DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >
De besluitvormingsprocedures in de Unie
Uitbreiding van de stemming bij gekwalificeerde meerderheid
-
Inleiding
Uitbreiding van de stemming bij gekwalificeerde meerderheid
Eenparigheid van stemmen
Lijst van artikelen waarvoor voortaan met gekwalificeerde meerheid besloten zal worden
Gekwalificeerde meerderheid met "noodrem"
Lijst van nieuwe artikelen waarvoor met gekwalificeerde meerderheid besloten wordt
Overzichtstabel
De uitbreiding van de stemming bij gekwalificeerde meerderheid vormt de hoeksteen van de institutionele hervorming van de Europese Unie (EU) met het oog op de uitbreiding. De mogelijkheid tot uitbreiding van de stemming bij gekwalificeerde meerderheid was reeds vastgelegd in de oprichtingsverdragen en bij iedere hervorming van de Verdragen is ze tot nieuwe bepalingen uitgebreid. Dit is van essentieel belang in een uitgebreide Unie, aangezien het steeds moeilijker wordt beslissingen met eenparigheid van stemmen te nemen.
Ten tweede heeft stemmen bij gekwalificeerde meerderheid belangrijke gevolgen voor de aard van de beraadslagingen tussen de lidstaten in de Raad. Als stemming bij gekwalificeerde meerderheid mogelijk is, zullen de delegaties meer open staan voor compromisvoorstellen in de wetenschap dat de besluitvorming niet langer met een veto kan worden geblokkeerd. Niettemin probeert de Raad in de praktijk altijd de grootst mogelijke meerderheid achter zijn voorstellen te scharen en wordt dikwijls een consensus gevonden hoewel stemmen bij gekwalificeerde meerderheid mogelijk is.
De Conventie had voorgesteld de gekwalificeerde meerderheid uit te breiden . De Intergouvernementele Conferentie heeft deze voorstellen in grote lijnen overgenomen, ofschoon eenparigheid op een aantal gevoelige terreinen de regel blijft. Voorts worden bij het Verdrag tot vaststelling van een grondwet een aantal nieuwe artikelen ingevoerd waarvoor een gekwalificeerde meerderheid zal gelden.
Op drie gebieden zijn speciale clausules ingevoerd op grond waarvan een lidstaat de kwestie aan de Europese Raad kan voorleggen (de zogenaamde "noodrem"-clausule). Dankzij dit mechanisme kon voor deze artikelen de gekwalificeerde meerderheid gaan gelden.
Ten slotte kan met een nieuwe overbruggingsclausule na een laatste stemming met eenparigheid van stemmen in de Europese Raad op stemming bij gekwalificeerde meerderheid worden overgegaan in titel III (intern beleid en optreden) van deel III van het Verdrag tot vaststelling van een grondwet. Deze clausule komt aan bod op de pagina slotbepalingen.
[ Begin pagina ]
UITBREIDING VAN DE STEMMING BIJ GEKWALIFICEERDE MEERDERHEID
Bij het Verdrag tot vaststelling van een grondwet wordt de stemming bij gekwalificeerde meerderheid uitgebreid tot een twintigtal bepalingen. In veel gevallen komt deze uitbreiding overeen met de toepassing van de gewone wetgevingsprocedure. ( Lijst van de artikelen )
In drie specifieke gevallen voorziet het Verdrag tot vaststelling van een grondwet in een gekwalificeerde meerderheid, maar omvat het een zogenaamde speciale "noodrem"-clausule. Deze is van toepassing op het gebied van het vrije verkeer van werknemers en op twee gebieden die vallen onder de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. ( Lijst van de artikelen )
Deze clausule biedt een lidstaat die van mening is dat de grondbeginselen van zijn stelsel van sociale zekerheid of van zijn rechtsstelsel bedreigd worden, de mogelijkheid een beroep te doen op de Europese Raad. In dat geval wordt de wetgevingsprocedure opgeschort. De Europese Raad moet het voorstel in kwestie bespreken en binnen drie maanden:
- het ontwerp terugverwijzen naar de Raad, die de procedure voortzet met inachtneming van de besprekingen in de Europese Raad;
- de Commissie (of, op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, de lidstaten waarvan het voorstel is uitgegaan), verzoeken een nieuw voorstel in te dienen, wat betekent dat het oorspronkelijke voorstel geacht wordt niet aangenomen te zijn.
