minister van Buitenlandse Zaken

de heer Matjaž ŠINKOVEC staatssecretaris, kabinet van de minister-president

de heer Janez LENARČIČ staatssecretaris, Regeringsbureau voor Europese zaken

Slowakije:

mevrouw Diana STROFOVA staatssecretaris, ministerie van Buitenlandse Zaken

Finland:

de heer Alexander STUBB minister van Buitenlandse Zaken

mevrouw Astrid THORS minister van Migratie en Europese Zaken

Zweden:

de heer Carl BILDT minister van Buitenlandse Zaken

Verenigd Koninkrijk:

de heer Jim MURPHY onderminister voor Europa

Commissie:

de heer Olli REHN lid

de heer Louis MICHEL lid

mevrouw Benita FERRERO-WALDNER lid

Secretariaat-generaal van de Raad

de heer Javier SOLANA secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voor het GBVB

BESPROKEN PUNTEN

WESTELIJKE BALKAN - Conclusies van de Raad

De Raad heeft de situatie op de Westelijke Balkan besproken, met bijzondere aandacht voor Servië en Bosnië en Herzegovina, en heeft de volgende conclusies aangenomen:

"SERVIË

De Raad verwelkomt de ondertekening van de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO) en de interim-overeenkomst met Servië als een belangrijke stap voor dit land op de weg naar de EU. Hij ziet uit naar intensievere samenwerking met Servië via het breed opgezette kader dat deze overeenkomsten en de andere mechanismen van het stabilisatie- en associatieproces bieden.

De Raad memoreerde aan artikel 2, artikel 4 en artikel 133 van de SAO, alsmede aan artikel 1 en artikel 54 van de interim-overeenkomst, en verklaarde dat volledige samenwerking met het ICTY, wat inhoudt dat al het nodige moet worden gedaan om aangeklaagde personen aan te houden en over te dragen, een essentieel element van deze overeenkomsten is.

De ministers zijn derhalve overeengekomen om de SAO ter bekrachtiging aan hun parlementen voor te leggen, en de Gemeenschap heeft besloten om de interim-overeenkomst toe te passen zodra de Raad vaststelt dat Servië volledig samenwerkt met het ICTY.

De Raad en de Commissie zullen regelmatig toetsen of Servië volledig met het ICTY blijft samenwerken. De EU en haar lidstaten zullen Servië daarbij bijstaan.

BOSNIË EN HERZEGOVINA

De Raad was verheugd over de recente aanneming van de twee politiewetten, waardoor de eerste fase van de politiehervorming wordt afgesloten. De Raad herhaalde dat een akkoord over de politiehervorming conform de drie beginselen van de EU, een van de noodzakelijke voorwaarden is voor verdere vooruitgang op de weg naar de sluiting van de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO).

De Raad onderkende dat BiH vooruitgang heeft geboekt met betrekking tot de vier voorwaarden voor de ondertekening van de SAO, zoals opgenomen in de conclusies van de Raad van 12 december 2005. Ofschoon Bosnië en Herzegovina nog meer inspanningen zal moeten doen om de hervormingen aan te pakken, verklaarde de Raad zich bereid de SAO te ondertekenen. Er zijn technische voorbereidingen gaande.

De Raad onderstreepte het belang van de toekomstige SAO als essentieel kader voor de betrekkingen tussen de EU en BiH, en als belangrijk element voor de handhaving van de stabiliteit en de intensivering van de dialoog binnen BiH. Daarom riep de Raad alle politieke krachten van BiH op hun inspanningen te bundelen en met grote vastberadenheid door te gaan met de hervormingsagenda, onder meer met de in het Europees partnerschap gestelde prioriteiten.

Herinnerend aan zijn conclusies van 10 maart 2008 riep de Raad de Europese Commissie ertoe op zo spoedig mogelijk een visumdialoog met BiH op gang te brengen.

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE OVER DE WESTELIJKE BALKAN

De Raad was ingenomen met de mededeling van de Commissie getiteld: "Westelijke Balkan: versterking van het Europees perspectief", die als uitgangspunt diende voor de besprekingen tijdens de informele bijeenkomst van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken (Gymnich) en op het forum EU - Westelijke Balkan in Brdo op 29 maart 2008.

De vooruitgang die de afgelopen jaren via het stabilisatie- en associatieproces is geboekt, moet worden geconsolideerd en onomkeerbaar worden gemaakt. Het Europees perspectief moet voor alle mensen in de Westelijke Balkan tastbaar en duidelijker zichtbaar worden gemaakt.

De Raad was derhalve verheugd dat de dialoog over visumliberalisering op gang is gebracht, en zag uit naar de bespreking van de scenario's voor alle landen in de regio. De Raad nam er met instemming kennis van dat de Commissie voornemens is een groter aantal studiebeurzen toe te kennen aan studenten uit de Westelijke Balkan die in de EU willen studeren, een initiatief om de steun aan het maatschappelijk middenveld op te voeren en de coördinatie met internationale financiële instellingen en bilaterale donoren te versterken teneinde de sociaaleconomische ontwikkeling in de regio te ondersteunen. De Raad sprak zijn steun uit voor het voorstel voor nauwere samenwerking op het gebied van rampenbestrijding, paraatheid en reactie in de regio, en riep op tot verdere deelname van de Westelijke Balkanlanden aan communautaire programma's en agentschappen; hij riep tevens op om de regionale hogeschool voor bestuurskunde (ReSPA) begin 2009 tot een volwaardige onderwijsinstelling uit te bouwen.

De Raad is vastbesloten de onverkorte uitvoering van die maatregelen te steunen. De Raad verzocht ook andere Raadsformaties om zich actief in te zetten voor in de mededeling aan de orde gestelde vraagstukken zoals vervoer en energie.".

