DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >
Het beleid van de Unie
Intern beleid en optreden
-
Inleiding
Wijzigingen die voor alle beleidsterreinen gelden
Wijzigingen op de gebieden van gedeelde bevoegdheid
Het beleid op andere specifieke terreinen
De wijzigingen op de gebieden voor ondersteunend, coördinerend of aanvullend optreden Overzichtstabel
Het derde deel van de Grondwet bevat de bepalingen betreffende het beleid van de Unie. Meer bepaald is titel III van dit deel gewijd aan het intern beleid en optreden, terwijl de twee volgende titels gewijd zijn aan het externe optreden van de Unie .
De Conventie en de Intergouvernementele Conferentie (IGC) hebben bijzondere aandacht besteed aan de hervorming van bepaalde beleidsterreinen, zoals justitie en binnenlandse zaken (JBZ ), het economisch en monetair beleid en het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB).
Afgezien van enkele specifieke beleidsterreinen ondergingen de andere beleidsterreinen weinig ingrijpende wijzigingen: de belangrijkste bepalingen die momenteel in het EG-Verdrag en het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn opgenomen, worden gewoon overgenomen.
Behalve door deze specifieke wijzigingen worden het intern beleid en optreden van de Unie echter ook onrechtstreeks beïnvloed door de institutionele veranderingen van algemene strekking die in het eerste deel van het Grondwettelijk Verdrag zijn opgenomen (verdeling van bevoegdheden, indeling van rechtshandelingen, wetgevingsprocedure, gekwalificeerde meerderheid, bepalingen inzake integratie en samenhang).
[ Begin pagina ]
WIJZIGINGEN DIE VOOR ALLE BELEIDSTERREINEN GELDEN
De Grondwet stelt horizontale vernieuwingen voor die indirect van invloed zijn op alle beleidsterreinen van de Unie.
De nieuwe verdeling van bevoegdheden
De beschrijving van het klassieke gemeenschappelijk beleid (landbouw, vervoer,
interne markt enzovoort) blijft ongewijzigd en beperkt zich tot het overnemen van
bestaande artikelen, maar nu bij elkaar geplaatst en ingedeeld volgens de
nieuwe verdeling van de bevoegdheden
, die in artikel I-12 wordt beschreven.
Eerst zijn de beleidsterreinen opgenomen die behoren tot de gebieden van gedeelde
bevoegdheid: interne markt, economisch en monetair beleid, beleid op andere specifieke
terreinen (werkgelegenheid, sociaal beleid, economische, sociale en territoriale
samenhang, landbouw, visserij, milieu, consumentenbescherming, vervoer, trans-Europese
netwerken, onderzoek en ontwikkeling, energie en ruimte) en de ruimte van vrijheid,
veiligheid en recht.
Daarna volgen de gebieden waarop de Unie coördinerend, aanvullend of ondersteunend
kan optreden. Het gaat om volksgezondheid, industrie, cultuur, toerisme, onderwijs,
beroepsopleiding, jeugd en sport, civiele bescherming en administratieve samenwerking.
Algemeen toepasselijke bepalingen en bepalingen betreffende integratie
De Grondwet brengt aan het begin van het derde deel de algemeen toepasselijke bepalingen betreffende integratie en samenhang in één titel samen. Deze bepalingen gelden als voornaamste leidraad bij de bepaling en de uitvoering van het beleid. Artikel III-115 is een nieuwe bepaling, op grond waarvan de "Unie toeziet op de samenhang tussen ieder beleid en optreden, rekening houdend met het geheel van haar doelstellingen". Deze nieuwe bepaling gaat vergezeld van specifieke bepalingen met betrekking tot de gelijkheid van vrouwen en mannen, de bestrijding van iedere discriminatie, milieubescherming, consumentenbescherming, en het functioneren van de diensten van algemeen economisch belang, die ook al voorkomen in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag). Aan deze lijst zijn voorts drie nieuwe specifieke bepalingen toegevoegd, die betrekking hebben op:
- de bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid;
- het welzijn van dieren (wat momenteel is opgenomen in het Protocol betreffende de bescherming en het welzijn van dieren gehecht aan de huidige Verdragen);
- de bevordering van een hoog niveau van werkgelegenheid, de waarborging van een adequate sociale bescherming, de bestrijding van sociale uitsluiting alsmede een hoog niveau van onderwijs, opleiding en bescherming van de gezondheid.
