Navigation path

Left navigation

Additional tools

Romano Prodi Voorzitter van de Europese Commissie 2000 - 2005 : De vorm van het nieuwe Europa Europees Parlement Straatsburg, 15 februari 2000

European Commission - SPEECH/00/41   15/02/2000

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

SPEECH/00/41

Romano Prodi

Voorzitter van de Europese Commissie

2000 - 2005 : De vorm van het nieuwe Europa

Europees Parlement

Straatsburg, 15 februari 2000

Mevrouw de Voorzitter,

geachte Parlementsleden,

Het begin van de ambtstermijn van mijn Commissie valt op een veelbelovend ogenblik: de dageraad van het derde millennium. Dit is de ideale gelegenheid om de uitdagingen en kansen die voor ons liggen en de resultaten die de Europese integratie tot dusver heeft opgeleverd de revue te laten passeren.

Het eerste wat ons opvalt is een tegenstrijdigheid. Enerzijds heeft de Europese integratie ons een halve eeuw in de geschiedenis van ons continent ongekende vrede en welvaart gegeven. Met de invoering van de euro beschikken wij nu over een volledig eengemaakte interne markt zodat de EU naar voren kan komen als een economische wereldmacht die opgewassen is tegen de uitdagingen van de mondialisering.

Anderzijds zijn de burgers van Europa ontgoocheld en ongerust. Zij hebben het vertrouwen in de Europese instellingen verloren. Zij worden ongeduldig omdat wij zo langzaam vorderen bij de bestrijding van de werkloosheid. In het vooruitzicht van de uitbreiding is de publieke opinie verdeeld tussen hoop en vrees - hoop op stabiliteit en vooruitgang, angst voor een Europa zonder identiteit of grenzen.

De scepsis en het onbehagen van vandaag kunnen wij niet overwinnen door te wijzen op de successen van gisteren: de gewone Europeaan moet ervan worden overtuigd dat de beleidsmakers en besluitvormers van Europa in staat zijn tot beslissende en doeltreffende actie, dat zij Europa kunnen moderniseren en het kunnen sturen in de richting van een glorieuze toekomst.

Deze taak wordt des te groter en dringender nu de uitbreiding voor de deur staat. Uitbreiding is van wezenlijk belang willen wij het hele continent vrede, stabiliteit en gemeenschappelijke waarden brengen. Maar afhankelijk van de vraag hoe wij en de kandidaat-landen het uitbreidingsproces aanpakken kan het een negatieve of positieve invloed hebben op het vermogen van Europa om welvaart en vooruitgang te creëren.

Bovenal moeten wij de publieke opinie in onze lidstaten ervan overtuigen dat de uitbreiding meer is dan een lastige verplichting, en dat zij een unieke historische kans betekent die in ons gemeenschappelijke politieke en economische belang is.

Wij worden geconfronteerd met twee kernvragen: wat heeft Europa nu nodig, en wat heeft de Europese Unie nodig om Europa te dienen?

Ten eerste heeft Europa een krachtige en aanhoudende groei nodig om de werkloosheid en de sociale uitsluiting te overwinnen en de EU een groter gewicht in ons deel van de wereld en in de wereld als zodanig te geven.

Ten tweede heeft Europa behoefte aan veiligheid. Externe veiligheid moet worden bewerkstelligd door de onrust en de spanning aan onze grenzen te verminderen. De interne veiligheid moet tot stand worden gebracht door misdaad, inclusief georganiseerde misdaad, te bestrijden. De criminaliteit moet aan de bron worden aangepakt - die vaak bestaat uit institutionele wanorde, slecht onderwijs, sociale onrechtvaardigheid en de zielloosheid van binnensteden en buitenwijken. Veiligheid betekent ook een veilig milieu en veilige consumptieproducten, en in het bijzonder veilig voedsel.

Ten derde heeft Europa behoefte aan zingeving en een doel. Wij Europeanen zijn de erfgenamen van een beschaving die diep geworteld is in godsdienstige en burgerlijke waarden. Onze beschaving wordt vandaag verrijkt doordat zij openstaat voor andere culturen. Wat wij nu nodig hebben is een humanistisch perspectief. Ons economische en sociale systeem moet dagelijks en systematisch het primaat van de menselijke waardigheid eerbiedigen. Dit moet ervoor zorgen dat al onze burgers werkelijk toegang hebben tot vrijheid, intermenselijke communicatie, cultuur en geestelijk leven.

