Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

José Manuel Durão Barroso Voorzitter van de Europese Commissie Een nieuw elan voor Europa – State of the Union 2011 Europees Parlement Straatsburg, 28 september 2011

Commission Européenne - SPEECH/11/607   28/09/2011

Autres langues disponibles: FR EN DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

SPEECH/11/607

José Manuel Durão Barroso

Voorzitter van de Europese Commissie

Een nieuw elan voor Europa – State of the Union 2011

Europees Parlement

Straatsburg, 28 september 2011

Geachte voorzitter,

Geachte Parlementsleden,

Excellentie,

We moeten eerlijk onder ogen zien hoe de Unie ervoor staat. Een glasheldere analyse is geboden.

We staan mijns inziens voor de grootste uitdaging in de geschiedenis van de Unie.

Het gaat om een financiële, economische en sociale crisis. Maar ook om een vertrouwenscrisis. Ten aanzien van onze leiders, van Europa en van ons vermogen met oplossingen te komen.

De oorzaken van de crisis zijn duidelijk: Europa heeft zijn concurrentievermogen niet op peil gehouden. Sommige lidstaten hebben boven hun stand geleefd. Op de financiële markten waren onverantwoordelijke en ontoelaatbare gedragingen aan de orde van de dag. We hebben de onevenwichtigheden tussen de lidstaten groter laten worden, met name in de eurozone.

En deze problemen zijn nog verergerd door de aardverschuivingen in de wereldorde en de gevolgen van de mondialisering.

Dit alles baart onze samenlevingen grote zorgen. Veel burgers zijn bang voor de toekomst. Meer dan ooit dreigen lidstaten weer een puur nationale, zo niet nationalistische koers te kiezen.

Populistische stemmen trekken de belangrijkste verwezenlijkingen van de Unie in twijfel: de euro, de eengemaakte markt en zelfs het vrije verkeer van personen.

Ik geloof dat de staatsschuldencrisis op dit moment bovenal een politieke vertrouwenscrisis is.

En onze burgers, maar ook de buitenwereld, kijken mee en stellen zich vragen. Zijn wij een echte Unie? Kunnen en willen wij de gemeenschappelijke munt echt ondersteunen?

Willen de kwetsbaarste lidstaten de essentiële hervormingen echt doorvoeren?

Zijn de meest welvarende lidstaten echt bereid om solidariteit aan de dag te leggen?

Is Europa werkelijk in staat om groei tot stand te brengen en banen te creëren?

Ik verzeker u:

Ja, de crisis is ernstig, maar niet onoplosbaar.

Europa heeft een toekomst.

We moeten het vertrouwen herstellen. Dat vereist niet alleen stabiliteit en groei, maar ook politieke wil en politiek leiderschap.

Samen moeten we onze burgers voorstellen Europa te vernieuwen.

We moeten de woorden waarmaken van de verklaring van Berlijn, die is ondertekend door de Commissie, het Parlement en de Europese Raad, en is uitgesproken bij de vijftigste verjaardag van de Verdragen van Rome: "Wir leben heute miteinander, wie es nie zuvor möglich war. Wir Bürgerinnen und Bürger der Europäischen Union sind zu unserem Glück vereint." ("Wij leven vandaag met elkaar zoals dat voordien nooit mogelijk was. Wij burgers van de Europese Unie hebben het geluk verenigd te zijn.") Het zijn gemeende woorden. Nu moeten we ze durven omzetten in daden.

Door samen te werken met onze instellingen – en ze niet tegen te werken – kunnen we daarin slagen.

Zoals bekend, is voor sommigen stabiliteit nu het belangrijkst. Anderen dringen aan op groei.

Maar volgens mij zijn beide nodig.

Sommigen roepen om discipline. Anderen om solidariteit.

Maar we hebben beide nodig.

De tijd van ad-hocoplossingen, van deeloplossingen, ligt achter ons. We moeten nu vastberaden kiezen voor alomvattende oplossingen. Meer Europese ambitie tonen.

Ik geloof echt dat we vandaag voor een historisch keerpunt staan. Kiezen we niet voor verdere integratie, dan dreigt fragmentatie.

Het is dus een kwestie van politieke wil, een vuurproef voor onze hele generatie.

Geachte Parlementsleden,

Ik wil eerst iets zeggen over een zaak die ons allen bezighoudt: Griekenland. Laat het duidelijk zijn: Griekenland is en blijft lid van de eurozone. Het moet zijn toezeggingen dan ook volledig en op tijd nakomen. Op hun beurt hebben de andere lidstaten van de eurozone beloofd Griekenland en elkaar te steunen. Op de top van de eurozone van 21 juli is het zo verwoord: "Wij zijn vastbesloten steun te blijven verlenen aan landen met programma's tot zij weer markttoegang hebben verkregen, op voorwaarde dat zij deze programma's met succes hebben uitgevoerd."

