Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site
De resultaten van de Europese Conventie Sla taalkeuze over en ga direct naar lijst met samenvattingen (toegangstoets=1)
EUROPA > Samenvattingen van de wetgeving > De instellingen van de Unie

DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >

Archief   Archief   Archief   Archief

De instellingen van de Unie


De Europese Raad


Inleiding
Discussies binnen de Conventie
Algemene bepalingen
De voorzitter van de Europese Raad
Overige bepalingen
Overzichtstabel

INLEIDING

De ontwerp-Grondwet grijpt terug op de institutionele basisstructuur van de Europese Unie (EU). Artikel I-18 van de ontwerp-Grondwet geeft een opsomming van de instellingen en maakt van de Europese Raad een instelling naast het Parlement , de Raad van Ministers , de Commissie en het Hof van Justitie .

De Europese Raden, die vanaf het begin van de jaren 1960 onregelmatig werden gehouden en na 1974 met meer regelmaat door toedoen van de toenmalige president van de Franse Republiek Valťry Giscard d'Estaing, hebben een zeer belangrijke rol gespeeld voor de Europese integratie. De aard en de functies van de Europese Raad werden mettertijd duidelijker gedefinieerd. De Europese Raad werd voor het eerst vermeld in de Europese Akte, zonder dat daarbij de Raad als instelling werd aangemerkt. In het Verdrag betreffende de Europese Unie (EU-Verdrag) werd de taak van de Europese Raad als volgt gedefinieerd: de Raad "geeft de nodige impulsen voor de ontwikkeling van de Unie en stelt algemene politieke beleidslijnen vast". Bovendien kende het EU-Verdrag een specifieke rol toe aan de Europese Raad op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid ( GBVB ) en van de Economische en Monetaire Unie ( EMU ).

[ Begin pagina ]

DISCUSSIES BINNEN DE CONVENTIE

De Conventie heeft langdurig gediscussieerd over de benoeming van een vaste voorzitter van de Europese Raad, ter vervanging van het bestaande systeem van voorzitterschap bij toerbeurt (om de zes maanden een nieuwe voorzitter). Sommige leden van de Conventie stonden positief tegenover dat voorstel, omdat zij van mening waren dat het huidige systeem niet meer hanteerbaar zou zijn binnen een tot 25 lidstaten uitgebreide Unie waarin iedere lidstaat slechts eens om de twaalfeneenhalf jaar het voorzitterschap zou vervullen. Andere leden daarentegen vreesden dat de benoeming van een vaste voorzitter zou leiden tot een nieuwe, te zichtbare en te sterke instelling die het institutioneel evenwicht tussen de Commissie, de Raad en het Parlement in gevaar zou brengen.

Het compromis dat binnen de Conventie werd gevonden bestaat uit de benoeming van een voorzitter met duidelijk omschreven bevoegdheden die de samenhang van de werkzaamheden verzekert en de zichtbaarheid van de Europese Raad vergroot zonder daarbij het institutioneel evenwicht binnen de Unie in gevaar te brengen.

De rol van de Europese Raad staat beschreven in drie artikelen van het ontwerp-Verdrag tot vaststelling van een Grondwet: artikel I-20 bevat algemene bepalingen, in artikel I-21 wordt de rol van de voorzitter van de Europese Raad beschreven en in artikel III-244 zijn meer specifieke bepalingen over de werking van de instellingen opgenomen.

[ Begin pagina ]

ALGEMENE BEPALINGEN

De Conventie stelt voor van de Europese Raad een instelling van de Unie te maken en hem een duidelijk gedefinieerde en afgebakende rol toe te kennen, waarbij zijn functies worden gescheiden van die van de Raad van Ministers . Zo wordt in artikel I-20 de rol van de Europese Raad voor de ontwikkeling van de Unie gedefinieerd, waarbij wordt gepreciseerd dat de Raad geen wetgevingstaken uitoefent.

