Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw ? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site
Een Grondwet voor Europa Sla taalkeuze over en ga direct naar lijst met samenvattingen (toegangstoets=1)
EUROPA > Samenvattingen van de wetgeving > De instellingen van de Unie

DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >

De instellingen van de Unie


De Europese Raad


Inleiding
Discussies binnen de Conventie
Algemene bepalingen
Samenstelling van de Europese Raad
De voorzitter van de Europese Raad
Overige bepalingen
Overzichtstabel

INLEIDING

De Grondwet grijpt terug op de institutionele basisstructuur van de Europese Unie (EU). Artikel I-19 van de Grondwet geeft een opsomming van de instellingen. De Europese Raad, de vergadering van de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten, wordt door dit artikel een instelling naast het Parlement, de Raad van Ministers, de Commissie en het Hof van Justitie.

De Europese Raden, die vanaf het begin van de jaren 1960 onregelmatig werden gehouden en na 1974 met een grotere regelmaat, zijn van groot belang voor de Europese integratie geweest. De aard en de functies van de Europese Raad werden mettertijd duidelijker gedefinieerd. De Europese Raad werd voor het eerst vermeld in de Europese Akte, zonder dat daarbij de Raad als instelling werd aangemerkt. In het Verdrag betreffende de Europese Unie (EU-Verdrag) werd de taak van de Europese Raad als volgt gedefinieerd: de Raad geeft de nodige impulsen voor de ontwikkeling van de Unie en stelt algemene politieke beleidslijnen vast. Bovendien kende het EU-Verdrag een specifieke rol toe aan de Europese Raad op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en van de Economische en Monetaire Unie (EMU).

Aangezien er bij de burgers verwarring was ontstaan over de gang van zaken bij de instellingen, was er behoefte aan enige duidelijkheid. In het kader van de Raad van Ministers kwamen namelijk normaal gesproken de vertegenwoordigers van de lidstaten op ministerieel niveau bijeen, maar in het geval van vraagstukken van bijzonder belang kon de Raad van Ministers ook uit de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten bestaan.

In het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet wordt een einde aan deze verwarrende situatie gemaakt en een duidelijk onderscheid aangebracht tussen de Europese Raad en de Raad van Ministers. Aan beide instellingen zijn eigen taken en een eigen samenstelling gegeven.

Om het onderscheid nog duidelijker te maken, heeft de Europese Raad een vaste voorzitter gekregen die voor een periode van tweeŽnhalf jaar wordt gekozen. Deze nieuwe institutionele regeling beoogt het voorzitterschap van de Europese Raad zichtbaarder en stabieler te maken.

[ Begin pagina ]

DISCUSSIES BINNEN DE CONVENTIE EN DE IGC

De Conventie heeft er lang over gediscussieerd of het huidige toerbeurtsysteem bij het voorzitterschap van de Europese Raad (om de zes maanden een nieuwe voorzitter) moest worden vervangen door een vast voorzitterschap. Volgens het binnen de Conventie gevonden en op de Intergouvernementele Conferentie bevestigde compromis wordt een voorzitter met duidelijk omschreven bevoegdheden benoemd, die voor samenhang in de werkzaamheden zorgt en de zichtbaarheid van de Europese Raad vergroot zonder het institutioneel evenwicht binnen de Unie in gevaar te brengen.

De rol van de Europese Raad staat nu beschreven in drie artikelen van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet: artikel I-21 bevat de algemene bepalingen, in artikel I-22 wordt de rol van de voorzitter van de Europese Raad beschreven en in artikel III-341 zijn meer specifieke bepalingen over de werkwijze van de instellingen opgenomen.

[ Begin pagina ]

ALGEMENE BEPALINGEN

Door het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet wordt de Europese Raad een instelling van de Unie met een duidelijk gedefinieerde en afgebakende rol. Zijn functies worden gescheiden van die van de Raad van Ministers. In artikel I-21 wordt de rol van de Europese Raad voor de ontwikkeling van de Unie als volgt gedefinieerd:

"De Europese Raad geeft de nodige impulsen voor de ontwikkeling van de Unie en bepaalt de algemene politieke beleidslijnen en prioriteiten". Voor het externe optreden van de Unie stelt de Europese Raad volgens de grondwet de strategische belangen en doelstellingen van de Unie vast (artikel III-293). De andere instellingen (Commissie, Europees Parlement, Raad) zijn daarentegen verantwoordelijk voor de concrete uitvoering van het beleid. Een meer concrete rol komt de Europese Raad in het gemeenschappelijke buitenlands en veiligheidsbeleid toe.

Ten tweede is in de Grondwet bepaald dat de Europese Raad bepaalde besluiten van veeleer constitutionele aard neemt, zoals over de samenstelling van het Europees Parlement (artikel I-20), de voorwaarden voor het volgens een toerbeurtsysteem uit te oefenen voorzitterschap van de Raad (artikel I-24), het op basis van gelijkheid functionerend toerbeurtsysteem voor de benoeming van de leden van de Commissie (artikel I-26), de schorsing van bepaalde rechten van een lidstaat in het geval van ernstige en voortdurende schending van de waarden van de Unie (artikel I-59), en de goedkeuring van besluiten met gekwalificeerde meerderheid van stemmen in plaats van eenparigheid van stemmen (artikel I-444).

De Europese Raad speelt tot slot ook een zeer belangrijke rol bij benoemingen. De Europese Raad stelt bijvoorbeeld bij het Europees Parlement een kandidaat voor het ambt van voorzitter van de Commissie voor (artikel I-27) en benoemt met instemming van de voorzitter van de Commissie de minister van buitenlandse zaken van de Unie (artikel I-28).

