Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie - Toespraak - [Alleen het gesproken woord geldt]

Staat van de Unie 2015: Tijd voor eerlijkheid, eenheid en solidariteit

Straatsburg, 9 september 2015

Jean-Claude Juncker
Voorzitter van de Europese Commissie

 

Mijnheer de voorzitter,

Geachte leden van het Europees Parlement,

Vandaag heb ik voor het eerst in mijn ambtsperiode als voorzitter van de Europese Commissie de eer om dit Huis toe te spreken over de staat van onze Europese Unie.

Ik wil deze gelegenheid dan ook graag aangrijpen om stil te staan bij het politieke belang van dit zeer bijzondere institutionele moment.

De toespraak over de Staat van de Unie is uitdrukkelijk opgenomen in hetKaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie, waarin staat dat "[E]lk jaar (…) tijdens de eerste vergaderperiode van september een debat over de stand van de Unie ("State of the Union") [wordt] gehouden, waarbij de voorzitter van de Commissie een toespraak houdt waarin hij de balans opmaakt van het lopende jaar en vooruitkijkt naar de prioriteiten, voor de volgende jaren. Hiertoe stelt de voorzitter van de Commissie dienovereenkomstig voor het Parlement de belangrijkste elementen op schrift die als grondslag voor de voorbereiding van het werkprogramma van de Commissie voor het volgende jaar dienen".

In de toespraak over de Staat van de Unie moet de voorzitter van de Commissie de balans opmaken van de huidige toestand van onze Europese Unie en de prioriteiten voor de toekomst aangeven.

Bovendien leidt de Staat van de Unie het interinstitutionele proces in dat zal uitmonden in het nieuwe werkprogramma van de Europese Commissie voor het komende jaar.

Samen met Frans Timmermans, mijn eerste vicevoorzitter, heb ik vanochtend een brief gestuurd aan de voorzitters van de twee takken van de Europese wetgevende macht: voorzitter Martin Schulz en premier Xavier Bettel van Luxemburg, de huidige voorzitter van de Raad. In deze brief wordt uitvoerig ingegaan op de vele maatregelen die de Commissie via zowel wetgeving als andere initiatieven wil nemen tot eind 2016. Wat wij voorstellen, is een ambitieuze, toegespitste, intensieve wetgevingsagenda die een nauwe en efficiënte samenwerking tussen Commissie, Parlement en Raad zal vergen.

Ik zal nu niet ingaan op de details van onze wetgevingsagenda. In de loop van de komende weken zullen wij een gestructureerde dialoog voeren met het Parlement en de Raad.

Vandaag lijkt me daarvoor niet het geschikte moment.

Ik ben de eerste voorzitter van de Commissie wiens benoeming en verkiezing rechtstreeks voortvloeien uit het resultaat van de Europese‑Parlementsverkiezingen in mei 2014.

Het feit dat ik mijn verkiezingscampagne als Spitzenkandidat kon voeren, heeft me in de gelegenheid gesteld om als voorzitter een meer politieke koers te varen.

Deze politieke rol is voorzien in de Verdragen, op grond waarvan de lidstaten de Commissie hebben opgedragen het algemeen belang van de Unie te bewaken. Als gevolg van de crisisjaren heeft die zienswijze echter aan kracht ingeboet.

Vandaar mijn uitspraak voor dit Huis in september van vorig jaar, namelijk dat ik leiding wilde geven aan een politieke Commissie. Een zeer politieke Commissie.

Ik zei dat niet vanuit de overtuiging dat we alles kunnen en moeten politiseren.

Ik zei dat vanuit de overtuiging dat de enorme uitdagingen waarmee Europa nu wordt geconfronteerd – zowel binnen als buiten zijn grenzen – niet anders kunnen worden aangepakt dan vanuit een zeer politieke invalshoek, op een zeer politieke manier en in het heldere besef van de politieke gevolgen van onze besluiten.

De recente gebeurtenissen bevestigen dat een dergelijke politieke aanpak in de Europese Unie dringend nodig is.

Dit is niet de tijd om over te gaan tot de orde van de dag.

Dit is niet de tijd om lijstjes af te vinken of om uit te vlooien of een of ander sectoraal initiatief al dan niet in de Staat van de Unie is terechtgekomen.

Dit is niet de tijd om te turven hoe vaak de woorden sociaal, economisch of duurzaam in de Staat van de Unie voorkomen.

Nee, nu is het tijd voor eerlijkheid.

De tijd is gekomen om in alle oprechtheid te spreken over de belangrijke thema's waarmee de Europese Unie wordt geconfronteerd.

 

Want de toestand van onze Europese Unie is niet rooskleurig.

 

Er is niet genoeg Europa in deze Unie.

En er is niet genoeg eenheid in deze Unie.

 

We moeten dat veranderen. En wel nu.

 
De vluchtelingencrisis: de noodzaak van eenheid in het optreden van de Unie

Wat ook in de werkprogramma's of wetgevingsagenda's moge staan, de eerste prioriteit vandaag is en moet zijn: het aanpakken van de vluchtelingencrisis.

Sinds het begin van het jaar zijn bijna 500 000 mensen in Europa aangekomen; de overgrote meerderheid op de vlucht voor de oorlog in Syrië, de terreur van Islamitische Staat in Libië of de dictatuur in Eritrea. De lidstaten die hier de meeste gevolgen van ondervinden, zijn Griekenland (met meer dan 213 000 vluchtelingen), Hongarije (meer dan 145 000) en Italië (meer dan 115 000).

De aantallen zijn indrukwekkend. Voor sommigen beangstigend.

Maar dit is niet de tijd om bang te zijn. Het is tijd dat de Europese Unie, haar instellingen en al haar lidstaten doortastend, vastberaden en gezamenlijk optreden.

Menselijkheid en menselijke waardigheid moeten hierbij voorop staan. En wat Europa betreft, is het vanuit historisch perspectief ook een kwestie van eerlijkheid.

Wij, Europeanen, moeten duidelijk voor ogen houden dat Europa een continent is waar nagenoeg iedereen ooit vluchteling was. Onze gemeenschappelijke geschiedenis is vormgegeven door miljoenen Europeanen die op de vlucht sloegen voor religieuze of politieke vervolging, voor oorlog, dictatoriale regimes of andere vormen van onderdrukking.

Denk aan de Hugenoten die in de 17e eeuw Frankrijk ontvluchtten.

Aan de Joden, Sinti, Roma en vele anderen die onder de nazi‑terreur in de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw uit Duitsland wegvluchtten.

Aan de Spaanse Republikeinen die na hun nederlaag in de Burgeroorlog eind jaren 30 van de vorige eeuw hun toevlucht zochten in vluchtelingenkampen in het zuiden van Frankrijk.

Denk aan de Hongaarse revolutionairen die naar Oostenrijk vluchtten nadat hun opstand tegen het communistische bewind in 1956 was onderdrukt door Sovjet-tanks.

Denk aan de Tsjechische en Slowaakse burgers die uitweken naar andere Europese landen na het neerslaan van de Praagse Lente in 1968.

Denk aan de duizenden mensen die hun huis uit moesten vluchten na de oorlogen in Joegoslavië.

Zijn we vergeten waarom het aantal mensen met de achternaam McDonald in de VS groter is dan in heel Schotland? Waarom er aanzienlijk meer O’Neill's en Murphy's in de VS wonen dan in Ierland?

Zijn we vergeten dat 20 miljoen mensen van Poolse afkomst buiten Polen wonen, als gevolg van de politieke en economische emigratie na de talrijke grensverschuivingen, verdrijvingen en hervestigingen die de vaak pijnlijke geschiedenis van Polen hebben getekend?

Zijn we echt vergeten dat Europa na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog 60 miljoen vluchtelingen telde? Dat als gevolg van de vreselijke ervaring die Europa toen heeft doorgemaakt, een wereldwijde beschermingsregeling (het Verdrag van Genève van 1951 betreffende de status van vluchtelingen) is ingesteld om bescherming te bieden aan wie de muren in Europa overklom om te ontsnappen aan oorlog en totalitaire onderdrukking?

Wij, Europeanen, moeten weten en mogen nooit vergeten waarom het zo belangrijk is bescherming te bieden en het grondrecht op asiel in acht te nemen.

Ik heb in het verleden gezegd dat we vaak niet trots genoeg zijn op onze Europese erfenis en ons Europese project.

En toch is het – onze kwetsbaarheid en onze ingebeelde zwakheden ten spijt – datzelfde Europa waar men heen trekt op zoek naar een toevluchtsoord, een veilige omgeving.

Vandaag de dag is Europa een baken van hoop, een oase van stabiliteit in de ogen van vrouwen en mannen in het Midden‑Oosten en in Afrika.

