Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw ? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site
Een Grondwet voor Europa Sla taalkeuze over en ga direct naar lijst met samenvattingen (toegangstoets=1)
EUROPA > Samenvattingen van de wetgeving > Het beleid van de Unie

DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >

Het beleid van de Unie


Het extern optreden


Inleiding
Het gemeenschappelijk handelsbeleid
Het beleid op het gebied van ontwikkelingssamenwerking
De samenwerking met derde landen
De humanitaire hulp
Beperkende maatregelen
Internationale akkoorden
De Unie en haar naaste omgeving
Overzichtstabel

INLEIDING

In de Europese Grondwet zijn de bepalingen inzake het extern optreden van de Europese Unie (EU) ingrijpend herschreven. Zo zijn de huidige regelingen op dit gebied grondig gewijzigd en aangevuld met nieuwe bepalingen, zodat het optreden van de Unie in de wereld doeltreffender en zichtbaarder wordt.

Aan de Unie wordt internationale rechtspersoonlijkheid toegekend (artikel I-7) en de Unie treedt in de plaats van de Europese Gemeenschap en de Europese Unie zoals die nu bestaan, voor al hun rechten en verplichtingen.

Het verdwijnen van de pijlerstructuur op het gebied van het buitenlands beleid is een van de grote winstpunten van de Grondwet. De bepalingen over het extern optreden van de Unie zijn nu in ťťn titel ondergebracht, waarin alle aspecten van het extern optreden van de Unie worden geregeld:

Op institutioneel gebied worden in de Grondwet twee belangrijke vernieuwingen ingevoerd. In de eerste plaats wordt de functie van minister van Buitenlandse Zaken van de Unie van de Unie geÔntroduceerd. Deze persoon zal tegelijkertijd mandataris van de Europese Raad voor de uitvoering van het GBVB en een van de vice-voorzitters van de Europese Commissie zijn. Binnen de Commissie wordt hij belast met de externe betrekkingen en de coŲrdinatie van de overige aspecten van het extern optreden van de Unie. Daarnaast voorziet de Grondwet in de functie van voorzitter van de Europese Raad . Deze zal onder andere op zijn niveau moeten zorgen voor de externe vertegenwoordiging van de Unie in aangelegenheden die onder het GBVB vallen, onverminderd de bevoegdheden van de minister van Buitenlandse Zaken.

In artikel III-292 van de Grondwet worden de doelstellingen van het extern optreden van de Unie gedetailleerd uiteengezet. Bij de verwezenlijking van de doelstellingen daarvan moeten de Raad van Ministers en de Commissie, hierin bijgestaan door de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie, zorgen voor de samenhang tussen de diverse onderdelen van het extern optreden enerzijds en tussen het extern optreden en het intern beleid anderzijds.

Dit informatieblad behandelt de belangrijkste wijzigingen die de Grondwet introduceert op het gebied van het extern optreden van de Unie. De wijzigingen ten aanzien van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en het defensiebeleid worden in twee andere informatiebladen behandeld.

[ Begin pagina ]

HET GEMEENSCHAPPELIJK HANDELSBELEID

Artikel I-13 van de Grondwet bepaalt duidelijk dat het gemeenschappelijk handelsbeleid tot de exclusieve bevoegdheden van de Unie behoort. De werkingssfeer van dit beleid wordt uitgebreid met de directe buitenlandse investeringen (artikel III-315). Vervoersovereenkomsten vallen echter nog altijd buiten het gemeenschappelijk handelsbeleid. Volgens de Grondwet wordt het gemeenschappelijk handelsbeleid vastgesteld in Europese wetten.

