Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site
De werkzaamheden van de IGC 2003/2004 Sla taalkeuze over en ga direct naar lijst met samenvattinge (toegangstoets=1)
EUROPA > Samenvattingen van de wetgeving > De Intergouvernementele Conferentie 2003/2004

DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >

Archief   Archief   Archief   Archief

De Intergouvernementele Conferentie 2003/2004


De onderhandelingen onder het Ierse voorzitterschap


Een nieuwe aanpak: informele contacten

De Europese Raad van maart 2004: een politieke verbintenis

De hervatting van de onderhandelingen

De vergadering van de contactpersonen
De zevende ministersvergadering
De achtste ministersvergadering
De negende ministersvergadering
De Europese Raad van juni 2004: het eindakkoord over de Grondwet

Het resultaat van de IGC 2003/2004

De laatste hand aan de teksten
De ondertekening van de Grondwet

Aangezien het op de Europese Raad van december 2003 onmogelijk bleek tot een algemeen akkoord over de Europese Grondwet te komen, werd het Ierse voorzitterschap gevraagd alle partijen te raadplegen en te beoordelen wat de kansen waren op verdere vooruitgang van de Intergouvernementele Conferentie (IGC).

In de grootste discretie heeft het Ierse voorzitterschap alle delegaties geraadpleegd om te zoeken naar wegen die een uitweg uit de impasse boden. De voorstellen van het voorzitterschap voor een hervatting van de onderhandelingen werden op de Europese Raad van maart 2004 positief onthaald zodat het formele overleg in mei 2004 kon worden hervat.

Door de problemen ťťn voor ťťn aan te pakken, kon het voorzitterschap een compromis bereiken voor de meeste hangende problemen, zodat er op de beslissende Europese Raad van juni nog slechts een beperkt aantal heikele punten overbleef. De staatshoofden en regeringsleiders hebben uiteindelijk nog slechts de belangrijkste knopen moeten doorhakken, onder meer de institutionele vraagstukken en met name de regeling voor het stemmen binnen de Raad. Op de avond van de 18de juni 2004 hebben de staatshoofden en regeringsleiders de Europese Unie haar eerste Grondwet gegeven.

[ Top ]

EEN NIEUWE AANPAK: INFORMELE CONTACTEN

In de eerste fase kwam het erop aan vast te stellen wat in zekere zin "het acquis" was van de IGC, meer bepaald welke de punten waren waarover naar het oordeel van het Italiaanse voorzitterschap reeds grotendeels een consensus was verworven. Het Ierse voorzitterschap heeft daarom het Italiaanse voorzitterschap geraadpleegd teneinde de overgang te vergemakkelijken en een tussentijdse balans op te maken van wat verworven was na de Europese Raad van december 2003. Op basis van die raadplegingen kon het Ierse voorzitterschap bevestigen dat de toekomstige onderhandelingen als uitgangspunt de tekst van de Conventie en het slotdocument van de vergadering van Napels zouden hebben.

In de tweede fase heeft het voorzitterschap contact opgenomen met alle delegaties. Om de situatie weer vlot te krijgen heeft het gekozen voor een informele aanpak, met talrijke bilaterale contacten op het niveau van de hoge ambtenaren van de delegaties. Op politiek niveau heeft de voorzitter van de Europese Raad, de Ierse eerste minister Bertie Ahern, in januari en februari contact opgenomen met zijn collega's. Tegelijkertijd heeft de voorzitter van de Raad, de Ierse minister van Buitenlandse zaken Brian Cowen, zijn collega's ontmoet voor een reeks gesprekken.

Het was voor het voorzitterschap met name belangrijk om te luisteren en te trachten de standpunten van de verschillende landen goed te begrijpen. Die contacten zijn in alle discretie verlopen, wat het de delegaties mogelijk maakte de tactische spelletjes die eigen zijn aan elke onderhandeling te laten varen. Dit laatste punt was in de ogen van het Ierse voorzitterschap van essentieel belang om een stand van zaken over de onderhandelingen te kunnen opmaken en de situatie goed in te schatten.

Het voorzitterschap had geen agenda vastgelegd voor de eerste fase. Zijn voornaamste doelstelling was een nauwkeurige analyse te maken van de situatie. Na de mislukking van december was de sfeer in de delegaties vrij somber en hadden veel delegaties het gevoel dat de onderhandelingen wel eens lang zouden kunnen stilliggen. Voor het voorzitterschap was het derhalve belangrijk de IGC een nieuwe impuls te geven en te bepalen of bij de delegaties de bereidheid heerste om door te gaan.

