Europese Jongeren Site
Informatie en kansen voor jongeren in heel Europa.

Hoe voorkom je dat jongeren radicaliseren?

HRYO
De conferentie "Overcoming Youth Marginalisation", georganiseerd door de Human Rights Youth Organisation (HRYO) op 3 mei 2017, bracht juristen, beleidsmakers en praktijkmensen bij elkaar om een oplossing te bedenken voor het probleem van de jonge Europeanen die voor gewelddadig extremisme kiezen.

In september 2015 ontmoette Tamimount Essaide, directeur van het Maison de Quartier St Antoine (MQSA) in Brussel, Saliha Ben Ali, de moeder van een 19-jarige die in Syrië was omgekomen nadat hij zich bij IS had aangesloten. Mevrouw Ben Ali is de oprichtster van Society Against Violent Extremism. Samen met het MQSA en Women Without Borders is ze de begonnen met de Moederschool, een initiatief om het probleem van jongeren en extremisme beter te begrijpen. "We werden gebeld door moeders die zich zorgen maakten over de toekomst van hun kinderen en moeders vangen als eersten signalen van verdriet of isolement bij een kind op. Zij spelen dus een grote rol bij het vroegtijdig opsporen en voorkomen van problemen", aldus mevrouw Essaide. De deelnemers volgen een programma van 15 weken bij de Moederschool. Zo krijgen ze meer inzicht in de leefwereld van hun kinderen en leren ze hoe problemen te voorkomen en de band met hun kinderen te versterken.

 

Over het idee achter dit initiatief zijn alle sprekers op de conferentie het eens: de strijd tegen de marginalisering en radicalisering van jongeren moet op lokaal niveau beginnen.

 

Een vurig verdediger van die lokale aanpak is Bart Somers, burgemeester van Mechelen en winnaar van de World Mayor Prize 2016. Hij begon zijn betoog met twee pijnlijke feiten. Ten eerste: bijna 4200 jonge Europeanen hebben zich bij IS aangesloten, en als het aantal gewelddadige geradicaliseerde jongeren blijft stijgen, komt er een moment waarop de veiligheidsdiensten hen niet meer allemaal in de gaten kunnen houden. Ten tweede: deradicalisering is zeer moeilijk, duur en tijdrovend, en er is geen garantie op succes. Daarom is hij een voorstander van de preventie en bestrijding van marginalisering.

 

"We hebben genoeg agenten en wetten. Waar het ons aan ontbreekt is een inclusief beleid op lokaal niveau, met veilige steden zonder achtergestelde buurten waar criminelen de enige rolmodellen zijn," aldus de Mechelse burgermeester. Ook zei hij dat we onze samenleving weliswaar "multicultureel" noemen, maar dat in vele steden "de mensen niet met,  maar naast elkaar leven, op kleine monoculturele eilandjes".  Hij benadrukte het belang van gemengde scholen, sportclubs en jeugdverenigingen. In Mechelen is er een voetbalclub van jonge spelers met verschillende culturele achtergronden. Ze spelen er niet alleen voetbal, maar maken er ook hun huiswerk, en halen ze een onvoldoende op school, dan mogen ze een week niet spelen. Ook is er een boksclub, opgericht door een voormalige drugsdealer, die de meest kwetsbare jongeren van de stad wil helpen. Ze leren er boksen op voorwaarde dat ze op school hun best blijven doen. En wie vecht op straat, wordt uit de club gezet.

 

Voor Caterina Chinnici, vicevoorzitter van de  interfractiewerkgroep Rechten van kinderen van het Europees Parlement, zou de strijd tegen marginalisering en discriminatie de eerste prioriteit van Europa moeten zijn. Preventie en herintegratie moeten gebeuren door onderwijs. Dit is geen nieuwe benadering. Ze herinnerde aan haar vader Rocco Chinnici, een rechter die in 1983 werd vermoord door de maffia: "Hij was een vernieuwer van het stafrecht en de eerste magistraat die met jongeren sprak en samenwerkte om te voorkomen dat ze zouden radicaliseren."

 

 

 

 

Adélaide Vanhove, van het International Juvenile Justice Observatory, waarschuwde: "De gevangenis is de slechtst denkbare plek voor jongeren met problemen. Ze lopen er het risico te radicaliseren en te worden geronseld." Ze merkte op dat er weinig rekening mee is gehouden dat ook kinderen en jongeren zich als terroristen kunnen ontpoppen. Het beleid voor terrorismebestrijding in de meeste lidstaten is niet afgestemd op jongeren. Vanhove meent dat repressieve maatregelen niet meer voldoende zijn. Ze kunnen zelfs contraproductief werken. Daarom brak zij een lans voor een strategie op basis van preventie. Om dezelfde redenen was haar organisatie begonnen met het project "The prevention of juvenile radicalisation: Promotion of the use of alternatives to detention through judicial training" (2016-2018). Het project moet rechters, aanklagers, gerechtelijk medewerkers, advocaten, bemiddelaars en beleidsmakers aanmoedigen om goede methoden met elkaar te delen. Er wordt gewerkt aan een handboek en een e-learning-cursus om gerechtelijk medewerkers te helpen bij de aanpak van radicalisering in gevangenissen en bij het ontwikkelen van alternatieven voor opsluiting, met meer betrokkenheid en inzet van de gemeenschap en families in de strijd tegen radicalisering.

 

Ook voor vrijwilligers is een rol weggelegd. Of zoals de directeur van het European Volunteer Centre (CEV)Gabriella Civico het zei: "Negatieve stereotypes voeden de haat. Vrijwilligerswerk kan stereotypes doorbreken en begrip en tolerantie promoten. Dat is goed om extremisme te voorkomen." Ze benadrukte hoe bevorderlijk vrijwilligerswerk wel is voor gemeenschapszin en veerkracht, en dat het ruimte biedt voor preventiestrategieën. Toch had Civico ook kritiek op het traditionele maatschappelijke middenveld, dat de radicalisering en extremistische ideologie niet aanpakt door een gebrek aan kennis en uit vrees voor de kritiek dat de aanpak te soft is, waardoor ze hun geldschieters zouden kunnen verliezen.

 

Tamimount Essaide heeft geen bijzondere subsidie ontvangen voor haar Moederschool, maar toch is ze de start van het volgende schooljaar in september al aan het voorbereiden. Ze benadrukte dat geradicaliseerde jongeren zich aansloten bij terreurorganisaties omdat ze het idee hadden "dat er daar naar hen werd geluisterd". Ze erkende ook dat deradicaliseren net zo moeilijk is als iemand bevrijden uit een sekte. Stralend vertelde ze over de 15-jarige jongen die zich had aangesloten bij terroristen in Syrië, maar zich dankzij de inzet van haar groep toch weer bij zijn familie in België had kunnen voegen en het gewelddadige extremisme had afgezworen. Mevrouw Essaidi concludeerde dat "niet alleen de moeder hierbij een cruciale rol had gespeeld, maar ook de lokale overheden die de jongen een tweede kans hebben gegeven". Hij zit nu in het eerste jaar van zijn studie geneeskunde.