Dat moet ons trots maken, niet bang.

Ondanks de vele verschillen tussen de lidstaten is het Europa van vandaag met afstand het rijkste en meest stabiele continent ter wereld.

Wij hebben de middelen om mensen die op de vlucht zijn voor oorlog, terreur en onderdrukking, te helpen.

Allemaal goed en wel, zullen velen nu willen tegenwerpen, maar Europa kan nu eenmaal niet iedereen toelaten.

Het klopt dat Europa niet alle ellende van de wereld op zijn schouders kan torsen, maar laten we eerlijk zijn en de zaken in het juiste perspectief plaatsen.

Zeker, momenteel komt een groter aantal vluchtelingen naar Europa dan ooit tevoren, maar eveneens zeker is dat dit aantal nog steeds slechts 0,11 % van de totale bevolking van de EU uitmaakt. In Libanon bestaat de bevolking voor 25 % uit vluchtelingen. En dat in een land waar de mensen slechts een vijfde van de rijkdom hebben die ons in de Europese Unie te beurt valt.

Laten we duidelijk en eerlijk zijn tegenover onze vaak bezorgde burgers: zolang in Syrië oorlog wordt gevoerd en in Libië terreur heerst, zal de vluchtelingencrisis niet vanzelf verdwijnen.

We kunnen muren bouwen, we kunnen hekken bouwen. Maar stel je voor dat jij het bent, je kind in de armen, je wereld om je heen aan flarden. Dan betaal je elke prijs, klim je over elke muur, stap je in elke boot, steek je elke grens over als je daardoor maar weg komt, weg van de oorlog, weg van de barbarij van de zogenaamde Islamitische Staat.

Het is dan ook hoog tijd dat wordt opgetreden om de vluchtelingencrisis te managen. Er is geen andere mogelijkheid.

Er is druk met de vinger gewezen de laatste weken. Lidstaten verweten elkaar niet genoeg te doen of wat wel werd gedaan, fout te doen. En meestal kwam die vinger uit de nationale hoofdsteden en wees hij richting Brussel.

We kunnen ons allemaal ergeren over dit heen en weer uiten van beschuldigingen. Maar ik vraag me af wie daar baat bij heeft. Ergernis helpt niemand. En de poging anderen te beschuldigen is vaak een teken dat politici worden overrompeld door gebeurtenissen die zij niet hebben zien aankomen.

In de plaats daarvan moeten we teruggrijpen naar gemaakte afspraken die van nut kunnen zijn in de huidige situatie. Het is tijd om te bekijken wat op tafel ligt, tijd om snel vorderingen te maken.

We beginnen niet bij nul. Sinds begin jaren 2000 heeft de Commissie gestaag het ene stuk wetgeving na het andere op tafel gelegd om een gemeenschappelijk Europees asielstelsel op poten te zetten. Parlement en Raad hebben deze wetgeving bekrachtigd. Het laatste stuk is kort geleden, in juli 2015, in werking getreden.

In heel Europa gelden nu dezelfde normen voor de manier waarop asielzoekers, met respect voor hun waardigheid, worden ontvangen, en voor de manier waarop hun asielaanvragen worden behandeld. Bovendien zijn in heel Europa gemeenschappelijke criteria van kracht aan de hand waarvan onze onafhankelijke rechtstelsels bepalen of iemand in aanmerking komt voor internationale bescherming.

Maar deze normen moeten in de praktijk ook worden toegepast en in acht worden genomen. En dat is duidelijk nog niet het geval, zoals we dagelijks op televisie kunnen zien. Vóór de zomer was de Commissie genoodzaakt een eerste reeks van 32 inbreukprocedures in te leiden om lidstaten te herinneren aan hun eerder aangegane verbintenissen. De komende dagen volgt een tweede reeks. De Europese wetten moeten door alle lidstaten worden toegepast – dat moet vanzelfsprekend zijn in een Unie die gestoeld is op de beginselen van de rechtsstaat.

Gemeenschappelijke asielnormen zijn belangrijk, maar volstaan op zich niet om de huidige vluchtelingencrisis het hoofd te bieden, zoals de Commissie, het Parlement en de Raad dit voorjaar stelden. De Commissie heeft in mei een brede Europese Agenda voor migratie ingediend. En het zou oneerlijk zijn te zeggen dat sindsdien niets is gebeurd.

We hebben onze aanwezigheid op zee verdrievoudigd. Meer dan 122 000 levens zijn sindsdien gered. Elk leven dat verloren gaat, is er een te veel, maar het aantal mensen dat anders zou zijn omgekomen en nu gered is, is aanzienlijk gestegen – met 250 %. 29 lidstaten enmet de Schengenruimte geassocieerde landen nemen deel aan de gezamenlijke operaties die Frontex coördineert in Italië, Griekenland en Hongarije. 102 gastofficieren uit 20 landen, 31 vaartuigen, 3 helikopters, 4 vliegtuigen, 8 patrouillevoertuigen, 6 voertuigen met warmtecamera's en 4 transportvoertuigen: dat is de voorlopige balans van Europese solidariteit in actie – zelfs als nog meer moet worden gedaan.

We hebben onze inspanningen verdubbeld om smokkelaars aan te pakken en groepen die zich schuldig maken aan mensenhandel te ontmantelen. Omdat goedkope schepen tegenwoordig moeilijker te krijgen zijn, daalt het aantal mensen dat met gevaar voor eigen leven de oversteek waagt in gammele, niet‑zeewaardige boten. Met als gevolg dat het aantal mensen dat via de centrale Middellandse Zeeroute komt, is gestabiliseerd op ca. 115 000 in augustus – hetzelfde aantal als vorig jaar. Het is nu zaak een vergelijkbare stabilisatie te bereiken op de Balkanroute, die duidelijk door alle beleidsmakers is verwaarloosd.

Bovendien is de Europese Unie de grootste donor in de wereldwijde inspanningen om de Syrische vluchtelingencrisis te verlichten. De Europese Commissie en de lidstaten hebben ca. 4 miljard euro vrijgemaakt om humanitaire, economische, ontwikkelings- en stabilisatiesteun ter beschikking te stellen voor Syriërs in hun eigen land en voor zowel vluchtelingen als gastgemeenschappen in de omringende landen Libanon, Jordanië, Irak, Turkije en Egypte. Vandaag nog hebben we twee projecten opgezet om 240 000 Syrische vluchtelingen in Turkije van scholing en voedsel te voorzien.

We zijn samen de verbintenis aangegaan om het komende jaar ruim 22 000 mensen van buiten Europa te hervestigen en ons daarbij solidair met onze buren te tonen. Dit is natuurlijk zeer bescheiden in vergelijking met de gigantische inspanningen van Turkije, Jordanië en Libanon, die meer dan 4 miljoen Syrische vluchtelingen opvangen. Ik vind het bemoedigend dat sommige lidstaten zich bereid hebben getoond onze Europese inspanningen op het gebied van hervestiging fors op te voeren. Hierdoor kunnen we op zeer korte termijn met een gestructureerd systeem komen om de Europese hervestigingsinspanningen systematischer te groeperen.

Europa heeft duidelijk ondermaats gepresteerd op het vlak van gemeenschappelijke solidariteit ten aanzien van de vluchtelingen die op ons grondgebied zijn aangekomen.

Voor mij is het duidelijk dat de lidstaten waar de meeste vluchtelingen de Europese Unie binnenkomen (op dit moment Italië, Griekenland en Hongarije) niet aan hun lot kunnen worden overgelaten om deze uitdaging het hoofd te bieden.

Daarom heeft de Commissie al in mei een noodmechanisme voorgesteld om in eerste instantie 40 000 mensen die internationale bescherming zoeken, vanuit Italië en Griekenland te herplaatsen.

En daarom stellen wij vandaag een tweede noodmechanisme voor om nog eens 120 000 mensen vanuit Italië, Griekenland en Hongarije te herplaatsen.

Dit vereist forse inspanningen op het gebied van de Europese solidariteit. Vóór de zomer kregen we niet de steun van de lidstaten waarop ik had gehoopt. Ik zie echter dat de stemming omslaat en ik geloof dat het daar de hoogste tijd voor is.

Ik roep de lidstaten op om tijdens de buitengewone Raad van ministers van Binnenlandse Zaken op 14 september de voorstellen van de Commissie over de noodherplaatsing van in totaal 160 000 vluchtelingen goed te keuren. We moeten onmiddellijk in actie komen. We kunnen Italië, Griekenland en Hongarije niet in de steek laten, net zomin als we andere EU-lidstaten in de steek zouden laten. Want nu vluchten mensen uit Syrië en Libië, maar morgen zou het uit Oekraïne kunnen zijn.

