Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw ? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site
Een Grondwet voor Europa Sla taalkeuze over en ga direct naar lijst met samenvattingen (toegangstoets=1)
EUROPA > Samenvattingen van de wetgeving > De besluitvormingsprocedures

DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >

De besluitvormingsprocedures


De financiŽn van de Unie en de begrotingsprocedure


Inleiding
De financiŽle en begrotingsprincipes
De eigen middelen van de Unie
Het meerjarig financieel kader
De begrotingsprocedure
De uitvoering van de begroting en de kwijting
Overzichtstabel

INLEIDING

De Grondwet betekent een vereenvoudiging van de begrotingsprocedure, hetgeen een opmerkelijke vooruitgang is. Deze procedure is voortaan onderworpen aan een soort van medebeslissingsprocedure (de normale wetgevingsprocedure), dat wil zeggen ťťn lezing plus bemiddeling. Voorts wordt het verschil tussen verplichte en niet-verplichte uitgaven geschrapt en wordt niet langer een jaarlijks maximumpercentage vastgesteld waarmee de niet-verplichte uitgaven mogen stijgen. Het meerjarig financieel kader maakt nu deel uit van de grondwet en de voorschriften inzake de eigen middelen blijven grotendeels ongewijzigd.

De financiŽn en de begrotingsprocedure van de Unie worden door de Grondwet in twee delen bestreken:

Afgezien van de grondwettelijke bepalingen op dit gebied blijven drie teksten van belang wat betreft de financiŽn van de Unie en de begrotingsprocedure. Dit zijn het Financieel Reglement 2002 , het Interinstitutioneel Akkoord (castellanodeutschenglishfrançais) over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure van 1999 en het besluit inzake het stelsel van de eigen middelen (castellanodeutschenglishfrançais) van 2000.

In de Grondwet zijn ook enkele bepalingen overgenomen uit deze teksten zoals de "financiŽle vooruitzichten" die voortaan als "meerjarig financieel kader" door het leven gaan en eerder deel uitmaakten van het Interinstitutioneel akkoord van 1999.

[ Begin pagina ]

FINANCIňLE EN BEGROTINGSBEGINSELEN

De financiŽle en begrotingsbeginselen hebben tot doel ervoor te zorgen dat de begroting goed wordt voorbereid en uitgevoerd. De Grondwet houdt vast aan deze beginselen en stipuleert dat elk begrotingsjaar een raming moet worden gemaakt van alle uitgaven en ontvangsten van de Unie (jaarperiodiciteit), dat deze uitgaven en ontvangsten moeten worden opgenomen in de begroting (eenheid) en dat de begroting in balans moet zijn (evenwicht). Om uitgaven te kunnen uitvoeren moet eerst een juridisch bindende handeling zijn vastgesteld. Met het oog op de begrotingsdiscipline moeten de uitgaven gefinancierd kunnen worden binnen de grenzen van de eigen middelen en met inachtneming van het meerjarig financieel kader. De nadruk wordt gelegd op het beginsel van goed financieel beheer en de noodzaak van fraudebestrijding op dit gebied.

[ Begin pagina ]

DE EIGEN MIDDELEN VAN DE UNIE

De Grondwet wijst erop dat de begroting van de Unie integraal gefinancierd wordt uit de eigen middelen , onverminderd de andere ontvangsten (artikel I-54). Dit stelsel van eigen middelen wordt geregeld bij een Europese wet van de Raad die met eenparigheid van stemmen besluit, na raadpleging van het Europees Parlement. Deze wet moet worden bekrachtigd door alle lidstaten zoals ook nu al het geval is. De gekwalificeerde meerderheid is alleen van toepassing bij de goedkeuring van wetten die de maatregelen voor de uitvoering ervan vaststellen indien dit in de eerder vastgestelde wet expliciet is bepaald. Deze mogelijkheid vormt het enige verschil wat de eigen middelen betreft ten opzichte van de huidige begrotingsbepalingen (artikel 269 van het EG-Verdrag).

