Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw ? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site
Een Grondwet voor Europa Sla taalkeuze over en ga direct naar lijst met samenvattingen (toegangstoets=1)
EUROPA > Samenvattingen van de wetgeving > Het beleid van de Unie

DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >

Het beleid van de Unie


Het defensiebeleid


Inleiding
Algemeen toepasselijke maatregelen
Samenwerking tussen bepaalde lidstaten
Financiering van het defensiebeleid
Overzichtstabel

INLEIDING

Het Europees veiligheids- en defensiebeleid (EVDB), voortaan "gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid" genoemd, blijft een integrerend deel van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de Europese Unie (EU). Dit beleid houdt in dat geleidelijk aan een gemeenschappelijk defensiebeleid van de Unie wordt bepaald om tot een gemeenschappelijke defensie te komen zodra de Europese Raad daartoe met eenparigheid van stemmen besluit (artikel I-41).

Vanwege de aanzienlijke verschillen in de militaire capaciteit van de lidstaten en in hun visie op veiligheid en defensie zijn er in de Grondwet bepalingen opgenomen die gebaseerd zijn op flexibele en voor alle lidstaten aanvaardbare regelingen, aangezien die met hun eigen beleidsoriŽntaties en met hun politieke verbintenissen verenigbaar zijn.

Bovendien blijft de regel gelden dat besluiten op het gebied van het defensiebeleid altijd met eenparigheid van stemmen worden vastgesteld.

De bepalingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie (EU-Verdrag) op defensiegebied zijn echter aanmerkelijk aangescherpt. Er zijn namelijk enerzijds algemeen toepasselijke bepalingen toegevoegd die voor alle lidstaten gelden en anderzijds bepalingen die een groep lidstaten de mogelijkheid bieden om sneller dan de andere lidstaten vooruitgang te boeken wat bepaalde veiligheids- en defensieaspecten betreft.

[ Begin pagina ]

ALGEMEEN TOEPASSELIJKE MAATREGELEN

De nieuwe algemeen toepasselijke bepalingen betreffen zowel een actualisering van de Petersbergtaken als de invoering van een solidariteitsclausule en een clausule betreffende wederzijdse defensie.

Enerzijds voorziet de Grondwet in de actualisering van de Petersbergtaken die in artikel 17, lid 2, van het EU-Verdrag zijn vermeld. Daaraan zijn andere missies toegevoegd, zoals de gemeenschappelijke operaties op het gebied van ontwapening, de missies voor advies en bijstand op militair gebied, de missies voor conflictpreventie en de stabiliseringsoperaties aan het einde van conflicten. De Grondwet benadrukt tevens dat al deze missies een bijdrage kunnen leveren in de strijd tegen het terrorisme (artikel III-309).

Anderzijds wordt in artikel I-43 van de Grondwet een solidariteitsclausule geÔntroduceerd op grond waarvan de andere lidstaten bijstand verlenen wanneer een lidstaat het slachtoffer is van een terreuraanslag, een natuurramp of een ramp veroorzaakt door menselijk optreden. In zo'n geval maakt de Unie gebruik van alle tot haar beschikking staande instrumenten, waaronder de door de lidstaten ter beschikking gestelde militaire middelen, om het betrokken land bijstand te verlenen. Daarnaast is er een nieuwe bepaling over de civiele bescherming opgenomen (artikel III-284).

Tenslotte wordt in artikel I-41, lid 7, van de Grondwet een clausule betreffende wederzijdse defensie geÔntroduceerd. Het gaat hierbij om een verplichting tot wederzijdse verdediging die voor alle lidstaten bindend is (in tegenstelling tot de suggestie van de Conventie om voor dit doel een nauwere samenwerking tot stand te brengen). Indien het grondgebied van een lidstaat gewapenderhand wordt aangevallen, verlenen de overige lidstaten deze lidstaat, uit hoofde van deze verplichting en met alle middelen waarover zij beschikken, hulp en bijstand. Deze verplichting, die geen afbreuk doet aan de neutraliteit van bepaalde lidstaten, verloopt in nauwe samenwerking met de NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie).

[ Begin pagina ]

SAMENWERKING TUSSEN BEPAALDE LIDSTATEN

Op grond van artikel III-310 van de Grondwet kan de Raad de uitvoering van een militaire missie toevertrouwen aan een groep lidstaten die over de nodige capaciteit beschikken en deze missie op zich willen nemen. Deze lidstaten regelen in samenspraak met de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie onderling het beheer van de missie.

