Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie - Informatieblad

Brexitonderhandelingen: wat staat er in het terugtrekkingsakkoord?

Brussel, 14 november 2018

Vragen & antwoorden

Wat is er vandaag besloten? 

De Europese Commissie en de onderhandelaars van het Verenigd Koninkrijk zijn het eens geworden over het volledige Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. Zij geven daarmee uitvoering aan artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

In het terugtrekkingsakkoord zijn de voorwaarden vastgelegd waaronder het Verenigd Koninkrijk (VK) zich uit de EU terugtrekt. Het zorgt ervoor dat de terugtrekking ordelijk zal verlopen en biedt rechtszekerheid wanneer de Verdragen en de EU-wetgeving niet langer op het VK van toepassing zijn.

Het terugtrekkingsakkoord bestrijkt de volgende gebieden: 

  • Algemene bepalingen met standaardclausules voor een goed begrip en goede werking van het terugtrekkingsakkoord.
  • Rechten van de burgers, om de levenskeuzes te eerbiedigen van de meer dan 3 miljoen EU-burgers in het VK en de meer dan 1 miljoen Britse onderdanen in EU-landen, hun verblijfsrechten waarborgen en ervoor zorgen dat zij aan hun gemeenschappen kunnen blijven bijdragen.
  • Kwesties in verband met de terugtrekking, waarbij wordt gezorgd voor een soepele afbouw van bestaande regelingen en voor een ordelijke terugtrekking (daarbij gaat het bijvoorbeeld om het mogelijk maken dat goederen die voor het eind van de overgangsperiode op de markt zijn gebracht, hun eindbestemming bereiken, de bescherming van bestaande intellectuele-eigendomsrechten, zoals geografische aanduidingen, de afbouw van de bestaande politiële en justitiële samenwerking in strafzaken en andere administratieve en gerechtelijke procedures, het gebruik van gegevens en informatie die voor het eind van de overgangsperiode zijn uitgewisseld, kwesties in verband met Euratom, enz.).
  • Een overgangsperiode, waarin de EU het VK nog als lidstaat zal behandelen, met dien verstande dat het VK geen onderdeel meer uitmaakt van de EU-instellingen en bestuursstructuren. De overgangsperiode zal het vooral voor overheden, ondernemingen en burgers gemakkelijker maken om zich aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk.
  • De financiële regeling, die ervoor zorgt dat het VK en de EU alle financiële verplichtingen zullen nakomen die zij zijn aangegaan toen het VK nog lid van de Unie was.
  • De algehele governance-structuur van het terugtrekkingsakkoord, die ervoor zorgt voor dat het akkoord doeltreffend wordt beheerd, uitgevoerd en gehandhaafd, onder meer door passende mechanismen voor geschillenbeslechting.
  • De voorwaarden voor een juridisch werkbare noodoplossing, zodat er geen harde grens tussen Ierland en Noord-Ierland komt. Het protocol inzake Ierland/Noord-Ierland bevat ook toezeggingen van het VK om geen afbreuk te doen aan de rechten die zijn vastgesteld in het Goede-Vrijdagakkoord (of Belfastakkoord) en om de Noord-Zuid-samenwerking te beschermen. Het biedt de mogelijkheid om de regelingen in het kader van de Common Travel Area tussen Ierland en het VK voort te zetten en houdt de gemeenschappelijke elektriciteitsmarkt op het eiland Ierland in stand.
  • Een protocol over de Sovereign Base Areas (SBA's) op Cyprus, ter bescherming van de belangen van Cyprioten die na de terugtrekking van het VK Koninkrijk uit de Unie in de Sovereign Base Areas blijven werken.
  • Een Protocol over Gibraltar, dat zorgt voor nauwe samenwerking tussen Spanje en het VK ten aanzien van Gibraltar. Het betreft de toepassing van de bepalingen over de rechten van burgers in het terugtrekkingsakkoord en de administratieve samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten op een aantal beleidsgebieden.

 

De voorgeschiedenis van het huidige akkoord 

Op 29 maart 2017 heeft premier Theresa May de Europese Raad meegedeeld dat het VK het voornemen heeft zich uit de Europese Unie terug te trekken (artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie). Haar brief aan Donald Tusk, de voorzitter van de Europese Raad, vormde het formele begin van het proces van terugtrekking van het VK uit de EU.

Volgens artikel 50, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie dient de Unie na onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk een akkoord te sluiten over de voorwaarden voor zijn terugtrekking, waarbij rekening wordt gehouden met het kader van de toekomstige betrekkingen van het VK met de Unie.

De onderhandelingen over de voorwaarden inzake de terugtrekking van het VK begonnen op 19 juni 2017, kort na de algemene verkiezingen in het VK. Besloten werd om eerst te onderhandelen over de belangrijkste onderwerpen waarover als gevolg van de terugtrekking van het VK onzekerheid bestond: de bescherming van de rechten van burgers na de brexit, de financiële regeling en de vermijding van een harde grens op het eiland Ierland. Zoals uiteengezet in de richtsnoeren van de Europese Raad (artikel 50) van 29 april 2017, moest er met deze terugtrekkingskwesties eerst “voldoende vooruitgang” zijn geboekt voordat met de besprekingen over het kader voor de toekomstige betrekkingen tussen de EU en het VK kon worden begonnen.

Op 8 december 2017 publiceerden de EU en het VK een gezamenlijk verslag waarin werd aangegeven op welke punten tussen beide partijen overeenstemming bestond over deze drie terugtrekkingskwesties en een aantal andere kwesties in verband met het uiteengaan. Dit verslag ging vergezeld van een mededeling van de Europese Commissie waarin de vooruitgang die met de onderhandelingen was geboekt, werd beoordeeld.

Op 28 februari 2018 publiceerde de Europese Commissie een ontwerpterugtrekkingsakkoord tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk, waarin het gezamenlijk verslag van december in juridische bewoordingen werd vertaald. Op 19 maart 2018 publiceerden de Europese Commissie en het Verenigd Koninkrijk een gewijzigde versie van het ontwerpterugtrekkingsakkoord, waarin de punten van overeenstemming en de geschilpunten werden aangegeven aan de hand van groene, gele en witte kleurcodes.

Op 19 maart 2018 herhaalde premier May in een brief aan voorzitter Tusk dat zij zich wilde inzetten voor een juridisch werkbare noodoplossing in het terugtrekkingsakkoord om een harde grens tussen Ierland en Noord-Ierland te voorkomen. De Europese Raad (artikel 50) ging in maart akkoord met het Britse voorstel voor een overgangsperiode en stelde richtsnoeren betreffende het kader voor de toekomstige betrekkingen vast.

Op 19 juni 2018 werd in een gezamenlijke verklaring meegedeeld welke verdere vorderingen er bij de onderhandelingen over het terugtrekkingsakkoord waren geboekt.

Op 14 november 2018 bereikten de onderhandelaars van de Europese Commissie en het VK overeenstemming over het volledige terugtrekkingsakkoord en over een ontwerp van de politieke verklaring over de toekomstige betrekkingen tussen de EU en het VK.  

Hoe werden de onderhandelingen gevoerd? 

De onderhandelingen over het akkoord vonden plaats aan de hand van de richtsnoeren van de Europese Raad en de onderhandelingsrichtsnoeren van de Raad.

Tijdens de onderhandelingen heeft de Europese Commissie er steeds voor gezorgd dat iedereen bij het proces werd betrokken. Er vonden regelmatig vergaderingen met de 27 EU-lidstaten plaats op diverse niveaus. Ook heeft de Europese Commissie nauw en regelmatig contact onderhouden met het Europees Parlement om ervoor te zorgen dat er terdege rekening wordt gehouden met de opvattingen en standpunten van het Parlement. Mede op basis van de aanvullende inbreng van de adviesorganen van de EU en van belanghebbenden heeft de Europese Commissie gegevens kunnen vergaren over de gevolgen die terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU overal in de EU zal hebben.

De onderhandelingen zijn gevoerd met een ongekende mate van transparantie. De Europese Commissie heeft de onderhandelingsdocumenten gepubliceerd die tussen de EU-lidstaten, de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en het Verenigd Koninkrijk zijn uitgewisseld. Daarnaast werden de richtsnoeren van de Europese Raad, nota's met essentiële beginselen, waarin de onderhandelingsposities van de EU werden vastgesteld, en alle andere relevante documenten gepubliceerd. Deze documenten zijn te vinden op de website over de onderhandelingen van de Europese Commissie. 

 

I. Wat staat er in de gemeenschappelijke bepalingen van het terugtrekkingsakkoord? 

Dit deel van het akkoord bevat de bepalingen die nodig zijn voor een juist begrip en de juiste werking en interpretatie van het terugtrekkingsakkoord. Zij vormen de basis voor de juiste toepassing van het akkoord. De EU heeft er vanaf het begin van de onderhandelingen op gestaan dat de bepalingen van het terugtrekkingsakkoord zowel in het VK als in de EU en haar lidstaten duidelijk dezelfde rechtsgevolgen hebben.

