De EU-landen coördineren hun economisch beleid, zodat ze kunnen samenwerken bij problemen zoals economische en financiële crisissen. Deze coördinatie gaat nog verder bij de 19 landen die de euro als munteenheid hebben aangenomen.
Alle EU-landen, zowel de eurolanden als de andere lidstaten, werken op economisch gebied samen in de Economische en Monetaire Unie (EMU) met het oog op meer werkgelegenheid en duurzame groei, en om onze aanpak van wereldwijde economische en financiële problemen te coördineren.
Vanaf het begin van de financiële en economische crisis in oktober 2008 hebben de regeringen van de EU-landen, de Europese Centrale Bank (ECB) en de Commissie de handen ineengeslagen om:
Om te voorkomen dat de banksector sterk verstoord zou worden, hebben enkele EU-landen hun banken gered met noodhulp op een nooit eerder geziene schaal. Tussen 2008 en 2011 is een bedrag van 1,6 miljard euro, ofwel 13% van het bbp van de EU, geïnjecteerd in het systeem door middel van garanties, of in de vorm van rechtstreeks kapitaal.
Om de financiële stabiliteit van de EU te beschermen en spanningen op de overheidsobligatiemarkten in de eurozone weg te nemen, heeft de EU een veiligheidsnet ingevoerd voor eurolanden die problemen hebben: het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), dat de eerdere tijdelijke mechanismen vervangt. Het is de grootste multilaterale financiële instelling ter wereld, met een concrete kredietverleningscapaciteit van maximaal 500 miljard euro.
Tussen 2011 en 2013 heeft de EU ook nieuwe, striktere regels (waaronder een internationaal verdrag) ingevoerd om overheidsschuld en begrotingstekorten strenger te controleren, zodat overheden niet meer uitgeven dan ze aankunnen.
Deze regels houden in dat het Stabiliteits- en Groeipact, het belangrijkste middel om economische stabiliteit en fiscale discipline in de EU te waarborgen, over de hele lijn strikter wordt toegepast via:
Meer over de EU-aanpak van de crisis van 2008
De euro wordt nu door bijna 340 miljoen Europeanen gebruikt, en dat heeft natuurlijk zijn voordelen:
Wie in de eurozone woont, kan op stabiele prijzen rekenen. Door de belangrijkste rentetarieven aan te passen probeert de ECB de inflatie in de eurozone dicht bij, maar onder de 2% te houden. Zij beheert ook een deel van de deviezenreserves van de eurozone en kan op wisselmarkten ingrijpen om de wisselkoers van de euro te sturen.
De grootte en de kracht van de eurozone zorgen ook voor een sterkere en stabielere munt die landen beter kan beschermen tegen externe schokken en de onrust op de wisselmarkten, dan zij dat op eigen houtje zouden kunnen.
Alle EU-landen moeten de euro invoeren, als hun economie daar klaar voor is. Alleen Denemarken en het VK hebben een uitzondering op die regel verkregen.
Voordat een land lid kan worden van de eurozone moet de wisselkoers van de munt van het land twee jaar stabiel zijn gebleven. Er zijn bovendien strenge voorwaarden voor:
De ECB zorgt er niet alleen voor dat de prijzen stabiel blijven, maar ook dat overschrijvingen in euro naar rekeningen in andere eurolanden zo goedkoop mogelijk zijn voor de banken en hun klanten.
Voor zeer grote bedragen beschikken de ECB en de nationale banken over TARGET2, een realtime betalingssysteem. Na de invoering van TARGET2-Securities in juni 2015 kunnen ook effectentransacties binnen Europa veiliger en efficiënter worden afgewikkeld via één platform van het Eurosysteem (de centrale banken van de eurozone en de ECB).
De ECB en de Europese Commissie bouwen samen aan een eengemaakte eurobetalingsruimte (SEPA) waarmee de voordelen van efficiëntere en goedkopere betalingen verder worden uitgebreid.
In de praktijk betekent dit dat alle betalingen in euro (via overschrijving, met een bankkaart, met een creditcard enz.) in 34 Europese landen precies hetzelfde worden behandeld, ongeacht of de betaling binnen één land, dan wel van het ene land naar het andere plaatsvindt.