Ten vierde moet Europa zijn maatschappijmodel naar de buitenwereld uitdragen. Wij zijn niet louter hier om onze eigen belangen te verdedigen; wij hebben een unieke historische ervaring mede te delen. De ervaring volkeren van armoede, oorlog, onderdrukking en onverdraagzaamheid te bevrijden. Wij hebben een model van ontwikkeling en continentale integratie tot stand gebracht dat gebaseerd is op de beginselen van democratie, vrijheid en solidariteit - en dit model werkt. Een model dat een op consensus gebaseerde bundeling van soevereiniteit inhoudt, waarbij elk van ons aanvaardt dat hij tot een minderheid behoort.

Het is geen imperialisme om deze beginselen te willen uitdragen en ons maatschappijmodel te willen delen met de volkeren in Zuid- en Oost-Europa die verlangen naar vrede, rechtvaardigheid en vrijheid. Ja, Europa moet zelfs nog verder gaan.

Wij moeten ernaar streven een civiele mogendheid op mondiale schaal te worden, die ten dienste staat van een duurzame mondiale ontwikkeling. Alleen door te zorgen voor duurzame mondiale ontwikkeling kan Europa immers zijn eigen strategische veiligheid waarborgen.

Tot zover wat de behoeften van Europa betreft. Maar wat heeft de Europese Unie nodig om Europa te dienen?

Europa :

  • moet zich concentreren op zijn werkelijke prioriteiten in verband met de uitbreiding en zich afvragen wat er werkelijk op EU-niveau moet gebeuren en wat er dient te worden gedaan door de lidstaten of door de burgerlijke samenleving. Hiervoor is een sterke consensus vereist,

  • heeft een op de juiste wijze samengesteld beleidspakket nodig om de stabiliteit van de euro te verzekeren en de groei in stand te houden. De basis van deze groei moet bestaan uit een dynamische interne markt zijn, een groter concurrentievermogen en werkelijke inspanningen om onderzoek en innovatie op te voeren,

  • dient verdere doeltreffende maatregelen te nemen om het milieu in Europa te beschermen, onze stelsels van sociale bescherming te harmoniseren en onze belastingstelsels te coördineren. Het fiscale beleid moet de EMU versterken, de belastingdruk billijker verdelen tussen kapitaal en arbeid en ons zo helpen de verplichte belastingen te verminderen,

  • dient een Europese ruimte van rechtvaardigheid en veiligheid tot stand te brengen. Om onze veiligheid en vrijheid te verdedigen heeft de EU sterke, efficiënte en verantwoordelijke instellingen nodig. Het heeft behoefte aan een besluitvormingsproces dat gebaseerd is op de trias van een Raad die de nationale gevoeligheden en de legitimiteit van de door soevereine staten gebundelde macht belichaamt, een Parlement dat zorgt voor de democratische legitimiteit op Europees niveau en een in alle opzichten rekening en verantwoording afleggende Commissie die stimuleert en beheert en die steeds in het Europees belang handelt.

Wanneer wij de mondialisering de baas willen worden zullen wij een nieuwe vorm van mondiaal bestuur moeten ontwikkelen om de mondiale economie te beheren. Op Europees niveau zal dit nauwere Europese integratie betekenen.

Deze gaat nu een beslissende nieuwe fase in. Tot nu toe is de Europese integratie een overwegend economisch proces geweest - oprichting van de interne markt, invoering van de ene munt. Van nu af aan zal dit een in toenemende mate politiek proces zijn. Dit is geen kwestie van keuze - dit is een noodzaak: de politieke integratie van Europa moet hand in hand gaan met de geografische uitbreiding van Europa. De nieuwe werkgebieden van deze integratie zijn justitie en binnenlandse zaken, het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, defensiesamenwerking en de kritieke kwestie van de fundamentele politieke waarden. Deze vraagstukken raken de kern van de nationale soevereiniteit en vereisen een nog grotere mate van politieke consensus dan die welke in de jaren tachtig en negentig aan de orde waren.

De Commissie heeft deze politieke dimensie vertaald in vier grote verbintenissen, die wij vorige week in onze strategische doelstellingen voor 2000-2005 hebben bekendgemaakt:

  • stimuleren van nieuwe vormen van Europees bestuur,

  • stabiliseren van ons continent en versterken van de stem van Europa in de wereld,

  • opstellen van een nieuwe economische en sociale agenda, en

  • zorgen voor een beter leefklimaat voor iedereen.

