Kruimelpad

Delen op 
	Delen op Facebook
  
	Delen op Twitter
  
	Delen op Google+
  
	Delen op linkedIn

Studenten

Bijgewerkt : 22/09/2014

living-abroad

Gezinsleden van buiten de EU van studenten

Mijn ouders / overige familieleden / niet-geregistreerde partner

Verblijf van maximaal 3 maanden

Uw ouders, overige familieleden en niet-geregistreerde partner mogen bij u wonen in een ander EU-land.

Als zij minder dan 3 maanden blijven, hebben zij alleen een geldig paspoort nodig en soms, afhankelijk van het land waar ze vandaan komen, een inreisvisum.

Meer over visumplicht en vrijstellingen

Voor uw vertrek moet u bij het consulaat van het land waar u naartoe gaat, informeren of uw familieleden van buiten de EU een inreisvisum moeten aanvragen en hoe lang dat duurt.

Meldplicht

In sommige EU-landen zijn zij verplicht zich na aankomst te melden binnen een redelijke termijn. Anders kunnen ze een boete krijgen.

Ga daarom voor hun vertrek na of en binnen welke termijn zij zich bij de autoriteiten moeten melden.

Omdat uw ouders, overige familieleden en niet-geregistreerde partner altijd moeten kunnen bewijzen (bijvoorbeeld bij een politiecontrole) dat zij recht hebben om in het land te wonen, moeten ze ook altijd hun paspoort bij zich hebben. Anders kunnen ze een boete krijgen of tijdelijk worden vastgehouden, maar ze kunnen daarom niet het land worden uitgezet.

Gelijke behandeling

Zolang zij in uw nieuwe land verbijven, moeten uw ouders, overige familieleden en niet-geregistreerde partner op dezelfde manier worden behandeld als onderdanen van dat land, bijvoorbeeld wat betreft werk, salaris, arbeidsbemiddeling, inschrijving in scholen, enz.

Zelfs als zij als toerist in het land zijn, hoeven zij bijvoorbeeld niet méér te betalen voor een museum- of treinkaartje e.d.

Uitzondering. sommige EU-landen geven studenten en hun familieleden de eerste drie maanden geen uitkering en geven geen studietoelage voordat een student permanent verblijfsrecht heeft.

Uitzetting

In uitzonderlijke gevallen kan uw nieuwe land besluiten een ouder, familielid of partner het land uit te zetten als deze een gevaar is voor de openbare orde, de veiligheid of de volksgezondheid.

De autoriteiten moeten wel bewijzen dat het om een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging gaat.

Het uitzettingsbesluit moet hem of haar schriftelijk worden meegedeeld. Daarbij moet worden vermeld waarom dat gebeurt, en hoe en tot wanneer zij in beroep kunnen gaan.

Verblijf van langer dan 3 maanden

De autoriteiten in het EU-land waar u studeert, beoordelen of zij toestaan dat uw ouders, overige familieleden en niet-geregistreerde partner van buiten de EU als familielid van een studerend EU-onderdaan eveneens in hun land verblijven. Dit besluit wordt per geval genomen op basis van nationale criteria.

De autoriteiten bepalen of uw familieleden of partner langer dan 3 maanden mogen blijven. U moet in ieder geval: 

  • zijn ingeschreven aan een erkende onderwijsinstelling 
  • over voldoende inkomsten beschikken zodat uw hele gezin zonder bijstand kan rondkomen
  • in het land een uitgebreide ziekteverzekering afsluiten voor uw hele gezin

De nationale autoriteiten mogen niet vragen dat uw inkomen hoger is dan de grens waarbij uw gezin nog in aanmerking komt voor basisinkomenssteun in dat land.

Verblijfskaart

Uw ouders, overige familieleden en niet-geregistreerde partner van buiten de EU moeten uiterlijk 3 maanden na aankomst bij de autoriteiten (gemeentehuis, politiebureau of immigratiedienst) een verblijfskaart aanvragen.

Zo krijgt u een verblijfskaart voor uw gezinsleden van buiten de EU.