Wat het besluitvormingsproces betreft, worden de bepalingen van het huidige artikel 133 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag) vereenvoudigd. Besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid van stemmen wordt echter niet voor alle onderdelen van het gemeenschappelijk handelsbeleid toegepast. De Grondwet handhaaft namelijk het in Nice geÔntroduceerde beginsel van parallellisme tussen interne en externe voorschriften. Volgens dit beginsel wordt voor de onderhandelingen over en de sluiting van akkoorden betreffende de handel in diensten, de handelsaspecten van intellectuele eigendom en de directe buitenlandse investeringen met eenparigheid van stemmen besloten voorzover deze akkoorden bepalingen bevatten die met eenparigheid van stemmen worden vastgesteld indien het interne voorschriften zou betreffen. De Grondwet voorziet ook in besluitvorming met eenparigheid van stemmen voor de onderhandelingen over en de sluiting van akkoorden betreffende de handel in culturele en audiovisuele diensten, indien deze akkoorden afbreuk dreigen te doen aan de verscheidenheid aan culturen en talen in de Unie. De Grondwet voorziet ook in besluitvorming met eenparigheid van stemmen voor handelsakkoorden op het gebied van sociale zaken, onderwijs en gezondheidszorg, indien deze de organisatie van deze diensten in een lidstaat ernstig dreigen te verstoren of wanneer de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de verlening van deze diensten in het geding is.
Alle handelsakkoorden moeten door het Parlement worden goedgekeurd. Het Parlement wordt op de hoogte gehouden van de stand van de onderhandelingen.

[ Begin pagina ]

HET BELEID OP HET GEBIED VAN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Volgens artikel I-13 van de Grondwet heeft de Unie een met de lidstaten gedeelde bevoegdheid op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking. De uitoefening van die bevoegdheid door de Unie verhindert de lidstaten niet hun eigen bevoegdheid uit te oefenen. De Unie zal bijgevolg een zelfstandig ontwikkelingsbeleid voeren, terwijl dit beleid momenteel slechts een aanvulling vormt op het beleid van de lidstaten (artikel 177, lid 1, van het EG-Verdrag). De Grondwet bepaalt dat het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van de Unie en dat van de lidstaten elkaar versterken en aanvullen.

In de Grondwet wordt duidelijker dan voorheen gesteld dat het hoofddoel van de Unie op het gebied van ontwikkelingssamenwerking is de armoede terug te dringen en uiteindelijk uit te bannen. De EU zal met dit doel rekening houden bij de uitvoering van beleid dat gevolgen kan hebben voor ontwikkelingslanden.

[ Begin pagina ]

DE SAMENWERKING MET DERDE LANDEN

In de Grondwet worden de bepalingen van artikel 181 A van het EG-Verdrag inzake economische, technische en financiŽle samenwerking met derde landen (die geen ontwikkelingsland zijn) overgenomen, en wordt voor de besluitvorming de wetgevingsprocedure ingevoerd. Wanneer dringende financiŽle hulp vereist is, kan de Raad bovendien op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten, in plaats van met eenparigheid van stemmen krachtens artikel 308 van het EG-Verdrag, zoals momenteel het geval is (artikel III-320).

[ Begin pagina ]

DE HUMANITAIRE HULP

In artikel III-321 geeft de Grondwet de Unie een rechtsgrondslag voor de uitvoering van acties op het gebied van humanitaire hulp. Deze hulp wordt verleend overeenkomstig de beginselen van het internationaal humanitair recht, met name de beginselen van onpartijdigheid en non-discriminatie.

Voor de bepaling van het kader voor de uitvoering van de humanitaire hulpverlening van de Unie is de wetgevingsprocedure van toepassing.

Als kader voor gemeenschappelijke bijdragen van Europese jongeren aan humanitaire acties van de Unie wordt in de Grondwet een Europees vrijwilligerskorps voor humanitaire hulp opgericht.

[ Begin pagina ]

BEPERKENDE MAATREGELEN

Wat de beperkende maatregelen betreft (verbreking of gehele of gedeeltelijke beperking van de economische en financiŽle betrekkingen met een of meer derde landen), voorziet de Grondwet in een aanpak in twee fasen. Voor de vaststelling van sancties jegens derde landen door de Raad van Ministers met gekwalificeerde meerderheid van stemmen is een voorafgaand besluit van de Unie vereist in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, in beginsel met eenparigheid van stemmen.

