DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >
Archief Archief Archief Archief
De besluitvormingsprocedures van de Unie
De gekwalificeerde meerderheid
Inleiding
Een nieuw systeem voor de gekwalificeerde meerderheid
Overbruggingsclausules
Uitbreiding van de stemming bij gekwalificeerde meerderheid
Overzichtstabel
De uitbreiding van de stemming bij gekwalificeerde meerderheid vormt de hoeksteen van de institutionele hervorming van de Europese Unie (EU) met het oog op de uitbreiding. De mogelijkheid tot uitbreiding van de stemming bij gekwalificeerde meerderheid was reeds vastgelegd in de oprichtingsverdragen en bij iedere hervorming van de Verdragen is ze tot nieuwe bepalingen uitgebreid. Dit is van essentieel belang in een uitgebreide Unie, aangezien het steeds moeilijker wordt beslissingen met eenparigheid van stemmen te nemen.
De Conventie stelt in het resultaat van haar werkzaamheden een geheel nieuw systeem van gekwalificeerde meerderheid voor. Het huidige systeem, waarin lidstaten stemmen worden toegekend en waarbij een drempel voor de gekwalificeerde meerderheid is vastgelegd, komt daarmee te vervallen. In plaats daarvan is gekozen voor een systeem van dubbele meerderheid: een meerderheid van de lidstaten en van de bevolking van de Unie.
In het ontwerp-Verdrag voor een Grondwet wordt voorgesteld de gekwalificeerde meerderheid uit te breiden tot een twintigtal bijkomende bepalingen. Verder kan met een nieuwe overbruggingsclausule na een laatste stemming met eenparigheid van stemmen in de Europese Raad op bepaalde terreinen op de gekwalificeerde meerderheid worden overgegaan.
[ Begin pagina ]
EEN NIEUW SYSTEEM VOOR DE GEKWALIFICEERDE MEERDERHEID
In artikel I-24 van de ontwerp-Grondwet wordt het nieuwe systeem voor de gekwalificeerde meerderheid als volgt omschreven: de gekwalificeerde meerderheid wordt bereikt wanneer een meerderheid van de lidstaten voor een besluit stemt en deze meerderheid ten minste drievijfde van de totale bevolking van de Unie vertegenwoordigt. Indien de Europese Raad of de Raad van Ministers niet op basis van een voorstel van de Commissie of op initiatief van de minister van Buitenlandse Zaken besluit, bestaat de gekwalificeerde meerderheid uit tweederde van de lidstaten die ten minste drievijfde van de totale bevolking van de Unie uitmaken.
Met de voorstellen van de Conventie behoort de stemmenweging in de Raad tot het verleden. Er komt een eenvoudig en flexibel systeem voor in de plaats, zodat er bij latere uitbreidingen geen lange onderhandelingen hoeven te worden gevoerd over de toekenning van stemmen aan de lidstaten en over de drempel voor de gekwalificeerde meerderheid. Dit nieuwe systeem houdt rekening met de tweeledige aard van de Unie; die immers zowel uit staten als uit volkeren bestaat. Voorts worden de lidstaten op voet van gelijkheid behandeld in die zin dat iedere lidstaat over één stem beschikt en met demografische verschillen tevens rekening wordt gehouden.
De Conventie stelt voor dit nieuwe systeem op 1 november 2009 in werking te laten treden, na de Europese verkiezingen van 2009, waarna de nieuwe Commissie aantreedt. Tussen 2004 en 2009 zou het huidige systeem van toepassing zijn zoals dat is vastgelegd in het Verdrag van Nice en in het toetredingsverdrag met de tien nieuwe lidstaten. De Conventie stelt voor deze bepalingen te verankeren in het Protocol inzake de vertegenwoordiging van de burgers in het Europees Parlement en de stemmenweging in de Europese Raad en in de Raad van Ministers, dat aan de Grondwet wordt gehecht.