Gelijke behandeling

Zolang zij in uw nieuwe land verbijven, moeten uw ouders, overige familieleden en niet-geregisteerde partner van buiten de EU op dezelfde manier worden behandeld als onderdanen van dat land, bijvoorbeeld wat betreft werk, salaris, arbeidsbemiddeling, inschrijving in scholen, enz.

Sommige EU-landen geven studenten en hun familieleden geen uitkering voordat zij in aanmerking komen voor het permanent verblijfsrecht.

Een verhaal

Geen automatisch verblijfsrecht voor een ziek familielid

Joaquín is Spanjaard, maar woont en studeert in Hongarije. Zijn 85-jarige oom Fernando, die in Argentinië woont, is ernstig ziek. Fernando heeft alleen nog Joaquín en dus is Joaquín de enige die voor hem kan zorgen.

Joquín heeft een verblijfskaart aangevraagd voor zijn oom, maar de Hongaarse autoriteiten hebben de aanvraagd geweigerd, omdat zijn oom geen directe verwante in opgaande of neergaande lijn is.

Joaquín heeft de autoriteiten gevraagd rekening te houden met de bijzondere situatie waarin zijn oom verkeert. Zij beloofden dat te doen, maar konden niet garanderen dat zijn oom zou mogen blijven, omdat ooms niet automatisch in aanmerking komen voor het verblijfsrecht.

Verzoek om het land te verlaten / uitzetting

Uw ouders, overige familieleden en niet-geregistreerde partner van buiten de EU mogen met u meeverhuizen naar een ander EU-land als zij nog steeds aan de voorwaarden voor verblijf voldoen. Is dat niet meer het geval, dan kunnen de autoriteiten hun vragen het land te verlaten.

In uitzonderlijke gevallen kunnen de autoriteiten besluiten hen het land uit te zetten in het belang van de openbare orde of veiligheid, maar alleen als zij kunnen aantonen dat hun aanwezigheid een ernstige bedreiging vormt.

In beide gevallen moet het uitzettingsbesluit hun schriftelijk worden meegedeeld. Daarbij moet worden vermeld waarom dat gebeurt, en hoe en tot wanneer zij in beroep kunnen gaan.

Overlijden

Als u in een ander EU-land woont en komt te overlijden voordat u permanent verblijfsrecht kreeg (doorgaans na vijf jaar), mogen uw ouders, overige familieleden en niet-geregistreerde parnter van buiten de EU daar blijven wonen als ze er bij uw dood al minstens 1 jaar woonden.

Om te kunnen blijven moeten uw familieleden van buiten de EU bovendien aan dezelfde voorwaarden voor verblijf voldoen als EU-onderdanen.

Rechten, voorwaarden en formaliteiten:

Permanent verblijfsrecht

Als u 5 jaar onafgebroken legaal in een ander EU-land heeft gewoond, krijgen uw ouders, overige familieleden en niet-geregistreerde partner automatisch het permanent verblijfsrecht, net zoals uw echtgeno(o)t(e) en kinderen.

Hoe uw echtgen(o)ot(e) en kinderen permanent verblijfsrecht krijgen.

Mijn geregistreerde partner

Sommige EU-landen stellen het geregistreerd partnerschap gelijk met het huwelijk. In dit geval dient u zich te baseren op het verblijfsrecht en de verblijfsvoorwaarden voor gehuwde partners.

Andere EU-landen stellen het geregistreerd partnerschap niet gelijk met het huwelijk. In dit geval dient u uit te gaan van het verblijfsrecht en de verblijfsvoorwaarden voor andere familieleden.

Meer over de erkenning van het geregistreerd partnerschap in Europa.

Mijn echtgeno(o)t(e) / kinderen

Deze rubriek gaat over de rechten van uw gezinsleden die geen EU-onderdaan zijn en die samen met u naar een ander EU-land verhuizen of zich daar bij u voegen.