Daarom heb ik de taakgroep Griekenland opgericht.

We zijn pas een actieplan overeengekomen, dat twee belangrijke pijlers omvat:

  • een lijst van zo'n honderd levensvatbare topprojecten, waarbij in alle Griekse regio's wordt geïnvesteerd om optimaal gebruik te maken van de resterende middelen die uit hoofde van de structuurfondsen aan Griekenland zijn toegewezen, en

  • een belangrijke inspanning om de bureaucratische procedures voor gecofinancierde Europese projecten te verlichten.

Er kan in Griekenland nog 15 miljard euro worden besteed uit de structuurfondsen. Hiermee zal met name een dringend noodzakelijk programma worden opgezet voor technische bijstand aan de Griekse overheid.

Er wordt al gewerkt aan een garantieprogramma van 500 miljoen euro voor leningen van de Europese Investeringsbank aan het Griekse midden- en kleinbedrijf.

De Commissie overweegt ook een breder garantiemechanisme op te zetten, waardoor banken weer gemakkelijker geld zullen steken in de reële economie.

Griekenland wordt dus krachtig ondersteund om weer uit het dal te klimmen, en het land zal dan ook met concrete resultaten moeten komen. Het moet breken met contraproductieve praktijken en niet wijken voor gevestigde belangen.

Maar laten we duidelijk zijn: het gaat niet om een sprint, maar om een marathon.

De opgave om een Unie van stabiliteit en verantwoordelijkheid tot stand te brengen heeft niet alleen betrekking op Griekenland.

De economische vooruitzichten beloven weinig goeds. We hebben wereldwijd te maken met de negatieve effecten van de voortdurende aanpassing van de risicobeoordelingen. Het is onze verantwoordelijkheid om het vertrouwen in de euro en de Unie als geheel terug te winnen.

Daartoe moeten we laten zien dat we in staat zijn om alle beslissingen te nemen die nodig zijn voor het op concurrerende, inclusieve en hulpbronnenefficiënte wijze beheren van een gemeenschappelijke munt en een geïntegreerde economie. Dit vergt een aanpak voor de korte, middellange en lange termijn.

We moeten nu in de eerste plaats snel bepalen hoe we het hoofd gaan bieden aan de staatsschuldencrisis.

Dit vereist krachtiger mechanismen voor crisisbeheersing. We moeten de euro de nodige slag- en veerkracht geven.

De EFSF en het toekomstige Europese stabiliteitsmechanisme moeten worden uitgebouwd.

De EFSF moet onmiddellijk sterker en flexibeler worden gemaakt. Daartoe heeft de Commissie al in januari voorstellen ingediend. En daartoe hebben de staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone op 21 juli besloten. Alleen als u dit besluit bekrachtigt, kan de EFSF worden gebruikt voor:

  • voorzorgsmaatregelen,

  • ondersteuning van de herkapitalisatie van banken, en

  • optreden op de secundaire markten ter voorkoming van besmetting.

Wanneer de EFSF eenmaal is bekrachtigd, moeten we de financiële toewijzing zo doeltreffend mogelijk benutten. De Commissie onderzoekt momenteel de mogelijkheden.

Verder moeten we alles op alles zetten om de inwerkingtreding van het ESM te bespoedigen.

En we gaan er natuurlijk van uit dat de Europese Centrale Bank – geheel overeenkomstig het Verdrag – er alles aan zal doen om de integriteit van de eurozone te bewaren en de financiële stabiliteit ervan te verzekeren.

Maar daar houdt het niet op. Wij moeten de economische coördinatie en integratie verdiepen, in het bijzonder in de eurozone.

Dit is een minstens even grote politieke als economische opgave.

U zult vandaag stemmen over de zogeheten "sixpack"-voorstellen die wij u en de Raad een jaar geleden voorlegden. Het betreft hier voorstellen ter hervorming van het Stabiliteits- en Groeipact en uitbreiding van het toezicht tot de macro-economische evenwichten. De thans voorliggende teksten verschillen niet veel van de oorspronkelijke voorstellen van de Commissie. Uw inbreng is van doorslaggevend belang geweest om de ambitie van deze voorstellen op peil te houden, waarvoor mijn oprechte dank en felicitaties.

