Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw ? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site
Een Grondwet voor Europa Sla taalkeuze over en ga direct naar lijst met samenvattingen (toegangstoets=1)
EUROPA > Samenvattingen van de wetgeving > De grondbeginselen van de Unie

DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >

De grondbeginselen van de Unie


Indeling en uitoefening van de bevoegdheden


Inleiding
Algemene beginselen
De verschillende bevoegdheidscategorieŽn
De uitoefening van de bevoegdheden: toezicht en flexibiliteit
Overzichtstabel

INLEIDING

De Grondwet verduidelijkt de bevoegdheidsverdeling tussen de Europese Unie (EU) en de lidstaten en beschrijft in een specifieke titel de beginselen die aan die bevoegdheidsverdeling ten grondslag liggen, en de verschillende bevoegdheidscategorieŽn.

In de huidige afbakening van de bevoegdheden ontbreekt het aan duidelijkheid en nauwkeurigheid, wat drie grote nadelen heeft die de Grondwet wil wegnemen:

In de algemene indeling van de bevoegdheden, vastgelegd in artikel I-12 van de Grondwet, worden drie categorieŽn bevoegdheden onderscheiden: exclusieve bevoegdheden, gedeelde bevoegdheden en ondersteunende bevoegdheden. Daarnaast wijst de Grondwet erop dat de Unie bevoegd is het economisch beleid en het werkgelegenheidsbeleid te coŲrdineren en een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB ) te bepalen en te voeren.
Voorts bevat de Grondwet een flexibiliteitsclausule, op grond waarvan de Unie indien nodig buiten de haar verleende bevoegdheden mag optreden. Tevens wordt strenger getoetst of de afbakening van de bevoegdheden geŽerbiedigd wordt.
Uiteindelijk is er in wezen weinig veranderd, aangezien de bevoegdheden nagenoeg niet zijn gewijzigd (geen bevoegdheidsoverdracht).

[ Begin pagina ]

ALGEMENE BEGINSELEN
Artikel I-11 van de Grondwet herneemt het beginsel van bevoegdheidstoedeling, dat inhoudt dat de Unie alleen kan handelen binnen de grenzen van de bevoegdheden die haar zijn toegedeeld om de in de Grondwet bepaalde doelstellingen te verwezenlijken. Hetzelfde artikel van de Grondwet bepaalt duidelijk: ĄBevoegdheden die in de Grondwet niet aan de Unie zijn toegedeeld, behoren toe aan de lidstaten".

Een belangrijke vernieuwing van de Grondwet is vooral dat de verschillende categorieŽn reeds bestaande bevoegdheden nu in de basistekst van de Unie zijn opgenomen, iets wat tot nu toe in geen van de vroegere verdragen het geval is geweest. Wel had het Hof van Justitie in zijn rechtspraak gaandeweg reeds de contouren uitgezet van een stelsel waarin drie categorieŽn bevoegdheden werden onderscheiden (exclusieve, gedeelde en aanvullende bevoegdheden).

Voorts is de voorkeur gegeven aan een feitelijke bevoegdheidstoedeling die erin bestaat vast te leggen op welke specifieke gebieden de Unie moet optreden. In de Grondwet is derhalve een lijst van bevoegdheden opgenomen, wat verhelderend kan werken. In de huidige verdragen zijn de wetgevende bevoegdheden van de Unie namelijk gedefinieerd uit het oogpunt van de te verwezenlijken doelstellingen of per gebied, wat de duidelijkheid niet ten goede komt. Deze verbetering wordt echter genuanceerd door het feit dat in het laatste lid van artikel I-12 is bepaald dat Ąde omvang en de voorwaarden voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Unie worden geregeld door de bepalingen van deel III over ieder van die gebieden". Door deze bepaling kan weliswaar een zekere flexibiliteit gehandhaafd blijven, maar tegelijkertijd wordt het nut van de categorieŽn verminderd, aangezien het altijd nodig zal blijven de bepalingen van deel III te analyseren om te weten Ąwie wat doet". Bij de algemene beginselen in verband met de bevoegdheden moet ook artikel I-6 over het recht van de Unie worden vermeld. In dit artikel is voor het eerst in de verdragsgeschiedenis van de EU vastgelegd dat het recht dat de instellingen van de Unie bij de uitoefening van de haar toegedeelde bevoegdheden vaststellen, voorrang heeft boven het recht van de lidstaten. Dat is een belangrijke vernieuwing, aangezien dit beginsel, dat het Hof van Justitie in 1964 heeft geformuleerd in zijn beroemde arrest Costa tegen ENEL, nog niet in het primaire recht van de Unie was omgezet.