ZIMBABWE - Conclusies van de Raad

De Raad heeft de situatie in Zimbabwe besproken, en de volgende conclusies aangenomen:

  1. "De Raad volgt de situatie in Zimbabwe na de verkiezingen van 29 maart van nabij en geeft uiting aan zijn diepe bezorgdheid over het feit dat de uitslag van de presidentsverkiezingen nog steeds niet bekend is gemaakt en dat sprake is van intimidatie, schendingen van de mensenrechten en geweld.
  2. De EU acht het onaanvaardbaar en niet te rechtvaardigen dat de uitkomst van de presidentsverkiezingen vier weken nadat het Zimbabwaanse volk zijn fundamentele democratische recht heeft uitgeoefend, nog steeds niet bekendgemaakt is. De EU dringt aan op onmiddellijke bekendmaking van deze verkiezingsuitslag en wenst dat de vrije en democratische wilsuiting van het Zimbabwaanse volk daarin werkelijk weerspiegeld wordt, want de vertragingen doen ernstige twijfel rijzen aan de geloofwaardigheid van het hele proces.
  3. De EU veroordeelt het geweld en de intimidatie van de bevolking na de verkiezingen en dringt aan op de onmiddellijke stopzetting daarvan. De EU is van mening dat het bij deze ernstige incidenten lijkt te gaan om gerichte en politiek gemotiveerde aanvallen tegen de voorstanders van democratische veranderingen. Tevens onderstreept de EU dat de recente aanhoudingen aantonen dat de regering van Zimbabwe niet van plan is de kiescommissie in Zimbabwe als onafhankelijke instelling te laten functioneren.
  4. De EU merkt op dat vrijheid van vergadering, mediavrijheid en een sfeer die vrij is van intimidatie of geweld essentiële voorwaarden zijn voor het houden van vrije en eerlijke verkiezingen en verlangt dat het verkiezingsproces wordt afgesloten in een sfeer waarin deze beginselen worden nageleefd.
  5. Voor de landen in de regio, de Ontwikkelingsgemeenschap van zuidelijk Afrika en de Afrikaanse Unie is een zeer belangrijke rol weggelegd en zij hebben de plicht zich te blijven inzetten voor een oplossing van de crisis in Zimbabwe. De EU deelt de zorg van de SADC over de situatie en zegt nogmaals haar volledige steun toe voor de inspanningen van deze organisatie om de huidige crisis op te lossen. In dit verband wordt de buitengewone top die in Lusaka is gehouden, door de Raad gewaardeerd.
  6. De Raad blijft zich zorgen maken over de mogelijke gevolgen van de huidige gebeurtenissen voor de stabiliteit in de regio en verzoekt de SADC derhalve er bij de autoriteiten van Zimbabwe met hernieuwde vastberadenheid op aan te sturen dat de afspraken van de top in Lusaka, waaronder het besluit dat de SADC tot het einde actief bij het verkiezingsproces betrokken zal blijven, worden nagekomen.
  7. De EU verwelkomt de verklaring van de voorzitter van de Commissie van de Afrikaanse Unie, de heer Konaré, waarin wordt herhaald dat de AU bereid is tot samenwerking met alle betrokken partners, de SADC en de internationale gemeenschap om ervoor te zorgen dat het verkiezingsproces in Zimbabwe tot een goed einde wordt gebracht.
  8. De EU herinnert eraan dat zij geen wapens levert of verkoopt, noch aanverwant materiaal of uitrusting die voor binnenlandse repressie in Zimbabwe kan worden gebruikt. Zij moedigt de andere partijen aan om in dit stadium dezelfde terughoudendheid aan de dag te leggen door een feitelijk moratorium op die verkoop in te stellen, en is ingenomen met de maatregelen die in dit verband reeds zijn genomen.
  9. De EU zal de situatie van nabij blijven volgen en zal blijven zoeken naar manieren om meer vat te krijgen op degenen die zich in de tijd na de verkiezingen schuldig maken aan door de overheid gesteund geweld en intimidatie of er de leiding van nemen.
  10. De Raad memoreert dat hij achter het Zimbabwaanse volk blijft staan en benadrukt dat de EU de belangrijkste donor voor Zimbabwe blijft. De EU bevestigt voorts dat zij ertoe bereid is elke gelegenheid tot dialoog met een democratisch verkozen regering van Zimbabwe te blijven benutten en, zodra de omstandigheden het toestaan, een begin te maken met de hervatting van volledige samenwerking.".

VREDESPROCES IN HET MIDDEN-OOSTEN

De ministers hebben een bespreking gewijd aan het vredesproces in het Midden-Oosten, ter voorbereiding van de komende bijeenkomst van de hoofdrolspelers in het Kwartet en de ministeriële conferentie van het ad hoc Verbindingscomité op 2 mei 2008 in Londen.

IRAK

De Raad heeft van gedachten gewisseld over Irak, ter voorbereiding van de conferentie voor de toetsing van het "International Compact" met Irak, die op 29 mei 2008 in Stockholm zal worden gehouden.

PAKISTAN - Conclusies van de Raad

De Raad heeft de situatie in Pakistan besproken en de volgende conclusies aangenomen:

