Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

José Manuel Durão Barroso

Voorzitter van de Europese Commissie

State of the Union 2013

Plenaire vergadering van het Europees Parlement/Straatsburg

11 september 2013

Mijnheer de voorzitter,

Geachte vertegenwoordiger van het voorzitterschap van de Raad,

Geachte leden,

Dames en heren,

Over acht maanden spreken de kiezers in Europa zich uit over wat we de afgelopen vijf jaar hebben bereikt.

Gedurende die vijf jaar kreeg de burger meer dan ooit met Europa te maken. Europa was het gesprek van de dag in koffiehuizen, cafés en talkshows.

Vandaag wil ik kijken naar wat we samen voor elkaar hebben gekregen. En naar wat we nog moeten doen. Verder wil ik uiteenzetten over welke onderwerpen een echt Europees politiek debat zou moeten worden gevoerd, gelet op de verkiezingen van volgend jaar.

Geachte leden,

Het is precies vijf jaar geleden dat de regering van de Verenigde Staten Fannie Mae en Freddie Mac overnam en AIG redde, en dat de zakenbank Lehman Brothers faillissement aanvroeg.

Een en ander veroorzaakte een wereldwijde financiële crisis. Deze ontwikkelde zich tot een ongekende economische crisis en liep ten slotte uit op een sociale crisis, met dramatische gevolgen voor veel van onze burgers. Deze gebeurtenissen hebben het schuldenprobleem zodanig verergerd dat onze regeringen nu nog met een hogere schuldenlast worstelen. Ook is de werkloosheid schrikbarend toegenomen, vooral onder jongeren. Onze huishoudens en bedrijven ondervinden nog steeds de gevolgen.

Maar Europa is niet bij de pakken gaan neerzitten. De afgelopen vijf jaar is de Unie doortastend opgetreden. Deze crisis raakte ons allemaal. En we beseften dat we haar samen moesten bestrijden. Dat doen we dan ook, tot op de dag van vandaag.

Terugblikkend op alles wat we hebben gedaan om Europa heelhuids door deze crisis te loodsen, kunnen we gerust stellen dat niemand dit vijf jaar geleden allemaal voor mogelijk had gehouden.

We zijn de financiële sector ingrijpend aan het hervormen om het spaargeld van de burger veilig te stellen.

We hebben ervoor gezorgd dat regeringen nauwer samenwerken, hun financiën op orde brengen en hun economieën moderniseren.

We hebben meer dan 700 miljard euro beschikbaar gesteld voor het redden van landen die door de crisis worden geteisterd – de grootste stabiliseringsoperatie tussen landen die ooit is opgezet.

Ik herinner mij nog levendig een bijeenkomst die ik vorig jaar had met de topeconomen van een groot aantal van onze belangrijkste banken. De meesten van hen verwachtten dat Griekenland de eurozone zou verlaten. Allen vreesden dat de eurozone uiteen zou vallen. Die angst is ongegrond gebleken: niemand heeft de eurozone verlaten en er is ook niemand uitgezet. Dit jaar verwelkomde de Europese Unie haar 28e lidstaat. Volgend jaar groeit de eurozone van 17 tot 18 lidstaten.

De vraag is nu wat hoe we tegen deze vooruitgang aankijken. Spreken we er lovend of neerbuigend over? Putten we er vertrouwen uit om het karwei af te maken of doen we er geringschattend over?

Geachte leden,

Ik ben net terug van de G20 in Sint-Petersburg. Anders dan voorgaande jaren is ons als Europeanen ditmaal door niemand, uit welk werelddeel dan ook, voorgehouden hoe we de crisis moesten aanpakken. We kregen waardering en steun.

Niet omdat de crisis voorbij zou zijn, want dat is niet zo. De veerkracht van de Europese Unie wordt nog steeds op de proef gesteld. Maar men heeft vertrouwen in onze aanpak – zolang we niet achterover gaan leunen.

We lossen onze problemen samen op.

We kunnen niet anders.

Ik denk dat wij bij alle geo-economische veranderingen en geopolitieke aardverschuivingen alleen samen, als Europese Unie, de burger kunnen geven wat hij verwacht, namelijk dat onze waarden, belangen en welvaart in dit tijdperk van mondialisering worden beschermd en bevorderd.

Het is dan ook de hoogste tijd om verder te kijken dan naar louter nationale problemen en deelbelangen, en Europa werkelijk vooruit te helpen. Het debat met de nationale kiezers vraagt om een echt Europees perspectief.

Het gaat erom dat iedereen die Europa een warm hart toedraagt, ongeacht zijn politieke, ideologische of nationale achtergrond, van zich laat horen.

Als wij ons niet achter Europa scharen, kunnen we dat evenmin van anderen verwachten.

Geachte leden,

We zijn inmiddels een stuk verder dan aan het begin van de crisis.

In mijn State of the Union van vorig jaar merkte ik op dat onze maatregelen ondanks alle inspanningen de burgers, de markten en onze internationale partners nog niet konden overtuigen.

