Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

[Alleen het gesproken woord geldt.]

José Manuel Durão Barroso

Voorzitter van de Europese Commissie

Afscheidsrede van voorzitter Barroso

Plenaire vergadering van het Europees Parlement

Straatsburg, 21 oktober 2014

Voorzitter, geachte leden,

Eerst en vooral wil ik u danken voor uw uitnodiging, nu ik voor het laatst de gelegenheid heb om het woord tot dit Parlement te richten. Inderdaad nadert het eind van mijn tweede mandaat als voorzitter van de Europese Commissie. Ik ben verheugd hier bij u en mijn collega's te zijn om voor u de balans van de laatste tien jaar op te maken, aangezien dit mijn tweede Commissie is.

Ik wil met u mijn gevoelens, emoties en gedachten delen over hoe de Europese Unie heeft ingespeeld op de grote uitdagingen van deze periode en over de belangrijkste uitdagingen voor de toekomst.

U zult het met mij eens zijn dat het een uitzonderlijke periode is geweest met veel uitdagingen. Een periode van tien jaar crisis waarop de Europese Unie een antwoord heeft gezocht. Niet uitsluitend de financiële en de schuldencrisis – laat ons niet vergeten dat wij bij het begin van mijn eerste mandaat een constitutionele crisis beleefden, nadat twee stichtende leden van de Europese Unie bij referendum het Grondwettelijk Verdrag hadden verworpen. Wij hebben dus een constitutionele crisis beleefd, een schuldencrisis en een financiële crisis, en op dit ogenblik worden wij geconfronteerd met een bijzonder ernstige geopolitieke crisis als gevolg van het conflict tussen Rusland en Oekraïne.

De constitutionele crisis werd opgelost dankzij het Grondwettelijk Verdrag van Lissabon. Velen beweerden in die tijd dat de Europese Unie niet rijp was voor een nieuwe institutionele structuur. En natuurlijk zijn er momenten van twijfel en onzekerheid geweest. Maar eigenlijk hebben wij het acquis van de Europese Unie voor het grootste deel kunnen bewaren, met inbegrip van de meeste nieuwe elementen van het Grondwettelijk Verdrag van Lissabon. Het werd geratificeerd door alle lidstaten, ook al schijnen sommige lidstaten dat vandaag vergeten te zijn.

Meer recent – en voorlopig laat ik de nog steeds actuele economische kwesties even rusten – werden wij geconfronteerd met een zeer ernstige uitdaging en bedreiging voor de stabiliteit in Europa, naar aanleiding van het onaanvaardbare gedrag van Rusland ten opzichte van Oekraïne. Wij hebben een principieel standpunt ingenomen. Wij hebben Oekraïne een associatieovereenkomst en een vrijhandelsovereenkomst aangeboden en ik ben verheugd dat ondanks alle moeilijkheden Oekraïne deze associatieovereenkomst heeft ondertekend en geratificeerd. Ik wens het Parlement te feliciteren: u heeft deze overeenkomst op dezelfde dag en hetzelfde uur geratificeerd als het parlement in Oekraïne en zo hebt u duidelijk gemaakt dat Oekraïne hoop kan koesteren als lid van de gemeenschap van Europese naties.

Wij weten dat deze crisis nog niet is opgelost. Maar ik denk dat wij er fier op mogen zijn dat wij een principieel standpunt hebben ingenomen, dat wij de acties van Rusland ondubbelzinnig hebben veroordeeld en dat een associatieovereenkomst werd geratificeerd, niet alleen met Oekraïne, maar ook met Georgië en Moldavië. Want ik geloof dat wij onze plicht moeten vervullen ten aanzien van die landen die vol moed en hoop hun blik op Europa richten om met ons dezelfde toekomst en dezelfde waarden te delen.

Op dit ogenblik zijn wij nog steeds aan het bemiddelen. Vandaag treedt de Commissie op als bemiddelaar tijdens een bijeenkomst van de Russische en de Oekraïense regering over energie, dus een politieke onderhandelde oplossing is mogelijk en wij werken eraan. Alle partijen hebben belang bij een politiek akkoord, voor zover in dat akkoord de beginselen van het internationale recht en het recht van Oekraïne – een buurland van de EU – om over zijn eigen toekomst te beslissen, worden geëerbiedigd, en de soevereiniteit en onafhankelijkheid van het land worden gewaarborgd. Daarom moeten wij fier zijn op wat wij in deze moeilijke geopolitieke crisis hebben gedaan.

