Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw ? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site
Een Grondwet voor Europa Sla taalkeuze over en ga direct naar lijst met samenvattingen (toegangstoets=1)
EUROPA > Samenvattingen van de wetgeving > De instellingen van de Unie

DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >

De instellingen van de Unie


De Raad van Ministers


Inleiding
Algemene bepalingen
De formaties van de Raad van Ministers
Het voorzitterschap van de diverse Raadsformaties
Overige wijzigingen
Overzichtstabel

INLEIDING

De hervorming van de Raad, het orgaan dat de lidstaten in de institutionele driehoek van de Unie vertegenwoordigt, heeft in de beraadslagingen van de Conventie en de Intergouvernementele Conferentie een centrale plaats ingenomen. Door het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet zijn belangrijke wijzigingen voor deze instelling van kracht geworden.

Ten eerste wordt in het Verdrag een duidelijk onderscheid gemaakt tussen:

Ten tweede wordt de werkwijze van de Raad door de Grondwet op een aantal punten gewijzigd.

Ten derde is in het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet vastgelegd dat de Europese Raad een besluit dient te nemen over een nieuw toerbeurtsysteem voor het op basis van gelijkheid tussen de lidstaten uit te oefenen voorzitterschap van de Raad. Uit hoofde van een verklaring van de IGC zal het huidige halfjaarlijkse toerbeurtsysteem ten minste in het begin integraal worden aangehouden.

Tot slot brengt de Grondwet ook wijzigingen aan in de gekwalificeerde meerderheid van stemmen (artikel I-25), waarmee bij de Raad wordt gewerkt. Dit belangrijke thema komt uitgebreider aan de orde in een aparte uiteenzetting over de dubbele meerderheid .

[ Begin pagina ]

ALGEMENE BEPALINGEN

In artikel I-23 van de Grondwet worden de voornaamste taken en de samenstelling van de Raad beschreven.

De Raad oefent samen met het Europees Parlement de wetgevingstaak en de begrotingstaak uit. Bovendien voert de Raad beleidsbepalende en coŲrdinerende taken uit. De Raad heeft krachtens de huidige Verdragen een uitvoerende taak, die niet aan de orde komt in dit artikel van de Grondwet, maar alleen verderop in artikel I-37 over de uitvoeringshandelingen. De uitvoeringsbevoegdheden voor juridisch bindende handelingen liggen in het algemeen bij de Commissie. In naar behoren gemotiveerde specifieke gevallen en op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) liggen ze uitsluitend bij de Raad.

Behalve in die gevallen waarin de Grondwet anders bepaalt, neemt de Raad zijn besluiten bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Momenteel is het nog zo dat de Raad, tenzij anders bepaald in de Verdragen, bij eenvoudige meerderheid besluit, hetgeen zeer merkwaardig is want de verdragen spreken in verreweg de meeste gevallen van unanimiteit of van gekwalificeerde meerderheid. In het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet is dus in het omgekeerde voorzien, zodat de gekwalificeerde meerderheid regel in plaats van uitzondering wordt. Dit heeft tot gevolg dat in geen van de betreffende artikelen nog van een gekwalificeerde meerderheid sprake is, wat de teksten van de artikelen veel eenvoudiger maakt.

De huidige bepalingen over de samenstelling van de Raad zijn in de Grondwet overgenomen. Bij iedere Raadsformatie bestaat de Raad uit ťťn vertegenwoordiger op ministerieel niveau per lidstaat. Dit lid van de Raad van Ministers is als enige bevoegd namens de lidstaat in kwestie verbintenissen aan te gaan en de enige die namens de lidstaat mag stemmen (behalve ingeval hij of zij een vertegenwoordiger van een andere lidstaat heeft gemachtigd om te stemmen, zoals bepaald in artikel III-343).

[ Begin pagina ]

DE FORMATIES VAN DE RAAD VAN MINISTERS

In de Grondwet worden de werkzaamheden van de Raad anders georganiseerd. In artikel I-24 van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet is bepaald dat de Raad in verschillende formaties bijeenkomt. Dit is in de praktijk reeds het geval, maar het was nog niet in de verdragen vastgelegd. In de Grondwet worden twee formaties expliciet genoemd, namelijk de Raad Algemene Zaken en de Raad Buitenlandse Zaken. Het werkterrein van de huidige Raadsformatie Algemene Zaken en Buitenlandse Zaken wordt hiermee in de Grondwet in twee delen opgesplitst.

De Grondwet bepaalt dat de Raad Algemene Zaken voor samenhang tussen de werkzaamheden van de diverse formaties van de Raad moet zorgen. Wanneer de Raad in deze formatie bijeenkomt, zorgt hij er samen met de Commissie voor dat de bijeenkomsten van de Europese Raad worden voorbereid en de uitkomsten ervan worden opgevolgd.
De Raad Buitenlandse Zaken werkt het externe optreden van de Unie uit volgens de door de Europese Raad vastgestelde strategische lijnen en zorgt voor samenhang in het optreden van de Unie. Deze formatie van de Raad wordt voorgezeten door de minister van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie.