We zijn nu een jaar verder en alles wijst erop dat onze inspanningen inmiddels meer vertrouwen inboezemen. De rentespreads nemen over het algemeen af. De kwetsbaarste landen betalen inmiddels minder voor leningen. De industriële productie stijgt. Het marktvertrouwen keert terug. De aandelenmarkten doen het goed. De economische situatie wordt geleidelijk beter. Het consumentenvertrouwen neemt sterk toe.

De landen die het gevoeligst waren voor de crisis en nu het meest hun best doen om hun economieën te hervormen, nemen inmiddels de eerste positieve resultaten waar.

Dankzij de ingrijpende hervormingen en het toegenomen concurrentievermogen is in Spanje de uitvoer van goederen en diensten nu goed voor 33% van het bbp, het hoogste percentage sinds de invoering van de euro. Ierland slaagt er sinds de zomer van 2012 weer in om geld te lenen op de kapitaalmarkten, naar verwachting groeit de economie in 2013 voor het derde achtereenvolgende jaar en Ierse fabrieken nemen weer werknemers aan.

De betalingsbalans van Portugal, die structureel negatief was, is naar verwachting weer min of meer in evenwicht en de groei trekt na vele rode kwartaalcijfers weer aan. Griekenland heeft in slechts drie jaar een ronduit opmerkelijke begrotingsaanpassing doorgevoerd. Het land herstelt zijn concurrentievermogen en koerst voor het eerst in tientallen jaren af op een primair overschot. Ook Cyprus, dat later is begonnen, voert zijn programma uit volgens plan: een vereiste voor nieuwe groei.

Er daagt licht aan het eind van de tunnel voor Europa.

We moeten natuurlijk wel op onze hoede blijven. Eén zwaluw maakt nog geen zomer. Onze analyse moet realistisch zijn. Laten we de geleverde prestaties niet overschatten, maar ook niet onderschatten. En één gunstig kwartaal betekent nog niet dat het economisch ontij voorbij is. Het wijst er wel op dat we op de goede weg zijn. De huidige cijfers en ontwikkelingen zijn beslist bemoedigend.

Nu komt het erop aan om door te zetten. Dat zijn we verschuldigd aan degenen die het herstel nog niet voelen, die nog niet van de positieve ontwikkelingen profiteren. We zijn het verschuldigd aan onze 26 miljoen werklozen. Met name aan de jongeren, die op ons rekenen. Het draait in de economie ook om hoop en vertrouwen.

Geachte leden,

Dat we er vandaag beter voor staan, komt doordat wij vastbesloten zijn om onze politiek en ons beleid aan te passen aan de lessen van de crisis.

En met 'wij' bedoel ik ons allemaal: we doen dit echt samen.

Bij elke stap heeft het Europees Parlement een beslissende rol gespeeld door een ongekende wetgevingsprestatie te leveren. Persoonlijk denk ik dat de burgers van Europa daar onvoldoende oog voor hebben en dat u meer erkenning verdient.

Ik wil u dan ook vragen om gezamenlijk te blijven streven naar hervorming van onze economieën, met het oog op groei en werkgelegenheid, en naar aanpassing van onze institutionele architectuur. Alleen dan kunnen we ook deze fase van de crisis achter ons laten.

We kunnen tijdens de zittingsperiode van dit Parlement en van deze Commissie nog heel veel tot stand brengen.

Concreet betekent dit dat we allereerst een bankenunie tot stand kunnen en moeten brengen. Het gaat om de eerste en meest urgente stap om tot een hechtere economische en monetaire unie te komen, overeenkomstig de blauwdruk die de Commissie vorig najaar heeft gepresenteerd.

Het wetgevingsproces inzake het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme nadert zijn voltooiing. Voordat de ECB haar toezichthoudende taak op zich neemt, zal zij eerst overgaan tot een onafhankelijke beoordeling van de activa van banken.

Het is nu hoog tijd om werk te maken van het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme. Het voorstel van de Commissie ligt sinds juli op tafel en gezamenlijk moeten wij ervoor zorgen dat het nog tijdens deze zittingsperiode wordt aangenomen.

Dit mechanisme zorgt ervoor dat een bankfaillissement niet in de eerste plaats wordt afgewenteld op de belastingbetalers. Het helpt bankrisico en landenrisico los te koppelen.

Het verhelpt een van de meest verontrustende en onaanvaardbare gevolgen van de crisis, namelijk de toegenomen versnippering van de financiële sector en de kredietmarkten in Europa, die feitelijk neerkomt op hernationalisering.

En het draagt ook bij tot het herstel van de normale kredietverstrekking aan de economie, met name aan kmo’s. Ondanks het coulante monetaire beleid is de kredietverlening immers nog niet in de hele eurozone weer op gang gekomen. Dit vraagt om een resolute aanpak.

