Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT PT EL

INHOUD

DEELNEMERS  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  3 

BEHANDELDE PUNTEN

VASTSTELLING LANDBOUWPRIJZEN EN BEGELEIDENDE MAATREGELEN 1996/1997  . .  5 

BRAAKLEGGING VOOR HET VERKOOPSEIZOEN 1997/1998  . . . . . . . . . . .   13 

WIJZIGING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN
IN DE SECTOR SUIKER   . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .   14 

SECTOR GROENTEN EN FRUIT - WIJZIGING VAN DE GMO's   . . . . . . . . .   14 

VERVOER VAN BEPAALDE SOORTEN VERSE GROENTEN EN FRUIT VAN
OORSPRONG UIT GRIEKENLAND   . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22 

SECTOR HOP  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .   22 

BEHEER VAN BEPAALDE TARIEFCONTINGENTEN VOOR DE INVOER VAN RIJST   . . . 23 

LAND- EN BOSBOUW IN BERGSTREKEN IN EUROPA . . . . . . . . . . . . . .   24 

GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN   . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .   25 

VETERINAIRE SECTOR  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .   26 

PUNTEN DIE ZONDER DEBAT ZIJN AANGENOMEN

Landbouw  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  I 

Visserij  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  III 

Milieu  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  III 

Interne Markt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .   III

Vervoer   . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  IV

Externe betrekkingen  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  VI

Justitie en Binnenlandse Zaken  . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  VIII

De Regeringen van de Lid-Staten en de Europese Commissie waren als volgt
vertegenwoordigd:

België:
de heer Karel PINXTEN               Minister van Landbouw en van Kleine en
                                    Middelgrote Ondernemingen

Denemarken:
de heer Henrik DAM KRISTENSEN       Minister van Landbouw en Visserij

Duitsland:
de heer Jochen BORCHERT             Minister van Voedselvoorziening, Land-
                                    en Bosbouw
de heer Franz-Josef FEITER          Staatssecretaris van
                                    Voedselvoorziening, Land- en Bosbouw

Griekenland:
de heer Stephanos TZOUMAKAS         Minister van Landbouw

Spanje:
mevrouw Loyola DE PALACIO DEL       Minister van Landbouw, Visserij
VALLE-LERSUNDI                      Voedselvoorziening

Frankrijk:
de heer Philippe VASSEUR            Minister van Landbouw, Visserij en
                                    Voedselvoorziening

Ierland:
de heer Ivan YATES                  Minister van Landbouw,
                                    Voedselvoorziening en Bosbouw

Italië:
de heer Michele PINTO               Minister van Landbouw

Luxemburg:
de heer Fernand BODEN               Minister van Land- en Wijnbouw en
                                    Plattelandsontwikkeling

Nederland:
de heer Jozias VAN AARTSEN          Minister van Landbouw, Natuurbeheer en
                                    Visserij

Oostenrijk:
de heer Wilhelm MOLTERER            Minister van Land- en Bosbouw

Portugal:
de heer Fernando GOMES da SILVA     Minister van Landbouw

Finland:
de heer Kalevi HEMILÄ               Minister van Land- en Bosbouw

Zweden:
de heer Curt MALMBORG               Staatssecretaris van Landbouw

Verenigd Koninkrijk:
de heer Douglas HOGG                Minister van Landbouw, Visserij en
                                    Voedselvoorziening

Commissie:
de heer Franz FISCHLER              Lid

Na  langdurige  en  moeizame onderhandelingen  heeft  de  Raad unaniem  een
politiek akkoord  bereikt  dat  gebaseerd  is  op  de  voorstellen  van  de
Commissie  en op een algemeen compromis van  het Voorzitterschap waarbij de
Commissie zich kon aansluiten. Dit akkoord omvat  de volgende onderdelen : 

a)    prijzenpakket en begeleidende maatregelen 1996/1997
b)    braakleggingspercentage voor het verkoopseizoen 1997/1998
c)    suiker
d)    groenten en fruit
e)    bijzondere maatregelen  voor het  vervoer van  bepaalde soorten  verse
      groenten en fruit van oorsprong uit Griekenland
f)    hop.

VASTSTELLING VAN PRIJZEN EN BEGELEIDENDE MAATREGELEN 1996/1997

Akkerbouwgewassen

Beleid op lange termijn :

-  vaststelling van één enkel basisbraakleggingspercentage op 17,5 % ;

-  uniformisering van het  extra percentage (3 %) bij overdracht  van braak
   tussen bedrijfshoofden.

De Raad neemt nota van het voornemen van de Commissie om een verslag in  te
dienen  over  de doeltreffendheid  van  de  vrijwillige  braaklegging,  dat
gebaseerd is op de ervaring van de eerste drie toepassingsjaren

De Raad verzoekt de Commissie na te gaan of wat meer soepelheid ten aanzien
van artikel 9  van  Verordening nr. 1765/96  kan worden  toegestaan in  het
geval  van  Lid-Staten  of  gebieden waar  door  de  specifieke structurele
situatie het totale basisareaal voortdurend onderbenut wordt. 

