Kruimelpad
Bijgewerkt : 12/2011
Als uw partner en familieleden ook EU-onderdaan zijn, mogen ze maximaal 3 maanden bij u in een ander EU-land blijven onder dezelfde voorwaarden die ook voor u gelden.
Voorwaarden en formaliteiten:
Voor het verblijf van uw partner en familieleden in uw nieuwe EU-land gelden dezelfde voorwaarden als voor EU-onderdanen.
Voorwaarden en formaliteiten:
Voldoen zij niet aan deze voorwaarden (als u bijvoorbeeld werkt, maar uw partner thuis op de kleine past), dan mogen zij als familieleden eventueel toch blijven:
De autoriteiten van uw nieuwe land nemen per geval een besluit, op grond van uw persoonlijke omstandigheden en hun nationale criteria.
De EU-regels garanderen dat:
Als u als werknemer, zelfstandige of uitgezonden werknemer in een ander land werkt, zullen de autoriteiten daar bij hun besluit over het verblijf van uw partner of familieleden zeker rekening mee houden.
Als u gepensioneerd bent, moet u bewijzen dat u (voor uw partner of familieleden):
De nationale autoriteiten mogen niet vragen dat uw inkomen hoger is dan de grens waarbij uw gezin nog in aanmerking komt voor basisinkomenssteun in dat land.
Uw familieleden en partner moeten uiterlijk 3 maanden na aankomst bij de autoriteiten (gemeentehuis, politiebureau of immigratiedienst) een bewijs van inschrijving aanvragen.
Zij mogen in een ander EU-land bij u verblijven onder dezelfde administratieve voorwaarden als die voor EU-onderdanen.
Voorwaarden en formaliteiten:
Als zij als uw gezinsleden in het land verblijven, moeten zij de volgende documenten overleggen om het bewijs van inschrijving te krijgen:
Er mogen geen andere documenten worden gevraagd.
De autoriteiten moeten zo snel mogelijk een beslissing nemen.
Als zij akkoord gaan met de aanvraag, krijgen uw partner of familieleden een bewijs van inschrijving. Dit bewijs bevestigt dat zij recht op verblijf hebben. Het vermeldt naam en adres en datum van inschrijving.
Het bewijs mag niet duurder zijn dan de identiteitskaart van onderdanen van dat land.
Het moet onbeperkt geldig zijn (hoeft niet te worden vernieuwd), maar eventuele adreswijzigingen moeten aan de nationale autoriteiten worden doorgeven.
In een groot aantal landen moeten zij hun bewijs van inschrijving en identiteitskaart of paspoort altijd bij zich hebben. Anders kunnen ze een boete krijgen, maar ze kunnen daarom niet het land worden uitgezet.
Als u geen bewijs van inschrijving voor uw partner of gezinsleden krijgt, kunt u een beroep doen op onze hulpdienst.
Zolang u in uw nieuwe land woont, moeten uw familieleden of partner op dezelfde manier worden behandeld als onderdanen van dat land, bijvoorbeeld wat betreft werk, salaris, arbeidsbemiddeling, inschrijving in scholen enz.
Uw familielid of partner mag bij u wonen zolang zij aan de voorwaarden voor verblijf voldoen. Is dat niet meer het geval, dan kunnen de autoriteiten hun vragen het land te verlaten.
In uitzonderlijke gevallen kunnen de autoriteiten besluiten hen uit te wijzen in het belang van de openbare orde of veiligheid, maar alleen als zij kunnen aantonen dat hun aanwezigheid een ernstige bedreiging vormt.
Het uitzettingsbesluit of het verzoek om het land te verlaten moet hun schriftelijk worden meegedeeld. Daarbij moet worden vermeld waarom dat gebeurt, en hoe en tot wanneer zij in beroep kunnen gaan.
Als uw partner of familielid EU-onderdaan is, kan hij of zij na een rechtmatig verblijf van vijf jaar na elkaar in uw nieuwe land automatisch het permanent verblijfsrecht krijgen, onder dezelfde voorwaarden die ook voor u gelden.
Voorwaarden:
Als uw familielid of partner toestemming heeft gekregen om als gezinslid bij u te verblijven, krijgt hij of zij eveneens automatisch het permanent verblijfsrecht na een onafgebroken verblijf in uw nieuwe land van 5 jaar.
Het permanent verblijfsrecht houdt in dat zij dezelfde rechten, uitkeringen en voordelen genieten als onderdanen van dat land en dat zij zo lang kunnen blijven als ze willen, zelfs als ze niet werken en een uitkering nodig hebben.
Ze kunnen het permanent verblijfsrecht weer verliezen als zij langer dan twee jaar na elkaar in een ander land wonen.
Als u als werknemer of zelfstandige in een ander EU-land woont en komt te overlijden voordat u permanent verblijfsrecht kreeg, kunnen uw gezinsleden een speciale behandeling krijgen. Dit kan betekenen dat zij permanent verblijfsrecht krijgen, als:
of
behalve uw echtgeno(o)t(e), (klein)kinderen en (groot)ouders
of een onderdaan van IJsland, Liechtenstein of Noorwegen.
In dit geval de 27 EU-lidstaten, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen.
behalve uw echtgeno(o)t(e), (klein)kinderen en (groot)ouders
In dit geval de 27 EU-lidstaten, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen.
of een onderdaan van IJsland, Liechtenstein of Noorwegen.
In dit geval de 27 EU-lidstaten, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen.
of een onderdaan van IJsland, Liechtenstein of Noorwegen.
of een onderdaan van IJsland, Liechtenstein of Noorwegen.