Uiteindelijk gaat het hierbij maar om één ding: groei, die nodig is om het meest dringende probleem van dit moment op te lossen: werkloosheid. Het huidige niveau van de werkloosheid is economisch niet vol te houden, politiek onverdedigbaar en sociaal onaanvaardbaar. Daarom willen wij hier binnen de Commissie allemaal – en ik ben verheugd dat al mijn commissarissen hier vandaag bij mij zijn – intensief met u en de lidstaten samenwerken om zoveel mogelijk punten van onze groei-agenda uit te voeren; wij zetten daartoe alle instrumenten in, maar laten we eerlijk zijn: het gaat daarbij niet steeds om Europese instrumenten, maar soms ook om nationale instrumenten. Ik wil de nadruk leggen op de uitvoering van de besluiten inzake jeugdwerkeloosheid en de financiering van de reële economie. Economisch herstel zonder werkgelegenheid moeten wij voorkomen.

Europa moet daarom het tempo van de structurele hervormingen opvoeren. In onze landenspecifieke aanbevelingen wordt aangegeven wat de lidstaten in dit opzicht moeten doen.

Op het niveau van de EU – er zijn immers maatregelen die op nationaal niveau en maatregelen die op Europees niveau kunnen worden genomen – moet het accent liggen op datgene wat voor de reële economie het meest van belang is: het benutten van het volledige potentieel van de eengemaakte markt staat voorop.

Onze eengemaakte markt voor goederen werkt goed en de economische voordelen daarvan zijn tastbaar. Diezelfde formule moeten wij ook op andere gebieden gaan toepassen: mobiliteit, communicatie, energie, financiën en e-handel, om er maar een paar te noemen. Wij moeten de belemmeringen voor dynamische ondernemingen en personen wegnemen. Wij moeten de Europese verbindingen voltooien.

Ik heb het genoegen hier aan te kondigen dat wij vandaag formeel een voorstel zullen goedkeuren dat een flinke stap voorwaarts betekent op weg naar een eengemaakte markt voor telecommunicatie. Burgers weten dat Europa roaming voor hen ongelofelijk veel goedkoper heeft gemaakt. Ons voorstel zal zorgen voor sterkere waarborgen en lagere prijzen voor consumenten, en zal ondernemingen nieuwe mogelijkheden bieden. Wij weten dat in de toekomst handel meer en meer digitaal zal zijn. Is het geen paradox dat wij een interne markt voor goederen hebben, maar dat er sprake is van 28 nationale digitale markten? Hoe kunnen wij in de toekomst alle kansen benutten die de digitale economie ons biedt wanneer wij deze interne markt niet tot stand brengen?

Dezelfde redenering gaat op voor de bredere digitale agenda: deze biedt een oplossing voor reële problemen en verbetert het dagelijks leven van burgers. De kracht van de toekomstige industriële basis van Europa hangt af van hoe goed mensen en ondernemingen onderling met elkaar verbonden zijn. En door de digitale agenda op de juiste wijze te verbinden met gegevens- en privacybescherming versterkt ons Europees model het vertrouwen van de burgers. Het is voor de Europese Commissie zowel met betrekking tot interne als externe ontwikkelingen van het hoogste belang dat de voorgestelde wetgeving inzake gegevensbescherming wordt goedgekeurd.

De eengemaakte markt is een cruciale hefboom voor concurrentievermogen en werkgelegenheid. Door in de komende maanden alle resterende voorstellen in het kader van de Single Market Act I en II goed te keuren en uitvoering te geven aan de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, leggen wij de basis voor onze welvaart in de komende jaren.

Aangezien wij ons ook op mondiaal niveau aan een dynamische verandering aanpassen, moeten wij deze innovatieve dynamiek eveneens op Europees niveau stimuleren. Daarom moeten wij ook meer investeren in innovatie, in technologie en in de rol van de wetenschap. Ik heb een groot vertrouwen in de wetenschap, in de capaciteit van de menselijke geest en in de creativiteit waarmee een samenleving zijn problemen kan oplossen. De wereld verandert dramatisch. En ik geloof dat veel van de oplossingen, in Europa en daarbuiten, afkomstig zullen zijn van nieuw wetenschappelijk onderzoek en van nieuwe technologieën. En ik zou graag zien dat Europa op dit gebied mondiaal een voortrekkersrol vervult. Daarom ook hebben wij – het Parlement en de Commissie – bij de besprekingen over de EU-begroting zoveel voorrang gegeven aan Horizon 2020.

Daarom gebruiken wij de EU-begroting om in vaardigheden, onderwijs en beroepsopleiding te investeren en daarbij talent te stimuleren en ondersteunen. En daarom hebben wij ons sterk gemaakt voor Erasmus Plus.

En daarom ook zullen wij later deze herfst met verdere voorstellen komen voor een industriebeleid dat is toegesneden op de 21ste eeuw en mobiliseren wij steun voor kmo’s, vanuit de overtuiging dat een sterke en dynamische industriële basis onmisbaar is voor een sterke Europese economie.

