Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site
De resultaten van de Europese Conventie Sla taalkeuze over en ga direct naar lijst met samenvattingen (toegangstoets=1)
EUROPA > Samenvattingen van de wetgeving > Het beleid van de Unie

DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >

Archief   Archief   Archief   Archief

Het beleid van de Unie


Het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB)


Inleiding
Het besluitvormingsproces
Nauwere samenwerking
De instrumenten van het GBVB
De financiering van het GBVB
De rol van het Hof van Justitie
Overzichtstabel

INLEIDING

In artikel I-11, lid 4, van de ontwerp-Grondwet wordt aan de Europese Unie (EU) de bevoegdheid toegekend om een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) te bepalen en te voeren, en geleidelijk een gemeenschappelijk defensiebeleid vast te stellen. Dit beleid wordt gebaseerd op "de ontwikkeling van de wederzijdse politieke solidariteit van de lidstaten, de vaststelling van aangelegenheden die van algemeen belang zijn en de totstandbrenging van een steeds toenemende convergentie van het optreden van de lidstaten".

Een van de belangrijkste wijzigingen die het ontwerp-Verdrag tot vaststelling van een Grondwet op dit gebied aanbrengt ten opzichte van de bepalingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie (EU-Verdrag), is de instelling van een minister van Buitenlandse Zaken van de Unie. Deze zal bijdragen aan de uitwerking en de uitvoering van het GBVB en zal de taken op het gebied van externe vertegenwoordiging die momenteel berusten bij het voorzitterschap, op zich nemen. Hij zal eveneens zorgen voor de coŲrdinatie van het optreden van de lidstaten in internationale organisaties.

[ Begin pagina ]

HET BESLUITVORMINGSPROCES

Volgens de ontwerp-Grondwet zal de Commissie niet langer bevoegd zijn voorstellen te doen op het gebied van het GBVB. De Commissie zal echter wel initiatieven van de minister van Buitenlandse Zaken kunnen ondersteunen.

Wat de besluitvorming betreft is er weinig echte vooruitgang geboekt. De Raad van Ministers zal namelijk in de meeste gevallen nog steeds besluiten nemen met eenparigheid van stemmen. En de lidstaten behouden hun vetorecht.

Evenals in het EU-Verdrag is een stemming met gekwalificeerde meerderheid slechts in enkele specifieke gevallen mogelijk. Wel voorziet de Grondwet in een nieuw geval: de Raad van Ministers mag met gekwalificeerde meerderheid besluiten over voorstellen die door de minister van Buitenlandse Zaken worden gedaan naar aanleiding van een specifiek verzoek van de Europese Raad (artikel III-201).

De ontwerp-Grondwet voorziet bovendien in een mogelijkheid om via een omweg tot besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid van stemmen te komen. Zo kan de Europese Raad met eenparigheid van stemmen besluiten dat de Raad van Ministers met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten mag nemen in de gevallen waarin de Grondwet daarin niet voorziet.

Wanneer besluitvorming met meerderheid van stemmen wordt toegepast, kan iedere lidstaat bekendmaken dat hij voornemens is zich tegen dergelijke besluitvorming te verzetten. Maar de lidstaat zal voortaan wel "essentiŽle" redenen van nationaal beleid moeten aanvoeren in plaats van "belangrijke" redenen, zoals momenteel in het EU-Verdrag het geval is. In een dergelijk geval zal de minister van Buitenlandse Zaken als bemiddelaar optreden om een aanvaardbare oplossing te bereiken, alvorens de kwestie voor te leggen aan de Europese Raad die vervolgens met eenparigheid van stemmen beslist.

[ Begin pagina ]

NAUWERE SAMENWERKING

De bepalingen van de Grondwet op het gebied van nauwere samenwerking zijn in grote lijnen gelijk aan de huidige bepalingen van het EU-Verdrag. De enige noemenswaardige wijziging betreft de minimumdrempel van deelnemende lidstaten die eenderde van het aantal lidstaten zal bedragen, tegen momenteel acht lidstaten.