[ Begin pagina ]
De Conventie stelt een algemene "overbruggingsclausule" voor om stemming bij gekwalificeerde meerderheid uit te breiden tot gevallen waarvoor krachtens de ontwerp-Grondwet eenparigheid is vereist. Wanneer de Raad van Ministers krachtens deel III van de Grondwet op een bepaald terrein met eenparigheid van stemmen besluit, kan de Europese Raad, op eigen initiatief en na een behandelingstermijn van ten minste zes maanden, met eenparigheid van stemmen besluiten dat de Raad van Ministers met gekwalificeerde meerderheid kan besluiten. De Europese Raad moet de nationale parlementen ten minste vier maanden voordat een besluit wordt genomen van een dergelijk initiatief in kennis stellen.
In dezelfde lijn kan de Europese Raad in gevallen waarin wetten en kaderwetten uit hoofde van de Grondwet volgens een bijzondere wetgevingsprocedure worden aangenomen, na een termijn van behandeling van ten minste zes maanden besluiten dat deze volgens de gewone wetgevingsprocedure kunnen worden aangenomen. Dit betekent dat dergelijke besluiten ook bij gekwalificeerde meerderheid worden aangenomen. In dergelijke gevallen besluit de Raad na raadpleging van het Europees Parlement en na kennisgeving aan de nationale parlementen.
Met deze clausule kan dus na een laatste stemming met eenparigheid van stemmen in de Europese Raad worden overgegaan op stemming bij gekwalificeerde meerderheid en op de gewone wetgevingsprocedure zonder dat daarvoor een grondwetsherziening en de daaruit voortvloeiende ratificatie door alle lidstaten nodig zijn. Een dergelijk overbruggingsysteem maakt de weg vrij voor toekomstige uitbreiding van de stemming bij gekwalificeerde meerderheid.
In de ontwerp-Grondwet worden nog meer specifieke overbruggingsclausules voorgesteld voor bepaalde beleidsterreinen van de Unie. Volgens artikel I-39 kan de Europese Raad besluiten om voor een aantal bepalingen van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid over te gaan op de gekwalificeerde meerderheid.
In het kader van een nauwere samenwerking kan de Raad met eenparigheid van stemmen van alleen de betrokken lidstaten besluiten bij gekwalificeerde meerderheid te stemmen. Lidstaten die nauwer onderling willen samenwerken, kunnen dus in onderling overleg besluiten om stemming bij gekwalificeerde meerderheid toe te passen.
Ten slotte kan de Raad van Ministers ook krachtens de bepalingen van de artikelen III-104 (sociaal beleid), III-130 (milieubeleid) en III-170 (justitiële samenwerking in civiele zaken) besluiten over te gaan op de gekwalificeerde meerderheid.
[ Begin pagina ]
UITBREIDING VAN DE STEMMING BIJ GEKWALIFICEERDE MEERDERHEID
In het ontwerp-Verdrag voor een Grondwet wordt voorgesteld de gekwalificeerde meerderheid uit te breiden tot een twintigtal nieuwe bepalingen. In veel gevallen komt deze uitbreiding overeen met de toepassing van de gewone wetgevingsprocedure .
Interne markt
Artikel III-21
De Conventie stelt voor de gewone wetgevingsprocedure toe te passen voor kwesties
die verband houden met het vrije verkeer van werknemers. Dit houdt in dat er bij
gekwalificeerde meerderheid wordt gestemd.
Artikel III-26
In de ontwerp-Grondwet wordt voorgesteld de gewone wetgevingsprocedure te volgen
voor kwesties die binnen het kader van de vrijheid van vestiging vallen en betrekking
hebben op de toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de uitoefening
daarvan. Dit houdt in dat er bij gekwalificeerde meerderheid wordt gestemd.
Artikel III-62
De leden van de Conventie stellen voor maatregelen inzake administratieve samenwerking
en de bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking op het gebied van indirecte
belastingen bij gekwalificeerde meerderheid aan te nemen, mits de Raad van Ministers
hierover tevoren met eenparigheid van stemmen heeft gestemd.
Economisch en monetair beleid
Artikel III-77
In de ontwerp-Grondwet wordt voorgesteld de Europese Centrale Bank (ECB) volgens
de gewone wetgevingsprocedure specifieke taken op te dragen, met name op het gebied
van het bedrijfseconomisch toezicht op financiële instellingen. Dit houdt in dat
er bij gekwalificeerde meerderheid wordt gestemd.