Onze 20-20-20-doelstellingen zijn niet alleen op de bestrijding van klimaatverandering gericht, maar hebben onze economie ook de weg van groene groei en een efficiënt omgaan met hulpbronnen doen inslaan, wat kosten bespaart en werkgelegenheid schept.

Aan het einde van dit jaar zullen we met concrete voorstellen komen voor ons energie- en klimaatkader tot 2030. En wij zullen vorm blijven geven aan de internationale agenda door tegen 2015 met onze partners een omvattend, wettelijk bindend en wereldwijd klimaatverdrag uit te werken. Europa kan de klimaatverandering niet in zijn eentje tegengaan. De medewerking van de anderen is eerlijk gezegd net zo hard nodig. Tegelijkertijd zullen wij onze werkzaamheden voortzetten op het gebied van het effect van energieprijzen op het concurrentievermogen en van sociale cohesie.

Al deze stimulansen voor groei maken deel uit van onze “Europa 2020”-agenda en het is belangrijker dan ooit deze agenda volledig en snel uit te voeren. In sommige gevallen moeten wij verder gaan dat de 2020-agenda.

Dit houdt in dat wij ook onze handelsagenda actief en assertief moeten blijven uitvoeren. Daarbij gaat het om het aanhalen van onze banden met de groeiende derde markten en het handhaven van onze plaats in de wereldwijde productieketen. In tegenstelling tot het idee dat bij de meeste burgers leeft, dat ons aandeel in de wereldhandel afneemt, hebben wij een aanzienlijk, groeiend handelsoverschot van meer dan 300 miljard euro per jaar wat betreft goederen, diensten en landbouw. Daarop moeten wij voortbouwen. Ook dit zal de komende maanden onze volle aandacht vergen, met name in het kader van het trans-Atlantisch partnerschap voor handel en investeringen met de VS en de onderhandelingen met Canada en Japan.

En tot slot, maar daarom niet minder belangrijk, moeten wij onze inspanningen vergroten om het meerjarig financieel kader, de Europese begroting, uit te voeren. De EU-begroting is de meest concrete hefboom waarover wij beschikken om investeringen te stimuleren. In sommige van onze regio's is de begroting van de Europese Unie het enige middel om overheidsinvesteringen te verkrijgen omdat de middelen op nationaal niveau ontbreken.

Zowel het Europees Parlement als de Commissie wilde meer middelen. Die strijd zijn wij samen aangegaan. Hoe dan ook is met de EU-begroting over één enkel jaar meer geld gemoeid – in huidige prijzen – dan destijds met het hele Marshall-plan. Laten we nu ervoor zorgen dat op 1 januari 2014 met de programma’s kan worden begonnen; dat de resultaten aan de basis merkbaar zijn; en dat wij gebruik maken van de mogelijkheden van innovatieve financiering, variërend van instrumenten waaraan reeds een begin van uitvoering is gegeven tot EIB-gelden en projectobligaties.

Wij moeten de toezeggingen die wij in juli hebben gedaan, nakomen. De Commissie van haar kant, zal haar beloften gestand doen. Wij zullen bijvoorbeeld deze maand nog de tweede gewijzigde begroting voor 2013 aanbieden. Er mag geen tijd verloren gaan en daarom waarschuw ik tegen vertragingen bij de vaststelling ervan. Met name dring ik bij de lidstaten aan op voortvarendheid.

Ik kan het niet genoeg benadrukken: burgers zullen niet door louter retoriek en beloften worden overtuigd, maar alleen door een reeks concrete, gemeenschappelijke resultaten. Wij moeten de vele gebieden onder de aandacht brengen waarop Europa voor burgers problemen heeft opgelost. Europa vormt niet de oorzaak van problemen, maar is juist een deel van de oplossing.

Op datgene wat ons nog te doen staat, ga ik dieper in in mijn brief van vandaag aan de voorzitter van het Europees Parlement. Deze brief zult u ook hebben ontvangen. Ik zal hier niet in detail ingaan op het programma voor het volgend jaar.

Mijn punt vandaag is duidelijk: met zijn allen moeten wij vóór de verkiezingen nog het nodige bereiken. Het is niet het moment om de handdoek in de ring te gooien, maar tijd om onze mouwen op te stropen.

Geachte leden,

Dit alles is niet eenvoudig. Het zijn moeilijke tijden, en de EU staat werkelijk voor een stresstest. De weg van voortdurende en grondige hervorming is even veeleisend als onvermijdelijk. Laten wij ons niet vergissen: voortgaan op de oude voet is niet meer mogelijk. Sommigen geloven dat hierna alles weer bij het oude zal zijn. Zij hebben ongelijk; deze crisis is anders. Het gaat niet om een conjuncturele, maar om een structurele crisis. Wat vroeger normaal was, komt niet terug. Wij zullen moeten werken aan een nieuwe normaliteit. Wij leven in een tijd van grote veranderingen. Wij moeten dat werkelijk inzien en het niet bij woorden laten. Wij moeten daaruit juist alle consequenties trekken, ook wat onze instelling betreft en de wijze waarop wij op problemen reageren.

