Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie - Toespraak - [Alleen het gesproken woord geldt]

Toespraak door Michel Barnier, hoofdonderhandelaar belast met het voeren en voorbereiden van de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk, tijdens de plenaire zitting van het Comité van de Regio's

Brussel, 22 maart 2017

“De voorwaarden om via de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk tot een akkoord te komen”

Voorzitter Markkula,

Geachte aanwezigen,

voorzitters, burgemeesters en leden van het Comité van de Regio's, u allen een goede avond toegewenst,

Het is mij een groot genoegen hier weer te zijn en ik dank u hartelijk voor uw uitnodiging om over de aanstaande onderhandelingen te komen praten. Deze onderhandelingen zullen zowel moeilijk als uitzonderlijk zijn. Voor het eerst sinds november neem ik in het openbaar over deze aangelegenheid het woord. Sta mij toe allereerst een woord van medeleven te spreken, aangezien we zojuist op de hoogte zijn gebracht van de ernstige gebeurtenissen in Londen. Er zijn slachtoffers te betreuren; de precieze aard van wat er heeft plaatsgevonden, is mij op dit moment nog onbekend, maar ik wil graag mijn medeleven betuigen met de Britse bevolking en haar autoriteiten.

44 jaar lang hebben de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk een gemeenschappelijk project gehad.

  • Gezamenlijk bouwden wij de interne markt door de barrières te slechten die ons verdeelden en gemeenschappelijke regels vast te stellen die het vrije verkeer van goederen, diensten en mensen mogelijk maken.
  • Gezamenlijk schiepen wij het Europees burgerschap, als een aanvulling op het nationale burgerschap en versterkten wij de waarden op het gebied van de rechtsstaat, vrede en democratie, die de kern vormen van onze Europese identiteit.
  • Gezamenlijk steunden wij de hereniging van Europa na de val van de Berlijnse muur. Het Verenigd Koninkrijk was ambitieus en opende snel zijn grenzen en zijn arbeidsmarkt voor burgers uit de nieuwe lidstaten. En wij financierden met overtuiging het cohesiebeleid – waarmee uw Comité een legitieme verbinding heeft – teneinde de historische en territoriale verschillen op ons continent te verminderen.

Dit gezamenlijke project zal onverminderd voortgaan, zij het zonder het Verenigd Koninkrijk, volgens zijn eigen wens.

Het besluit van de meerderheid van het Britse volk om de Europese Unie te verlaten, heeft tot een uitzonderlijke situatie geleid.

We weten nu dat het Verenigd Koninkrijk de Europese Raad op 29 maart in kennis zal stellen van zijn voornemen de Unie te verlaten. Deze kennisgeving zal formeel een onderhandelingsperiode van twee jaar in gang zetten.

 

Op basis van deze kennisgeving zullen de 27 staatshoofden en regeringsleiders alsook de voorzitters Tusk en Juncker gedurende een aantal weken gaan werken aan de opstelling van richtsnoeren, die ik nodig zal hebben voor het voeren van de onderhandelingen. Het mandaat van de Europese Raad en de Raad en het vertrouwen van het Europees Parlement, uw gastheer van vandaag, zullen daarbij geëerbiedigd worden.

De Brexit zal aanzienlijke menselijke, economische, financiële, juridische en politieke gevolgen hebben.

Wanneer er geen akkoord tot stand zou komen, zouden de gevolgen echter nog aanzienlijker zijn – voor iedereen:

  • meer dan vier miljoen burgers – Britse burgers in de EU en EU-burgers in het Verenigd Koninkrijk – zouden worden geconfronteerd met extreme onzekerheid over hun rechten en hun toekomst;
  • in het Verenigd Koninkrijk zouden er bevoorradingsproblemen zijn, die de waardeketens zouden verstoren;
  • de herinvoering van belastende douanecontroles zou de handel onvermijdelijk vertragen en de rijen wachtende vrachtwagens in Dover doen toenemen.
  • het luchtverkeer van en naar het Verenigd Koninkrijk zou ernstig verstoord worden;
  • de levering van nucleair materiaal aan het Verenigd Koninkrijk zou worden opgeschort, aangezien het van de ene dag op de andere geen deel meer uitmaakt van EURATOM.
  • En zo kan ik nog veel meer voorbeelden noemen.

Het Verenigd Koninkrijk zou ernstig nadeel ondervingen van een dergelijke situatie: twee derde van zijn handel wordt momenteel mogelijk gemaakt – en beschermd – door de interne markt en de vrijhandelsovereenkomsten van de Europese unie met meer dan 60 partnerlanden.

