Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw ? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site
Een Grondwet voor Europa Sla taalkeuze over en ga direct naar lijst met samenvattingen (toegangstoets=1)
EUROPA > Samenvattingen van de wetgeving > Een grondwet voor Europa

DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >

Een grondwet voor Europa


Algemene en slotbepalingen


Inleiding
Intrekking van de Verdragen en rechtscontinuÔteit
Euratom-Verdrag
Herziening van de grondwet
Goedkeuring, ratificatie en inwerkingtreding
Overzichtstabel

INLEIDING

Deel IV van het grondwettelijk verdrag bevat algemene en slotbepalingen. Daarin wordt de intrekking van de eerdere Verdragen geregeld - terwijl de rechtscontinuÔteit van het acquis communautaire wordt gewaarborgd - en wordt voorzien in overgangsbepalingen betreffende de inwerkingtreding van de grondwet. Voorts wordt in dat deel het territoriale toepassingsgebied van het grondwettelijk verdrag omschreven.
Dat deel bevat daarnaast ook bepalingen betreffende de herziening van de grondwet: de gewone herzieningsprocedure, de vereenvoudigde herzieningsprocedure (de "overbruggingsclausules") en de vereenvoudigde herzieningsprocedure voor het interne beleid en optreden van de Unie. De vereenvoudigde herzieningsprocedures behoren tot de belangrijkste vernieuwingen van de grondwet, met name de overbruggingsclausules, die het mogelijk maken om het toepassingsgebied van de stemming met gekwalificeerde meerderheid en van de gewone wetgevingsprocedure uit te breiden tot andere gebieden.

Ten slotte worden in deel IV de duur van het Verdrag (dat voor onbeperkte tijd wordt gesloten) en de procedure voor ratificatie en inwerkingtreding van het grondwettelijk Verdrag vastgesteld.

[ Begin pagina ]

INTREKKING VAN DE VERDRAGEN EN RECHTSCONTINUŌTEIT

De ontwerp-grondwet was bedoeld ter vervanging van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag) en het Verdrag betreffende de Europese Unie (EU-Verdrag), alsmede de Akten en Verdragen waarbij deze zijn gewijzigd of aangevuld, waaronder bijvoorbeeld de Europese Akte, het Verdrag van Amsterdam , het Verdrag van Nice en de Toetredingsverdragen (artikel IV-437).

Sommige bepalingen van de Toetredingsverdragen, met name de bepalingen die een blijvend effect hebben of die nog niet afgelopen overgangsbepalingen betreffende de toetreding behelzen, moeten van kracht blijven om de rechtscontinuÔteit te waarborgen. Daartoe zijn twee protocollen aan het grondwettelijk verdrag gehecht:

Artikel IV-438 stelt de bijzonderheden betreffende de rechtsopvolging en de rechtscontinuÔteit vast: de bij de grondwet opgerichte nieuwe Unie volgt de Europese Gemeenschap (EG) en de Europese Unie (EU) op. De op de datum van inwerkingtreding van het grondwettelijk verdrag bestaande instellingen, organen en instanties blijven, in de samenstelling die zij op die datum hebben, hun bevoegdheden als bedoeld in het grondwettelijk verdrag uitoefenen.

In tegenstelling tot het primaire recht blijven alle handelingen van de instellingen die zijn vastgesteld op grond van de bij artikel IV-437 ingetrokken Verdragen en Akten, van kracht. De rechtsgevolgen ervan worden gehandhaafd zolang deze handelingen niet zijn ingetrokken, nietig verklaard of gewijzigd. Hetzelfde geldt voor de overige onderdelen van het acquis communautaire, bijvoorbeeld de interinstitutionele akkoorden, de besluiten en akkoorden die overeengekomen zijn door de vertegenwoordigers van de lidstaten, de verklaringen en de resoluties. Uit deze bepaling vloeit voort dat alle door de vroegere Intergouvernementele Conferenties afgelegde verklaringen (met name die welke hebben geleid tot de Europese Akte, tot de Verdragen van Maastricht, Amsterdam en Nice en tot de Toetredingsverdragen) worden gehandhaafd, hoewel de door die conferenties gesloten Verdragen worden ingetrokken zo gauw de Grondwet in werking treedt. De jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en van het Gerecht van eerste aanleg betreffende de uitlegging en de toepassing van de ingetrokken Verdragen en Akten blijft gelden als bron voor de uitlegging van het recht van de Unie en met name van de overeenkomstige bepalingen van de grondwet.