Europa heeft in het verleden de fout gemaakt onderscheid te maken tussen joden, christenen, moslims. Wanneer het op vluchtelingen aankomt is er geen religie, geen geloof, geen levensovertuiging.

Onderschat de urgentie niet. Onderschat evenmin onze plicht om op te treden. De winter komt eraan. Denk aan de families die in parken en op treinstations slapen in Budapest, in tenten in Traiskirchen, of op de stranden van Kos. Hoe zal het hen straks vergaan in de koude winternachten?

Natuurlijk, herplaatsing alleen zal het probleem niet oplossen. We moeten inderdaad beter onderscheid maken tussen degenen die zonder twijfel internationale bescherming nodig hebben (en die naar alle waarschijnlijkheid met succes asiel aanvragen) en degenen die hun land verlaten om redenen die niet onder het asielrecht vallen. Daarom stelt de Commissie vandaag een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor. Met deze lijst kunnen de lidstaten de asielprocedures versnellen voor onderdanen van landen waarvan wordt verondersteld dat men er veilig kan wonen. Dit vermoeden van veiligheid geldt volgens ons zeker voor landen die volgens een unaniem besluit van de Europese Raad aan de basiscriteria van Kopenhagen voor het EU-lidmaatschap voldoen, met name als het gaat om democratie, de rechtsstaat en de grondrechten. Het geldt ook voor de andere mogelijke kandidaat-lidstaten op de Westelijke Balkan gezien de vooruitgang die zij boeken op weg naar de status van kandidaat-lidstaat.

Ik ben me er natuurlijk van bewust dat de lijst met veilige landen niet meer is dan een procedurele vereenvoudiging. Een dergelijke aanpak doet niets af aan het fundamentele recht op asiel van asielzoekers uit Albanië, Bosnië en Herzegovina, de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië, Kosovo, Montenegro, Servië en Turkije, maar het stelt nationale autoriteiten in staat zich te richten op vluchtelingen aan wie naar verwachting eerder asiel wordt toegekend, met name vluchtelingen uit Syrië. En deze focus is in de huidige situatie hard nodig.

Afgezien van het onmiddellijke optreden dat nodig is om de huidige noodsituatie het hoofd te bieden, ben ik bovendien van meningdat het moment is aangebroken om een grondigere verandering voor te bereiden van de manier waarop we omgaan met asielaanvragen, en vooral ook van het Dublinsysteem, dat vereist dat asielvragen door het eerste land van binnenkomst worden behandeld.

We hebben meer Europa in ons asielbeleid nodig. We hebben meer Unie in ons vluchtelingenbeleid nodig.

Voor een daadwerkelijk Europees vluchtelingen- en asielbeleid is een permanente verankering van solidariteit in onze beleidsaanpak en onze regels nodig. Daarom stelt de Commissie vandaag tevens een permanent herplaatsingsmechanisme voor waarmee we in de toekomst sneller met crisissituaties kunnen omgaan.

Een gemeenschappelijk vluchtelingen- en asielbeleid vereist een verdere harmonisatie van het asielbeleid voor de fase die volgt na toekenning van de vluchtelingenstatus. De lidstaten moeten hun steun-, integratie en inclusiebeleid nog eens onder de loep nemen. De Commissie is bereid om te onderzoeken hoe de EU-fondsen deze inspanningen kunnen ondersteunen. Ik ben er tevens groot voorstander van om asielzoekers de mogelijkheid te geven te werken en geld te verdienen, terwijl hun aanvragen worden verwerkt.

Voor een uniform vluchtelingen- en asielbeleid zijn daarnaast intensievere gezamenlijke inspanningen nodig om onze buitengrenzen te beschermen. Gelukkig hebben we de grenscontroles tussen de lidstaten van het Schengengebied opgeheven om het vrije verkeer van personen, een uniek symbool van de Europese integratie, te waarborgen. De andere kant van de medaille is echter dat we nauwer moeten samenwerken om onze buitengrenzen te beheren. Dat verwachten de burgers van ons. De Commissie zei het al in mei, en ik zei het tijdens mijn verkiezingscampagne: we moeten Frontex aanzienlijk versterken en omvormen tot een volledig operationeel Europees grens- en kustwachtsysteem. Dat is zeker haalbaar, maar het zal geld kosten. De Commissie is van mening dat dit een goede investering is. Daarom zullen wij voorstellen om vóór het einde van het jaar ambitieuze stappen te zetten op weg naar een Europees grens- en kustwachtsysteem.

Een daadwerkelijk uniform Europees migratiebeleid houdt ook in dat we ook moeten kijken naar de mogelijkheden van legale migratie. Laat ons duidelijk zijn: dit zal voor de huidige vluchtelingencrisis geen soelaas bieden. Als er meer, veilige en gecontroleerde wegen naar Europa zijn, kunnen we de migratie echter beter beheren en het – illegale – werk van mensensmokkelaars minder aantrekkelijk maken. Laten we niet vergeten dat we een verouderend continent zijn, met een afnemend bevolkingsaantal. We zullen talent hard nodig hebben. Migratie moet gaandeweg veranderen van een probleem dat moet worden aangepakt in een goed beheerde hulpbron. Daarom komt de Commissie begin 2016 met een goed doordacht maatregelenpakket inzake legale migratie.

We komen alleen tot een blijvende oplossing als we het probleem bij de wortel aanpakken, als we achterhalen waarom we op dit moment geconfronteerd worden met deze belangrijke vluchtelingencrisis. Ons Europese buitenlandse beleid moet assertiever worden. We kunnen het ons niet meer veroorloven onwetend en verdeeld te zijn als het gaat om oorlog of instabiliteit in onze buurlanden.

In Libië moeten de EU en onze lidstaten meer met regionale partners samenwerken om ervoor te zorgen dat er snel een regering van nationale eenheid is. We moeten bereid zijn een dergelijke regering met alle beschikbare EU-instrumenten bij te staan zodat zij direct bij haar aantreden voor veiligheid en dienstverlening voor de bevolking kan zorgen. Onze Europese humanitaire en ontwikkelingssteun moet onmiddellijk en alomvattend zijn.

Ik wil er tevens op wijzen dat we het vijfde jaar van de Syrische crisis ingaan en dat het eind nog niet in zicht is. Tot nu toe heeft de internationale gemeenschap het Syrische volk in de steek gelaten. Europa heeft het Syrische volk in de steek gelaten.

Ik roep vandaag op tot een Europees diplomatiek offensief om de crises in Syrië en Libië aan te pakken. We hebben een sterker Europa nodig als het gaat om buitenlands beleid.Ik ben heel blij dat Federica Mogherini, onze vastberaden hoge vertegenwoordiger, met haar diplomatieke succes in het nucleair overleg met Iran het voorwerk heeft verricht voor een dergelijk initiatief, en dat ze klaarstaat om nauw samen te werken met onze lidstaten voor vrede en stabiliteit in Syrië en Libië.

Om Federica's werk te vergemakkelijken, stelt de Commissie vandaag voor om een noodtrustfonds in het leven te roepen, te beginnen met 1,8 miljard euro uit onze gemeenschappelijke financiële EU-middelen om de crises in de Sahel en de regio van het Tsjaadmeer, de Hoorn van Afrika en Noord-Afrika aan te pakken. We willen bijdragen aan langdurige stabiliteit, bijvoorbeeld door in lokale gemeenschappen arbeidskansen te creëren en zo de onderliggende oorzaken van destabilisatie, gedwongen ontheemding en illegale migratie aan te pakken. Ik verwacht dat alle EU-lidstaten meedoen en dezelfde ambities koesteren als wij.

Ik wil niet de illusie geven dat de vluchtelingencrisis binnenkort voorbij zal zijn. Dat zal niet het geval zijn. Terugduwen van bootjes van de aanlegsteiger, in brand steken van vluchtelingenkampen en armen en hulpbehoevenden de rug toekeren: dat is niet Europa.

Europa, dat is de bakker in Kos die zijn brood weggeeft aan hongerige en vermoeide zielen. Europa, dat zijn de studenten in München en in Passau die kleding brengen voor de nieuwkomers op het treinstation. Europa is de politieagent in Oostenrijk die de uitgeputte vluchtelingen bij het oversteken van de grens verwelkomt. Dát is het Europa waarin ik wil leven.

De crisis is hevig en er is nog een lange weg te gaan. Ik reken op u, in dit Huis, en op alle lidstaten om de toekomst tegemoet te treden met Europese moed, overeenkomstig onze gemeenschappelijke waarden en onze geschiedenis.