De Europese Raad bestaat uit de staatshoofden of regeringsleiders, de voorzitter van de Europese Raad en de voorzitter van de Commissie. De minister van Buitenlandse Zaken neemt aan de werkzaamheden deel. Indien de agenda daartoe aanleiding geeft, kunnen de leden van de Europese Raad besluiten zich te laten bijstaan door een minister die voor het betrokken gebied bevoegd is, terwijl de voorzitter van de Commissie zich kan laten bijstaan door een Europese Commissaris. De voorzitter van het Europees Parlement kan worden uitgenodigd door de Europese Raad te worden gehoord (artikel III-244).

De Europese Raad komt elk kwartaal bijeen op uitnodiging van de voorzitter (artikel I-20). Indien de situatie zulks vereist, kan de voorzitter een buitengewone bijeenkomst bijeenroepen.
Het aantal vergaderingen is dus toegenomen (het EU-Verdrag schrijft voor dat de Raad ten minste tweemaal per jaar vergadert) en sluit aan op de huidige praktijk.

[ Begin pagina ]

DE VOORZITTER VAN DE EUROPESE RAAD

De Conventie stelt voor aan het hoofd van de Europese Raad een voorzitter te benoemen die de functies overneemt die momenteel bij de wisselende voorzitterschappen berusten. In artikel I-21 worden de functies van deze nieuwe figuur op het politieke toneel gedefinieerd, evenals de wijze waarop hij wordt gekozen.

De voorzitter zal door de Europese Raad voor een periode van tweeŽneenhalf jaar met gekwalificeerde meerderheid van stemmen worden gekozen. Zijn mandaat kan eenmaal worden verlengd. De Europese Raad kan volgens dezelfde procedure het mandaat beŽindigen indien de voorzitter is verhinderd of ernstig tekortschiet.

De voorzitter leidt en stimuleert de werkzaamheden van de Europese Raad en zorgt, in samenwerking met de voorzitter van de Commissie, voor de voorbereiding en de continuÔteit van de werkzaamheden, op basis van de voorbereidende werkzaamheden van de Raad Algemene Zaken. Hij streeft er bovendien naar de samenhang en de consensus binnen de Europese Raad te bevorderen. Na afloop van iedere bijeenkomst legt hij een verslag voor aan het Europees Parlement.

Op zijn niveau zorgt de voorzitter voor de externe vertegenwoordiging van de Unie op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid , onverminderd de bevoegdheden van de minister van Buitenlandse Zaken .

Tot slot stelt de Conventie voor dat de voorzitter van de Europese Raad niet gelijktijdig een nationaal mandaat mag uitoefenen. Deze formulering verhindert de voorzitter van de Europese Raad echter niet om tegelijkertijd een mandaat binnen een andere Europese instelling te vervullen. Hiermee wordt de mogelijkheid gecreŽerd om in de toekomst de functies van voorzitter van de Europese Raad en van voorzitter van de Commissie te laten samenvallen, mochten de lidstaten dat wensen.

[ Begin pagina ]

OVERIGE BEPALINGEN

Tenzij in de Grondwet anders is bepaald, spreekt de Europese Raad zich bij consensus uit. Ingeval de ontwerp-Grondwet voorziet in een stemming kan ieder lid van de Europese Raad slechts door ťťn ander lid worden gemachtigd om namens hem te stemmen. Onthouding van stemming vormt geen beletsel voor het aannemen van besluiten waarvoor eenparigheid van stemmen is vereist.

De Europese Raad stelt bij eenvoudige meerderheid van stemmen zijn eigen procedurevoorschriften vast. De Europese Raad wordt bijgestaan door het secretariaat-generaal van de Raad van Ministers en beschikt dus niet over een eigen administratie.

De Europese Raad benoemt bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen en in overeenstemming met de voorzitter van de Commissie, de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie.

[ Begin pagina ]

OVERZICHTSTABEL

Artikelen Onderwerp Opmerkingen
I-18 De instellingen van de Unie Belangrijke wijzigingen
I-20 De Europese Raad Nieuwe bepalingen
I-21 De voorzitter van de Europese Raad Nieuwe bepalingen
III-244 Institutionele bepalingen - De Europese Raad Nieuwe bepalingen

[ Begin pagina ] [ Vorige tekst ] [ Volgende ] [ Inhoudsopgave ]


De informatiebladen zijn alleen ter informatie van het publiek bedoeld. Zij zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de Conventie betreft.


Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site | Bovenkant pagina