Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site
De resultaten van de Europese Conventie Sla taalkeuze over en ga direct naar lijst met samenvattingen (toegangstoets=1)
EUROPA > Samenvattingen van de wetgeving > De grondbeginselen van de Unie

DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >

Archief   Archief   Archief   Archief

De grondbeginselen van de Unie


Indeling en uitoefening van de bevoegdheden


Inleiding
Algemene beginselen
De verschillende bevoegdheidscategorieŽn
De uitoefening van de bevoegdheden: toezicht en flexibiliteit
Overzichtstabel

INLEIDING

In de ontwerp-Grondwet wordt een indeling gegeven van de bevoegdheden van de Europese Unie (EU) en de lidstaten en wordt voorgesteld om in een afzonderlijke titel de beginselen te omschrijven die aan die verdeling van bevoegdheden ten grondslag liggen.

In de huidige afbakening van de bevoegdheden ontbreekt het aan duidelijkheid en nauwkeurigheid. Dat heeft drie grote nadelen die de Conventie heeft willen wegnemen:

In de indeling van de bevoegdheden zoals voorgesteld in artikel I-11 van de Grondwet worden drie categorieŽn bevoegdheden onderscheiden: exclusieve bevoegdheden, gedeelde bevoegdheden en ondersteunende bevoegdheden. Daarnaast wijzen de leden van de Conventie erop dat de Unie bevoegd is het economisch beleid en het werkgelegenheidsbeleid te coŲrdineren en een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) te bepalen en te voeren.
Voorts bevat de ontwerp-Grondwet een flexibiliteitsclausule, op grond waarvan de Raad de Commissie kan machtigen om, indien nodig, buiten de verleende bevoegdheden om op te treden. Tevens wordt in de ontwerp-tekst voorgesteld strenger te toetsen of de afbakening van de bevoegdheden geŽerbiedigd wordt.
Uiteindelijk is er in wezen weinig veranderd, aangezien de bevoegdheden nagenoeg niet zijn gewijzigd (geen bevoegdheidsoverdracht).

[ Begin pagina ]

ALGEMENE BEGINSELEN

In artikel I-9
van de ontwerp-Grondwet wordt het basisbeginsel bevoegdheidstoedeling opgevoerd, dat inhoudt dat de Unie alleen handelt binnen de grenzen van de bevoegdheden die haar zijn toegedeeld om de doelstellingen te verwezenlijken die in de Grondwet zijn vastgesteld. Hetzelfde artikel van de ontwerp-Grondwet zegt duidelijk: "Bevoegdheden die in de Grondwet niet aan de Unie zijn toegedeeld, behoren toe aan de lidstaten."

Nieuw in de ontwerp-Grondwet van de Conventie is vooral dat de verschillende categorieŽn reeds bestaande bevoegdheden nu in de basistekst van de Unie zijn opgenomen, iets wat tot nu toe in geen van de opeenvolgende verdragen het geval is geweest. Wel heeft het Hof van Justitie in zijn rechtspraak gaandeweg reeds de contouren uitgezet van een stelsel waarin drie categorieŽn bevoegdheden onderscheiden worden (exclusieve, gedeelde en aanvullende bevoegdheden), volgens een indeling die bijna volledig samenvalt met de indeling die de leden van de Conventie in de ontwerp-Grondwet voorstaan. Voorts is de voorkeur gegeven aan een feitelijke bevoegdheidstoedeling die erin bestaat vast te leggen op welke specifieke gebieden de Unie moet optreden. In de ontwerp-Grondwet wordt derhalve voorgesteld een lijst van bevoegdheden op te stellen. Dat kan verhelderend werken. In de huidige verdragen zijn de wetgevende bevoegdheden van de Unie namelijk gedefinieerd uit het oogpunt van de te verwezenlijken doelstellingen of per gebied, wat de duidelijkheid niet ten goede komt. Deze verbetering wordt echter genuanceerd in het laatste lid van artikel I-11 over de bevoegdheidscategorieŽn: "De omvang en de voorwaarden voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Unie worden bepaald door de specifieke bepalingen voor ieder gebied in deel III" van de ontwerp-Grondwet. Uiteindelijk leidt dat tot een situatie die vrijwel gelijk is aan de huidige.