In verband met het eerste van deze punten - het stimuleren van nieuwe vormen van Europees bestuur - hebben wij een Witboek aangekondigd. De bedoeling daarvan is tweeledig. Ten eerste zullen er fundamentele vragen worden gesteld ten aanzien van de beleidsvormen die wij in een Europese Unie van misschien wel 30 lidstaten nodig hebben en de beste wijze van uitvoering van een dergelijk beleid. Ten tweede zal de vraag worden gesteld welke instellingen wij nodig hebben voor de 21e eeuw en zal er een nieuwe werkverdeling worden voorgesteld tussen de Commissie, de andere instellingen, de lidstaten en de burgerlijke samenleving. Een nieuwe, democratischer vorm van partnerschap tussen de verschillende bestuursniveaus in Europa.

Laat mij toelichten waarom wij menen dat maatregelen op deze gebieden noodzakelijk zijn.

Ten eerste is er de kwestie van de beleidsherziening.

De Europese Unie heeft zich in de loop der jaren als het ware ontwikkeld in de vorm van een aantal geologische lagen: eerst was er de douane-unie, vervolgens de interne markt, en onlangs de ene munt. Het beleid werd parallel ontwikkeld naarmate de noodzaak ervan zich deed gevoelen en elk van de geologische lagen tot stand kwam.

Tot nu toe was er geen algemeen "bestemmingsplan" in het kader waarvan de beleidsmaatregelen werden opgezet en gecoördineerd. Onze pogingen om het beleid op bepaalde gebieden, zoals het milieubeleid en het beleid betreffende gelijke kansen, te integreren in het beleid op alle andere gebieden zijn niet onverdeeld succesvol geweest.

Maar de Europese Unie stevent op de middellange tot lange termijn af op een omvangrijke uitbreiding, die ons zal verplichten vele aspecten van ons bestaande beleid en van de wijze waarop het wordt uitgevoerd ten gronde te heroverwegen. Wij moeten ons afvragen:

  • zien en begrijpen de burgers wat wij doen? Met andere woorden weten en begrijpen de Europese belastingbetalers waaraan hun geld wordt besteed en waarom?

  • doen wij wat wij doen eenvoudig en doeltreffend genoeg? Met andere woorden hebben wij overbodige administratieve rompslomp overboord gezet?

  • hebben wij de juiste prioriteiten? Of zijn zij slechts het resultaat van toevallige historische gebeurtenissen?

Het is zelfs zo dat ons beleid op alle gebieden fundamenteel moet worden heroverwogen. Inadequaat beleid moet hetzij radicaal worden omgewerkt of geëlimineerd.

Een concreet voorbeeld is het mededingingsbeleid. De wijze waarop dit beleid op het ogenblik wordt uitgevoerd dateert van de beginjaren van de gemeenschappelijke markt, in 1962. Het was de bedoeling te zorgen voor de toepassing in de gehele Gemeenschap van de in het Verdrag vervatte beginselen en voorschriften inzake mededinging. Er werd gekozen voor een sterk gecentraliseerd systeem, waarbij uitsluitend de Commissie de bevoegdheid had om bepaalde beslissingen te nemen.

Nu is de situatie veranderd. Grensoverschrijdende economische activiteiten zijn sterk toegenomen als gevolg van de interne markt en de ene munt. Concurrentie vervalsend gedrag kan niet meer behoorlijk worden beheerst, of zelfs maar gecontroleerd, op louter Europees niveau. Alle lidstaten hebben antitrustorganen opgericht en er worden alom mededingingsregels nageleefd.

Daarom stelt de Commissie voor haar uitsluitende bevoegdheden te decentraliseren en er de nationale mededingingsautoriteiten en rechterlijke instanties bij te betrekken. Dit zal de Commissie in staat stellen haar kerntaken op het gebied van de mededinging beter waar te nemen - het opstellen en interpreteren van de regelgeving en het behandelen van mededingingszaken die een werkelijk communautair effect hebben.

Met andere woorden zal de Commissie haar functie van hoedster van het Verdrag beter vervullen zonder noodzakelijkerwijs alle uitvoerende werkzaamheden te verrichten.

Wij zullen daarom binnenkort overgaan tot een grondige herziening van het beleid, waarbij wij onze beleidsmaatregelen niet voor de zoveelste keer de revue laten passeren, maar fundamentele vragen stellen bij het effect en de politieke relevantie ervan.

Deze toetsing van het beleid zal op tijd worden voltooid voor de eerstkomende herziening van de financiële vooruitzichten in 2006. In dat stadium zullen wij uitmaken welke beleidsvormen werkelijk communautaire financiering behoeven, wat het evenwicht zal moeten zijn tussen de uitgaven voor het interne en het externe beleid en welk evenwicht er tussen de verschillende interne beleidssectoren moet worden gevonden.

