Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site
De resultaten van de Europese Conventie Sla taalkeuze over en ga direct naar lijst met samenvattingen (toegangstoets=1)
EUROPA > Samenvattingen van de wetgeving > Het beleid van de Unie

DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >

Archief   Archief   Archief   Archief

Het beleid van de Unie


Intern beleid en optreden


Inleiding
Wijzigingen die voor alle beleidsterreinen gelden
Aanpassingen op enkele specifieke beleidsterreinen
Overzichtstabel

INLEIDING

Het derde deel van het ontwerp-Verdrag tot vaststelling van een Grondwet bevat de bepalingen betreffende het beleid van de Unie. Meer bepaald is titel III van dit deel gewijd aan het intern beleid en optreden, terwijl de twee volgende gewijd zijn aan het extern optreden van de Unie .

De Conventie heeft in het bijzonder aandacht besteed aan de hervorming van bepaalde beleidsterreinen, zoals justitie en binnenlandse zaken (JBZ) , het economisch en monetair beleid en het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB). Afgezien van enkele specifieke beleidsterreinen ondergingen de andere beleidsterreinen daarentegen weinig ingrijpende wijzigingen gezien het beperkte mandaat van de Conventie.

Behalve door deze specifieke wijzigingen, worden het intern beleid en optreden van de Unie echter ook rechtstreeks be´nvloed door de institutionele veranderingen van algemene strekking die de Conventie voorstelt (verdeling van bevoegdheden, indeling van rechtshandelingen, wetgevingsprocedure en gekwalificeerde meerderheid en de bepalingen inzake integratie en samenhang).

[ Begin pagina ]

WIJZIGINGEN DIE VOOR ALLE BELEIDSTERREINEN GELDEN

De ontwerp-Grondwet stelt horizontale vernieuwingen voor die rechtstreeks van invloed zijn op alle beleidsterreinen van de Unie.

De beschrijving van het klassiek gemeenschappelijk beleid (landbouw, vervoer, interne markt enz.) blijft ongewijzigd en beperkt zich tot het overnemen van bestaande artikelen, maar nu bij elkaar geplaatst en ingedeeld volgens de nieuwe verdeling van bevoegdheden zoals beschreven in artikel I-11.
Eerst zijn de beleidsterreinen opgenomen die behoren tot de bevoegdheidsgebieden die met de lidstaten worden gedeeld: interne markt, economisch en monetair beleid, beleid op andere specifieke gebieden (werkgelegenheid, landbouw, vervoer, consumentenbescherming enz.) en de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid.
Daarna volgen de terreinen waarop de Unie co÷rdinerend, aanvullend of ondersteunend kan optreden. Dit betreft volksgezondheid, industrie, cultuur, onderwijs, beroepsopleiding, jeugd en sport, civiele bescherming en administratieve samenwerking.

De Grondwet brengt onder ÚÚn titel, aan het begin van deel III, de algemeen toepasselijke bepalingen betreffende integratie en samenhang samen, die voor de vaststelling en de uitvoering van het beleid als voornaamste leidraad gelden. Artikel III-1 bevat een nieuwe bepaling, op grond waarvan de "Unie waakt over de samenhang van de verscheidene beleidsvormen en maatregelen in het licht van het geheel van de doelstellingen van de Unie ". Deze nieuwe bepaling gaat vergezeld van specifieke bepalingen met betrekking tot de gelijkheid van mannen en vrouwen, de bestrijding van iedere vorm van discriminatie, de bescherming van het milieu en van de consumenten, en het functioneren van de diensten van algemeen economisch belang, die ook al voorkomen in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag).

De Conventie heeft de rechtsgronden uitgesplitst, in die zin dat bij iedere rechtsgrond wordt bepaald welk soort besluit de instellingen moeten vaststellen om de Grondwet ten uitvoer te leggen. Bijgevolg verwijzen de bepalingen betreffende de verschillende beleidsterreinen niet meer naar de mogelijkheid om "besluiten" of "maatregelen" vast te stellen, maar geven ze precies aan welk soort besluit moet worden genomen en daarmee dus ook welke procedures moeten worden nageleefd. Zo wordt bepaald dat in de meeste gevallen het optreden van de Unie de vorm zal aannemen van een wet of kaderwet. Er wordt echter ook voorzien in een vijftigtal rechtsgronden op basis waarvan de Raad van Ministers verordeningen of besluiten kan vaststellen.