De Unie, onze Unie, zal ook nadelen ondervinden, ook al blijven wij alle 27 profiteren van de interne markt en onze vrijhandelsovereenkomsten.

Het scenario waarbij er geen akkoord tot stand komt, is niet het scenario dat ons voor ogen staat.

Wij willen een akkoord. Wij willen slagen door een akkoord tot stand te brengen.

Wij willen mèt en niet in weerwil van de Britten slagen.

Daarom heeft het voor de 27 lidstaten en mijn medewerkers de prioriteit om een akkoord te bereiken over de ordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk en de weg te banen voor een nieuw partnerschap.

Vandaag moeten wij praten over de voorwaarden om tot een akkoord te komen.

De eerste voorwaarde is de eenheid van de 27 lidstaten, die niet los kan worden gezien van transparantie en openbaar debat.

Sinds mijn aantreden op 1 oktober heb ik de regeringen van alle 27 lidstaten ontmoet.

 

De afgelopen weken ben ik begonnen met een tweede rondreis langs de hoofdsteden om niet alleen opnieuw de regeringen, maar ook de nationale parlementen, vakbonden en beroepsorganisaties te ontmoeten.

Net als in deze periode zal ik tijdens de onderhandelingen vanzelfsprekend nauw samenwerken met de Europese Raad, zijn voorzitter Donald Tusk, de Raad, het Europees Parlement en zijn voorzitter Antonio Tajani, en alle andere organen en instanties van de Europese Unie.

Daarom ook – geachte voorzitter Markkula, geachte dames en heren – verheugt het mij hier vandaag voor het Comité van de Regio's te staan. Als commissaris voor Regionaal Beleid heb ik vaak met het Comité samengewerkt. U bent immers de stem van de regio's, steden en plattelandsgebieden in al hun verscheidenheid.

Eenheid is niet hetzelfde als uniformiteit. Eenheid is een eerste vereiste om via onderhandelingen een akkoord te bereiken.

Ons eigen belang is er uiteraard mee gediend. Maar het is ook – en ik richt mij daarbij tot onze Britse partners, waarvan er sommige volgens mij hier aanwezig zijn — in het belang van het Verenigd Koninkrijk. Want hoe je het ook wendt of keert, beide partijen hebben belang bij een verenigd Europa om tot een akkoord te komen.

Ik wil daaraan nog iets anders toevoegen: deze eenheid zal des te hechter zijn wanneer er transparantie en openbaar debat aan ten grondslag liggen. En ik weet dat het ook weer uw Comité zal zijn, dat actief aan dit openbaar debat deelneemt.

Deze onderhandelingen kunnen niet achter gesloten deuren plaatsvinden.

Wij zullen op open en transparante wijze onderhandelen en aan iedereen uitleggen wat wij aan het doen zijn.

Tijdens deze onderhandelingen moeten wij ook objectief uitleggen wat “vertrek uit de Europese Unie” inhoudt, zowel voor het land dat zich terugtrekt als de overige lidstaten.

Wij moeten onze burgers de waarheid vertellen over de betekenis van de Brexit en dat zullen wij ook doen.

Het tweede vereiste om tot een akkoord te komen, is het wegnemen van de onzekerheid die het besluit van het Verenigd Koninkrijk om de Europese Unie te verlaten, heeft veroorzaakt.

Deze onzekerheid betreft eerst en vooral vier en een half miljoen burgers:

  • de Poolse studenten die onder dezelfde voorwaarden als Britse studenten toegang hebben tot Britse universiteiten;
  • de Britse gepensioneerden die in Spanje wonen en daar onder dezelfde voorwaarden als Spaanse gepensioneerden gezondheidszorg genieten;
  • de Roemeense artsen en verpleegkundigen die bijdragen aan de kwaliteit van de gezondheidszorg in het Verenigd Koninkrijk;
  • of de ingenieurs uit Italië, Duitsland of van elders, die ervoor hebben gekozen om in het Verenigd Koninkrijk te gaan werken, net als duizenden Britten die ook een dergelijk keus hebben gemaakt en nu in Berlijn, Rome of Wenen werken.

Wij zijn niet doof voor hun twijfels. Wij begrijpen hun zorgen en wij moeten daarop effectief reageren.

Bij de onderhandelingen zal het van meet af aan voor ons absolute prioriteit hebben dat hun rechten als Europese burgers op lange termijn gewaarborgd zijn.

“Burgers eerst” zal ons wachtwoord zijn. En ik ben ingenomen met het besluit van het college deze morgen om de twee burgerinitiatieven te registreren.