Voor het volgende verkoopseizoen, zie blz. 13.

Granen

-  prijzen en compensatiebedragen

   De   in  1992  vastgestelde  interventieprijzen  en  compensatiebedragen
   blijven van toepassing.  Zoals bekend bedraagt de interventieprijs  voor
   alle granen  119,19 ecu per  ton en het  compensatiebedrag 54,34 ecu per
   ton  per  hectare  van  de  in  het  regioplan  vastgestelde  gemiddelde
   graanopbrengst.

   De  overeenkomstig   het  Toetredingsverdrag   aan  Finland   en  Zweden
   toegestane  afwijking betreffende  de  minimumgrootte  van gerstekorrels
   voor interventie wordt gehandhaafd voor het verkoopseizoen 1996/1997.

   De   Commissie  is  bereid  om  voor  het   vochtgehalte  en  de  andere
   interventiecriteria  in 1996/1997 dezelfde afwijkingen toe te passen als
   in 1995/1996.

   De Commissie  zegt toe dat het  voorstel over de  toekomstige regelingen
   voor durum tarwe vóór de Raadszitting van september 1996 beschikbaar zal
   zijn. 

-  maandelijkse verhogingen

   Het  niveau  van  de  maandelijkse  verhogingen wordt  van  1,30 ecu/ton
   verlaagd tot 1,10 ecu/ton, zoals de Commissie had voorgesteld.

Eiwithoudende gewassen en lijnzaad

Deze regeling wordt niet gewijzigd.

Zaaddragende leguminosen

-  De gegarandeerde maximumoppervlakte wordt vastgesteld op 400.000 ha.

-  De steun wordt op het huidige niveau van 181 ecu/ha gehouden.

-  Bij  overschrijding  van de  gegarandeerde  maximumoppervlakte wordt  de
   steun in hetzelfde verkoopseizoen evenredig verlaagd.

Nadat  de  nieuwe regeling drie  verkoopseizoenen is  toegepast, brengt  de
Commissie verslag uit over de toepassing, in voorkomend geval  met passende
voorstellen.

Rijst

-  Prijzen

   De interventieprijzen voor padie-rijst van de verkoopseizoenen 1996/1997
   tot en  met 1999/2000 zijn vastgesteld  bij de  verordening van de  Raad
   inzake de  hervorming van de GMO.  Voor het verkoopseizoen  1996/1997 is
   die prijs vastgesteld op 351 ecu/ton. Via een over  drie jaren gespreide
   verlaging  van  15 % wordt  deze prijs  in  1999/2000  teruggebracht tot
   298,35 ecu/ton.

-  Maandelijkse verhogingen

   Aangezien  de  Raad  onlangs  besloten  heeft  het  aantal  maandelijkse
   verhogingen  te  verminderen en  de  periode  van  het  jaar  waarin  er
   interventie  mogelijk  is,  te  verkorten,  blijft  het  niveau  van  de
   maandelijkse verhogingen voor 1996/1997 hetzelfde als in 1995/1996.

Suiker

De basisprijs voor  suikerbieten, de interventieprijs voor  witte suiker en
de marge voor de producenten blijven ongewijzigd.

Om rekening te  houden met de daling van de  rentevoeten in de Gemeenschap,
wordt  bij  de berekening  van  de terugbetaling  van  de  opslagkosten een
rentevoet gehanteerd van 6,10 % in plaats  van 6 %, om uit te komen op  een
bedrag van 0,42 ecu/100 kg/maand.

Bij bevoorradingsmoeilijkheden  als gevolg van natuurrampen die niet kunnen
worden verholpen door het vrijgeven van minimumvoorraden wordt de Commissie
gemachtigd  tot het vervroegd  vrijgeven van  C-suiker die  is overgedragen
overeenkomstig artikel 27, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1785/81.

De  uiterste  datum  voor  de  overdracht  van  C-suiker  in  het  Verenigd
Koninkrijk wordt verschoven van 1 naar 15 februari.

Sector olijfolie

-  Status  quo  inzake   prijzen,  steunbedragen  en  inhoudingen  in   het
   vooruitzicht van een komende hervorming van de GMO voor oliën en vetten.

-  Invoering in Verordening  nr. 136/66/EEG van een rechtsgrondslag die  de
   Commissie in staat stelt de toepassing van het gemeenschappelijk douane-
   tarief  te  schorsen wanneer  de  marktprijs van  olijfolie aanmerkelijk
   hoger ligt dan de interventieprijs.

-  Aanpassingen, als gevolg van de Overeenkomsten van de Uruguay-Ronde, van
   de consumptiesteunregeling, waarbij een speciale regeling blijft bestaan
   voor  olijfolie die uit  Tunesië wordt  ingevoerd in  het kader  van een
   contingent waarvoor een speciale regeling geldt.