Het verheffen van de medebeslissingsprocedure tot gewone wetgevingsprocedure vereenvoudigt in sterke mate de bepalingen die in het huidige Verdrag in medebeslissing voorzien: de verwijzingen naar voorstellen van de Commissie en naar de medebeslissingsprocedure zijn verdwenen en alleen de wet of kaderwet wordt genoemd. Bovendien heeft de Conventie besloten, als gevolg van de uitbreiding van het toepassingsgebied van de gewone wetgevingsprocedure, om medebeslissing ook toe te passen op een twintigtal rechtsgronden die daar momenteel niet in voorzien.
De bijzondere wetgevingsprocedure is van toepassing op een twintigtal rechtsgronden die in wetten van de Raad voorzien. De Commissie behoudt voor deze wetten alleen het initiatiefrecht en het Parlement moet ofwel worden geraadpleegd, ofwel het besluit goedkeuren.

Artikel I-22 verheft de stemming met gekwalificeerde meerderheid in de Raad tot algemene regel. De consequentie daarvan is dat de verwijzingen naar het feit dat de Raad met gekwalificeerde meerderheid een besluit neemt uit alle betrokken rechtsgronden zijn geschrapt.
De Conventie heeft bovendien besloten tot de invoering van stemming met gekwalificeerde meerderheid voor een twintigtal rechtsgronden waarvoor momenteel nog besluitvorming met eenparigheid van stemmen vereist is.

De nieuwe rechtsgronden

Om het beroep op de zogenaamde flexibiliteitsclausule (artikel I-17) te beperken, heeft de Conventie in de ontwerp-Grondwet nieuwe rechtsgronden ingevoerd die de Unie uitdrukkelijk toestaan om op bepaalde gebieden op te treden.

[ Begin pagina ]

AANPASSINGEN OP ENKELE SPECIFIEKE BELEIDSTERREINEN

Diensten van algemeen economisch belang (artikel III-6)

De ontwerp-Grondwet voorziet in een nieuwe rechtsgrond voor de goedkeuring van
wetten betreffende de beginselen en de voorwaarden, met name op economisch en financieel gebied, die de basis vormen voor het functioneren van deze diensten van algemeen economisch belang.

Burgerschap (artikelen III-7 t/m III-13)

In artikel III-8, lid 1, dat betrekking heeft op maatregelen ter bestrijding van discriminatie, wordt bepaald dat de wet van de Raad van Ministers vooraf moet worden goedgekeurd door het Europees Parlement, terwijl het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag) thans slechts raadpleging vereist.
In artikel III-8, lid 2, eveneens over de bestrijding van discriminatie, wordt de bevoegdheid van de Unie uitgebreid tot het vaststellen van de grondbeginselen voor de stimuleringsmaatregelen die de Unie op dit gebied kan vaststellen.
In artikel III-9, lid 2, over het recht van vrij verkeer en vrij verblijf van de Europese burgers, wordt de bevoegdheid van de Unie uitgebreid tot gebieden die het Verdrag van Nice had uitgesloten, namelijk maatregelen inzake paspoorten, identiteitskaarten, verblijfstitels en andere daarmee gelijkgestelde documenten, alsmede maatregelen inzake sociale zekerheid of de sociale bescherming van werknemers. In die gevallen wordt in een wet van de Raad van Ministers voorzien waartoe met eenparigheid van stemmen wordt besloten.
Artikel III-11 voert een nieuwe rechtsgrond in die het mogelijk maakt wetten van de Raad van Ministers vast te stellen voor de maatregelen die nodig zijn om de diplomatieke en consulaire bescherming van Europese burgers te verbeteren. Op dit moment is het volgens het EG-Verdrag nog de taak van de lidstaten om dergelijke maatregelen vast te stellen door middel van de klassieke instrumenten op grond van overeenkomsten.

Interne markt (artikelen III-14 t/m III-68)

Het hoofdstuk over de interne markt omvat zeven afdelingen (totstandbrenging van de interne markt, het vrije verkeer van personen en diensten, het vrije verkeer van goederen, kapitaal en betalingen, regels betreffende de mededinging, bepalingen betreffende belastingen en de onderlinge aanpassing van de wetgevingen). Hoewel de bepalingen in dit hoofdstuk bijna allemaal al in het EG-Verdrag voorkomen, wordt de aandacht gevestigd op de nieuwe indeling van deze artikelen, die in het EG-Verdrag onder drie afzonderlijke titels werden genoemd.