Op het gebied van justitie en binnenlandse zaken voorziet het Verdrag tot vaststelling van een grondwet, als het voorstel of het gewijzigde ontwerp gedurende een bepaalde termijn geblokkeerd blijft, in de mogelijkheid van nauwere samenwerking. Deze kan worden aangegaan door ten minste een derde van de lidstaten, op basis van het voorstel in kwestie.
Het Verdrag tot vaststelling van een grondwet creëert ook een aantal nieuwe artikelen waarvoor een gekwalificeerde meerderheid zal gelden. Soms gaat het hier om een echte vernieuwing en geeft dat aanleiding tot nieuw Europees beleid, zoals het ruimtevaartbeleid. In andere gevallen creëert de Grondwet alleen een speciale rechtsgrond voor maatregelen die al op een andere rechtsgrond bij gekwalificeerde meerderheid zijn goedgekeurd, zoals in het geval van humanitaire hulp. In die gevallen verduidelijkt het Verdrag tot vaststelling van een grondwet dus de bestaande praktijk en maakt het deze transparanter. ( Lijst van de artikelen )
[ Begin pagina ]
Voor sommige artikelen echter blijft stemming met eenparigheid van stemmen geheel of gedeeltelijk geboden omdat deze van bijzonder belang zijn voor de Unie en haar lidstaten. Het Verdrag tot vaststelling van een grondwet creëert ook nieuwe rechtsgronden waarvoor, gezien hun bijzondere belang, eenparigheid van stemmen vereist is.
Tot de gebieden waarop eenparigheid van stemmen vereist blijft, behoren onder andere:
- belastingen;
- harmonisatiemaatregelen op het gebied van de sociale zekerheid en de sociale bescherming;
- sommige bepalingen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken (Europees openbaar ministerie, familierecht, operationele politiële samenwerking ...);
- de flexibiliteitsclausule (artikel I-18), op grond waarvan de Unie kan optreden om een van haar doelstellingen te verwezenlijken, zonder dat de Grondwet in de daartoe vereiste bevoegdheden voorziet;
- het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, met uitzondering van enkele duidelijk omschreven gevallen;
- het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, met uitzondering van de vaststelling van een permanente gestructureerde samenwerking;
- de financiën van de Unie (eigen middelen, meerjarig financieel kader);
- het lidmaatschap van de Unie (opening van toetredingsonderhandelingen, associatie, vaststelling van een ernstige schending van de waarden van de Unie...);
- het burgerschap (voor de toekenning van nieuwe rechten aan de Europese burgers, anti-discriminatiemaatregelen);
- bepaalde institutionele vraagstukken (verkiezing en samenstelling van het Parlement, bepaalde benoemingen, samenstelling van het Comité van de regio's en het Europees Economisch en Sociaal Comité, zetels van de Instellingen, taalregeling, herziening van de Grondwet en de overbruggingsclausules...).
[ Begin pagina ]
LIJST VAN DE ARTIKELEN WAARVOOR VOORTAAN MET GEKWALIFICEERDE MEERDERHEID BESLOTEN ZAL WORDEN
Artikel I-24: Voorzitterschap van de Raadsformaties
De Grondwet bepaalt in artikel I-24.7 dat het voorzitterschapschap van de verschillende
formaties van de Raad van Ministers, met uitzondering van die van Buitenlandse Zaken,
volgens een toerbeurtsysteem op basis van gelijkheid wordt uitgeoefend, onder de
bij een Europees besluit van de Europese Raad bepaalde voorwaarden. Deze besluit
met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
Artikel I-37: Uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden van de Commissie
Artikel I-37.3 van het Verdrag tot vaststelling van een grondwet bepaalt dat
bij Europese wet de algemene voorschriften en beginselen worden vastgelegd voor de
wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie
controleren ("comitologie"). Hierover wordt met gekwalificeerde meerderheid gestemd.
Artikel III-141: Toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de uitoefening
daarvan
De Grondwet bepaalt dat de gewone wetgevingsprocedure van toepassing is op aangelegenheden
betreffende de vrijheid van vestiging met betrekking tot de toegang tot werkzaamheden
anders dan in loondienst en de uitoefening daarvan. Hierover wordt met gekwalificeerde
meerderheid gestemd.