In de Grondwet is vastgelegd dat de Europese Raad geen wetgevingstaak uitoefent.

Alle Europese wetten en kaderwetten moeten worden vastgesteld door de Raad van Ministers. In het merendeel van de gevallen moeten wetgevingshandelingen gezamenlijk met het Europees Parlement worden vastgesteld. In bepaalde in de Grondwet vastgelegde gevallen kan een wetgevingshandeling evenwel voor beraad aan de Europese Raad worden voorgelegd (de zogenaamde "noodremprocedure").

De Grondwet schrijft tot slot ook voor dat de Europese Raad zich bij consensus uitspreekt, tenzij in de Grondwet anders is bepaald.

[ Begin pagina ]

SAMENSTELLING VAN DE EUROPESE RAAD

De Europese Raad bestaat uit de staatshoofden of regeringsleiders van de lidstaten, de voorzitter van de Europese Raad en de voorzitter van de Commissie. De minister van Buitenlandse Zaken neemt aan de werkzaamheden deel. Indien de agenda daartoe aanleiding geeft, kunnen de leden van de Europese Raad besluiten zich te laten bijstaan door een minister die voor het betrokken gebied bevoegd is, terwijl de voorzitter van de Commissie zich kan laten bijstaan door een Commissaris. De voorzitter van het Europees Parlement kan worden uitgenodigd door de Europese Raad te worden gehoord (artikel III-341).

De Europese Raad komt elk kwartaal bijeen op uitnodiging van de voorzitter (artikel I-21). Indien de situatie zulks vereist, kan de voorzitter een buitengewone bijeenkomst bijeenroepen.
Het aantal vergaderingen is dus toegenomen (het EU-Verdrag schrijft voor dat de Raad ten minste tweemaal per jaar vergadert) en sluit aan op de huidige praktijk.

[ Begin pagina ]

DE VOORZITTER VAN DE EUROPESE RAAD

Zoals door de Conventie voorgesteld, is in het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet in een vaste voorzitter voor de Europese Raad voorzien, die de functies overneemt die momenteel bij de wisselende voorzitterschappen berusten. In artikel I-22 worden de functies van deze nieuwe figuur op het politieke toneel gedefinieerd, evenals de wijze waarop hij wordt gekozen.

De voorzitter zal door de Europese Raad voor een periode van tweeŽneenhalf jaar met gekwalificeerde meerderheid van stemmen worden gekozen. Zijn mandaat kan eenmaal worden verlengd. De Europese Raad kan volgens dezelfde procedure het mandaat beŽindigen indien de voorzitter is verhinderd of ernstig tekortschiet.

De voorzitter leidt en stimuleert de werkzaamheden van de Europese Raad en zorgt, in samenwerking met de voorzitter van de Commissie, voor de voorbereiding en de continuÔteit van de werkzaamheden, op basis van de voorbereidende werkzaamheden van de Raad Algemene Zaken. Hij streeft er bovendien naar de samenhang en de consensus binnen de Europese Raad te bevorderen. Na afloop van iedere bijeenkomst legt hij een verslag voor aan het Europees Parlement.

Op zijn niveau zorgt de voorzitter voor de externe vertegenwoordiging van de Unie op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, onverminderd de bevoegdheden van de minister van Buitenlandse Zaken.

Tot slot is in de Grondwet vastgelegd dat de voorzitter van de Europese Raad niet gelijktijdig een nationaal mandaat mag uitoefenen. Het is met andere woorden uitgesloten dat, zoals nu het geval is, een in functie zijnde regeringsleider van een lidstaat het voorzitterschap van de Europese Raad bekleedt. Deze regeling is nodig in verband met de werklast die het voorzitterschap van de Europese Raad met name in een Unie van vijfentwintig lidstaten met zich meebrengt. De voorzitter van de Europese Raad kan echter wel tegelijkertijd een mandaat binnen een andere Europese instelling vervullen. Hierdoor wordt mogelijk gemaakt dat de functies van de voorzitter van de Europese Raad in de toekomst samenvallen met die van de voorzitter van de Commissie, mochten de lidstaten dat wensen.

[ Begin pagina ]

OVERIGE BEPALINGEN

De overige bepalingen voor een goed functioneren van de Europese Raad zijn vastgelegd in artikel III-341. Ingeval het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voorziet in een stemming kan ieder lid van de Europese Raad slechts door ťťn ander lid worden gemachtigd om namens hem te stemmen. Onthouding van stemming vormt geen beletsel voor het aannemen van besluiten waarvoor eenparigheid van stemmen is vereist.

De Europese Raad stelt bij eenvoudige meerderheid van stemmen zijn eigen procedurevoorschriften vast. De Europese Raad wordt bijgestaan door het secretariaat-generaal van de Raad van Ministers en beschikt dus niet over een eigen administratie.

[ Begin pagina ]

OVERZICHTSTABEL

Artikelen Onderwerp Opmerkingen
I-19 De instellingen van de Unie Belangrijke wijzigingen
I-21 De Europese Raad Nieuwe bepalingen
I-22 De voorzitter van de Europese Raad Nieuwe bepalingen
I-27 De voorzitter van de Commissie -
I-28 De minister van Buitenlandse Zaken Nieuwe bepalingen
III-341 Institutionele bepalingen - De Europese Raad Nieuwe bepalingen

[ Begin pagina ] [ Vorige tekst ] [ Volgende ] [ Inhoudsopgave ]


De informatiebladen zijn alleen ter informatie van het publiek bedoeld. Zij zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de Grondwet betreft.


Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw ? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site | Bovenkant pagina