Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site
De werkzaamheden van de IGC 2003/2004 Sla taalkeuze over en ga direct naar lijst met samenvattinge (toegangstoets=1)
EUROPA > Samenvattingen van de wetgeving > De Intergouvernementele Conferentie 2003/2004

DE OPBOUW VAN EUROPA AAN DE HAND VAN DE VERDRAGEN >

Archief   Archief   Archief   Archief

De Intergouvernementele Conferentie 2003/2004


De onderhandelingen onder het Italiaanse voorzitterschap


De voorbereidende fase

De deelnemers
De werkmethode
De rol van de juridische deskundigen

De aanloopprocedure

Het advies van de Commissie
Het advies van de Europese Centrale Bank
De resolutie van het Europees Parlement
Het advies van het Comité van de Regio's
Het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Besluit van de Raad tot opening van de Intergouvernementele Conferentie

Bijeenkomst te Rome: de formele opening van de onderhandelingen

De eerste ministersvergadering
De tweede ministersvergadering
De Europese Raad van Brussel, oktober 2003
De derde ministersvergadering
De vierde ministersvergadering
De vijfde ministersvergadering: Het "conclaaf" van Napels
Oproep om tot een compromis te komen
De zesde ministersvergadering
De Europese Raad van Brussel, december 2003

Op 18 juli 2003 heeft de voorzitter van de Europese Conventie, Valéry Giscard d'Estaing, in Rome het ontwerp voor een "Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa" overhandigd aan het Italiaanse voorzitterschap van de Europese Unie (EU). Om het hervormingsproces van de EU tot een goed einde te brengen, moest nu formeel een Conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten worden geopend, Intergouvernementele Conferentie of korter "IGC" genoemd.

De IGC is officieel bijeengeroepen op 4 oktober 2003 tijdens een vergadering van de staatshoofden en regeringsleiders in Rome. Gedurende zes werkvergaderingen hebben de ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten onder het Italiaanse voorzitterschap onderhandelingen gevoerd over de resultaten van de Conventie. De staatshoofden en regeringsleiders hebben elkaar in het kader van de IGC ontmoet op de openingsvergadering te Rome en op de Europese Raden van oktober en december.

Om te vermijden dat de hele tekst van de Conventie opnieuw zou worden uitgespit, heeft de IGC zich beperkt tot de bespreking van de meest fundamentele vraagstukken met betrekking tot de Grondwet. Het was oorspronkelijk de bedoeling de onderhandelingen onder het Italiaanse voorzitterschap af te ronden op de Europese Raad van december, maar de tegenstellingen tussen de lidstaten, met name inzake de toekomstige stemmenweging in de Raad, bleken te groot om in dit stadium al tot overeenstemming te komen. De Europese Raad heeft het Ierse voorzitterschap daarom gevraagd de raadplegingen voort te zetten.

[ Top ]

DE VOORBEREIDENDE FASE

Overeenkomstig artikel 48 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (EU-Verdrag) kan de Commissie of de regering van elke lidstaat aan de Raad ontwerpen voorleggen tot herziening van de Verdragen waarop de Unie is gebaseerd. In dit artikel wordt ook de te volgen procedure omschreven: na raadpleging van het Europees Parlement (EP), van de Commissie en, in voorkomend geval, van de Europese Centrale Bank (ECB), moet de Raad een gunstig advies uitbrengen inzake het bijeenroepen van een IGC. Deze wordt vervolgens door de voorzitter van de Raad bijeengeroepen.

Op 20 juni 2003 heeft de voorzitter van de Conventie de Europese Raad, in vergadering in Thessaloniki, het ontwerp voor een Verdrag tot vaststelling van een Grondwet overhandigd. De Raad heeft toen geoordeeld dat dit ontwerp een goede basis vormde voor de IGC. Gezien de positieve impuls die uitging van de Conventie heeft de Europese Raad, ondanks bepaalde twijfels van sommige landen die een langere termijn voor de bestudering van de ontwerpgrondwet hadden gewenst, het Italiaanse voorzitterschap verzocht de procedure van artikel 48 van het EU-Verdrag te starten.

