Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site
De resultaten van de Europese Conventie Sla taalkeuze over en ga direct naar lijst met samenvattingen (toegangstoets=1)
EUROPA > Samenvattingen van de wetgeving > De instellingen van de Unie

DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >

Archief   Archief   Archief   Archief

De instellingen van de Unie


Het institutioneel kader


Inleiding
Het gerechtelijk systeem
De overige instellingen van de Unie
De adviesorganen van de Unie
Overzichtstabel

INLEIDING

De ontwerp-Grondwet grijpt terug op de institutionele basisstructuur van de Europese Unie (EU). Momenteel telt deze vijf instellingen (Europees Parlement, Raad, Commissie, Hof van Justitie en Rekenkamer) en vier andere belangrijke organen (Europees Economisch en Sociaal Comité, Comité van de Regio's, Europese Centrale Bank en Europese Investeringsbank).
In artikel I-18 van titel IV over de instellingen is namelijk bepaald: "Dit institutioneel kader omvat het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad van Ministers, de Europese Commissie en het Hof van Justitie".

De Europese Raad wordt dus een volwaardige instelling, maar de Rekenkamer werd van het institutionele basiskader uitgesloten. De Rekenkamer wordt afzonderlijk genoemd in titel IV, hoofdstuk II "Overige instellingen en organen", samen met de Europese Centrale Bank (ECB) die echter wel het statuut van instelling verkrijgt. Deze nieuwe presentatie in twee verschillende hoofdstukken suggereert dat er, naast de vijf belangrijkste instellingen (Europees Parlement, Europese Raad, Raad van Ministers, Europese Commissie en Hof van Justitie) nog twee secundaire instellingen bestaan (Rekenkamer en Europese Centrale Bank).

Uiteindelijk wordt aan zeven instanties en organen de titel instelling gegeven.
De vier belangrijkste daarvan ( Parlement , Europese Raad , Raad van Ministers en Commissie ) hebben substantiële wijzigingen ondergaan, terwijl voor het Hof van Justitie slechts enkele bepalingen grondig werden gewijzigd.
In het resultaat van haar werkzaamheden stelt de Conventie voor de namen van de twee rechtsniveaus te verduidelijken, het toezicht op het benoemingsproces van rechters en advocaten-generaal te versterken, de instelling van gespecialiseerde rechtbanken mogelijk te maken en de toegang voor particulieren tot het Hof te verbeteren.
Wat tot slot de overige instellingen en organen van de EU betreft, zijn praktisch geen wijzigingen aangebracht; slechts de duur van het mandaat van de leden van het Comité van de Regio's (CvdR) en van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) werd gewijzigd.

[ Begin pagina ]

HET GERECHTELIJK SYSTEEM: HET EUROPEES HOF VAN JUSTITIE EN HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG

Het Verdrag van Nice bracht op een aantal belangrijke punten wijzigingen aan in het gerechtelijk systeem, zoals een betere verdeling van bevoegdheden tussen de twee instanties en de mogelijkheid om gespecialiseerde rechterlijke kamers toe te voegen aan het Gerecht van eerste aanleg . Op zijn beurt stelt de ontwerp-Grondwet nog een aantal aanvullende wijzigingen voor.

De ontwerp-Grondwet brengt geen wijzigingen aan in de taken van het Hof. Wel wordt erin gezegd dat "de lidstaten voorzien in de nodige rechtsmiddelen om effectieve rechtsbescherming op grond van het recht van de Unie te waarborgen" (artikel I-28).

De leden van de Conventie hebben gekozen voor een wijziging van de naam van het Hof. De uitdrukking "Hof van Justitie" heeft voortaan officieel betrekking op de gehele tweeledige rechtspraak. De hoogste instantie wordt "Europees Hof van Justitie" genoemd, terwijl de naam van het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen wordt gewijzigd in "Rechtbank van de Europese Unie". Artikel I-28 bepaalt: "Het Hof van Justitie omvat het Europees Hof van Justitie, de Rechtbank van de Europese Unie en gespecialiseerde rechtbanken".