De Commissie  verklaart dat de logica van haar  voorstellen inhoudt dat het
niveau  van de consumptiesteun moet  worden beschouwd als een minimumniveau
van het tarief. Zij zal het  niveau van de steun voor bij de produktie  van
visconserven   gebruikte  olijfolie   bestuderen  in   het  licht   van  de
prijssituatie op de communautaire en de wereldmarkt.

Textielvezels

a)    Katoen

   -  Schrapping van de mogelijkheid van vaststelling van de steun vooraf. 

   -  Toekenning van  een voorschot op de steun waarvan het variabele niveau
      wordt    vastgesteld   rekening   houdend   met    enerzijds   de   op
      106,30 ecu/100 kg   geëgreneerde   katoen   vastgestelde  streefprijs,
      verlaagd op grond van  het verschil  tussen de geraamde produktie  van
      elke  Lid-Staat,  vermeerderd met  15 %, en  zijn drempel-  niveau, en
      anderzijds  met  de wereldmarktprijs  voor  geëgreneerde  katoen.  Dit
      leidt,  in  tegenstelling  tot  de  huidige  situatie,  tot  een  vast
      steunsaldo voor alle producenten van de betrokken Lid-Staat. 

   De Raad neemt nota van de  verklaring van de Commissie dat zij  van plan
   is een systeem van vaststelling van de steun achteraf te handhaven.

b)    Vlas

   De Raad is van mening dat er een diepgaander onderzoek nodig  is voordat
   er een  besluit kan worden genomen  over het voorstel  van de Commissie.
   Hij verbindt zich  ertoe dit onderzoek uit te voeren en vóór 31 december
   1996  een  besluit  te nemen.  In  afwachting  van de  wijziging  van de
   regeling wordt de bestaande steun voor  het verkoopseizoen 1996/1997 met
   7,5 % verlaagd.

c)    Hennep

   Handhaving van de steun op 774,74 ecu/ha.

   Gezien  de huidige en de te  voorziene situatie voor hennep en de hoogte
   van de steun voor vezelvlas betekent de handhaving van deze steun dat de
   henneparealen in het verkoop- seizoen 1996-97 gelijk zullen blijven.

d)    Zijderupsen

   Het steunbedrag van  het voorgaande verkoopseizoen, namelijk 133,26 ecu,
   blijft gehandhaafd.

Melk en zuivelprodukten

De  datum van het begin van  het melkprijsjaar wordt verschoven van 1 april
naar  1 juli  en  er komt  een  rechtsgrondslag  voor  het  beheer door  de
Commissie  van tariefcontingenten  die zijn ingesteld  ingevolge bilaterale
overeenkomsten met derde landen.

Zoals bekend zijn de richtprijs voor melk en de interventieprijs voor boter
en magere  melk tijdens de Raadszitting  van juni vastgesteld  (periode van
1 juli 1996 tot en met 30 juni 1997).

De Raad  verzoekt  de Commissie  voorstellen in  te dienen  betreffende  de
traditionele benaming van consumptiemelk in Finland en Zweden.

Aangezien de quotaregeling in het jaar 2000 afloopt staat de  Raad positief
tegenover het voornemen van de Commissie om in de loop van 1997 voorstellen
voor de toekomstige zuivelregeling  in te dienen en  is hij van mening  dat
daarbij de gevolgen van alle mogelijke opties moeten worden toegelicht.

Rundvlees

Zoals  bekend is  de interventieprijs  voor volwassen  runderen tijdens  de
Raadszitting van 
24-27 juni 1996  vastgesteld. Deze interventieprijs is  toen gehandhaafd op
het huidige  niveau van 347,5 ecu/100 kg  geslacht gewicht voor  mannelijke
runderen van kwaliteit R3.

Vervolgens  is  tijdens  de  meest  recente  Raadszitting  met  ingang  van
1 juli 1996  het  begin van  het  verkoopseizoen voor  elk  jaar  op 1 juli
vastgesteld.

De Raad  erkent dat  de  crisis op  de  rundvleesmarkt een  combinatie  van
onmiddellijke maatregelen en maatregelen op langere termijn vereist. 

Op zeer  korte  termijn  moeten  er  maatregelen  worden  getroffen  om  de
rundvleesmarkt  te blijven steunen via interventie  en om de markt van voor
de mesterij bestemde lichte dieren ("broutards") te steunen. In dit verband
neemt de  Raad nota  van het voornemen  van de  Commissie om  op basis  van
artikel 22 bis van Verordening nr. 805/68 als spoedmaatregel interventie in
te  voeren  voor vlees  afkomstig  van "broutards"  vanaf 31 augustus 1996,
indien de marktomstandigheden dit noodzakelijk maken, en een  verhoging van
het maximum voor interventie-aankopen voor te stellen.

De Commissie  zal  in verband  hiermee de  mogelijkheid onderzoeken  om  de
aankoop van de categorieën "S" en "E" toe te staan.