Het Italiaanse voorzitterschap heeft de Raad derhalve per 1 juli 2003 de officiële aanvraag toegezonden om de IGC te openen. Zoals afgesproken op de Europese Raad van Thessaloniki heeft Italië in zijn brief gepreciseerd dat het voornemens was de onderhandelingen af te ronden in december 2003 zodat het nieuwe verdrag kort na 1 mei 2004 (dag van de uitbreiding van de Unie met tien nieuwe lidstaten), maar nog vóór de Europese verkiezingen van juni 2004, kon worden ondertekend.

[ Top ]

De deelnemers

Qua organisatie van de werkzaamheden week deze IGC af van de voorgaande. Gezien de langdurigheid van het voorbereidingswerk door de Conventie werd de IGC uitsluitend gehouden op het hoogste politieke niveau, dat van de staatshoofden en regeringsleiders, bijgestaan door hun ministers van Buitenlandse Zaken. In tegenstelling tot de vorige IGC's die de aanloop vormden tot de verdragen van Maastricht, Amsterdam en Nice , was er oorspronkelijk geen enkele vergadering op het niveau van de vertegenwoordigers van de regeringen of de ambtenarij gepland.

Op ministerieel niveau hebben twee vertegenwoordigers van de Commissie, het Commissielid Michel Barnier en, na diens vertrek uit de Commissie, zijn collega António Vitorino deelgenomen aan de werkzaamheden. Het Europees Parlement werd volledig betrokken bij de besprekingen via twee parlementsleden, Klaus Hänsch en Iñigo Méndez de Vigo (in november vervangen door zijn collega Elmar Brok). Alledrie waren zij actieve deelnemers aan de Europese Conventie.

Op het niveau van de staatshoofden en regeringsleiders was de Commissie vertegenwoordigd door Commissievoorzitter Romano Prodi en het Europees Parlement door zijn voorzitter Pat Cox.

Aangezien het verdrag over hun toetreding reeds geruime tijd vóór het begin van de IGC was ondertekend, hebben de toetredingslanden actief deelgenomen aan de onderhandelingen. In het kader van dit samenvattende informatieblad worden met "lidstaten" daarom eveneens de tien toenmalige kandidaat-lidstaten bedoeld. De regeringen van de huidige drie kandidaat-lidstaten, Bulgarije, Roemenië en Turkije, hebben als waarnemer aan de werkzaamheden van de IGC deelgenomen.

[ Top ]

De werkmethode

In de zomermaanden hebben de lidstaten de voorstellen van de Conventie bestudeerd en het resultaat daarvan is op 18 juli in Rome voorgelegd aan het Italiaanse voorzitterschap. Daarbij is duidelijk geworden dat bepaalde punten een probleem vormden voor één of meer landen en opnieuw moesten worden besproken in de loop van de IGC.

Om de werkzaamheden te vergemakkelijken en de informatiestromen te kanaliseren, hebben de lidstaten 'knooppunten' ('focal points') opgericht. De betreffende ambtenaren, wier rol voornamelijk administratief was, zijn essentieel gebleken voor het goede verloop van de onderhandelingen.

Om de gesprekken op ministerieel niveau beter voor te bereiden, heeft het voorzitterschap de afgevaardigden vóór de formele opening van de IGC een vragenlijst toegezonden, met een samenvatting van de voorstellen van de Conventie en de wensen van de nationale delegaties.

De antwoorden op document IGC 9/03 (Document IGC 10/03 tot en met IGC 35/03) zijn beschikbaar onder de rubriek Documents from delegations van de IGC-site.

Een derde vragenlijst met betrekking tot de Commissie en de toekomstige minister van Buitenlandse Zaken is toegezonden vóór het begin van de tweede ministersvergadering .

Tijdens de hele onderhandelingsronde heeft het voorzitterschap nauwe contacten onderhouden met de delegaties en heeft hij haast permanent bilaterale gesprekken georganiseerd. Op politiek niveau hebben de voorzitter van de Europese Raad, de Italiaanse eerste minister Silvio Berlusconi, en de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Franco Frattini hun Europese collega's ontmoet los van de officiële onderhandelingen, meer bepaald op hun "ronde van de hoofdsteden".