 

Een nieuw begin voor Griekenland, de eurozone en de Europese economie

Voorzitter, geachte leden,

Zoals gezegd wil ik vandaag de belangrijke thema's bespreken. Daarom moet ik in deze Staat van de Unie nader ingaan op de situatie in Griekenland evenals, in ruimere zin, op de lessen die wij hebben getrokken uit de reeds vijf jaar durende Griekse crisis waarvan de eurozone en de Europese economie en samenleving als geheel, nog steeds de gevolgen ondervinden.

Sinds het begin van het jaar hebben de onderhandelingen over Griekenland ons geduld zwaar op de proef gesteld. Veel tijd werd verspild en het onderlinge vertrouwen kalfde af. Banden werden verbroken. Er werden dingen gezegd die niet gemakkelijk kunnen worden teruggenomen.

Politieke arrogantie, geruzie en beledigingen waren aan de orde van de dag.

Al te vaak meenden sommigen dat zij hun visie konden opleggen zonder in de verste verte rekening te houden met andermans standpunt.

Democratieën van de eurozone werden tegen elkaar uitgespeeld. Het herstel en de nieuwe banen die vorig jaar in Griekenland waren ontstaan, gingen in deze maanden weer verloren.

We stonden met zijn allen aan de rand van de afgrond.

En zoals zo vaak waren we pas toen we dat dieptepunt hadden bereikt, in staat de grotere samenhang te zien en onze verantwoordelijkheid te nemen.

Uiteindelijk werd een akkoord bereikt en werden toezeggingen gedaan en nagekomen. Er is een begin gemaakt met het herstel van het - toch nog zeer broze - vertrouwen.

Ik ben niet trots op alle aspecten van de bereikte resultaten. Maar ik ben wel trots op de teams van de Europese Commissie die tot ver in augustus dag en nacht niet aflatend hebben gewerkt om de kloof tussen ver uiteenliggende standpunten te overbruggen en oplossingen te vinden in het belang van Europa en het Griekse volk.

Ik weet dat niet iedereen ingenomen was met wat de Commissie deed.

Tal van Griekse politici waren niet blij dat we aandrongen op hervormingen in Griekenland, met name ten aanzien van het onhoudbare pensioenstelsel en het onrechtvaardige belastingregime.

Veel andere Europese politici konden niet begrijpen waarom de Commissie doorging met onderhandelen. Sommigen zagen niet in waarom we alle besprekingen niet overlieten aan de technisch deskundigen van het Internationaal Monetair Fonds. Waarom we soms ook de sociale dimensie van de in het programma vastgelegde verbintenissen bespraken en deze verbintenissen wijzigden om rekening te houden met de effecten ervan op de meest kwetsbare groepen in de samenleving. Of waarom ik persoonlijk keer op keer durfde te herhalen dat deelname aan de euro, en het lidmaatschap van de eurozone, onomkeerbaar zijn.

 

Voorzitter, geachte leden,

Het mandaat van de Commissie in de onderhandelingen met een programmaland zoals Griekenland heeft een heel duidelijke basis: immers, het Verdrag van de Europese Unie roept de Commissie op het gemeenschappelijk belang van de Unie te bevorderen en het recht te handhaven. Datzelfde recht omvat de door alle lidstaten overeengekomen Verdragsbepaling die het lidmaatschap van de euro als onomkeerbaar aanmerkt.

Zolang de lidstaten de Verdragen niet wijzigen, ben ik van oordeel dat de Commissie en alle andere EU-instellingen een duidelijk mandaat hebben en verplicht zijn alles in het werk te stellen om de integriteit van de eurozone te bewaren.

De Commissie heeft tevens in het kader van het Verdrag tot oprichting van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), dat door alle lidstaten is geratificeerd, de opdracht gekregen programma-onderhandelingen met een lidstaat te voeren. Dit moet in overleg met de Europese Centrale Bank gebeuren, en zo mogelijk in samenwerking met het Internationaal Monetair Fonds. Maar wij hebben een duidelijk mandaat om dit te doen.

Wanneer de Commissie in de Verdragen genoemd wordt, wordt mijns inziens de Commissie bedoeld als instelling onder de politieke leiding van de voorzitter en het college van commissarissen. Daarom heb ik de onderhandelingen met Griekenland niet volledig overgelaten aan de ambtenaren van de Commissie, ondanks hun expertise en hun harde werk. Maar ik heb regelmatig met onze deskundigen gesproken, vaak meermalen per dag, om hen aan te sturen of hun werkzaamheden aan te passen. Ik zorgde er ook voor dat de stand van de onderhandelingen met Griekenland tijdens de bijeenkomsten van het college uitgebreid en met grote nadruk op de politieke aspecten werden besproken.

Want het is geen technische kwestie of je de btw niet alleen op restaurants, maar ook op verwerkte levensmiddelen verhoogt. Het is een politieke en maatschappelijke kwestie.

Het is geen technische, maar een uiterst politieke kwestie of je de btw op geneesmiddelen verhoogt in een land waar 30% van de bevolking door de crisis niet langer door het openbare gezondheidsstelsel wordt gedekt. Of dat je in plaats daarvan op militaire uitgaven bezuinigt - in een land waar de militaire uitgaven nog steeds tot de hoogste in de EU behoren.

Het is zeker geen technische kwestie of je de pensioenen van de armsten in de samenleving of het minimumloon verlaagt; of dat je in plaats daarvan belasting heft op Griekse reders.

Natuurlijk moesten de cijfers in wat nu het derde Griekse programma is, uiteindelijk kloppen. Maar we zijn daarin geslaagd met eerbiediging van de sociale rechtvaardigheid. Ik heb het trojka-verslag van het Europees Parlement zeer aandachtig gelezen. Ik hoop dat u kunt zien dat we hiervan hebben geleerd, dat we - voor de eerste maal - het sociale effect van het programma hebben beoordeeld. Hoewel ik ruiterlijk toegeef dat de Commissie bij deze onderhandelingen ook soms compromissen heeft moeten sluiten.

Waar het mij om gaat, is dat uiteindelijk een compromis werd bereikt waarin alle 19 lidstaten van de eurozone, met inbegrip van Griekenland, zich konden vinden.

Na weken van overleg, weinig vooruitgang, geregelde tegenslagen, veel crisismomenten en een flinke dosis drama, slaagden we er op 19 augustus in een nieuw Programma ter ondersteuning van de stabiliteit van Griekenland te ondertekenen.

Nu het nieuwe programma er is wil ik dat het een nieuw begin vormt, zowel voor de euro als voor de eurozone als geheel.

Want laten we heel eerlijk zijn: we staan pas aan het begin van een nieuwe, lange reis.

Voor Griekenland gaat het er nu om, de bereikte overeenkomst ten uitvoer te leggen. Daar is een breed politiek draagvlak voor nodig.

De leiders van alle reguliere Griekse politieke fracties zijn in mijn kantoor bijeengekomen voordat de definitieve overeenkomst werd ondertekend. Zij hebben allemaal toegezegd deze overeenkomst te zullen steunen, en zij gaven een eerste bewijs van hun engagement door in het Griekse Parlement vóór het nieuwe programma en de eerste drie hervormingsrondes te stemmen. Ik verwacht dat zij woord houden en de overeenkomst ten uitvoer zullen leggen – ongeacht wie regeert. Brede steun en een tijdige uitvoering van de hervormingen is wat Griekenland nodig heeft, zodat het vertrouwen van de Grieken terugkeert en het geloof in de Griekse economie wordt hersteld.

Het programma is één ding, maar het is niet genoeg om duurzame groei op gang te brengen. De Commissie zal Griekenland bijstaan om ervoor te zorgen dat de hervormingen gestalte krijgen en we zullen Griekenland helpen een groeistrategie te ontwikkelen waarvoor het zelf verantwoordelijk is en waarover het zelf de leiding heeft.

Van de modernisering van het openbaar bestuur tot de onafhankelijkheid van de belastingdienst zal de Commissie technische steun op maat verstrekken, met hulp van Europese en internationale partners. Dit wordt de belangrijkste taak van de nieuwe Structural Reform Support Service die ik in juli heb opgericht.

Op 15 juli heeft de Commissie tevens een voorstel ingediend om nationale cofinanciering in Griekenland te beperken en financiering voor investeringsprojecten met een liquiditeitstekort naar voren te halen: een pakket groeimaatregelen van 35 miljard euro. Dit is dringend noodzakelijk om de economische groei te herstellen na maanden van financiële krimp. Dit is geld dat de reële economie zal bereiken, en waarmee bedrijven en autoriteiten kunnen investeren en personeel aanwerven.

De Commissie heeft dag in, dag uit gewerkt om dit voorstel op tafel te krijgen. Nationale parlementen zijn in augustus meermaals bijeengekomen. Ik hoop daarom dat het Europees Parlement ook zijn bijdrage zal leveren, in lijn met eerdere toezeggingen. Ons programma voor groei in Griekenland ligt al twee maanden in dit parlement op tafel. Indien het wordt goedgekeurd, zal het toch nog enkele weken duren voordat de eerste euro de reële economie van Griekenland bereikt.