Dankzij deze wetgeving zullen wij over veel krachtigere handhavingsmechanismen kunnen beschikken. Wij krijgen nu de mogelijkheid om de begrotingsplannen van de lidstaten te bespreken voordat er op het nationale niveau beslissingen worden getroffen. Deze combinatie van discipline en integratie is de sleutel voor de toekomst van de eurozone. Alleen een grotere integratie en discipline kunnen voor een werkelijk geloofwaardige eurozone zorgen.

Geachte Parlementsleden,

Hoe belangrijk deze stappen ook zijn, we moeten nog verder gaan. De monetaire unie moet worden aangevuld met een economische unie ter voltooiing van het proces dat in Maastricht in gang is gezet.

Het was een illusie om te denken dat een gemeenschappelijke munt en een eengemaakte markt konden samengaan met een nationale aanpak van het economisch en begrotingsbeleid. Laat ons niet de nieuwe illusie koesteren dat een gemeenschappelijke munt en een eengemaakte markt kunnen samengaan met een intergouvernementele aanpak.

Voor een geloofwaardige eurozone – en dit is niet alleen het punt van de federalisten, het is het signaal van de markten – is een echte gemeenschappelijke aanpak vereist. Wat we nodig hebben is een daadwerkelijke eenmaking van de eurozone en een aanvulling van de monetaire unie met een daadwerkelijke economische unie. Hoe kunnen we deze echte gemeenschappelijke aanpak gestalte geven? De Commissie zal de komende weken, voortbouwend op het "sixpack", een voorstel indienen voor één coherent kader ter verdieping van de economische coördinatie en integratie, in het bijzonder in de eurozone. Deze verdieping zal tot stand worden gebracht op een manier die de compatibiliteit tussen de eurozone en de Unie in haar geheel waarborgt. Het mag uiteraard niet zo zijn dat de eurozone het geweldige acquis van de eengemaakte markt en de vier vrijheden op de helling zet.

Tegelijkertijd kunnen we de besluitvorming krachtiger bundelen en onze concurrentiepositie verstevigen, bijvoorbeeld door het Euro Plus-pact binnen dit kader op te nemen, zonder te raken aan de nationale bevoegdheden voor de uitvoering ervan.

Om dit alles te doen functioneren is er meer dan ooit behoefte aan de onafhankelijke autoriteit van de Commissie om de maatregelen die de lidstaten zouden moeten nemen, voor te stellen en te beoordelen. De nationale regeringen kunnen dit eerlijk gezegd niet alleen doen en onderhandelingen tussen regeringen zijn evenmin een optie.

Binnen de communautaire verdeling van bevoegdheden is de Commissie de economische regering van de Unie; hiervoor is dus zeker geen nieuwe instelling nodig.

Het is niet voor niks dat bij de Verdragen supranationale instellingen zijn opgericht. Het is niet voor niks dat er een Europese Commissie, een Europese Centrale Bank en een Europees Hof van Justitie zijn opgericht. De Commissie staat garant voor billijkheid. Daarenboven is de Commissie, die vanzelfsprekend in partnerschapsverband met de lidstaten samenwerkt, bij stemming door deze direct verkozen assemblee van zowel de eurozone als de Europese Unie in haar geheel goedgekeurd en aan haar verantwoording verschuldigd.

Geachte Parlementsleden,

Het is ook tijd dat de eurozone naar buiten toe met één stem wordt vertegenwoordigd. De Commissie zal daartoe op grond van het Verdrag voorstellen doen.

Een op die grondslag en een gemeenschappelijke aanpak berustende Unie van stabiliteit en verantwoordelijkheid zal de lidstaten ook in staat stellen de voordelen van een grotere markt voor de uitgifte van staatspapier volledig te benutten.

Als de eurozone voorzien is van alle noodzakelijke instrumenten om integratie en discipline te garanderen, dan is de uitgifte van gezamenlijke leningen een natuurlijke en voor iedereen voordelige stap. Voorwaarde is wel dat dergelijke euro-obligaties "stabiliteitsobligaties" zijn, dat wil zeggen op zodanige wijze zijn opgezet dat degenen die volgens de regels spelen worden beloond en zij die dat niet doen worden afgeschrikt. Zoals ik reeds aan deze assemblee heb aangekondigd, zal de Commissie de komende weken opties presenteren voor dergelijke "stabiliteitsobligaties".

Sommige opties kunnen op basis van het huidige Verdrag worden gerealiseerd, terwijl voor volwaardige "euro-obligaties" een aanpassing van het Verdrag nodig zou zijn. En dit is belangrijk, geachte Parlementsleden, omdat binnen het raam van het huidige Verdrag van Lissabon heel wat mogelijk is. Er is geen excuus om dat niet of niet nu te doen.

Het kan echter nodig zijn om nieuwe aanpassingen van het Verdrag in overweging te nemen.