Voorts voorziet de Grondwet met het oog op de verbetering en stroomlijning van de militaire capaciteit van de lidstaten in de oprichting van een Europees Agentschap op het gebied van de ontwikkeling van defensiecapaciteit, onderzoek, aankopen en bewapening. Dit Agentschap wordt Europees Defensieagentschap genoemd in plaats van het in de tekst van de Conventie voorgestelde Bureau voor bewapening. Dit Agentschap, dat onder het gezag van de Raad van Ministers zal staan, staat open voor alle lidstaten die daarvan deel willen uitmaken (artikel III-311). Het statuut, de zetel en de voorschriften voor de werking van dit Agentschap worden vastgesteld bij een met gekwalificeerde meerderheid door de Raad genomen Europees besluit.

De in het EU-Verdrag niet opgenomen mogelijkheid van een permanente versterkte samenwerking op het gebied van veiligheid en defensie, wordt wel in artikel III-312 van de Grondwet geÔntroduceerd. Dit artikel regelt namelijk de mogelijkheid een permanente gestructureerde samenwerking tussen de lidstaten in te stellen die, wat militaire capaciteit betreft, de criteria vervullen en de verplichtingen zijn aangegaan die in een aan de Grondwet gehecht protocol zijn opgenomen. Dit betekent ontegenzeggelijk een belangrijke stap vooruit ten opzichte van de huidige GBVB-bepalingen in het EU-Verdrag. De lidstaten die aan de permanente gestructureerde samenwerking willen deelnemen, moeten hun intentie kenbaar maken aan de Raad en de Minister van Buitenlandse Zaken. Binnen drie maanden wordt deze samenwerking door een Europees besluit vastgelegd en wordt met gekwalificeerde meerderheid een lijst van deelnemende lidstaten vastgesteld. Het is mogelijk op een later tijdstip aan deze samenwerking deel te nemen of er afstand van te nemen. Bovendien kan de deelname van een land opgeschort worden indien de Raad vaststelt dat het niet meer aan de criteria voldoet. Afgezien van de samenstelling van de groep, de vergroting en de verkleining ervan of de opschorting van een lid, worden alle andere Europese besluiten of de aanbevelingen van de Raad in het kader van deze samenwerking met eenparigheid van stemmen door de deelnemende lidstaten vastgesteld.

[ Begin pagina ]

FINANCIERING VAN HET DEFENSIEBELEID

De Grondwet handhaaft het verbod om de uitgaven die betrekking hebben op operaties die consequenties hebben op militair of defensiegebied ten laste van de algemene begroting van de Unie te doen komen. Deze uitgaven blijven ten laste van de lidstaten volgens de verdeelsleutel van het bruto nationaal product. De Grondwet bepaalt echter wel dat er een Europees besluit door de Raad kan worden genomen die een snelle toegang tot de begrotingskredieten garandeert voor de dringende financiering van initiatieven ter voorbereiding van de Petersbergtaken.

Bovendien wordt er een startfonds uit bijdragen van de lidstaten ingesteld voor de financiering van activiteiten ter voorbereiding van de Petersbergtaken die niet ten laste van de algemene begroting van de Unie komen. Bij een met gekwalificeerde meerderheid genomen besluit van de Raad van Ministers worden de modaliteiten betreffende de werking van dit fonds vastgesteld (artikel III-313).

[ Begin pagina ]

OVERZICHTSTABEL

Artikel Onderwerp Opmerkingen
I-16 Het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid -
I-28 Benoeming, rol en verantwoordelijkheid van de minister van Buitenlandse Zaken Nieuwe bepalingen
I-40 Bijzondere bepalingen inzake de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid -
I-41 Bijzondere bepalingen inzake de uitvoering van het Europees veiligheids- en defensiebeleid Belangrijke wijzigingen
I-43 Solidariteitsclausule Nieuwe bepalingen
I-44 Nauwere samenwerking (algemene bepalingen) -
III-309 Petersbergtaken -
III-310 Uitvoering van een missie door een groep lidstaten Nieuwe bepalingen
III-311 Agentschap op het gebied van de ontwikkeling van defensiecapaciteit, onderzoek, aankopen en bewapening Nieuwe bepalingen
III-312 Permanente gestructureerde samenwerking Nieuwe bepalingen
III-313 FinanciŽle bepalingen -
Protocol betref-fende de perma-nente gestructu-reerde samen-werking Permanente gestructureerde samenwerking Nieuwe bepalingen

[ Begin pagina ] [ Vorige tekst ] [ Volgende ] [ Inhoudsopgave ]


De informatiebladen zijn alleen ter informatie van het publiek bedoeld. Zij zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de Conventie betreft.


Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw ? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site | Bovenkant pagina