In het akkoord wordt dit uitdrukkelijk vereist. Dit houdt in dat beide partijen ervoor moeten zorgen dat het akkoord binnen hun eigen rechtsstelsel voorrang en rechtstreekse werking heeft en wordt uitgelegd in overeenstemming met de uitspraken die het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) tot aan het eind van de overgangsperiode heeft gegeven. Van rechtstreekse werking wordt expliciet melding gemaakt bij alle bepalingen van het terugtrekkingsakkoord die voldoen aan de voorwaarden van het EU-recht inzake rechtstreekse werking. Dit komt er in principe op neer dat de betrokken partijen zich zowel voor de nationale rechters van het VK als die van de EU-lidstaten rechtstreeks op het terugtrekkingsakkoord kunnen beroepen.

Ook moet het akkoord worden uitgelegd aan de hand van de methoden en algemene beginselen die in de EU inzake uitlegging gelden. Dit houdt bijvoorbeeld in dat de begrippen of bepalingen van het EU-recht waarnaar in het terugtrekkingsakkoord wordt verwezen, in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten moeten worden uitgelegd.

Voorts moeten de rechters in het VK het beginsel eerbiedigen dat het akkoord moet worden uitgelegd in overeenstemming met de uitspraken die het HvJEU tot aan het eind van de overgangsperiode heeft gegeven en naar behoren rekening houden met de uitspraken die het HvJEU na die datum heeft gegeven.

Het akkoord verplicht het VK expliciet om de naleving van het bovenstaande te waarborgen door middel van primaire nationale wetgeving, die de Britse rechterlijke en administratieve autoriteiten uitdrukkelijk de bevoegdheid geeft om tegenstrijdig of onverenigbaar nationaal recht buiten toepassing te laten.

Dit onderdeel maakt ook duidelijk dat verwijzingen naar het recht van de Unie in het terugtrekkingsakkoord geacht worden ook de wijzigingen te omvatten die tot en met de laatste dag van de overgangsperiode hebben plaatsgevonden. Er is slechts in een paar uitzonderingen voorzien, met name voor specifieke bepalingen inzake de financiële regeling, om te voorkomen dat het VK aanvullende verplichtingen worden opgelegd, en voor de overgangsperiode, tijdens welke het recht van de Unie dynamisch op en in het VK van toepassing zal blijven. Deze wijzigingen worden ook geacht de handelingen ter aanvulling of uitvoering van bepalingen waarnaar wordt verwezen, te omvatten.

Tot slot bepaalt het akkoord dat het VK na afloop van de overgangsperiode niet langer aan de EU-databanken en -netwerken zal zijn gekoppeld, tenzij uitdrukkelijk iets anders is bepaald. 

 

II. Wat is er over de rechten van de burgers besloten? 

Dat alle EU-burgers en hun familieleden het recht hebben om in eender welke EU-lidstaat te wonen, te werken of te studeren, is een van de grondslagen van de Europese Unie. Veel burgers van de EU en het VK hebben belangrijke keuzes in hun leven gebaseerd op de rechten die zij in verband met het vrije verkeer op grond van het recht van de Unie genieten. Van meet af aan is bij de onderhandelingen aan de bescherming van de levenskeuzes van die burgers en hun familieleden de hoogste prioriteit gegeven.

Het terugtrekkingsakkoord waarborgt dat de meer dan 3 miljoen EU-burgers in het VK en de meer dan 1 miljoen Britse onderdanen in de EU-landen hun recht op verblijf behouden en hun activiteiten mogen voortzetten. 

Wie worden door het terugtrekkingsakkoord beschermd?

Het terugtrekkingsakkoord beschermt de aan het eind van de overgangsperiode in het VK wonende EU-burgers en in een van de 27 EU-lidstaten wonende Britse onderdanen, indien hun verblijf in overeenstemming is met het EU-recht inzake vrij verkeer.

Het terugtrekkingsakkoord beschermt ook familieleden (huidige echtgenoten en geregistreerde partners, ouders, grootouders, kinderen, kleinkinderen en personen met wie een duurzame relatie wordt onderhouden) die nog niet in hetzelfde gastland verblijven als de EU-burgers of Britse onderdanen, maar krachtens het EU-recht in de toekomst bij hen mogen gaan wonen.

Ook kinderen worden door het terugtrekkingsakkoord beschermd, ongeacht of zij worden geboren voor of na de terugtrekking van het VK, en ongeacht of zij geboren worden in het gastland waar de EU-burger of Britse onderdaan woont, of daarbuiten. Er is alleen een uitzondering gemaakt voor kinderen die geboren zijn na de terugtrekking van het VK en waarover het exclusieve gezagsrecht op grond van het toepasselijke familierecht is toegewezen aan een ouder die niet onder het terugtrekkingsakkoord valt. 

Welke rechten worden beschermd?

Het terugtrekkingsakkoord biedt zowel EU-burgers als Britse onderdanen en hun respectieve familieleden de mogelijkheid om hun rechten uit hoofde van het Unierecht voor de rest van hun leven op elkaars grondgebied te blijven uitoefenen, mits die rechten gebaseerd zijn op levenskeuzes die vóór het eind van de overgangsperiode werden gemaakt.

EU-burgers en Britse onderdanen en hun respectieve familieleden kunnen onder dezelfde materiële voorwaarden als die van het Unierecht blijven wonen, werken of studeren. Het verbod op discriminatie op grond van nationaliteit en het recht op gelijke behandeling ten opzichte van onderdanen van het gastland blijven daarbij volledig op hen van toepassing. De enige toepasselijke beperkingen zijn de beperkingen die voortvloeien uit het Unierecht of waarin het akkoord voorziet. Het terugtrekkingsakkoord belet het VK of de lidstaten niet om ruimere rechten te verlenen. 

Verblijfsrechten

De materiële verblijfsvoorwaarden zijn en blijven gelijk aan de voorwaarden die van kracht zijn op grond van het geldende EU-recht inzake vrij verkeer. Wanneer gastlanden hebben gekozen voor een verplicht registratiesysteem, zullen besluiten voor de toekenning van de nieuwe verblijfsstatus op grond van het terugtrekkingsakkoord worden genomen aan de hand van objectieve criteria (dus zonder discretionaire bevoegdheid) en op basis van precies dezelfde voorwaarden als die in de richtlijn vrij verkeer (Richtlijn 2004/38/EG): de artikelen 6 en 7 verlenen een verblijfsrecht van maximaal vijf jaar aan wie werkt of over voldoende financiële middelen en een ziektekostenverzekering beschikt, de artikelen 16 tot en met 18 verlenen een duurzaam verblijfsrecht aan wie gedurende vijf jaar legaal heeft verbleven.

EU-burgers en Britse onderdanen voldoen in principe aan deze voorwaarden indien zij: werknemer of zelfstandige zijn, over voldoende bestaansmiddelen en een ziektekostenverzekering beschikken, tot de familie behoren van iemand die aan deze voorwaarden voldoet, of al een duurzaam verblijfsrecht hebben verworven en dus niet langer aan voorwaarden onderworpen zijn.

Het terugtrekkingsakkoord vereist niet dat de betrokkene zich aan het eind van de overgangsperiode fysiek in het gastland bevindt. Zowel een afwezigheid van korte duur die geen afbreuk doet aan het recht van verblijf, als een afwezigheid van langere duur die geen afbreuk doet aan het recht van permanent verblijf, wordt geaccepteerd.

Wie door het terugtrekkingsakkoord wordt beschermd, maar nog geen permanent verblijfsrecht heeft – en dus nog niet gedurende ten minste vijf jaar in het gastland heeft gewoond – zal ten volle door het terugtrekkingsakkoord worden beschermd en zal ook na de terugtrekking van het VK in het gastland kunnen blijven wonen en een permanent verblijfsrecht kunnen verwerven.

EU-burgers en Britse onderdanen die gedurende de overgangsperiode in het gastland aankomen, zullen op grond van het terugtrekkingsakkoord precies dezelfde rechten en plichten krijgen als degenen die vóór 30 maart 2019 in het gastland zijn gearriveerd. Voor hun rechten zullen ook dezelfde beperkingen en begrenzingen gelden. De betrokken personen kunnen geen rechten meer ontlenen aan het terugtrekkingsakkoord als zij het gastland voor langer dan vijf jaar hebben verlaten. 