[ Begin pagina ]

MEERJARIG FINANCIEEL KADER

Het stelsel van de financiŽle vooruitzichten is voor de eerste maal opgenomen in een tekst van het primaire recht. Dit stelsel, dat in 1998 werd vastgesteld bij het pakket-Delors en werd overgenomen in het Institutioneel akkoord van 1993 en vervolgens in het Interinstitutioneel akkoord van 1999, maakt nu eindelijk deel uit van de Grondwet. De definitie en uitvoeringsmaatregelen van dit meerjarig kader zijn opgenomen in artikel I-55. Bepaald wordt dat de Raad met eenparigheid van stemmen besluit, na goedkeuring door het Europees Parlement. Wel is er sprake van een overbruggingsclausule die de Europese Raad, met eenparigheid van stemmen besluitend, de mogelijkheid biedt zonder enige overgangsperiode over te stappen naar besluitvorming op grond van een meerderheid.

Dit meerjarig financieel kader, zoals het in de Grondwet wordt genoemd, beoogt een ordelijke ontwikkeling van de uitgaven van de Unie te waarborgen binnen de grenzen van haar eigen middelen. Dit houdt in dat voor elke activiteitensector van de Unie een plafond wordt vastgesteld voor een periode van ten minste 5 jaar. Dit plafond dient in de jaarlijkse begroting in acht te worden genomen.

[ Begin pagina ]

BEGROTINGSPROCEDURE

De jaarlijkse begroting van de Unie omvat de periode van 1 januari tot en met 31 december. In de Grondwet wordt een begrotingsprocedure vastgesteld die veel weg heeft van een gewone wetgevingsprocedure (de huidige medebeslissingsprocedure), in ťťn lezing plus bemiddeling, met zeer strikte termijnen en de verplichting voor de Commissie om een nieuw voorstel op tafel te leggen wanneer de Raad en het Parlement het onderling niet eens kunnen worden.

Het grondwettelijk verdrag betekent een vereenvoudiging ten opzichte van de voorafgaande situatie omdat de Commissie voortaan een ontwerp-begroting indient van de begroting en niet langer een voor-ontwerp. Voorts wordt in de Grondwet niet langer onderscheid gemaakt tussen de verplichte en de niet-verplichte uitgaven. Dit heeft tweeŽrlei gevolgen: het Parlement krijgt invloed over de gehele begroting maar verliest zijn recht op het "laatste woord" waarbij het de mogelijkheid krijgt zijn wil op te leggen aan de Raad wat betreft de niet-verplichte uitgaven in de voorgaande begrotingsprocedure . In de Conventie was echter bepaald dat het Europees Parlement het laatste woord zou krijgen wat betreft alle uitgaven, maar deze bepaling werd nagenoeg geschrapt door de Intergouvernementele Conferentie (IGC) en blijft alleen van toepassing wanneer de Raad de begroting zou afwijzen nadat het bij de Grondwet opgerichte bemiddelingscomitť overeenstemming heeft bereikt.

Het stelsel van de voorlopige twaalfden dat van toepassing was wanneer de Raad en het Parlement voor het verstrijken van de termijn geen overeenstemming bereikten over de begroting, wordt in de Grondwet gehandhaafd.

Hieronder volgt een korte toelichting op de nieuwe begrotingsprocedure:

Vůůr 1 juli * Elke instelling stelt een raming op van haar uitgaven zodat de Commissie deze kan samenvoegen in een ontwerp-begroting die zowel uitgaven als ontvangsten omvat.
Uiterlijk op 1 september De Commissie dient de ontwerp-begroting in bij het Europees Parlement en de Raad, voortaan in de vorm van een voorstel. Zij kan dit ontwerp wijzigen totdat het bemidddelingscomitť bijeen wordt geroepen.
Uiterlijk op 1 oktober De Raad stelt zijn standpunt vast en deelt dit mee aan het Europees Parlement.
Binnen 42 dagen na deze mededeling Binnen deze periode zijn drie scenario's mogelijk. Het Parlement kan :
1) het standpunt van de Raad goedkeuren.- de Europese wet houdende vaststelling van de begroting wordt vastgesteld ;
2) geen besluit nemen - de Europese wet wordt geacht te zijn vastgesteld ;
3) met een meerderheid van zijn leden de amendementen aannemen en deze toezenden aan de Raad en de Commissie- de procedure wordt voortgezet: het bemiddelingscomitť wordt onverwijld bijeengeroepen.
Zodra de Raad de wijzigingen heeft ontvangen zijn er twee termijnen mogelijk:
a) 10 dagen
b) 21 dagen
Nadat het bemiddelingscomitť door de Raad bijeen is geroepen, zijn er twee scenario's mogelijk met twee verschillende termijnen :
1) indien de Raad binnen een termijn van tien dagen na toezending van het ontwerp alle amendementen aanvaardt, is het niet nodig dat het bemiddelingscomitť bijeenkomt- de Europese wet wordt vastgesteld ;
2) binnen 21 dagen, kan het comitť al dan niet overeenstemming bereiken :
3) met een gekwalificeerde meerderheid van de leden van de Raad en met een meerderheid van de leden die het Parlement vertegenwoordigen wordt overeenstemming bereikt over een gemeenschappelijk ontwerp - de procedure wordt voortgezet ;
4) er wordt geen overeenstemming bereikt- er wordt door de Commissie een nieuwe ontwerp-begroting ingediend.
Binnen 14 dagen volgende op de datum van deze overeenstemming van het bemiddelingscomitť Wanneer het bemiddelingscomitť binnen 14 dagen overeenstemming heeft bereikt, zijn 7 scenario's mogelijk:
1) het Europees Parlement en de Raad keuren het gemeenschappelijk ontwerp goed - de Europese wet wordt geacht te zijn vastgesteld overeenkomstig het gemeenschappelijk ontwerp ;
2) geen van beide instellingen neemt een besluit - de Europese wet wordt geacht te zijn vastgesteld overeenkomstig het gemeenschappelijk ontwerp ;
3) ťťn van de twee instellingen keurt het ontwerp goed terwijl de ander geen besluit neemt- de Europese wet wordt geacht te zijn vastgesteld ;
4) beide instellingen wijzen de gemeenschappelijke begroting af- er wordt door de Commissie een nieuw ontwerp ingediend ;
5) ťťn van deze instellingen wijst het ontwerp af terwijl de ander geen besluit neemt - er wordt door de Commissie een nieuw ontwerp ingediend ;
6) het Europees Parlement wijst het ontwerp af terwijl de Raad het goedkeurt - er wordt door de Commissie een nieuw ontwerp ingediend;
7) het Europees Parlement keurt het ontwerp goed terwijl de Raad het afwijst - de procedure wordt voortgezet.
Binnen 14 dagen na goedkeuring van het EP en afwijzing van de Raad Het Parlement kan binnen deze periode alle of een een deel van de amendementen goedkeuren. Wanneer amendementen niet worden bevestigd, dan wordt het in het bemiddelingscomitť overeengekomen standpunt ingenomen ten aanzien van de begrotingsonderdelen waarop het amendement betrekking heeft - de Europese wet wordt geacht op deze basis te zijn vastgesteld.
Einde van de procedure De voorzitter van het Europees Parlement constateert dat de Europese wet definitief is vastgesteld.

* alle data in de tabel verwijzen naar het jaar voorafgaand aan de uitvoering van de begroting

[ Begin pagina ]

UITVOERING EN KWIJTING VAN DE BEGROTING

De laatste vernieuwing bij de begrotingsprocedure heeft betrekking op een evaluatieverslag (artikel III-408) dat de Commissie elk jaar aan het Europees Parlement en de Raad van ministers zal voorleggen. Aan de hand van dit verslag, zal samen met de kwijtingsprocedure, de uitvoering van de begroting in verband met de vastgestelde doelstellingen kunnen worden geŽvalueerd.

De Commissie blijft verantwoordelijk voor het indienen van de jaarlijkse ontwerp-begroting van de Unie en de uitvoering ervan, in samenwerking met de lidstaten en onder toezicht van het Parlement en de Rekenkamer.

[ Begin pagina ]

OVERZICHTSTABEL

Artikelen Onderwerp Opmerkingen
Artikel I-53 FinanciŽle en begrotingsbeginselen -
Artikel I-54 Eigen middelen van de Unie -
Artikelen I-55 en II-402 Meerjarig financieel kader Nieuwe bepalingen
Artikel III-403 tot en met III-414 Jaarlijkse begrotingsprocedure, uitvoering en kwijting van de begroting Belangrijke wijzigingen

[ Begin pagina ] [ Vorige tekst ] [ Volgende ] [ Inhoudsopgave ]


Deze informatiebladen zijn voor de Europese Commissie niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van de Grondwet betreft.


Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw ? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site | Bovenkant pagina