Artikel III-179: Coördinatie van het economisch beleid
Artikel III-179.4 van het Verdrag tot vaststelling van een grondwet bepaalt
dat de Raad aanbevelingen tot een lidstaat kan richten waarvan het economisch beleid
niet overeenkomt met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid of de goede
werking van de economische en monetaire unie in gevaar dreigt te brengen. In dat
geval wordt met gekwalificeerde meerderheid gestemd zonder rekening te houden met
de stem van de betrokken lidstaat. De huidige verdragen voorzien in een speciale
gekwalificeerde meerderheid, die vereist is als een besluit niet op voorstel van
de Commissie wordt goedgekeurd.
Artikel III-184: Vaststelling van een buitensporig overheidstekort
In artikel III-184 beschrijft de Grondwet de te volgen procedure in geval
van een buitensporig overheidstekort in een lidstaat. In de leden 6, 9, 10 en 11
bepaalt het Verdrag tot vaststelling van een grondwet dat met gekwalificeerde meerderheid
wordt gestemd zonder rekening te houden met de stem van de betrokken lidstaat. De
huidige verdragen voorzien in een speciale gekwalificeerde meerderheid (twee derde
van de lidstaten in plaats van een gewone meerderheid) als een besluit niet op voorstel
van de Commissie wordt goedgekeurd. De besluitvorming wordt dus vergemakkelijkt.
Artikel III-187: Statuut van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB)
Artikel III-187.3 van de Grondwet bepaalt dat sommige bepalingen van het
ESCB bij Europese wet gewijzigd kunnen worden. Hierover wordt dus met gekwalificeerde
meerderheid gestemd.
Artikel III-223: Taken, doelstellingen en organisatie van de structuurfondsen
en het cohesiefonds
Wat het cohesiebeleid betreft, bepaalt de Grondwet dat de taken, de prioritaire
doelstellingen en de organisatie van de structuurfondsen en het cohesiefonds bij
Europese wet worden vastgesteld. Voor dit artikel gaat vanaf 1 januari 2007 stemming
bij gekwalificeerde meerderheid gelden. Dit betekent dat de volgende programmeringsperiode,
die loopt van 2007 tot 2013, nog met eenparigheid van stemmen zal worden goedgekeurd.
Artikel III-236: Gemeenschappelijk vervoerbeleid
Het Verdrag tot vaststelling van een grondwet bepaalt dat het gemeenschappelijk
vervoerbeleid ten uitvoer wordt gebracht bij Europese wet, wat betekent dat hierover
met gekwalificeerde meerderheid wordt gestemd.
Artikel III-263: Justitie en binnenlandse zaken: Administratieve samenwerking
De Grondwet bepaalt dat de Raad bij Europese verordening regels vaststelt
voor de administratieve samenwerking tussen de bevoegde diensten van de lidstaten
en tussen deze diensten en de Commissie. De Raad van Ministers besluit met gekwalificeerde
meerderheid.
Artikel III-265: Grenscontroles
Het Verdrag tot vaststelling van een grondwet bepaalt dat de Unie een beleid
ontwikkelt inzake grenscontroles. Bij wet of kaderwet worden de bijzondere maatregelen
vastgesteld, wat betekent dat hierover met gekwalificeerde meerderheid wordt gestemd.
Artikel III-266: Asiel
Wat het gemeenschappelijk asielbeleid betreft, worden bij wet of kaderwet
maatregelen vastgesteld betreffende een gemeenschappelijk asielstelsel, wat betekent
dat hierover met gekwalificeerde meerderheid wordt gestemd.
Artikel III-267: Immigratie
De Grondwet bepaalt dat bij wet of kaderwet maatregelen voor de ontwikkeling
van een gemeenschappelijk immigratiebeleid worden vastgesteld. Dit houdt in dat er
bij gekwalificeerde meerderheid wordt gestemd, op één uitzondering na: de lidstaten
behouden hun vetorecht met betrekking tot de vaststelling van het aantal onderdanen
van derde landen dat tot hun grondgebied wordt toegelaten om daar werk te zoeken.