Voorts onderstreept de Grondwet opnieuw het belang van de diensten van algemeen economisch belang (artikel geïnspireerd door artikel 16 van het EG-Verdrag). De Grondwet voert ook nog een nieuwe rechtsgrond in voor de goedkeuring van wetten die de beginselen en voorwaarden vaststellen, met name economische en financiële, op basis waarvan de diensten van algemeen economisch belang kunnen functioneren. In artikel III-122 is tevens bepaald dat deze wetten geen afbreuk mogen doen aan de bevoegdheid van de lidstaten om, met inachtneming van de Grondwet, dergelijke diensten te verstrekken, te laten verrichten en te financieren.
- Het vaststellen, per rechtsgrond, van het soort te nemen besluiten
De Grondwet heeft de rechtsgronden uitgesplitst, in die zin dat bij iedere rechtsgrond
wordt bepaald welk soort besluit de instellingen moeten nemen om de Grondwet ten
uitvoer te leggen. Bijgevolg verwijzen de bepalingen betreffende de verschillende
beleidsterreinen niet meer naar de mogelijkheid om "besluiten" of "maatregelen" te
nemen, maar geven ze precies aan
welk soort besluit
moet worden genomen en daarmee dus ook welke procedures moeten worden nageleefd.
Zo is bepaald dat wanneer het optreden van de Unie de vorm aanneemt van een wet
of kaderwet, die wet of kaderwet in de meeste gevallen gezamenlijk door het Europees
Parlement en de Raad wordt vastgesteld. Er wordt echter ook voorzien in een dertigtal
rechtsgronden op basis waarvan de Raad van Ministers alleen wetten of kaderwetten
kan vaststellen. In zeer uitzonderlijke gevallen kan het Parlement alleen wetten
of kaderwetten vaststellen.
- De gewone wetgevingsprocedure
Het verheffen van de medebeslissingsprocedure tot
gewone wetgevingsprocedure
en de veralgemening van het monopolie van het wetgevend initiatief van de Commissie
vereenvoudigen in sterke mate de bepalingen die in het huidige Verdrag in de medebeslissingsprocedure
voorzien: de verwijzingen naar voorstellen van de Commissie en naar de medebeslissingsprocedure
zijn verdwenen en er is alleen nog sprake van wetten of kaderwetten.
Deze vereenvoudiging is des te aanmerkelijker, omdat de Grondwet de medebeslissingsprocedure
toepast op een twintigtal rechtsgronden waarvoor die mogelijkheid tot nu toe niet
bestond.
- De veralgemening van de gekwalificeerde meerderheid
Artikel I-23 verheft in de Raad de gekwalificeerde meerderheid van stemmen
tot algemene regel. Dit heef tot gevolg dat de vermelding van het feit dat de Raad
met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit neemt uit alle betrokken
rechtsgronden is geschrapt.
Voorts worden voor een twintigtal rechtsgronden de besluiten niet langer met
eenparigheid van stemmen genomen, maar met gekwalificeerde meerderheid, en zijn er
een twintigtal nieuwe rechtsgronden met gekwalificeerde meerderheid ingevoerd.
- Vereenvoudigde herzieningsprocedure voor het intern beleid en optreden
Artikel IV-445 bevat een algemene vernieuwing waardoor het mogelijk wordt de bepalingen van titel III van het derde deel van de Grondwet te wijzigen door middel van een besluit van de Europese Raad, voorzover dit geen uitbreiding van de aan de Unie toegedeelde bevoegdheden inhoudt. Dit voorkomt dat een Intergouvernementele Conferentie moet worden bijeengeroepen. Deze bepaling maakt latere wijzigingen van het intern beleid en optreden van de Unie gemakkelijker, ofschoon de Raad nog steeds met eenparigheid van stemmen een besluit moet nemen en dit besluit door alle partijen moet worden geratificeerd.
[ Begin pagina ]
AANPASSINGEN OP DE GEBIEDEN VAN GEDEELDE BEVOEGDHEID
Interne markt
Het hoofdstuk over de interne markt omvat zeven afdelingen (totstandbrenging van de interne markt, vrij verkeer van personen en diensten, vrij verkeer van goederen, kapitaal en betalingen, regels betreffende de mededinging, bepalingen betreffende belastingen en gemeenschappelijke bepalingen). Opgemerkt zij dat de bepalingen van dit hoofdstuk, die bijna allemaal al in het EG-Verdrag voorkomen, nu in één enkel hoofdstuk zijn ondergebracht.