Op zijn eerste plenaire zitting van januari 2003 riep het Europees Parlement de staatshoofden en regeringsleiders op hun inspanningen voort te zetten en hun meningsverschillen te overbruggen om tot een evenwichtig en positief resultaat te komen. Het Parlement bevestigde met name zijn steun aan de voorstellen van de Europese Conventie.

Het voorzitterschap heeft de Raad Algemene Zaken van 26 januari 2004 benut om tijdens de lunch een eerste open debat te houden tussen de ministers van Buitenlandse Zaken. Dit debat was geen formele zitting van de IGC, maar was veeleer een goede gelegenheid om te luisteren.

Op basis van dit lunchdebat concludeerde de Ierse minister van Buitenlandse Zaken dat bij alle partners de bereidheid heerste om de werkzaamheden te hervatten en effectief te streven naar een oplossing. Tijdens de twee maanden die voorafgingen aan de Europese Raad heeft het voorzitterschap dus zijn raadplegingen voortgezet en heeft het zich voornamelijk geconcentreerd op het bereiken van een informeel akkoord over de regeling voor het stemmen binnen de Raad.

[ Top ]

De Europese Raad van maart 2004: een politieke verbintenis

Op basis van de talrijke contacten tussen het Ierse voorzitterschap en de delegaties kon de Ierse eerste minister op 22 maart een verslag toezenden aan zijn collega's. In deze tekst gaf het voorzitterschap een overzicht van zijn informele gesprekken en maakte het een aantal opmerkingen en overwegingen over de moeilijkste kwesties. Dit verslag, dat hoofdzakelijk beschrijvend was, bevatte geen enkel formeel voorstel inzake de onopgeloste problemen. Het bevatte veeleer suggesties voor wegen die konden leiden naar een oplossing.

Het voorzitterschap merkte op dat alle delegaties absoluut de wens deelden om de onderhandelingen zo snel mogelijk met succes af te ronden. Het was van mening dat de meeste hangende kwesties zonder grote moeilijkheden konden worden opgelost. Over een groot deel van de door het Italiaanse voorzitterschap op de Europese Raad van december 2003 gepresenteerde voorstellen (zie document IGC 60/03) bestond een zeer brede consensus in het kader van een algemeen akkoord. Uiteindelijk werd het overgrote deel van de voorstellen van de Conventie niet langer in vraag gesteld.

De meest gevoelige punten bleven dus de omvang en de samenstelling van de Commissie en, voornamelijk, de omschrijving van de stemming met gekwalificeerde meerderheid en het toepassingsgebied daarvan. Ook het probleem van het minimumaantal zetels in het Europees Parlement bleef aan de orde. Volgens het voorzitterschap kon een algemene oplossing voor deze problemen en de andere resterende geschilpunten worden gevonden als de politieke wil bestond en er voldoende soepelheid aan de dag werd gelegd. In de tekst werd tenslotte geen datum voor de eventuele afsluiting van de onderhandelingen genoemd.

Op het diner van 25 maart bracht de voorzitter van de Europese Raad mondeling verslag uit aan zijn collega's, wat gevolgd werd door een open debat tussen de staatshoofden en regeringsleiders. Het doel was om na te gaan of er een gedeelde politieke bereidheid bestond om snel vooruit te gaan naar een algemeen akkoord. Rekening houdend met de standpunten van de nieuwe Spaanse eerste minister en mede ten gevolge van de aanslagen in Madrid, merkten de waarnemers op dat er een nieuwe wind leek te waaien door de IGC en dat de bereidheid om tot een compromis te komen leek te zijn toegenomen. Gezien de nieuwe uitdagingen waren de staatshoofden en regeringsleiders vastbesloten de onderhandelingen te hervatten en overeenstemming te bereiken over de nog hangende kwesties, om zo Europa het vermogen tot actie te geven waaraan het zozeer behoefte had.

Het Ierse voorzitterschap kreeg derhalve het mandaat om de werkzaamheden van de Intergouvernementele Conferentie voort te zetten. De Europese Raad verbond zich ertoe om het grondwetgevend proces af te ronden uiterlijk op de Europese Raad van 17 en 18 juni.

[ Top ]

DE HERVATTING VAN DE ONDERHANDELINGEN

De vergadering van de contactpersonen

In uitvoering van zijn verbintenis van maart heeft het voorzitterschap zijn bilaterale contacten voortgezet en een indicatief tijdschema voor de vergaderingen opgesteld. Alvorens de formele onderhandelingen opnieuw te beginnen, heeft het voorzitterschap de contactpersonen ("focal points"), bepaalde hoge ambtenaren uit de delegaties van de lidstaten, bijeengeroepen.