[ Top ]

De rol van de juridische deskundigen

Om te voorkomen dat het door de Conventie voorgestelde ontwerp voor een Grondwettelijk Verdrag leemtes of dubbelzinnigheden zou bevatten die aanleiding kunnen geven tot juridische betwistingen, moesten de juridische en linguïstische aspecten ervan nog diepgaand worden bestudeerd. Aangezien dit aspect duidelijk niet louter politiek was, heeft het voorzitterschap besloten een groep juridische deskundigen in te schakelen, voorgezeten door de heer Piris, Directeur-generaal van de juridische dienst van de Raad. Die werkgroep bestond uit vertegenwoordigers van de lidstaten, de Commissie en het Parlement samen met waarnemers uit de drie kandidaat-lidstaten.

De groep van juridische deskundigen is zijn werkzaamheden gestart met een herlezing van de ontwerp-Grondwet op basis van een document van de juridische dienst van de Raad waarin de volledige tekst van de Conventie was opgenomen, samen met een reeks juridische vragen en opmerkingen.

Voorts heeft de werkgroep zich gebogen over de bepalingen van de toetredingsverdragen die na elke toetreding de bestaande verdragen hebben gewijzigd. Dit onderzoek had tot doel na te gaan welke bepalingen moesten worden gehandhaafd en welke ondertussen achterhaald waren (zoals de overgangsmaatregelen). Een soortgelijk werk is verricht voor de protocollen en verklaringen die bij vorige IGC's aan de verdragen zijn gehecht.

Bepaalde tijdens de onderhandelingen door de delegaties opgeworpen punten vergden een technische en juridische verduidelijking. Daarom heeft het voorzitterschap op 4 november besloten het mandaat van de groep van juridische deskundigen te verbreden. Die aanpak moest het mogelijk maken de formuleringsproblemen die geen politieke dimensie hadden op te helderen en sneller vooruit te gaan.

Eind november heeft de groep zijn resultaten gepresenteerd in document IGC 50/03. Dit document bevatte de ontwerp-Grondwet na louter redactioneel en juridisch onderzoek. Het diende als basis voor de onderhandelingen binnen de IGC. In Addendum 1 werd het resultaat gegeven van de studie van de protocollen en bijlagen bij de bestaande bedragen en van de door de Conventie voorgestelde protocollen.

De groep heeft zijn werkzaamheden voortgezet en heeft in 2004 twee addenda gepubliceerd met betrekking tot de door de toetredingsverdragen en verklaringen aangebrachte wijzigingen. Die documenten werden later aangevuld met corrigenda. Al deze documenten zijn te vinden op de IGC-site .

[ Top ]

DE AANLOOPPROCEDURE

Het advies van de Commissie

Op 17 september 2003 heeft de Commissie formeel haar advies betreffende het bijeenroepen van de IGC ingediend. In dat advies heeft zij zich positief uitgelaten over het resultaat van de Conventie dat volgens haar moest gebruikt worden "als uitgangspunt voor de werkzaamheden van de IGC" waarvan de taak er dus in moest bestaan "de ontwerp-Grondwet te verbeteren, te verduidelijken en definitief vorm te geven". De Commissie formuleerde wel een aantal suggesties betreffende een beperkt aantal te verbeteren punten.

Die punten hadden met name betrekking op nieuwe voorstellen inzake de omvang en de samenstelling van de Commissie, de uitbreiding van het toepassingsgebied van de stemming met gekwalificeerde meerderheid, de vereenvoudiging van de procedure voor de herziening van de toekomstige Grondwet, met name van de bepalingen betreffende de EU-beleidsgebieden, en de coördinatie van het economisch beleid, meer bepaald binnen de eurozone.

Advies van de Commissie uit hoofde van artikel 48 van het Verdrag betreffende de Europese Unie over het bijeenroepen van een conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten met het oog op een wijziging van de Verdragen: " Een Grondwet voor de Unie PDF "

[ Top ]

Het advies van de Europese Centrale Bank

Krachtens artikel 48 van het EU-Verdrag moest de ECB worden geraadpleegd omdat de Conventie wijzigingen had voorgesteld op het gebied van het monetair beleid. In zijn advies spreekt de Bank zich in positieve bewoordingen uit over de voorstellen van de Conventie en stelt hij enkele wijzigingen voor, met name het opnemen van prijsstabiliteit als een van de doelstellingen van de Unie en de uitdrukkelijke vermelding in de tekst van de Grondwet van de onafhankelijkheid van de nationale centrale banken.