Dat wat er op het spel staat, is ingewikkeld, of het nu gaat om verblijfsrechten, toegang tot de arbeidsmarkt, pensioen- en socialezekerheidsrechten of toegang tot onderwijs.

Ten aanzien van elk van deze onderwerpen zullen wij methodisch te werk gaan. Geen enkel detail zal onbesproken blijven en we werken hieraan al met alle lidstaten samen.

Het zal tijd kosten, op zijn minst een aantal maanden. Op juridisch vlak moet in dit kader diepgaand met het Verenigd Koninkrijk worden gewerkt.

Maar we kunnen en moeten zo snel mogelijk overeenstemming bereiken over de beginselen van continuïteit, wederkerigheid en non-discriminatie, zodat deze burgers niet in onzekerheid worden gelaten.

Een volgend punt is de onzekerheid voor de regionale en lokale autoriteiten en alle begunstigden van programma's die thans uit de Europese begroting worden gefinancierd.

Over wie en waarover hebben wij het?

  • Begunstigden van het Europees Sociaal Fonds, dat – met bijna 90 miljard euro voor alle regio's – juist die mannen en vrouwen helpt die het minst gekwalificeerd zijn en het moeilijkst een baan vinden.
  • Begunstigden van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, u allen welbekend: wij praten over bijna 200 miljard euro ter ondersteuning van regio's die in economische moeilijkheden verkeren of die geïsoleerd zijn.
  • Begunstigden van het investeringsplan van Juncker; bijna 315 miljard euro aan investeringen, die ons helpen de klimaatverandering tegen te gaan, bijvoorbeeld door een windmolenpark in België te financieren. Het plan biedt ook steun voor geavanceerde infrastructuur in de gezondheids- en energiesector in het Verenigd Koninkrijk.
  •  Begunstigden van het onderzoeksprogramma Horizon 2020, dat EU-investeringen in wetenschappelijke en industriële innovatie mogelijk maakt ten bedrage van bijna 80 miljard euro en ons zo helpt de grote uitdagingen van onze tijd aan te gaan.
  • Al deze programma's:
  • hebben wij samen, alle 28, waaronder het Verenigd Koninkrijk, goedgekeurd;
  • financieren wij, alle 28, samen;
  • komen ons, alle 28, ten goede.

Elk land moet aan zijn verplichtingen jegens de andere landen voldoen. Voor alle duidelijkheid: op het verlaten van de Unie staat geen straf. Aan vertrek hangt geen prijskaartje. Maar wij moeten de boeken kloppend maken. De Britten zullen van ons geen eurocent hoeven te betalen voor iets waarmee zij niet als lidstaat hebben ingestemd.

Zo ook zullen de 27 lidstaten hun verplichtingen jegens het Verenigd Koninkrijk, zijn burgers, ondernemingen en regio's nakomen. Dat is de weg van wederzijdse verantwoordelijkheid die moet worden gevolgd.

Sta mij toe om, in alle nederigheid, een van de grootste Europeanen aller tijden te citeren, Winston Churchill: “De prijs van grootheid is verantwoordelijkheid”.

Dat geldt voor het Verenigd Koninkrijk net zo goed als voor ons.

Een derde onzekerheid die het gevolg is van het besluit van het Verenigd Koninkrijk om te vertrekken, betreft de nieuwe grenzen van de Unie.

Daarbij denk ik met name aan Ierland.

Als commissaris was ik belast met het Peace-programma. Ik begrijp de rol van de Unie bij het verstevigen van de dialoog in Noord-Ierland en de ondersteuning van het Goede-Vrijdagakkoord, waarvoor onder meer het Verenigd Koninkrijk garant staat.

Daarom zullen wij – en zal ikzelf – tijdens deze onderhandelingen bijzondere aandacht hebben voor de gevolgen van het besluit van het Verenigd Koninkrijk om de douane-unie te verlaten en voor alles dat, op wat voor wijze dan ook, de dialoog en de vrede kan verzwakken.

Geachte voorzitter, dames en heren,

de totstandkoming van een akkoord kent een derde vereiste: wij moeten de zaken in de juiste volgorde aanpakken en in perspectief plaatsen.

De uitdaging bestaat erin een nieuw partnerschap tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk tot stand te brengen op een solide grondslag en op basis van wederzijds vertrouwen.

Dat betekent dat de juiste volgorde moet worden toegepast: eerst moet er een overeenkomst worden bereikt over de beginselen van de ordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk zodat daarna – in goed vertrouwen – onze toekomstige relatie kan worden besproken.