Artikel III-322 van de Grondwet regelt de economische en financiŽle sancties jegens staten, maar ook jegens natuurlijke personen, rechtspersonen en niet-statelijke formaties en entiteiten. Op sancties jegens deze niet-statelijke entiteiten is op dit moment artikel 308 van het EG-Verdrag van toepassing, hetgeen inhoudt dat deze nu nog met eenparigheid van stemmen moeten worden vastgesteld.

Ten slotte is van belang dat de bepalingen over de beperkende maatregelen geen deel uitmaken van het hoofdstuk over het GBVB en dus onderworpen zijn aan de bevoegdheid van het Hof van Justitie . Het Hof is tevens bevoegd om uitspraak te doen in beroepen betreffende het toezicht op de wettigheid van beperkende maatregelen jegens natuurlijke personen en rechtspersonen die door de Raad van Ministers zijn vastgesteld.

[ Begin pagina ]

INTERNATIONALE AKKOORDEN

Wat de bevoegdheid van de Unie tot het sluiten van internationale akkoorden betreft, institutionaliseert artikel III-323 van de Grondwet de jurisprudentie van het Hof van Justitie inzake de impliciete externe bevoegdheid. Zo kan de Unie internationale akkoorden sluiten wanneer de Grondwet daarin voorziet of wanneer het sluiten van een akkoord nodig is om een van de in de Grondwet bepaalde doelstellingen te verwezenlijken, en tevens wanneer daarin bij een bindende rechtshandeling van de Unie is voorzien of wanneer zulks van invloed is op een intern besluit van de Unie. Hetzelfde geldt voor de jurisprudentie van het Hof inzake de exclusieve bevoegdheden door uitoefening. Artikel 12, lid 2, van de Grondwet bepaalt dat de Unie exclusief bevoegd is een internationale overeenkomst te sluiten indien een wetgevingshandeling van de Unie in die sluiting voorziet of indien zulks noodzakelijk is om de Unie in staat te stellen haar interne bevoegdheid uit te oefenen of indien zulks van invloed is op gemeenschappelijke regels of hun toepassingsgebied. Ten aanzien van het onderhandelen over internationale akkoorden regelt ťťn bepaling, artikel III-325 van de Grondwet, de procedure voor alle door de Unie te sluiten akkoorden, met uitzondering van akkoorden op monetair gebied. De Grondwet bakent de verantwoordelijkheid van de Commissie en die van de minister van Buitenlandse Zaken duidelijk af wat het openen van de onderhandelingen betreft en bepaalt dat de minister van Buitenlandse Zaken verantwoordelijk is voor de onderhandelingen over akkoorden die uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking hebben op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Dit artikel wijst echter geen vaste onderhandelaar aan. Het bepaalt dat de Raad naar gelang van de inhoud van het te sluiten akkoord gemachtigd is de onderhandelaar of het hoofd van het onderhandelingsteam van de Unie aan te wijzen.

Voorts versterkt de Grondwet de positie van het Europees Parlement door zijn goedkeuringsbevoegdheid uit te breiden tot alle akkoorden op de gebieden waarvoor de gewone dan wel de bijzondere wetgevingsprocedure geldt en tot de toetreding van de Unie tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. In het kader van het EG-Verdrag geldt het recht op instemming van het Parlement namelijk slechts voor associatieovereenkomsten, akkoorden waarmee een specifiek institutioneel kader in het leven wordt geroepen of akkoorden die aanzienlijke gevolgen hebben voor de begroting, en akkoorden die een wijziging behelzen van een volgens de medebeslissingsprocedure aangenomen besluit (artikel 300, lid 3, van het EG-Verdrag).