  1. "De Raad is verheugd over de vooruitgang die er recentelijk in Pakistan in het democratiseringsproces is geboekt. De verkiezingen van 18 februari 2008, die in het algemeen als competitief worden beschouwd, waardoor het vertrouwen van de bevolking is toegenomen, hebben Pakistan en de EU nieuwe kansen geboden om hun bestaande relatie te verbeteren en te verdiepen. De Raad is ingenomen met de overgang naar nieuwe regeringen op federaal en provinciaal niveau en met de eerste stappen om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te herstellen.
  2. De EU steunt onverkort de regering van Pakistan bij de bestrijding van terrorisme, rebellie en het gewelddadig verzet tegen een vreedzame en democratische samenleving. De Raad is zich bewust van de offers die de Pakistaanse bevolking en de veiligheidsdiensten hebben gebracht in de strijd tegen een radicale minderheid, die er op uit is de vooruitgang te ontwrichten en tegen gematigde tendensen gekant is. De Raad roept de regering van Pakistan op om de onderliggende oorzaken van radicalisering aan te pakken, door een samenhangende aanpak waarvan democratisering, sociaal-economische ontwikkeling, onderwijs en een interculturele dialoog onderdeel zijn.
  3. De Raad benadrukt het vaste voornemen van de EU om het volk en de regering van Pakistan te blijven steunen. De Raad spreekt zijn waardering uit voor de dialoog tussen de EU en Pakistan, en herhaalt zijn wens om de betrekkingen tussen de EU en Pakistan verder te versterken, met volledige inachtneming van het internationaal recht en de resoluties van de VN-Veiligheidsraad. De nadruk zal in het bijzonder liggen op economische ontwikkeling en handel, bestrijding van terrorisme, non-proliferatie, mensenrechten, migratie, onderwijs, interculturele vraagstukken en regionale samenwerking, alsmede op kwesties van ruimer internationaal belang.
  4. De kern van de samenwerking tussen de EU en Pakistan is de versterking van de ontwikkeling op lange termijn, onder meer op het gebied van plattelandsontwikkeling en onderwijs. De EU zal nagaan hoe haar steun aan onderwijs, onder meer voor alfabetisering van volwassenen en voor beroepsopleiding, kan worden versterkt. De Europese Commissie, die haar financiële steun aan Pakistan voor de periode 2007-2010 aanzienlijk heeft opgevoerd, zal de reguliere dialoog in het kader van de Samenwerkingsovereenkomst van 2004 voortzetten.
  5. Op basis van de aanbevelingen van de EU-verkiezingswaarnemingsmissie zal de EU met de Pakistaanse autoriteiten contact opnemen om samen na te gaan hoe de versterking van de democratische instellingen, het verkiezingskader met bijzondere aandacht voor institutionele opbouw, wetgevingshervormingen en de kiezersopkomst kan worden ondersteund. Vooruitgang op dat gebied is van essentieel belang voor de veiligheid en de stabiliteit van Pakistan op lange termijn. De Raad beklemtoont opnieuw het belang van versterkte EU-steun aan en een dialoog over de rechtsstaat.
  6. De bevordering van de mensenrechten is een van de hoofdprioriteiten van de EU, met speciale aandacht voor de rechten van vrouwen en kinderen. Het halfjaarlijks overleg inzake mensenrechten tussen de EU-Missiehoofden in Islamabad en de regering van Pakistan onderstreept dit engagement.
  7. De Raad bevestigt zijn steun voor brede en substantiële samenwerking tussen Pakistan en zijn buren. In dat verband onderschrijft de EU onverkort initiatieven ter verbetering van de grensoverschrijdende banden tussen Pakistan en Afghanistan, onder meer in het kader van de G8, middels het Proces van Ankara en de Regionale Conferentie voor Economische Samenwerking over Afghanistan. De Raad verklaart opnieuw dat hij de voortzetting van de brede dialoog tussen Pakistan en India steunt. Voorts onderkent de EU dat het van belang is de kansen voor een sterkere integratie van de regionale handel via SAARC/SAFTA te ondersteunen. De EU zal blijven nagaan op welke wijze de handel met Pakistan en de handel binnen Zuid-Azië kan worden versterkt.
  8. De Raad onderstreept dat hij zich ertoe verbindt om op internationale fora met Pakistan samen te werken op het gebied van non-proliferatie en de ontmanteling van massavernietigingswapens. Steun van Pakistan voor het beginnen van onderhandelingen door de ontwapeningsconferentie in Genève over een verdrag voor een verbod op de vervaardiging van splijtstof voor kernwapens, zou in dat verband een sterk signaal kunnen zijn. De Raad beklemtoont dat de samenwerking van Pakistan met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie van belang is om meer informatie te verkrijgen over de niet-opgeloste vraagstukken in verband met het kernprogramma van Iran.
  9. De Raad zal het EU-beleid ten aanzien van Pakistan regelmatig evalueren.".

BIRMA/MYANMAR - Conclusies van de Raad

De Raad heeft de situatie in Birma/Myanmar besproken en de volgende conclusies aangenomen:

  1. "De Europese Unie blijft diep bezorgd over de situatie in Birma/Myanmar en dringt er nogmaals bij de autoriteiten op aan snel stappen te zetten met het oog op de overgang naar een legitieme burgerregering en op nationale verzoening.
  2. De Raad neemt nota van het rapport van de speciale VN-gezant voor Myanmar, Ibrahim Gambari, over het ontbreken van directe, tastbare resultaten van zijn recente bezoek aan Birma/Myanmar. De EU herhaalt dat zij de bemiddelingsmissie van de secretaris-generaal van de VN ten volle steunt, en roept de partners, met name de buurlanden van Birma/Myanmar, op hetzelfde te doen.
  3. De Raad heeft lof voor het werk van speciaal EU-gezant Piero Fassino ter ondersteuning van de inspanningen van de VN, en bij de coördinatie met de Aziatische partners. De EU zal haar nauwe overleg met de ASEAN-leden en de andere buurlanden van Birma/Myanmar, waaronder de landen die zijn vertegenwoordigd in de VN-Veiligheidsraad, nog verder opvoeren.
  4. De Raad blijft ervan overtuigd dat alleen een proces waaraan ten volle wordt deelgenomen door alle betrokken partijen in het land, met inbegrip van Daw Aung San Suu Kyi en de etnische groeperingen, tot nationale verzoening en stabiliteit kan leiden. De Raad is derhalve van mening dat de ontwerp-grondwet, het referendum en de verkiezingen in hun huidige opzet geen oplossing bieden voor de vele problemen waarmee Birma/Myanmar wordt geconfronteerd.
  5. De Raad roept de autoriteiten ertoe op, alle politieke actoren voorafgaand aan het referendum op 10 mei een vrij en open debat over de grondwet toe te staan, en de wetten die kritiek op de Nationale Conventie en het referendum verbieden, in te trekken. De EU roept de autoriteiten ertoe op, te waarborgen dat het referendum vrij en eerlijk zal zijn, en internationale waarnemers uit te nodigen. De Raad dringt er bij de autoriteiten op aan, de transparantie van het politieke proces te waarborgen, en het volk van Birma/Myanmar duidelijkheid te verschaffen over het toekomstige politieke proces en de verkiezingen in 2010.
  6. De Raad spreekt zijn bezorgdheid erover uit dat de ontwerp-grondwet beperkingen inzake de verkiesbaarheid voor hoge politieke ambten zou bevatten, het leger de mogelijkheid zou bieden de grondwet naar believen op te schorten, en zou nalaten een oplossing te bieden voor de etnische diversiteit van het land.
  7. De Raad herhaalt zijn oproep tot onmiddellijke vrijlating van alle politieke gevangenen, waaronder Daw Aung San Suu Kyi, en betreurt de toegenomen intimidaties en gewelddadigheden in de aanloop naar het referendum. De Raad herhaalt zijn oproep aan de autoriteiten om ten volle samen te werken met de speciale VN-rapporteur voor de situatie van de mensenrechten in Myanmar en om diens aanbevelingen op te volgen.
  8. De Raad wijst erop dat vandaag het gemeenschappelijk standpunt is vastgesteld tot verlenging met nog eens twaalf maanden van beperkende maatregelen tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van de mensenrechten en het uitblijven van ontwikkeling in Birma/Myanmar. Herinnerend aan de Raadsconclusies van 15 oktober 2007, herhaalt de Raad dat hij bereid is in het licht van de ontwikkelingen in het land die maatregelen te herzien of te wijzigen, dan wel verdere beperkende maatregelen te treffen.
  9. De Raad memoreert dat in het kader van zijn beperkende maatregelen tegen Birma/Myanmar het verkopen, leveren, overdragen en uitvoeren van wapens en aanverwant materiaal van enigerlei aard verboden is. De Raad moedigt de internationale gemeenschap aan, soortgelijke maatregelen te nemen.
  10. De EU brengt haar onverminderd sterke engagement voor het welzijn van de mensen in Birma/Myanmar in herinnering. De EU en haar lidstaten verlenen substantiële bijstand aan hun land. De EU blijft bereid positief te reageren op werkelijke vooruitgang op weg naar democratie door Birma/Myanmar bij te staan in zijn ontwikkeling en door nieuwe terreinen van samenwerking te vinden.".

