Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site
De resultaten van de Europese Conventie Sla taalkeuze over en ga direct naar lijst met samenvattingen (toegangstoets=1)
EUROPA > Samenvattingen van de wetgeving > De instellingen van de Unie

DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >

Archief   Archief   Archief   Archief

De instellingen van de Unie


De minister van Buitenlandse Zaken


Inleiding
Benoemingsprocedure
Bevoegdheden
Europese dienst voor extern optreden
Overzichtstabel

INLEIDING

De functie van minister van Buitenlandse Zaken is een van de belangrijkste vernieuwingen in de ontwerp-Grondwet. Dankzij deze functie zal het externe optreden van de Europese Unie (EU) een efficiŽnter en coherenter karakter krijgen omdat de betreffende minister de stem van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de Unie wordt.

Deze institutionele vernieuwing is het resultaat van de samenvoeging van de functies van de Hoge Vertegenwoordiger voor het GBVB en de Commissaris voor externe betrekkingen. Artikel I-27 van het ontwerp-Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voorziet in de invoering van de functie van minister van Buitenlandse Zaken. Deze moet waarborgen dat de Europese Unie een coherent buitenlands beleid voert met gebruikmaking van alle ter beschikking staande instrumenten.

Toch is de minister van Buitenlandse Zaken niet de enige die zorgt voor de externe vertegenwoordiging van de Unie. In artikel I-21 van de ontwerp-Grondwet wordt namelijk bepaald dat de voorzitter van de Europese Raad niet alleen de besprekingen van de Europese Raad voorbereidt en leidt, maar op zijn niveau ook zorgt voor de externe vertegenwoordiging van de Unie in aangelegenheden die onder het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid vallen, onverminderd de verantwoordelijkheden van de minister van Buitenlandse Zaken. In de ontwerp-Grondwet is echter niet vastgelegd hoe de werkzaamheden moeten worden verdeeld tussen de voorzitter van de Europese Raad en de minister van Buitenlandse Zaken. Hun respectieve rol zal derhalve in de institutionele praktijk duidelijker worden afgebakend.

[ Begin pagina ]

BENOEMINGSPROCEDURE

De minister van Buitenlandse Zaken wordt door de Europese Raad met gekwalificeerde meerderheid benoemd, met instemming van de voorzitter van de Commissie en na goedkeuring door het Europees Parlement . In deze hoedanigheid leidt hij het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie. De Europese Raad kan zijn ambtstermijn beŽindigen volgens dezelfde procedure als die welke voor zijn benoeming is gevolgd.

De minister van Buitenlandse Zaken is tegelijkertijd vice-voorzitter van de Commissie. Alleen bij de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden binnen de Commissie moet hij zich aan de procedures voor de werkwijze van de Commissie houden.

[ Begin pagina ]

BEVOEGDHEDEN

De minister van Buitenlandse Zaken draagt als het ware een "dubbele pet" omdat hij tegelijkertijd vertegenwoordiger van de Raad van Ministers voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en een van de vice-voorzitters van de Commissie is.

Enerzijds leidt de minister van Buitenlandse Zaken het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie. Hij beschikt hiervoor over het recht van initiatief op het gebied van het buitenlands beleid en voert dit beleid namens de Raad van Ministers uit. Hetzelfde geldt voor het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid . Zolang de minister binnen dit mandaat handelt, is het beginsel van gezamenlijk bestuur dat voor de Commissie geldt op hem niet van toepassing..

In de ontwerp-Grondwet wordt bepaald dat de minister van Buitenlandse Zaken niet alleen de Raad Buitenlandse Zaken leidt, maar ook via voorstellen een bijdrage levert aan de uitwerking van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Daarnaast zorgt hij ervoor dat de Europese besluiten van de Europese Raad en de Raad van Ministers ten uitvoer worden gelegd. Met de Raad van Ministers ziet hij erop toe dat de beginselen van het GBVB in acht worden genomen (artikel III-195).

Hij vertegenwoordigt de EU voor kwesties inzake het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, voert namens de Unie de politieke dialoog en zet het standpunt van de Unie uiteen in internationale organisaties en op internationale conferenties. Ook coŲrdineert hij het optreden van de lidstaten van de Unie binnen internationale organisaties (artikel III-206). Wanneer de Unie een standpunt over een thema op de agenda van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft bepaald, kunnen de lidstaten hem verzoeken daar het standpunt van de Unie uiteen te zetten (artikel III-206).

Bovendien kunnen speciale vertegenwoordigers van de Unie, die voor specifieke beleidsvraagstukken door de Raad van Ministers worden benoemd en een mandaat wordt verleend, hun mandaat uitvoeren onder het gezag van de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie (artikel III-203).

Anderzijds is de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie ook een van de vice-voorzitters van de Europese Commissie. Binnen deze instelling is hij belast met externe betrekkingen en de coŲrdinatie van andere aspecten van het externe optreden van de Unie. De EU moet namelijk toezien op de samenhang tussen de diverse onderdelen van haar externe optreden en tussen het externe optreden en het beleid van de Unie op andere terreinen. De Raad van Ministers en de Commissie, hierin bijgestaan door de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie, zorgen voor deze samenhang en werken daartoe samen (artikel III-193).

[ Begin pagina ]

EUROPESE DIENST VOOR EXTERN OPTREDEN

Ook zal de minister van Buitenlandse Zaken een diplomatieke dienst leiden die bestaat uit afvaardigingen in bijna 125 landen. De ontwerp-Grondwet voorziet in de oprichting van een Europese dienst voor extern optreden die de minister bij de uitoefening van zijn taken zal ondersteunen.

Deze gezamenlijke dienst zal worden opgericht door een overeenkomst tussen de Raad van Ministers en de Commissie (onverminderd de rechten van het Europees Parlement) en zal onder de autoriteit van de minister van Buitenlandse Zaken worden geplaatst. De dienst zal bestaan uit gedetacheerde nationale diplomaten en ambtenaren van de bevoegde diensten van het Secretariaat-generaal van de Raad van Ministers en van de Commissie. Deze dienst zal samenwerken met de diplomatieke diensten van de lidstaten.

Het personeel van de afvaardigingen van de EU in derde landen en bij internationale organisaties zal uit deze gezamenlijke dienst worden benoemd.

Volgens de verklaring inzake de oprichting van een Europese dienst voor extern optreden zullen de voor de oprichting van deze dienst benodigde bepalingen aan de orde moeten komen tijdens het eerste jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa.

[ Begin pagina ]

OVERZICHTSTABEL

Artikelen Onderwerp Opmerkingen
Artikel I-27 De minister van Buitenlandse Zaken van de Unie Nieuwe bepalingen
Artikel I-21 De voorzitter van de Europese Raad Nieuwe bepalingen
Artikelen III-193 t/m III-231 (titel V) Het externe optreden van de Unie Belangrijke wijzigingen
Verklaring inzake de oprichting van een Europese dienst voor extern optreden - Nieuwe bepalingen

[ Begin pagina ] [ Vorige tekst ] [ Volgende ] [ Inhoudsopgave ]


De informatiebladen zijn alleen ter informatie van het publiek bedoeld. Zij zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de Conventie betreft.


Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site | Bovenkant pagina