Verblijf van maximaal 3 maanden

Uw echtgeno(o)t(e) en afhankelijke (klein)kinderen van buiten de EU mogen ook in een ander EU-land bij u wonen. Als zij minder dan 3 maanden blijven, hebben zij alleen een geldig paspoort nodig en soms, afhankelijk van het land waar ze vandaan komen, een inreisvisum.

Meer over visumplicht en vrijstellingen

Voor uw vertrek moet u bij het consulaat van het land waar u naartoe gaat, informeren of uw familieleden van buiten de EU een inreisvisum moeten aanvragen en hoe lang dat duurt.

Meldplicht

In sommige EU-landen zijn uw echtgeno(o)t(e) en (klein)kinderen van buiten de EU verplicht zich na aankomst te melden binnen een redelijke termijn. Anders kunnen ze een boete krijgen.

Ga daarom voor hun vertrek na of en binnen welke termijn zij zich bij de autoriteiten moeten melden.

Uw echtgeno(o)t(e) en (klein)kinderen van buiten de EU moeten altijd hun paspoort bij zich hebben.

In sommige EU-landen kunnen zij een boete krijgen of tijdelijk worden vastgehouden als zij hun paspoort niet bij zich hebben, maar ze kunnen alleen hierom niet het land worden uitgezet.

Gelijke behandeling

Gedurende hun verblijf moeten zij op dezelfde manier worden behandeld als eigen onderdanen, bijvoorbeeld wat betreft werk, salaris, arbeidsbemiddeling, inschrijving in scholen, enz.

Zelfs als zij als toerist in het land zijn, hoeven zij bijvoorbeeld niet méér te betalen voor een museum- of treinkaartje e.d.

Uitzondering: Als u gepensioneerd bent, komen u en uw familielieden in sommige EU-landen niet in aanmerking voor inkomenssteun als u nog geen 3 maanden in het land verblijft.

Uitzetting

In uitzonderlijke gevallen kunnen de autoriteiten besluiten uw echtgeno(o)t(e) en (klein)kinderen van buiten de EU het land uit te zetten, maar alleen als zij kunnen aantonen dat hun aanwezigheid een ernstige bedreiging vormt.

Het uitwijzingsbesluit moet hem of haar schriftelijk worden meegedeeld. Daarbij moet worden vermeld waarom zij worden uitgezet, en hoe en tot wanneer zij in beroep kunnen gaan.

Verblijf van langer dan 3 maanden

Uw echtgeno(o)t(e) en afhankelijke (klein)kinderen van buiten de EU mogen bij u in het EU-land waar u studeert, wonen als u:

  • bent ingeschreven aan een erkende onderwijsinstelling 
  • voldoende inkomsten heeft zodat uw hele gezin zonder bijstand kan rondkomen
  • u in uw nieuwe land een afdoende ziekteverzekering voor uw hele gezin heeft afgesloten

De nationale autoriteiten mogen niet vragen dat uw inkomen hoger is dan de grens waarbij u nog in aanmerking komt voor bijstand in dat land. Het inkomen mag van uw partner of familie of uit andere bron komen.

Verblijfskaart

Uw echtgeno(o)t(e) en (klein)kinderen van buiten de EU moeten binnen 3 maanden na aankomst bij de autoriteiten (gemeentehuis, politiebureau of immigratiedienst) een verblijfskaart aanvragen.  

Zo krijgt u een verblijfskaart voor uw gezinsleden van buiten de EU.

 

Gelijke behandeling

Zolang u in uw nieuwe land woont, moeten uw echtgeno(o)t(e) en (klein)kinderen van buiten de EU op dezelfde manier worden behandeld als onderdanen van dat land, bijvoorbeeld wat betreft werk, salaris, arbeidsbemiddeling, inschrijving in scholen enz.

Sommige EU-landen geven studenten en hun familieleden geen uitkering voordat zij in aanmerking komen voor het permanent verblijfsrecht.

Verzoek om het land te verlaten / uitzetting

Uw echtgeno(o)t(e) en (klein)kinderen van buiten de EU mogen bij u wonen zolang zij aan de voorwaarden voor verblijf voldoen. Is dat niet meer het geval, dan kunnen de autoriteiten hun vragen het land te verlaten, maar zij mogen niet het land uit worden gezet.