[ Top ]

Het advies van het Europees Parlement

Op 24 september heeft het Europees Parlement een resolutie aangenomen die een formeel advies voorafgaand aan de bijeenroeping van de IGC behelst. Daarin wordt de efficiëntie van de Conventiemethode voor de herziening van de verdragen geloofd en wordt de IGC verzocht de ontwerp-Grondwet goed te keuren zonder het fundamentele evenwicht van het Conventievoorstel in het gedrang te brengen. Hoewel het Parlement het niet eens is met alle details van het voorstel, wenst het toch dat dit ten uitvoer wordt gelegd.

[ Top ]

Het advies van het Comité van de Regio's

Op eigen initiatief heeft het Comité van de Regio's voorstellen ingediend die gericht waren op de consolidering in de ontwerp-Grondwet van de tot dan toe bereikte erkenning van de plaatselijke en regionale dimensie van de EU.

[ Top ]

Het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Op eigen initiatief heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité tijdens zijn zitting van 24 en 25 september een standpunt ingenomen over de onderhandelingen in het kader van de IGC. Het Comité verdedigt het algemene evenwicht van het ontwerp-Verdrag tot vaststelling van een Europese Grondwet, maar beveelt de IGC aan het ontwerp te preciseren en te verduidelijken teneinde het vertrouwen en de betrokkenheid van de burgers en de organisaties van de civiele samenleving te vergroten.

[ Top ]

Het besluit van de Raad tot opening van de Intergouvernementele Conferentie

Na het positieve advies van de Commissie, de ECB en het Parlement voor de bijeenroeping van de IGC, heeft de Raad Algemene Zaken op zijn zitting van 29 september 2003 te Rome formeel het licht op groen gezet voor de opening van de IGC. De eerste vergadering werd gepland op 4 oktober 2003 in Rome. Er werd ook besloten het Europees Parlement actief te betrekken bij deze werkzaamheden.

[ Top ]

DE BIJEENKOMST TE ROME: DE FORMELE OPENING VAN DE ONDERHANDELINGEN

De staatshoofden en regeringsleiders zijn in Rome bijeengekomen, waar ook de oprichtingsverdragen zijn ondertekend, voor de formele opening van de Conferentie. Tijdens die bijeenkomst hebben zij een algemeen politiek debat gevoerd en hebben zij van mening gewisseld over de onderhandelingen. Voorts hebben zij de laatste procedurele knopen betreffende de IGC doorgehakt.

In hun "Verklaring van Rome" beklemtonen zij het belang van het integratieproces en onderstrepen zij dat de aanneming van een Grondwetgevend Verdrag een essentiële stap is in het proces "dat Europa coherenter, transparanter, democratischer en efficiënter moet maken en dichter bij de burgers moet brengen".

[ Top ]

De eerste ministersvergadering - 4 oktober 2003

De opening van de onderhandelingen tussen de staatshoofden en regeringsleiders is gevolgd door een eerste werkvergadering van de ministers van Buitenlandse Zaken. Daarop heeft het voorzitterschap een document verdeeld met het antwoord van de delegaties op de vragenlijsten inzake de Wetgevende Raad en inzake de Raadsformaties en het voorzitterschap daarvan. Dit document vormde de basis voor deze eerste vergadering. Het voorzitterschap heeft akte genomen van het feit dat de meeste delegaties zich uitspraken tegen de Wetgevende Raad. Inzake de Raadsformaties heeft het voorzitterschap enkele opties voor een eventueel compromis voorgesteld.

Op basis van deze discussies heeft het voorzitterschap enkele dagen later concrete voorstellen gedaan betreffende het voorzitterschap van de Raad en de verschillende Raadsformaties. Daarbij werd onder meer het volgende voorgesteld: afschaffing van de Wetgevende Raad en voorstel voor een protocol dat de fundamentele bepalingen inzake de organisatie van het voorzitterschap van de Raad bevat.