De eerste resultaten laten zien dat dit mogelijk is.

En we weten allemaal uit ervaring dat het nodig is.

Op dit moment, nu er sprake is van een kwetsbaar herstel, is het grootste neerwaartse risico mijns inziens politiek van aard: een gebrek aan stabiliteit en aan vastberadenheid. De afgelopen jaren hebben wij gezien dat alles wat twijfel doet ontstaan aan de hervormingsgezindheid van regeringen, onmiddellijk wordt afgestraft. Daar staat tegenover dat krachtige en overtuigende besluiten een aanzienlijk en direct effect hebben.

In deze fase van de crisis is het de taak van regeringen de zekerheid en voorspelbaarheid te bieden waaraan het markten nog ontbreekt.

U kent allen ongetwijfeld Justus Lipsius. Justus Lipsius is de naam van het gebouw van de Raad in Brussel. Justus Lipsius was een zeer invloedrijke humanistische geleerde uit de zestiende eeuw, die een zeer belangrijk boek, De Constantia genaamd, heeft geschreven.

“Standvastigheid”, zo schreef hij, “is een echte en onwrikbare geestkracht, die door externe of toevallige omstandigheden versterkt noch te neer gedrukt wordt.” Alleen een “geestkracht”, zo betoogde hij, die is gebaseerd op “oordeel en gezond verstand” kan een mens door verwarrende en onrustige tijden heen helpen.

Ik hoop dat wij allen in deze tijd, die voor ons allemaal, en ook voor de vertegenwoordigers van de regeringen die in het Justus Lipsius-gebouw samenkomen, een moeilijke tijd is, blijk zullen geven van die vastberadenheid, die volharding, wanneer het op de uitvoering van de genomen beslissingen aankomt. Want het is belangrijk coherent te zijn en niet alleen beslissingen te nemen, maar achteraf ook in de staat te zijn die in de praktijk uit te voeren.

Geachte leden,

Het is niet meer dan normaal dat onze inspanningen de crisis te overwinnen de afgelopen jaren al het andere hebben overschaduwd.

Wij moeten Europa echter als veel meer dan alleen een economisch concept zien. We zijn veel meer dan een markt. Het Europese ideaal raakt juist aan de fundamenten van de Europese samenleving. Het gaat om waarden en dat woord wil ik beklemtonen: waarden. Het is gebaseerd op een sterk geloof in politieke, sociale en economische waarden die in onze sociale markteconomie zijn ingebed.

In de wereld van vandaag is de EU onmisbaar voor de bescherming van deze waarden en normen en de bevordering van de rechten van burgers: van consumentenbescherming tot de rechten van werknemers, van de rechten van vrouwen tot de eerbiediging van minderheden, van milieunormen tot gegevensbescherming en privacy

Of het nu gaat om het verdedigen van onze belangen op het gebied van de internationale handel, het veiligstellen van onze energievoorziening of het herstellen van het rechtvaardigheidsgevoel van de burger door internationale belastingfraude en belastingontduiking te bestrijden: alleen wanneer wij als Unie optreden, kunnen wij een rol van betekenis spelen in de wereld.

Of het nu gaat om de doeltreffendheid van de ontwikkelings- en humanitaire hulp aan ontwikkelingslanden, goed beheer van onze gemeenschappelijke buitengrenzen of een krachtig veiligheids- en defensiebeleid voor Europa: alleen dankzij meer integratie kunnen wij onze doelstellingen daadwerkelijk realiseren.

Het staat onomstotelijk vast dat onze interne samenhang en internationale relevantie met elkaar zijn verweven. Onze economische aantrekkingskracht en onze politieke stuwkracht zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Gelooft iemand hier werkelijk dat wij of de lidstaten internationaal gezien nog enige geloofwaardigheid zouden hebben als de euro was ingestort?

Beseft iedereen nog wel hoe dankzij de uitbreiding de diepe wonden van het verleden konden genezen door democratie te vestigen daar waar niemand dat voor mogelijk had gehouden? Hoe het nabuurschapsbeleid de beste manier was en is om veiligheid en welvaart te bewerkstelligen in regio's die cruciaal zijn voor Europa? Waar zouden we staan zonder dit alles?

Landen als Oekraïne willen vandaag de dag graag nauwere betrekkingen met de Europese Unie omdat zij worden aangetrokken door ons economische en sociale model. Wij mogen hen niet afwijzen. Wij mogen de pogingen om de soevereine keuzes van deze landen te belemmeren niet accepteren. Vrije wil en instemming moeten worden geëerbiedigd. Dit zijn ook de beginselen die ten grondslag liggen aan het Oostelijk Partnerschap, dat we verder willen verdiepen tijdens de top in Vilnius.

En herinnert iedereen zich nog hoe zwaar Europa de vorige eeuw heeft geleden onder oorlogen en dat Europese integratie de juiste oplossing was?