Er moeten  ook maatregelen komen om de produktie  op middellange termijn te
verminderen.  Om het  vertrouwen van  de consument  te herstellen,  moet de
rundvleesregeling   bovendien   worden  aangepast   om  de   produktie  van
kwalitatief  hoogstaand   rundvlees   aan   te  moedigen   op   basis   van
produktietechnieken  die beantwoorden aan de gerechtvaardigde verwachtingen
van de consumenten en tevens milieuvriendelijk zijn. Dergelijke maatregelen
moeten  gepaard gaan  met een  betere informatie van  de consumenten  in de
etikettering,  op een wijze die verenig- baar  is met de bescherming van de
ongedeelde markt. De  Raad neemt nota van het voor-  nemen van de Commissie
om met spoed voorstellen hierover in te dienen.

De Commissie zegt in het bijzonder toe dat de geplande noodmaatregelen niet
zullen leiden tot een oneerlijke verdeling van de lasten van de crisis over
de producenten van "broutards" en de mesters, of de  normale omstandigheden
van  de intracommunautaire  handel niet  zullen verstoren  door kunstmatige
verminderingen  van het aantal dieren dat voor  deze handel beschikbaar is.
Mocht  er  een onverwachte  verstoring  van  de  intracommunautaire  handel
optreden, dan zullen passende correctiemaatregelen worden genomen.

De  Raad  verbindt zich  ertoe  alle  mogelijkheden ter  beperking  van  de
produktie tot  de huidige of  verwachte consumptieniveaus in  overweging te
nemen.

Tot hij over deze maatregelen een besluit heeft genomen, houdt de Raad zijn
standpunt wat betreft één  enkele premie voor niet-gecastreerde  mannelijke
runderen  in   beraad.  Tegelijk  zal  hij   een  besluit  nemen   over  de
Commissievoorstellen betreffende  de nieuwe  Duitse deelstaten.  (p.m.  Het
voorstel  van  de  Commissie  houdt  in  dat  alle  bepalingen   inzake  de
premieregeling  die in de  rest van de Gemeenschap  van toepassing zijn, te
weten de  vaststelling van  een  individueel quotum  voor het  recht op  de
zoogkoeienpremie  voor  elke  producent  en  toepassing  van  de grens  van
90 dieren voor de toekenning van de premie voor mannelijke  runderen, vanaf
1 januari 1997  ook op het grondgebied van de  nieuwe Duitse deelstaten van
toepassing zullen zijn.)

Seizoencorrectiepremie

Handhaving  van de  seizoencorrectiepremie met  een seizoenslachtpercentage
van 35 %. Dit percentage moet afzonderlijk worden toegepast voor Ierland en
Noord-Ierland, maar  indien  de drempelprijs  in één  van beide  delen  van
Ierland overschreden wordt, is de seizoencorrectie- premie in  heel Ierland
van toepassing. De  kosten van deze  maatregel worden  gefinancierd uit  de
BSE-reserve.

Schape- en geitevlees

-  Handhaving  van   de  basisprijs  op  het  huidige  niveau,  waarbij  de
   seizoencorrectie van deze prijs ongewijzigd blijft.

-  Versnelde opening van de inschrijvingsprocedure voor particuliere opslag
   door de  Commissie de mogelijkheid te bieden een procedure  in te voeren
   waarbij het bedrag van de steun vooraf wordt vastgesteld.

-  Verlenging van  de geldigheidsduur van de  afwijking die  aan de  nieuwe
   Duitse deelstaten  is toegekend voor de toepassing van het maximumaantal
   ooipremies, tot het jaar 2000.

Varkensvlees

Status quo  voor deze  sector, zijnde  een basisprijs  van 1.509,39 ecu/ton
voor geslachte varkens van standaardkwaliteit (ongewijzigde definitie), die
geldt voor de periode van 1 juli 1996 tot en met 30 juni 1997.

Groenten en fruit

Zoals bekend heeft de Raad in afwachting van de aanneming van de hervorming
van  de GMO voor deze sector in  zijn zitting van 24-27 juni 1996 de basis-
en  aankoopprijzen van  verse  groenten  en fruit  vastgesteld, waarbij  de
status quo werd gehandhaafd.

Wijnbouwsector

-  Status quo voor de oriëntatieprijzen.

-  Verschuiving  van  de  uiterste  datum  voor  de  vaststelling  van  het
   vereenvoudigde    wijn-   bouwkadaster    van    31 december 1996   naar
   31 december 1998.   De  uiterste  datum  voor  de  vaststeling  van  het
   volledige  wijnbouwkadaster   in  de  Douro-regio   is  verschoven  naar
   31 december 1997.

Het verbod op nieuwe  aanplant wordt verlengd met  twee jaar in plaats  van
met  één jaar, zoals  de Commissie had voorgesteld.  Wel mag elke Lid-Staat
gedurende  deze periode  nieuwe  aanplant toestaan  voor  de  produktie van
kwaliteitswijn (v.q.p.r.d. en "vin de  pays"), waarvan de Commissie  erkent
dat zij onder de  marktvraag blijft, en zulks voor ten hoogste de hieronder
aangegeven totale oppervlakten.