Rechten van werknemers en zelfstandigen, en erkenning van beroepskwalificaties

Personen op wie het terugtrekkingsakkoord van toepassing is, zullen het recht hebben om arbeid in loondienst te aanvaarden of een economische activiteit als zelfstandige uit te oefenen. Ook zullen zij al hun werknemersrechten uit hoofde van het EU-recht behouden. Zij behouden bijvoorbeeld het recht om niet te worden gediscrimineerd op grond van nationaliteit wat betreft werkgelegenheid, beloning en overige arbeidsvoorwaarden, het recht op toegang tot en uitoefening van activiteiten in overeenstemming met de regels die voor de onderdanen van het gastland gelden, het recht op bijstand bij het vinden van werk onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van het gastland, het recht op gelijke behandeling ten aanzien van de voorwaarden voor werk in loondienst of als zelfstandige, het recht op sociale en fiscale voordelen, collectieve rechten, en het recht op toegang tot onderwijs voor hun kinderen.

Het terugtrekkingsakkoord beschermt ook de rechten van grensarbeiders in de landen waar zij werken, ongeacht of zij in loondienst of als zelfstandige werken.

Bovendien zal iemand op wie het terugtrekkingsakkoord van toepassing is en wiens beroepskwalificaties zijn erkend in het land (een lidstaat of het VK) waar hij op dat moment woont of, in geval van grensarbeiders, werkt, zich daar op het erkenningsbesluit kunnen blijven beroepen wanneer hij de beroepsactiviteiten wil verrichten waarvoor deze beroepskwalificaties nodig zijn. Wanneer hij al voor het eind van de overgangsperiode een verzoek om erkenning van zijn beroepskwalificaties heeft ingediend, wordt zijn aanvraag op nationaal niveau verwerkt in overeenstemming met de EU-regels die van toepassing waren toen het verzoek werd ingediend. 

Sociale zekerheid

Het terugtrekkingsakkoord bevat bepalingen over de coördinatie van de sociale zekerheid met betrekking tot de begunstigden van het deel van het terugtrekkingsakkoord dat over burgers gaat, alsook met betrekking tot andere personen die zich aan het eind van de overgangsperiode in een situatie bevinden waarbij vanuit het oogpunt van de sociale zekerheid zowel het Verenigd Koninkrijk als een EU-lidstaat betrokken is.

Deze personen zullen hun recht op gezondheidszorg, pensioen en andere sociale uitkeringen behouden en zullen de uitkeringen die zij van een bepaald land krijgen, in het algemeen blijven ontvangen indien zij besluiten in een ander land te gaan wonen.

De socialezekerheidsbepalingen van het terugtrekkingsakkoord bieden een oplossing voor de rechten van EU-burgers en Britse onderdanen in grensoverschrijdende situaties op het gebied van sociale zekerheid waarbij aan het eind van de overgangsperiode het VK en (ten minste) één lidstaat zijn betrokken.

Deze bepalingen kunnen worden uitgebreid zodat zij “driehoekssituaties” op het gebied van sociale zekerheid omvatten waarbij een lidstaat (of een aantal lidstaten), het VK en een EVA-land (IJsland, Liechtenstein, Noorwegen of Zwitserland) zijn betrokken. Hierdoor kunnen de rechten van EU-burgers, Britse onderdanen en burgers van EVA-landen die zich in dergelijke driehoekssituaties bevinden, worden beschermd.

Wil dit kunnen functioneren, dan moeten er drie verschillende regelingen van toepassing zijn: een artikel in het terugtrekkingsakkoord ter bescherming van EVA-onderdanen, bepalingen ter bescherming van EU-burgers in de desbetreffende overeenkomsten tussen het VK en de EVA-landen en bepalingen ter bescherming van Britse onderdanen in de desbetreffende overeenkomsten tussen de EU en de EVA-landen.

Pas wanneer de twee laatste overeenkomsten zijn gesloten en van toepassing zijn, zal ook het artikel ter bescherming van EVA-onderdanen in het terugtrekkingsakkoord van toepassing zijn. Het bij het terugtrekkingsakkoord ingestelde Gemend Comité zal over de toepasselijkheid van dit artikel beslissen.

 

--------------------------------------------------- 

Voorbeelden van specifieke situaties waarin het terugtrekkingsakkoord van toepassing is.

Situatie 1: werknemers U bent een EU-burger die twee jaar geleden in het VK is aangekomen en u werkt daar in een ziekenhuis. U mag na de terugtrekking van het VK in het VK blijven wonen. Het EU-recht inzake vrij verkeer blijft tot het eind van de overgangsperiode van toepassing. Het terugtrekkingsakkoord bepaalt dat wanneer u aan het eind van de overgangsperiode in het VK woont, u daar naderhand onder in hoofdzaak dezelfde materiële voorwaarden mag blijven wonen als door het EU-recht inzake vrij verkeer worden gesteld: u houdt uw verblijfsrechten wanneer u blijft werken (of wanneer u onvrijwillig werkloos wordt, overeenkomstig artikel 7, lid 3, van de richtlijn vrij verkeer), dan wel zelfstandige wordt of in uw eigen onderhoud kunt voorzien (d.w.z. over voldoende financiële middelen en een ziektekostenverzekering beschikt).

U zult daartoe wel bij de Britse autoriteiten een aanvraag moeten indienen voor een nieuwe Britse verblijfsstatus. Als u in totaal vijf jaar legaal in het VK heeft verbleven, kunt u een aanvraag indienen om uw verblijfsstatus in het VK om te zetten in een permanente status, die meer rechten en een betere bescherming biedt.

Situatie 2: grensarbeiders die een beroep doen op beroepskwalificaties U bent een in België wonende Britse fysiotherapeut en werkt als zodanig in Nederland, waar uw Britse beroepskwalificaties vóór het eind van de overgangsperiode werden erkend. Het EU-recht inzake vrij verkeer blijft tot het eind van de overgangsperiode van toepassing. Wanneer uw situatie ongewijzigd blijft, zult u krachtens het terugtrekkingsakkoord in België kunnen blijven wonen en in Nederland uw beroepsactiviteiten kunnen blijven uitoefenen als grensarbeider, al dan niet in loondienst. U zult zich met het oog op de uitoefening van uw beroepsactiviteiten kunnen blijven beroepen op het besluit waarbij de Nederlandse autoriteiten uw beroepsactiviteiten hebben erkend.

Situatie 3: studenten. U bent een burger van een EU-lidstaat en u verblijft momenteel in het Verenigd Koninkrijk vanwege uw studie. Het EU-recht inzake vrij verkeer blijft tot het eind van de overgangsperiode van toepassing. Wanneer u na het eind van de overgangsperiode nog steeds in het Verenigd Koninkrijk studeert, zult u daar daarna kunnen blijven, maar moet u wel een aanvraag indienen voor een nieuwe Britse verblijfsstatus. Na een verblijf van vijf jaar kunt u een nieuwe permanente Britse verblijfsstatus aanvragenBovendien zult u de mogelijkheid behouden om van status te wisselen: u zult als werknemer of als zelfstandige aan de slag kunnen gaan.

--------------------------------------------------- 

 

Toepasselijke procedures

Het terugtrekkingsakkoord laat het gastland de vrijheid om een aanvraag verplicht te stellen als voorwaarde om van de rechten uit hoofde van het terugtrekkingsakkoord gebruik te kunnen maken. Het VK heeft al het voornemen kenbaar gemaakt om een verplicht registratiesysteem te hanteren voor de begunstigden van het terugtrekkingsakkoord. Personen die aan de voorwaarden voldoen, zullen een verblijfsdocument ontvangen (eventueel in elektronische vorm).

Sommige EU-lidstaten hebben aangegeven dat zij ook een verplicht registratiesysteem zullen toepassen (zogenoemd "constitutief systeem"). In andere lidstaten zullen Britse onderdanen die voldoen aan de in het akkoord gestelde voorwaarden echter automatisch begunstigden van het terugtrekkingsakkoord worden (zogenoemd "declaratoir systeem"). In het laatste geval krijgen Britse onderdanen het recht om het gastland te verzoeken om afgifte van een verblijfsdocument waaruit blijkt dat zij begunstigden van het terugtrekkingsakkoord zijn.

De EU hecht er grote waarde aan dat de burgers op wie het akkoord van toepassing is, hun rechten kunnen uitoefenen via soepele en eenvoudige administratieve procedures. Vereisten mogen alleen betrekking hebben op wat strikt noodzakelijk en evenredig is om na te gaan of is voldaan aan de criteria voor een wettig verblijf. Alle onnodige administratieve lasten zullen worden vermeden. Deze vereisten zijn met name van belang wanneer het gastland voor een verplicht registratiesysteem kiest. De kosten van dergelijke aanvragen mogen niet hoger zijn dan die welke nationale onderdanen voor de afgifte van soortgelijke documenten in rekening worden gebracht. Wie al over een permanent verblijfsdocument beschikt, zal dat kosteloos kunnen laten omzetten naar de "speciale status".