* * *

De Raad heeft een gemeenschappelijk standpunt vastgesteld waarbij de beperkende maatregelen tegen Birma/Myanmar tot en met 30 april 2009 worden verlengd en de lijsten van personen en ondernemingen die onder de beperkende maatregelen vallen, worden bijgewerkt (8391/08).

De nieuwe lijsten houden rekening met wijzigingen in de regering, de veiligheidstroepen, de Staatsvrede- en ontwikkelingsraad en de administratie in Birma/Myanmar, alsmede in de persoonlijke situatie van de betrokkenen. In de lijsten zijn verdere personen opgenomen die betrokken zijn bij het regime in Birma/Myanmar, en verantwoordelijk worden geacht voor de uitvoering van repressiemaatregelen, en verdere ondernemingen die eigendom zijn of onder controle staan van het bewind van Birma/Myanmar of van personen die banden hebben met het bewind.

De beperkende maatregelen die oorspronkelijk in 1996 waren vastgesteld, werden vervangen door nieuwe maatregelen op grond van Gemeenschappelijk Standpunt 2006/318/GBVB, dat in april 2006 door de Raad werd vastgesteld. Die maatregelen behelzen een visumverbod en bevriezing van de tegoeden van de leden van het militaire regime en andere personen, groepen en ondernemingen die Birma/Myanmar beletten een democratie te worden. De beperkende maatregelen behelzen tevens een verbod op het beschikbaar stellen van leningen of kredieten aan ondernemingen die eigendom zijn van de Birmese staat en op het verwerven of vergroten van een deelneming in deze ondernemingen.

Naar aanleiding van het optreden van de Birmese autoriteiten tegen vreedzame demonstranten in de herfst van 2007 en de aanhoudende schendingen van de mensenrechten in Birma/Myanmar heeft de Raad in november 2007 aanvullende maatregelen vastgesteld die gericht zijn tegen de inkomsten van het bewind, zoals houtkap, houtverwerking en de winningsindustrie.

BETREKKINGEN MET RUSLAND

De Raad heeft een bespreking gewijd aan de onderhandelingsrichtsnoeren voor een nieuwe overeenkomst, die een breed opgezet kader moet bieden voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland.

DIVERSEN

Georgië

De Raad heeft van gedachten gewisseld over de recente ontwikkelingen in de conflictgebieden in Georgië naar aanleiding van het op 16 april 2008 door Rusland bekendgemaakte besluit om zonder toestemming van de Georgische regering officiële betrekkingen aan te knopen met de instellingen van de feitelijke autoriteiten in Zuid-Ossetië en Abchazië, en over de lopende en voorgenomen contacten die erop gericht zijn een verdere toename van de spanningen te verhinderen.

Scheepvaartfraude

Naar aanleiding van de recente daden van piraterij tegen Franse en Spaanse vaartuigen in de internationale wateren vóór de kust van Somalië heeft de Raad op initiatief van Spanje van gedachten gewisseld over manieren om met name in het kader van de VN bij te dragen tot een internationaal optreden ter voorkoming en bestrijding van dergelijke daden.

Tibet

Ten vervolge op de besprekingen tijdens hun informele ontmoeting in Brdo (Slovenië) op 29 maart 2008, hebben de ministers een evaluatie gemaakt van de lopende contacten in verband met de situatie in de autonome Chinese regio Tibet, die onder meer tijdens het recente bezoek van de Commissie aan China hebben plaatsgevonden.

EVENEMENTEN IN DE MARGE VAN DE RAAD

In de marge van de Raad hebben de volgende evenementen plaatsgevonden:

28 april 2008:

  • Associatieraad met Egypte
  • Trojka EU-ECOWAS (zie definitieve persmededeling in document 8936/08)
  • Trojka EU-OVSE
  • Stabilisatie- en Associatieraad EU-Kroatië (zie persmededeling in document 4353/08).

29 april 2008:

  • Ondertekening van de stabilisatie- en associatieovereenkomst en van de interim-overeenkomst met Servië
  • Trojka EU-Rusland.

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

EXTERNE BETREKKINGEN

Oezbekistan - Restrictieve maatregelen - Conclusies van de Raad

De Raad heeft een gemeenschappelijk standpunt betreffende restrictieve maatregelen tegen Oezbekistan vastgesteld (8416/08), waarbij de opschorting van de visumbeperkingen na evaluatie van de toestand met nog eens zes maanden wordt verlengd tot en met 13 november 2008, teneinde de Oezbeekse autoriteiten aan te moedigen maatregelen te nemen voor de verbetering van de mensenrechtensituatie.

De restrictieve maatregelen zijn ingevoerd bij Gemeenschappelijk Standpunt 2005/792/GBVB, dat in november 2005 door de Raad is vastgesteld als reactie op het buitensporige, disproportionele en willekeurige gebruik van geweld door de Oezbeekse veiligheidsdiensten tijdens de gebeurtenissen in Andizjan in mei 2005. Bepaalde restrictieve maatregelen werden een jaar later verlengd bij Gemeenschappelijk Standpunt 2006/787/GBVB. In mei 2007 verlengde de Raad de inreisbeperkingen voor bepaalde personen met zes maanden (Gemeenschappelijk Standpunt 2007/338/GBVB). In november 2007 stelde de Raad Gemeenschappelijk Standpunt 2007/734/GBVB vast, waarbij bepaalde restrictieve maatregelen, opgelegd bij Gemeenschappelijk Standpunt 2005/792/GBVB, werden verlengd.