Socialezekerheidsuitkeringen (artikel III-136)
De rechtsgrond die het mogelijk maakt het vrije verkeer te bevorderen via de coördinatie
van de socialezekerheidswetgevingen, werd uitgebreid en heeft nu ook betrekking op
zelfstandigen en niet langer alleen op werknemers in loondienst. Op basis van deze
rechtsgrond kunnen echter geen maatregelen met betrekking tot andere categorieën
Europese burgers (gepensioneerden, studenten) worden vastgesteld.
De Conventie had voorgesteld dat wetten en kaderwetten op basis van dit artikel
zouden worden goedgekeurd met gekwalificeerde meerderheid. De Intergouvernementele
Conferentie heeft deze vernieuwing getemperd door de invoering van een "noodremmechanisme",
waardoor een lidstaat die van oordeel is dat een ontwerp van wetgevingshandeling
afbreuk zou doen aan fundamentele aspecten van zijn socialezekerheidsstelsel of gevolgen
zou hebben voor het financiële evenwicht van dat stelsel, kan verzoeken dat de kwestie
wordt voorgelegd aan de Europese Raad. Hierdoor wordt de wetgevingsprocedure gedurende
ten hoogste vier maanden geschorst.
Beperkingen van het vrij verkeer van kapitalen (artikelen III-157 en III-158)
Artikel III-157 houdt voor Estland en Hongarije een verlenging in van de uiterste
datum voor toegestane nationale beperkingen, die rechtstreeks is overgenomen in de
Toetredingsakte van 2003.
Aan artikel III-158 is een nieuw lid toegevoegd over de voorwaarden waaronder
bij ontstentenis van een Europese wet of kaderwet door een lidstaat jegens een of
meer derde landen genomen beperkende belastingmaatregelen toelaatbaar zijn. Hiervoor
is toestemming vereist van de Commissie of, indien de Commissie niet binnen de drie
maanden een standpunt inneemt, van de Raad.
Bevriezen van tegoeden (artikel III-160)
De Grondwet voorziet in een nieuwe rechtsgrond op basis waarvan bij wet het vereiste kader kan worden vastgesteld om het vrij verkeer van kapitalen te beperken en het bevriezen van tegoeden van personen en niet-statelijke groeperingen en entiteiten mogelijk te maken, als maatregel voor de preventie en de bestrijding van terrorisme en aanverwante activiteiten.
Verordeningen betreffende vrijstelling van de mededingingsregels die van toepassing zijn op ondernemingen (artikel III-165) en verordeningen betreffende vrijstelling van voorschriften inzake staatssteun (artikel III-168)
In de mogelijkheid dat de Commissie dergelijke verordeningen na machtiging door de Raad van Ministers vaststelt, is uitdrukkelijk voorzien. Dit is noodzakelijk gelet op de nieuwe indeling van de soorten besluiten, maar stemt overeen met de bestaande praktijk.
Verenigbaarheid van staatssteun (artikel III-167)
Dit artikel omvat twee vernieuwingen ten opzichte van artikel 87 van het EG-Verdrag:
- vijf jaar na de inwerkingtreding van de Grondwet kan de Raad de bepaling betreffende de verenigbaarheid van steunmaatregelen ten behoeve van de economie van bepaalde regio's van de Bondsrepubliek Duitsland die nadeel ondervinden van de deling van hun land, intrekken, aangezien deze enigszins achterhaald lijkt in de context van de uitgebreide Unie;
- de bepaling over de eventuele verenigbaarheid van regionale steunmaatregelen is aangevuld met een specifieke verwijzing naar de ultraperifere regio's, rekening houdend met hun structurele, economische en sociale situatie.
Harmonisatie van de indirecte belastingen (artikel III-171)
Artikel III-171 stemt grotendeels overeen met artikel 93 van het EG-Verdrag. Wel is nu uitdrukkelijk bepaald dat de maatregelen ten doel moeten hebben concurrentieverstoringen te voorkomen.
Onderlinge aanpassing van de nationale wetgevingen voor de totstandbrenging en werking van de interne markt (artikelen III-172 en III-173)
Ten opzichte van het EG-Verdrag worden regel en uitzondering omgekeerd. Artikel III-172, dat betrekking heeft op de nationale maatregelen voor de instelling of de werking van de interne markt en voorziet in een wet of kaderwet en de gewone wetgevingsprocedure, wordt de regel, terwijl artikel III-173, dat betrekking heeft op de nationale maatregelen die rechtstreeks van invloed zijn op de instelling of de werking van de interne markt en voorziet in een kaderwet van de Raad van Ministers en besluitvorming met eenparigheid van stemmen, de uitzondering wordt.