Volgend jaar is het honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak, een oorlog die Europa verscheurde, van Sarajevo tot de Somme. Wij mogen vrede nooit als vanzelfsprekend beschouwen. Laten we niet vergeten dat dankzij Europa voormalige vijanden nu rondom de tafel zitten en samenwerken. Uitsluitend doordat hun een Europees perspectief werd geboden, zijn zelfs Servië en Kosovo nu tot overeenstemming gekomen, dankzij bemiddeling van de EU.

De Nobelprijs voor de vrede die de EU vorig jaar ontving, herinnert ons aan deze historische prestatie: Europa is een vredesproject.

Daar moeten wij ons beter bewust van zijn. Ik denk weleens dat we niet bang moeten zijn om trots te zijn. Niet arrogant, maar wel trotser. Wij moeten ons richten op de toekomst, maar met de wijsheid die het verleden ons heeft gebracht.

Tegen allen die zich verheugd zijn over de problemen die Europa ondervindt en die de integratie terug willen draaien en die zich weer willen isoleren, zeg ik: het verdeelde Europa van voor de integratie, de oorlog, de loopgraven, dat is niet wat mensen willen en mogen verwachten. Nog nooit eerder in de geschiedenis heeft het Europese continent een zo lange periode van vrede gekend als sinds de oprichting van de Europese Gemeenschap. Het is onze taak deze gemeenschap te bewaren en te verdiepen.

Geachte leden,

Juist vanuit deze waarden staan we voor de ondraaglijke situatie in Syrië, die het geweten van de wereld sinds enkele maanden zo zwaar op de proef stelt. De Europese Unie heeft het voortouw genomen bij de internationale hulpverlening door bijna 1,5 miljard euro te mobiliseren, waarvan 850 miljoen euro rechtstreeks afkomstig is uit de EU-begroting. De Commissie zal haar uiterste best doen om de Syrische bevolking en de vluchtelingen in de buurlanden te helpen.

We zagen onlangs dingen gebeuren waarvan wij dachten dat ze niet meer mogelijk waren. Het gebruik van chemische wapens is een afschuwelijke daad, die duidelijk moet worden veroordeeld en om een krachtig antwoord vraagt. De internationale gemeenschap, waarvan de VN het hart vormt, moet collectief deze daden bestraffen en een einde maken aan dit conflict. Het voorstel om de chemische wapens van Syrië buiten gebruik te stellen kan een positieve ontwikkeling zijn. Het Syrische regime moet nu aantonen dat het dit voorstel onverwijld zal uitvoeren. In Europa zijn wij ervan overtuigd dat uiteindelijk alleen met een politieke oplossing de duurzame vrede kan worden bereikt die het Syrische volk verdient.

Geachte leden,

Sommigen beweren dat een zwakker Europa hun land sterker zou maken, dat Europa een last is en dat zij beter af zouden zijn zonder Europa.

Mijn antwoord daarop is helder: we hebben allemaal een Europa nodig dat verenigd, sterk en open is.

De kernvraag van het debat dat overal in Europa plaatsvindt, is: Willen we Europa verbeteren, of willen we Europa opgeven?

Daarop zeg ik heel duidelijk: doe mee!

Als Europa je in deze vorm niet aanstaat: verbeter het!

Probeer Europa sterker te maken, intern en internationaal, dan kun je op mijn warme steun rekenen. Lukt dit met behoud van diversiteit en zonder dat het tot discriminatie leidt, dan doe ik meteen mee.

Maar geef Europa niet op.

Ik geef toe dat Europa, net als elk menselijk project, niet perfect is.

Zo zullen we bijvoorbeeld nooit een definitieve oplossing vinden voor de meningsverschillen over de taakverdeling tussen de lidstaten en het Europese niveau.

Ik hecht zelf ook grote waarde aan het subsidiariteitsbeginsel. Subsidiariteit is voor mij geen technisch concept, maar een fundamenteel democratisch beginsel. De verbondenheid tussen de burgers van Europa kan alleen sterker worden als beslissingen in de grootst mogelijke openheid en zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen.

Niet alles hoeft op Europees niveau te worden opgelost. Europa moet zich richten op de punten waar het de meeste waarde kan toevoegen. Als dat niet het geval is, moet de EU zich er niet mee bemoeien. De EU moet de grote dingen groots aanpakken en de kleine dingen op kleinere schaal – iets wat we in het verleden niet altijd hebben gedaan. De EU moet laten zien dat zij zowel positieve als negatieve prioriteiten kan stellen. Net als alle regeringen, moeten wij extra zorg dragen voor de kwaliteit en de kwantiteit van de regelgeving in het besef dat, in de woorden van Montesquieu, "les lois inutiles affaiblissent les lois nécessaires" [nutteloze wetten verzwakken noodzakelijke wetten].

Daarnaast, geachte leden, zijn er evenwel terreinen van groot belang waar Europa juist meer integratie en meer eenheid moet bewerkstelligen. Waar alleen met een sterk Europa resultaten kunnen worden geboekt.