Artikel III-79
De Conventie stelt voor de mogelijkheid in te voeren om een aantal bepalingen
in het statuut van het Europees Stelsel van Centrale Banken en de Europese Centrale
Bank bij wet te wijzigen. Dit houdt in dat er bij gekwalificeerde meerderheid wordt
gestemd.
Cohesiebeleid
Artikel III-119
Wat het cohesiebeleid betreft, stelt de Conventie voor de taken, de doelstellingen
en de organisatie van de structuurfondsen bij wet vast te stellen. De gekwalificeerde
meerderheid zal pas van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2007, wat betekent
dat besluiten over de volgende programmeringsperiode, die van 2007 tot 2013 loopt,
nog met eenparigheid van stemmen worden genomen.
Vervoerbeleid
Artikel III-134
In de ontwerp-Grondwet wordt voorgesteld het gemeenschappelijk vervoerbeleid
bij Europese wet ten uitvoer te leggen, wat betekent dat hierover met gekwalificeerde
meerderheid wordt gestemd.
Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht
Artikel III-164
De Conventie stelt voor dat de Raad de administratieve samenwerking tussen de
bevoegde diensten van de lidstaten en tussen deze diensten en de Commissie bij
Europese verordeningen
regelt. De Raad van Ministers besluit met gekwalificeerde meerderheid.
Artikel III-166
In de ontwerp-Grondwet is bepaald dat de Unie een beleid voor grenscontrole ontwikkelt.
In een kaderwet worden de bijzondere bepalingen vastgesteld, wat betekent dat daarover
bij gekwalificeerde meerderheid wordt gestemd.
Artikel III-167
Met betrekking tot het gemeenschappelijk beleid inzake asiel en tijdelijke bescherming
worden bij wet of kaderwet maatregelen betreffende een gemeenschappelijk Europees
asielstelsel vastgesteld, wat betekent dat daarover bij gekwalificeerde meerderheid
wordt gestemd.
Artikel III-168
De Conventie stelt voor bij wet of kaderwet de relevante bepalingen vast te stellen
voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijk immigratiebeleid. Dit houdt in dat
er bij gekwalificeerde meerderheid wordt gestemd. Hiervoor geldt één uitzondering:
de lidstaten behouden hun vetorecht voor de vaststelling van het aantal onderdanen
uit derde landen dat op hun grondgebied werk mag zoeken.
Artikel III-171
In de ontwerp-Grondwet wordt voorgesteld op het gebied van
justitiële samenwerking in strafzaken
bij wet of kaderwet maatregelen vast te stellen ter bevordering van de wederzijdse
erkenning en onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke regelingen
van de lidstaten. Dit houdt in dat de Raad van Ministers hierover bij gekwalificeerde
meerderheid stemt.
Artikel III-172
De Conventie stelt voor bij wet of kaderwet minimumvoorschriften vast te stellen
betreffende de bepaling van strafnormen, strafbare feiten en sancties. Dit houdt
in dat er bij gekwalificeerde meerderheid wordt gestemd.
Artikel III-173
De leden van de Conventie stellen voor bij wet of kaderwet maatregelen vast te
leggen met het oog op een betere misdaadpreventie. Dit houdt in dat de Raad van Ministers
bij gekwalificeerde meerderheid stemt.
Artikel III-174
De Conventie stelt voor de structuur, de werking, het werkterrein en de taken
van Eurojust bij wet vast te stellen. Hiervoor vindt derhalve stemming bij gekwalificeerde
meerderheid plaats.
Artikel III-176
Voor niet-operationele politiële samenwerking kunnen de vereiste maatregelen
bij wet of kaderwet worden vastgesteld; de Raad besluit bij gekwalificeerde meerderheid.
De Conventie heeft echter vastgehouden aan eenparigheid van stemmen voor maatregelen
die betrekking hebben op de operationele samenwerking tussen de in dit artikel bedoelde
autoriteiten.
Artikel III-177
Volgens de voorstellen van de Conventie kunnen de structuur, de werkwijze, het
werkterrein en de taken van Europol bij wet of kaderwet worden vastgesteld. Hiervoor
wordt dan ook bij gekwalificeerde meerderheid gestemd.