Met ingang  van 1 september 1996 geldt het  verbod op nieuwe  aanplant niet
voor  druivenrassen  die  uitsluitend   voor  tafeldruiven  zijn   bestemd,
aangezien de  produktie  van  wijn met  die druiven  vanaf  1 augustus 1997
verboden is en de rooisteun voor die druiven niet wordt toegekend.

De rooiregeling  wordt ook met  twee jaar verlengd,  maar mag  enkel worden
toegepast in de door de betrokken Lid-Staten aangewezen gebieden [1]  . Het
aantal  hectaren dat  in  elk jaar  mag  worden gerooid,  mag  de hieronder
vermelde cijfers niet overschrijden.

                 Totaal toegestane nieuwe    Toegestaan jaarlijks
                 aanplant (ha) in het        maximaal rooiniveau voor
                 verkoopseizoen 1996/97      de verkoopseizoenen
                 en/of 1997/98               1996/97 en 1997/98

   Duitsland     289                         50
   Griekenland   208                         985
   Spanje        3.615                       13.000
   Frankrijk     2.584                       3.895
   Italië        2.442                       5.785
   Luxemburg     4                           15
   Oostenrijk    139                         15
   Portugal      719                         1.255

   Totaal        10.000                      25.000

De  Raad  nam  nota   van  verschillende  toezeggingen  van   de  Commissie
betreffende een  aantal specifieke punten  (rol van de  wijnbouwcoöperaties
bij de distillatie - afwijking voor Oostenrijk met betrekking tot het onder
toezicht  uit   de  markt  nemen  van  bijprodukten  van  de  wijnbereiding
- verdeling van de per regio en subregio te distilleren hoeveelheden).

Tabak

-  Handhaving van de  bij Verordening (EG) nr. 415/96  van de Raad voor het
   verkoopseizoen 1996/1997 vastgestelde garantiedrempels.

-  Handhaving van de premies en aanvullende bedragen op het niveau  van het
   verkoopseizoen 1995-1996.

De Raad is van oordeel  dat de instelling van nationale reserves  binnen de
quotaregeling voor tabak besproken moet  worden bij de herziening  van deze
regeling, zodat er een passende oplossing gevonden kan worden.

Lid 2 van artikel 3 van  Verordening (EEG) nr. 2075/92 is  gewijzigd, zodat
Oostenrijk voor zijn tabak het aan Duitsland  toegekende aanvullende bedrag
ontvangt.

ANDERE IN HET PRIJZENPAKKET OPGENOMEN PUNTEN

Bergstreken

De Raad erkent de bijzondere  problemen van de bergstreken.  Aangezien deze
problemen structureel zijn, verzoekt hij de Commissie met spoed na  te gaan
hoe  deze  problemen binnen  het  structuurbeleid  beter  aangepakt  kunnen
worden.

Probleemgebieden

De  Commissie zegt  toe bij  de Raad  een voorstel  in te  dienen om  de in
artikel 37 van  Verordening (EEG) nr. 2328/91  bedoelde afwijking, waardoor
aan landbouwers met ten minste 1 ha cultuurgrond compenserende vergoedingen
kunnen  worden verleend,  voor het  Portugese continentale  grondgebied met
twee jaar te verlengen.

Bloemen

Onverminderd   zijn   besluit    ten   aanzien   van   het   gedetailleerde
Commissievoorstel dat genomen  zal worden in het  licht van het advies  van
het  Europees Parlement,  is de  Raad  van mening  dat  het bedrag  van  de
uitgaven voor het eerste jaar niet 10 miljoen ecu, maar 15 miljoen ecu moet
zijn. De uitgaven  voor latere jaren moeten worden bepaald  op grond van de
ervaring.

De  Raad verzoekt de  Commissie een strategie te  ontwikkelen om zo spoedig
mogelijk aan de Raad een strategiedocument voor te leggen  met richtsnoeren
voor  de toekomstige  onderhandelingen over  nieuwe tariefconcessies  in de
sector  bloementeelt,  om  ontwrichting  van  deze sector  als  gevolg  van
ongestructureerde toename van de invoer te vermijden.

BRAAKLEGGING VOOR HET VERKOOPSEIZOEN 1997/1998

Na ontvangst van het  advies van het Europees  Parlement heeft de Raad  een
politiek akkoord bereikt over een tijdens zijn zitting van  24-27 juni door
de  Commissie ingediende  verordening  houdende afwijking  van het  (in het
kader  van het prijzenpakket  1996/1997 vastgestelde)  basispercentage voor
braaklegging van 17,5 % voor inzaai in het verkoopseizoen 1997/98.