Na de vergadering van 4 oktober heeft het voorzitterschap ook een indicatief tijdschema voor de werkzaamheden van de IGC gepubliceerd. In dit document heeft het de delegaties verzocht om vóór 20 oktober alle niet-institutionele vraagstukken toe te zenden die zij in het kader van de IGC aan de orde willen stellen. Het voorzitterschap heeft de delegaties evenwel verzocht om een zekere mate van zelfdiscipline in acht te nemen teneinde het aantal te berde gebrachte kwesties tot een strikt minimum te beperken.

[ Top ]

De tweede ministersvergadering - 14 oktober 2003

Vóór de tweede vergadering van de IGC heeft het Italiaanse voorzitterschap de delegaties een nieuwe vragenlijst toegestuurd betreffende de Commissie en de toekomstige minister van Buitenlandse Zaken.

Sommige lidstaten hebben aangegeven dat zij de voorstellen van de Conventie inzake de samenstelling van de Commissie zouden willen wijzigen. Door de delegaties een aantal nauwkeurige vragen voor te leggen, heeft het Italiaanse voorzitterschap getracht de kans op een compromis af te wegen.

Ook een verduidelijking van het statuut van de minister van Buitenlandse Zaken bleek noodzakelijk. Op basis van document IGC 2/03, dat is rondgedeeld voor de opening van de IGC, heeft het voorzitterschap vragen gesteld inzake het statuut van deze minister binnen beide instellingen (persoon met "twee petten"), met name wat het beginsel van de collegialiteit binnen de Commissie betreft.

Afgezien van deze beide thema's is op de conferentie ook de op 4 oktober gestarte discussie voortgezet over de beurtrol voor het voorzitterschap van de verschillende Raadsformaties. Ter voorbereiding van de Europese Raad van 16 en 17 oktober in Brussel hebben de ministers ook de andere institutionele kwesties besproken, onder meer de samenstelling van het Europees Parlement, de Europese Raad en het voorzitterschap daarvan en het moeilijke probleem van de gekwalificeerde meerderheid. Het werkdiner was gewijd aan defensievraagstukken, met name de gestructureerde samenwerking en de solidariteitsclausule.

[ Top ]

De Europese Raad van Brussel - 16 en 17 oktober 2003

De vergadering van de Europese Raad verliep in twee fasen. De eerste was gewijd aan de IGC en in de tweede werden de dossiers van de Europese Raad zelf behandeld. In de namiddag van de eerste dag hebben de staatshoofden en regeringsleiders zich gebogen over de institutionele kwesties als voorbereid door de ministers van Buitenlandse Zaken op hun vorige bijeenkomst, meer bepaald: de samenstelling van het Europees Parlement, de rol van de Europese Raad en van het voorzitterschap daarvan en de berekening van de gekwalificeerde meerderheid. Tijdens het diner werd gesproken over de defensievraagstukken.

Het doel van deze vergadering was niet zozeer concrete oplossingen voor de te berde gebracht problemen uit te werken, dan wel de grote krachtlijnen vast te leggen voor de voortzetting van het overleg op ministerieel niveau. In dit stadium wilde het voorzitterschap de bilaterale onderhandelingen voortzetten, zonder evenwel de concrete voorstellen openbaar te maken.

[ Top ]

De derde ministersvergadering - 27 oktober 2003

Ter voorbereiding van deze vergadering had het voorzitterschap drie afzonderlijke documenten opgesteld. Twee daarvan hadden betrekking op de niet-institutionele vraagstukken (daaronder begrepen economische en financiële kwesties) en op het toepassingsgebied van de stemming met gekwalificeerde meerderheid. In deze documenten waren de problemen opgenomen waarover de delegaties nog wilden discussiëren. Het derde document bevatte een nieuw voorstel inzake het voorzitterschap van de Raad en de diverse Raadsformaties.