Ik roep u op het voorbeeld van de Raad te volgen, die dit groeiprogramma aan het eind van deze maand zal goedkeuren. Het Europees Parlement zou in dit geval minstens even snel moeten beslissen als de Raad.

 

Ik heb gezegd dat ik wilde dat het nieuwe programma een nieuw begin vormt, niet alleen voor Griekenland maar voor de eurozone als geheel, omdat wij belangrijke lessen moeten trekken uit de crisis die ons al veel te lang heeft geteisterd.

De economische en sociale toestand spreekt voor zich: er zijn vandaag de dag nog 23 miljoen werklozen in de Europese Unie, van wie meer dan de helft al een jaar of meer geen baan hebben. In de eurozone als geheel zitten meer dan 17,5 miljoen mensen zonder werk. Het herstel wordt gehinderd door de onzekerheden op wereldwijd niveau. De overheidsschuld in de EU bedraagt gemiddeld ruim 88% van het bbp, en in de eurozone bijna 93%.

De crisis is niet voorbij. Er is alleen een onderbreking.

Dat wil niet zeggen dat er niets gebeurt. De werkloosheidscijfers worden beter, het bbp stijgt naar het hoogste peil sinds jaren en de financieringsvoorwaarden voor zowel gezinnen als ondernemingen zijn aanzienlijk verbeterd. In verschillende landen die eens zwaar getroffen waren en die Europese financiële steun hebben gekregen, zoals Letland, Ierland, Spanje en Portugal, is de groei weer op gang gekomen en stabiliseert de economie.

Maar hoewel er vooruitgang wordt geboekt, verloopt het herstel te traag. Het is te kwetsbaar en het hangt te veel af van onze externe partners.

Bovendien heeft de crisis in de eurozone en de hele EU voor zeer grote verschillen gezorgd. Ons groeipotentieel is aangetast. De langetermijntendens van toenemende ongelijkheid is erdoor versterkt. De sociale vooruitgang, het nut van veranderingen en de voordelen van bij elkaar te horen worden in twijfel getrokken.

We hebben behoefte aan een nieuw convergentieproces, zowel tussen lidstaten als binnen samenlevingen, waarbij productiviteit, werkgelegenheid en sociale rechtvaardigheid de kernbegrippen zijn.

We hebben behoefte aan meer Unie in ons Europa.

Voor de Europese Unie en met name mijn Commissie betekent dat twee dingen: ten eerste, investeren in de Europese bronnen voor banen en groei, in het bijzonder in onze eengemaakte markt, en ten tweede, onze economische en monetaire unie voltooien zodat we goede omstandigheden voor een duurzame groei creëren. We strijden op beide fronten.

Samen met u en de lidstaten hebben we het Investeringsplan voor Europa ter waarde van 315 miljard euro ontwikkeld, met een nieuw Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI).

Minder dan een jaar nadat ik dat plan heb aangekondigd, gaan nu de eerste projecten van start.

In Frankrijk krijgen 40 000 gezinnen een lagere energierekening en worden 6 000 banen gecreëerd door verbetering van energie-efficiëntie van gebouwen, gefinancierd door het Investeringsfonds.

In ziekenhuizen in Barcelona kunnen patiënten beter worden behandeld met nieuwe plasma-afgeleide therapieën, gefinancierd door het Investeringsfonds.

In Ierland, onder andere in Limerick, komen veertien nieuwe centra voor eerstelijnszorg zodat gezinnen beter toegang krijgen tot eerstelijnszorg en sociale dienstverlening. Dat is nog maar het begin. Er zullen veel soortgelijke projecten volgen.

Tegelijk met de uitvoering van ons Investeringsplan moderniseren we onze eengemaakte markt, zodat mensen en bedrijven in alle 28 lidstaten meer kansen krijgen. Dankzij Commissieprojecten zoals de digitale interne markt, de kapitaalmarktenunie en de energie-unie worden de drempels voor grensoverschrijdende activiteiten weggenomen en wordt de schaalgrootte van ons continent ingezet om innovatie te stimuleren, talent te koppelen en een ruimere keuze aan producten en diensten aan te bieden.

Maar al onze inspanningen zullen vruchteloos blijken als we het volgende niet voor ogen houden: we hebben de mensen in Europa en in de wereld er nog niet van overtuigd dat onze Unie niet enkel kan voortbestaan, maar ook kan groeien en bloeien.

We moeten onszelf niet voor de gek houden: onze positie is verzwakt omdat we de voorbije maanden niet snel en duidelijk collectief konden reageren op de Griekse crisis. Het vertrouwen in onze eenheidsmunt en de goede naam van de EU in de wereld zijn geschaad.

Hij die geen haven heeft gekozen, heeft nooit gunstige wind. We moeten weten waar we naartoe gaan.

Dat is de essentie van het verslag over de voltooiing van onze economische en monetaire unie dat ik in juni samen met de voorzitters van de andere Europese instellingen heb voorgesteld.

Ik vond het vanzelfsprekend dat voorzitter Schulz bij dit belangrijke werk betrokken werd. In feite is het Parlement het hart van de Europese democratie, zoals nationale parlementen dat zijn voor de democratie van een land. Het Europees Parlement is het parlement van de eurozone en dat moet zo blijven. In zijn rol van medewetgever moet het Parlement een besluit nemen over de nieuwe initiatieven die de Commissie de komende maanden zal voorstellen om onze economische en monetaire unie te verdiepen. Daarom ben ik blij dat we voor het eerst een "verslag van de vijf voorzitters" en niet "van de vier voorzitters" hebben opgesteld.

Ondanks maandenlange nachtelijke gesprekken over een akkoord voor Griekenland hebben we in mei en juni ook deze tekst over de te volgen koers naar een sterkere toekomst opgesteld. De vijf voorzitters van de belangrijkste EU-instellingen zijn het eens geraakt over een stappenplan dat ons tegen begin 2017 naar een stabielere en sterkere eurozone moet leiden, en daarna naar een fundamentele hervorming en, waar mogelijk, een omschakeling van crisisherstel naar nieuwe groeiperspectieven op grond van een hernieuwde economische convergentie.

Zoals verwacht heeft het verslag van de vijf voorzitters in Europa voor een geanimeerd debat gezorgd. Volgens sommigen hebben we een euro-regering nodig. Anderen pleiten voor meer discipline en naleving van de regels. Ik ga met beide standpunten akkoord: er is behoefte aan collectieve verantwoordelijkheid, meer gemeenschapszin en onverkorte naleving en uitvoering van wat collectief is overeengekomen. Maar ik ben het er niet mee eens dat dit een vermenigvuldiging van instellingen zou moeten betekenen, of het overschakelen van de euro op de automatische piloot, alsof nieuwe instellingen of toverformules meer en betere resultaten zouden opleveren.

Een eenheidsmunt werkt niet op basis van regels en statistieken alleen. Het systeem moet voortdurend politiek geëvalueerd worden, als grondslag voor nieuwe economische, budgettaire en sociale beleidskeuzes.

Het verslag van de vijf voorzitters zorgt de komende jaren voor een volle agenda en ik wil dat we snel vorderingen maken op alle fronten: economisch, financieel, budgettair en politiek. Sommige inspanningen moeten we alleen op de eurozone toespitsen, andere moeten, gezien hun sterke interactie met onze eengemaakte markt, voor alle 28 lidstaten openstaan.

Graag wil ik vijf gebieden aanhalen waarop de Commissie al snel ambitieuze voorstellen zal indienen en waarop we dit najaar al vooruitgang verwachten.

Ten eerste: de vijf voorzitters zijn overeengekomen dat we behoefte hebben aan een gemeenschappelijk stelsel waardoor het spaargeld van burgers tot en met 100 000 euro per persoon en per rekening altijd wordt beschermd. Dat is nu nog een ontbrekende schakel in de bankenunie.

Dergelijke beschermregelingen bestaan al, maar alleen op nationaal niveau. We hebben een Europees systeem nodig dat niet van overheidsmiddelen afhankelijk is, zodat burgers absolute zekerheid hebben dat hun spaarrekening veilig is.

We hebben allemaal gezien wat er deze zomer in Griekenland is gebeurd: de burgers namen begrijpelijkerwijze hun spaargeld op omdat ze er niet meer op vertrouwden dat de staat het bankwezen in stand kon houden. Dat moet veranderen.

Er is dringend behoefte aan een gemeenschappelijk depositogarantiestelsel en de Commissie zal nog vóór eind dit jaar een wetgevingsvoorstel met de eerste stappen daartoe indienen.