Ik denk hierbij in het bijzonder ook aan het vereiste van unanimiteit. Het kan niet zo blijven dat het tempo van ons gezamenlijk project door de traagste wordt bepaald. In de Unie van vandaag is het inderdaad het traagste lid dat dicteert hoe snel alle anderen vooruitgaan. Dit is ook vanuit het gezichtspunt van de markten niet geloofwaardig en daarom moeten we het besluitvormingsprobleem oplossen. Lidstaten hebben vanzelfsprekend het recht om het niet eens te zijn met wat wordt besloten. Dat is een kwestie van nationale soevereiniteit. Lidstaten hebben echter niet het recht om anderen te blokkeren, want die hebben immers ook hun nationale soevereiniteit en als zij vooruit willen gaan, dan moeten zij dat kunnen doen.

Onze bereidheid om een verdragswijziging te overwegen, mag geen middel of excuus zijn om de onmiddellijk noodzakelijke hervormingen uit te stellen; ik geloof integendeel dat deze visie op langere termijn de geloofwaardigheid vergroot van de beslissingen die we nu nemen.

Om een Unie van stabiliteit en verantwoordelijkheid tot stand te brengen, moeten de werkzaamheden voor een nieuw systeem van regulering voor de financiële sector snel worden voltooid. Wij hebben behoefte aan verantwoordelijke banken die over voldoende kapitaal beschikken en krediet verstrekken aan de reële economie.

Er is veel gezegd over het al dan niet kwetsbaar zijn van sommige van onze banken. De Europese banken hebben hun kapitaalbasis in het voorbije jaar substantieel versterkt. Zij halen nu kapitaal op om de resterende leemten die bij de stresstests in de zomer zijn gebleken, op te vullen. Dit is noodzakelijk om de schade van die turbulentie op de financiële markten voor de reële economie en de werkgelegenheid te beperken.

In de afgelopen drie jaar hebben wij een nieuw systeem van financiële regulering ontworpen.

Ik herinner eraan dat wij reeds 29 wetgevingshandelingen hebben voorgesteld. Verschillende daarvan zijn door u al goedgekeurd, onder andere wat betreft de oprichting van onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten, die reeds operationeel zijn. Het is van belang dat nu nieuwe regels worden goedgekeurd inzake

  • derivaten,

  • ongedekte baissetransacties ("naked short selling") en kredietverzuimswaps ("credit default swaps") en

  • een redelijke bezoldiging van bankiers.

Die voorstellen liggen er; het is nu aan de Raad en het Parlement om ze goed te keuren. De Commissie zal de resterende voorstellen tegen het eind van het jaar indienen. Zij hebben betrekking op:

  • de ratingbureaus,

  • de afwikkeling van banken en

  • de persoonlijke aansprakelijkheid van financiële operatoren.

Wij zullen daarmee binnen de G20 de eersten zijn om onze toezeggingen inzake wereldwijde inspanningen op het gebied van financiële regulering na te komen.

Geachte Parlementsleden,

De laatste drie jaar hebben de lidstaten – de belastingbetaler dus – de financiële sector 4,6 biljoen euro aan steun en garanties verleend. Het is tijd dat de financiële sector iets terugdoet voor de samenleving. Ik ben er erg trots op u te kunnen meedelen dat de Commissie vandaag een voorstel inzake een belasting op financiële transacties heeft goedgekeurd. De tekst die ik u vandaag voorleg, is van zeer groot belang en kan bij implementatie jaarlijks ruim 55 miljard euro aan inkomsten opleveren. Sommige zullen zich afvragen waarom een dergelijke taks nodig is. Omdat het niet meer dan billijk is. Landbouwproducenten, werknemers, alle economische sectoren van industrie tot landbouw en diensten betalen een bijdrage aan de samenleving, dus waarom zou de financiële sector dat niet doen.

En als we – zoals inderdaad het geval is – behoefte hebben aan begrotingsconsolidatie, dan moeten er meer inkomsten komen en rijst de vraag waar die inkomsten zullen worden gehaald. Hogere belastingen op arbeid? Hogere belastingen op consumptie? Ik denk dat het redelijk is een belasting te heffen op financiële activiteiten die in sommige lidstaten geen evenredige bijdrage aan de samenleving betalen.

Maar niet alleen de financiële instellingen moeten een billijke bijdrage leveren. Ook de belastingontduiking mag niet buiten schot blijven. Daarom is nu het moment gekomen om onze voorstellen inzake de belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de Europese Unie goed te keuren. Ik doe een oproep tot de lidstaten om de Commissie eindelijk de machtiging te geven waarom zij heeft verzocht om namens de gehele Europese Unie over belastingakkoorden met derde landen te onderhandelen.