In de tweede plaats moeten wij ons afvragen wat er moet gebeuren op Europees niveau en wat er door de lidstaten, de regio's of de burgerlijke samenwerking dient te worden gedaan. Het is verre van mij te pleiten voor een centraliserende rol voor "Brussel"; ik meen integendeel dat de tijd aangebroken is voor een zekere mate van radicale decentralisatie. Het is tijd om te beseffen dat Europa niet alleen wordt bestuurd door Europese instellingen, maar ook door nationale, regionale en plaatselijke autoriteiten - en door de burgerlijke samenleving.

Onze burgers zijn niet gelukkig met de gang van zaken op Europees niveau. Het zijn niet alleen de gedragingen van de Commissie van de laatste tijd die worden bekritiseerd; zij voelen geen verwantschap met de Europese instellingen en twijfelen eraan dat wij een samenleving tot stand kunnen brengen zoals zij die wensen. Zij eisen terecht veel meer zeggenschap in het proces van vormgeving aan het nieuwe Europa.

Onze taak is daarom niet enkel om de Commissie te hervormen - hoe belangrijk dit ook is. Het gaat er evenmin alleen om alle instellingen doeltreffender te doen functioneren - hoewel ook dat van wezenlijk belang is. De uitdaging is onze aanpak van Europa radicaal te heroverwegen en Europa opnieuw vorm te geven. Er moet een volledige nieuwe vorm van bestuur voor de wereld van morgen worden uitgedacht.

Sta mij toe dit toe te lichten. Het uitgebreide Europa zal ongetwijfeld sterke instellingen nodig hebben. Maar dit moeten democratisch verantwoorde instellingen zijn, die ook transparante en verantwoordelijke wijze functioneren en het volledige vertrouwen genieten van de burgers. De bevolking wenst een veel meer op participatie stoelende, praktische democratie. Zij zullen de opbouw van Europa niet steunen tenzij zij in alle opzichten worden betrokken bij het vaststellen van de doelen, de beleidsvorming en de evaluatie van de resultaten. En zij hebben gelijk.

Ik ben van oordeel dat wij de zaken niet langer mogen zien in termen van hiërarchische niveaus van bevoegdheid, van elkaar gescheiden door het subsidiariteitsbeginsel, en in plaats daarvan moeten beginnen te denken aan een netwerkregeling, waarbij alle niveaus van bestuur het beleid gezamenlijk vormen, voorstellen, uitvoeren en controleren.

Het spreekt vanzelf dat wij niet van bestuur of participerende democratie kunnen spreken zonder de vraag te stellen in hoeverre wij in staat zijn ervoor te zorgen dat vrouwen - die de helft van de bevolking uitmaken - naar behoren vertegenwoordigd zijn in het debat en in de besluitvorming. Wij moeten ervoor zorgen dat in het Europese beleid op alle gebieden ten volle rekening wordt gehouden met de emancipatieaspecten.

Europa heeft steeds tot de voorhoede behoord wat betreft progressieve beleidsvorming en wetgeving in verband met de werkgelegenheidsrechten van vrouwen. Wij moeten deze kwestie nu in een veel ruimer verband zien en de politieke aspecten in ogenschouw nemen.

Wij zullen onmiddellijk een begin maken met het Witboek, en ik verwacht dat het voorjaar 2001 gereed zal zijn. Het zal uiteraard parallel met de EGC en onze institutionele hervormingen worden ontwikkeld, aangezien het ten dele juist betrekking heeft op de vraag welke instellingen wij in de 21e eeuw nodig hebben.

Ik ben onbevooroordeeld wat betreft het antwoord op die vraag. Geen enkele instelling - zelfs niet die waarvan ik toevallig de voorzitter ben - dient haar huidige vorm of zelfs haar bestaan op lange termijn als onaantastbaar te beschouwen. Ik wens over dit vraagstuk een volkomen vrij debat met alle betrokken partijen - niet in de laatste plaats dit Parlement en vertegenwoordigers van de Europese burgerlijke samenleving. Het doel van het Witboek is dat debat te stimuleren, en het zal concrete gerichte voorstellen voor actie bevatten.

Geachte Parlementsleden, daden zijn welsprekender dan woorden. Doeltreffend optreden door Europese instellingen is de belangrijkste bron van hun legitimiteit. Wat de steun van de bevolking aan Europa het meest in gevaar brengt is voort te gaan beloften te doen die niet worden ingelost. Wij moeten ons geen zorgen maken over euroscepticisme, maar wel over de apathie van het publiek, die voortvloeit uit de indruk dat wij teveel praten en te weinig doen.