Artikel III-272: Misdaadpreventie
Het Verdrag tot vaststelling van een grondwet bepaalt dat bij wet of kaderwet
stimuleringsmaatregelen op het gebied van de misdaadpreventie kunnen worden vastgesteld,
wat betekent dat hierover met gekwalificeerde meerderheid wordt gestemd.
Artikel III-273: Eurojust
De Grondwet bepaalt dat bij wet of kaderwet de structuur, de werking, het
werkterrein en de taken van Eurojust worden vastgesteld, wat betekent dat hierover
met gekwalificeerde meerderheid wordt gestemd.
Artikel III-275: Niet-operationele politiële samenwerking
Ten aanzien van de niet-operationele politiële samenwerking bepaalt artikel
III-275.2 dat bij wet of kaderwet de nodige maatregelen kunnen worden vastgesteld.
De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid.
Artikel III-276: Europol
Volgens de bepalingen van het Verdrag tot vaststelling van een grondwet kunnen
bij wet of kaderwet de structuur, de werkwijze, het werkterrein en de taken van Europol
worden bepaald, wat betekent dat hierover met gekwalificeerde meerderheid wordt gestemd.
Artikel III-280: Cultuur
Op het gebied van cultuur bepaalt het Verdrag tot vaststelling van een grondwet
dat de Unie bij wet of kaderwet stimuleringsmaatregelen kan vaststellen (met uitzondering
van enige harmonisatie), wat betekent dat hierover met gekwalificeerde meerderheid
wordt gestemd.
Artikel III-300: Initiatieven van de minister van Buitenlandse Zaken
In het algemeen wordt op het gebied van het GBVB het beginsel van eenparigheid
gehandhaafd. De Grondwet voorziet echter in uitzonderingen: de Raad besluit met gekwalificeerde
meerderheid wanneer hij besluiten vaststelt inzake:
- een optreden of standpunt van de Unie;
- besluiten op voorstel van de minister van Buitenlandse Zaken naar aanleiding van een specifiek verzoek van de Europese Raad;
- besluiten ter uitvoering van een Europees besluit dat een optreden of een standpunt van de Unie bepaalt;
- besluiten houdende benoeming van een speciale vertegenwoordiger.
Een overbruggingsclausule schept de mogelijkheid om de stemming bij gekwalificeerde meerderheid uit te breiden tot andere gevallen indien de Raad zulks met eenparigheid van stemmen besluit.
Artikel III-311: Europees Defensieagentschap
De Grondwet voorziet in de oprichting van een Europees Defensieagentschap.
De Raad stelt bij Europees besluit het statuut, de zetel en de voorschriften voor
de werking van het Agentschap vast, waarbij de Raad met gekwalificeerde meerderheid
besluit.
Artikel III-382: Benoeming van de leden van de directie van de Europese Centrale
Bank (ECB)
De Grondwet bepaalt dat de president, de vice-president en de overige leden
van de directie van de ECB met gekwalificeerde meerderheid van stemmen door de Europese
Raad worden benoemd.
[ Begin pagina ]
GEKWALIFICEERDE MEERDERHEID MET "NOODREM"
Artikel III-136: Vrij verkeer van werknemers / Sociale zekerheid
De Grondwet bepaalt dat de gewone wetgevingsprocedure van toepassing is op
maatregelen ter coördinatie van de socialezekerheidsstelsels voor migrerende werknemers.
Dit houdt in dat er bij gekwalificeerde meerderheid wordt gestemd. Wanneer een lidstaat
echter van oordeel is dat een ontwerp van wet of kaderwet afbreuk zou doen aan fundamentele
aspecten van zijn socialezekerheidsstelsel (toepassingsgebied, kosten of financiële
structuur), kan hij verzoeken dat het wordt voorgelegd aan de Europese Raad.
Artikel III-270: Justitiële samenwerking in strafzaken
Het Verdrag tot vaststelling van een grondwet bepaalt dat, voor de justitiële
samenwerking in strafzaken, bij wet of kaderwet minimumvoorschriften kunnen worden
vastgesteld ter bevordering van de wederzijdse erkenning van vonnissen en rechterlijke
beslissingen en van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken met een
grensoverschrijdende dimensie. Dit houdt in dat er bij gekwalificeerde meerderheid
wordt gestemd. Wanneer een lidstaat echter van oordeel is dat een ontwerp van wet
of kaderwet afbreuk zou doen aan fundamentele aspecten van zijn strafrechtstelsel,
kan hij verzoeken dat het ontwerp wordt voorgelegd aan de Europese Raad.
