Net als voor andere goederen en diensten gelden voor audiovisuele media, film, tv en video bepaalde EU-wijde regels die ervoor moeten zorgen dat zij onder billijke voorwaarden vrij kunnen circuleren op de Europese interne markt, ongeacht het distributiekanaal (traditionele tv, video on demand, internet, enz.)
Dit is het doel van het audiovisueel en mediabeleid van de EU en meer in het bijzonder van de richtlijn Audiovisuele mediadiensten.
Bovendien investeert de EU via haar programma Creatief Europa ongeveer 1, 4 miljard euro in de sectoren audiovisuele media en cultuur.
Doelstellingen
Op grond van de richtlijn Audiovisuele mediadiensten moeten de EU-landen hun beleid op elkaar afstemmen om:
Aanpak
Elk land wordt geadviseerd de volgende minimumnormen te hanteren:
In 2013 heeft de Commissie een openbare raadpleging gehouden over de gevolgen van de vervaging van de grenzen tussen traditionele tv en internet. De reacties op deze raadpleging zijn gepubliceerd.De volgende stap is een REFIT-evaluatie van de richtlijn.
De richtlijn Audiovisuele mediadiensten bevordert de culturele diversiteit door de productie en distributie van Europese films en andere audiovisuele programma's te bevorderen:
In internationaal verband is de EU aangesloten bij het UNESCO-verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen.Zij heeft bovendien een uitzondering bedongen op de vrijhandelsregels van de WTO (de "culturele uitzondering"), waardoor EU-landen beperkingen mogen stellen aan de invoer van culturele producties zoals films.
De EU-landen maken zich sterk voor de publieke omroepen.Het Verdrag van Amsterdam van 1999 erkent hun rol bij het voorzien in democratische, sociale en culturele behoeften en het voorkomen dat de tv-markt wordt gedomineerd door één of enkele grote spelers.
Daarom gelden de strenge regels voor staatssteun van de EU niet voor overheidssteun voor de publieke omroepen, voor zover het geld wordt gebruikt voor publieke doelstellingen en particuliere omroepen niet onevenredig worden benadeeld.
Het programma Creatief Europa met een looptijd van zeven jaar moet de culturele en audiovisuele sector in Europa versterken door subsidie te verlenen aan:
Het stelt ook 750 miljoen euro in de vorm van bankgaranties beschikbaar voor kleine bedrijven in deze sector.
De doelstellingen van Creative Europa zijn o.a.:
De EU wil belangrijke culturele werken bewaren en beschermen, waaronder films. Daarom heeft zij aanbevolen dat het Europees cinematografisch erfgoed systematisch wordt verzameld, gecatalogiseerd, bewaard en gerestaureerd.Zo kunnen toekomstige generaties er ook van genieten.