Verder werden wij geconfronteerd met de financiële en de schuldencrisis. In werkelijkheid is de crisis niet in Europa ontstaan, maar omdat wij er niet op waren voorbereid, omdat de eurozone nog niet over de nodige instrumenten beschikte, werden wij er erg zwaar door getroffen – niet alleen financieel, maar ook economisch, sociaal en politiek. Naar mijn mening was deze crisis wellicht de grootste sinds de start van het Europese integratieproces in de jaren '50 van de vorige eeuw. Laten wij dit in het juiste perspectief plaatsen.

Geachte leden van het Parlement,

Laten wij even terugdenken aan hoe de meeste commentatoren in de economische en financiële wereld, of zelfs velen in onze landen en buiten Europa dachten over wat er kon gebeuren. Iedereen had de mond vol van de grexit, het Griekse vertrek uit de eurozone, en daardoor zou natuurlijk zeker en onmiddellijk een watervaleffect in andere landen ontstaan, een domino-effect dat al voelbaar was in bijvoorbeeld Ierland of Portugal. Maar niet te vergeten stonden ook Spanje en Italië onder zeer grote druk. Wij staarden in de afgrond. Ik herinner mij nog zeer goed de gesprekken in de marge van de G20 in Cannes in 2011. Ik herinner mij nog hoe commentatoren bijna unaniem de grexit voorspelden en zowat de helft van hen ook de implosie van de eurozone. En wat is er gebeurd? Niet alleen stapte niemand uit de euro, maar wij verwelkomen binnenkort ook het 19e lid van de eurozone: Litouwen komt erbij op 1 januari 2015. Dus Griekenland bleef niet alleen in de eurozone, maar de eurozone werd ook verruimd en ook de Europese Unie werd uitgebreid. Dit punt wordt in de analyses sterk onderschat.

In 2004, het jaar waarin ik de eer en het genoegen had het voorzitterschap van de Europese Commissie op te nemen, waren wij met 15 – weet u dat nog? Vandaag zijn wij met 28 landen. Het aantal leden van de Europese Unie is tijdens deze crisis dus bijna verdubbeld. Bestaat er een beter bewijs van de veerkracht en het aanpassingsvermogen van onze Unie? Wij zijn verenigd en open gebleven tijdens de crisis. Dat toont volgens mij de uitzonderlijke veerkracht en sterkte van de Europese Unie aan en het verdient de nodige waardering.

Ik weet het, voor sommige mensen stelt dit weinig voor. Zij idealiseren het verleden; zij dromen waarschijnlijk van een gesloten Europa; zij denken dat Europa er beter aan toe was toen half Europa onder het totalitaire communisme leefde. Ik denk het niet. Ik denk dat Europa er nu beter aan toe is dan toen half Europa onder het communisme leefde. Tijdens de gehele crisis heeft de Europese Unie haar openheid bewaard, is zij hechter geworden en heeft zij op continentale schaal bijna heel Europa verenigd rond de waarden vrede, vrijheid en rechtvaardigheid. Dit is volgens mij heel belangrijk. Wij moeten dat vieren en er niet beschaamd over zijn zoals sommigen.

Er is nog een reden om te vieren. U weet dat veel mensen voorspelden dat de Europese Commissie niet zou kunnen functioneren met 25, 27 of 28 leden en dat de Europese Unie zou worden geblokkeerd. In werkelijkheid heeft de uitbreiding de Europese Unie niet geblokkeerd. Ik kan u zeggen dat het soms moeilijker was om het met elkaar eens te worden voor bepaalde stichtende leden van de Unie dan voor de 28 landen van Europa samen.

We mogen met zijn allen fier zijn dat de Europese Unie verenigd en open is kunnen blijven tijdens de crisis. En als ik "open" zeg, bedoel ik "open" in alle betekenissen van het woord, ook ten aanzien van de wereld. Wij hebben bijvoorbeeld een proactieve klimaatagenda voorgesteld na het mislukken van de ontwikkelingsronde en de handelsbesprekingen van Doha. Wij spelen nu een leidende rol op dat gebied, want ik geloof dat de handel een van de beste middelen is om de groei te ondersteunen, wereldwijd en in de Europese Unie. Wij – want het initiatief ging uit van de Europese Unie – hebben ook de vorige president van de Verenigde Staten van Amerika gevraagd en overtuigd om de eerste G20-bijeenkomst voor staatshoofden en regeringsleiders te organiseren, aangezien zo een wereldwijde samenwerking mogelijk werd en een terugkeer naar een bedenkelijk en rampzalig protectionisme kon worden vermeden. In tijden van crisis kan protectionisme immers aantrekkelijk lijken. Wij zijn er dus in geslaagd zowel de eenheid van Europa – zelfs met een ruimer aantal leden – als de openheid van Europa ten opzichte van de wereld te vrijwaren.