Artikel III-271: Harmonisatie van de strafrechtelijke normen
Het Verdrag tot vaststelling van een grondwet bepaalt dat bij wet of kaderwet
minimumvoorschriften worden vastgesteld betreffende de bepaling van strafbare feiten
en sancties in verband met vormen van bijzonder zware criminaliteit met een grensoverschrijdende
dimensie (terrorisme, mensenhandel en seksuele uitbuiting van vrouwen en kinderen...).
Ten tweede kunnen bij kaderwet minimumvoorschriften worden vastgesteld voor de harmonisatie
van de strafrechtelijke normen. In beide gevallen besluit de Raad met gekwalificeerde
meerderheid van stemmen. Wanneer een lidstaat echter van oordeel is dat een ontwerp
van wet of kaderwet afbreuk zou doen aan fundamentele aspecten van zijn strafrechtstelsel,
kan hij verzoeken dat het ontwerp aan de Europese Raad wordt voorgelegd.
[ Begin pagina ]
LIJST VAN DE NIEUWE ARTIKELEN WAARVOOR MET GEKWALIFICEERDE MEERDERHEID BESLOTEN WORDT
Artikel I-9: Toetreding tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten
van de mens
Artikel I-9.2 bepaalt dat Unie toetreedt tot het Europees Verdrag tot bescherming
van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Artikel III-325 bepaalt
dat de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit.
Artikel I-24: Lijst van de Raadsformaties
Artikel I-24.4 bepaalt dat de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen
een Europees besluit houdende de lijst van de Raadsformaties vaststelt.
Artikel I-32: Adviesorganen van de Unie
Artikel I-32.5 van de Grondwet bepaalt dat de Raad op gezette tijden de aard
en de samenstelling van de adviesorganen van de Unie moet herzien. Hij besluit met
gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
Artikel I-47: Burgerinitiatief
De burgers van de Unie kunnen de Commissie via een burgerinitiatief verzoeken
een voorstel in te dienen. Bij Europese wet moeten de procedures en voorwaarden voor
de indiening van een dergelijk burgerinitiatief worden vastgesteld. De Raad besluit
dus met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
Artikel I-54: Eigen middelen
Artikel I-54.4 van het Verdrag tot vaststelling van een grondwet bepaalt
dat bij Europese wet de uitvoeringsmaatregelen voor het stelsel van eigen middelen
van de Unie worden vastgesteld. Over dit stelsel zelf echter wordt door de Raad met
eenparigheid van stemmen besloten.
Artikel I-60: Vrijwillige terugtrekking uit de Unie
De Grondwet bepaalt dat het akkoord over de vrijwillige terugtrekking van
een lidstaat uit de Unie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen door de Raad
gesloten wordt.
Artikel III-122: Diensten van algemeen economisch belang
Bij Europese wet kunnen de beginselen en voorwaarden voor het functioneren
van diensten van algemeen economisch belang worden vastgesteld. De Raad besluit dus
met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
Artikel III-127: Diplomatieke en consulaire bescherming
De Grondwet bepaalt dat de lidstaten de nodige regelingen treffen met het
oog op de diplomatieke en consulaire bescherming van de burgers van de Unie in derde
landen. Bij Europese wet kan de Raad de nodige maatregelen ter bevordering van deze
bescherming vaststellen. De Raad besluit dus met gekwalificeerde meerderheid van
stemmen.
Artikel III-176: Intellectuele eigendom
De Grondwet bepaalt dat bij Europese wet of kaderwet de maatregelen vastgesteld
om een eenvormige bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten in de hele Unie
te bewerkstelligen, en voor de instelling van op het niveau van de Unie gecentraliseerde
machtigings-, coördinatie- en controleregelingen. De Raad besluit dus met gekwalificeerde
meerderheid van stemmen.