In het document inzake de niet-institutionele vraagstukken had het voorzitterschap alle nog openstaande kwesties samengevat, met name de preambule, de waarden en doelstellingen van de Unie, het Handvest van de grondrechten van de Unie, de financiën en begrotingsprocedures, het economisch en financieel beleid, justitie en binnenlandse zaken, het externe optreden van de Unie, de herziening van de Verdragen en talrijke punten betreffende andere beleidsgebieden van de Unie. In het totaal somde het voorzitterschap 91 punten op die door één of meerdere delegaties waren opgeworpen.

Wat de economische en monetaire vraagstukken betrof, stelden de ministers van economie en financiën op hun informele vergadering van september in Stresa een aantal door de Conventie voorgestelde punten ter discussie. De door de ECOFIN-Raad gewenste wijzigingen hadden vooral betrekking op de bevoegdheden van het Europees Parlement bij de vaststelling van de financiële vooruitzichten en de financiële verordening en op die van de Commissie bij de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten.

Wat het toepassingsgebied van de besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid betreft, heeft het voorzitterschap doen opmerken dat bepaalde delegaties het in de Conventie bereikte evenwicht wensten te bewaren, dat anderen de gekwalificeerde meerderheid wilden uitbreiden tot andere gebieden, terwijl een derde groep op gevoelige gebieden opnieuw besluitvorming met eenparigheid van stemmen wenste. Bepaalde delegaties spraken zich ook uit tegen de "bruggetjesclausule"waarmee besluitvorming met eenparigheid van stemmen kan worden omgevormd tot besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid.

Wat het voorzitterschap van de Raad en van de Raadsformaties betreft, heeft het voorzitterschap zijn eerste voorstellen herzien teneinde rekening te houden met de opmerkingen van de delegaties. Het voorstel van 'teamvoorzitterschap' werd daarom gehandhaafd.

[ Top ]

De vierde ministersvergadering - 18 november 2003

Met het oog op de vergadering van de IGC van 18 november heeft het voorzitterschap twee documenten opgesteld, namelijk betreffende de toekomstige minister van Buitenlandse Zaken en betreffende de procedures voor de herziening van het toekomstige Grondwetgevende Verdrag.

Wat de minister van Buitenlandse Zaken betreft, heeft het voorzitterschap de wijzigingen opgesteld die, gezien de op de vergadering van 14 oktober naar voren gebrachte opmerkingen, aan de tekst van de Conventie moesten worden aangebracht. De voorgestelde wijzigingen hadden met name betrekking op de onafhankelijkheid van de toekomstige minister, zijn eventueel ontslag en de samenhang tussen het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de buitenlandse betrekkingen.

De Conventie had zich reeds gebogen over de mogelijkheid van een lichtere procedure voor herziening van het Verdrag, met name voor de bruggetjesclausules. Gezien de meningsverschillen tussen de diverse delegaties heeft het voorzitterschap vooral een sterkere rol van de nationale parlementen bij de toepassing van die bruggetjesclausules voorgesteld. Wat de herziening van het toekomstige Verdrag betreft, heeft het voorgesteld een clausule voor verlichte herziening toe te voegen die uitsluitend van toepassing zou zijn op bepaalde onderdelen van het Grondwetgevend Verdrag.

In de loop van de vergadering zijn de standpunten van de delegaties over het statuut van de minister van Buitenlandse Zaken nader tot elkaar gekomen. Vele delegaties hebben ingestemd met de voorstellen van het voorzitterschap. Wat de herziening van de verdragen betreft, ging het debat voornamelijk over de bruggetjesclausules. Het voorstel van het voorzitterschap betreffende de "nihil obstat"-formule (toestemming als geen van de nationale parlementen zich verzet) leek in de goede richting te gaan.

[ Top ]

De vijfde ministersvergadering: het "conclaaf" van Napels - 28 en 29 november 2003

Ter voorbereiding van de gesprekken van de ministers op het conclaaf van Napels van eind november heeft het voorzitterschap een document verspreid met zijn opmerkingen over de besproken problemen. In het addendum bij dit document heeft het zijn voorstellen voor de artikelen gegeven. In beide documenten wordt een soort tussentijdse balans opgemaakt van de werkzaamheden, zodat zij als basis voor het overleg in Napels konden worden gebruikt.