Deze vergadering, die plaats had op 4 mei 2004 in Dublin, had tot doel een groot aantal minder delicate punten op te helderen. Het voorzitterschap was van oordeel dat bepaalde verduidelijkingen van de tekst, niet van politieke maar van technische en linguÔstische aard, ertoe konden bijdragen om de onderhandelingen op deze punten - op voorwaarde weliswaar van een algemeen politiek akkoord - af te sluiten. Door die benadering hoopte het voorzitterschap het terrein te effenen voordat de eerste formele vergadering van start zou gaan.

Als basis voor de vergadering van de contactpersonen had het voorzitterschap een werkdocument opgesteld. Dit was geen alomvattend formeel voorstel van het voorzitterschap, maar veeleer een overzicht van de talrijke voorstellen van het Italiaanse voorzitterschap na het conclaaf van Napels. Het document bevatte een groot aantal preciseringen die het bereiken van een overeenkomst zouden kunnen vergemakkelijken..

Na deze bijeenkomst was het voorzitterschap van oordeel dat over een groot aantal van de behandelde punten een ruim gedragen compromis was bereikt en dat daarover voortaan niet verder moest worden onderhandeld. Op 13 mei publiceerde het voorzitterschap dan ook een document in bewoordingen die naar verwachting een brede consensus met het oog op een alomvattend akkoord zou opleveren. Het was van oordeel dat daarover op ministersniveau geen verder debat vereist was.

Intussen had de Ierse eerste minister Bertie Ahern zijn "ronde van de hoofdsteden" voortgezet, die hem tot begin juni naar alle lidstaten van de Unie had gevoerd. Hij profiteerde van deze ontmoetingen om de verschillende ideeŽn en oplossingen van het voorzitterschap op informele wijze bij zijn collega's uit te testen, in het bijzonder wat de institutionele vraagstukken betrof. Dankzij deze strategie kon hij zich ervan vergewissen dat de voorstellen van het voorzitterschap een brede steun genoten nog voordat ze formeel zouden worden ingediend.

[ Top ]

De zevende ministersvergadering - 17 et 18 mei 2004

In voorbereiding op de eerste officiŽle vergadering van de IGC tijdens de Raad Algemene zaken en buitenlandse betrekkingen van 17 en 18 mei publiceerde het voorzitterschap een document dat als basis zou dienen voor de latere discussie en dat de problemen bevatte waarover het voorzitterschap een verdere discussie nuttig achtte.

In het eerste deel van die tekst werden de punten behandeld die voorafgaand reeds door de contactpersonen waren besproken en waarvan sommige een nieuwe discussie op ministerieel niveau vergden, bijvoorbeeld de formaties van de ministerraden en het voorzitterschap daarvan, het meerjarig financieel kader en de begrotingsprocedure en het handvest van de grondrechten.

In het tweede deel werden als uitgangspunt voor de discussie de voorstellen van het Italiaanse voorzitterschap gegeven betreffende het toepassingsgebied van de gekwalificeerde meerderheid. In dit stadium formuleerde het Ierse voorzitterschap nog steeds geen nieuwe voorstellen.

In het derde deel tenslotte behandelde het voorzitterschap enkele punten van meer technische aard inzake de Commissie, waarover naar alle waarschijnlijkheid een compromis kon worden bereikt. Het voorzitterschap was er in dat stadium echter geen voorstander van om reeds een tekst met het cruciale punt van de samenstelling van de Commissie op te stellen. Het beperkte zich daarom ertoe enkele suggesties voor een eventueel compromis te lanceren teneinde de discussie tussen de ministers te bevorderen.

Gedurende deze twee dagen waren de besprekingen tussen de ministers van Buitenlandse zaken hoofdzakelijk gericht op het probleem van de begrotingsprocedure , het toepassingsgebied van de gekwalificeerde meerderheid en de samenstelling van de Commissie. Bepaalde delegaties toonden zich terughoudend over de voorstellen die het voorzitterschap na de vergadering van de contactpersonen had geformuleerd en vroegen dan ook verdere aanpassingen. Gezien het aantal punten dat na deze twee dagen nog moest worden behandeld, besloot het voorzitterschap een extra ministervergadering in te lassen, die gepland werd op 24 mei.