* * *

De Raad heeft tevens de volgende conclusies aangenomen:

"1. Herinnerend aan zijn vorige conclusies, en met name aan Gemeenschappelijk Standpunt 2007/734/GBVB van 13 november 2007, juicht de Raad de vorderingen toe die Oezbekistan de afgelopen maanden heeft geboekt bij de bevordering en bescherming van de mensenrechten en de rechtsstaat, met name de afschaffing van de doodstraf, de invoering van het "habeas corpus" en de ratificatie van het Verdrag over de ergste vormen van kinderarbeid van de IAO. De Raad ziet uit naar de effectieve uitvoering van deze maatregelen en is klaar om Oezbekistan op dat punt bij staan. De Raad herhaalt ook bereid te zijn de samenwerking met Oezbekistan op te voeren op alle prioritaire gebieden die in de EU-strategie voor Centraal-Azië worden genoemd.

2. De Raad is verheugd dat vier mensenrechtenactivisten, namelijk Saidjahon Zainabitdinov, Ikhtior Khamraev, Ulugbek Kattabaev en Bobomurod Mavlanov, in februari 2008 door de Oezbeekse autoriteiten zijn vrijgelaten en dat de proeftijd van twee andere, Gulbahor Turaeva en Umida Niazova, die vorig jaar uit de gevangenis zijn vrijgelaten, is ingetrokken.

3. De Raad was ook verheugd dat de Oezbeekse regering een akkoord heeft bereikt met het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRK) over de hervatting van de bezoeken van het ICRK aan gevangenissen in Oezbekistan. De Raad zal nauwlettend in het oog houden of dit akkoord effectief wordt uitgevoerd.

4. De Raad ziet uit naar voortzetting van een breed opgezette en resultaatgerichte dialoog met de Oezbeekse autoriteiten en juicht in dat verband toe dat Oezbekistan ermee heeft ingestemd in mei/juni van dit jaar een tweede ronde van de mensenrechtendialoog EU-Oezbekistan te houden. De Raad ziet er ook naar uit een EU-seminar over mediavrijheid in Oezbekistan te houden en spoort de Oezbeekse autoriteiten aan verdere stappen te ondernemen om de vrijheid van meningsuiting te waarborgen en verdere liberalisering van de massamedia in Oezbekistan toe te staan.

5. Toch blijft de Raad zeer bezorgd over de situatie van de mensenrechten en de rechtsstaat op een aantal gebieden in Oezbekistan en dringt hij er bij de autoriteiten op aan hun internationale verplichtingen op dat vlak volledig na te komen. Met name verzoekt de Raad de Oezbeekse autoriteiten om - zoals eerder gevraagd door de EU - de volgende stappen te nemen: de gevangen mensenrechtenactivisten spoedig vrij te laten en dergelijke activisten niet meer te intimideren; de nieuwe landelijk directeur van Human Rights Watch onverwijld accreditatie te verlenen en diens organisatie ongehinderd te laten werken; volledig en effectief samen te werken met de speciale rapporteurs van de VN over foltering en mediavrijheid; en de restricties op de registratie en werking van NGO's in Oezbekistan in te trekken.

6. Om de Oezbeekse autoriteiten aan te sporen aanzienlijke stappen te zetten om de mensenrechtensituatie te verbeteren, en rekening houdend met hun toezeggingen, besloot de Raad dat de visumbeperkingen voor de personen genoemd in de bijlage bij Gemeenschappelijk Standpunt 2007/734/GBVB niet met zes maanden zullen worden verlengd. De Raad zal na drie maanden de vorderingen toetsen die de Oezbeekse autoriteiten hebben gemaakt bij het voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in Gemeenschappelijk Standpunt 2007/734/GBVB en nader gespecificeerd zijn in punt 5 van deze conclusies, en in het licht van enig ander initiatief waaruit blijkt dat de Oezbeekse autoriteiten bereid zijn de beginselen van eerbiediging van de mensenrechten, de rechtsstaat en de fundamentele vrijheden na te leven. De Raad zal het resultaat van die toetsing bespreken en de Oezbeekse regering aanbevelingen doen over mogelijke verdere stappen die ondernomen moeten worden om de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat in Oezbekistan te verbeteren. De Raad zal de mensenrechtensituatie in Oezbekistan voortdurend nauwlettend in de gaten houden, in het licht van die hierboven opgesomde voorwaarden, en kan de visumbeperkingen naar gelang van de omstandigheden opheffen, wijzigen of opnieuw toepassen.".

Evaluatie van de EU-richtsnoeren inzake foltering - Conclusies van de Raad

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. De Raad verwelkomt de evaluatie van de richtsnoeren inzake foltering en wrede, onmenselijke of onterende behandeling en neemt de bijgewerkte versie van deze richtsnoeren in document 8590/08 aan.

2. De Raad herhaalt dat de bevordering en bescherming van het recht om niet aan foltering te worden onderworpen een van de prioriteiten van het mensenrechtenbeleid van de EU is. Streven naar preventie en uitbanning van alle vormen van foltering en mishandeling binnen de EU en wereldwijd is een beleidsstandpunt waaraan door alle lidstaten sterk wordt vastgehouden.

3. De Raad memoreert dat de EU vastberaden is om in de strijd tegen terrorisme alle verplichtingen ten aanzien van foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing volledig te eerbiedigen, met name het absolute verbod op foltering en wrede, onmenselijke of onterende behandeling.

4. De Raad benadrukt dat de toepassing van de richtsnoeren inzake foltering verder moet worden aangescherpt, door gevolg te geven aan de lessen die uit de evaluatie van deze richtsnoeren zijn getrokken, en met name door nauwere samenwerking met VN-mechanismen en regionale actoren.

5. De Raad benadrukt verder het belang van de nieuwe uitvoeringsmaatregelen en onderstreept dat de effectieve toepassing van de richtsnoeren onder andere afhangt van actieve bewustmakingsmaatregelen en samenwerking tussen overheidsinstanties en de civiele samenleving.

6. De Raad herhaalt hoe belangrijk het is dat diplomatieke actie gepaard gaat met financiële steun voor de preventie van foltering en rehabilitatieprogramma's, en verwelkomt de inspanningen om het effect van deze programma's te verbeteren. De Raad onderkent het belangrijke werk dat in dit verband door de Europese Commissie is verricht en roept de lidstaten op steun te verlenen aan de rehabilitatiecentra voor slachtoffers van foltering.".