Europese intellectuele-eigendomsrechten en andere gecentraliseerde procedures (artikel III-176)
Er wordt een nieuwe rechtsgrond ingevoerd voor de goedkeuring van wetten of kaderwetten die maatregelen vaststellen voor de invoering en de bescherming van Europese intellectuele-eigendomsrechten en voor de instelling van andere, op het niveau van de Unie gecentraliseerde machtigings-, coördinatie- en controleregelingen. Het taalgebruik voor dergelijke rechten wordt echter geregeld bij wet van de Raad waartoe met eenparigheid van stemmen wordt besloten.
HET BELEID OP ANDERE SPECIFIEKE TERREINEN
Werkgelegenheid (artikelen III-203 tot en met III-209)
Hoewel de kern van de bepalingen op dit terrein niet is gewijzigd, worden de coördinatie van het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten evenals de coördinatie van het economisch beleid voortaan als een bijzondere bevoegdheid van de Unie erkend (artikelen I-12 en I-15 ).
Samenwerking tussen de lidstaten op sociaal terrein (artikel III-213)
Aan deze bepaling - die erin voorziet dat de Commissie op dit terrein de samenwerking tussen de lidstaten bevordert - is toegevoegd dat het optreden van de Commissie kan bestaan uit initiatieven in het kader van de zogenaamde open coördinatiemethode (vaststelling van richtsnoeren en indicatoren, uitwisseling van beste praktijken, periodieke controle en evaluatie). Ook moet het Europees Parlement in kennis worden gesteld. In een aan de Slotakte gehechte Verklaring is onderstreept dat deze initiatieven van aanvullende aard zijn ten opzichte van de bevoegdheid van de nationale autoriteiten en niet ten doel hebben de nationale stelsels te harmoniseren.
Economische, sociale en territoriale samenhang (artikelen III-220 tot en met III-224)
Opgemerkt zij dat een verwijzing naar territoriale samenhang is toegevoegd, in
overeenstemming met de definitie in de bepaling over de algemene doelstellingen van
de Unie (artikel I-3).
Artikel III-220, dat de belangrijkste doelstellingen van dit beleidsterrein definieert,
is aangevuld met een alinea met een opsomming van de regio's die in het bijzonder
door dit optreden van de Unie geviseerd zijn, zoals de insulaire gebieden. In een
aan de Slotakte gehechte Verklaring is gepreciseerd dat de woorden "insulaire gebieden"
ook betrekking kunnen hebben op insulaire staten in hun geheel, mits aan alle vereiste
criteria wordt voldaan.
In artikel III-223 is bepaald dat de "eerste bepalingen" betreffende de structuurfondsen
en het cohesiefonds die worden vastgesteld ingevolge de bepalingen die van kracht
zijn op de datum van ondertekening van de Grondwet, worden vastgesteld bij Europese
wet van de Raad, die besluit met eenparigheid van stemmen, na goedkeuring door het
Parlement. Daarna zal de Europese wet worden goedgekeurd via de medebeslissingsprocedure
en met gekwalificeerde meerderheid.
Landbouw en visserij (artikel III-231)
Op dit gebied is een uitsplitsing van de rechtsgronden gemaakt: wetten of kaderwetten regelen de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en stellen de overige bepalingen vast die nodig zijn om de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid te verwezenlijken. Daarentegen regelt de Raad bij verordening of besluit, op voorstel van de Commissie maar zonder raadpleging van het Europees Parlement, de prijsbepaling, de heffingen, de steun en de kwantitatieve beperkingen, alsook de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden.
Vervoer (artikelen III-236 tot en met III-245)
De mogelijkheid die het EG-Verdrag (besluit van de Raad van Ministers met gekwalificeerde meerderheid van stemmen) biedt voor de vaststelling van maatregelen op het gebied van zee- en luchtvervoer - die overigens in onbruik was geraakt - is afgeschaft.
Artikel III-236 omvat nu een lid dat de Unie verplicht rekening te houden met
bepaalde specifieke overwegingen wanneer zij wetgeving uitvaardigt op het gebied
van vervoer.
De bepaling die een bijzondere regeling toelaat teneinde rekening te houden met
de deling van Duitsland (artikel III-243) heeft hetzelfde lot ondergaan als de overeenkomstige
bepaling op het gebied van staatssteun.