Artikel IV-439 over de overgangsbepalingen betreffende bepaalde instellingen, verwijst naar het gelijknamige protocol dat aan het grondwettelijk verdrag gehecht is en dat voorziet in de specifieke overgangsmaatregelen betreffende de samenstelling van het Parlement, de definitie van gekwalificeerde meerderheid in de Raad, de samenstelling van de Commissie en de minister van Buitenlandse Zaken.

Artikel IV-440 omschrijft het territoriale toepassingsgebied van de grondwet, met name wat bepaalde eilanden betreft. De landen en gebieden overzee worden in bijlage II bij het grondwettelijk verdrag vermeld. De grondwet laat het territoriale toepassingsgebied van de huidige Verdragen ongewijzigd.

[ Begin pagina ]

EURATOM-VERDRAG

Van alle vorige Verdragen blijft alleen het in 1957 gesloten Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, het zogenaamde "Euratom-Verdrag", van kracht. Deze Gemeenschap gaat niet op in de Unie en blijft dus een afzonderlijke rechtspersoon, maar heeft dezelfde instellingen. Het grondwettelijk verdrag stelt de noodzakelijke wijzigingen voor het Euratom-Verdrag vast in het Protocol tot wijziging van het Euratom-Verdrag, dat als bijlage aan de grondwet is gehecht. De wijzigingen die door het grondwettelijk verdrag in het Euratom-Verdrag worden aangebracht, zijn beperkt tot aanpassingen aan de nieuwe bepalingen die met de grondwet worden ingevoerd, met name op institutioneel en financieel gebied.

In een verklaring van vijf lidstaten - Duitsland, Hongarije, Ierland, Oostenrijk en Zweden - wordt opgemerkt dat de belangrijkste bepalingen van het Euratom-Verdrag sinds de inwerkingtreding niet zijn gewijzigd en dat een actualisering noodzakelijk is. Daarom steunen deze vijf landen het idee van een zo spoedig mogelijk bijeen te roepen Intergouvernementele Conferentie (IGC) met het oog op de herziening van dat Verdrag.

[ Begin pagina ]

HERZIENING VAN DE GRONDWET

Het grondwettelijk verdrag onderscheidt drie procedures voor de herziening van de grondwet: de gewone procedure, de vereenvoudigde procedure (de "overbruggingsclausules") en de vereenvoudigde procedure voor het interne beleid en optreden van de Unie.

Gewone herzieningsprocedure

Artikel IV-443 bevat de bepalingen betreffende de gewone herzieningsprocedure. Het voert enkele vernieuwingen in ten opzichte van de huidige situatie, die is vastgelegd in artikel 48 van het EU-Verdrag.
De eerste vernieuwing moet het Europees Parlement in staat stellen ontwerpen tot herziening van de grondwet in te dienen. Het Parlement wordt dus op gelijke voet gesteld met de Commissie en de regeringen van de lidstaten, die reeds over dit recht beschikten.
Ten tweede handhaaft het grondwettelijk verdrag het model van de Europese Conventie, zodat toekomstige wijzigingen van de grondwet ook door een dergelijke instantie kunnen worden voorbereid. Deze Conventie zou bestaan uit vertegenwoordigers van de nationale parlementen, de staatshoofden en regeringsleiders, het Europees Parlement en de Commissie. Zij zou tot taak hebben ontwerpen tot herziening te bestuderen en bij consensus een aanbeveling aan te nemen die gericht is tot de Intergouvernementele Conferentie (IGC). Deze ICG zou door de voorzitter van de Raad bijeengeroepen worden om in onderlinge overeenstemming de in het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet aan te brengen wijzigingen vast te stellen.
De Europese Raad kan echter bij gewone meerderheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement, besluiten geen Conventie bijeen te roepen indien het wijzigingen van geringe draagwijdte betreft. In dat geval stelt de Europese Raad het mandaat vast van de Conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, die vervolgens de noodzakelijke wijzigingen bepaalt.