Ik ben me er natuurlijk ten volle van bewust dat hierover nog geen consensus bestaat. Maar ik weet ook dat velen onder u er net als ik van overtuigd zijn dat we actie moeten ondernemen. Tot de sceptici zeg ik: de Commissie weet maar al te goed dat niet alle lidstaten dezelfde uitgangspositie hebben. Sommige hebben hun nationale depositogarantiesystemen goed ontwikkeld en gefinancierd. Andere werken er nog aan. We moeten met die verschillen rekening houden. Daarom pleiten de vijf voorzitters in hun verslag niet voor volledige mutualisering maar voor een nieuwe aanpak: een herverzekeringsstelsel. Wij vertellen u de komende weken meer daarover.

Ten tweede: de euro moet op wereldvlak beter vertegenwoordigd worden. Hoe is het mogelijk dat de eurozone, met de op één na grootste munt ter wereld, binnen de internationale financiële instellingen nog altijd niet met één stem spreekt over economische aangelegenheden?

Stelt u zich even het dagelijkse werk van het Internationaal Monetair Fonds voor. We weten allemaal hoe belangrijk het IMF is. Maar in plaats van eensgezind op te treden als eurozone, moeten België en Luxemburg hun stemgedrag aanpassen aan Armenië en Israël, en zit Spanje in een kiesgroep samen met Latijns-Amerikaanse landen.

Hoe is het mogelijk dat wij, Europeanen, samen een grote aandeelhouder zijn van internationale instellingen zoals het IMF en de Wereldbank en dat we toch nog als een minderheid optreden?

Hoe is het mogelijk dat in Azië een nieuwe, strategisch belangrijke Investeringsbank voor infrastructuur wordt opgericht en dat Europese regeringen, in plaats van samen te werken, elkaar beconcurreren om als eerste lid te worden?

We moeten volwassen worden en onze gemeenschappelijke belangen laten primeren op de nationale. Volgens mij moet de voorzitter van de Eurogroep als vanzelfsprekend optreden als woordvoerder van de eurozone in internationale financiële instellingen zoals het IMF.

Ten derde: we hebben een doeltreffender en democratischer systeem voor economisch en begrotingstoezicht nodig. Dit Parlement, de nationale parlementen en de sociale partners op alle niveaus moeten daarbij een belangrijke rol spelen. Ik wil ook dat het belang van de hele eurozone van tevoren beter weerspiegeld wordt in het beleid van de EU en de lidstaten: het belang van het geheel is niet zomaar de som van de delen. Dat zal blijken uit onze voorstellen om het Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid verder te stroomlijnen en versterken.

Ik wil niet dat onze aanbevelingen voor de economische richting die de eurozone als geheel moet volgen, nog loze woorden blijven. Ik wil dat ze werkelijk richtinggevend zijn, met name wat betreft het begrotingsbeleid van de eurozone.

Ten vierde: we moeten een eerlijker belastingbeleid voeren. Het beleid moet transparanter en billijker worden, voor zowel burgers als ondernemingen. We hebben in juni een actieplan voorgesteld met als kerngedachte: een onderneming moet worden belast in het land waar ze winst maakt.

Ons werk aan de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting is een stap in de goede richting. Door deze vereenvoudiging zal het moeilijker worden om belastingen te ontwijken.

Samen met de Raad werken we ook hard om een overeenkomst inzake automatische informatieuitwisseling over fiscale rulings tegen eind dit jaar rond te krijgen.

Tegelijk verwachten we dat onze onderzoeken naar de verschillende nationale stelsels heel binnenkort resultaten zullen opleveren.

We doen er ook alles aan opdat de lidstaten eind dit jaar de uitvoeringsbepalingen van een belasting op financiële transacties zouden aannemen.

We hebben meer Europa, meer Unie nodig, en een eerlijker belastingbeleid.

Ten vijfde: we moeten harder werken aan een eerlijke en echte pan-Europese arbeidsmarkt. Eerlijk betekent in deze context dat we het vrije verkeer van burgers als een grondrecht van onze Unie bevorderen en beschermen, terwijl we misbruik en het risico op sociale dumping vermijden.

Arbeidsmobiliteit is welkom en nodig om de eurozone en de eengemaakte markt te laten floreren. Maar arbeidsmobiliteit moet gebaseerd zijn op duidelijke regels en beginselen, met als basisbeginsel dat iedereen evenveel wordt betaald voor dezelfde baan op dezelfde plek.

Ik wil daartoe bijdragen met een Europese pijler voor sociale rechten, die rekening houdt met de veranderende realiteit van de Europese samenlevingen en de arbeidsmarkt, en die kan dienen als kompas voor de hernieuwde convergentie in de eurozone.

Die Europese pijler voor sociale rechten moet een aanvulling vormen op wat we al samen hebben bereikt op het vlak van de bescherming van werknemers in de EU. Ik verwacht van de sociale partners dat zij in dat proces een centrale rol opnemen. Ik denk dat wij er goed aan doen om dit initiatief eerst in de eurozone te nemen en daarna andere lidstaten te laten instappen als zij dat willen.

Zoals gezegd in het verslag van de vijf voorzitters moeten we ook meer fundamentele stappen voor de eurozone voorbereiden. De Commissie zal daarover in het voorjaar van 2017 een witboek voorstellen.

Jawel, we moeten op termijn een ministerie van Financiën voor de eurozone oprichten dat op Europees niveau verantwoording aflegt. Ik ben ervan overtuigd dat dit moet worden gebaseerd op het Europees stabiliteitsmechanisme dat we tijdens de crisis hebben ingesteld en dat, met een potentieel kredietvolume van 500 miljard euro, evenveel slagkracht heeft als het IMF. Het ESM moet geleidelijk een bredere macro-economische stabilisatiefunctie op zich nemen om beter schokken te kunnen verwerken die niet op nationaal niveau kunnen worden opgevangen. We zullen de weg daarvoor effenen in de tweede helft van onze bestuursperiode.

De Europese Unie is een dynamisch project. Een project in dienst van het volk. Er zijn geen winnaars of verliezers. Allemaal krijgen we meer terug dan wat we investeren. Het is één allesomvattend project. Dat is ook mijn boodschap aan onze partners in het Verenigd Koninkrijk, die prominent in mijn gedachten zijn als ik denk aan de belangrijke politieke uitdagingen voor de komende maanden.

 

Een billijke regeling voor het Verenigd Koninkrijk

Sinds mijn ambtsaanvaarding is de situatie ten aanzien van het Verenigd Koninkrijk duidelijker geworden: Voor het einde van 2017 komt er een referendum over de vraag of het Verenigd Koninkrijk deel blijft uitmaken van de Unie of niet. Uiteraard beslist de Britse kiezer daarover. Het zou echter eerlijk noch realistisch zijn om het strategisch belang van zo'n besluit voor de hele Unie te ontkennen.

Ik heb altijd gezegd dat ik wil dat het Verenigd Koninkrijk in de Unie blijft. En dat ik samen met de Britse regering wil werken aan een billijke regeling voor het Verenigd Koninkrijk.

De Britten stellen fundamentele vragen aan en over de EU. Of de EU haar burgers welvaart biedt. Of de EU zich concentreert op domeinen waarin ze resultaten kan boeken. Of de EU openstaat voor de rest van de wereld.

De EU heeft antwoorden op die vragen en niet alleen voor het VK. Alle 28 lidstaten van de EU willen een moderne en resultaatgerichte Unie in het belang van al haar burgers. Wij vinden allemaal dat de EU zich moet aanpassen en moet veranderen in het licht van de grote uitdagingen en de crisis die we op dit moment meemaken.

Daarom voltooien wij de Interne Markt, schaffen we bureaucratische rompslomp af en verbeteren we het investeringsklimaat voor kleine ondernemingen.

Daarom creëren we een Digitale Interne Markt - zodat de prijs die je online betaalt voor een huurauto niet meer wordt bepaald door de plaats waar je dat doet. We moderniseren de regels voor het auteursrecht in de EU - om de burgers meer toegang te verschaffen tot culturele inhoud online en tegelijk om auteurs een billijke vergoeding te verzekeren. En nog maar twee maanden geleden heeft de EU besloten vanaf de zomer van 2017 de roamingtarieven af te schaffen, iets waar vele toeristen en reizigers, met name uit het Verenigd Koninkrijk, al jaren om vragen.

Daarom onderhandelen wij over handelsakkoorden met toonaangevende landen, zoals het Transatlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag (TTIP). Daarom stellen we markten open en schaffen wij belemmeringen af voor bedrijven en werknemers in alle 28 lidstaten van de EU.