[ Top ]

De achtste ministersvergadering - 24 mei 2004

Naar het oordeel van het voorzitterschap was nu de tijd gekomen om een algemene discussie te houden over de stand van de werkzaamheden als zodanig. Het voorzitterschap spoorde de ministers ertoe aan hun opmerkingen te formuleren, met name over de meest gevoelige institutionele vraagstukken waarover nog geen collectief debat had plaatsgevonden.

Ter voorbereiding van deze ministervergadering verspreidde het voorzitterschap twee afzonderlijke documenten. Het eerste bevatte een soort balans van de bilaterale gesprekken. Het voorzitterschap besprak daarin de mogelijkheden voor een compromis over de regeling voor het stemmen binnen de Raad en de verdeling van de zetels in het Parlement. In het tweede document, dat de weerslag was van de voorafgaande ministeriŽle debatten, werd de begrotingsprocedure behandeld.

Tijdens deze vergadering bleef het probleem van de omschrijving van de gekwalificeerde meerderheid centraal staan, maar daarnaast spraken de ministers ook over het gevoelige punt van de preambule. Het voorstel van het voorzitterschap over de begrotingsprocedure werd positief onthaald.

[ Top ]

De negende ministersvergadering - 14 juni 2004

Om de laatste ministersvergadering vůůr de beslissende Europese Raad voor te bereiden, publiceerde het voorzitterschap twee documenten. Het eerste bevatte de formele voorstellen van het voorzitterschap over een aantal punten, met inachtneming van de reserve die bepaalde delegaties hadden uitgesproken na lezing van het document dat voortkwam uit de vergadering van de contactpersonen. In dit document waren ook die punten opgenomen waarover naar het aanvoelen van het voorzitterschap een brede consensus was gegroeid.

Het voorzitterschap was van mening dat dit document een goed evenwicht bood tussen de verschillende standpunten van de delegaties. Het voorzitterschap legde dit document aan de vooravond van de laatste ministervergadering voor om zich ervan te verzekeren dat daarover geen enkel grondig meningsverschil meer overbleef. Rond meer dan 40 hangende problemen was een compromis dus nabij.

Het tweede document was bedoeld als uitgangspunt voor de discussies op de negende ministervergadering en bevatte alle andere nog hangende kwesties, met uitzondering van de institutionele vraagstukken. Het voorzitterschap diende voorstellen voor een aantal punten in, met name inzake de toepassing van de stemming bij gekwalificeerde meerderheid, het handvest van de grondrechten en bepaalde kwesties betreffende het economisch beleid.

De doelstelling van het voorzitterschap was tweeledig: enerzijds een bevestiging verkrijgen van de consensus die over de in zijn eerste document gebundelde punten was gegroeid en zich ervan vergewissen dat daarover geen enkele verdere discussie nodig was, anderzijds het terrein schoonvegen en een maximum aan resterende problemen oplossen voordat de eigenlijke top plaatsvond. In de loop van de betreffende discussies werd met name vooruitgang geboekt op het gebied van het toepassingsgebied van de stemming met gekwalificeerde meerderheid. Verscheidene delegaties spraken zich in positieve bewoordingen uit over de voorstellen van het voorzitterschap die een goed evenwicht leken te bevatten tussen de verschillende standpunten.

[ Top ]

De Europese Raad van juni 2004: het eindakkoord over de Grondwet

Uit de ministeriŽle gesprekken had het voorzitterschap twee nieuwe documenten gedistilleerd, die als vertrekpunt werden gebruikt voor de debatten op de Europese Raad. Het eerste bevatte de teksten waarover volgens het voorzitterschap in het kader van een algemeen akkoord een consensus bestond. In zijn 57 bijlagen bevatte dit document de tekst van de twee documenten die voor de ministervergadering van 14 juni waren gepubliceerd, met de wijzigingen die daaraan na de besprekingen op ministerieel niveau waren aangebracht. Het voorzitterschap hoopte dat op basis van deze voorstellen een algemeen akkoord mogelijk zou zijn.

In het tweede document werden de nog hangende kwesties behandeld. Met betrekking tot de institutionele vraagstukken (de stemming binnen de Raad, de Commissie en het Parlement) diende het voorzitterschap zijn voorstel in om de drempels te verhogen voor het aantal lidstaten en de omvang van de bevolking die vereist zouden zijn om een gekwalificeerde meerderheid te behalen. Voorts stelde het eventuele aanvullende clausules voor die een compromis konden vergemakkelijken. Afgezien van het probleem van het handvest van de grondrechten, hadden de zes andere bijlagen betrekking op het economisch beleid, met name de verklaring over het stabiliteitspact en de procedure bij buitensporige begrotingstekorten.