Bovengenoemde vereisten moeten ook in acht worden genomen bij administratieve procedures die het VK of de lidstaten krachtens het terugtrekkingsakkoord zullen opzetten voor aanvragen voor de “speciale status” . Wanneer een fout wordt gemaakt, iets onopzettelijk wordt weggelaten of de indieningstermijnen worden overschreden, moet daarmee redelijk worden omgegaan. Het algemene doel is ervoor te zorgen dat de procedures voor de betrokken burgers zo duidelijk, eenvoudig en weinig bureaucratisch mogelijk zijn. 

Uitvoering van en toezicht op het deel van het terugtrekkingsakkoord dat betrekking heeft op burgers

De tekst van het terugtrekkingsakkoord inzake de rechten van burgers is zeer nauwkeurig. Daardoor kunnen EU-burgers bij de Britse rechter en Britse onderdanen bij de rechters van de EU-lidstaten zich er rechtstreeks op beroepen. Iedere bepaling van nationaal recht die niet strookt met de bepalingen van het terugtrekkingsakkoord, moet buiten toepassing worden gelaten.

Gedurende acht jaar na het eind van de overgangsperiode zullen Britse rechters het Hof van Justitie van de EU kunnen verzoeken om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van het deel van het terugtrekkingsakkoord dat over de rechten van de burgers gaat. Voor vragen over de toepassing van de Britse “settled status” (“vaste status”) zal die periode van acht jaar ingaan op 30 maart 2019.

Op de tenuitvoerlegging en toepassing van de rechten van burgers in de EU zal toezicht worden gehouden door de Commissie, overeenkomstig de Verdragen van de Unie. In het VK wordt die taak vervuld door een onafhankelijke nationale autoriteit. Deze autoriteit zal vergelijkbare bevoegdheden krijgen als de Europese Commissie om klachten van EU-burgers en hun familieleden in ontvangst te nemen en te behandelen, om op eigen initiatief onderzoek in te stellen en om gerechtelijke procedures bij rechtbanken in het VK aan te spannen naar aanleiding van vermeende schendingen door de bestuurlijke autoriteiten in het VK van hun verplichtingen uit hoofde van het deel van het terugtrekkingsakkoord betreffende de rechten van burgers.

De autoriteit en de Europese Commissie informeren elkaar ieder jaar via het bij het terugtrekkingsakkoord ingestelde Gemengd Comité over de maatregelen die zijn genomen om de rechten van de burgers uit hoofde van het akkoord toe te passen en te handhaven. Met name moet informatie worden gegeven over het aantal en het soort klachten dat is behandeld en over de eventuele juridische maatregelen die naar aanleiding van die klachten zijn genomen. 

Presentatie inzake de rechten van de burgers

De onderstaande grafiek bevat een beknopt overzicht van de voornaamste voorwaarden van het terugtrekkingsakkoord. Dat er 3,2 miljoen EU-burgers in het VK en 1,2 miljoen Britse onderdanen in de EU verblijven, is een schatting die berust op cijfers van de VN en het VK uit 2015. De feitelijke aantallen kunnen afwijken.

Grafiek brexit 1

 

III. Wat is er over kwesties in verband met het uiteengaan besloten? 

In overeenstemming met de richtsnoeren van de Europese Raad (artikel 50) probeert het terugtrekkingsakkoord, waar nodig, te zorgen voor een ordelijke terugtrekking en bevat het gedetailleerde bepalingen die nodig zijn voor de afbouw van lopende processen en regelingen op een aantal beleidsgebieden. 

Op de markt gebrachte goederen

Het terugtrekkingsakkoord bepaalt dat goederen die vóór het einde van de overgangsperiode op rechtmatige wijze in de EU of het VK op de markt zijn gebracht, vrij mogen blijven circuleren in en tussen deze twee markten totdat zij de eindgebruiker bereiken, zonder dat ze hoeven te worden gewijzigd of geheretiketteerd. 

Dit houdt in dat goederen die zich aan het eind van de overgangsperiode nog in de distributieketen bevinden, hun eindgebruikers in de EU of het VK kunnen bereiken zonder dat aan eventuele aanvullende productvereisten hoeft te worden voldaan. Dergelijke goederen mogen ook in gebruik worden genomen (wanneer de toepasselijke bepalingen van het EU-recht dat toelaten) en zullen onder toezicht blijven staan van de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten en het VK.

Bij wijze van uitzondering zal het verkeer van levende dieren en dierlijke producten tussen de markt van de Unie en die van het VK na het einde van de overgangsperiode onderworpen zijn aan de toepasselijke regels van de partijen betreffende invoer en sanitaire controles aan de grens, ongeacht of zij voor het eind van de overgangsperiode op de markt zijn gebracht.

Dit is nodig vanwege de hoge gezondheidsrisico's die dergelijke producten met zich brengen en de noodzaak om deze producten, evenals levende dieren, aan doeltreffende veterinaire controles te onderwerpen wanneer zij in de Unie of het VK op de markt komen.

 

--------------------------------------------------- 

Zo min mogelijk verstoringen in de distributieketen aan het eind van de overgangsperiode

Het terugtrekkingsakkoord zorgt ervoor dat een goed dat al in de handel is gebracht, ook na het eind van de overgangsperiode op de Britse markt en de eengemaakte markt van de EU kan worden aangeboden . Dit geldt voor alle goederen binnen de werkingssfeer van het vrije verkeer van goederen dat is neergelegd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, zoals: landbouwproducten, consumentenproducten (bijvoorbeeld speelgoed, textiel, cosmetica), gezondheidsproducten (farmaceutische producten, medische apparatuur) en industriële producten, zoals motorvoertuigen, mariene uitrusting, machines, liften, elektrische apparatuur, bouwproducten en chemicaliën.

Levende dieren en dierlijke producten, zoals voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong, zullen echter na afloop van de overgangsperiode moeten voldoen aan de regels van de EU en het VK voor de invoer uit derde landen.

Het akkoord bepaalt bijvoorbeeld het volgende:

Een röntgenapparaat met een CE-markering dat door een in de EU-27 gevestigde fabrikant is verkocht aan een ziekenhuis in het VK, maar voor de einddatum van de overgangsperiode nog niet is verscheept of fysiek is geleverd, kan na die datum worden verscheept en aan het ziekenhuis worden geleverd wanneer het voldoet aan de vereisten die van toepassing waren op het moment dat het in de handel werd gebracht. Er hoeft daarom geen hercertificering plaats te vinden of een nieuwe, specifiek Britse conformiteitsmarkering te worden aangebracht en evenmin hoeft het product te worden aangepast aan een eventueel nieuw productvereiste. Hetzelfde geldt voor vermeldingen die op het product moeten worden aangebracht of de informatie die met het product moet worden verstrekt (handleiding, gebruiksaanwijzing e.d.).

Zo kan ook een auto die door een Britse fabrikant is vervaardigd op grond van een door de Britse autoriteiten verleende typegoedkeuring en die voor het eind van de overgangsperiode is verkocht aan een in de EU-27 gevestigde distributeur, naar de distributeur worden verscheept, worden doorverkocht aan een eindgebruiker, en in eender welke lidstaat worden geregistreerd en in gebruik worden genomen, wanneer de auto voldoet aan de voorwaarden die van toepassing waren op het moment dat hij in de handel werd gebracht.

----------------------------------------------------

 

Lopend verkeer van goederen vanuit douane-oogpunt

Voor douane-, btw- en accijnsdoeleinden waarborgt het terugtrekkingsakkoord dat verkeer van goederen dat vóór de terugtrekking van het VK uit de douane-unie van de EU is begonnen, moet kunnen worden voltooid onder toepassing van de Unieregels die daarvoor bij aanvang golden. Na het eind van de overgangsperiode blijven de EU-regels gelden voor grensoverschrijdende transacties die vóór de overgangsperiode zijn begonnen voor wat betreft de btw-rechten en -verplichtingen van belastingplichtigen, zoals rapportageverplichtingen, betaling en teruggave van btw. Dezelfde benadering geldt voor lopende administratieve samenwerking die, samen met de uitwisseling van informatie die voor de terugtrekking aanving, op grond van de toepasselijke EU-regels moet worden voltooid. 

Bescherming van intellectuele-eigendomsrechten

Op grond van het terugtrekkingsakkoord wordt de bescherming die op het grondgebied van het VK wordt geboden aan bestaande unitaire intellectuele-eigendomsrechten in de EU (handelsmerken, geregistreerde modelrechten, kwekersrechten enz.), gehandhaafd. Al deze beschermde rechten zullen door het VK als nationale intellectuele-eigendomsrechten moeten worden beschermd. De omzetting van een EU-recht in een Brits recht met het oog op bescherming in het VK zal automatisch, kosteloos en zonder herbeoordeling gebeuren. Dit zal de bestaande eigendomsrechten in het VK waarborgen en de vereiste zekerheid bieden wat betreft gebruikers en rechthebbenden.

