Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site
De resultaten van de Europese Conventie Sla taalkeuze over en ga direct naar lijst met samenvattingen (toegangstoets=1)
EUROPA > Samenvattingen van de wetgeving > De besluitvormingsprocedures van de Unie

DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >

Archief   Archief   Archief   Archief

De besluitvormingsprocedures van de Unie


De wetgevings- en begrotingsprocedure


Inleiding
De wetgevingsprocedure
De begrotingsprocedure
Overzichtstabel

INLEIDING

De voorstellen van de Conventie zijn bedoeld om de wetgevings- en begrotingsprocedures te vereenvoudigen.
Zo is van de huidige vier wetgevingsprocedures alleen de medebeslissingsprocedure behouden. De meest opvallende vernieuwing in de ontwerp-Grondwet is de veralgemening van deze procedure die nu de gewone wetgevingsprocedure wordt. Ook is voorzien in een bijzondere wetgevingsprocedure, maar met een "overbruggingsclausule" die voor de Europese Raad de mogelijkheid openlaat om de gewone wetgevingsprocedure toepasselijk te maken.

Wat de begrotingsprocedure betreft, wordt in de ontwerp-Grondwet bepaald dat de begroting wordt goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad van Ministers volgens een eenvoudiger procedure dan de huidige, zodat de prerogatieven van het Parlement worden versterkt. Bovendien valt het meerjarig financieel kader voortaan onder de verantwoordelijkheid van de Raad van Ministers.

[ Begin pagina ]

DE WETGEVINGSPROCEDURE

De Conventie stelt voor de communautaire wetgevingsprocedures te vereenvoudigen.
De samenwerkingsprocedure, de raadplegingsprocedure en de instemmingsprocedure worden samengevoegd onder de noemer "bijzondere wetgevingsprocedure". Alleen de medebeslissingsprocedure blijft behouden.
Met de invoering van de "gewone wetgevingsprocedure" (artikelen I-33 en III-302), die is gebaseerd op de bestaande zogenaamde medebeslissingsprocedure, is het Europees Parlement voortaan daadwerkelijk medewetgever, samen met de Raad van Ministers.
De Europese wetten en kaderwetten zullen op initiatief van de Commissie gezamenlijk worden goedgekeurd door het Parlement en de Raad van Ministers volgens de gewone wetgevingsprocedure die in artikel III-302 is beschreven. Daarmee worden bepalingen vereenvoudigd waarvoor het huidige Verdrag in de medebeslissingsprocedure voorziet: de verwijzingen naar het initiatief van de Commissie en de medebeslissingsprocedure liggen momenteel besloten in de vermelding van de wet of kaderwet.
De Conventie stelt voor de toepassing van deze gewone wetgevingsprocedure uit te breiden tot een groot aantal artikelen en zo het Parlement meer beslissingsbevoegdheid te geven. Deze veralgemening van de medebeslissingsprocedure gaat bovendien gepaard met de uitbreiding van stemming met gekwalificeerde meerderheid voor een twintigtal bepalingen, waardoor ook de besluitvorming wordt vereenvoudigd.

In artikel I-33 wordt bepaald dat in sommige gevallen bijzondere wetten nog steeds alleen kunnen worden goedgekeurd door de Raad of in nog zeldzamere gevallen alleen door het Europees Parlement en niet door de twee instellingen gezamenlijk. Deze bijzondere wetgevingsprocedure geldt nog voor een groot aantal rechtsgronden en omvat het equivalent van de vroegere raadplegings- en instemmingsprocedure. Uit hoofde van artikel I-24, dat voorziet in een overbruggingsclausule , kan de Europese Raad evenwel met eenparigheid van stemmen besluiten aannemen (na raadpleging van het Europees Parlement en kennisgeving aan de nationale parlementen) om de normale wetgevingsprocedure toepasselijk te maken voor alle rechtsgronden die voorzien in de goedkeuring van wetten of kaderwetten van de Raad.

[ Begin pagina ]

DE BEGROTINGSPROCEDURE

In artikel III-310 van de Grondwet worden de procedures en het tijdsbestek voor het vaststellen en goedkeuren van de begroting gewijzigd. Het Parlement krijgt meer bevoegdheden aangezien de begrotingsprocedure voortaan veel gelijkenis vertoont met de gewone wetgevingsprocedure, waarbij het Parlement echter wel de eindbeslissing kan nemen met een meerderheid van de stemmen van zijn leden en met drievijfde van het aantal uitgebrachte stemmen. Het Parlement heeft dus het laatste woord bij alle begrotingskwesties.

Bovendien is het vroegere onderscheid tussen verplichte en niet-verplichte uitgaven vervallen, hetgeen betekent dat het Parlement meer invloed op de totale begroting kan uitoefenen. Voorheen kon het Parlement zich alleen in laatste instantie uitspreken over niet-verplichte uitgaven. Om de mogelijke effecten van het weggevallen onderscheid tussen deze twee uitgavencategorieŽn te compenseren worden de instellingen in artikel III-319 opgeroepen erop toe te zien dat de financiŽle middelen waarmee de Unie haar juridische verplichtingen jegens derden kan nakomen, beschikbaar zijn in de begroting.
Tot slot heeft de derde vernieuwing in de begrotingsprocedure betrekking op het evaluatieverslag (artikel III-314) dat de Commissie jaarlijks aan het Europees Parlement en de Raad van Ministers moet voorleggen. Dit verslag is bedoeld om, samen met de kwijtingsprocedure, de tenuitvoerlegging van de begroting in het licht van de vastgestelde doelstellingen te beoordelen.

In artikel I-43 van de Grondwet worden de definitie en de vaststelling van de toepassingsbepalingen geÔnstitutionaliseerd voor de financiŽle vooruitzichten die momenteel in het kader van een interinstitutionele overeenkomst ten uitvoer worden gelegd. De vaststelling van het meerjarig financieel kader (waarin kredietplafonds worden vastgesteld via uitgavencategorieŽn uit hoofde van artikel III-308) valt voortaan onder de bevoegdheid van de Raad van Ministers, die hierover beslist nadat het kader door het Europees Parlement is goedgekeurd. De begroting moet op dit meerjarig financieel kader zijn afgestemd.

Overigens gelden voor de communautaire begroting nog steeds de klassieke begrotingsbeginselen (artikel I-52), namelijk eenheid, jaarperiodiciteit en evenwicht. De eigen middelen (artikel I-53) blijven ongewijzigd. De Commissie blijft verantwoordelijk voor de jaarlijkse indiening van de communautaire ontwerp-begroting en de tenuitvoerlegging hiervan samen met de lidstaten, onder toezicht van het Parlement en de Rekenkamer.

[ Begin pagina ]

OVERZICHTSTABEL

Artikelen Onderwerp Opmerkingen
Artikel I-24, lid 4 De overbruggingsclausule Nieuwe bepalingen
Artikel I-33 De normale wetgevingsprocedure en de bijzondere wetgevingsprocedure Nieuwe bepalingen
Artikel I-54 en III-308 Het meerjarig financieel kader Nieuwe bepalingen
Artikel III-302 De gewone wetgevingsprocedure -
Artikel III-309 t/m III-319 De begrotingsprocedure -

[ Begin pagina ] [ Vorige tekst ] [ Volgende ] [ Inhoudsopgave ]


De informatiebladen zijn alleen ter informatie van het publiek bedoeld. Zij zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de Conventie betreft.


Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site | Bovenkant pagina