De verordening stelt het braakleggingspercentage voor de toekomstige inzaai
vast   op  5 %   (basispercentage   17,5 %)   en  de   verhoging  van   het
braakleggingspercentage bij overdracht  op 1 %  (basispercentage 3 %).  Bij
overdracht  van de  braakleggingsverplichting  naar  vanuit  milieu-oogpunt
gevoelige zones wordt echter geen percentageverhoging toegepast.

Bovendien wordt  de  bijkomende  braaklegging  die in  1997/98  had  moeten
plaatsvinden,  wegens overschrijding  van de  basisarealen in  1996/97 niet
toegepast.

De Raad  neemt  er  nota van  dat  de  Commissie van  plan  is  Verordening
nr. 1000/94 te  wijzigen om de  beoogde verminderingen voor  het bijkomende
basisareaal voor de nieuwe Duitse deelstaten met twee jaar uit te stellen.

WIJZIGING  VAN DE  GEMEENSCHAPPELIJKE  ORDENING  DER MARKTEN  IN DE  SECTOR
SUIKER

De  Raad heeft  een  politiek  akkoord bereikt  over  een  voorstel van  de
Commissie waarin het voor (continentaal) Portugal  vastgestelde basisquotum
met 10.000 ton wordt verhoogd.

Dit  akkoord  volgt  op  de  door  de  Commissie  in  de  context  van  het
uiteindelijke   compromis  over   het  prijzenpakket   1995/1996  aanvaarde
toezegging  om  te  onderzoeken  of  het  verzoek  van  Portugal   om  zijn
suikerquota te verhogen, gerechtvaardigd is.

SECTOR GROENTEN EN FRUIT - WIJZIGING VAN DE GMO'S
-  Groenten en fruit
-  Verwerkte produkten op basis van groenten en fruit

De Raad  heeft een politiek  akkoord bereikt  over deze hervorming,  die de
volgende hoofddoelstellingen heeft :

-  een beter georganiseerd communautair  aanbod door versterking van de rol
   van  de   telersverenigingen  als  commerciële  factor,   gekoppeld  aan
   strengere communautaire eisen voor de erkenning van deze verenigingen en
   de instelling  van een mede door de  Gemeenschap gefinancierd actiefonds
   dat en  met name is bestemd voor, enerzijds, de  financiering van acties
   voor kwaliteits-  en afzetverbetering,  en anderzijds, verhoging van  de
   communautaire ophoudvergoedingen, betaling van compensaties voor  uit de
   markt genomen  produkten waarvoor  momenteel geen bodemprijs bestaat  en
   een  supplement  op   de  prijzen  van  de  voor   verwerking  verkochte
   produkten ;

-  ook is er voor de Lid-Staten die zulks wensen, een soepele kaderregeling
   voorzien voor organisaties in de groente- en fruitsector ;

-  een nieuwe regeling  voor het beheer van  de conjuncturele  overschotten
   door verlaging van de  compensatie voor het  uit de markt nemen tot  een
   niveau dat niet lonend is en de mogelijkheid  voor telersverenigingen om
   de ophoudvergoeding aan te vullen (zie hierboven) ;

-  specifieke oplossingen buiten het kader van de algemene GMO-instrumenten
   voor  problemen  met bepaalde  produkten  waarvan het  economisch belang
   beperkt is tot regionaal of plaatselijk niveau ;

-  verscherping van de controles, meer in het bijzonder  met betrekking tot
   het deugdelijk  beheer van het actiefonds door de telersverenigingen, de
   naleving   van    de   handelsnormen   en   de    kwaliteitsnormen   uit
   gezondheidsoogpunt,  en  de   goede  werking  van  de  regeling   inzake
   invoerprijzen, via  coördinatie  en  samenhang tussen  de  verschillende
   nationale  en communautaire  bevoegde  instanties, hetgeen  tevens  moet
   leiden  tot  een uniforme  en  niet-discriminerende toepassing  van deze
   controles ;

-  de   instelling  van   door  de  Gemeenschap   gefinancierde  vijfjarige
   aanpassingsprogramma's   (overgangsperiode  voor  de  verlaging  van  de
   compensaties voor  het  uit de  markt  nemen)  die bestemd  zijn  om  de
   telersverenigingen  te  helpen  hun  omvang  in commercieel  opzicht  te
   vergroten en aan hun leden passende technische middelen  ter beschikking
   te  stellen  voor het  verpakken  en het  op de  markt  brengen  van hun
   produkten,  telers die traditioneel aangewezen zijn op  het uit de markt
   nemen van produkten,  marktgerichter te  laten produceren en,  tot slot,
   onder bepaalde  voorwaarden de omschakeling  van de  aanplan- tingen  te
   ondersteunen.

Het door de  Raad aangenomen compromis  van het  Voorzitterschap omvat  met
name de  hieronder beschreven  punten, met  dien verstande  dat de  door de
Raadsinstanties opgestelde definitieve tekst aangenomen is onder voorbehoud
van de in het compromis vermelde wijzigingen.