Afghanistan - Conclusies van de Raad

"De Europese Unie heet de vertegenwoordiger van de Afghaanse regering bij de vergadering van de EU-trojka met Afghanistan van harte welkom en herhaalt dat zij achter de regering van Afghanistan en haar nationale drugsbestrijdingsstrategie staat. Zij herinnert eraan dat het aanpakken van het drugsprobleem in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de regering van Afghanistan is. De EU blijft vastbesloten bijstand te verlenen bij de bestrijding van de drugshandel en het misbruik van precursoren, die zowel de stabiliteit en welvaart van Afghanistan als de veiligheid van de ruimere regio bedreigen.

Wij zijn zeer ingenomen met de recente vergadering van de Gemeenschappelijke coördinatie- en bewakingsraad voor Afghanistan in Tokio en de toezegging van de Afghaanse regering om de uitvoering van de nationale drugsbestrijdingsstrategie te bespoedigen en te verbeteren door middel van:

i) troepenbescherming ten behoeve van de uitroeiing in specifieke gebieden;

ii) herstructurering en hervorming van het trustfonds voor drugsbestrijding;

iii) planning per provincie voor de uitvoering van het drugsbestrijdingsbeleid op basis van de provinciale ontwikkelingsplannen;

iv) uitbreiding en effectieve uitvoering van programma's ter bevordering van legale ontwikkeling, met inbegrip van financiële steun voor legale marktgewassen en plattelandsindustrieën;

v) versterking van justitie en andere gerechtelijke instellingen en interdictie-inspanningen;

vi) verdere versterking van de grensoverschrijdende, regionale en internationale samenwerking bij drugsbestrijdingsactiviteiten; en tevens

vii) integratie van de drugsbestrijding in alle beleidslijnen van de overheid.

Wij achten deze uitvoering van cruciaal belang. Inspanningen ter verbetering van de rechtsstaat met een doeltreffend politie- en justitiestelsel zijn essentieel. Voor de aanpak van het drugsprobleem op de lange termijn is het ook cruciaal dat degenen die zich met drugs bezighouden voor het gerecht worden gebracht, dat de veiligheid en de controle van de provinciale overheden wordt verbeterd en dat corruptie wordt bestreden.

Het Afghaanse leiderschap en de Afghaanse prestaties zijn van doorslaggevend belang, en de EU is bereid bijstand te verlenen door voortzetting van haar alomvattende strategie bij de bestrijding van de op opium gebaseerde economie, door een combinatie van verbeterde economische mogelijkheden, sociale ontwikkeling en betere veiligheid en bestuur. De bijstand van de EU in de periode 2007-2013 is op deze punten toegespitst.

Wat de veiligheid betreft, staat de EU ten volle achter het werk van de EVDB-missie, EUPOL, en doet zij een beroep op de lidstaten en de internationale partners om de inzet van politiepersoneel van hoge kwaliteit voort te zetten. De EU benadrukt tevens het grootste belang van het programma van maatregelen uit hoofde van het stabiliteitsinstrument om Afghanistan te steunen bij de bevordering van de rechtsstaat door middel van steun voor de hervorming van het gerechtelijk apparaat.

De EU erkent dat er geen eenvoudige, snelle oplossingen zijn. Uit de ervaringen in Pakistan en Thailand is gebleken dat de bestrijding van de papaverteelt tijd vergt en dat de toepassing van een alomvattende, gecoördineerde aanpak essentieel is. In overeenstemming met de Afghaanse nationale drugsbestrijdingsstrategie wordt voorrang gegeven aan de combinatie van de bestrijding van drugshandel, de versterking van de plattelandsinkomens, de beperking van de vraag en de versterking van de staatsinstellingen, met name de strafrechtsector en de wetshandhaving. Wij zijn tevens ingenomen met de opneming van het aspect corruptiebestrijding als complementair element in de drugsbestrijding in Afghanistan, zoals voorgesteld in het verslag aan de Gemeenschappelijke coördinatie- en bewakingsraad over de uitvoering van de nationale drugsbestrijdingsstrategie.

Als onderdeel van deze langetermijninspanning zal het UNODC (Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding) de verbreding en versterking van zijn rapportage moeten overwegen. Dit zou de regering van Afghanistan en de internationale gemeenschap kunnen helpen bepalen in hoeverre alle pijlers van de nationale drugsbestrijdingsstrategie succesvol zijn.

De EU erkent en steunt het bezwaar van de regering van Afghanistan tegen de legale opiumteelt.".

Betrekkingen met Latijns-Amerika en het Caribisch gebied

De Raad heeft ontwerpen van agenda's, gemeenschappelijke verklaringen en gezamenlijke communiqués goedgekeurd, als basis voor verdere onderhandelingen, met het oog op een aantal topontmoetingen die op 16 en 17 mei 2008 in Lima zullen worden gehouden, namelijk:

  • de Topconferentie EU-Latijns-Amerika/Caraïben (top EU-LAC);
  • topontmoetingen tussen de EU-trojka en LAC-partners uit Chili, Mexico, de Andesgemeenschap, Centraal-Amerika, Mercosur en CARIFORUM.

Betrekkingen met de Samenwerkingsraad van de Golf

De Raad heeft voor de 18e Gezamenlijke Raad/ministeriële bijeenkomst EU-GCC van 26 mei 2008 in Brussel een voorlopige agenda goedgekeurd, en een ontwerp van gezamenlijk communiqué met betrekking tot het standpunt dat de EU tijdens die bijeenkomst zal innemen.

De Samenwerkingsraad van de Golf (GCC) is een regionale organisatie die zes Golfstaten omvat (Bahrein, Koeweit, Oman, Katar, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten).

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

ACS-EG-partnerschapsovereenkomst - Tussentijdse evaluatie

De Raad heeft een besluit vastgesteld waarbij de sluiting wordt goedgekeurd van een overeenkomst tot vaststelling van een aantal wijzigingen van de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS), en de Europese Gemeenschap, die in juni 2000 te Cotonou is ondertekend (6368/1/08).

De wijzigingen hebben betrekking op allerlei bepalingen, onder meer inzake terrorismebestrijding en verspreiding van massavernietigingswapens, financiële bepalingen en bepalingen betreffende de politieke dialoog over de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat.