De Europese Raad is in de middag van 17 juni begonnen met een debat over de IGC, dat werd onderbroken met een diner gewijd aan de benoeming van de nieuwe Commissievoorzitter. De ochtend van de tweede dag was gewijd aan de normale zitting van de Europese Raad.

In het licht van deze eerste discussies en de bilaterale gesprekken met de delegaties (in de loop van de zogenaamde 'biechtstoelprocedure') diende het voorzitterschap een nieuw voorstel in. In dit document verzocht het voorzitterschap de staatshoofden en regeringsleiders hun akkoord te verlenen aan de in document IGC 81/04 genoemde kwesties, aangevuld met dit nieuwe voorstel. Voor de eerste maal stelde het voorzitterschap hierbij een oplossing voor voor het probleem van de stemming binnen de Raad in de vorm van artikelen van het Verdrag, inclusief diverse compromisclausules. Bepaalde bijlagen waren overgenomen uit document 81/04, na wijziging in het licht van de latere discussies.

Dit document is besproken op 18 juni, waarbij de aandacht vooral uitging naar de regeling voor het stemmen. Tijdens de lunch hebben de staatshoofden en regeringsleiders de nog hangende niet-institutionele vraagstukken besproken. Na een laatste reeks bilaterale contacten heeft het voorzitterschap 's avonds zijn laatste voorstel naar voren gebracht. Dit laatste bevatte enkele wijzigingen ten opzichte van het vorige, met name wat de regelingen voor het stemmen betrof, en behandelde voorts de laatste door de delegaties opgeworpen problemen, zoals bijvoorbeeld het vervoersbeleid, het energiebeleid en Eurojust.

Het voorzitterschap was van mening dat dit document de basis kon vormen voor een evenwichtig algemeen akkoord dat de vaststelling van een ontwerp-Verdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa mogelijk kon maken. Het verzocht de Conferentie haar goedkeuring aan deze tekst te hechten.

Gedurende een laatste gespreksronde, tegen 22 uur, hebben de staatshoofden en regeringsleiders dan hun instemming betuigd met het ontwerp-Verdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa.

[ Top ]

HET RESULTAAT VAN DE IGC 2003/2004

De resultaten van de IGC zijn verspreid over verscheidene documenten: de tekst van de Conventie, als herzien door de juridische deskundigen (de verschillende documenten IGC 50/03), de voorstellen van het voorzitterschap ter voorbereiding van de Europese Raad (document IGC 81/04) en het uiteindelijke akkoord, dat de voorgaande documenten aanvult en wijzigt (document IGC 85/04). Met het oog op de transparantie heeft het Secretariaat-generaal van de Raad een voorlopige geconsolideerde versie gepubliceerd die het uiteindelijke resultaat vormt van de IGC 2003/2004:

[ Top ]

De laatste hand aan de teksten

In de loop van de zomer van 2004 hebben juridische en linguÔstische deskundigen gewerkt aan een definitieve versie van het grondwetgevend verdrag teneinde elke linguÔstische dubbelzinnigheid te voorkomen. Het Verdrag zal immers juridisch bindend zijn in alle officiŽle talen van de Unie. De definitieve tekst, met een nieuwe continue nummering van de artikelen, is op 6 augustus 2004 gepubliceerd en in het najaar gevolgd door verbeteringen:

[ Top ]

De ondertekening van de Grondwet

Het "Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa" is op 29 oktober 2004 ondertekend in Rome, de plaats waar het oorspronkelijke Verdrag door de oprichters is ondertekend op 25 maart 1957. Nadien volgt de bekrachtigingsprocedure in de 25 lidstaten, overeenkomstig hun respectieve constitutionele regels. Omdat sommige lidstaten moeilijkheden ondervonden bij de ratificatie, besloten de staatshoofden en regeringsleiders tijdens de Europese Raad van 16 en 17 juni 2005 tot een bezinningsperiode over de toekomst van Europa. Tijdens de Europese Raad van 21 en 22 juni 2007 hebben de Europese leiders een compromis bereikt. Er wordt een IGC bijeengeroepen, die belast wordt met de afwerking en de goedkeuring, niet meer van een Grondwet, maar van een "hervormingsverdrag" voor de Europese Unie.

[ Top ] [ Vorige pagina ] [ Volgende pagina ] [ Samenvatting ]


Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site | Bovenkant pagina