Ik ben vastbesloten de kloof tussen retoriek en realiteit in Europa te dichten. De bevolking wenst een Europa dat kan uitvoeren wat het belooft. Deze Commissie verbindt zich ertoe beloften uit te voeren.

Deze Commissie zal daarom twee dingen doen: wij zullen actief streven naar het welslagen van onze interne hervormingen en wij zullen onze prioriteiten herzien en ons concentreren op onze kerntaken.

Ingrijpende hervorming van de Commissie is van wezenlijk belang gezien het complexe karakter van de uitdagingen waarmee wij worden geconfronteerd. Dit zal betekenen dat wij onze werkmethoden volledig opnieuw moeten overdenken.

Wij moeten de vaardigheden op het gebied van management verbeteren, zorgen voor een verantwoord gebruik van belastinggelden, en onze administratie moderniseren. De ervaringen uit het verleden tonen aan hoe noodzakelijk dit is.

Maar er is veel meer. Wij moeten de voorwaarden creëren voor een overgang van een op procedures gebaseerde organisatie naar een organisatie die op beleid is gericht. Dit is wat er in feite op het spel staat in het hervormingsproces.

De Commissie moet een in politiek opzicht stuwende kracht worden bij de vormgeving aan het nieuwe Europa. En zij moet zich op deze taak concentreren en zich afwenden van de meer traditionele taken die zij tot nu toe heeft verricht.

Ons personeel is onze voornaamste troef om dit doel te bereiken. Alleen door het enthousiasme, de intelligentie en de onafhankelijkheid van ons personeel zullen wij kunnen slagen. Wij willen dat ons personeel zich in alle opzichten verantwoordelijk en betrokken voelt bij het veeleisende maar geloofwaardige project van vormgeving aan een nieuw Europa.

Ik zal elke commissaris ten aanzien van zijn of haar werkgebied verzoeken de prioriteiten gedurende de eerstkomende maanden te herzien teneinde de Commissie in staat te stellen in de komende jaren haar essentiële verbintenissen na te komen. Ons doel is activiteiten met een lage prioriteit af te stoten en aldus middelen vrij te maken. Wanneer wij eenmaal exact hebben vastgesteld welke de essentiële prioriteiten van de Commissie zijn zullen wij personeel naargelang van deze taken toewijzen.

Dit zal ons antwoord zijn op een van de belangrijkste punten van kritiek van het Comité van onafhankelijke deskundigen - de wanverhouding tussen middelen en taken. Wij zullen bewijzen dat wij ertoe kunnen bijdragen deze in evenwicht te brengen door activiteiten af te stoten. Zolang wij dit niet hebben gedaan, weten wij dat dit Parlement geen personeelsuitbreiding bij de Commissie zal goedkeuren.

Om echter de activiteiten en de menselijke hulpbronnen volledig met elkaar in overeenstemming te brengen, zullen wij ongetwijfeld toch nieuw personeel moeten aanwerven, en ik zal niet aarzelen nogmaals voor u te verschijnen met een gedetailleerde lijst van onze behoeften en van de activiteiten die wij anders zouden moeten staken.

Mijn alles overheersende doel is ervoor te zorgen dat de Europese Commissie zich op haar werkelijke opdracht concentreert en dat zij deze doeltreffend en goed uitvoert: tenzij ons de benodigde middelen worden gegeven, zullen wij derhalve weigeren verdere niet-kerntaken op ons te nemen.

Niets toont deze behoefte aan efficiëntie beter aan dan de noodzaak van een doeltreffend beheer van de hulp aan derde landen. De EU is de meest vrijgevige donor van ontwikkelingshulp ter wereld, maar wij hebben een zeer slechte reputatie wat betreft tijdige en doeltreffende verstrekking van hulp. Personeelstekorten en topzware interne systemen vormen een deel van het probleem. De hervormingen waar ik van sprak zullen ertoe bijdragen deze moeilijkheden op te lossen. Maar teveel reglementering door de Raad is ook te laken. Dit dient ook aan de orde te worden gesteld.

Het leidt dagelijks tot tragedies dat wij niet in staat zijn onze ontwikkelingshulp sneller en doeltreffender te verstrekken. Wij hebben bekwame krachten ter plaatse in gevaarlijke situaties, en zij moeten worden gesteund door efficiënte administratieve systemen. Anders maken wij niet optimaal gebruik van onze middelen en lijdt het internationale imago van de Unie schade. In naam van de bevolking van Europa, in naam van de mensheid moeten wij eenvoudig doelmatiger worden. Hulp verstrekken wanneer deze nodig is betekent mensenlevens redden.