De EU en het VK hebben verder afgesproken dat de bestaande lijst met door de EU goedgekeurde geografische aanduidingen krachtens het terugtrekkingsakkoord wettelijk beschermd zal blijven, tenzij en totdat er in het kader van de toekomstige betrekkingen een nieuwe overeenkomst over de lijst met geografische aanduidingen wordt gesloten. Dergelijke geografische aanduidingen vormen thans in het VK en de EU geldende intellectuele-eigendomsrechten.

Het VK zal ervoor zorgen dat voor de bestaande lijst van die geografische aanduidingen ten minste hetzelfde niveau van bescherming geldt als nu in de EU van toepassing is. Deze bescherming zal via de nationale wetgeving van het VK worden gehandhaafd.

Door de EU goedgekeurde geografische aanduidingen die bestaan in Britse oorsprongsbenamingen (bijvoorbeeld Welsh Lamb) blijven in de EU van toepassing en blijven daar dan ook bescherming genieten.

 

--------------------------------------------------- 

Meer dan 3 000 geografische aanduidingen blijven beschermd in Verenigd Koninkrijk

Meer dan 3 000 geografische aanduidingen, zoals Parmaham, Champagne, Bayerisches Bier, Feta, Tokaj, Pastel de Tentúgal en Vinagre de Jerez, zijn nu krachtens EU-wetgeving in de hele EU – met inbegrip van het VK – beschermd als sui generis intellectuele-eigendomsrechten. De terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie leidt er niet toe dat deze intellectuele-eigendomsrechten verloren gaan. Het over geografische aanduidingen bereikte akkoord bestrijkt beschermde oorsprongsbenamingen, beschermde geografische aanduidingen, gegarandeerde traditionele specialiteiten en traditionele aanduidingen voor wijn. Dit akkoord geldt ook voor de geografische aanduidingen met een naam die van Britse oorsprong is (zoals Welsh lamb): ook deze aanduidingen zullen beschermd worden in het VK krachtens het Britse recht en beschermd blijven in de EU krachtens het EU-recht.

Geografische aanduidingen zijn voor plaatselijke gemeenschappen van groot economisch en cultureel belang. Elke beschermde aanduiding in de EU staat voor een landbouwproduct, voedsel of drank met diepe lokale wortels. De bescherming ervan krachtens het EU-recht heeft voor de producenten en plaatselijke gemeenschappen aanzienlijke waarde gegenereerd. De kwaliteit, reputatie en kenmerken van de producten zijn toe te schrijven aan hun geografische oorsprong. De bescherming van deze producten helpt de authenticiteit ervan te bewaren, ondersteunt de plattelandsontwikkeling en bevordert de werkgelegenheid bij de productie, verwerking en andere aanverwante diensten.

--------------------------------------------------- 

 

Lopende politiële en justitiële samenwerking in strafzaken

Het terugtrekkingsakkoord voorziet in regels voor het afbouwen van de lopende politiële en gerechtelijke samenwerking in strafzaken waarbij het VK betrokken is. Al deze procedures moeten nog wel op grond van dezelfde EU-regels worden afgerond.

Bijvoorbeeld: hoe verloopt de politiële en justitiële samenwerking straks in de praktijk?

Een crimineel die in het VK is aangehouden op grond van een Europees aanhoudingsbevel moet worden uitgeleverd aan de lidstaat die hem zoekt.

Een gezamenlijk onderzoeksteam dat door het VK en andere lidstaten is opgezet, moet zijn onderzoek ook voortzetten.

Als een autoriteit van een EU-lidstaat voor het eind van de overgangsperiode een verzoek van het VK ontvangt om de opbrengst van een strafbaar feit te confisqueren, dient dit te worden ingewilligd overeenkomstig de toepasselijke EU-regels. 

Lopende justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken

Het terugtrekkingsakkoord bepaalt dat het EU-recht inzake internationale rechtsmacht in grensoverschrijdende civielrechtelijke geschillen van toepassing blijft op gerechtelijke procedures die voor het eind van de overgangsperiode zijn ingesteld, en dat het relevante EU-recht inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen van toepassing blijft op beslissingen in deze procedures. 

Wat gebeurt er na het eind van de overgangsperiode met lopende gerechtelijke procedures tussen ondernemingen?

Stel: aan het eind van de overgangsperiode is een geschil tussen een Nederlandse onderneming en een Britse onderneming aanhangig bij een Britse rechtbank.

Dat de Britse rechtbank verantwoordelijk is voor de behandeling van de zaak, is bepaald bij EU-recht. Volgens het terugtrekkingsakkoord blijft de Britse rechtbank na het eind van de overgangsperiode bevoegd om de zaak te behandelen op grond van EU-recht.

Ander voorbeeld: aan het eind van de overgangsperiode voert een onderneming bij een Franse rechtbank een procedure tegen een Britse onderneming.

Volgens het terugtrekkingsakkoord blijft het EU-recht inzake de erkenning en handhaving van uitspraken na het eind van de overgangsperiode van toepassing op de erkenning en handhaving in het VK van de uitspraak van de Franse rechtbank. 

Gebruik van gegevens en informatie uitgewisseld voor het eind van de overgangsperiode

Gedurende het EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk hebben openbare of particuliere instellingen in het VK persoonsgegevens ontvangen van ondernemingen en overheidsdiensten in andere lidstaten.

Het terugtrekkingsakkoord bepaalt dat het VK na afloop van de overgangsperiode de EU-regels inzake gegevensbescherming moet blijven toepassen op de huidige "voorraad aan persoonsgegevens" totdat de EU door middel van een formeel, zogenaamd gelijkwaardigheidsbesluit heeft vastgesteld dat de Britse regeling voor de bescherming van persoonsgegevens waarborgen voor gegevensbescherming biedt die "wezenlijk gelijkwaardig" zijn aan die in de EU.

Het formele gelijkwaardigheidsbesluit van de EU moet worden voorafgegaan door een beoordeling van de gegevensbeschermingsregeling die in het VK geldt. Ingeval het gelijkwaardigheidsbesluit wordt nietig verklaard of ingetrokken, blijft op de ontvangen gegevens dezelfde “wezenlijk gelijkwaardige” beschermingsnorm van toepassing, en wel rechtstreeks op grond van het akkoord.  

Lopende aanbestedingen

Lopende aanbestedingen: het terugtrekkingsakkoord biedt rechtszekerheid betreffende aanbestedingen die aan het eind van de overgangsperiode nog lopen. Deze moeten overeenkomstig het EU-recht worden voltooid, d.w.z. op grond van dezelfde procedurele en materiële regels als waaronder zij zijn uitgeschreven. 

Euratom

Volgens het terugtrekkingsakkoord is het Verenigd Koninkrijk er met betrekking tot de terugtrekking uit Euratom en de hieraan verbonden veiligheidscontroles mee akkoord gegaan dat het geheel verantwoordelijk is voor de voortzetting van de nucleaire veiligheidscontroles en dat het internationaal gebonden zal worden door een toekomstige regeling met een gelijkwaardige dekking en werking als de Euratom-regeling. 

Euratom zal aan het VK de eigendom van de voorzieningen en andere middelen voor de veiligheidscontroles in het VK overdragen, waarvoor het een vergoeding zal ontvangen op basis van de boekwaarde.

De Unie constateert verder dat terugtrekking betekent dat de door Euratom gesloten internationale overeenkomsten niet langer op het VK van toepassing zullen zijn en dat het VK in dit verband nieuwe afspraken moet maken met internationale partners.

De eigendom van bijzondere splijtstoffen die in het VK worden aangehouden door Britse entiteiten zal van Euratom aan het VK worden overgedragen. Wat betreft bijzondere splijtstoffen die in het VK worden aangehouden door ondernemingen uit de EU27, heeft het VK ingestemd met de instandhouding van de Euratomrechten (bijvoorbeeld het recht om verkoop of overdracht van deze materialen in de toekomst goed te keuren). Beide partijen zijn het erover eens dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor verbruikte splijtstof en radioactief afval berust bij de staat waar dit materiaal is geproduceerd, in overeenstemming met internationale verdragen en de wetgeving van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. 

Bij de Unie aanhangige gerechtelijke en administratieve procedures

Krachtens het terugtrekkingsakkoord blijft het Hof van Justitie van de Europese Unie bevoegd voor gerechtelijke procedures inzake het VK die voor het eind van de overgangsperiode bij het HvJ-EU zijn geregistreerd en moeten die procedures worden voortgezet tot een definitief, bindend arrest is gewezen overeenkomstig de regels van de Unie. Dit geldt voor alle procedurele fasen, met inbegrip van beroep en terugverwijzing naar het Gerecht. Zo kunnen aanhangige zaken op ordelijke wijze worden afgerond.