Socialezekerheidsuitkeringen (artikel III-21)

De rechtsgrond die het mogelijk maakt het vrije verkeer te bevorderen via de co÷rdinatie van de socialezekerheidswetgevingen werd uitgebreid en heeft nu ook betrekking op zelfstandigen en niet alleen op werknemers in loondienst. Bovendien is ook hier van besluitvorming met eenparigheid van stemmen naar besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid overgegaan. Op basis van deze rechtsgrond kunnen echter geen maatregelen voor andere categorieŰn Europese burgers (gepensioneerden, studenten) worden vastgesteld. In deze gevallen zal een beroep op de flexibiliteitsclausule - en dus op besluitvorming met eenparigheid van stemmen door de Raad - nodig blijven.

Bevriezen van tegoeden (artikel III-49)

De ontwerp-Grondwet voorziet in een nieuwe rechtsgrond op basis waarvan wetten kunnen worden vastgesteld die het vereiste juridisch kader bepalen om het vrije verkeer van kapitaal te beperken en de bevriezing van tegoeden van personen, groeperingen en niet-statelijke entiteiten mogelijk te maken, als maatregel in het kader van de bestrijding van georganiseerde criminaliteit, terrorisme en mensensmokkel.

Verordeningen betreffende vrijstelling van de mededingingsregels die van toepassing zijn op ondernemingen (artikel III-54) en verordeningen betreffende vrijstelling van voorschriften inzake staatssteun (artikel III-57)

In de mogelijkheid dat de Commissie dergelijke verordeningen na machtiging door de Raad van Ministers kan vaststellen, wordt uitdrukkelijk voorzien.

Administratieve samenwerking en bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking op het gebied van indirecte belastingen (artikel III-62) en van de vennootschapsbelasting (artikel III-63)

Wanneer de Raad met eenparigheid van stemmen constateert dat bepaalde maatregelen die hij op deze gebieden onderzoekt betrekking hebben op administratieve samenwerking of op de bestrijding van fraude en belastingontduiking, stelt de Raad met betrekking tot deze maatregelen met gekwalificeerde meerderheid wetten of kaderwetten vast.

Onderlinge aanpassing van de nationale wetgevingen voor de totstandbrenging en werking van de interne markt (artikelen III-64 en III-65)

In vergelijking met het EG-Verdrag worden regel en uitzondering omgekeerd. Artikel III-65, dat voorziet in een wet of kaderwet en de gewone wetgevingsprocedure, wordt de regel terwijl artikel III-64, dat voorziet in een kaderwet van de Raad van Ministers en besluitvorming met eenparigheid van stemmen, de uitzondering wordt.

Europese intellectuele-eigendomsrechten en andere gecentraliseerde procedures (artikel III-68)

Er wordt een nieuwe rechtsgrond opgenomen voor de goedkeuring van wetten of kaderwetten die maatregelen vaststellen voor de invoering en de bescherming van Europese intellectuele-eigendomsrechten en voor de instelling van andere, op het niveau van de Unie gecentraliseerde machtigings-, co÷rdinatie- en controleregelingen. Het taalgebruik voor dergelijke rechten wordt echter geregeld bij wet van de Raad van Ministers waartoe met eenparigheid van stemmen wordt besloten.

Werkgelegenheid (artikelen III-97 t/m III-102)

Hoewel de kern van de bepalingen op dit gebied niet is gewijzigd, worden de co÷rdinatie van het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, evenals de co÷rdinatie van het economisch beleid, voortaan als een bijzondere bevoegdheid van de Unie erkend (artikelen I-11 en I-14 ).

Open co÷rdinatiemethode op sociaal gebied (artikel III-107)

Aan deze bepaling - die zegt dat de Commissie op dit gebied de samenwerking tussen de lidstaten bevordert - is toegevoegd dat het optreden van de Commissie kan bestaan uit initiatieven in het kader van de zogenaamde open co÷rdinatiemethode (vaststelling van richtsnoeren en indicatoren, uitwisseling van beste praktijken, periodieke controle en evaluatie). Ook moet het Europees Parlement in kennis worden gesteld.

Economische, sociale en territoriale samenhang (artikelen III-116 t/m III-120)

Opgemerkt zij dat een verwijzing naar territoriale samenhang is toegevoegd, in overeenstemming met de definitie in de bepaling over de algemene doelstellingen van de Unie (artikel I-3).

Landbouw en visserij (artikel III-127)

Op dit gebied is een uitsplitsing van de rechtsgronden gemaakt: wetten of kaderwetten regelen de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en stellen de overige bepalingen vast die nodig zijn om de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid te verwezenlijken. Daarentegen regelt de Raad van Ministers bij verordening of besluit, op voorstel van de Commissie maar zonder raadpleging van het Europees Parlement, de prijsbepaling, de heffingen, de steun en de kwantitatieve beperkingen, alsook de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden.