Geachte Parlementsleden,

Stabiliteit en verantwoordelijkheid alleen zijn niet genoeg. We hebben stabiliteit nodig, maar ook groei. We hebben verantwoordelijkheid nodig, maar ook solidariteit.

De economie blijft alleen sterk als zij groei en banen voortbrengt. Daarom moeten we de energie van onze economie laten vrijkomen, met name in de reële economie.

De vooruitzichten wijzen op een sterke vertraging.

Maar een groei van betekenis is zeker niet onmogelijk voor Europa. Niet bij toverslag. Maar we kunnen wel de voorwaarden scheppen voor groeiherstel. We hebben het eerder gepresteerd. We moeten en kunnen het opnieuw waarmaken.

Het is waar dat we niet veel ruimte hebben voor nieuwe begrotingsstimulansen.

Maar dat wil niet zeggen dat we niet meer kunnen doen om de groei te bevorderen.

Ten eerste moet iedereen die ruimte heeft op de begroting, daar gebruik van maken – maar op een duurzame manier.

Ten tweede moeten alle lidstaten structurele hervormingen bevorderen zodat we ons concurrentievermogen in de wereld kunnen vergroten en de groei kunnen stimuleren.

Samen kunnen en moeten we het potentieel van de eengemaakte markt aanboren, alle mogelijkheden van handel ten volle benutten en investeringen op Unie-niveau stimuleren.

Laat ik beginnen met de eengemaakte markt.

Als de dienstenrichtlijn volledig wordt uitgevoerd, kan dat volgens onze ramingen een voordeel van 140 miljard euro opleveren.

Maar op dit moment, twee jaar na de uiterste omzettingstermijn, hebben verschillende lidstaten nog steeds niet de nodige wetgeving vastgesteld.

Dus we plukken nog niet alle vruchten die een echte liberalisering van de diensten in Europa zou kunnen afwerpen.

Maar we kunnen ook meer doen.

We moeten goedkeuren wat er ter tafel ligt. De Europese Commissie heeft de Single Market Act goedgekeurd. Een aantal belangrijke initiatieven zijn klaar.

We hebben bijna een Europees octrooi; dat zou de beschermingskosten terugdringen tot 20% van de huidige kosten. Ik verwacht dat dit voor het einde van het jaar wordt afgerond.

Bovendien moeten we overwegen voor de Single Market Act een versnelde wetgevingsprocedure te volgen. Overigens zouden we dat op veel andere gebieden ook moeten doen, want de nood is hoog. Zo kunnen we inspelen op deze buitengewone omstandigheden.

En groei zal in de toekomst in steeds sterkere mate worden bepaald door het gebruik van informatietechnologie. We hebben een digitale eengemaakte markt nodig,

die iedere Europese burger ongeveer 1 500 euro per jaar oplevert – doordat de mogelijkheden van elektronische handel worden benut en er bijvoorbeeld een einde wordt gemaakt aan de hoge roamingtarieven voor mobiele telefonie.

10% meer breedband zou jaarlijks 1 tot 1,5% extra groei opleveren.

De wereld is ingesteld op concurrentie; daarom moeten wij zorgen dat we goed zijn opgeleid en over voldoende kennis en vaardigheden beschikken om deze nieuwe uitdagingen aan te gaan. We moeten vernieuwen. En we moeten de dingen op een duurzame manier doen.

Wij hebben al gedetailleerde voorstellen ingediend over innovatie, over grondstoffenefficiëntie, en over hoe we onze industriële basis kunnen versterken.

In een modern industriebeleid draait het om investeren in onderzoek en innovatie.

We moeten sneller met maatregelen komen om het gebruik van durfkapitaal te stimuleren voor de financiering van jonge, innovatieve ondernemingen in Europa.

Als we ons richten op innovatie en nieuwe technologie, zoals groene technologie, komen de duurzame banen er ook. We moeten inzien dat "groen" en groei samengaan.

Zo zijn er in de sector duurzame energie de afgelopen vijf jaar al 300 000 banen bijgekomen in de Europese Unie. Wereldwijd zal de markt voor groene technologie de komende tien jaar verdrievoudigen.

We moeten ons richten op de gebieden waar we echt iets kunnen betekenen. De groei veiligstellen voor de toekomst betekent dat we ook moeten blijven werken aan slimme regelgeving, waardoor Europese bedrijven, met name kleine en middelgrote ondernemingen, jaarlijks 38 miljard euro kunnen besparen. Maar de lidstaten moeten ook hun steentje bijdragen aan de verlichting van de administratieve lasten.