Welke procedure ook wordt gevolgd, de in het grondwettelijk verdrag aangebrachte wijzigingen treden pas in werking nadat ze door alle lidstaten volgens hun grondwettelijke regels zijn geratificeerd.

Afgezien van de versterkte rol van het Parlement en de opneming van het model van de Conventie in de herzieningsprocedure wordt de huidige herzieningsprocedure dus niet wezenlijk gewijzigd door artikel IV-443.

[ Begin pagina ]

Vereenvoudigde herzieningsprocedure ("overbruggingsclausules")

De Conventie had algemene overbruggingsclausules voorgesteld om het toepassingsgebied van de stemming met gekwalificeerde meerderheid en van de gewone wetgevingsprocedure uit te breiden tot de gevallen waarin eenparigheid van stemmen of een bijzondere wetgevingsprocedure zouden moeten worden toegepast. Dit voorstel is in artikel IV-444 van het grondwettelijk verdrag opgenomen. Dankzij twee overbruggingsclausules van algemene draagwijdte kan de Europese Raad met eenparigheid van stemmen besluiten of met gekwalificeerde meerderheid wordt gestemd dan wel of de gewone wetgevingsprocedure wordt aangewend op een gebied waarvoor de grondwet nog eenparigheid van stemmen of een bijzondere wetgevingsprocedure voorschrijft.

Het grondwettelijk verdrag bepaalt dat de nationale parlementen ook zeggenschap hebben in dit proces: elk initiatief van de Europese Raad om gebruik te maken van deze overbruggingsclausule moet aan de nationale parlementen worden toegezonden. Indien binnen een termijn van zes maanden door een nationaal parlement bezwaar wordt aangetekend tegen het gebruik van de overbruggingsclausule, is het besluit niet vastgesteld.

Deze overbruggingsclausules betreffen alleen deel III van de grondwet en zijn niet van toepassing op besluiten die gevolgen hebben op militair of defensiegebied. De Europese Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement, dat zich bij meerderheid van zijn leden uitspreekt.

De overbruggingsclausules zijn een van de belangrijkste vernieuwingen van het grondwettelijk verdrag.

[ Begin pagina ]

Specifieke overbruggingsclausules

Het grondwettelijk verdrag bevat nog andere specifieke overbruggingsclausules die op bepaalde beleidsvormen van de Unie van toepassing zijn. De Raad kan met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Parlement, besluiten de bijzondere procedure te vervangen door de gewone wetgevingsprocedure (hetgeen ook inhoudt dat wordt overgestapt op stemming met gekwalificeerde meerderheid) op de volgende drie gebieden:

Ten tweede kan de Raad, met eenparigheid van stemmen, het toepassingsgebied van de gekwalificeerde meerderheid uitbreiden tot het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (artikelen I-40 en III-300).

In geen van beide gevallen bepaalt de grondwet dat de nationale parlementen hierbij worden betrokken.

Ten slotte kunnen volgens het grondwettelijk verdrag bepaalde protocollen naargelang van het geval hetzij bij Europese wet, hetzij bij wet van de Raad kunnen worden gewijzigd. Het betreft met name:

Voor het eerst biedt het grondwettelijk verdrag dus diverse mogelijkheden om sommige specifieke en duidelijk omschreven bepalingen te wijzigen, zonder dat gebruik wordt gemaakt van de zwaardere gewone herzieningsprocedure van het grondwettelijk verdrag.

[ Begin pagina ]

Vereenvoudigde herzieningsprocedure voor het interne beleid en optreden

Artikel IV-445 van het grondwettelijk verdrag voorziet in een vereenvoudigde herzieningsprocedure die van toepassing is op de bepalingen in deel III, titel III (Intern beleid en optreden van de Unie), van het grondwettelijk verdrag. Bij het opstellen van haar ontwerp voor een grondwet had de Conventie niet voorgesteld de inhoud van het interne beleid van de Unie te wdijzigen, maar zich ertoe beperkt het aan te passen aan de veranderingen die op de andere gebieden werden voorgesteld. De IGC heeft het nuttig geacht een clausule voor een vereenvoudigde herziening voor dat deel van het grondwettelijk verdrag in te voeren, zodat het later gemakkelijker kan worden gewijzigd. Deze procedure mag echter in geen geval de door het grondwettelijk verdrag aan de Unie toegekende bevoegdheden vergroten.