Hoe sneller we overeenstemming bereiken over de beginselen voor een ordelijke terugtrekking, des te sneller kunnen wij onze toekomstige relatie voorbereiden.

Daarentegen lopen wij het gevaar te falen wanneer we de onzekerheden niet wegnemen en de moeilijke onderwerpen laten liggen tot aan het eind van de onderhandelingen.

Natuurlijk zullen er moeilijke momenten zijn.

Tijdens mijn hele politieke carrière, ook toen ik aan het hoofd van de regio Savoye stond, is mij steeds een ding opgevallen: hindernissen zijn veel gemakkelijker te nemen als je vanuit een bepaald perspectief handelt en wanneer je problemen in perspectief plaatst. Dat gaan we dan ook doen tijdens deze onderhandelingen en wel zo snel mogelijk.

Welk perspectief dan?

Dat van een “nieuw partnerschap “ tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk.

Lange tijd – om precies te zijn sinds ik in 1972 op eenentwintigjarige leeftijd voor het eerst mijn stem uitbracht en campagne voerde voor de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de Europese Gemeenschap – ben ik ervan overtuigd geweest dat wij een duurzame band met het Verenigd Koninkrijk hebben. Er bestaat tussen ons een gemeenschap van waarden en belangen.

Ook al is het nog te vroeg om met de onderhandelingen te beginnen, het is niet te vroeg om vandaag de eerste contouren te schetsen van ons nieuwe partnerschap.

Centraal binnen dit nieuwe partnerschap zal een vrijhandelsovereenkomst staan, waarover we te zijner tijd met het Verenigd Koninkrijk zullen onderhandelen.

Deze vrijhandelsovereenkomst kan niet gelijkwaardig zijn aan dat wat thans bestaat. En op die situatie moeten wij ons allen voorbereiden.

Het Verenigd Koninkrijk heeft ervoor gekozen de interne markt en de douane-unie te verlaten. Over twee jaar zal het een derde land zijn.

Als gevolg van deze keuze zal het Verenigd Koninkrijk zich vanzelfsprekend in een ongunstiger situatie bevinden dan als lidstaat.

Het zal niet mogelijk zijn om de krenten uit de pap te vissen en slechts aan onderdelen van de interne markt deel te nemen.

Deze vrijhandelsovereenkomst zal in de Europese geschiedenis haar weerga niet vinden:

Tot nog toe zijn alle handelsovereenkomsten die de EU heeft gesloten – met meer dan 60 landen, zoals Zuid-Korea en onlangs Canada – ondertekend in het kader van regelgevingsconvergentie.

Nu bevinden wij ons echter in een andere situatie: al bij het begin van de onderhandelingen zijn de normen en regels van het Verenigd Koninkrijk en de EU27 perfect geïntegreerd.

Waar we nu mee geconfronteerd worden, is niet regelgevingsconvergentie, maar het gevaar of de waarschijnlijkheid van regelgevingsdivergentie, die schadelijk voor de interne markt zou kunnen zijn.

Wij allen, regeringen, Europees Parlement, ikzelf als onderhandelaar, de nationale parlementen en het maatschappelijk middenveld, zullen er voor waken dat deze divergentie van regelgeving niet ontaardt in de dumping van regelgeving.

Anders zouden deze onderhandelingen misverstanden oproepen en tegenstand tegen de vrijhandelsovereenkomst zelf.

Ik wijs u erop dat deze overeenkomst, welke ongetwijfeld een gemengde overeenkomst zal zijn, in elk geval door alle lidstaten en hun nationale parlementen moet worden geratificeerd.

Om dit gevaar te vermijden, moeten we dumping van regelgeving voorkomen. Het waarborgen en handhaven van deze gemeenschappelijke regels en van een gelijk speelveld zal cruciaal zijn.

Wij zijn het eens met de recente oproep van Theresa May tot een “moedige en ambitieuze vrijhandelsovereenkomst”.

Ambitie moet omarmd worden! Maar deze ambitie is ook van toepassing op normen op sociaal en fiscaal gebied en op het gebied van milieu- en consumentenbescherming, waar Europese burgers terecht hun steun aan geven.

Onze gemeenschap van waarden en belangen met het Verenigd Koninkrijk gaat verder dan alleen handel.

Wij zijn ambitieus wat betreft onze onderzoeks- en innovatienetwerken en onze laboratoria en universiteiten, ook al zal het regelgevings- en financiële kader van onze huidige samenwerking in de toekomst vanzelfsprekend veranderen.