De Overeenkomst van Cotonou regelt de betrekkingen tussen de ACS-landen en de EU. De voornaamste doelstelling is armoedebestrijding door middel van een krachtigere politieke dimensie, nieuwe economische en commerciële partnerschappen en een betere financiële samenwerking. Gesloten voor een periode van 20 jaar, bepaalt de overeenkomst dat de bepalingen om de vijf jaar opnieuw worden bezien.

De overeenkomst die door de Raad is gesloten, is het resultaat van die evaluatie die aan het einde van de eerste periode van vijf jaar is uitgevoerd.

HANDELSBELEID

Antidumping - Bedlinnen, cumarine en schoeisel

De Raad heeft verordeningen aangenomen:

  • tot wijziging van Verordening (EG) nr. 397/2004 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van katoenhoudend beddenlinnen uit Pakistan (8030/08);
  • tot instelling van een definitief antidumpingrecht op cumarine van oorsprong uit China naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van Verordening (EG) nr. 384/96, met uitbreiding tot India, Thailand, Indonesië en Maleisië (8180/08);
  • tot uitbreiding van de bij Verordening (EG) nr. 1472/2006 ingestelde definitieve antidumpingmaatregelen ten aanzien van schoeisel met bovendeel van leder van oorsprong uit China tot de verzending van hetzelfde product uit Macau, al dan niet aangegeven als zijnde van oorsprong uit Macau (8199/08).

ALGEMENE ZAKEN

Besprekingen in andere Raadsformaties

De Raad heeft nota genomen van een verslag van het voorzitterschap over de besprekingen in andere Raadsformaties (8700/08).

Communiceren over Europa - Conclusies van de Raad

De Raad heeft conclusies aangenomen waarin hij verklaart verheugd te zijn over de mededeling van de Commissie van 3 oktober 2007, getiteld "Communiceren over Europa in partnerschap" (COM(2007) 568 def.), en nota neemt van een werkdocument van de Commissie met de titel: "Voorstel voor een interinstitutioneel akkoord" (COM(2007) 569 def.).

De tekst van de conclusies staat in document 8528/08.

TRANSPARANTIE

Jaarverslag inzake de toegang van het publiek tot documenten

De Raad heeft zijn jaarverslag aangenomen over de toepassing van Verordening 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten (8475/08).

Het verslag over 2007 vermeldt het volgende:

  • ruim 67% van de documenten die de Raad in 2007 heeft geproduceerd (d.w.z. 108.343 van de bij de Raad geregistreerde 161.121 nieuwe documenten) is onmiddellijk na verspreiding via het register rechtstreeks ter beschikking van het publiek gesteld.
  • Op 31 december 2007 omvatte het register van de Raad 1.010.217 documenten (alle taalversies tezamen), waarvan 724.338 (71,7% van de geregistreerde documenten) openbaar waren, d.w.z. via downloaden of op verzoek beschikbaar.
  • In 2007 hebben 465.612 gebruikers ingelogd in het openbaar register van de Raad (tegen 380.349 in 2006), een groei van 22,4%. Het totale aantal bezoeken steeg met 21% (2.078.602 bezoekers in 2007 tegen 1.722.354 in 2006), hetgeen meer dan 5.700 bezoeken per dag betekent.
  • De Raad ontving 1.964 verzoeken om toegang van burgers die betrekking hadden op 7.809 documenten, en verschafte toegang (volledige en gedeeltelijke toegang tezamen) tot 6.123 (78,9%) van de gewenste documenten.

Het verslag schenkt bijzondere aandacht aan de belangrijkste ontwikkelingen in het vijfde jaar van de uitvoering van de verordening, en behandelt aan de Europese Ombudsman voorgelegde klachten en uitspraken van de communautaire gerechten in zaken in verband met toegang tot Raadsdocumenten.

Daarnaast vermeldt het verslag de bestuursrechtelijke en praktische aanpassingen die de Raad heeft verricht om aan de verordening te voldoen. Tenslotte geeft het verslag aan dat, wat de Raad betreft, de doelstellingen van de Verdragen en van Verordening nr. 1049/2001 in 2007 zijn verwezenlijkt.

Toegang van het publiek tot documenten

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan een antwoord op confirmatief verzoek 02/c/01/08 van de heer Ottavio MARZOCCHI, waarbij de Deense, de Sloveense, de Finse en de Zweedse delegatie tegen stemden (6449/08).

BEGROTING

Bijstelling van het meerjarig financieel kader van de EU

De Raad heeft een besluit aangenomen tot bijstelling van het meerjarig financieel kader van de EU door wijziging van het Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (7682/1/08).

De bijstelling is nodig omdat 2.034 miljoen euro in lopende prijzen in 2007 niet kon worden vastgelegd, en evenmin naar 2008 kon worden overgedragen wegens vertragingen bij de aanneming van bepaalde operationele programma's in rubriek 1b (structuurfondsen en Cohesiefonds) en rubriek 2 (Europees fonds voor plattelandsontwikkeling en Europees Visserijfonds) van de algemene begroting van de EU. Het besluit leidt niet tot een verhoging van de algemene uitgavenmaxima.

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

Tijdschema voor SIS II

De Raad heeft de conclusies van het voorzitterschap als vervat in een verslag over de nog onopgeloste problemen met betrekking tot het gedetailleerde tijdschema voor de tweede generatie van het Schengeninformatiesysteem (SIS II), bevestigd.

Het voorzitterschap was in de conclusies van de Raad van februari 2008 verzocht om daarover verslag uit te brengen (zie persmededeling 6796/08, blz. 8).

Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving - Deelneming van Turkije

De Raad heeft een besluit aangenomen inzake de goedkeuring van een overeenkomst met Turkije betreffende de deelneming van Turkije aan de werkzaamheden van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (13649/1/06).

Turkije kan als kandidaat-lidstaat deelnemen aan communautaire programma's en agentschappen in het kader van het toetredingsproces.

Het waarnemingscentrum, dat in Lissabon is gevestigd, is in 1993 opgericht om de Gemeenschap en de lidstaten op Europees niveau feitelijke, objectieve, betrouwbare en vergelijkbare informatie te verstrekken over drugs en drugsverslaving en de gevolgen daarvan.

De overeenkomst met Turkije werd in oktober 2007 ondertekend.

Voor nadere informatie, zie: http://www.emcdda.europa.eu.

LANDBOUW

Hervorming van de wijnsector

De Raad heeft een verordening aangenomen waarbij de gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt van de EU wordt hervormd (7292/08, 8317/08 ADD 1).