Wat het besluitvormingsproces betreft blijft het stemmen in de Raad onderworpen aan de regel van parallellisme. De Raad besluit derhalve met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, behalve wanneer het akkoord een gebied betreft waarop besluiten van de Unie met eenparigheid van stemmen worden vastgesteld. Voorts is eenparigheid van stemmen vereist voor het sluiten van associatieovereenkomsten en overeenkomsten inzake economische, financiŽle en technische samenwerking met kandidaat-lidstaten (zoals nu al het geval is).

[ Begin pagina ]

DE UNIE EN HAAR NAASTE OMGEVING

In het eerste deel van de Grondwet is titel VIII - De Unie en haar naaste omgeving - opgenomen. Deze titel bevat ťťn artikel, dat bepaalt dat de Unie met de naburige staten bijzondere betrekkingen ontwikkelt, die erop gericht zijn een ruimte van welvaart en goed nabuurschap tot stand te brengen die stoelt op de waarden van de Unie en die gekenmerkt wordt door nauwe en vreedzame betrekkingen op basis van onderlinge samenwerking.

Daartoe kan de Unie met de betrokken staten specifieke overeenkomsten sluiten en uitvoeren. De overeenkomsten kunnen wederkerige rechten en verplichtingen omvatten en tevens voorzien in de mogelijkheid gemeenschappelijk op te treden. De Grondwet voert aldus een rechtsgrondslag in voor het sluiten van een nieuw type overeenkomsten: nabuurschapsovereenkomsten. Dit type overeenkomsten zou een aanvulling vormen op de overige door de Unie gesloten overeenkomsten, met name op de associatieovereenkomsten.

[ Begin pagina ]

OVERZICHTSTABEL

Artikelen Onderwerp Opmerkingen
I-3 Doelstellingen van de Unie in haar betrekkingen met de rest van de wereld -
I-7 Rechtspersoonlijkheid van de Unie Nieuwe bepalingen
I-12 Bevoegdheid op het gebied van het GBVB -
I-13 Exclusieve bevoegdheid op het gebied van het gemeenschappelijk handelsbeleid -
I-13 Exclusieve bevoegdheden door uitoefening -
I-14 Gedeelde bevoegdheid op het gebied van ontwikkelingssamenwerking -
I-16 Het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid -
I- 22 Taken van de voorzitter van de Europese Raad Nieuwe bepalingen
I-24 De Raad Buitenlandse Zaken -
I-26 Taken van de Europese Commissie -
I-28 Benoeming, taken en verantwoordelijkheden van de minister van Buitenlandse Zaken. Nieuwe bepalingen
I-40 Bijzondere bepalingen inzake de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid -
I-41 Bijzondere bepalingen inzake de uitvoering van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid -
I-43 Solidariteitsclausule Nieuwe bepalingen
I-57 De Unie en haar naaste omgeving Nieuwe bepalingen
III-292 Beginselen en doelstellingen van het extern optreden -
III-294 tot en met III- 313 Het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid Belangrijke wijzigingen
III-314 en III-315 Het gemeenschappelijk handelsbeleid Belangrijke wijzigingen
III-316 tot en met III-318 De ontwikkelingssamenwerking Belangrijke wijzigingen
III-319 en III-320 Economische, financiŽle en technische samenwerking met derde landen Belangrijke wijzigingen
III-321 Humanitaire hulp Nieuwe bepalingen
III-322 Beperkende maatregelen -
III-323 tot en met 326 Internationale akkoorden Belangrijke wijzigingen
III-327 en 328 De betrekkingen van de Unie met internationale organisaties, met derde landen en met de delegaties van de Unie -

[ Begin pagina ] [ Vorige tekst ] [ Volgende ] [ Inhoudsopgave ]


Deze informatiebladen zijn alleen ter informatie van het publiek bedoeld. Zij zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de Grondwet betreft.


Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw ? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site | Bovenkant pagina