Daarnaast hebben we investeringen nodig. De hervormingen zijn belangrijk, maar er moeten ook bepaalde investeringen op Europees niveau komen.

Voor een Unie van groei en solidariteit hebben we een moderne, onderling verbonden infrastructuur nodig.

We hebben voor het nieuwe meerjarig financieel kader (MFF) voorgesteld mogelijkheden te scheppen voor Europese verbindingen – op energie-, vervoers-, en digitaal gebied.

Dit innovatieve onderdeel van onze MFF-voorstellen kan niet los worden gezien van een ander heel belangrijk innovatief idee: de projectobligatie.

De komende weken zal de Commissie haar voorstellen voor EU projectobligaties presenteren. We komen ook met voorstellen voor modelprojecten, zodat we die groei kunnen financieren. Dat kan al voordat het MFF wordt goedgekeurd. Op deze manier kunnen we een deel van de grote infrastructuurinvesteringen die Europa nodig heeft, eerder doen dan gepland.

De Unie en haar lidstaten moeten zich ook dringend buigen over de vraag hoe onze eigen beleidsgestuurde bank, de Europese investeringsbank, meer – en mogelijk veel meer – zou kunnen doen om langetermijninvesteringen te financieren.

Daarom moeten we nieuwe manieren vinden om de middelen en het eigen vermogen van de EIB te vergroten zodat zij geld kan lenen aan de reële economie.

In 2000 was er 22 miljard euro aan durfkapitaal in Europa. In 2010 slechts 3 miljard. Als we het ondernemerschap willen bevorderen, moeten we deze tendens ombuigen; vooral het midden en kleinbedrijf heeft die steun nodig.

We kunnen ook meer groei creëren met de structuurfondsen, door de absorptiecapaciteit te vergroten en deze fondsen te gebruiken voor macro-economische ondersteuning. Deze fondsen zijn essentieel voor innovatie, opleiding en werkgelegenheid, en voor het midden en kleinbedrijf.

Ik zou dit Parlement ook graag dringend willen verzoeken om voor het einde van het jaar de voorstellen goed te keuren die we in augustus hebben ingediend om de medefinancieringspercentages voor landen met bijstandprogramma's te verhogen. Dat zal de betrokken economieën een hoognodige kapitaalinjectie geven en de druk op de nationale begrotingen verminderen.

Geachte Parlementsleden,

Het hervormen van onze arbeidsmarkt, onze overheidsfinanciën en onze pensioenstelsels vergt een grote inspanning van alle geledingen van de samenleving.

We weten allemaal dat deze veranderingen noodzakelijk zijn om onze sociale markteconomie te hervormen en ons sociale model te behouden. Maar we moeten beslist vasthouden aan onze waarden: een eerlijke, solidaire maatschappij waar niemand wordt uitgesloten.

Hoop bieden aan die twintig procent jongeren die geen werk kan vinden: dat is nu van groot belang. In sommige landen is de situatie voor onze jongeren gewoonweg dramatisch. Ik wil een beroep doen op ondernemingen om een speciale inspanning te leveren om jongeren stages en leercontracten aan te bieden. Hiervoor is steun uit het Europees Sociaal Fonds beschikbaar.

Als het bedrijfsleven, de sociale partners, de nationale autoriteiten en de Unie samenwerken aan een banenplan voor jongeren, aan een initiatief dat jongeren kansen biedt, dan kunnen we echt iets betekenen. Dit is naar mijn overtuiging de dringendste sociale kwestie: we moeten de bezorgdheid van onze jongeren die geen baan kunnen vinden, wegnemen. We kunnen ze beter leercontracten en stages aanbieden dan dat ze op straat rondhangen en ieder vertrouwen in de Unie verliezen.

We moeten de dringendste onderdelen van ons programma voor groei en banen, Europa 2020, in versneld tempo uitvoeren. De Commissie zal zich bij haar landenspecifieke aanbevelingen voor volgend jaar richten op de situatie van de jongeren in elk van de lidstaten.

Ik vind dat we onze toekomst een echte kans moeten geven.

We moeten nu eerst ook maatregelen nemen om de 80 miljoen Europeanen die op de rand van de armoede staan, te hulp te komen. Dat betekent dat de Raad eindelijk ons voorstel om het EU programma voor het verstrekken van voedselhulp aan de meest behoeftigen in stand te houden, moet goedkeuren. Ik wil dit Parlement graag bedanken voor de politieke steun aan de oplossing die wij hebben voorgesteld.

Geachte Parlementsleden,

Vijftig jaar geleden kwamen twaalf Europese landen bijeen om het Sociale Handvest te ondertekenen. Dat was in oktober precies 50 jaar geleden. Nu hebben 47 landen het Sociale Handvest ondertekend, waaronder al onze lidstaten.