[ Begin pagina ]

DE VERSCHILLENDE CATEGORIEňN VAN BEVOEGDHEDEN

In de artikelen I-12 tot en met I-17 worden de bevoegdheden in detail onderverdeeld.

Afgezien van de nieuwe indeling in categorieŽn is het, dankzij het mechanisme van nauwere samenwerking, altijd mogelijk dat bepaalde bevoegdheden maar door een beperkt aantal lidstaten worden uitgeoefend. Zo staat in artikel I-44 dat lidstaten als zij dat wensen in het kader van de niet-exclusieve bevoegdheden van de Unie onderling nauwer kunnen gaan samenwerken. De bepalingen over nauwere samenwerking in de Grondwet lijken sterk op de huidige bepalingen in het EU-Verdrag. De meest vermeldenswaardige wijzigingen betreffen de volgende drie punten: het wegvallen van de beperkingen op het gebied van het GBVB en de ad-hocregels voor de politiŽle en justitiŽle samenwerking in strafzaken, de mogelijkheid om binnen een nauwere samenwerking van eenparigheid van stemmen over te stappen op een gekwalificeerde meerderheid of van een bijzondere wetgevende procedure op een gewone wetgevende procedure, en een aanpassing van het minimumaantal deelnemende lidstaten dat, in plaats van acht nu, is vastgesteld op eenderde van de lidstaten.

[ Begin pagina ]

DE UITOEFENING VAN DE BEVOEGDHEDEN: TOEZICHT EN FLEXIBILITEIT

In artikel I-11 is niet alleen bepaald dat de Unie haar bevoegdheden volgens het beginsel van bevoegdheidstoedeling uitoefent, maar tevens volgens het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel.

Om te waarborgen dat de afbakening van de bevoegdheden en met name het subsidiariteitsbeginsel geŽerbiedigd worden, versterkt de Grondwet het toezicht door de nationale parlementen hierbij te betrekken. Het protocol betreffende de toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel voert een systeem van vroegtijdige waarschuwing in waarbij deze parlementen nauw worden betrokken.

Om het stelsel van de bevoegdheidsverdeling flexibel te houden, is voorzien in een clausule die de Unie de mogelijkheid biedt op te treden, indien een optreden van de Unie nodig blijkt om een van de doelstellingen van de Grondwet te verwezenlijken zonder dat de Grondwet in de daartoe vereiste bevoegdheden voorziet. Deze mogelijkheid in artikel I-18 herneemt in wezen artikel 308 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en blijft onderworpen aan de eenparigheid van stemmen. Het toepassingsgebied is niet langer beperkt tot de werking van de interne markt, maar verruimd naar de beleidsterreinen bedoeld in deel III van de Grondwet. De procedure is gewijzigd in die zin dat het Parlement niet langer alleen maar wordt geraadpleegd, maar dat elke maatregel aan de goedkeuring van het Parlement is onderworpen.

Artikel I-18 brengt tevens in herinnering dat de Commissie de aandacht van de nationale parlementen van de lidstaten moet vestigen op voorstellen die op deze flexibiliteitsclausule zijn gebaseerd, zodat zij kunnen toezien op de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel.

[ Begin pagina ]

OVERZICHTSTABEL

Artikelen Onderwerp Opmerkingen
Artikelen I-11 tot en met I-18 Bevoegdheden van de Unie -
Artikel I-6 Voorrang van het Gemeenschapsrecht Nieuwe bepaling
Artikel I-11 Beginselen van bevoegdheidstoedeling, subsidiariteit en evenredigheid -
Artikel I-12 BevoegdheidscategorieŽn Nieuwe bepaling
Artikel I-13 Exclusieve bevoegdheden
Artikel I-14 Gedeelde bevoegdheden
Artikel I-17 Ondersteunende, coŲrdinerende en aanvullende bevoegdheden
Artikel I-18 Flexibiliteitsclausule -
Artikel I-44 Nauwere samenwerking

[ Begin pagina ] [ Vorige tekst ] [ Volgende ] [ Inhoudsopgave ]


Deze informatiebladen zijn alleen ter informatie van het publiek bedoeld. Zij zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de Grondwet betreft.


Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw ? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site | Bovenkant pagina