Zee- en luchtvervoer (artikel III-143)

De mogelijkheid die het EG-Verdrag (besluit van de Raad van Ministers met gekwalificeerde meerderheid van stemmen) biedt voor de vaststelling van maatregelen op het gebied van zee- en luchtvervoer - waar overigens nog maar weinig gebruik van werd gemaakt - is afgeschaft.

Onderzoek en technologische ontwikkeling (artikelen III-146 t/m III-156)

In artikel III-146 wordt de bevordering van grensoverschrijdende samenwerking tussen onderzoekers toegevoegd.
In artikel III-148 - dat bepaalt dat de Commissie de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling bevordert - is toegevoegd dat het optreden van de Commissie kan bestaan uit initiatieven in het kader van de zogenaamde open co÷rdinatiemethode (vaststelling van richtsnoeren en indicatoren, uitwisseling van beste praktijken, periodieke controle en evaluatie). Ook moet het Europees Parlement in kennis worden gesteld.

Ruimtevaart (artikel III-155)

De ontwerp-Grondwet voorziet in een nieuwe rechtsgrond voor de goedkeuring van wetten of kaderwetten die maatregelen vaststellen voor het Europees ruimtevaartbeleid, met inbegrip van een ruimtevaartprogramma.

Energie (artikel III-157)

Er wordt voorzien in een nieuwe rechtsgrond voor de goedkeuring van wetten of kaderwetten die maatregelen vaststellen voor het energiebeleid, zonder dat daarbij afbreuk wordt gedaan aan de keuze van de lidstaten tussen verschillende energiebronnen en de algemene structuur van hun energievoorziening.

Volksgezondheid (artikel III-179)

Aan de bepaling die zegt dat de Commissie de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van de volksgezondheid bevordert, is toegevoegd dat het optreden van de Commissie kan bestaan uit initiatieven in het kader van de zogenaamde open co÷rdinatiemethode (vaststelling van richtsnoeren en indicatoren, uitwisseling van beste praktijken, periodieke controle en evaluatie). Ook moet het Europees Parlement in kennis worden gesteld.
Uit dit artikel blijkt de tweeledige bevoegdheid op dit gebied: een gedeelde bevoegdheid voor de gemeenschappelijke veiligheidskwesties en een aanvullende bevoegdheid voor de bescherming en de bevordering van de gezondheid.
De precisering dat bij wet of kaderwet voorzien kan worden in maatregelen ter bestrijding van grote, grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid zou kunnen resulteren in een beperking van de bevoegdheid van de Unie op dit gebied, aangezien de Unie momenteel kan ingrijpen bij de bestrijding van alle grote bedreigingen van de gezondheid, of die nu grensoverschrijdend zijn of niet.

Industrie (artikel III-180)

Aan de bepaling die zegt dat de Commissie de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van de industrie bevordert, is toegevoegd dat het optreden van de Commissie kan bestaan uit initiatieven in het kader van de zogenaamde open co÷rdinatiemethode (vaststelling van richtsnoeren en indicatoren, uitwisseling van beste praktijken, periodiek controle en evaluatie). Ook moet het Europees Parlement in kennis worden gesteld.
Ook is toegevoegd dat de harmonisatie van nationale wetgevingen is verboden, hetgeen overigens een kenmerk is dat alle gebieden voor ondersteunend, co÷rdinerend en aanvullend optreden gemeen hebben.

Onderwijs, beroepsopleiding, jeugd en sport (artikel III-182)

In dit artikel is een specifieke bevoegdheid op het gebied van sport ingevoegd. Deze nieuwe bevoegdheid blijkt uit een rechtsgrond voor de goedkeuring van wetten of kaderwetten die maatregelen vaststellen voor de ontwikkeling van de Europese dimensie van de sport. Aangezien het hier een gebied voor ondersteunend, co÷rdinerend en aanvullend optreden betreft, is harmonisatie van de nationale wetgevingen verboden.
Belangrijk is de toevoeging dat het optreden van de Unie uitdrukkelijk beoogt de participatie van jongeren aan het democratisch bestel van Europa aan te moedigen.