Ik ben van mening dat we de kwaliteit van de sociale dialoog op Europees niveau moeten verbeteren om deze fundamentele waarden in Europa te beschermen. Een nieuw elan voor Europa is alleen mogelijk als alle sociale partners zich daarvoor inzetten en zich daarbij betrokken voelen – de vakbonden, de werknemers, de werkgevers, het maatschappelijk middenveld in het algemeen.

We moeten niet vergeten dat ons Europa een Europa van de burgers is. Als burgers profiteren we allemaal van Europa. Europa biedt ons een Europese identiteit en het Europees burgerschap als aanvulling op ons nationale burgerschap. Het Europees burgerschap biedt ons verschillende rechten en mogelijkheden: we kunnen vrij in het buitenland gaan studeren of werken. Ook hiervoor geldt dat we met ons allen moeten opkomen voor het behoud en de verdere ontwikkeling van deze rechten en mogelijkheden. Net zoals de Commissie dat nu doet met onze Schengenvoorstellen. We zullen niet toestaan dat de rechten van onze burgers worden ingeperkt. We zullen het vrij verkeer en alle vrijheden in onze Unie met hand en tand verdedigen.

Geachte Parlementsleden,

De activiteiten van de Commissie bestrijken, zoals u weet, nog veel andere gebieden. Ik zal die hier niet allemaal bespreken: u kunt daarover lezen in mijn brief aan de voorzitter van het Parlement, die u allemaal ook heeft ontvangen.

Voor ik afsluit, wil ik echter nog iets zeggen over de verantwoordelijkheid van de Europese Unie naar buiten toe. Ik streef naar een open Europa, dat op mondiaal niveau stelling neemt.

Het Europese optreden op mondiaal vlak is niet alleen de beste garantie voor onze burgers, voor de verdediging van onze belangen en waarden, maar is ook mondiaal gezien onontbeerlijk. Het is tegenwoordig in de mode om van een G2 te spreken.

Ik geloof niet dat de wereld zo’n G2 wil. De twee staten zelf hebben bij een G2 geen belang. Zoals we weten, hingen de spanningen van de koude oorlog samen met het ontstaan van een bipolaire wereld. Ik geloof dat Europa nu meer dan ooit onmisbaar is voor een rechtvaardige en open wereld.

De veranderende wereld waarin wij leven, heeft een Europa nodig dat zijn verantwoordelijkheid neemt. Een invloedrijk Europa, een Europa met 27 en binnenkort 28 lidstaten, als Kroatië toetreedt. Een Europa dat een leidende positie blijft innemen, of het nu gaat om handel of om klimaatverandering, om twee gebieden te noemen waar ons belangrijke ontwikkelingen te wachten staan, van Durban tot Rio +20. Europa moet op die punten zijn leiderschap in stand houden.

Laten we ook eens kijken naar onze buurlanden in het zuiden. De Arabische lente is een ingrijpend veranderingsproces, dat uiterst belangrijke consequenties heeft voor de mensen in die regio, maar ook voor ons, voor Europa. Daarom moet Europa trots zijn. Wij hebben ons als eersten geschaard achter de Tunesiërs, de Egyptenaren, de Libiërs die democratie en vrijheid eisten. Daarom steunt Europa deze rechtmatige aspiraties, met name door ons partnerschap voor democratie en welvaart.

De Arabische lente is, naar ik hoop, ook de weg die uitzicht biedt op vrede voor het hele Midden-Oosten en op een Palestijnse staat die in vrede leeft met Israël, zoals Europa dat wenst.

Maar ook onze buurlanden in het oosten verdienen onze volle aandacht. Vrijdag neem ik deel aan de top van het Oostelijk Partnerschap in Warschau. Mijn streven is een sterkere politieke associatie en meer economische integratie tussen ons en onze partners in die regio. De Europese Unie is een krachtige motor voor verandering. Zij is een inspiratie voor velen overal ter wereld. Als de betrokken landen ingrijpende hervormingen doorvoeren, kunnen wij hen helpen. We kunnen nauwere politieke betrekkingen en een sterkere economische integratie tot stand brengen.

Ten slotte mogen we de allerarmsten niet aan hun lot overlaten. We moeten ons houden aan onze beloften wat de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling betreft.

We moeten ons ook realistisch opstellen en erkennen dat, wil Europa echt meetellen en invloed uitoefenen, we het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid moeten versterken. Het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid kan slechts geloofwaardig zijn met een gemeenschappelijke veiligheids- en defensietak. Alleen dan kan Europa in de wereld echt meetellen.

