Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

IP/99/294

Brussel, 4 mei 1999

De Commissie hecht haar goedkeuring aan twee wetgevingsvoorstellen op het gebied van het burgerlijk recht

De Europese Commissie heeft haar goedkeuring gehecht aan voorstellen voor twee wetgevingsinstrumenten op het gebied van het burgerlijk recht. Het is de bedoeling dat deze instrumenten in de plaats treden van twee reeds door de Raad van Ministers ondertekende verdragen. De omzetting van de verdragen in rechtsinstrumenten van de Europese Unie (EU) is een gevolg van de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam. Het eerste voorstel is een verordening van de Raad betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid voor gemeenschappelijke kinderen die gebaseerd is op het Verdrag Brussel II van 28 mei 1998. Het tweede voorstel is een richtlijn inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van de Europese Unie van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken die gebaseerd is op een verdrag van 26 mei 1997. Beide voorstellen, de verordening en de richtlijn, geven volledig de inhoud van de twee verdragen weer, afgezien van de wijzigingen die een noodzakelijk gevolg zijn van het nieuwe institutionele kader.

"Ik stel met genoegen vast dat wij er reeds in geslaagd zijn deze eerste stap te zetten op het gebied van de concretisering van de bepalingen van het Verdrag van Amsterdam" aldus Anita Gradin, lid van de Commissie en bevoegd voor Justitie en Binnenlandse Zaken. "Door meer samenwerking op burgerrechtelijk gebied zullen wij in aanzienlijke mate bijdragen tot een soepele werking van de interne markt zowel voor particulieren als voor bedrijven".

Krachtens artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie stellen de lidstaten zich ten doel een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid te handhaven en te ontwikkelen waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is en rechtzoekenden hun rechten kunnen laten gelden met dezelfde waarborgen als voor de rechtbanken van hun eigen land.

Om een dergelijke ruimte tot stand te brengen dient de EU onder meer maatregelen te nemen op het gebied van de justitiële samenwerking in burgerlijke zaken die nodig zijn voor de goede werking van de interne markt.

Evenals het verdrag waarvoor zij in de plaats komt, beoogt de voorgestelde verordening betreffende beslissingen in huwelijkszaken een aantal leemten op te vullen op het gebied van het vrije verkeer van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid.

Uit hoofde van de verordening worden uniforme, moderne normen inzake nietigverklaring van het huwelijk, scheiding en scheiding van tafel en bed ingevoerd. Het is eveneens de bedoeling de snelle en automatische erkenning in de lidstaten van in een andere lidstaat gegeven beslissingen te vergemakkelijken.

In de verordening worden regels vastgesteld inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid van beide echtgenoten ingeval van scheiding of scheiding van tafel en bed waardoor de formaliteiten inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging van dergelijke beslissingen worden vereenvoudigd.

Er is voor deze vorm gekozen omdat op het gebied van de bevoegdheid en de erkenning van beslissingen nauwkeurig geformuleerde geharmoniseerde regels moeten worden toegepast en omdat anders de grensoverschrijdende erkenning van beslissingen wordt belemmerd.

De richtlijn inzake de toezending van stukken beoogt hoofdzakelijk vertraging en verwarring te vermijden bij het toezenden van gerechtelijke en andere stukken tussen lidstaten. In de richtlijn zijn bepalingen opgenomen om directere betrekkingen in te voeren tussen de personen of instanties die verantwoordelijk zijn voor de toezending.

De richtlijn biedt eveneens een aantal praktische middelen zoals moderne communicatiemiddelen en een volledig en gemakkelijk te gebruiken formulier evenals de naam en het adres van de in de lidstaten ontvangende instanties. De richtlijn heeft niet alleen betrekking op stukken inzake gerechtelijke procedures, maar ook op buitengerechtelijke stukken zoals notariële akten of deurwaardersexploten. Het zijn vooral de strafzaken en de fiscale zaken die buiten de werkingssfeer van de richtlijn vallen.


Side Bar