Artikel III-196: Positie van de euro in het internationaal monetair stelsel
Artikel 196 bepaalt dat de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen
besluiten kan nemen betreffende de gemeenschappelijke standpunten en de gezamenlijke
vertegenwoordiging van de lidstaten die de euro als munt hebben (speciale berekening,
alleen de lidstaten in de eurozone nemen aan de stemming deel).
Artikel III-254: Ruimtevaartbeleid
Bij het Verdrag tot vaststelling van een grondwet wordt een nieuwe rechtsgrond
gecreëerd voor een Europees ruimtevaartbeleid. Bij Europese wet of kaderwet worden
de nodige maatregelen daarvoor vastgesteld. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid
van stemmen.
Artikel III-256: Energie
De Grondwet creëert een rechtsgrond voor een Europees energiebeleid. De Raad
stelt met gekwalificeerde meerderheid van stemmen bij Europese wet of kaderwet de
nodige maatregelen vastgesteld. Overigens zijn de meeste maatregelen van de EU op
energiegebied al bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen vastgesteld, doch op
een andere rechtsgrond.
Artikel III-281: Toerisme
Het Verdrag tot vaststelling van een grondwet creëert een nieuwe rechtsgrond
voor aanvullende maatregelen van de EU in de toerismesector. Ter aanvulling van de
acties in de lidstaten worden bij Europese wet of kaderwet de bijzondere maatregelen
vastgesteld, met uitzondering van enige harmonisatie.
Artikel III-282: Sport
Het Verdrag tot vaststelling van een grondwet creëert een nieuwe rechtsgrond
voor stimuleringsmaatregelen op het gebied van sport, met uitzondering van enige
harmonisatie. De Raad stelt met gekwalificeerde meerderheid van stemmen bij Europese
wet of kaderwet deze stimuleringsmaatregelen vast.
Artikel III-284: Civiele bescherming
Het Verdrag tot vaststelling van een grondwet creëert een expliciete rechtsgrond
ter bevordering van de samenwerking tussen de lidstaten om zodoende te komen tot
een grotere doeltreffendheid van de systemen ter voorkoming van en bescherming tegen
natuurrampen of door de mens veroorzaakte rampen. Bij Europese wet of kaderwet worden
de nodige maatregelen vastgesteld, met uitzondering van enige harmonisatie. Overigens
worden nu ook al maatregelen op het gebied van civiele bescherming bij gekwalificeerde
meerderheid vastgesteld, doch op een andere rechtsgrond.
Artikel III-285: Administratieve samenwerking
De Grondwet bepaalt dat de Unie maatregelen kan nemen ter bevordering van
de administratieve samenwerking, bijvoorbeeld om de uitwisseling van informatie en
van ambtenaren te vergemakkelijken. De daartoe noodzakelijke maatregelen worden bij
Europese wet vastgesteld, met uitzondering van enige harmonisatie.
Artikel III-312: Defensie: permanente gestructureerde samenwerking
De Grondwet voorziet in de mogelijkheid van permanente gestructureerde samenwerking
in defensieaangelegenheden. Over de instelling van een dergelijke samenwerking, de
deelname van een lidstaat aan die samenwerking en een eventuele schorsing wordt met
gekwalificeerde meerderheid van stemmen besloten. De in het kader van de permanente
gestructureerde samenwerking genomen besluiten daarentegen worden genomen met eenparigheid
van stemmen van de deelnemende lidstaten.
Artikel III-321: Humanitaire hulp
Het Verdrag tot vaststelling van een grondwet creëert een expliciete rechtsgrond
voor humanitaire hulp. Bij Europese wet of kaderwet kunnen de maatregelen worden
vastgesteld die het kader voor de uitvoering van de humanitaire-hulpacties van de
Unie vormen. Ten tweede wordt een Europees vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening
opgericht, waarvan het statuut en de regels voor de activiteiten bij Europese wet
worden vastgesteld. Overigens worden nu ook al maatregelen op het gebied van humanitaire
hulp bij gekwalificeerde meerderheid vastgesteld, doch op een andere rechtsgrond.