In zijn voorstel heeft het voorzitterschap trouw willen blijven aan het door de Conventie voorgestelde ontwerp-Verdrag tot vaststelling van de Grondwet en aan de grote daarin vervatte evenwichten. Om tegemoet te komen aan de lidstaten en bepaalde punten te verduidelijken, heeft het verklaringen ingediend die de tekst niet fundamenteel wijzigden, maar de weg toonden naar een compromis.

Voor de problemen waarvoor het nog niet mogelijk was tot conclusies te komen, gaf het voorzitterschap een overzicht van de situatie en schetste het waar mogelijk een oplossing. In dit stadium werd geen enkel voorstel gedaan voor de stemming met gekwalificeerde meerderheid in de Raad.

Op basis van een kort overzicht van de standpunten van de deelnemers kon het voorzitterschap concluderen dat de lidstaten het ontwerp in het algemeen positief beoordeelden. Vervolgens bogen de deelnemers zich eerst over de beleidstaken van de Unie, maar ook over de procedure van vereenvoudigde herziening van de Grondwet. In de loop van het conclaaf liet het voorzitterschap twee gewijzigde voorstellen ronddelen, meer bepaald over de economische, sociale en territoriale samenhang en over het toerisme.

Op het diner van de eerste dag werd hoofdzakelijk gesproken over het defensiebeleid. Op basis van hun trilaterale bijeenkomst aan de vooravond van het conclaaf dienden Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk nieuwe voorstellen in over de voorwaarden voor gestructureerde samenwerking. Er werd een principeovereenkomst gevonden, met name inzake de gestructureerde samenwerking en de clausule van wederzijdse defensie.

De ochtendvergadering van 29 november werd voornamelijk gewijd aan institutionele vraagstukken. Volgens het voorzitterschap had de Conferentie vooruitgang geboekt op het gebied van de Commissie en de minister van Buitenlandse Zaken.

Wat het meest gevoelige punt betreft, namelijk dat van de dubbele meerderheid in de Raad , werd op de Conferentie gesproken over het beginsel zelf ( door de Conventie voorgestelde dubbele meerderheid of handhaving van de stemming overeenkomstig het Verdrag van Nice ) en over de verschillende voorstellen voor wijziging van de drempels voor het aantal lidstaten en de omvang van de vertegenwoordigde bevolking die vereist zouden zijn om een besluit aan te nemen. Het voorzitterschap heeft geen concrete voorstellen gedaan. Wat tenslotte het gevoelige punt van de preambule betreft, beperkte het voorzitterschap zich in dit stadium tot het inzamelen van ideeën, en liet het het aan de Europese Raad over om de knopen door te hakken.

[ Top ]

Een oproep om tot een compromis te komen

Op een in Brussel op 5 december 2003 gehouden vergadering van de oud-parlementsleden (zowel Europese als nationale) die zetelden in de Europese Conventie, heeft Conventievoorzitter Valéry Giscard d'Estaing een oproep gericht tot de IGC: "Beter geen grondwet dan een slechte grondwet". Op deze bijeenkomst heeft Franco Frattini, de voorzitter van de Raad, opnieuw bevestigd dat het voorzitterschap "geen ondermaats compromis zou aanvaarden", maar zou blijven vechten voor de ontwerp-Grondwet.

Ook het Europees Parlement heeft zich als geheel geschaard achter de ontwerp-Grondwet en heeft bij grote meerderheid een resolutie aangenomen betreffende de werkzaamheden van de IGC. Het heeft de staatshoofden en regeringsleiders opgeroepen hun inspanningen voort te zetten en hun meningsverschillen te overbruggen teneinde op 13 december tot een evenwichtig resultaat te komen.

[ Top ]

De zesde ministersvergadering - 9 december 2003

Op deze vergadering waren slechts twee onderwerpen aan de orde, defensie en begroting. Op basis van het beginselakkoord dat was bereikt op het conclaaf van Napels werd een nieuw document verspreid waarin dit akkoord artikelsgewijs werd gedetailleerd.