In uitzonderlijke gevallen kunnen de autoriteiten besluiten hen het land uit te zetten in het belang van de openbare orde of veiligheid, maar alleen als zij kunnen aantonen dat hun aanwezigheid een ernstige bedreiging vormt.

Het uitzettingsbesluit of het verzoek om het land te verlaten moet hun schriftelijk worden meegedeeld, waarbij moet worden vermeld hoe en tot wanneer zij in beroep kunnen gaan.

Overlijden - scheiding

Als u legaal in een ander EU-land woont maar u gaat scheiden of komt te overlijden terwijl u nog niet het permanent verblijfsrecht heeft (meestal na 5 jaar) verworven, kunnen uw (voormalige) echtgeno(o)t(e) en (klein)kinderen van buiten de EU in het land blijven als:

  • zij op het moment van uw overlijden al minstens 1 jaar in het land verbleven of
  • u bij de aanvraag van de scheiding al minstens 3 jaar getrouwd was en al minstens 1 jaar in uw nieuwe land woonde.

Om te kunnen blijven moeten uw familieleden van buiten de EU bovendien aan dezelfde voorwaarden voor verblijf voldoen als EU-onderdanen.

Rechten, voorwaarden en formaliteiten:

Permanent verblijfsrecht

Als u langer dan 5 jaar na elkaar legaal in een ander EU-land woont, krijgen uw echtgeno(o)t(e) en (klein)kinderen van buiten de EU automatisch permanent verblijfsrecht zonder dat zij aan andere voorwaarden hoeven te voldoen. Dat houdt in dat ze zo lang kunnen blijven als ze willen, zelfs als ze niet werken en een uitkering nodig hebben.

Ze mogen ook blijven als ze:

  • tijdelijk het land verlaten (minder dan 6 maanden per jaar)
  • onvrijwillig langer afwezig zijn (bijvoorbeeld om hun militaire dienstplicht te vervullen)
  • één keer minder dan 12 maanden achter elkaar het land verlaten om belangrijke redenen zoals zwangerschap, bevalling, ernstige ziekte, beroepsopleiding of detachering in het buitenland

Ze kunnen dan aanspraak maken op dezelfde rechten, uitkeringen en voordelen als onderdanen van het land waar ze wonen.

Ze kunnen het permanent verblijfsrecht verliezen als zij langer dan twee jaar na elkaar in een ander land wonen.

Permanente verblijfskaart

Hoe zij een permanente verblijfskaart krijgen waaruit hun onvoorwaardelijk verblijfsrecht blijkt.

Verzoek om het land te verlaten / uitzetting

Uw echtgeno(o)t(e) en (klein)kinderen van buiten de EU mogen bij u in een ander EU-land wonen zolang zij aan de voorwaarden voor verblijf voldoen. Is dat niet meer het geval, dan kunnen de autoriteiten hun vragen het land te verlaten, maar zij mogen niet het land uit worden gezet.

In uitzonderlijke gevallen kunnen de autoriteiten besluiten hen het land uit te zetten in het belang van de openbare orde of veiligheid, maar alleen als zij kunnen aantonen dat hun aanwezigheid een ernstige bedreiging vormt.

Het uitzettingsbesluit of het verzoek om het land te verlaten moet hun schriftelijk worden meegedeeld, waarbij moet worden vermeld hoe en tot wanneer zij in beroep kunnen gaan.

Meer hulp nodig?

Meer hulp nodig?

Heeft u nog niet gevonden wat u zocht? Zit u met een probleem?

Footnote

In dit geval de 27 EU-lidstaten, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen.

Retour au texte en cours.

In dit geval de 27 EU-lidstaten, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen.

Retour au texte en cours.

In dit geval de 27 EU-lidstaten, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen.

Retour au texte en cours.

In dit geval de 27 EU-lidstaten, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen.

Retour au texte en cours.