Maar staan wij op dit ogenblik sterker of zwakker? Ik weet wel dat de meest kritische mensen vandaag zullen zeggen dat wij zwakker staan. Maar is dat werkelijk zo?

Bij het ontstaan van de crisis beschikten wij bijna niet over instrumenten om deze het hoofd te bieden. Wij werden geconfronteerd, zoals toen werd gezegd, met een nooit eerder geziene crisis. Wij hadden nog geen instrumenten om bijvoorbeeld de landen te ondersteunen die hun onmiddellijke betalingsverplichtingen niet meer konden nakomen. Er is veel gedaan. Gezamenlijk hebben wij, de Commissie en de lidstaten, steeds met sterke steun uit het Parlement, een nieuw beheerssysteem in het leven geroepen. Vandaag beschikken wij over een veel sterker beheerssysteem dan tevoren, met bovendien nieuwe bevoegdheden voor de communautaire instellingen, en wij hebben er alles aan gedaan om de centrale plaats van de communautaire methode in het integratieproces te bewaren. Zo beschikt de Commissie vandaag over meer bevoegdheden inzake het beheer van de eurozone dan vóór de crisis. De Europese Centrale Bank kan vandaag rechtstreeks toezicht houden op de banken in Europa, wat vroeger voor onmogelijk werd gehouden; vóór de crisis kon bijna niemand zich dit voorstellen. Ik herinner me dat ik in de tijd van onze besprekingen over de bankenunie in een interview heb gezegd dat wij een bankenunie nodig hadden en dat ik toen telefoon kreeg uit enkele hoofdsteden met de vraag waarom ik de bankenunie ter sprake bracht, want die stond niet in de Verdragen. Ik antwoordde: "Dat klopt, zij staat niet in de Verdragen, maar wij hebben ze nodig als wij de doelstellingen van de Verdragen willen verwezenlijken, met name de doelstelling rond stabiliteit en groei". En vandaag hebben wij een bankenunie.

Geachte leden,

Als wij een en ander in perspectief plaatsen en bedenken waar wij tien jaar geleden stonden en nu staan, kunnen wij echt naar waarheid zeggen dat de Europese Unie vandaag, ten minste in de eurozone, beter is geïntegreerd en over grotere bevoegdheden beschikt, en dat wij nu door middel van de communautaire methode beschikken over meer mogelijkheden om de crisis aan te pakken, met name in de eurozone. Niet uitsluitend met betrekking tot het beheerssysteem in de bankenunie, maar ook met betrekking tot de wetgeving inzake financiële stabiliteit, financiële regulering en financieel toezicht.

We hebben ongeveer 40 nieuwe wetgevingsteksten voorgelegd, die het Europees Parlement zonder uitzondering heeft goedgekeurd. En eens te meer wil ik u danken omdat het Europees Parlement en de Europese Commissie bij nagenoeg alle besprekingen op één lijn zaten en voor een ambitieuzer en niet een minder ambitieus Europa pleitten. Daardoor bevinden we ons vandaag in een sterkere positie: we hebben een beter geïntegreerd beheerssysteem, we hebben wetgeving om misbruiken op de financiële markten aan te pakken en we beschikken over een veel transparanter systeem van toezicht en regulering. Mocht er zich opnieuw een crisis voordoen, dan denk ik dat we nu beter voorbereid zijn dan vroeger.

Natuurlijk kunt u zeggen dat veel problemen nog niet zijn opgelost en ik zal hierop nog terugkomen als ik het over de groeivooruitzichten heb. Maar u mag niet vergeten hoe we er nog niet zo lang geleden voor stonden. We konden onze betalingsverplichtingen bijna niet meer nakomen of – om het wat cruer te zeggen – een aantal lidstaten stonden aan de rand van het bankroet. En kijk waar we nu staan. Portugal en Ierland, twee van de landen die om een aanpassingsprogramma hadden gevraagd, hebben hun programma met succes voltooid. Ierland is nu een van de snelst groeiende economieën in Europa. En ook in alle andere landen die op de rand van de afgrond stonden, is de toestand veel stabieler geworden. Spanje, dat om een programma voor de banken had gevraagd, is er ook veel beter aan toe. Van alle landen met een aanpassingsprogramma – waarbij we ook de Centraal- en Oost-Europese landen niet mogen vergeten – zijn er slechts twee die hun programma nog niet hebben afgerond.