Daarom geloof ik dat wij op termijn moeten streven naar een politieke unie, zoals ik in mijn State of the Union van vorig jaar heb benadrukt. Dat zeg ik niet alleen als overtuigd Europeaan. Het is onontbeerlijk om onze vooruitgang te consolideren en de toekomst veilig te stellen.

Uiteindelijk hangt de deugdelijkheid van ons beleid, en van de economische en monetaire unie, af van de geloofwaardigheid van de politieke en institutionele constructie die eraan ten grondslag ligt.

Daarom heeft de Commissie in haar blauwdruk voor een hechte economische en monetaire unie niet alleen de economische en monetaire kenmerken beschreven, maar ook de vereisten, mogelijkheden en beperkingen van een verdieping van onze institutionele configuratie op middellange en lange termijn. De Commissie zal verder werken aan de implementatie van de blauwdruk, stap voor stap, fase voor fase.

Zoals vorig jaar aangekondigd, bevestig ik dat wij vóór de Europese verkiezingen ideeën zullen presenteren over de toekomst van de onze Unie en de wijze waarop de communautaire methode en de gemeenschappelijke aanpak op langere termijn het beste kunnen worden geconsolideerd en verdiept. Op die manier kan een echt Europees debat worden gevoerd. Wij zullen de beginselen en oriëntaties uiteenzetten die noodzakelijk zijn voor een echte politieke unie.

Geachte leden,

Wij kunnen alleen het hoofd bieden aan de uitdagingen van vandaag als we het eens zijn over de fundamentele doelstellingen.

Op politiek niveau moeten wij ervoor zorgen dat er geen verdeeldheid ontstaat als gevolg van de verschillen tussen de eurozone en de landen daarbuiten, tussen de kern en de periferie, tussen noord en zuid, tussen oost en west. De Europese Unie moet een project van al haar leden blijven, een gemeenschap waarin alle leden gelijk zijn.

In economisch opzicht heeft Europa altijd kloven gedicht tussen landen, regio's en mensen en dat moet zij blijven doen. Wij kunnen niet het werk van de lidstaten overnemen. Zij behouden hun verantwoordelijkheden, maar wij kunnen en moeten deze aanvullen met Europese verantwoordelijkheid en Europese solidariteit.

Daarom is het versterken van de sociale dimensie, in samenwerking met onze sociale partners, de komende maanden een prioriteit. De Commissie zal op 2 oktober een mededeling presenteren over de sociale dimensie van de economische en monetaire unie. Solidariteit is een kernbeginsel van deelname aan Europa en het is iets waar we trots op moeten zijn.

De bescherming van haar waarden, zoals de rechtsstaat, is altijd een van de kerntaken van de Europese Unie geweest, vanaf de oprichting tot na de laatste uitbreidingsronden.

Vorig jaar, toen er in onze eigen lidstaten problemen met betrekking tot de rechtsstaat waren, zei ik in mijn State of the Union dat er meer mogelijkheden moeten komen dan de keuze tussen politieke overreding en gerichte inbreukprocedures enerzijds, en wat ik noem de "nucleaire optie" van artikel 7 van het Verdrag (dat wil zeggen schorsing van bepaalde rechten van een lidstaat) anderzijds.

De ervaring heeft het nut aangetoond van de rol van de Commissie als onafhankelijke en objectieve scheidsrechter. Deze ervaring moet worden geconsolideerd door middel van een breder kader, dat wordt gebaseerd op het beginsel van gelijkheid tussen de lidstaten en waarop alleen een beroep moet worden gedaan bij een ernstige, fundamentele bedreiging van de rechtsstaat, waarvoor van tevoren criteria moeten worden vastgesteld.

De Commissie zal hierover een mededeling opstellen. Ik ben van mening dat dit debat fundamenteel is voor ons idee van Europa.

Dit betekent niet dat de nationale soevereiniteit of de democratie wordt ingeperkt, maar wij hebben een robuust Europees mechanisme nodig om invloed te kunnen uitoefenen op situaties waarin onze gemeenschappelijke basisbeginselen op het spel staan.

Er zijn bepaalde waarden waaraan niet getornd kan worden en die de EU en haar lidstaten te allen tijde moeten en zullen verdedigen.

Geachte leden,

De polarisatie waar de crisis toe heeft geleid, is een gevaar voor ons allemaal, voor het project, het Europese project.

Als legitieme politieke vertegenwoordigers van de Europese Unie kunnen wij het tij keren. Als rechtstreeks verkozen democratische vertegenwoordigers van Europa bent u de spil van het politieke debat. Wat ik wil vragen is dit: welk beeld van Europa krijgen de kiezers voorgeschoteld? Een waarheidsgetrouw beeld of een karikatuur? Feiten of fabeltjes? De eerlijke, redelijke versie, of de extremistische, populistische versie? Dat is een belangrijk verschil.

Ik weet dat sommigen Europa de schuld zullen geven van de crisis en de problemen.