De algemene beginselen die in deze titel over de bevoegdheden aan de orde worden gesteld, omvatten een artikel over het recht van de Unie dat net zo goed een plaats had kunnen krijgen in een van de artikelen onder titel I over de definitie en de doelstellingen van de Unie. Het gaat om artikel I-10, waarin voor het eerst in de verdragsgeschiedenis van de EU is vastgelegd dat het Gemeenschapsrecht voorrang en rechtstreekse werking heeft. Dat is een belangrijke vernieuwing, aangezien die twee beginselen, die het Hof van Justitie heeft geformuleerd in de befaamde arresten Costa uit 1964 (voorrang) en Van Gend en Loos uit 1963 (rechtstreekse werking), nog niet in een concrete regel waren omgezet.

[ Begin pagina ]

DE VERSCHILLENDE BEVOEGDHEIDSCATEGORIEňN

In de artikelen I-11 tot en met I-16 worden de bevoegdheden in detail onderverdeeld.

Afgezien van de nieuwe indeling in categorieŽn is het dankzij het mechanisme van nauwere samenwerking altijd mogelijk dat bepaalde bevoegdheden maar door een beperkt aantal lidstaten worden uitgeoefend. Zo staat in artikel I-43 dat lidstaten als zij dat wensen in het kader van de niet-exclusieve bevoegdheden van de Unie onderling nauwer kunnen gaan samenwerken. De bepalingen over nauwere samenwerking in de Grondwet zijn in wezen gelijk aan de huidige bepalingen in het EU-Verdrag. De enige vermeldenswaardige wijziging is een aanpassing van het minimumaantal deelnemende lidstaten dat, in plaats van acht nu, is vastgesteld op eenderde van de lidstaten in de toekomst.

[ Begin pagina ]

DE UITOEFENING VAN DE BEVOEGDHEDEN: TOEZICHT EN FLEXIBILITEIT

In artikel I-9 staat dat de Unie haar bevoegdheden uitoefent volgens het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel.

Om te waarborgen dat de afbakening van de bevoegdheden en in het bijzonder het subsidiariteitsbeginsel geŽerbiedigd worden is volgens de leden van de Conventie strenger toezicht, met de volle medewerking van de nationale parlementen van de lidstaten, geboden. Het protocol betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid bevat een gedetailleerde beschrijving van de maatregelen voor een systeem van vroegtijdige waarschuwing . Artikel I-17 zegt hierover dat de Commissie de nationale parlementen van de lidstaten op de hoogte moet brengen van voorstellen die op het gebruik van de flexibiliteitsclausule gebaseerd zijn, zodat zij kunnen toetsen of het subsidiariteitsbeginsel geŽerbiedigd wordt.

Om het stelsel van de bevoegdheidsverdeling flexibel te houden, kan de Raad met eenparigheid van stemmen een eventuele leemte in de aan de Unie toegedeelde bevoegdheden opvullen indien een optreden op EU-niveau nodig is om een van de doelstellingen uit de Grondwet te verwezenlijken, en wel op grond van een bepaling in artikel I-17. Deze bepaling geeft de essentie van artikel 308 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap weer. Het toepassingsgebied is niet meer beperkt tot de werking van de interne markt, maar verruimd naar de beleidsterreinen bedoeld in deel III van de Grondwet. De procedure is gewijzigd in die zin dat het Parlement niet meer alleen wordt geraadpleegd, maar dat elke maatregel aan de goedkeuring van het Parlement is onderworpen.

[ Begin pagina ]

OVERZICHTSTABEL

Artikel Onderwerp Opmerkingen
Artikelen I-9 tot en met I-17 De bevoegdheden van de Unie -
Artikel I-9 De beginselen van bevoegdheidstoedeling, subsidiariteit en evenredigheid
Artikel I-10 Voorrang en rechtstreekse werking van het communautaire recht Nieuwe bepalingen
Artikel I-11 De categorieŽn bevoegdheden
Artikel I-12 De exclusieve bevoegdheden Belangrijke wijzigingen
Artikel I-13 De gedeelde bevoegdheden
Artikel I-16 De ondersteunende, coŲrdinerende en aanvullende bevoegdheden
Artikel I-17 De flexibiliteitsclausule -
Artikel I-43 Nauwere samenwerking

[ Begin pagina ] [ Vorige tekst ] [ Volgende ] [ Inhoudsopgave ]


De informatiebladen zijn alleen ter informatie van het publiek bedoeld. Zij zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de Conventie betreft.


Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site | Bovenkant pagina