De tekorten in de eurozone bedragen momenteel gemiddeld 2,5 %, veel minder dan in de Verenigde Staten of Japan. Onze situatie is daarom nu veel stabieler dan voorheen. De eurozone heeft trouwens een handelsoverschot en de hele Europese Unie heeft een overschot op het gebied van goederen, diensten en – voor het eerst sinds vele jaren – landbouw.

Ik zeg dat omdat in sommige politieke kringen erg vaak wordt beweerd dat we de strijd met de globalisering verliezen. Dat is niet het geval. Sommige landen van onze Unie winnen die strijd weliswaar niet, maar over het algemeen zegeviert Europa in de wereldwijde concurrentiestrijd, met name op het vlak van handel en investeringen.

Natuurlijk is de groei nog steeds bescheiden. We kunnen niet zeggen dat de crisis volledig voorbij is. Het gevaar is nog niet geweken maar we hebben de strijd om stabiliteit gewonnen. Niemand gokt nog in ernst op het einde van de euro. De euro heeft bewezen een zeer sterke, geloofwaardige en stabiele munt te zijn. Onze groei is echter nog steeds bescheiden en ligt duidelijk onder de verwachtingen.

De hamvraag is daarom wat we kunnen doen om de groei te bevorderen. Laat ik uw geheugen nog een keer opfrissen. Ik weet heel goed dat het beleid van de Europese Unie – en met name van de Europese Commissie – vaak is afgeschilderd als volledig gefocust op bezuinigingen. Dat is volgens mij een karikatuur.

We hebben steeds gepleit voor ten minste drie belangrijke zaken. Uiteraard voor begrotingsconsolidatie in landen die onder druk van de markten komen te staan. Het zou volkomen onverantwoord zijn als die landen niet eerst voor begrotingsdiscipline zorgden om hun overheidsfinanciën te saneren. We hebben echter steeds met evenveel klem gepleit voor structurele hervormingen en voor een versterkt concurrentievermogen – al hebben sommigen dat wellicht niet gehoord – omdat onze groei al voor de crisis onder de mogelijkheden bleef en sommige landen met een ernstig gebrek aan concurrentievermogen worstelden, waardoor ambitieuzere structurele hervormingen nodig waren.

Maar we hebben ook gepleit voor investeringen. Ik heb altijd gezegd dat we meer particuliere en overheidsinvesteringen nodig hebben. Particuliere investeringen kunnen we des te meer aantrekken naarmate we duidelijker aantonen dat onze economieën concurrerend zijn. Ik ben daarom erg tevreden dat het merendeel van onze landen – zij het niet allemaal tegen hetzelfde tempo – ambitieuze structurele hervormingen nastreven die vóór de crisis als volledig onmogelijk werden beschouwd.

De landen die tijdens de financiële crisis het meest hebben geleden, zijn precies die landen die vóór de crisis aan kostenconcurrentievermogen hadden ingeboet. De hervormingen die onder meer Spanje, Ierland, Portugal en Griekenland sindsdien hebben doorgevoerd, zijn indrukwekkend.

We hebben altijd gezegd dat we naast politieke consolidatie en structurele hervormingen ook behoefte hebben aan meer investeringen, zowel particuliere als overheidsinvesteringen. U herinnert zich het debat over het MFK. Voorzitter Schultz herinnert het zich zeker. We hebben samen aan veel vergaderingen deelgenomen en de lidstaten gevraagd hun investeringen op te voeren. En het belangrijkste Europese instrument voor investeringen is het meerjarig financieel kader, goed voor ongeveer één biljoen euro.

Als er niet meer wordt geïnvesteerd, is dat niet het gevolg van een gebrek aan ambitie van deze Commissie of dit Parlement. Het was het gevolg van de tegenkanting van enkele landen. Dat is de realiteit. Wij pleiten voor solide en doelgerichte investeringen met het oog op groei. En niet alleen investeringen in het kader van het MFK. Denk bijvoorbeeld aan de voorstellen die ik hier in mijn toespraken over de State of the Union heb gedaan. Denk aan de verhoging van het kapitaal voor de EIB, waarover eindelijk overeenstemming is bereikt. Denk aan de projectobligaties die door de lidstaten zijn aanvaard, zij het alleen voor proefprojecten. Denk aan de faciliteit voor kmo's die we uit onze begroting in het leven hebben geroepen met leningen van de EIB en middelen uit de structuurfondsen. Jammer genoeg wilden slechts twee landen die politiek voortzetten.