De Commissie is vastbesloten haar gewicht in de schaal te leggen. Fundamentele structurele hervorming is geen kwestie van vrije wil maar een noodzaak. Wij moeten onze strategieën voor hulpverstrekking en de wijze waarop begrotingsmiddelen worden toegewezen verbeteren om ervoor te zorgen dat zij in overeenstemming zijn met de behoeften van de begunstigden en met onze eigen prioriteiten. Dit moet een kerntaak van de administratie van de Commissie blijven. Terzelfder tijd moeten wij de manier waarop wij externe middelen aanwenden voor het beheer en de tenuitvoerlegging van projecten radicaal herzien. Dit Parlement heeft constructieve voorstellen gedaan om de bureaus voor technische hulp te vervangen door nieuwe organen die doorzichtiger en verantwoordelijker zijn. Onze gedachten gaan in dezelfde richting wat betreft een verbeterde hulpverlening aan derde landen.

Succes op dit gebied is voor ons van vitaal belang met het oog op ons gehele hervormingsbeleid. Hulp aan derde landen zal derhalve een belangrijke plaats innemen in het Witboek dat wij over enkele weken zullen indienen.

De situatie in de Balkan is een graadmeter voor ons vermogen tot het doeltreffende optreden waarvan onze geloofwaardigheid afhangt. Zo ergens, dan moet de kloof tussen retoriek en realiteit hier worden gedicht.

Van de volkeren van Zuidoost-Europa kan niet worden verwacht dat zij het recente verleden vergeten, maar zij zijn niet verplicht in dit verleden te blijven leven. Er zijn hoopgevende tekenen dat er eindelijk verbetering op komst is.

Het volk van Kroatië heeft de pessimisten gelogenstraft door te bewijzen dat democratische veranderingen mogelijk zijn. Wij zullen de nieuwe regering tot het uiterste steunen in haar streven om de hervormingagenda uit te voeren die zij de bevolking van Kroatië heeft beloofd - zoals wij ook de hervormers in de gehele regio zullen steunen, zullen bijdragen tot de uitvoering van de Dayton-akkoorden in Bosnië en Herzegovina, de democratisch verkozen regering in Montenegro zullen bijstaan, onderhandelingen met de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië over stabilisatie en associatie zullen aanknopen en datzelfde doel ook zullen nastreven in Albanië.

In Kosovo zullen wij intussen onze volledige steun blijven geven aan de wederopbouw.

Wij spelen een leidinggevende rol bij de ondersteuning van het Stabiliteitspact, en werken nauw samen met andere belangrijke partijen op dit gebied, waaronder de Verenigde Staten en de Wereldbank.

Wij gaan onverwijld voort met de uitvoering van het stabilisatie- en associatieproces - dat de weg wijst naar Europa.

En wij voorzien onszelf van de middelen om deze taak uit te voeren.

  • Wij hebben zojuist het Europees Bureau voor Wederopbouw voor Kosovo geopend.

  • Wij stellen een nieuwe verordening op om al onze hulp aan de regio te stroomlijnen en te vereenvoudigen, en wij zullen u deze verordening in de komende weken voorleggen.

  • Bovenal zijn wij hard aan het werk om de verstrekking van onze hulp ter plaatse te versnellen door snelwegprocedures in het leven te roepen en doeltreffender manieren te vinden om de zaken af te handelen.

  • Wij hebben zojuist de oprichting van een task force Balkan aangekondigd bij directoraat-generaal Buitenlandse betrekkingen, die ons beleid versneld moet uitvoeren.

Maar ik wil dat wij meer doen. Ik wens dat wij:

  • manieren vinden om de handel binnen de regio en met de Europese Unie en de kandidaat-lidstaten te liberaliseren;

  • de infrastructuurverbindingen helpen tot stand brengen - de Trans-Europese netwerken en corridors - die nodig zijn voor doeltreffende communicatie in de regio, en helpen de Donau zo snel mogelijk schoon te maken;

  • onze inspanningen opvoeren om in deze landen een burgerlijke samenleving wortel te doen schieten die gebaseerd is op pluralistische instellingen, de rechtsstaat en vrije media;

  • onze inspanning vergroten om de verschillende staten en regio's te helpen samen te werken op economisch en politiek gebied. Wij hebben ons er in de Balkan toe verbonden een stabiele vrede en een krachtige economische groei tot stand te brengen, en niet alleen een tijdelijk halt toe te roepen aan eeuwenoude conflicten.