1.    Indeling van de produkten (normen)

a)    De  Commissie krijgt  de  bevoegdheid  om de  lijst  van produkten  in
      bijlage I  uit te breiden volgens de procedure  van het beheerscomité,
      middels onderstaande verklaring :

      "De Raad neemt er akte van dat  de Commissie voornemens is het verzoek
      tot opneming  van bijkomende  produkten in  bijlage I te  bestuderen ;
      hierbij  zal  met name  voor  elk van  deze produkten  rekening worden
      gehouden met het bestaan van relatief belangrijke transacties,  en met
      het bestaan van ECE/UN-normen.".

b)    Het  voorstel  van  de  Commissie  wordt  voor  wat  betreft  de  voor
      verwerking  bestemde   produkten  gehandhaafd,  middels   onderstaande
      verklaring :

      "De  Raad neemt akte  van het  voornemen van  de Commissie  de huidige
      praktijk op  het gebied  van minimumkwaliteitseisen  voor verse,  voor
      verwerking bestemde produkten niet te wijzigen.".

2.    Telersverenigingen

   a)   Mate van specialisatie

      - buiten   de   "universele"  telersverenigingen   worden   6 groepen
        "gespecialiseerde"  verenigingen  toegelaten, volgens  de  volgende
        indeling :

        *  fruit
        *  groenten
        *  voor verwerking bestemde produkten
        *  citrusvruchten
        *  noten
        *  champignons

      - de Lid-Staten krijgen toestemming om  andere, al vóór de hervorming
        bestaande gespecialiseerde telersverenigingen, te erkennen.

   b)   Rechtstreekse verkoop door telers :

      tot  25 % van hun  produktie uitsluitend voor die  telers die lid zijn
      van "universele"  verenigingen,  en tot  20 % van  hun produktie  voor
      telers die lid zijn van een ander type telersvereniging ;

      Verklaring  van de Commissie :  "Er dient  te worden opgemerkt  dat de
      naleving van  de gemeenschappelijke  kwaliteitsnormen  voor dit  soort
      van verkoop niet verplicht is, maar wel wordt aanbevolen.".

   c)   Er  wordt een uniforme overgangsperiode van  5 jaar toegestaan voor
        alle  maatregelen (toepassing  van de  definitieve maatregel  vanaf
        het  6e  jaar/verkoopseizoen),  die  er  per  maatregel  als  volgt
        uitziet :

      - aanpassing van de oude telersverenigingen aan de nieuwe eisen ;

      - aanpassing van de nieuwe telersverenigingen aan de nieuwe eisen ;

      - financiële beperking van de ophoudvergoeding ;

      - kwantitatieve beperking van het uit de markt nemen ;

      - verlaging  van   de  communautaire  ophoudvergoeding   (COV) :  het
        eindniveau  van  de  COV  wordt  geleidelijk  bereikt,  in  gelijke
        etappes, met uitzondering van de eerste verlaging in het geval  van
        andere groenten en fruit dan citrusvruchten ;

   d)   Minimumaantal    leden    en    minimumproduktievolume    van    de
        telersvereniging :

      te  bepalen   door  de   Commissie  volgens   de  procedure  van   het
      beheerscomité, middels onderstaande verklaring :

      "De  Raad  neemt   akte  van  het  voornemen   van  de  Commissie  het
      minimumaantal   telers   en    het   minimumproduktievolume   van   de
      telersverenigingen te bepalen  op basis van  een pragmatische  aanpak,
      waarbij  de economische en administratieve realiteit  in de Lid-Staten
      in aanmerking worden genomen." .

   e)   Bijzondere  maatregelen  voor   regio's  met  een  beperkt   aantal
        telersverenigingen :

      - er wordt een nieuwe bepaling ingevoerd, die als volgt luidt :

        "In  gebieden van  de  Gemeenschap  waar  een zeer  lage  mate  van
        organisatie van telers bestaat,  kunnen de Lid-Staten, op  een naar
        behoren   gemotiveerd   verzoek,    worden   gemachtigd   aan    de
        telersverenigingen een  nationale financiële  steun te betalen  ten
        bedrage van ten  hoogste de helft  van de financiële bijdragen  van
        de telers. Deze steun wordt aan het actiefonds toegevoegd.

        In   Lid-Staten   die   bijzonder   ernstige  structurele   nadelen
        ondervinden  in  dit verband  (dat  wil zeggen  een  Lid-Staat waar
        telersverenigingen  minder dan 15 % van  hun produktie aan groenten
        en fruit op de markt brengen  en waar groenten en fruit ten  minste
        15 % van de  landbouwproduktie uitmaken) mag deze steun, op verzoek
        van  de betrokken Lid-Staten, worden  vergoed uit hun communautaire
        bestek." 