Bovendien kan nauwere samenwerking worden ingesteld voor heel het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en niet meer uitsluitend voor de uitvoering van een gemeenschappelijk optreden of van gemeenschappelijke standpunten, zoals bepaald in artikel 27B van het EU-Verdrag. Daarnaast kan een "gestructureerde samenwerking" worden ingesteld op het gebied van defensie . Dit vormt een reŽle vernieuwing in vergelijking met het EU-Verdrag waarin dit uitdrukkelijk wordt verboden.

Tot slot kunnen volgens artikel III-328 van de ontwerp-Grondwet de deelnemende lidstaten, in het kader van nauwere samenwerking, besluiten dat zij met gekwalificeerde meerderheid zullen besluiten, zelfs wanneer in principe eenparigheid van stemmen is vereist. Dit zou de weg kunnen openen voor het vormen van een harde kern op het gebied van het GBVB.

[ Begin pagina ]

DE INSTRUMENTEN VAN HET GBVB

Het ontwerp-Verdrag tot vaststelling van een Grondwet beperkt de instrumenten van het GBVB, in vergelijking met het EU-Verdrag, tot Europese besluiten en internationale overeenkomsten. Zo kan de Raad van Ministers Europese besluiten aannemen op het gebied van:

Er kan geen beroep worden gedaan op wetgevingsinstrumenten zoals wetten en Europese kaderwetten.

Bovendien zijn gemeenschappelijke strategieŽn, ondanks het feit dat ze in het kader van het EU-Verdrag weinig werden gebruikt, in de Grondwet overgenomen in de vorm van algemene richtsnoeren die worden vastgesteld door de Europese Raad (artikel III-196).

[ Begin pagina ]

DE FINANCIERING VAN HET GBVB

De uitgaven van het GBVB blijven ten laste komen van de algemene begroting van de Unie, met uitzondering van uitgaven voor activiteiten die implicaties op militair of defensiegebied hebben. Bovendien voorziet de ontwerp-Grondwet in de goedkeuring van een Europees besluit dat een snelle beschikbaarheid garandeert van de begrotingskredieten voor dringende financiering van initiatieven in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, met name voor de voorbereidende activiteiten in verband met Petersbergtaken (humanitaire opdrachten of opdrachten voor de evacuatie van onderdanen, vredeshandhavingsopdrachten, crisisbeheersingsopdrachten van strijdkrachten, met inbegrip van vredesstichting, enz.).

Bovendien wordt een startfonds bestaande uit bijdragen van de lidstaten ingesteld voor de financiering van voorbereidende activiteiten voor Petersbergtaken die niet ten laste komen van de algemene begroting van de Unie (Artikel III-215).

[ Begin pagina ]

DE ROL VAN HET HOF VAN JUSTITIE

Het Hof van Justitie is niet bevoegd op het gebied van het GBVB maar is wel bevoegd uitspraak te doen over ingestelde beroepen betreffende het toezicht op de wetmatigheid van door de Raad van Ministers vastgestelde beperkende maatregelen tegen natuurlijke of rechtspersonen.

Het Hof van Justitie kan zich ook uitspreken over de verenigbaarheid van internationale overeenkomsten, met inbegrip van die op het gebied van het GBVB, met de bepalingen van de Grondwet.

[ Begin pagina ]

OVERZICHTSTABEL

Artikelen Onderwerp Opmerkingen
Artikel I-11, lid 4 Beginsel van de bevoegdheid van de EU op het gebied van het GBVB -
Artikel I-15 Bevoegdheden op het gebied van het GBVB -
Artikel I-27 Benoeming, rol en verantwoordelijkheid van de minister van Buitenlandse Zaken Nieuwe bepalingen
Artikel I-39 Bijzondere bepalingen voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid -
Artikel I-40 Bijzondere bepalingen inzake de uitvoering van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid -
Artikel I-43 Nauwere samenwerking -
Artikelen III-195 t/m III-215 (Hoofdstuk II van Titel V) Bepalingen met betrekking tot het GBVB -

[ Begin pagina ] [ Vorige tekst ] [ Volgende ] [ Inhoudsopgave ]


De informatiebladen zijn alleen ter informatie van het publiek bedoeld. Zij zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de Conventie betreft.


Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site | Bovenkant pagina