Of denk bijvoorbeeld aan de jongerengarantie en het programma voor jongeren dat we hebben voorgesteld en waarmee de lidstaten hebben ingestemd. Wat het werkgelegenheidsinitiatief voor jongeren betreft, hebben echter slechts twee landen ingestemd met een specifiek programma ter bestrijding van de jeugdwerkloosheid.

Dus, beste collega's, laten we duidelijk zijn: wij zijn voor investeringen. Ik hoop van harte dat de nieuwe Commissie en mijn vriend en collega Jean-Claude Juncker de volgende jaren de steun van de lidstaten kunnen winnen voor een ambitieuzer investeringsprogramma. Ik geloof dat het mogelijk is nu het belang ervan duidelijker wordt ingezien. Maar nogmaals: investeringen vormen slechts een onderdeel van een ruime strategie waarvan ook begrotingsconsolidatie, structurele hervormingen en natuurlijk al onze maatregelen met betrekking tot de bankenunie en de financiële stabiliteit deel uitmaken.

Ik ben er diep van overtuigd dat het een vergissing zou zijn om – na alles wat we hebben gedaan – de strijd te staken, minder vastberaden te zijn en de structurele hervormingen de rug toe te keren. Ik denk dat we al een deel van de weg hebben afgelegd. Er is voor een grote mate van stabiliteit gezorgd en de economie groeit, zij het minder snel dan we zouden willen. Nu moeten we de hervormingen echter vastberaden voortzetten met het oog op duurzame groei. Geen kunstmatige en bedrieglijke groei op basis van buitensporige particuliere of overheidsschulden, waarvoor we vroeg of laat de prijs moeten betalen, maar een duurzame groei die binnen handbereik ligt als we de doortastende hervormingen voortzetten en naar een beter beheer in de Europese Unie streven.

Ik kan onmogelijk alle beleidsmaatregelen overlopen die we de voorbije jaren hebben genomen. Toch wil ik er één of twee uitpikken in verband waarmee momenteel belangrijke beslissingen worden genomen.

Ik ben bijzonder trots dat mijn Commissie in 2007 tijdens mijn eerste periode als voorzitter het meest ambitieuze programma ter wereld ter bescherming van het klimaat heeft voorgesteld. En we spelen op dit punt nog steeds een leidinggevende rol in de wereld.

We zijn erin geslaagd de klimaatagenda aan het thema energiezekerheid te koppelen en deze week zullen de staatshoofden en regeringsleiders zich in Brussel over deze belangrijke problematiek buigen. Ik hoop dat de Europese Unie haar voortrekkersrol zal blijven spelen, uiteraard niet alleen maar samen met anderen, omdat we verantwoordelijk zijn voor onze planeet. Dat de Europese Unie belangrijke en moedige maatregelen heeft genomen om de klimaatverandering te bestrijden, is ongetwijfeld een van de belangrijkste prestaties van de voorbije jaren.

We kunnen ook bijzonder trots zijn dat we – ondanks alle beperkingen als gevolg van onze financiële situatie – in het kader van het MFK 30 % meer middelen hebben gekregen voor Horizon 2020, d.w.z. voor onderzoek en technologie. We hebben nu een unieke kans om nog meer op dat gebied te verwezenlijken, evenals op het vlak van cultuur met ons programma Creatief Europa.

Op sommige gebieden hebben we ondanks de economische en financiële crisis op Europees niveau meer kunnen investeren.

Ik ben ook bijzonder trots dat we ondanks de druk op onze begrotingen nooit tekort zijn geschoten op het vlak van ontwikkelingshulp en nabuurschapsbeleid.

Bij elke grote tragedie in de wereld – van de tsunami in Indonesië tot de recente Ebola-crisis, van het Syrische vluchtelingendrama tot Darfur – waren we bij de eersten om hulp te bieden. En ik denk dat we als Europeanen trots kunnen zijn dat we samen met onze lidstaten en in overeenstemming met onze waarden nog steeds de belangrijkste donor van ontwikkelingshulp ter wereld zijn. Ik ben blij dat we ondanks de vele crises niet verzaakt hebben aan onze verplichtingen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking.