In artikel I-24 van de Grondwet is tevens bepaald dat de Europese Raad in een Europees besluit vaststelt in welke andere samenstellingen de Raad kan samenkomen (Raadsformaties voor FinanciŽn en Economische Zaken bijvoorbeeld).

Volgens de Grondwet dient de Raad over ontwerpen van wetgevingshandelingen in openbare zittingen te beraadslagen en te stemmen (artikel I-24 en artikel I-50). Het voorstel van de Conventie om een Raad Wetgeving in het leven te roepen is door de Intergouvernementele Conferentie (IGC ) verworpen. In het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet is niettemin bepaald dat iedere raadszitting in twee delen gesplitst wordt, die respectievelijk gewijd worden aan beraadslagingen over de wetgevingshandelingen van de Unie en aan niet-wetgevingswerkzaamheden. De wetgevende en uitvoerende taken van de Raad worden zo duidelijker van elkaar gescheiden, wat de transparantie van het werk van de Raad ten goede komt.

[ Begin pagina ]

HET VOORZITTERSCHAP VAN DE DIVERSE RAADSFORMATIES

Artikel I-24 van de Grondwet bepaalt dat alle formaties van de Raad door een van de vertegenwoordigers van de lidstaten worden voorgezeten. Welke vertegenwoordiger als voorzitter van de formaties van de Raad fungeert, wordt bepaald aan de hand van een toerbeurtsysteem. De enige uitzondering hier is de Raad Buitenlandse Zaken, die wordt voorgezeten door de Minister van Buitenlandse Zaken.

In de Grondwet is het toerbeurtsysteem niet in detail uitgewerkt. Wel is bepaald dat de regels voor het systeem worden vastgelegd in een met gekwalificeerde meerderheid van stemmen te nemen besluit van de Europese Raad. Het voordeel van deze regeling is dat hierdoor een grotere flexibiliteit wordt bereikt. Het systeem kan in voorkomend geval namelijk zonder herziening van de Grondwet worden gewijzigd.

Op de Intergouvernementele Conferentie is overeenstemming bereikt over de details van een dergelijk besluit. Ze zijn opgenomen in een verklaring die in een bijlage aan de slotakte van de Intergouvernementele Conferentie zal worden gehecht. Bepaald is het volgende:

De Europese Raad dient onmiddellijk na ondertekening van de Grondwet met de voorbereidingen voor een dergelijk besluit te beginnen en het besluit binnen zes maanden aan te nemen.

[ Begin pagina ]

OVERIGE WIJZIGINGEN

De overige bepalingen ten aanzien van de Raad en de werkwijze in de Raad (onder andere de wijze van stemmen, de interne organisatie en het secretariaat-generaal van de Raad) zijn vastgelegd in artikel III-342 tot en met III-346 van de Grondwet. De inhoud van deze artikelen is voornamelijk gelijk aan die van de artikelen 202 tot en met 210 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag). De artikelen zijn evenwel aangepast aan de wijzigingen die door het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet worden geÔntroduceerd.

Van belang is dat de stemmenweging in de Raad, die momenteel in artikel 205 van het EG-Verdrag is vastgelegd, vervalt. De Grondwet voorziet in een nieuw systeem om handelingen bij gekwalificeerde meerderheid goed te keuren , namelijk het systeem van de "dubbele meerderheid" (d.w.z. meerderheid van landen ťn inwoners). Dit systeem zal op 1 november 2009 in werking treden.
Voor de overgangsperiode vanaf de inwerkingtreding van de Grondwet tot 1 november 2009 wordt in de Grondwet verwezen naar het Protocol betreffende de overgangsbepalingen inzake de instellingen en organen van de Unie. Hierin is het bij het Verdrag van Nice ingestelde systeem van stemmenweging in de Raad overgenomen.

[ Begin pagina ]

OVERZICHTSTABEL

Artikel Onderwerp Opmerkingen
I-23 De Raad van Ministers Belangrijke wijzigingen
I-24 De formaties van de Raad van Ministers Belangrijke wijzigingen
I-25 Definitie van gekwalificeerde meerderheid van stemmen Belangrijke wijzigingen
I-50 Transparantie van de werkzaamheden Nieuwe bepalingen
I-49 Transparantie van de werkzaamheden van de instellingen Nieuwe bepalingen
III-342 t/m III-346 Institutionele bepalingen - De Raad van Ministers -
Protocol betreffende de overgangs-bepalingen inzake de instellingen en organen van de Unie Stemmenweging in de Europese Raad en de Raad van ministers tot 2009 Overgangsbepalingen
Verklaring inzake het besluit van de Europese Raad betreffende de uitoefening van het voorzitterschap Toerbeurtsysteem voor het voorzitterschap in de Raad Nieuwe bepalingen

[ Begin pagina ] [ Vorige tekst ] [ Volgende ] [ Inhoudsopgave ]


De informatiebladen zijn alleen ter informatie van het publiek bedoeld. Zij zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de Grondwet betreft.


Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw ? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site | Bovenkant pagina