Hoewel de Unie haar eigen burgers terecht beschermt tegen de verspreiding van de georganiseerde misdaad, moeten wij ook de Balkenlanden helpen deze toenemende bedreiging te bestrijden - niet in de laatste plaats door hen te helpen moderne en professionele politiekorpsen op te leiden.

Onze inspanningen in geheel Zuidoost-Europa zullen langdurig en kostbaar zijn, maar wij zullen ons niet aan onze verantwoordelijkheden onttrekken. De Unie is het aan de volkeren en staten van die regio - onze mede-Europeanen - verplicht om de ingeslagen koers aan te houden. Als tegenprestatie vragen wij dat zij ons ook helpen - door zich zonder voorbehoud te verbinden tot hervormingen.

De toestand in Zuidoost-Europa - en, in een andere context, Tsjetsjenië - toont aan hoe belangrijk het is ons continent te stabiliseren en te zorgen voor vrede, democratie en eerbiediging van de mensenrechten in geheel Europa. Daarom is het van wezenlijk belang om de uitbreiding tot een succes te maken en een coherent beleid van samenwerking met onze buren te ontwikkelen.

Maar de democratie en de mensenrechten moeten ook met grote zorgvuldigheid in stand worden gehouden binnen de bestaande EU. Een van de maatregelen die wij dit jaar zullen nemen om hiervoor te zorgen zal onze bijdrage zijn tot het opstellen van ons Handvest van de grondrechten van de EU. Dit is des te noodzakelijker geworden gezien de nieuwe situatie in Oostenrijk.

Staat u mij toe te herinneren aan wat ik eerder deze maand in dit Parlement heb verklaard betreffende de politieke rol van de Commissie in verband met de toestand in Oostenrijk. Wanneer een lidstaat in moeilijkheden verkeert geldt dit voor de hele Unie. Een supranationale instelling dient een lidstaat van de EU niet te isoleren maar met beslistheid binnen de eigen gelederen te houden. Dat is wat de Commissie zal doen.

Wij zullen de situatie in Oostenrijk nauwlettend volgen. Het voortbestaan van de EU hangt af van de wijze waarop zij zich aan haar fundamentele beginselen van vrijheid, democratie en eerbiediging van de mensenrechten houdt. Deze beginselen weerspiegelen de verbintenis van alle lidstaten om de onaantastbaarheid van het individu, ongeacht zijn of haar geloof, status of herkomst, te eerbiedigen.

Deze beginselen maken tevens integrerend deel uit van de rechtsstaat, en ik wil u nogmaals verzekeren dat de Commissie vastbesloten is de beginselen van de rechtsstaat toe te passen. Wij zullen zelfs niet de geringste aantasting tolereren van de rechten van individuele personen of van welke minderheid dan ook.

Daarom heb ik kanselier Schüssel van Oostenrijk op 7 februari gelukgewenst met zijn benoeming - zoals ik iedere nieuwe regeringsleider van een lidstaat gelukwens. Mijn bericht is gesteld in de bij dergelijke gelegenheden gebruikelijke bewoordingen. Maar in het centrale en belangrijkste deel wordt kanselier Schüssel op niet mis te verstane wijze aangesproken.

"Ik ben er zeker van", schreef ik in mijn brief aan de kanselier, "dat u overeenkomstig uw verklaring "Verantwoordelijkheid voor Oostenrijk - Een toekomst in het hart van Europa" blijk zult geven van hetzelfde engagement als dat waarvan uw voorgangers getuigden ten aanzien van de opbouw van Europa en de verdediging van de gemeenschappelijke Europese waarden van vrijheid, democratie, eerbiediging van de mensenrechten en van de fundamentele vrijheden, en de rechtsstaat".

Ik zou dit Parlement eraan willen herinneren dat de Commissie in november jongstleden een voorstel heeft ingediend voor een richtlijn tegen racisme. Ik wil de Raad oproepen snel tot de goedkeuring van dit voorstel over te gaan, en ik dring er bij dit Parlement op aan spoedig advies uit te brengen zodat de onderhandelingen kunnen beginnen.

Laat mij u dus, geachte Parlementsleden, een samenvatting geven van de andere zaken waartoe de Commissie zich voor de komende vijf jaar heeft verbonden. Wij hebben deze zeer duidelijk uiteengezet in ons beleidsdocument.

  • Wij zullen de uitbreidingsonderhandelingen met doortastendheid voeren en bijdragen tot de ontwikkeling van daadwerkelijke samenwerking met onze onmiddellijke buren zoals Rusland en de Middellandse-Zeelanden.