Ik heb al even gesproken over het thema handel. Het is erg belangrijk een ambitieuze handelsagenda na te streven in een Europa dat openstaat voor vrije en faire handel. De Commissie heeft een recordaantal overeenkomsten gesloten, met Zuid-Korea, Singapore, Centraal-Amerika (de eerste regio waarmee een overeenkomst is gesloten), Peru, Ecuador en onlangs ook met Canada, West-Afrika, Oost-Afrika en zuidelijk Afrika. En ook bij de onderhandelingen met andere landen – bijvoorbeeld Japan en de Verenigde Staten – wordt vooruitgang geboekt, evenals bij de investeringsovereenkomst met China.

We zijn het belangrijkste handelsblok en de grootste economie ter wereld.

En ik zeg dat omdat ik weet dat pessimisme en defaitisme over Europa – wat ik graag de intellectuele glamour van het pessimisme noem – momenteel erg modieus is. Maar ik geloof dat we goede papieren kunnen voorleggen en dat we samen als collectief veel sterker zijn en onze belangen en waarden beter kunnen verdedigen.

Beste collega's – en ik noem u collega's omdat we ondanks meningsverschillen nu en dan toch steeds collega's zijn bij de opbouw van het grootse Europese project – ik geloof dat we een aantal politieke conclusies moeten trekken.

Allereerst hebben we veel veerkracht aan de dag gelegd: het streven naar integratie is sterker gebleken dan de centrifugale krachten. En dat is duidelijk geworden op soms bijzonder dramatische momenten wanneer ik indringende appels aan sommige lidstaten moest doen: aan de rijkere landen om meer solidariteit aan de dag te leggen en aan de armere landen om meer verantwoordelijkheid te tonen.

Het is waar dat we dat in sommige gevallen zeer discreet gedaan hebben. De Europese Commissie is waarschijnlijk wel iets discreter dan bepaalde andere actoren. Ik wilde niet dat de Commissie de kakofonie van tegenstrijdige geluiden op de meest dramatische momenten van de crisis nog zou verergeren. De situatie was extreem marktgevoelig. Maar ik kan u naar eer en geweten verzekeren dat we alles gedaan hebben wat we konden doen, met de beschikbare instrumenten, om de desintegratie van de euro of een opsplitsing van Europese Unie te voorkomen. En ik moest vaak een beroep doen op mijn collega's in de Europese Raad, de staatshoofden en regeringsleiders, om hun verantwoordelijkheid voor het Europees belang niet uit het oog te verliezen.

Een van de lessen die ik uit dit alles heb getrokken, is dat het weliswaar uiteindelijk mogelijk bleek om beslissingen te nemen – maar dat was soms een zeer pijnlijk en moeizaam proces. En het kostte veel tijd. Zoals we toen al zeiden, en ik denk dat iedereen het daarover eens is: democratie werkt langzamer dan markten.

De Commissie – en ik ben er zeker van dat dat ook geldt voor het Parlement – zou natuurlijk graag gezien hebben dat die beslissingen stoutmoediger, veelomvattender en sneller waren geweest. Maar we zijn een Unie van democratische staten, we zijn geen superstaat. En we moeten rekening houden met allerlei gevoeligheden.

Een van de conclusies die ik uit de ervaringen van afgelopen tien jaar trek is dat samenwerking tussen de instellingen noodzakelijk is. Ik weet dat de verleiding om onmogelijke ideeën voor te stellen en anderen te bekritiseren soms sterk is. Maar ik ben er vast van overtuigd dat we moeten samenwerken met verschillende instellingen, en dat het geen zin heeft te doen alsof "de lidstaten" en "de EU" tegengestelde belangen hebben. We moeten integendeel landen laten zien dat ze sterker zijn als onderdeel van de Europese Unie. Dat de EU hun nationale identiteit niet verwatert, maar dat we hen vragen hun soevereiniteit te bundelen zodat zij hun belangen beter kunnen bevorderen en beschermen op het wereldtoneel. Dat is mijn vaste overtuiging.

En nu ik op het punt sta te vertrekken, zeg ik u dit: mijn enige wens is dat deze lessen geleerd worden, zodat we bepaalde gemaakte fouten niet herhalen in de toekomst. En ik meen ook dat het duidelijk geworden is dat we onze doelen alleen kunnen bereiken door samenwerking, niet door confrontatie.