Onderzoek en technologische ontwikkeling (artikelen III-248 tot en met III-255)
Aan artikel III-250 - dat bepaalt dat de Commissie de samenwerking tussen de lidstaten
op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling bevordert - is toegevoegd
dat het optreden van de Commissie kan bestaan uit initiatieven in het kader van de
zogenaamde open coördinatiemethode (vaststelling van richtsnoeren en indicatoren,
uitwisseling van beste praktijken, periodieke controle en evaluatie). Ook moet het
Europees Parlement in kennis worden gesteld.
Artikel III-248 is een volledige bevestiging van het begrip Europese onderzoeksruimte.
Zo zullen bij Europese wet de maatregelen worden vastgesteld die nodig zijn om de
Europese onderzoeksruimte te realiseren (artikel III-251), zonder dat deze afbreuk
doen aan de specifieke kenmerken van het beleid van de lidstaten op het gebied van
onderzoek.
Het optreden van de Unie zal echter in hoofdzaak blijven bestaan in financiële
steun voor het onderzoek in Europa door middel van het kaderprogramma en de specifieke
programma's. Het kaderprogramma wordt goedgekeurd door een gewone wet (medebeslissingsprocedure),
terwijl de specifieke programma's de vorm aannemen van wetten van de Raad, waarbij
het Europees Parlement alleen wordt geraadpleegd (artikel III-251).
Ruimte (artikel III-254)
De Grondwet voorziet in een nieuwe rechtsgrond voor de goedkeuring van wetten of kaderwetten die maatregelen vaststellen voor het Europese ruimtevaartbeleid, die tevens de vorm kunnen hebben van een ruimtevaartprogramma. Voorts is in artikel III-254 bepaald dat de Unie elke nuttige relatie aangaat met het Europees Ruimteagentschap.
Energie (artikel III-256)
Er wordt voorzien in een nieuwe rechtsgrond voor de goedkeuring van wetten of
kaderwetten die maatregelen vaststellen voor het energiebeleid, zonder dat daarbij
afbreuk wordt gedaan aan de keuze van de lidstaten tussen verschillende energiebronnen
en aan de algemene structuur van hun energievoorziening. Er wordt gepreciseerd dat
deze wetten of kaderwetten geen afbreuk doen aan de andere bepalingen van de Grondwet
(met name de bepalingen met betrekking tot de interne markt).
In het laatste lid van dit artikel is bepaald dat de maatregelen die voornamelijk
van fiscale aard zijn, worden vastgesteld bij wet of kaderwet van de Raad, die besluit
met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Parlement.
DE WIJZIGINGEN OP DE GEBIEDEN VOOR ONDERSTEUNEND, COÖRDINEREND OF AANVULLEND OPTREDEN
Volksgezondheid (artikel III-278)
Ofschoon dit artikel is ondergebracht in het hoofdstuk betreffende het ondersteunend, coördinerend of aanvullend optreden, geeft het de tweeledige bevoegdheid op dit gebied weer:
- gedeelde bevoegdheid voor gemeenschappelijke veiligheidskwesties;
- ondersteunende, coördinerende en aanvullende bevoegdheid voor de bescherming en de bevordering van de gezondheid. De Commissie moedigt samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van volksgezondheid aan en haar optreden kan bestaan uit initiatieven in het kader van de zogenaamde open coördinatiemethode (vaststelling van richtsnoeren en indicatoren, uitwisseling van beste praktijken, periodieke controle en evaluatie).
Voorts is de bevoegdheid van de lidstaten op dit gebied beter afgebakend. Zo zijn in lid 7 van artikel III-28 de verantwoordelijkheden van de lidstaten met betrekking tot de bepaling van hun gezondheidsbeleid, en de organisatie en de verstrekking van gezondheidsdiensten en geneeskundige verzorging gedefinieerd. Hun verantwoordelijkheden omvatten tevens het beheer van gezondheidsdiensten en geneeskundige verzorging, alsmede de allocatie van de daaraan toegewezen middelen.
Industrie (artikel III-279)
Aan de bepaling die zegt dat de Commissie de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van de industrie bevordert, is toegevoegd dat het optreden van de Commissie kan bestaan uit initiatieven in het kader van de zogenaamde open coördinatiemethode (vaststelling van richtsnoeren en indicatoren, uitwisseling van beste praktijken, periodieke controle en evaluatie). Ook moet het Europees Parlement in kennis worden gesteld.