Wij zijn ambitieus wat betreft de strijd tegen de klimaatverandering. Op dat terrein zullen de resultaten zelfs nog beter zijn, wanneer we samen blijven in de geest van onze gemeenschappelijke verbintenissen uit hoofde van de overeenkomst van Parijs.

Wij zijn ambitieus wat betreft internationale samenwerking en ontwikkeling, met name waar het gaat om ons buurcontinent, Afrika.

Wij zijn ambitieus op het gebied van interne en externe veiligheid, of het nu gaat om de strijd tegen terrorisme, de uitwisseling van informatie, de strijd tegen hybride bedreigingen of cyberveiligheid.

Ik zeg dat juist vandaag, een dag waarop ik denk aan de slachtoffers van de aanslagen in Londen, maar ook aan de slachtoffers van de aanslagen van 22 maart in Brussel en aan al de slachtoffers van aanslagen in Europa en waar ook ter wereld.

Wij zijn ambitieus op het gebied van defensie.

Op dit punt heeft het Verenigd Koninkrijk altijd een actieve en belangrijke rol binnen de NAVO gespeeld, samen met talrijke Europese landen, maar ook in het kader van een aantal initiatieven en operaties van de Europese Unie in verband met het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.

In het kader van de werkzaamheden van de 27 op het gebied van hun eigen defensie, waaraan de voorstellen van Federica Mogherini en de Commissie ten grondslag liggen, moeten wij de mogelijkheid van bilaterale samenwerking met het Verenigd Koninkrijk open houden.

Bij handelsbesprekingen mag niet worden gemarchandeerd over de veiligheid van onze medeburgers.

Bij deze onderhandelingen mogen veiligheid en commerciële belangen niet tegen elkaar worden afgewogen.

Geachte voorzitter, dames en heren,

Wanneer wij eenmaal overeenstemming hebben bereikt over de contouren van het nieuwe partnerschap, zullen we kunnen vaststellen welke overgangsregelingen noodzakelijk zijn.

Wij weten dat dit nieuwe partnerschap tijd nodig zal hebben, ongeacht of het daarbij het om een vrijhandelsovereenkomst of enige andere vorm van samenwerking zal gaan.

Een zeker aantal overgangsbepalingen zal wellicht nodig zijn. Het is nog te vroeg om daarover een uitspraak te kunnen doen.

Deze eventuele regelingen moeten in ieder geval passen binnen de Europese wetgeving en het daaraan verbonden rechtsstelsel. De duur ervan zal strikt worden beperkt. Zij mogen er geenszins toe leiden dat de krenten uit de pap van de interne markt kunnen worden gesnoept.

 

Als afsluiting van mijn toespraak wil ik hier graag herhalen dat het onze bedoeling is om via de onderhandelingen tot een akkoord te komen. Wij zullen standvastig en vriendelijk, maar nooit naïef zijn. Ik heb vandaag geen blad voor de mond genomen, zodat iedereen begrijpt wat de voorwaarden voor het bereiken van een akkoord zijn:

  • altijd samenwerken, met zijn 27-en, door middel van transparantie en openbaar debat;
  • snel de onzekerheid wegnemen die het gevolg is van het besluit van het Verenigd Koninkrijk om te vertrekken: in de eerste plaats voor de burgers, voor de begunstigden van de Europese begroting en wat betreft de nieuwe grenzen van de Unie.
  • zaken in de juiste volgorde en in perspectief plaatsen.

Dan zullen wij in staat zijn de discussie aan te gaan over onze toekomstige relatie, op basis van een stevig fundament.

Wanneer ik over de toekomst van de 27 spreek, hoef ik er niet op te wijzen dat de kwesties die spelen, de uitdagingen en de nieuwe Europese agenda zich niet beperken tot de Brexit. Het gaat allemaal veel verder.

De prioriteit ligt en zal blijven liggen bij de versterking van onze Unie opdat wij onze toekomstige uitdagingen kunnen aangaan.

De Europese Commissie, onder leiding van haar voorzitter, Jean-Claude Juncker, heeft dit debat ingeleid door de publicatie van het Witboek over de toekomst van de Europa.

Deze week zullen de staatshoofden en regeringsleiders in Rome bijeenkomen om de 60e verjaardag te vieren van ons oprichtingsverdrag.

Ondanks de crisis en ondanks de Brexit en de problemen die deze met zich brengt, zal deze verjaardag nostalgisch noch defensief worden.

Hij zal voor ons, de 27, en voor de Unie, een nieuw beginpunt markeren,

Dank u.

SPEECH/17/723


Side Bar