Civiele bescherming (artikel III-184)

De ontwerp-Grondwet voorziet in een nieuwe rechtsgrond voor de goedkeuring van wetten of kaderwetten die maatregelen vaststellen ter ondersteuning van het beleid van de lidstaten op het gebied van en ter bevordering van operationele samenwerking. Aangezien het een gebied voor ondersteunend, co÷rdinerend en aanvullend optreden betreft, is harmonisatie van de nationale wetgevingen verboden.

Administratieve samenwerking (artikel III-185)

Er wordt voorzien in een nieuwe rechtsgrond die het mogelijk maakt wetten en kaderwetten vast te stellen ter verbetering van het administratieve vermogen van de lidstaten om de wetgeving van de Unie doeltreffend uit te voeren. Aangezien het hier een gebied voor ondersteunend, co÷rdinerend en aanvullend optreden betreft, is harmonisatie van de nationale wetgevingen verboden. Deze samenwerking laat de verplichtingen van de lidstaten, alsook de prerogatieven en taken van de Commissie, onverlet (bijvoorbeeld in het kader van inbreukprocedures).

Landen en gebieden overzee (artikelen III-186 t/m III-192)

In de artikelen III-186 en III-191 is de verwijzing naar de beginselen voor de associatie met deze landen en gebieden, die voorkomen in de preambule van het EG-Verdrag, geschrapt.
In artikel III-190 wordt in een rechtsgrond voorzien die het mogelijk maakt het vrije verkeer van werknemers tussen de Unie en deze landen en gebieden te regelen. De betreffende maatregelen krijgen de vorm van besluiten die geen wetgevingsbesluiten zijn en die de Raad van Ministers op eigen initiatief en met eenparigheid van stemmen aanneemt.
In artikel III-191 heeft de Conventie, in verband met de uitsplitsing van de rechtsgronden, besloten dat de regels en de procedure voor de associatie van deze landen en gebieden door middel van Europese verordeningen of besluiten worden vastgesteld. Hiervoor is trouwens geen voorstel van de Commissie vereist.

Ultraperifere gebieden (artikel III-330)

De bepaling over de ultraperifere gebieden staat in een titel die los staat van de beleidsgebieden, zoals dat momenteel overigens in het EG-Verdrag ook het geval is. De voorwaarden voor de toepassing van de Grondwet op deze ultraperifere gebieden worden vastgesteld via niet-wetgevingsbesluiten van de Raad van Ministers die op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement worden aangenomen. In de tweede alinea is het toepassingsgebied van de bovengenoemde voorwaarden verduidelijkt.

Toerisme

Ondanks de verzoeken van enkele leden van de Conventie, is dit beleidsterrein niet uitdrukkelijk opgenomen in de ontwerp-Grondwet. Het kan echter als een onderdeel van het beleidsterrein industrie worden beschouwd.

[ Begin pagina ]

OVERZICHTSTABEL

Artikelen Onderwerp Opmerkingen
III-6 Diensten van algemeen economisch belang -
III-7 t/m III-13 Burgerschap -
III-14 t/m III-68 Interne markt -
III-21 Socialezekerheidsuitkeringen -
III-49 Bevriezing van tegoeden -
III-54 en III-57 Verordeningen betreffende vrijstelling van de mededingingsregels die van toepassing zijn op ondernemingen en verordeningen betreffende vrijstelling inzake staatssteun -
III-62 en III-63 Administratieve samenwerking en bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking op het gebied van indirecte belastingen en van de vennootschapsbelasting -
III-64 en III-65 Onderlinge aanpassing van de nationale wetgevingen voor de totstandbrenging en werking van de interne markt -
III-68 Europese intellectuele-eigendomsrechten en andere gecentraliseerde procedures -
III-97 t/m 102 Werkgelegenheid -
III-107 Open co÷rdinatiemethode op sociaal gebied -
III-116 t/m 120 Economische, sociale en territoriale samenhang -
III-127 Landbouw en visserij -
III-143 Zee- en luchtvervoer -
III-146 t/m 156 Onderzoek en technologische ontwikkeling -
III-155 Ruimtevaart -
III-157 ╔nergie -
III-179 Volksgezondheid -
III-180 Industrie -
III-182 Onderwijs, beroepsopleiding, jeugd en sport -
III-184 Civiele bescherming -
III-185 Administratieve samenwerking -
III-186 t/m III-192 Landen en gebieden overzee -
III-300 Ultraperifere gebieden -

[ Begin pagina ] [ Vorige tekst ] [ Volgende ] [ Inhoudsopgave ]


De informatiebladen zijn alleen ter informatie van het publiek bedoeld. Zij zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de Conventie betreft.


Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site | Bovenkant pagina