Artikel III-398: Ambtenarenapparaat van de Europese Unie
Het Verdrag tot vaststelling van een grondwet creëert een nieuwe rechtsgrond
voor het ambtenarenapparaat van de Europese Unie. Bij de vervulling van hun taken
steunen de instellingen, organen en instanties van de Unie op een open, doeltreffend
en onafhankelijk Europees ambtenarenapparaat. De Raad stelt met gekwalificeerde meerderheid
van stemmen bij Europese wet de bepalingen daartoe vast. Overigens worden ook nu
al maatregelen op dit gebied bij gekwalificeerde meerderheid vastgesteld, doch op
een andere rechtsgrond.
[ Begin pagina ]
| Artikel | Onderwerp | Opmerkingen |
|---|---|---|
| I-9 | Toetreding tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens | Nieuwe bepalingen |
| I-18 | Flexibiliteitsclausule | - |
| I-24 | Raadsformaties | Nieuwe bepalingen |
| I-32 | Adviesorganen van de Unie | Nieuwe bepalingen |
| I-37 | Uitvoeringsbevoegdheden van de Commissie | Belangrijke wijzigingen |
| I-47 | Burgerinitiatief | Nieuwe bepalingen |
| I-54 | Eigen middelen | Nieuwe bepalingen |
| I-60 | Vrijwillige terugtrekking uit de Unie | Nieuwe bepalingen |
| III-122 | Diensten van algemeen economisch belang | Nieuwe bepalingen |
| III-127 | Diplomatieke en consulaire bescherming | Nieuwe bepalingen |
| III-136 | Sociale zekerheid van migrerende werknemers | Belangrijke wijzigingen |
| III-141 | Toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de uitoefening daarvan | Belangrijke wijzigingen |
| III-176 | Intellectuele eigendom | Nieuwe bepalingen |
| III-179 | Coördinatie van het economisch beleid | Belangrijke wijzigingen |
| III-184 | Vaststelling van een buitensporig overheidstekort | Belangrijke wijzigingen |
| III-187 | Wijziging van de statuten van het ESCB | Belangrijke wijzigingen |
| III-196 | Positie van de euro in het internationaal monetair stelsel | Nieuwe bepalingen |
| III-223 | Structuurfondsen en cohesiefonds | Belangrijke wijzigingen |
| III-236 | Vervoer | Belangrijke wijzigingen |
| III-254 | Ruimtevaartbeleid | Nieuwe bepalingen |
| III-256 | Energie | Nieuwe bepalingen |
| III-263 | Justitie en binnenlandse zaken - Administratieve samenwerking | Belangrijke wijzigingen |
| III-265 | Grenscontroles | Belangrijke wijzigingen |
| III-266 | Asiel | Belangrijke wijzigingen |
| III-267 | Immigratie | Belangrijke wijzigingen |
| III-270 | Justitiële samenwerking in strafzaken | Belangrijke wijzigingen |
| III-271 | Harmonisatie van de strafrechtelijke normen | Belangrijke wijzigingen |
| III-272 | Misdaadpreventie | Belangrijke wijzigingen |
| III-273 | Eurojust | Belangrijke wijzigingen |
| III-275 | Niet-operationele politiële samenwerking | Belangrijke wijzigingen |
| III-276 | Europol | Belangrijke wijzigingen |
| III-280 | Cultuur | Belangrijke wijzigingen |
| III-281 | Toerisme | Nieuwe bepalingen |
| III-282 | Sport | Nieuwe bepalingen |
| III-284 | Civiele bescherming | Nieuwe bepalingen |
| III-285 | Administratieve samenwerking | Nieuwe bepalingen |
| III-300 | GBVB - Initiatieven van de minister van Buitenlandse Zaken | Belangrijke wijzigingen |
| III-311 | Europees Defensieagentschap | Belangrijke wijzigingen |
| III-312 | Defensie - permanente gestructureerde samenwerking | Nieuwe bepalingen |
| III-321 | Humanitaire hulp | Nieuwe bepalingen |
| III-382 | Benoeming van de directieleden van de ECB | Belangrijke wijzigingen |
| III-398 | Ambtenarenapparaat van de Europese Unie | Nieuwe bepalingen |
[ Begin pagina ] [ Vorige tekst ] [ Volgende ] [ Inhoudsopgave ]
De informatiebladen zijn alleen ter informatie van het publiek bedoeld. Zij zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de Grondwet betreft.