Maar wij kunnen de mensen erop wijzen dat Europa deze crisis niet heeft veroorzaakt. De crisis is het gevolg van slecht beheer van de overheidsfinanciën door nationale regeringen en onverantwoordelijk gedrag op de financiële markten.

Wij kunnen uitleggen wat Europa heeft gedaan om de crisis te verhelpen. Wat we zouden zijn kwijtgeraakt als we er niet in waren geslaagd om de interne markt en de gemeenschappelijke munt overeind te houden. Want de interne markt lag onder vuur en volgens sommigen was het afgelopen met de euro. Als wij geen herstelmaatregelen en werkgelegenheidsinitiatieven hadden gecoördineerd.

Sommige mensen zullen zeggen dat Europa regeringen dwingt te bezuinigen.

Maar wij kunnen de kiezers eraan herinneren dat de overheidsschulden al ernstig uit de hand waren gelopen vóór de crisis, niet door, maar ondanks Europa. We kunnen erbij zeggen dat de meest kwetsbaren in onze samenleving en onze kinderen straks de rekening gepresenteerd krijgen als wij nu niet doorzetten. Feit is dat landen binnen en buiten de eurozone en binnen en buiten Europa proberen hun overheidsfinanciën op orde te krijgen.

Sommigen zullen in hun campagne beweren dat wij te veel geld hebben gegeven aan kwetsbare landen. Anderen zullen zeggen dat we te weinig hebben gegeven.

Maar ieder van ons kan uitleggen wat we hebben gedaan en waarom: er is een direct verband tussen de leningen van het ene land en de banken van het andere land, tussen de investeringen van het ene land en de bedrijven van het andere land, tussen de arbeidskrachten van het ene land en de ondernemingen van het andere land. Door deze onderlinge verwevenheid zijn alleen Europese oplossingen mogelijk.

Ik zeg altijd: als je in hetzelfde schuitje zit, kun je niet zeggen: “Jouw kant van de boot is lek.” We zaten in hetzelfde schuitje toen alles goed ging en we zitten in hetzelfde schuitje nu er moeilijkheden zijn.

Sommige mensen zullen in hun campagne misschien zeggen dat Europa te veel macht naar zich toe heeft getrokken. Anderen zullen zeggen dat Europa altijd te weinig doet en te laat in actie komt. Opvallend genoeg vinden degenen die van mening zijn dat Europa te weinig doet, dat niet altijd een reden om Europa in staat te stellen om te doen wat het moet doen.

Maar wij kunnen uitleggen dat de lidstaten taken en bevoegdheden aan Europa hebben toevertrouwd. De Europese Unie is geen vreemde mogendheid. Zij is het resultaat van democratische besluiten van de Europese instellingen en de lidstaten.

Tegelijkertijd moeten we erkennen dat Europa op sommige gebieden nog steeds niet genoeg bevoegdheden heeft om zich waar te maken. Dat wordt wel eens vergeten door diegenen, en dat zijn er niet weinig, die proberen successen op het conto van de lidstaten te schrijven en mislukkingen op Europa af te schuiven. Wat we wel en niet hebben, is uiteindelijk het resultaat is van democratische besluitvorming. En ik vind dat we de mensen daaraan moeten herinneren.

Dames en heren,

Mijnheer de voorzitter,

Geachte leden,

Ik hoop dat het Europees Parlement deze uitdaging aangaat en al zijn idealisme weet te paren aan de realiteitszin en de vastberadenheid waar deze tijden om vragen.

We kennen de argumenten.

We kennen de feiten.

We kennen de agenda.

Over acht maanden beslissen de kiezers.

Nu moeten wij ons sterk maken voor Europa.

Dat kunnen we doen door de komende acht maanden ons werk zoveel mogelijk af te ronden. Er is nog veel te doen.

De Europese begroting, het MFK, formeel goedkeuren en uitvoeren. Dat is van doorslaggevend belang voor de investeringen in onze regio’s. Het is absoluut noodzakelijk voor onze eerste prioriteit: de werkloosheid bestrijden, met name de jeugdwerkloosheid.

Vaart zetten achter de bankenunie. Anders kunnen we de financieringsproblemen van het bedrijfsleven en kmo’s niet oplossen.

Werkgelegenheid en groei: dat zijn onze prioriteiten.

Ons werk is nog niet af. We zijn in de beslissende fase gekomen.

Want, geachte leden, de verkiezingen gaan niet alleen over het Europees Parlement; ze gaan ook niet over de Europese Commissie of over de Raad of over bepaalde personen.

Ze gaan over Europa.

Wij zullen samen worden beoordeeld.

Dus laten we ook samen werken: voor Europa.

Met passie en overtuiging.

Laten we niet vergeten dat Europa honderd jaar geleden, in 1914, aan de vooravond stond van een catastrofe.

Ik hoop dat volgend jaar, in 2014, een verenigd, sterk en open Europa de crisis achter zich kan laten.

Ik dank u voor uw aandacht.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website