Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw ? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site
Een Grondwet voor Europa Sla taalkeuze over en ga direct naar lijst met samenvattingen (toegangstoets=1)
EUROPA > Samenvattingen van de wetgeving > De besluitvormingsprocedures van de Unie

DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >

De besluitvormingsprocedures van de Unie


Het subsidiariteitsbeginsel en de rol van de nationale parlementen


Inleiding
De toepassing van het subsidiariteitsbeginsel
Het protocol betreffende de rol van de nationale parlementen
Overzichtstabel

INLEIDING

Subsidiariteit is een beginsel waarmee de uitoefening van de bevoegdheden wordt geregeld. Op grond hiervan wordt bepaald of de Unie kan optreden dan wel of de kwestie aan de lidstaten moet worden overgelaten. Volgens dit beginsel kan de Unie slechts optreden op gebieden die niet onder haar exclusieve bevoegdheid vallen als de doelstellingen van de voorgenomen actie niet op toereikende wijze door de lidstaten kunnen worden bereikt, maar wegens de omvang of de effecten van de voorgenomen actie beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt.

Het evenredigheidsbeginsel is het tweede grote beginsel dat de uitoefening van de bevoegdheden regelt. Krachtens dit beginsel mogen de inhoud en de vorm van het optreden van de Unie niet verder gaan dan wat noodzakelijk is om de doelstellingen van de Grondwet te bereiken. Krachtens de huidige verdragen moeten alle instellingen deze twee beginselen toepassen. Dat staat ook in de tekst van de Grondwet.

Het Constitutioneel Verdrag houdt echter een belangrijke vernieuwing in, aangezien nu wordt voorgesteld de nationale parlementen rechtstreeks te betrekken bij het toezicht op de goede toepassing van het subsidiariteitsbeginsel.

Het Constitutioneel Verdrag versterkt aldus de toepassing van het subsidiariteitsbeginsel en de actieve rol van de nationale parlementen dankzij:

Deze nieuwe bepalingen stellen de nationale parlementen in staat politiek toezicht uit te oefenen dat garandeert dat de Commissie geen initiatieven neemt waarvoor zij niet bevoegd is, waardoor wordt voorkomen dat het initiatiefrecht van de Commissie in het gedrang komt en het wetgevingsproces wordt afgeremd.
Aan de Grondwet zijn twee protocollen gehecht waarmee de huidige protocollen die na het Verdrag van Amsterdam ten uitvoer zijn gelegd, worden overgenomen en gewijzigd:

[ Begin pagina ]

DE TOEPASSING VAN HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL

De Grondwet past het Protocol betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid aan. Dit protocol is in Amsterdam aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag) gehecht.

De belangrijkste vernieuwing heeft betrekking op de invoering van een mechanisme voor toezicht op de toepassing van het subsidiariteitsbeginsel, waarbij rechtstreeks en voor de eerste keer de nationale parlementen zijn betrokken. Deze zullen voortaan niet alleen de Europese instellingen, maar ook hun eigen regering openlijk kunnen attenderen op Europese wetgevingsvoorstellen waarbij volgens hen het subsidiariteitsbeginsel niet wordt geŽerbiedigd. Daartoe beschikken zij over een termijn van zes weken, gerekend vanaf de datum van toezending van een Europees wetgevingsvoorstel.

Zodoende zal elk nationaal parlement zich opnieuw kunnen buigen over deze voorstellen en een met redenen omkleed advies kunnen uitbrengen als het oordeelt dat het subsidiariteitsbeginsel niet wordt geŽerbiedigd. Als eenderde van de parlementen dit advies steunt, moet de Commissie of de instelling waarvan het voorstel afkomstig is haar voorstel herzien. De steun van tenminste een kwart van de parlementen is nodig als het gaat om een voorstel van de Commissie of om een initiatief van een groep lidstaten in het kader van de ruimte voor vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Na deze herziening kan de Commissie of elke andere betrokken instelling besluiten haar voorstel in te trekken, te handhaven of te wijzigen. Hoe dan ook moet zij haar besluit motiveren.
Het protocol biedt de nationale parlementen ook de mogelijkheid om via hun lidstaat bij het Hof van Justitie beroep aan te tekenen wegens schending van het subsidiariteitsbeginsel als gevolg van een wetgevingshandeling.

Bovendien wordt in het protocol bevestigd dat de Europese wetgevingsvoorstellen moeten worden gemotiveerd in het licht van het subsidiariteitsbeginsel. In het Constitutioneel Verdrag wordt zelfs het gebruik van een "subsidiariteitsdocument" aanbevolen dat alle elementen van deze beoordeling bevat.

Tot slot schrijft de Grondwet voor dat de Commissie al haar wetgevingsvoorstellen en gewijzigde voorstellen gelijktijdig doet toekomen aan de nationale parlementen van de lidstaten en de wetgever van de Unie. Na goedkeuring moeten de wetgevingsresoluties van het Europees Parlement en de standpunten van de Raad van Ministers ook aan de nationale parlementen worden toegezonden. Ook moet de Commissie in buitengewone noodgevallen waarbij zij niet tot openbare beraadslaging overgaat, een dergelijk besluit in haar voorstel motiveren.

Begin pagina ]

HET PROTOCOL BETREFFENDE DE ROL VAN DE NATIONALE PARLEMENTEN

Het in Amsterdam aan het EG-Verdrag en het EU-Verdrag gehechte protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Unie is ook aangepast met het oog op de eisen van een grotere transparantie en een betere toezending van documenten. Het bevat nu duidelijker omschreven verplichtingen van de Commissie, de Raad van Ministers en de Rekenkamer ten aanzien van de verspreiding van informatie:

Op het gebied van de interparlementaire samenwerking wordt geen wijziging aangebracht betreffende de rol van de Conferentie van de commissies voor Europese aangelegenheden (COSAC). Deze conferentie, waaraan nationale parlementsleden deelnemen uit nationale parlementaire commissies die bevoegd zijn voor Europese zaken, behoudt de mogelijkheid om aan het Europees Parlement, de Raad van Ministers en de Commissie bijdragen te leveren die met name op subsidiariteit betrekking hebben.

[ Begin pagina ]

OVERZICHTSTABEL

Artikel
Onderwerp Opmerkingen
I-11
Evenredigheid en subsidiariteit Belangrijke wijzigingen
Protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie Rol van de nationale parlementen Belangrijke wijzigingen
Protocol betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid Subsidiariteit en rol van de nationale parlementen Belangrijke wijzigingen

[ Begin pagina ][ Vorige tekst ][ Volgende ][ Inhoudsopgave ]


Deze informatiebladen zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de Grondwet betreft.


Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw ? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site | Bovenkant pagina