Persoonlijk zet ik mij sterk in voor een betere samenwerking tussen de Unie en de nationale parlementen. Een grotere interactie met de nationale parlementen heb ik als verplichting laten opnemen in de opdrachtbrieven aan alle leden van mijn Commissie. Ik ben ervan overtuigd dat een versterkte relatie met de nationale parlementen de Unie en de burgers die zij dient dichter bij elkaar zal brengen. Ik weet dat premier Cameron die ambitie ook koestert. Ik vertrouw erop dat we een gemeenschappelijk antwoord zullen kunnen vinden.

Iets meer dan een jaar geleden, toen ik campagne voerde om voorzitter van de Commissie te worden, heb ik plechtig beloofd dat ik als voorzitter een billijke regeling voor het VK zou nastreven. Een regeling die billijk is voor het VK. En ook voor de 27 andere lidstaten.

Ik wil het integrale behoud van de vier vrijheden van de interne markt verzekeren en tegelijk manieren vinden om een verdere integratie van de eurozone mogelijk te maken teneinde de Economische en Monetaire Unie te versterken.

Billijk voor het VK in deze regeling is de erkenning van het feit dat niet alle lidstaten deelnemen aan alle beleidsgebieden van de EU. Speciale protocollen definiëren de positie van het VK, zoals ten aanzien van de euro en binnenlandse zaken en justitie. Billijk voor de andere lidstaten betekent dat de keuzes van het VK hen niet mogen beletten om verder te integreren waar zij dat wenselijk achten.

Ik zal streven naar een billijke regeling voor het VK. Dat doe ik louter en alleen om de volgende reden: Omdat ik geloof dat de EU beter af is met het VK als lidstaat en het VK beter af is als lidstaat in de EU.

Op cruciale gebieden kunnen we samen veel meer bereiken dan ieder voor zich zou kunnen. Dat geldt des te meer voor de reusachtige uitdagingen in het buitenlands beleid waarmee Europa op dit moment wordt geconfronteerd en die ik in het vervolg van deze toespraak wil aankaarten.

 

Verenigd aan de zijde van Oekraïne

Europa is een klein deel van de wereld. Als we iets te bieden hebben, zijn het onze kennis en ons leiderschap.

Ongeveer een eeuw geleden was één van de vijf aardbewoners Europeaan; vandaag is dat één van de negen. Over een eeuw zal dat één van de vijfentwintig zijn.

Ik vind dat wij op het wereldtoneel onze eigen rol kunnen en moeten spelen; niet om onze ijdelheid te strelen, maar omdat wij iets te bieden hebben. Wij kunnen de wereld tonen welke kracht in eenheid schuilt en wat het strategische belang is van een gemeenschappelijk optreden. Dat was nooit actueler en dwingender dan op dit moment.

Op dit moment zijn er wereldwijd 40 actieve conflicten aan de gang. Terwijl deze conflicten volop woeden, gezinnen worden verscheurd en huizen in puin geschoten, kan ik hier - bijna 60 jaar na de geboorte van de Europese Unie - geen verhaal over vrede komen afsteken. De wereld kent namelijk geen vrede.

Als we meer vrede willen bevorderen in de wereld, zullen we meer Europa en meer Unie nodig hebben in ons buitenlands beleid. Dat is bijzonder dringend ten aanzien van Oekraïne.

De uitdaging om Oekraïne te helpen overleven, hervormen en gedijen is een Europese uitdaging. Uiteindelijk is de Oekraïense droom, de droom van Maidan, een Europese droom: leven in een modern land, in een stabiele economie, in een gezond en eerlijk politiek bestel.

De afgelopen twaalf maanden heb ik president Porosjenko goed leren kennen, op een topbijeenkomst, aan tafel bij hem thuis, tijdens vele vergaderingen en ontelbare telefoongesprekken. Hij heeft de metamorfose van zijn land aangevat. Hij vecht voor vrede. Hij verdient onze steun.

Wij hebben al veel gedaan, dankzij drie macrofinanciële bijstandprogramma's hebben wij Oekraïne 3,41 miljard euro geleend, wij hebben een overeenkomst geregeld die de winterse gasbevoorrading van Oekraïne verzekert en wij leveren advies over de hervorming van justitie. Als we succes willen boeken, moeten de EU en al haar lidstaten aan dit proces bijdragen.

We zullen ook onze eenheid moeten bewaren.

Wij hebben eenheid nodig wanneer het gaat om de veiligheid van onze oostelijke lidstaten, meer bepaald de Baltische landen. De veiligheid en de grenzen van Europa zijn onaantastbaar. Ik wil dat Moskou dat heel goed begrijpt.

We hebben meer eenheid nodig op het vlak van sancties. De sancties die de EU heeft opgelegd aan Rusland vertegenwoordigen een kost voor de economie van elke lidstaat en treffen belangrijke sectoren, zoals de landbouw. Sancties vormen echter een belangrijk instrument tegen agressie en schendingen van het internationale recht. Het beleid van sancties moeten worden gehandhaafd totdat de akkoorden van Minsk volledig zijn nageleefd. We zullen samen moeten volharden.

Maar we moeten ook op zoek blijven naar oplossingen.

Ik heb op de G20 in Brisbane tijdens een bilaterale vergadering die tot in de vroege ochtend heeft geduurd, met president Poetin gesproken. We hadden het erover hoe lang we elkaar al kenden en hoe de tijden zijn veranderd. Achterdocht en wantrouwen zijn in de plaats gekomen van de sfeer van samenwerking tussen de EU en Rusland.

De EU moet Rusland duidelijk maken wat confrontatie kost, maar moet ook bereid zijn Rusland de hand te reiken.

Ik wil geen Europa dat in de coulissen van de geschiedenis staat. Ik wil een Europa dat de toon aangeeft. Een verenigd Europa kan de wereld veranderen.

 

Verenigd in leiderschap in de strijd tegen klimaatverandering

Een voorbeeld van een gebied waar Europa al een leidende rol speelt, is onze actie inzake klimaatverandering.

In Europa weten we allemaal dat klimaatverandering een belangrijke mondiale uitdaging is – en dat weten we nu al enige tijd.

De planeet die wij delen – haar atmosfeer en haar stabiele klimaat – is niet opgewassen tegen de wijze waarop de mensheid haar gebruikt.

Bepaalde delen van de wereld hebben boven hun stand geleefd, zij hebben een CO2-schuld opgebouwd en daarvan geleefd. Zoals we weten uit de economie en het crisisbeheer is boven onze stand leven geen duurzaam gedrag.

De natuur zal ons weldra de rekening presenteren. In sommige delen van de wereld zijn de oorzaken van conflicten aan het veranderen onder invloed van de klimaatverandering – de controle over een dam of meer kan van groter strategisch belang zijn dan een olieraffinaderij.

Klimaatverandering is zelfs een van grondoorzaken van een nieuw migratieverschijnsel. Als we niet spoedig optreden, worden klimaatvluchtelingen een nieuw probleem.

Over negentig dagen komt de wereld in Parijs samen om maatregelen overeen te komen waarmee de doelstelling om de mondiale temperatuurstijging onder de 2 graden Celsius te houden, kan worden gehaald. De EU ligt op koers en heeft in maart een duidelijke belofte gedaan: een bindend streefcijfer voor emissiereductie voor de hele economie van ten minste 40 % in 2030 ten opzichte van de niveaus van 1990. Dit is tot op heden de meest ambitieuze bijdrage.

Anderen volgen ons voorbeeld, waarvan sommigen slechts schoorvoetend.

Laat mij heel duidelijk zijn ten overstaan van onze internationale partners: de EU zal niet zomaar om het even welke overeenkomst ondertekenen. Mijn prioriteit, de prioriteit van Europa, is de vaststelling van een ambitieuze, solide en bindende mondiale klimaatovereenkomst.

Daarom hebben mijn Commissie en ik een deel van dit eerste jaar besteed aan het werven van steun voor een hoog ambitieniveau in Parijs. In mei heb ik in Tokio premier Abe opgeroepen om er samen met ons voor te zorgen dat Parijs een waardige opvolger van Kyoto wordt.

In juni zijn de leiders op de G7-top overeengekomen om langetermijnstrategieën voor een koolstofarme economie uit te stippelen en tegen het eind van de eeuw af te stappen van fossiele brandstoffen.

Later heb ik de Chinese premier Li Keqiang ontmoet om de top van Parijs voor te bereiden en een partnerschap op te zetten om ervoor te zorgen dat de steden van vandaag worden ontworpen met het oog op de energie- en klimaatbehoeften van morgen.

