Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site
De resultaten van de Europese Conventie Sla taalkeuze over en ga direct naar lijst met samenvattingen (toegangstoets=1)
EUROPA > Samenvattingen van de wetgeving > De instellingen van de Unie

DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >

Archief   Archief   Archief   Archief

De instellingen van de Unie


Het Europees Parlement


Inleiding
Algemene bepalingen
De samenstelling van het Parlement
De wetgevingsprocedures
Overige bepalingen
Overzichtstabel

INLEIDING

De door de Conventie voorgestelde hervormingen van het Europees Parlement zijn gericht op de invoering van een nieuw systeem voor de zetelverdeling tussen de lidstaten en op de uitbreiding van de bevoegdheden van het Parlement in de besluitvormingsprocedures van de Unie. Zoals bij de overige instellingen stelt de Conventie voor om de belangrijkste bepalingen betreffende het Parlement samen te voegen tot één artikel in het eerste deel van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet om de zichtbaarheid ervan te vergroten (artikel I-19).

Om te voorkomen dat de verdeling van de Parlementszetels leidt tot slepende onderhandelingen tussen de lidstaten, stelt de Conventie voor om basisregels voor deze verdeling vast te stellen en het Parlement daarover een voorstel te laten uitwerken dat met eenparigheid van stemmen door de Europese Raad zal moeten worden goedgekeurd.

Met elke hervorming van de Verdragen is het Europees Parlement een steeds grotere rol gaan spelen in de besluitvormingsprocedures van de Unie. De leden van de Conventie beogen eveneens de medebeslissingsprocedure, die is omgedoopt tot "gewone wetgevingsprocedure", tot een groot aantal artikelen uit te breiden. Als de voorstellen van de Conventie worden overgenomen, zal het Parlement medewetgever worden in vrijwel alle gevallen, met uitzondering van een twaalftal handelingen waarbij het enkel zal worden geraadpleegd. Bijzonderheden over onderwerpen waarop deze overgang naar de "gewone wetgevingsprocedure" van toepassing is, zijn vermeld in een specifiek document over de wetgevingsprocedure .

[ Begin pagina ]

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel I-19 van het ontwerp-Verdrag tot vaststelling van een Grondwet bevat de algemene bepalingen betreffende het Parlement. De Conventie stelt voor de wetgevings- en begrotingstaak gezamenlijk aan het Parlement en de Raad van Ministers toe te wijzen. Het Parlement staat derhalve op gelijke voet met de Raad van Ministers wat de toewijzing van deze twee taken betreft. Het Parlement oefent onder de in de Grondwet vastgelegde voorwaarden politieke controle- en raadgevingstaken uit (bijvoorbeeld het toezicht op de Commissie of de tenuitvoerlegging van de begroting).

De Conventie stelt voor dat de voorzitter van de Commissie voortaan op initiatief van de Europese Raad wordt gekozen door het Europees Parlement, dat zich met meerderheid van stemmen van zijn leden uitspreekt. Bij dit voorstel moet rekening worden gehouden met de resultaten van de Europese verkiezingen. De voorkeur is gegeven aan de term "verkiezing" boven de term "benoeming", die tot nu toe in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gebruikt. Deze wijziging is bedoeld om het belang van de Europese verkiezingen en de Parlementsverkiezingen te vergroten en geeft duidelijk aan dat de voorzitter van de Commissie aan het Parlement rekenschap verschuldigd is.

[ Begin pagina ]

DE SAMENSTELLING VAN HET PARLEMENT

Het door de Conventie voorgestelde Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voorziet in geen enkele wijziging in de procedures voor de Europese verkiezingen. De Europese burgers kiezen hun vertegenwoordigers door middel van rechtstreekse, algemene, vrije en geheime verkiezingen voor een periode van vijf jaar. In artikel III-232 handhaaft de Conventie de rechtsgrond dat de Europese verkiezingen moeten worden gehouden volgens een in alle lidstaten gelijke procedure. Dit artikel stelt dat in een Europese wet of kaderwet zal moeten worden vastgelegd welke maatregelen moeten worden genomen om aan deze voorwaarde te voldoen.

De Conventie stelt voor het aantal zetels vast te stellen op 736, dus vier zetels meer dan het huidige aantal volgens het Verdrag van Nice . Deze wijziging is ingevoerd met het oog op aanvullende zetels die overeenkomstig het Toetredingsverdrag zijn toegekend aan Tsjechië en Hongarije om hen op gelijke voet te stellen met België, Portugal en Griekenland.