Cultuur
Artikel III-181
De leden van de Conventie stellen voor bij Europese wet of kaderwet stimuleringsmaatregelen
op cultuurgebied vast te stellen, met uitzondering van harmonisatie van nationale
bepalingen. Dit houdt in dat er bij gekwalificeerde meerderheid wordt gestemd.
Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB)
Artikel III-201
In het algemeen is op het terrein van het
GBVB
niet getornd aan het beginsel van eenparigheid. De voorstellen van de Conventie
behelzen niettemin dat de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit
wanneer het gaat om besluiten inzake optredens en standpunten van de Unie, besluiten
die genomen worden op initiatief van de minister van Buitenlandse Zaken, besluiten
ter uitvoering van optredens of standpunten van de Unie evenals besluiten houdende
benoeming van een speciale vertegenwoordiger. Een overbruggingsclausule biedt de
mogelijkheid de stemming bij gekwalificeerde meerderheid ook tot andere gevallen
uit te breiden.
Gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid
Artikel III-212
De Conventie stelt de oprichting van een Europees Bureau voor bewapening voor.
De Raad van Ministers stelt met gekwalificeerde meerderheid een Europees besluit
vast tot vastlegging van het statuut, de zetel en de voorschriften voor de werking
van het Bureau.
Rechtsgrondslagen waarvoor eenparigheid vereist blijft
Voor een aantal rechtsgrondslagen blijft de eis van eenparigheid van stemmen echter geheel of gedeeltelijk gelden. Het betreft hier onder andere non-discriminatie en burgerschap, belasting, sociaal beleid, het leeuwendeel van de bepalingen inzake het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, een aantal bepalingen met betrekking tot immigratie en de sluiting van internationale handelsakkoorden. In die gevallen heeft de Conventie geen consensus weten te bereiken om te kunnen overgaan op stemming bij gekwalificeerde meerderheid.
[ Begin pagina ]
| Artikel | Onderwerp | Opmerkingen |
|---|---|---|
| I-24 | De gekwalificeerde meerderheid | Nieuwe bepalingen |
| I-39 | Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid | Belangrijke wijzigingen |
| III-21 | Vrij verkeer van werknemers, sociale zekerheid | - |
| III-26 | Vrijheid van vestiging, toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst | - |
| III-62 | Administratieve samenwerking en bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking op het gebied van indirecte belastingen | - |
| III-77 | Specifieke taken voor de Europese Centrale Bank | - |
| III-79 | Wijzigingen in de statuten van het Europees Stelstel van Centrale Banken | - |
| III-104 | Sociaal beleid | - |
| III-119 | Vaststelling van de taken en doelstellingen van de structuurfondsen | - |
| III-130 | Milieu | - |
| III-134 | Afwijkingen op het gebied van vervoer | - |
| III-164 | Administratieve samenwerking in de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid | - |
| III-166 | Grenscontrole | - |
| III-167 | Asiel | - |
| III-168 | Immigratie | - |
| III-170 | Justitiële samenwerking in civiele zaken | - |
| III-171 | Justitiële samenwerking in strafzaken | - |
| III-172 | Harmonisatie van strafnormen, strafbare feiten en sancties | - |
| III-173 | Maatregelen ter stimulering van misdaadpreventie | - |
| III-174 | Eurojust | - |
| III-176 | Niet-operationele politiële samenwerking | - |
| III-177 | Europol | - |
| III-181 | Wetten, kaderwetten en aanbevelingen op het gebied van cultuur | - |
| III-201 | Gekwalificeerde meerderheid op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid | - |
| III-212 | Statuut en zetel van het Europees Bureau voor bewapening | - |
| III-328 | Gekwalificeerde meerderheid bij nauwere samenwerking | - |
| Protocol inzake de vertegenwoordiging van de burgers in het Europees Parlement en de stemmenweging in de Europese Raad en in de Raad van Ministers | Overgangsbepalingen | - |
[ Begin pagina ] [ Vorige tekst ] [ Volgende ] [ Inhoudsopgave ]
De informatiebladen zijn alleen ter informatie van het publiek bedoeld. Zij zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de Conventie betreft.
