- Bel ons gratis op 00 800 6 7 8 9 10 11
- Bel ons op een andere manier
- Schrijf ons via het contactformulier
- Kom langs bij de EU in uw land
De langetermijnbegroting bevat de prioriteiten en limieten voor de EU-uitgaven voor de komende jaren.
Met EU-geld worden allerlei activiteiten gefinancierd, gaande van plattelandsontwikkeling en milieubehoud tot de bescherming van de buitengrenzen en de mensenrechten. De Commissie, het Parlement en de Raad hebben allemaal inspraak in de EU-begroting, maar de Commissie is verantwoordelijk voor de uitgaven. Voor ongeveer 80% van de betalingen zijn de EU-landen en de Commissie samen verantwoordelijk.
De begroting wordt door de Commissie, de Raad en het Parlement gezamenlijk opgesteld. De Commissie dient een ontwerp in en legt dat voor aan de Raad en het Parlement. Zij kunnen het wijzigen en zo nodig een compromis voorstellen.
In de begroting staan de bedragen die vooraf overeenkomen zijn, in een plan dat het meerjarig financieel kader heet. Daarmee plant de EU haar uitgaven een paar jaar vooruit. Het huidige kader loopt van 2014 tot 2020.
Lees meer over de begrotingsprocedure van de EU
De eindverantwoordelijkheid voor de toewijzing van het geld ligt bij de Commissie. Maar de regeringen van de EU-landen beheren zelf 80% van de EU-fondsen. Wanneer er onterecht geld is uitbetaald, werkt de Commissie met de desbetreffende EU-landen samen om het geld terug te vorderen. Om de uitgaven transparant te houden, staan alle organisaties en bedrijven die EU-geld ontvangen in een openbaar register.
Het EU-geld wordt besteed aan grofweg 6 categorieën:
Het grootste deel gaat momenteel naar het stimuleren van de groei van de economie en de werkgelegenheid en het verminderen van de economische verschillen tussen de regio's. Een substantieel deel van het EU-geld gaat ook naar landbouw, plattelandsontwikkeling, visserij en milieubescherming. Verder financiert de EU maatregelen tegen terrorisme, georganiseerde criminaliteit en illegale immigratie.
Hoe zit de EU-begroting in elkaar? Kost hij ons een vermogen? Hoe gaan de lidstaten erop vooruit?