De leden van de Conventie stellen voor te breken met de traditie om in de Verdragen de gedetailleerde zetelverdeling tussen de verschillende lidstaten vast te leggen. In plaats daarvan stuurt de Conventie aan op een toewijzingssleutel volgens welke de burgers degressief evenredig zijn vertegenwoordigd, met een minimum van vier zetels per lidstaat (artikel I-19). Ruim vóór de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2009 stelt de Europese Raad met eenparigheid van stemmen op initiatief en na goedkeuring van het Parlement een besluit inzake de samenstelling van het Europees Parlement vast. De nieuwe samenstellingsregels zullen dus moeten worden gebaseerd op het voorstel van het Parlement, waardoor dit een grotere invloed op zijn eigen samenstelling kan uitoefenen. Als na een toekomstige uitbreiding blijkt dat de zetelverdeling opnieuw moet worden aangepast, zal een identieke procedure worden toegepast zodat de Grondwet niet hoeft te worden gewijzigd.

Voor de zittingsperiode 2004-2009 zullen de zetels worden verdeeld volgens de in Nice overeengekomen regeling , zoals is vastgelegd in het Toetredingsverdrag dat met de tien nieuwe lidstaten is gesloten. De Conventie stelt voor deze verdeling over te nemen in het aan de Grondwet te hechten Protocol betreffende de vertegenwoordiging van de burgers in het Europees Parlement en de stemmenweging in de Europese Raad en de Raad van Ministers.

[ Begin pagina ]

DE WETGEVINGSPROCEDURES

De Conventie stelt voor de wetgevingsprocedures van de Unie te vereenvoudigen. Met de invoering van de gewone wetgevingsprocedure (artikelen I-33 en III-302), die is gebaseerd op de bestaande zogenaamde medebeslissingsprocedure, is het Europees Parlement voortaan daadwerkelijk een medewetgever samen met de Raad van Ministers. De Europese wetten en kaderwetten zullen volgens het voorstel van de Conventie worden goedgekeurd door het Parlement en de Raad van Ministers conform de in artikel III-302 beschreven procedure. De Conventie stelt voor de toepassing van deze wetgevingsprocedure uit te breiden tot een groot aantal artikelen en zo het Parlement meer beslissingsbevoegdheid te geven. Voor bepaalde wetten en kaderwetten, die worden goedgekeurd volgens een bijzondere procedure, heeft de Conventie bepaald dat het Parlement wordt geraadpleegd dan wel de desbetreffende handeling moet goedkeuren.

In de begrotingsprocedure (artikelen III-309 tot en met III-312) worden de bevoegdheden van het Europees Parlement uitgebreid aangezien deze procedure voortaan wordt afgestemd op de gewone wetgevingsprocedure, waarbij het Parlement de eindbeslissing over de begroting neemt. Bovendien is het oude onderscheid tussen verplichte en niet-verplichte uitgaven vervallen, wat betekent dat het Parlement meer invloed op de totale begroting kan uitoefenen. Voorheen kon het Parlement zich namelijk alleen in laatste instantie uitspreken over niet-verplichte uitgaven.

[ Begin pagina ]

OVERIGE BEPALINGEN

De artikelen III-232 tot en met III-243 van het ontwerp-Verdrag tot vaststelling van een Grondwet bevatten specifiekere bepalingen (over Europese verkiezingen, werkmethoden, jaarlijkse zitting, tijdelijke enquêtecommissies, verzoekschriften van burgers, rol van de Europese Ombudsman, reglement van orde en handelingen, motie van afkeuring betreffende de Commissie) zonder echter de grondslag van deze bepalingen ten opzichte van de huidige Verdragen te wijzigen.

[ Begin pagina ]

OVERZICHTSTABEL

Artikelen Onderwerp Opmerkingen
I-19 Het Europees Parlement Belangrijke wijzigingen
I-33 De wetgevingshandelingen Belangrijke wijzigingen
III-232 t/m III-243 Het Europees Parlement - specifieke bepalingen -
III-302 De gewone wetgevingsprocedure Belangrijke wijzigingen
III-309 t/m III-312 De jaarlijkse begroting van de Unie -
Protocol betreffende de vertegenwoordiging van de burgers in het Europees Parlement en de stemmenweging in de Europese Raad en de Raad van Ministers Overgangsbepalingen -

[ Begin pagina ] [ Vorige tekst ] [ Volgende ] [ Inhoudsopgave ]


De informatiebladen zijn alleen ter informatie van het publiek bedoeld. Zij zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de Conventie betreft.


Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site | Bovenkant pagina