Net zoals bij de gewone procedure kan de regering van elke lidstaat, het Europees Parlement of de Commissie ontwerpen tot herziening van deel III, titel III, voorleggen aan de Europese Raad. De Europese Raad kan vervolgens een Europees besluit vaststellen houdende gehele of gedeeltelijke wijziging van de bepalingen van die titel. De Europese Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement en van de Commissie alsmede van de Europese Centrale Bank in geval van institutionele wijzigingen op monetair gebied. Daarna moet dat besluit ter ratificatie aan alle lidstaten worden voorgelegd. Om die delen te wijzigen hoeft dus niet eerst een een conventie of van een formele IGC worden bijeengeroepen, maar het besluit blijft een met eenparigheid van stemmen genomen besluit van de Europese Raad, dat door alle lidstaten moet worden geratificeerd.

[ Begin pagina ]

GOEDKEURING, BEKRACHTIGING EN INWERKINGTREDING

Het grondwettelijk verdrag, dat voor onbepaalde tijd wordt gesloten, moet door de lidstaten volgens hun eigen grondwettelijke regels worden geratificeerd, namelijk door middel van goedkeuring door het parlement of een referendum.

Zoals voor de eerdere verdragen is ratificatie door alle lidstaten vereist om de nieuwe tekst in werking te laten treden.

Volgens de tekst van de grondwet zou het ratificatieproces twee jaar in beslag nemen en zou de grondwet uiterlijk 1 november 2006 in werking treden.

Gezien de problemen die zich in sommige lidstaten bij de ratificatie hebben voorgedaan, hebben de staatshoofden en regeringsleiders op de Europese Raad van 16 en 17 juni 2005 besloten tot een 'bezinningsperiode' over de toekomst van Europa om een uitgebreid debat met de Europese burgers te voeren. Tijdens de Europese Raad van 21 en 22 juni 2007 hebben de Europese leiders een compromis bereikt. Er wordt een IGC bijeengeroepen, die belast wordt met de afwerking en de goedkeuring, niet meer van een Grondwet, maar van een hervormingsverdrag voor de Europese Unie. De definitieve tekst van het verdrag dat door de IGC is opgesteld, werd goedgekeurd op de informele Europese Raad van Lissabon op 18-19 oktober. Het Verdrag van Lissabon is op 13 december door de lidstaten ondertekend.

[ Begin pagina ]

OVERZICHTSTABEL

Artikel Onderwerp Opmerkingen
I-40 Bijzondere bepalingen inzake het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid Bijzondere overbruggingsclausule
III-210 Sociaal beleid Bijzondere overbruggingsclausule
III-234 Milieu Bijzondere overbruggingsclausule
III-269 JustitiŽle samenwerking in burgerlijke zaken - familierecht Bijzondere overbruggingsclausule
III-300 Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid Bijzondere overbruggingsclausule
IV-437 Intrekking van de vroegere Verdragen Nieuwe bepalingen
IV-438 Rechtsopvolging en rechtscontinuÔteit Nieuwe bepalingen
IV-439 Overgangsbepalingen betreffende bepaalde instellingen Nieuwe bepalingen
IV-440 Territoriaal toepassingsgebied -
IV-441 Regionale unies -
IV-442 Protocollen en bijlagen -
IV-443 Gewone herzieningsprocedure Belangrijke wijzigingen
IV-444 Vereenvoudigde herzieningsprocedure Algemene overbruggingsclausule
IV-445 Vereenvoudigde herzieningsprocedure voor het intern beleid en optreden van de Unie Nieuwe bepalingen
IV-446 Duur -
IV-447 Bekrachtiging en inwerkingtreding -
Protocol houdende wijziging van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie Technische aanpassingen -
Verklaring betreffende de bekrachtiging van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa Verklaring bij niet-bekrachtiging -

[ Begin pagina ] [ Vorig informatieblad ] [ Volgend inlichtingenblad ] [ Samenvatting ]


Deze informatiebladen zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de grondwet betreft.


Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw ? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site | Bovenkant pagina