Bovenstaande benadering biedt een oplossing voor aanhangige zaken; daarnaast zullen bepaalde zaken waarbij het VK betrokken is na het eind van de overgangsperiode voor het HvJ-EU kunnen worden gebracht voor een uitspraak overeenkomstig de regels van de Unie.

Het akkoord bepaalt dat de Commissie binnen vier jaar na afloop van de overgangsperiode nieuwe inbreukprocedures tegen het Verenigd Koninkrijk kan aanspannen bij het HvJ-EU met betrekking tot inbreuken op het Unierecht die voor het eind van de overgangsperiode hebben plaatsgevonden.

Gedurende diezelfde periode kan het Verenigd Koninkrijk ook voor het HvJ-EU worden gedaagd wegens niet-naleving van een administratieve beslissing van een instelling of orgaan van de Unie die voor het eind van de overgangsperiode is genomen of, in het geval van een aantal specifiek in het akkoord genoemde procedures, na afloop van de overgangsperiode.

De bevoegdheid van het HvJ-EU voor deze nieuwe zaken is in overeenstemming met het beginsel dat de beëindiging van een Verdrag geen afbreuk mag doen aan de vóór de beëindiging ontstane rechten, verplichtingen en rechtspositie van de partijen. Dit waarborgt rechtszekerheid en een gelijk speelveld tussen de EU-lidstaten en het VK met betrekking tot situaties die zijn ontstaan toen het VK gebonden was aan de verplichtingen krachtens het Unierecht.

Wat administratieve procedures betreft, bepaalt het terugtrekkingsakkoord dat lopende procedures volgens de regels van de Unie worden voortgezet. Dit betreft procedures op het gebied van bijvoorbeeld mededinging en staatssteun die voor het eind van de overgangsperiode door instellingen, organen en instanties van de Unie zijn ingeleid en betrekking hebben op het VK of Britse natuurlijke of rechtspersonen.

Ten aanzien van voor het eind van de overgangsperiode verleende staatssteun is de Europese Commissie gedurende een periode van vier jaar na het eind van de overgangsperiode bevoegd om ten aanzien van het VK nieuwe administratieve procedures inzake staatsteun in te leiden. De Europese Commissie blijft na het eind van de periode van vier jaar bevoegd voor procedures die voor het eind van die periode zijn ingeleid.

Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) is gedurende een periode van vier jaar na het eind van de overgangsperiode bevoegd om nieuwe onderzoeken te beginnen in verband met feiten die voor het eind van de overgangsperiode plaatsvonden of douaneschulden die na het eind van de overgangsperiode ontstaan. De mogelijkheid zulke nieuwe administratieve procedures in te leiden strookt met de omstandigheid dat het VK tot het eind van de overgangsperiode ten volle gebonden is door het recht van de Unie en er derhalve gedurende de hele periode moeten worden gezorgd voor naleving en een gelijk speelveld met de andere lidstaten. 

Werking van de instellingen, organen en instanties van de Unie

Volgens het terugtrekkingsakkoord blijven de voorrechten en immuniteiten van de Unie van toepassing op activiteiten die voor het eind van de overgangsperiode hebben plaatsgevonden. Beide partijen zullen ervoor zorgen dat uit beroepsgeheim voortvloeiende verplichtingen worden gehandhaafd. Gerubriceerde informatie en andere documenten die het VK heeft ontvangen terwijl het lid was van de Unie, moeten dezelfde mate van bescherming krijgen als voor het eind van de overgangsperiode. 

 

IV. Wat is er overeengekomen met betrekking tot de overgangsperiode? 

Het terugtrekkingsakkoord voorziet in een overgangsperiode die tot eind 2020 duurt. Doordat het EU-recht gedurende deze periode van toepassing blijft, hebben nationale overheden alsook bedrijven de tijd om zich voor te bereiden op de nieuwe relatie. Ook verschaft het de EU en het VK tijd om over hun toekomstige relatie te onderhandelen.

De overgangsperiode eindigt op 31 december 2020. Voor die datum is gekozen omdat het VK aanvankelijk om een overgangsperiode van ongeveer twee jaar heeft verzocht en dat ook de einddatum is van de huidige langetermijnbegroting van de EU (meerjarig financieel kader 2014-2020).

Gedurende deze periode blijft het gehele acquis van de Unie op en in het VK van toepassing als betrof een lidstaat. Dit betekent dat het VK zal blijven deelnemen aan de douane-unie en de interne markt van de Unie (inclusief alle vier de vrijheden) en al het EU-beleid. Alle wijzigingen in het acquis van de Unie zullen automatisch op en in het VK van toepassing zijn. De rechtstreekse werking en het primaat van het Unierecht blijven behouden. Alle bestaande instrumenten en structuren van de Unie op het vlak van regelgeving, begroting, toezicht, justitie en handhaving zullen van toepassing zijn, met inbegrip van de bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Unie. 

Gedurende de overgangsperiode zal het VK moeten voldoen aan het handelsbeleid van de EU en gebonden blijven door de exclusieve bevoegdheid van de Unie, met name wat betreft het gemeenschappelijk handelsbeleid.

Tijdens de overgangsperiode blijft het VK gebonden door de verplichtingen die voortvloeien uit de internationale overeenkomsten van de EU. Op handelsgebied betekent dit dat derde landen dezelfde toegang tot de Britse markt houden. Gedurende deze periode kan het VK op gebieden die onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen, niet als zelfstandige staat aan nieuwe overeenkomsten worden gebonden, tenzij het daartoe de toestemming van de EU ontvangt.

Met ingang van de datum van terugtrekking (d.w.z. met inbegrip van de overgangsperiode) zal het VK, aangezien het geen deel meer uitmaakt van de EU, geen rol meer spelen bij de besluitvorming van de EU. Het zal niet langer vertegenwoordigd zijn in de instellingen, organen en instanties van de EU, en personen die door het VK zijn benoemd of voorgedragen, die het VK vertegenwoordigen of in het VK zijn verkozen, zullen niet langer deelnemen aan de instellingen, organen en instanties van de EU.

Uitzonderingen daargelaten, zal het VK niet langer deelnemen aan vergaderingen van groepen lidstaten. Het VK kan tijdens de overgangsperiode niet langer optreden als "rapporteur" voor Europese autoriteiten (bijvoorbeeld bij de uitvoering van een risicobeoordeling voor het Europees agentschap voor chemische stoffen) of voor lidstaten (bijvoorbeeld bij de beoordeling van de veiligheid en werkzaamheid van een geneesmiddel).

De overgangsperiode biedt betrokken partijen, waaronder internationale partners, ook duidelijkheid en voorspelbaarheid op het gebied van visserij, aangezien op grond van het akkoord het gemeenschappelijk visserijbeleid (en de voorwaarden van de relevante internationale overeenkomsten) gedurende de hele overgangsperiode voor het VK van toepassing blijft. Het Verenigd Koninkrijk zal tot het eind van de overgangsperiode gebonden blijven aan de besluiten over de vangstmogelijkheden. Het zal in de verschillende fasen van het jaarlijkse besluitvormingsproces worden geraadpleegd in verband met zijn vangstmogelijkheden. Op uitnodiging van de Unie en voor zover het betrokken forum dit toestaat, mag het VK internationale raadplegingen en onderhandelingen in het kader van de desbetreffende fora bijwonen om zijn toekomstige lidmaatschap voor te bereiden. 

Eventuele verlenging van de overgangsperiode

Het terugtrekkingsakkoord biedt het Gemengd Comité ook de mogelijkheid om de overgangsperiode te verlengen. Van deze mogelijkheid kan slechts één keer gebruik worden gemaakt; hiertoe moet door het Gemengd Comité vóór 1 juli 2020 worden besloten.

De betrokken bepaling biedt het Verenigd Koninkrijk ook de mogelijkheid om meer tijd te vragen teneinde ervoor te zorgen dat voor het eind van de overgangsperiode een akkoord kan worden bereikt over de toekomstige betrekkingen, inclusief afspraken om een harde grens in Ierland te voorkomen.

De verlenging kan alleen worden toegepast met wederzijdse instemming van de Unie en het Verenigd Koninkrijk. Alle andere voorwaarden inzake de overgang die in maart zijn overeengekomen, blijven van toepassing. Dit betekent, zoals gezegd, dat het recht van de Unie ten volle van toepassing blijft op het VK en dat de instellingen van de Unie, met inbegrip van het Hof van Justitie, ten volle bevoegd blijven.