Momenteel bereid ik mij voor op het overdragen van deze uitdagende en interessante baan aan mijn goede vriend Jean-Claude Juncker. Ik spreek namens al mijn collega's van de uitgaande Commissie als ik de nieuwe Commissie alle goeds wens; zij staan voor een geweldige uitdaging en zij kunnen op onze steun rekenen. En ik ben er zeker van dat ook dit Parlement hun werk zal ondersteunen.

Want, meneer de voorzitter, ook al waren de betrekkingen niet altijd even harmonieus, u zult het met me eens zijn dat we er toch in geslaagd zijn een vruchtbare samenwerking tussen Parlement en Commissie tot stand te brengen.

Ik heb dit Parlement meer dan honderd maal bezocht. Geen Commissie was ooit zo vaak vertegenwoordigd in het Parlement als mijn twee Commissies. Wij hebben deze samenwerking tot stand gebracht en ik ben zeer dankbaar, omdat dit Parlement – ook al bracht het zijn verlangens soms met grote nadruk naar voren – altijd de communautaire methode in ere heeft gehouden, en uiteindelijk altijd de instellingen van de Unie heeft ondersteund. En ik meen dat dit van groot belang is voor de toekomst van Europa.

Geachte mededeelnemers aan het Europese project,

We kunnen de problemen waarmee we in Europa te maken hebben niet oplossen door revolutie en nog minder door contrarevolutie. Alleen door compromissen en hervormingen. Evolutie en hervorming. We moeten hervormen om ons aan te passen aan de nieuwe uitdagingen, maar zonder nieuwe conflicten tussen de instellingen, zonder conflicten tussen de lidstaten en de EU. En ik geloof dat als dit idee van sterke samenwerking, waarbij het Europees belang in de eerste plaats komt, de basis blijft, mijn collega en vriend Jean-Claude Juncker en zijn nieuwe Commissie zullen slagen, natuurlijk ook dankzij uw steun, waarvan ik zeker ben dat u die zult geven.

Want de Europese Unie is een unie van waarden. In de afgelopen dagen heb ik met vele journalisten gesproken, en die vroegen me "Wat was voor u het meest emotionele moment? Wat is uw favoriete herinnering?" Er waren er heel wat, en er zijn ook heel moeilijke momenten geweest, om eerlijk te zijn. Maar een van de meest emotionele momenten was toen ik samen met Martin Schulz en de voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy de Nobelprijs voor de vrede in ontvangst mocht nemen namens de Europese Unie.

Dat was naar mijn mening een krachtig signaal van de rest van de wereld aan ons dat de Europese Unie meetelt en dat wat we doen belangrijk is. Dat de waarden die ten grondslag lagen aan de oprichting van onze Unie, met name het bewaren van de vrede, nog steeds de essentie van de Unie vormen. En dat we die waarden moeten verdedigen.

En dat is het moment dat ik werkelijk zou willen delen met allen in de verschillende instellingen, ook in dit Parlement, die gewerkt hebben aan een verenigd, open en sterker Europa. En nu ik mijn functie overdraag, met al mijn collega's in de Commissie, kan ik u zeggen dat we niet alles bereikt hebben wat we misschien hadden kunnen of willen doen, maar ik meen dat we in de juiste geest gewerkt hebben, dat we altijd het algemeen belang van de Europese Unie boven particularistische belangen hebben gesteld. En ik geloof dat nu de voorwaarden aanwezig zijn om verder te kunnen werken aan een verenigd, open en sterker Europa.

Ik dank u voor uw aandacht.

Auf wiedersehen, goodbye, au revoir, adeus.

Muito obrigado, thank you very much.

Na verklaringen van parlementsleden maakte voorzitter Barroso de volgende afsluitende opmerkingen:

Meneer de Voorzitter,

Ik zou graag willen antwoorden op enkele punten die de vorige sprekers naar voren hebben gebracht. Om te beginnen geloof ik dat het feit dat de kritiek van beide uiteinden van de zaal komt een bewijs vormt dat wij – de Commissie waarvan ik de eer heb de voorzitter te zijn – op de goede weg zijn. Die kritiek wordt veelal op dezelfde toon geuit, is gebaseerd op een halsstarrige weigering te erkennen dat we met grote problemen en buitengewone uitdagingen te kampen hadden en hebben, en biedt geen enkel coherent alternatief.