In artikel III-264 van de Grondwet wordt bepaald dat gespecialiseerde rechtbanken kunnen worden ingesteld die worden toegevoegd aan de Rechtbank van de Europese Unie door middel van een Europese wet die volgens de gewone wetgevingsprocedure wordt aangenomen. Deze wet, die op voorstel van het Hof of van de Commissie wordt goedgekeurd, zal dan de regels voor de samenstelling van deze rechtbank vaststellen en de reikwijdte van de aan die rechtbank toegekende bevoegdheden bepalen.

Bij artikel III-262 van de Grondwet wordt een Comité opgericht dat advies uitbrengt over de geschiktheid van kandidaten voor de uitoefening van de ambten van rechter en advocaat-generaal, waarna de regeringen van de lidstaten tot benoeming besluiten.

Tot slot wordt de toegang tot het Hof voor particulieren vergemakkelijkt door het openstellen van rechtsmiddelen voor iedere natuurlijke of rechtspersoon tegen "regelgevingshandelingen die hem rechtstreeks raken en die geen uitvoeringsmaatregelen met zich meebrengen" (artikel III-270). Daarmee maakt de ontwerp-Grondwet het voor burgers eenvoudiger om EU-regelgeving die tot sancties kan leiden aan te vechten, zelfs als deze burgers niet individueel worden geraakt (zoals thans in de Verdragen vereist).

[ Begin pagina ]

DE OVERIGE INSTELLINGEN VAN DE UNIE

De Conventie heeft voorgesteld het statuut van instelling toe te kennen aan de Europese Centrale Bank. De algemene bepalingen betreffende de ECB en het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) zijn niet grondig gewijzigd. Zij staan vermeld in artikel I-29, waarin de taken van de ECB worden samengevat en duidelijker en zichtbaarder worden gemaakt. Het protocol betreffende het statuut van het ESCB en de ECB wordt gehandhaafd.

De taken van de Rekenkamer worden kort beschreven in artikel I-30 van de ontwerp-Grondwet. De meer concrete bepalingen worden, zonder inhoudelijke wijzigingen, in de artikelen III-290 en III-291 vermeld.

[ Begin pagina ]

DE ADVIESORGANEN VAN DE UNIE

In de ontwerp-Grondwet worden de adviesorganen niet verheven tot instelling, hoewel dit door het Comité van de Regio's werd bepleit. De enige wijziging die werd aangebracht betreft de duur van het mandaat van de leden van de twee adviesorganen van de EU, het CvdR en het EESC. De duur van dit mandaat werd van vier naar vijf jaar verhoogd en daarmee gelijkgetrokken met de zittingsduur van de leden van het Europees Parlement (artikel III-292 voor het CvdR en III-296 voor het EESC).
De samenstelling van deze organen wordt niet in de Grondwet bepaald maar wordt in het vervolg geregeld door middel van een Europees besluit van de Raad dat met eenparigheid van stemmen wordt genomen (Artikel III-292 voor het CvdR en III-295 voor het EESC).

[ Begin pagina ]

OVERZICHTSTABEL

Artikelen Onderwerp Opmerkingen
I-29 en III-77 t/m III-87 De Europese Centrale Bank -
I-30 en III-290 t/m III-291 De Rekenkamer
I-28 en III-258 t/m III-289 Het Hof van Justitie
I-28 Het Hof van Justitie (naam) Belangrijke wijzigingen
III-262 Het Hof van Justitie (keuze van rechters en advocaten-generaal)
III-264 Het Hof van Justitie (gespecialiseerde rechtbanken)

III-270
Het Hof van Justitie (door burgers ingestelde beroepen)
I-31 De adviesorganen -
III-292 t/m III-294 Het Comité van de Regio's
III-295 t/m III-298 Het Europees Economisch en Sociaal Comité

[ Begin pagina ] [ Vorige tekst ] [ Volgende ] [ Inhoudsopgave ]


De informatiebladen zijn alleen ter informatie van het publiek bedoeld. Zij zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de Conventie betreft.


Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site | Bovenkant pagina