In coördinatie met de hoge vertegenwoordiger hebben de leden van het College inspanningen op het vlak van klimaatdiplomatie geleverd. Vandaag bespreekt commissaris Arias Cañete in Papoea-Nieuw-Guinea plannen voor Parijs met de leiders van het Forum van eilanden in de Stille Oceaan (Pacific Islands Forum). Als er geen corrigerende maatregelen worden genomen, zal de zeespiegel stijgen en worden die eilanden de spreekwoordelijke kanarie in de koolmijn.

Worden de verwachtingen in Parijs echter ingelost, dan heeft de mensheid voor het eerst een internationale regeling om op doeltreffende wijze de strijd tegen klimaatverandering aan te binden.

Parijs is de volgende halte, maar niet de eindhalte. Er is een weg naar Parijs, maar er is ook een weg vanaf Parijs.

Mijn Commissie zal zich inzetten om ervoor te zorgen dat Europa het voortouw blijft nemen in de strijd tegen klimaatverandering. We zullen de daad bij het woord voegen.

We hebben geen wondermiddel tegen klimaatverandering. Maar onze wetgeving, bijvoorbeeld inzake de EU-regeling voor de handel in emissierechten, en ons optreden hebben ons in staat gesteld de uitstoot van koolstof te verminderen en tegelijk de economie te doen blijven groeien.

Ons toekomstgericht klimaatbeleid draagt ook bij tot de verwezenlijking van de broodnodige doelstellingen van de energie-unie: daardoor worden we een wereldleider in de sector hernieuwbare energie, die vandaag meer dan een miljoen mensen in de hele EU werk verschaft en een omzet van 130 miljard euro genereert, waaronder voor 35 miljard euro aan uitvoer. Veertig procent van alle octrooien voor technologie op het gebied van energie uit hernieuwbare bronnen is momenteel in handen van Europese ondernemingen en het tempo van de technologische verandering verhoogt het potentieel voor nieuwe mondiale handel in groene technologie.

Daarom ligt de strategische focus bij de implementatie van de energie-unie op innovatie en op het verbinden van onze markten.

Dat is wat ik vorig jaar heb beloofd en dat is wat de Commissie heeft gerealiseerd en zal blijven realiseren.

De strijd tegen klimaatverandering zal niet worden beslecht tijdens diplomatieke besprekingen in Brussel of Parijs. Hij zal worden beslecht in de praktijk en in de steden waar de meeste Europeanen wonen en werken en ongeveer 80 % van alle in Europa geproduceerde energie verbruiken.

Daarom heb ik voorzitter Schulz gevraagd komende maand in het Parlement als gastheer op te treden voor het Burgemeestersconvenant, dat meer dan 5 000 Europese burgemeesters samenbrengt. Zij hebben zich er allen toe verbonden de EU-doelstelling inzake CO2-reductie te verwezenlijken. Ik hoop dat alle leden van dit Huis hun steun zullen verlenen aan de actie die gemeenschappen en gemeenten in heel Europa ondernemen om de top van Parijs en de tenuitvoerlegging van de resultaten ervan tot een succes te maken.

 

Conclusie

Mijnheer de voorzitter, geachte Parlementsleden,

Ik heb vandaag tal van zaken onbesproken moeten laten. Ik had u bijvoorbeeld graag gesproken over Cyprus en over mijn hoop, mijn streven en mijn wens het eiland volgend jaar verenigd te zien. Na een lang gesprek met president Nikos Anastasiades en president Mustafa Akinci in het midden van de Groene Lijn in juli, ben ik ervan overtuigd dat dit, met de nodige visie en politieke wil van beide leiders, in de huidige omstandigheden haalbaar is als de inspanningen van de VN en de EU goed gecoördineerd blijven. Ik zal al mijn steun en bijstand verlenen om deze doelstelling te helpen verwezenlijken. Want ik geloof dat muren en hekken geen plaats hebben in een lidstaat van de EU.

Ik heb het niet gehad over de Europese landbouwers die deze week in Brussel hebben geprotesteerd. Ik ben het met hen eens dat er iets mis is met een markt waar de prijs van een liter melk lager is dan de prijs van een liter water. Maar ik geloof niet dat we de melkmarkt vanuit Brussel kunnen of moeten gaan micromanagen. We moeten de landbouwers die te lijden hebben onder de gevolgen van de sancties tegen Rusland compenseren. Daarom legt de Commissie een solidariteitspakket van 500 miljoen euro voor landbouwers op tafel. En Europese en nationale mededingingsautoriteiten zouden de structuur van de markt onder de loep moeten nemen. Iets is verzuurd op de melkmarkt. Naar mijn mening moeten we enkele retailoligopolies doorbreken.

Er valt veel meer te zeggen, maar bij het aanstippen van de voornaamste kwesties, de belangrijkste uitdagingen waarmee we vandaag worden geconfronteerd, is mij een ding duidelijk geworden: of het nu gaat om de vluchtelingencrisis, de economie, of buitenlands beleid, we kunnen enkel slagen als Unie.

Wie vormen de Unie die de 507 miljoen Europese burgers vertegenwoordigt? De Unie is niet enkel Brussel of Straatsburg. De Unie, dat zijn de Europese instellingen. De Unie, dat zijn ook de lidstaten. Dat zijn de nationale regeringen en de nationale parlementen.

Het volstaat dat een van ons faalt om ons allemaal te doen struikelen.

Europa en onze Unie mogen niet falen. Hoewel ik in normale tijden een sterk pleitbezorger van de communautaire methode ben, ben ik geen purist in tijden van crisis – het is mij eender hoe we een crisis het hoofd bieden, met intergouvernementele oplossingen of met communautaire besluitvorming. Zolang we maar een oplossing vinden en zaken voor elkaar krijgen in het belang van de Europese burger.

Wanneer we de tekortkomingen van een methode constateren, moeten we echter van aanpak veranderen.

Kijk naar het herplaatsingsmechanisme voor vluchtelingen dat we in mei voor Griekenland en Italië ter tafel hebben gebracht: de Commissie stelde een bindende, communautaire solidariteitsregeling voor. De lidstaten kozen in plaats daarvan voor een vrijwillige aanpak. Resultaat? Het beoogde cijfer van 40 000 werd nooit gehaald. Niet één persoon die bescherming nodig heeft, is herplaatst en Italië en Griekenland staan er nog steeds alleen voor. Dat is gewoonweg niet goed genoeg.

Kijk naar intergouvernementele oplossingen zoals het begrotingspact van 2011 om de begrotingsdiscipline te versterken of het akkoord van 2014 tot oprichting van een gemeenschappelijk bankenafwikkelingsfonds. Vandaag moeten we vaststellen dat niet één lidstaat het begrotingspact volledig heeft uitgevoerd. En van 19 lidstaten hebben er slechts 4 de overeenkomst geratificeerd over het bankenafwikkelingsfonds, waarmee in 1 januari 2016 van start moet worden gegaan.

Dat is gewoonweg niet goed genoeg als we de enorme uitdagingen van vandaag willen aangaan.

We moeten onze manier van werken veranderen.

We moeten sneller zijn.

Onze methode moet Europeser.

Niet omdat we op Europees niveau macht willen. Maar omdat we dringend betere en snellere resultaten nodig hebben.

We hebben meer Europa in onze Unie nodig.

We hebben meer eenheid in onze Unie nodig.

Al heel mijn leven geloof ik in Europa. Ik heb daar mijn redenen voor, al ben ik blij dat de huidige generatie veel van die redenen niet meer kent.

Bij mijn aantreden heb ik gezegd dat ik de bruggen wilde heropbouwen die waren begonnen af te brokkelen. Waar solidariteit onder druk was komen te staan. Waar oude demonen weer aan de oppervlakte probeerden te komen.

We hebben nog een lange weg af te leggen.

Maar wanneer mensen over enkele generaties over dit moment lezen in de geschiedenisboeken over Europa, laat hen dan lezen dat wij eendrachtig mededogen toonden met degenen die onze bescherming nodig hadden en onze huizen voor hen openstelden.

Dat we de krachten bundelden om mondiale uitdagingen aan te gaan, onze waarden te beschermen en conflicten op te lossen.

Dat we ervoor hebben gezorgd dat de belastingbetaler nooit meer hoeft op te draaien voor de hebzucht van financiële speculanten.

Dat we hand in hand groei en welvaart verzekerden voor onze economieën, voor onze bedrijven, en bovenal voor onze kinderen.

Laat hen lezen dat we een Unie hebben gesmeed die sterker was dan ooit tevoren.

Laat hen lezen dat we samen Europese geschiedenis hebben geschreven. Een verhaal dat onze kleinkinderen trots zullen navertellen.

 

Voor meer informatie:

Hoogtepunten van de toespraak

Video van de hele toespraak

Staat van de Unie 2015 website

SPEECH/15/5614


Side Bar

Videos





Photos