  • In de buitenwereld zal een van de politieke prioriteiten voor het Europese buitenlandse beleid in de komende jaren een belangrijke nieuwe inspanning zijn geheel Afrika te helpen politieke stabiliteit en een duurzame ontwikkeling tot stand te brengen. Dit is op den duur de enige manier om het tweevoudige probleem van oorlog en hongersnood waaronder de volkeren van dat werelddeel al te lang gebukt zijn gegaan op te lossen.

  • Verder zullen wij er, ondanks de tegenslag van Seattle, naar streven opnieuw een alomvattende millenniumronde op gang te brengen. De krachten van de mondialisering dienen te worden aangewend ten behoeve van de wereld en er dient te worden gezorgd voor een duurzame mondiale ontwikkeling. Om een nieuwe ronde te doen slagen, moeten zowel Europa als de Verenigde Staten meer begrip tonen voor de behoeften van de minst ontwikkelde landen.

  • Wij zullen aandringen op de opstelling van een nieuwe economische en sociale agenda die is gericht op verhoging van het concurrentievermogen en het scheppen van werkgelegenheid. De Top van Lissabon in maart zal in dit verband een belangrijk keerpunt betekenen. De volledige werkgelegenheid moet opnieuw een van de belangrijkste beleidsdoeleinden worden.

  • Wij zullen helpen Europa beter en veiliger bewoonbaar te maken door maatregelen te nemen op milieugebied en door de agenda van Tampere en de in het Witboek betreffende voedselveiligheid genoemde maatregelen uit te voeren. Ik wens in het bijzonder uw aandacht te vestigen op de noodtoestand aan de Donau. Dit is een schrijnend voorbeeld dat de noodzaak aantoont van Europees optreden bij milieurampen, en in het bijzonder van structurele voorzieningen op Europees niveau met het oog op noodsituaties op het gebied van de "civiele bescherming". Dit is dringend noodzakelijk.

  • Tenslotte zullen wij een leidinggevende rol spelen in het debat betreffende de vraag hoe een uitgebreid Europa dient te worden bestuurd teneinde diversiteit en decentralisatie in overeenstemming te brengen met de noodzaak van sterke instellingen en gecoördineerde actie. Vandaar ons Witboek betreffende Europees bestuur.

Dit zijn geen vage aspiraties, maar kwantificeerbare doelen die wij ons hebben gesteld. Om te slagen zullen wij de actieve medewerking van alle instellingen nodig hebben - maar wij zullen alles wat in ons vermogen ligt doen om hen te overtuigen en over te halen. Ik ben bereid om te worden beoordeeld op de gebieden waar het in het vermogen van de Commissie ligt om handelend op te treden. Voor het overige zal de Unie als geheel moeten worden beoordeeld.

Hoe zullen wij over vier of vijf jaar kunnen weten of het Europese publiek ervan overtuigd is dat de Europese Unie heeft gedaan wat zij beloofde? Naar welke maatstaf moet de EU als zodanig haar succes afmeten? Ik stel een zeer eenvoudige maatstaf voor: een hogere opkomst bij de verkiezingen voor het Europees Parlement van 2004.

Intussen roep ik de Europese burgers op de barrière van de apathie te doorbreken en onze vooruitgang nauwlettend gade te slaan. Kijk naar ons. Ga na wat wij doen. Raadpleeg het register van mijn briefwisseling. En zeg ons dan wat u denkt. Wij hebben ons ertoe verbonden de hoogste normen te hanteren wat betreft doorzichtigheid en verantwoordelijkheid.

Geachte Parlementsleden, wij leven in een tijd van ongekende mogelijkheden. De economische vooruitzichten zijn goed en de unieke combinatie van aanhoudende groei, de revolutie van de informatiemaatschappij en de zich uitbreidende Europese markt biedt ons de mogelijkheid die wij nodig hebben om uit de vicieuze cirkel te breken.

Indien wij tezamen doortastend en vastbesloten optreden kunnen wij vormgeven aan het nieuwe Europa dat onze burgers wensen en dat wij de toekomstige generaties verschuldigd zijn.

Een rechtvaardig en humaan Europa dat niemand uitsluit.

Een stimulerend, actief en ondernemend Europa.

Het Europa van iedereen.

Laat ons samenwerken om dit decennium tot tien jaren van voortreffelijke resultaten en successen te maken.

Een decennium dat de geschiedenis zal ingaan als het decennium van Europa.

Dank u.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website