Gedurende een eventuele verlenging van de overgangsperiode wordt het VK voor wat het toekomstige meerjarig financieel kader betreft vanaf 2021 echter als een derde land behandeld. Wat dat kader betreft, zal het VK aan EU-programma's kunnen deelnemen op basis van de rechtsgrondslagen voor derde landen die zullen worden vastgesteld in EU-verordeningen.

Een verlenging van de overgangsperiode vergt een billijke financiële bijdrage van het VK aan de EU-begroting, die dient te worden vastgesteld door het Gemengd Comité dat is opgericht bij het terugtrekkingsakkoord. 

Deelname van het VK aan het Europees buitenlands en defensiebeleid tijdens de overgangsperiode

Het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid zal tijdens de overgangsperiode op het Verenigd Koninkrijk van toepassing zijn. Met name dient het VK de beperkende maatregelen van de Unie die van kracht zijn of worden vastgesteld gedurende de overgangsperiode, uit te voeren, alsook de verklaringen en standpunten van de EU in derde landen en internationale organisaties te ondersteunen.

Het VK zal de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan militaire operaties en civiele missies van de EU in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB), maar zonder leidinggevende bevoegdheden. Zo wordt het operationeel hoofdkwartier van de EU-operatie ter bestrijding van piraterij (Atalanta) van Northwood overgebracht naar het Spaanse Rota.

Het VK zal de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan projecten van agentschappen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, waaronder het Europees Defensieagentschap, maar zonder rol in de besluitvorming. 

Betrokkenheid van het Verenigd Koninkrijk bij het beleid inzake justitie en binnenlandse zaken tijdens de overgangsperiode

Alle elementen van het beleid inzake justitie en binnenlandse zaken blijven gedurende de overgangsperiode van toepassing op het VK en het VK blijft gebonden aan de handelingen van de EU die op het moment van terugtrekking op het land van toepassing zijn. Het VK mag ervoor kiezen om zijn recht van een opt-in/opt-out uit te oefenen ten aanzien van maatregelen tot wijziging, vervanging of verdere ontwikkeling van die handelingen.

Gedurende de overgangsperiode heeft het VK echter niet het recht om aan geheel nieuwe maatregelen deel te nemen (opt-in). De EU kan het VK evenwel uitnodigen om in verband met dergelijke nieuwe maatregelen samen te werken, onder de voorwaarden voor samenwerking met derde landen.

Wat zijn de gevolgen voor de internationale overeenkomsten?

De internationale overeenkomsten van de EU maken deel uit van het acquis dat onder de overgangsregeling valt. Ze zijn echter in zo ver bijzonder dat dit deel van het acquis tot stand is gekomen door middel van onderhandeling en afspraken met de internationale partners van de EU. Gedurende de overgangsperiode is het VK gebonden door de verplichtingen die voortvloeien uit alle internationale overeenkomsten van de EU. Op handelsgebied betekent dit dat de toegang van derde landen tot de Britse markt gelijk blijft. Daarmee zijn ook de integriteit en de homogeniteit van de interne markt en de douane-unie van de EU gewaarborgd.

De EU zal de andere partijen bij de internationale overeenkomsten in kennis stellen van de gevolgen van de terugtrekking van het VK uit de EU. Deze kennisgeving moet plaatsvinden na de ondertekening van het terugtrekkingsakkoord. De kennisgeving heeft betrekking op alle internationale overeenkomsten.

Ook zal de EU haar internationale partners meedelen dat het VK gedurende een in het terugtrekkingsakkkoord overeengekomen overgangsperiode met een lidstaat wordt gelijkgesteld waar het gaat om internationale overeenkomsten, met inbegrip van de overeenkomsten die voorlopig van toepassing zouden zijn of in werking zouden treden gedurende de overgangsperiode. 

 

V. Wat is er overeengekomen met betrekking tot de financiële afwikkeling? 

In de richtsnoeren van de Europese Raad van 29 april 2017 wordt aangestuurd op een alomvattende financiële regeling voor de EU-begroting, de beëindiging van het lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk van alle organen en instellingen die zijn opgericht bij de Verdragen en de deelname van het VK aan specifieke fondsen en faciliteiten die verband houden met het beleid van de Unie. De overeengekomen financiële regeling bestrijkt al deze punten en vereffent alle rekeningen.

Op grond van het terugtrekkingsakkoord zal het Verenigd Koninkrijk zijn deel voldoen van de financiering van alle verplichtingen die zijn aangegaan terwijl het lid was van de Unie, met betrekking tot de EU-begroting (en met name het meerjarig financieel kader 2014-2020, inclusief de betalingen die na afloop van de overgangsperiode worden gedaan in verband met de afsluiting van de programma's), de Europese Investeringsbank, de Europese Centrale Bank, de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije, de EU-trustfondsen, de instanties van de Raad, alsook het Europees Ontwikkelingsfonds.

Tegen deze achtergrond hebben de onderhandelaars van de Commissie en het Verenigd Koninkrijk overeenstemming bereikt over een billijke methode voor de berekening van de verplichtingen van het Verenigd Koninkrijk in verband met zijn terugtrekking.

De volgende beginselen liggen ten grondslag aan de overeengekomen methode:

  • geen enkele lidstaat zal meer betalen of minder ontvangen als gevolg van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie,
  • het Verenigd Koninkrijk betaalt zijn aandeel van de tijdens zijn lidmaatschap aangegane verplichtingen, en
  • het Verenigd Koninkrijk betaalt niet meer en niet eerder dan wanneer het een lidstaat was gebleven. Dit betekent in het bijzonder dat het Verenigd Koninkrijk betaalt op basis van het werkelijke, d.w.z. na de uitvoering bijgewerkte, begrotingsresultaat.

 

Hoeveel gaat het VK betalen?

De onderhandelingen hadden als doel alle verplichtingen te regelen die op de datum van de terugtrekking van het VK uit de Europese Unie bestaan. De overeenkomst betreft dus niet het bedrag dat gemoeid is met de financiële verplichting van het VK, maar de methode voor de berekening ervan.

Beide partijen zijn een objectieve methode overeengekomen voor het nakomen van alle gezamenlijke ten aanzien van de begroting van de Unie (2014-2020) aangegane verplichtingen, met inbegrip van de eind 2020 nog betaalbaar te stellen verplichtingen (RAL) en verplichtingen waar geen activa tegenover staan.

Ook blijft het VK de leningen garanderen die voor zijn terugtrekking door de Unie zijn verstrekt en ontvangt het zijn aandeel terug in eventuele ongebruikte garanties en in bedragen die worden teruggevorderd nadat de garanties voor die leningen zijn aangesproken.

Verder heeft het VK zich akkoord verklaard om alle nog betaalbaar te stellen verplichtingen van de EU-trustfondsen en de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije na te komen. Het VK blijft partij bij het Europees Ontwikkelingsfonds en zal blijven bijdragen in de betalingen die nodig zijn om alle verplichtingen in verband met het lopende 11e EOF en de eerdere fondsen na te komen. 

De Europese Centrale Bank betaalt de Bank of England het gestorte kapitaal van het VK terug en het VK zal geen lid van de ECB meer zijn. Met betrekking tot de Europese Investeringsbank wordt het gestorte kapitaal van het VK tussen 2019 en 2030 in jaarlijkse tranches terugbetaald, maar wel vervangen door een (aanvullende) opvraagbare garantie. Het VK handhaaft een garantie voor de uitstaande EIB-verrichtingen vanaf de datum van terugtrekking totdat deze geheel zijn afgelost.

Ook handhaaft het Verenigd Koninkrijk de voorrechten en immuniteiten van de EIB (Protocol 5 en 7 van het Verdrag) voor de stock van operaties op de terugtrekkingsdatum. 

Wat betekent dit voor EU-projecten en -programma's?

Alle projecten en programma's van de EU zullen worden gefinancierd als gepland op grond van het huidige meerjarig financieel kader (2014-2020). Dit biedt zekerheid aan alle begunstigden van EU-programma's, waaronder Britse begunstigden, die van de EU-programma's gebruik kunnen blijven maken tot de afsluiting daarvan, maar niet van financiële instrumenten die na de terugtrekking worden goedgekeurd. 

Hoe wordt het aandeel van het Verenigd Koninkrijk berekend?

Het Verenigd Koninkrijk zal bijdragen aan de begrotingen van 2019 en 2020, en het betreffende percentage zal worden berekend als ware het nog lid van de Unie. Wat betreft de verplichtingen na 2020, zal het aandeel worden vastgesteld op basis van de verhouding tussen de eigen middelen die het Verenigd Koninkrijk in de periode 2014-2020 heeft bijgedragen en de eigen middelen die alle lidstaten (inclusief het VK) in diezelfde periode hebben bijgedragen. Dit betekent dat de Britse korting deel uitmaakt van het aandeel van het Verenigd Koninkrijk. 