Toerisme (artikel III-281)
Anders dan door de Conventie voorgesteld, heeft de ICG toerisme opgenomen bij de gebieden waarop de Unie ondersteunend, coördinerend of aanvullend kan optreden. Hiertoe is voorzien in een nieuwe rechtsgrond. Artikel III-281 stelt de doelstellingen van dit optreden en de actiemiddelen vast. Momenteel is toerisme alleen in artikel 3 van het EG-Verdrag vermeld (lijst van het optreden van de Gemeenschap), en zijn er geen specifieke bepalingen aan dit gebied gewijd.
Onderwijs, jeugd, sport en beroepsopleiding (artikel III-282)
In dit artikel is een specifieke bevoegdheid op het gebied van sport ingevoegd.
Deze nieuwe bevoegdheid blijkt uit een rechtsgrond voor de goedkeuring van wetten
of kaderwetten die maatregelen vaststellen voor de ontwikkeling van de Europese dimensie
van de sport. Aangezien het een gebied voor ondersteunend, coördinerend of aanvullend
optreden betreft, is harmonisatie van de nationale wetgevingen verboden.
Belangrijk is de toevoeging dat het optreden van de Unie uitdrukkelijk erop gericht
is de participatie van jongeren aan het democratische bestel van Europa aan te moedigen.
Civiele bescherming (artikel III-284)
De Grondwet voorziet in een nieuwe rechtsgrond voor de goedkeuring van wetten of kaderwetten die maatregelen vaststellen ter ondersteuning van het beleid van de lidstaten op het gebied van en ter bevordering van operationele samenwerking. Aangezien het een gebied voor ondersteunend, coördinerend of aanvullend optreden betreft, is harmonisatie van de nationale wetgevingen verboden.
Administratieve samenwerking (artikel III-285)
Er wordt voorzien in een nieuwe rechtsgrond die het mogelijk maakt wetten goed te keuren ter verbetering van het administratieve vermogen van de lidstaten om de wetgeving van de Unie doeltreffend uit te voeren. Aangezien het een gebied voor ondersteunend, coördinerend of aanvullend optreden betreft, is harmonisatie van de nationale wetgevingen verboden. Deze samenwerking laat de verplichting van de lidstaten om de wetgeving van de Unie uit te voeren, alsook de prerogatieven en taken van de Commissie, onverlet (bijvoorbeeld in het kader van niet-nakomingsprocedures).
[ Begin pagina ]
| Artikelen | Onderwerp | Opmerkingen |
| III-122 | Diensten van algemeen economisch belang | Belangrijke wijzigingen |
| III-136 | Socialezekerheidsuitkeringen | Belangrijke wijzigingen |
| III-157 en III-158 | Beperking van het vrij verkeer van kapitalen | - |
| III-160 | Bevriezen van tegoeden | Nieuwe bepalingen |
| III-165 en III-168 | Verordeningen betreffende vrijstelling van de mededingingsregels die van toepassing zijn op ondernemingen en verordeningen betreffende vrijstelling inzake staatssteun | - |
| III-168 | Verenigbaarheid van staatssteun | - |
| III-170 en III-171 | Harmonisatie van indirecte belastingen | - |
| III-172 en III-173 | Onderlinge aanpassing van de nationale wetgevingen voor de totstandbrenging en werking van de interne markt | - |
| III-176 | Europese intellectuele-eigendomsrechten en andere gecentraliseerde procedures | Nieuwe bepalingen |
| III-203 t/m III-209 | Werkgelegenheid | - |
| III-213 | Open coördinatiemethode op sociaal gebied (samenwerking tussen lidstaten) | - |
| III-220 t/m III-224 | Economische, sociale en territoriale samenhang | Belangrijke wijzigingen |
| III-231 | Landbouw en visserij | - |
| III-236 t/m III-245 | Vervoer | - |
| III-248 t/m III-255 | Onderzoek en technologische ontwikkeling | Belangrijke wijzigingen |
| III-254 | Ruimte | Nieuwe bepalingen |
| III-256 | Energie | Nieuwe bepalingen |
| III-278 | Volksgezondheid | Belangrijke wijzigingen |
| III-279 | Industrie | Belangrijke wijzigingen |
| III-281 | Toerisme | Nieuwe bepalingen |
| III-282 | Onderwijs, beroepsopleiding, jeugd en sport | Nieuwe bepalingen |
| III-284 | Civiele bescherming | Nieuwe bepalingen |
| III-285 | Administratieve samenwerking | Nieuwe bepalingen |
[ Begin pagina ] [ Vorige tekst ] [ Volgende ] [ Inhoudsopgave ]
De informatiebladen zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de Grondwet betreft.