Wat de begrotingsproblematiek betreft, werd door het voorzitterschap geen compromis voorgesteld. Het verkoos de door de Conventie voorgestelde oplossing te handhaven, waarin de bevoegdheden van het Europees Parlement bij de jaarlijkse begrotingscontrole werden versterkt.

Op de vergadering konden de ministers van Buitenlandse Zaken geen compromis over defensie en over de begrotingsvraagstukken bereiken. Er waren nog problemen bij de formulering van de artikelen betreffende de wederzijdse defensie, met name voor de neutrale landen die een automatisme wilden vermijden. Ook inzake de begrotingsprocedure konden de standpunten van de onderscheiden kampen nog niet worden verzoend.

[ Top ]

De Europese Raad van Brussel - 12 en 13 december 2003

Drie dagen voor de Europese Raad heeft het voorzitterschap zijn voorstellen bekend gemaakt in een document, waarbij twee addenda hoorden. Addendum 1 bevatte de voorstellen voor de artikelen. In addendum 2, dat pas aan de vooravond van de Europese Raad werd gepubliceerd, werden de nog openstaande kwesties behandeld: de preambule, de samenstelling van de Commissie, de gekwalificeerde meerderheid en het minimumaantal zetels in het Europees Parlement. In dit document werden geen concrete voorstellen geformuleerd, maar werden denksporen voorgesteld voor een uiteindelijk compromis.

Deze Intergouvernementele Conferentie moest worden voorafgegaan door de gebruikelijke driemaandelijkse vergadering van de Raad. Deze vergadering, die zeer nauwgezet was voorbereid, duurde slechts de ochtend van 12 december.

Het voorzitterschap was tot de conclusie gekomen dat het enige fundamentele resterende probleem dat was van de stemming met gekwalificeerde meerderheid binnen de Raad. Zijn strategie bestond er dus in om vóór alles een compromis te vinden op dit punt in de hoop dat het zo gemakkelijker zou worden de andere openstaande onderhandelingspunten af te ronden.

De eerste zitting van de Intergouvernementele Conferentie werd 's avonds geopend door een eerste overzicht van standpunten. De vergadering werd kort daarop afgesloten om het voor het voorzitterschap mogelijk te maken de "biechtstoelprocedure" te beginnen en de delegaties afzonderlijk te ontmoeten. Die strikt vertrouwelijke ontmoetingen moesten het voorzitterschap helpen op te sporen waar een eventueel compromis uiteindelijk een kans op slagen had. Deze bilaterale gesprekken gingen van start in de loop van de middag en werden tot laat in de nacht voortgezet.

De biechtstoelprocedure werd ook in de ochtend van vrijdag 13 december voortgezet. Tijdens de lunch werd het echter duidelijk dat de standpunten van de delegaties over de stemming in de Raad niet te verzoenen bleven. Bepaalde delegaties hielden vast aan het Conventievoorstel, terwijl andere het systeem van het Verdrag van Nice voorstelden. Ook bleken de informele voorstellen voor een eventuele wijziging van de drempels voor een gekwalificeerde meerderheid niet voor iedereen aanvaardbaar.

Gezien deze impasse was het voorzitterschap dus niet in de mogelijkheid een evenwichtig en voor iedereen aanvaardbaar voorstel uit te werken en moest het concluderen dat het momenteel onmogelijk bleek een algemeen akkoord te bereiken. De Intergouvernementele Conferentie heeft derhalve een verklaring gepubliceerd waarin de mislukking van de onderhandelingen werd bekend gemaakt en waarbij het Ierse voorzitterschap de opdracht kreeg de onderhandelingen voort te zetten:

"De Europese Raad heeft geconcludeerd dat de Intergouvernementele Conferentie het in dit stadium niet eens is kunnen worden over het ontwerp voor een Verdrag tot vaststelling van een Grondwet. Het Ierse voorzitterschap wordt belast om op basis van raadplegingen een beoordeling te maken van de kansen op verdere vooruitgang en daarover verslag uit te brengen op de Europese Raad van maart."

[ Top ] [ Volgende pagina ] [ Samenvatting ]


Printbare versie | Juridische mededeling | Wat is er nieuw? | Zoek | Contact | Index | Glossarium | Over deze site | Bovenkant pagina