De tijd is voorbij dat sommigen zich konden verzetten tegen een Europese defensiemacht, omdat die het Atlantische bondgenootschap zou kunnen verzwakken. Zoals u al hebt gemerkt zijn het tegenwoordig de Amerikanen zelf die ons vragen om als Europeanen meer te doen. De wereld is veranderd, de wereld ondergaat nog steeds ingrijpende veranderingen. Willen we echt meetellen in de wereld?

Dan is het hoog tijd dat we meer doen met de middelen waarover we beschikken. Omdat de defensiebudgetten onder druk staan, is het nu het moment daarvoor.

De Commissie levert haar bijdrage door te werken aan een eengemaakte defensiemarkt en door de bevoegdheden die het Verdrag haar verleent, in te zetten om Europa’s industriële basis op defensiegebied verder uit te bouwen.

Geachte Parlementsleden,

We mogen niet naïef zijn; de wereld verandert, en als Europa wil meetellen en de belangen van zijn burgers wil kunnen verdedigen, dan zijn een politieke dimensie en een defensietak onmisbaar om op mondiaal niveau invloed uit te oefenen.

Geachte Parlementsleden,

Ik ga nu afsluiten.

Aan het einde van onze ambtstermijn, in 2014, is het precies honderd jaar geleden dat op ons continent de Eerste Wereldoorlog uitbrak, een zwarte periode in onze geschiedenis, die nog eens werd herhaald in de Tweede Wereldoorlog, een van de meest dramatische bladzijden in de Europese geschiedenis en de wereldgeschiedenis. Tegenwoordig, kunnen we wel zeggen, zijn dergelijke verschrikkingen in Europa ondenkbaar. Ze zijn ondenkbaar voor een groot deel door de Europese Unie, omdat we dankzij de Europese idee, door de economische en politieke integratie, de vrede op ons continent kunnen garanderen. We kunnen deze belangrijke verworvenheden niet in gevaar laten komen. Wat door de vorige generaties is opgebouwd, zal onze generatie niet afbreken. En laten we duidelijk zijn: als we beginnen Europa op te splitsen, als we de belangrijke verworvenheden van Europa gaan terugdraaien, bestaat het risico dat ons streven versnipperd raakt.

Zoals ik al heb gezegd, ligt aan de basis van de crisis die wij nu doormaken een politiek probleem. Wat nu op de proef wordt gesteld, is onze bereidheid om samen te leven. Daarom moeten we de Europese Unie verdiepen. Daarom hebben we gemeenschappelijke instellingen opgezet. Daarom moeten we de Europese belangen waarborgen.

De realiteit is nu dat intergouvernementele samenwerking niet voldoende is om Europa uit de crisis te halen en een toekomst te bieden. Het is zelfs zo dat een zekere intergouvernementele neiging kan leiden tot hernationalisatie en versnippering. Dat intergouvernementalisme kan de ondergang betekenen van het verenigde Europa dat wij wensen.

We mogen niet vergeten dat de besluiten die we nu nemen of niet nemen, bepalend zijn voor onze toekomst. Wat ik wil zeggen, is dat ik me gekwetst voel als sommigen in andere delen van de wereld ons Europeanen proberen te vertellen, met een zeker paternalisme, wat wij moeten doen. Natuurlijk hebben wij problemen, zeer ernstige problemen, maar ik geloof niet dat wij ons hoeven te verontschuldigen voor onze democratie. We hoeven ons niet te verontschuldigen voor onze sociale markteconomie. Ik geloof dus dat we van onze instellingen, maar ook van onze lidstaten, van Parijs, Berlijn, Athene, Lissabon, Dublin, mogen vragen er trots op te zijn dat we Europeanen zijn, waardigheid te tonen, en tegen onze partners te zeggen: “Bedankt voor jullie advies, maar we zijn heel goed in staat samen uit deze crisis te komen.” Dat is mijn trots als Europeaan.

Als ik er trots op ben Europeaan te zijn, betekent dat niet alleen trots op onze grote cultuur, onze grote beschaving, op alles wat wij de wereld hebben gegeven. We zijn niet alleen trots op ons verleden, maar ook op onze toekomst. Dit vertrouwen moeten we in onze onderlinge betrekkingen herstellen. En ik geloof dat dat ook mogelijk is.

Sommigen denken dat dat erg moeilijk zal worden, dat we dat niet voor elkaar kunnen krijgen. Ik zou de woorden willen citeren van een groot mens, een groot Afrikaan, Nelson Mandela: “It always seems impossible, until it is done. Let’s do it.” We mogen erop vertrouwen dat we het kunnen, dat we Europa kunnen vernieuwen.

Ik dank u voor uw aandacht.


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site