Waaruit bestaat het aandeel van het VK in het vermogen van de EU (activa – gebouwen en liquide middelen)?

Activa van de EU behoren toe aan de EU, aangezien de EU een eigen rechtspersoonlijkheid heeft en geen enkele lidstaat recht heeft op activa van de EU. Het Britse aandeel van de passiva van de EU wordt echter verkleind met de overeenkomstige activa, aangezien door activa gedekte passiva niet hoeven te worden gefinancierd en dat geldt ook voor het VK. 

Hoe lang gaat het VK betalen?

Het Verenigd Koninkrijk blijft betalen tot de laatste langlopende schuld is voldaan. Daarbij zal het niet eerder hoeven te betalen dan het geval was geweest als het lid van de EU was gebleven. Er wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat beide partijen afspraken maken over enige vereenvoudiging. 

Betaalt het VK de pensioenverplichtingen van het ambtenarenapparaat van de EU?

Het VK zal zijn aandeel betalen in de financiering van pensioenen en andere secundaire arbeidsvoorwaarden die tot eind 2020 zijn opgebouwd. Deze betalingen zullen worden verricht op de desbetreffende vervaldata, net zoals het geval is voor de overige lidstaten. 

Wat zijn de financiële gevolgen van een eventuele verlenging van de overgangsperiode?

Gedurende een eventuele verlenging van de overgangsperiode wordt het VK wat het toekomstige meerjarig financieel kader betreft vanaf 2021 als een derde land behandeld. Voor een verlenging van de overgangsperiode is echter wel een financiële bijdrage van het VK aan de EU-begroting vereist. Die bijdrage moet worden vastgesteld door het Gemengd Comité dat is opgericht voor de governance van het terugtrekkingsakkoord. 

 

VI. Wat is er afgesproken over de governance van het terugtrekkingsakkoord? 

Het terugtrekkingsakkoord omvat de institutionele regelingen die ervoor moeten zorgen dat het akkoord doeltreffend wordt beheerd, uitgevoerd en gehandhaafd, inclusief passende mechanismen voor geschillenbeslechting.

De EU en het VK zijn overeengekomen dat het gehele terugtrekkingsakkoord voorrang en rechtstreekse werking heeft, onder dezelfde voorwaarden als die van het Unierecht. Ook hebben zij vastgesteld dat het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) de hoogste uitleggingsinstantie is voor aangelegenheden in verband met het Unierecht of Unierechtelijke begrippen. Deze waarborg is noodzakelijk om ervoor zorgen dat het recht van de Unie op consistente wijze wordt toegepast.

Belangrijke delen van het terugtrekkingsakkoord zijn gebaseerd op het recht van de Unie, dat wordt gebruikt om de terugtrekking ordelijk te laten verlopen. Dit maakt het des te belangrijker dat de rechtsgevolgen, methoden en uitleggingsbeginselen dezelfde zijn als die welke in het kader van het recht van de Unie van toepassing zijn.

Indien zich een geschil voordoet betreffende de interpretatie van het terugtrekkingsakkoord, wordt eerst politiek overleg gevoerd in een Gemengd Comité. Als er geen oplossing wordt gevonden, kan elk van de partijen het geschil aan bindende arbitrage onderwerpen. In de gevallen waarin het geschil betrekking heeft op EU-recht, is het arbitragepanel verplicht de zaak aan het HvJ-EU voor te leggen voor een bindende uitspraak. Bovendien mag elke partij verzoeken dat het panel een zaak aan het HvJ-EU voorlegt. In dergelijke gevallen moet het arbitragepanel de zaak voorleggen aan het HvJ-EU, tenzij het van oordeel is dat het geschil geen betrekking heeft op EU-recht. Het moet zijn beoordeling motiveren en de partijen mogen om een herziening van zijn beoordeling vragen. 

Het besluit van het arbitragepanel is bindend voor de Unie en het VK. Ingeval van niet-naleving kan het arbitragepanel bepalen dat aan de klagende partij een forfaitaire som of een dwangsom dient te worden betaald.

Als het uiteindelijk nog niet wordt nageleefd, biedt het akkoord de partijen de mogelijkheid om de toepassing van het terugtrekkingsakkoord zelf naar evenredigheid te schorsen, met uitzondering van de rechten van burgers of bepalingen die deel uitmaken van andere overeenkomsten tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk. Een dergelijke schorsing kan door het arbitragepanel worden getoetst. 

graph Brexit 2

 

VII. Protocol inzake Ierland en Noord-Ierland  

Zie het afzonderlijke document “Vragen en antwoorden over het Protocol inzake Ierland en Noord-Ierland”. 

 

VIII. Wat is er overeengekomen met betrekking tot de Sovereign Base Areas in Cyprus? 

In de gezamenlijke verklaring van 19 juni 2018 hebben de Unie en het Verenigd Koninklijk toegezegd passende regelingen tot stand te brengen voor de Sovereign Base Areas (SBA's), in het bijzonder ter bescherming van de belangen van Cypriotische burgers die wonen en werken in de SBA's na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk, geheel in overeenstemming met de uit het Oprichtingsverdrag voortvloeiende rechten en verplichtingen.

De Unie en het Verenigd Koninkrijk hebben overeenstemming bereikt over een protocol dat hieraan uitvoering geeft en dat aan het terugtrekkingsakkoord is gehecht.

Het doel van het Protocol is te waarborgen dat het EU-recht dat van toepassing is op de gebieden genoemd in Protocol 3 bij de Toetredingsakte van Cyprus, van toepassing blijft in de SBA's, zodat met name de rechten van de ongeveer 11 000 Cypriotische burgers die in de SBA's wonen en werken, niet worden aangetast of verloren gaan. Dit geldt voor een aantal beleidsgebieden, zoals belastingheffing, goederen, landbouw, visserij en veterinaire en fytosanitaire voorschriften.

Het Protocol verleent de Republiek Cyprus de verantwoordelijkheid voor de uitvoering en handhaving van het Unierecht met betrekking tot de meeste betrokken gebieden, met uitzondering van veiligheid en militaire aangelegenheden. 

 

IX. Wat is er overeengekomen met betrekking tot Gibraltar? 

Volgens de richtsnoeren van de Europese Raad van 29 april 2017 “mag op het grondgebied van Gibraltar geen akkoord tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk van toepassing zijn zonder overeenstemming daarover tussen het Koninkrijk Spanje en het Verenigd Koninkrijk.”

Inmiddels zijn er bilaterale onderhandelingen tussen Spanje en het VK afgerond. Aan het terugtrekkingsakkoord is een Protocol gehecht waarin naar deze bilaterale regelingen wordt verwezen.

Het Protocol vormt een pakket met bilaterale memoranda van overeenstemming tussen Spanje en het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Gibraltar. Dit betreft de bilaterale samenwerking op het gebied van de rechten van burgers, tabakswaren en andere producten, milieu en politie- en douanezaken, alsook een bilaterale overeenkomst over belastingheffing en de bescherming van financiële belangen.

Met betrekking tot de rechten van burgers legt het Protocol de basis voor administratieve samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten ten behoeve van de uitvoering van het terugtrekkingsakkoord ten aanzien van de mensen die in de regio Gibraltar wonen, en met name grensarbeiders.

Wat betreft de luchtvaart creëert het Protocol de mogelijkheid, mits Spanje en het Verenigd Koninkrijk een akkoord bereiken over het gebruik van de luchthaven van Gibraltar, om de EU-wetgeving die eerst nog niet op Gibraltar van toepassing was, daar tijdens de overgangsperiode toepasselijk te maken.

Met betrekking tot fiscale kwesties en de bescherming van financiële belangen legt het Protocol de grondslag voor administratieve samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten met het oog op het bewerkstelligen van volledige transparantie op het gebied van belastingen, fraudebestrijding, smokkel en witwassen. Het VK verbindt zich ook tot naleving in Gibraltar van de internationale normen op dit gebied. Met betrekking tot tabakswaren verbindt het VK zich ertoe met betrekking tot Gibraltar bepaalde verdragen te ratificeren en voor 30 juni 2020 een traceringssysteem en veiligheidsmaatregelen voor sigaretten in te voeren. Wat betreft alcohol en benzine heeft het Verenigd Koninkrijk toegezegd dat er in Gibraltar een belastingsysteem wordt ingevoerd dat gericht is op de preventie van fraude.

Op het gebied van milieubescherming en visserij, en de samenwerking met betrekking tot politie- en douanezaken, legt het Protocol de basis voor administratieve samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten.

Er wordt ook een speciale commissie ingesteld die toezicht moet houden op de toepassing van dit Protocol.

MEMO/18/6422

Contactpersoon voor de pers:

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 67 89 10 11 of e-mail


Side Bar