Met de hervorming worden de volgende doelstellingen beoogd:

  • wijnproducenten in de EU concurrerender te maken
  • marktaandeel terug te winnen, in de Europese Unie en daarbuiten
  • een evenwicht tussen vraag en aanbod tot stand te brengen
  • de regelgeving te vereenvoudigen
  • de beste tradities van de Europese wijnproductie in stand te houden
  • het sociale weefsel in plattelandsgebieden te versterken, en
  • het milieu te respecteren.

De kernpunten zijn de volgende:

  • een regeling voor rooipremies. Deelname geschiedt op vrijwillige basis, onder bepaalde voorwaarden. Bovenop de communautaire middelen die voor deze premies beschikbaar zijn, mogen de lidstaten bijkomende nationale steun voor het rooien verlenen die 75 % van de reeds toegekende rooipremie niet te boven gaat;
  • een bedrijfstoeslagregeling voor degenen die wijnstokken hebben gerooid, wat aanleiding geeft tot toekenning van de gemiddelde regionale ontkoppelde rechtstreekse betaling, die niet meer dan 350 euro per hectare mag bedragen;
  • afschaffing van de aanplantrechten in 2015, met een aantal afwijkingen tot 2018;
  • toekenning van nationale enveloppes, waarmee elke lidstaat verschillende maatregelen kan financieren, zoals promotie van Europese wijn in derde landen, herstructurering en omschakeling van wijngaarden, modernisering, groen oogsten, onderlinge fondsen, oogstverzekering, en overgangsmaatregelen inzake distillatie en steun voor het gebruik van most;
  • een in 2012 door de Commissie in te dienen evaluatieverslag over de gevolgen van de hervorming;
  • mogelijke vermelding van het wijndruivenras en het oogstjaar op alle wijnen, onder bepaalde voorwaarden;
  • een procedure voor de bescherming van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen;
  • criteria voor de toevoeging van suiker (chaptalisatie).

De hervorming zal ingaan op 1 augustus 2008, met de volgende uitzonderingen: op 30 juni 2008 voor de regeling voor rooipremies en de steunprogramma's; op 1 augustus 2009 voor de regelingen inzake oenologische procédés, bescherming van oorsprongsbenamingen, geografische aanduidingen en traditionele aanduidingen, etikettering en presentatie, wijnbouwkadaster, verplichte verklaringen, begeleidende documenten en productregisters; op 1 januari 2008 voor afwijkingen van het verbod op de wijnbereiding van druiven uit bepaalde gebieden op grond van artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1493/1999; op 1 januari 2009 voor een aantal wijzigingen van Verordening (EG) nr. 1782/2003.

De nieuwe verordening treedt in de plaats van Verordening (EG) nr. 1493/1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (GMO). De bepalingen zijn zoveel mogelijk afgestemd op de "integrale GMO"[1], waarin de nieuwe verordening in een later stadium zal worden opgenomen.

De verordening past binnen een hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU, die in 2003 startte voor akkerbouwgewassen en vee, en werd voortgezet voor olijfolie, tabak en katoen in 2004, voor suiker in 2006 en voor groente en fruit in 2007. De verordening houdt tevens rekening met het communautaire beleid op het gebied van duurzame ontwikkeling, concurrentievermogen, vereenvoudiging en betere regelgeving.

Toezicht op boviene spongiforme encefalopathie (BSE)

De Raad heeft besloten geen bezwaar te maken tegen de aanneming door de Commissie van een verordening waarbij in Verordening (EG) nr. 999/2001 nieuwe criteria worden opgenomen voor de herziening van de jaarlijkse programma's voor toezicht op boviene spongiforme encefalopathie (BSE).

Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 999/2001 bevat voorschriften inzake toezicht op overdraagbare spongiforme encefalopathieën bij dieren. De bijlage zal worden gewijzigd met het oog op de opneming van eisen voor lidstaten die menen dat hun situatie inzake BSE is verbeterd en dat hun jaarlijkse programma's voor toezicht op BSE moeten worden herzien. De nieuwe verordening zal met name epidemiologische criteria omvatten aan de hand waarvan de verbetering kan worden aangetoond door middel van een kwantitatieve beoordeling van de situatie inzake BSE.

ONDERZOEK

Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal *

De Raad heeft een beschikking aangenomen tot vaststelling van een onderzoeksprogramma van het EU-Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal, en technische meerjarenrichtsnoeren voor dat programma (5882/08, 8354/2/08 ADD 1). (PB L 29 van 5.2.2003, blz. 28)

Doel van het programma is, het concurrentievermogen te vergroten en bij te dragen tot duurzame ontwikkeling in de sectoren kolen en staal, en aldus het zevende EU-kaderprogramma voor onderzoek (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1) in deze sectoren aan te vullen.

Wat de sector kolen betreft, strekt het programma ertoe de communautaire energiedoelstellingen en het concurrerende, milieuvriendelijke gebruik van kolen te ondersteunen. Het programma bevordert onderzoek naar moderne technieken en de knowhow die nodig is voor verdere technologische vooruitgang, mijnveiligheid, betere arbeidsvoorwaarden in de mijnen en betere milieubescherming.

Wat de staalsector betreft, ligt de klemtoon van het programma in het bijzonder op de ontwikkeling van nieuwe of betere technologieën voor een economische, schone en veilige productie van staal en staalproducten, met als kenmerken: gestaag toenemende prestaties, geschiktheid voor gebruik, tevredenheid van de klant, langere levensduur, gemakkelijke terugwinning en recycling.

De maximale totale financiële bijdrage voor proef- en demonstratieprojecten uit het Fonds voor onderzoek wordt verhoogd tot 50% van de subsidiabele kosten.

De technische meerjarenrichtsnoeren voor het beheer van het programma worden gewijzigd om te zorgen voor complementariteit met het zevende kaderprogramma voor onderzoek en rekening te houden met de opneming van de nieuwe EU-lidstaten.

MILIEU

Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid - Onderhandelingsrichtsnoeren

De Raad heeft een besluit aangenomen waarbij de Commissie wordt gemachtigd om voor vraagstukken die onder de bevoegdheid van de Gemeenschap vallen, deel te nemen aan onderhandelingen over internationale regels en procedures op het gebied van aansprakelijkheid en schadeloosstelling voor schade die voortvloeit uit de grensoverschrijdende verplaatsing van veranderde levende organismen.

De onderhandelingen in het kader van het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid zullen van 12 tot en met 16 mei 2008 in Bonn plaatsvinden.


[1] Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening), PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.


Side Bar