De waarheid is dat we misschien wel de ernstigste economische en financiële crisis sinds het begin van het Europese integratieproces beleefd hebben; en die crisis werd niet veroorzaakt door de Europese Unie of door Europa. Dat is wat bepaalde "soevereinisten", zoals ze zichzelf noemen, niet begrijpen of niet willen begrijpen. Europa heeft die particuliere schuldenberg niet opgebouwd, Europa is niet verantwoordelijk voor het onverantwoordelijke gedrag van de financiële sector, integendeel. Dat is allemaal gebeurd onder nationaal toezicht, of gebrek aan toezicht. Europa is het antwoord. We hebben nu een van de meest ambitieuze systemen, mogelijk het meest vergaande systeem, van regulering en toezicht. De bewering dat Europa er erger aan toe is door de Europese Unie is een leugen. Het is een compleet gebrek aan respect en een voorbeeld van onzindelijk denken. Europa heeft de financiële crisis niet veroorzaakt. De wieg daarvan stond in de Verenigde Staten. Zeker, ons stelsel in Europa vertoonde zwakheden, maar de Europese Unie heeft gereageerd. De Europese Unie was niet de oorzaak, en ik meen dat allen die het Europese ideaal delen, van links, van rechts of in het midden, de moed moeten hebben om dat te zeggen, anders versterken we juist het populisme van extreem rechts en extreem links.

Ik heb met belangstelling geluisterd naar enkelen onder u die zeggen dat dit populisme nu sterker geworden is en dat de Europese Unie daar verantwoordelijk voor is. Beste vrienden, dat is niet waar. Populisme en vreemdelingenhaat bestaan ook buiten de Europese Unie, kijk maar eens naar wat er in Zwitserland is gebeurd. Kijk eens naar Noorwegen waar die terrorist ik weet niet hoeveel jongeren heeft vermoord omdat hij tegen een multicultureel Europa is. Kijk eens naar de Tea Party in de Verenigde Staten – is dat aan "Europa" te wijten?

In de wereld van vandaag hebben we dus te maken met een agressief populisme dat zich soms van linkse en soms van rechtse argumenten bedient – het onderscheid is niet altijd even duidelijk – en wie beweert dat dat de schuld is van de Europese Unie geeft blijk van intellectuele verwarring en een gebrek aan politieke eerlijkheid. Wat wij als Europeanen moeten doen, is juist uitleggen dat het niet Europa is dat de crisis veroorzaakt heeft, of de staatsschulden van de lidstaten. Europa kon er niet veel aan doen als bijvoorbeeld een lidstaat zijn nationale rekeningen vervalste. Dat is het soort problemen waar Europa mee te maken had. Het eerste initiatief van mijn tweede Commissie was de lidstaten te vragen om ons meer bevoegdheden te geven om toezicht uit te oefenen op de nationale statistieken, want tijdens mijn eerste Commissie was dat geweigerd. En niet door Griekenland. Het waren de grote lidstaten die de EU niet meer verantwoordelijkheid wilden geven. Dus als we daarover gaan discussiëren, dan wel graag met enig respect voor de waarheid en de logica, en met de nodige politieke eerlijkheid.

Beste vrienden, in dat verband wil ik met de grootste nadruk op het volgende wijzen. Het team waarvan ik de eer had de aanvoerder te zijn, heeft met veel toewijding gewerkt, en zeer gedisciplineerd, en heeft altijd het Europese belang voorop gesteld. Ik wil u iets zeggen, want we zijn hier in een politieke assemblee met verschillende politieke stromingen, die echter altijd vast hebben gehouden aan het idee dat er een gemeenschappelijk Europees belang bestaat. In mijn Commissie waren er geen collega's van de EVP, geen socialisten en geen liberalen. Er waren mensen die zich inzetten voor Europa. Ik ben lid van de EVP en daar ben ik trots op, maar als voorzitter van de Commissie is Europa mijn partij. Dat is de boodschap die ik hier wil uitdragen, en ik richt mij vooral tot de grote pro-Europese stromingen links en rechts van het midden. De bestaande verschillen moeten natuurlijk niet onder tafel geschoven worden, maar we moeten voorkomen dat die meningsverschillen het pro-Europese kamp verzwakken. Extreem rechts en extreem links hebben al genoeg cadeautjes gekregen op die manier. De pro-Europese krachten moeten zich verenigen. Zij moeten de moed hebben Europa te verdedigen. En dat moeten zij ook doen in hun eigen hoofdsteden en niet alleen hier in Straatsburg. We moeten deze grote coalitie voor Europa mogelijk maken, want ik ben ervan overtuigd dat we als we willen voldoende energie kunnen opbrengen om de slag te winnen, die van vandaag en ook die in de toekomst.

Ik dank u.


Side Bar