      - voor Portugal worden  dezelfde financieringsvoorwaarden gewaarborgd
        als vóór de hervorming, middels onderstaande verklaring :

        "De  Raad  neemt akte  van het  voornemen  van de  Commissie  om de
        aanloopsteun   voor  nieuwe  telersverenigingen   zodanig  vast  te
        stellen dat de  aan de Portugese telersverenigingen betaalde steun,
        uitgedrukt  als   percentage  van   de  waarde   van  de  door   de
        telersvereniging  afgezette produktie, niet lager  is dan die welke
        uit de toepassing van Verordening nr. 746/93 voortvloeit.".

3.    Actiefonds

   a)   -  De  nationale  bijdrage aan  de  financiering van  de financiële
           steun uit het actiefonds komt te vervallen.

      - De communautaire steun  wordt beperkt tot 4 % van de  waarde van de
        door   elke   telersvereniging   afgezette   produktie,  mits   het
        totaalbedrag van  de financiële steun minder dan  2 % van de totale
        omzet  van alle  telersverenigingen  samen bedraagt.  Om  ervoor te
        zorgen dat  dit maximum  wordt gerespecteerd,  wordt een  voorschot
        van  2 %  betaald  terwijl het  resterende  bedrag  wordt toegekend
        wanneer het

        totaalbedrag van  de steunaanvragen bekend  is.   Vanaf 1999  wordt
        het cijfer 4 % vervangen door 4,5 % en wordt het percentage van  de
        totale omzet verhoogd van 2 % tot 2,5 %.

      - "De  Raad verzoekt de  Commissie bij hem een  voorstel in te dienen
        dat  ertoe strekt  het  saneringsprogramma voor  de  produktie van,
        enerzijds,  perziken en nectarines en,  anderzijds, appels en peren
        voor een maximum oppervlakte van 
        10.000 ha  voor elk  van  deze twee  produktgroepen  opnieuw in  te
        voeren.  De  financiële  gevolgen van  deze  maatregelen  komen ten
        laste van de uitgaven van het begrotingsjaar 1998 en volgende.".

   b)   Aandeel van  het actiefonds in de financiering van het uit de markt
        nemen :

      Het percentage van 10 %  wordt verhoogd  tot 30 % ; voor de  produkten
      "buiten bijlage  II", die niet voor de COV in aanmerking komen, wordt,
      zoals  voor  de   produkten  van  bijlage II,     een   "kwantitatieve
      beperking" ingevoerd van  10 % (de hoeveelheid die  uit de markt wordt
      genomen ten opzichte van de afgezette hoeveelheid).

   c)   Overdracht van bijdragen voor het actiefonds :

      "De Raad neemt  akte van het  voornemen van  de Commissie om  op nader
      vast  te  stellen  wijzen  en  voorwaarden,  de  overdracht  naar  het
      volgende jaar toe te staan van de  bijdragen van de telers die bestemd
      zijn voor de financiering van het actiefonds.".

4.    Het uit de markt nemen

   a)   Percentage  van  de  afgezette  hoeveelheid dat  uit  de  markt mag
        worden genomen : gemiddeld 10 % per jaar over een periode van  drie
        jaar,  met  een  jaarlijkse overschrijdingsmarge  van  3 %.  Een en
        ander geldt ook voor produkten buiten bijlage II.

   b)   Artikel 29,  lid 7, (afzetvoorwaarden  voor onverkochte  produkten)
        wordt als volgt gewijzigd :

      "De  bepalingen  ter  uitvoering  van  dit  artikel,  en met  name  de
      bepalingen betreffende  de gratis uitreiking en de levering van uit de
      markt genomen  produkten alsmede die waardoor kan worden voorkomen dat
      de distillatie van  uit de markt genomen  produkten verstoringen op de
      alcoholmarkt  veroorzaakt, worden vastgesteld volgens de procedure van
      het Beheerscomité.".

5.    Communautaire ophoudvergoeding (COV)

   a)   Voor andere produkten dan citrusvruchten :

      - Uitgangsniveau :  gemiddelde prijs op  grond van  de EOGFL-ramingen
        voor 1995/96.  Tijdens het  eerste toepassingsjaar  zal een  eerste
        verlaging van 20 % worden doorgevoerd.

      - Eindniveau : uitgangsniveau min 40 %.

        Voor appelen en  peren wordt het maximum van  10 % (zie punt 4, a))
        evenwel  teruggebracht tot  8,5 %  en de  initiële  verlaging wordt
        bijgevolg tot 15 % en de uiteindelijke verlaging tot 30 % beperkt.

   b)   Voor citrusvruchten :

      - Uitgangsniveau : door de Commissie voorgestelde prijs.

      - Eindniveau :  De  COV  wordt  alleen  gelijkgetrokken  voor  kleine
        citrusvruchten :

        *  kleine citrusvruchten : 13,00 ecu/100 kg

        *  andere citrusvruchten : 
           =  sinaasappels   14,00 ecu/100 kg
           =  citroenen      13,00 ecu/100 kg.

6.    Brancheorganisaties

   -  Facultatieve erkenning door de Lid-Staten van de brancheorganisaties.

   -  Voorafgaande kennisgeving  aan de  Commissie van  onderling afgestemde
      gedragingen en brancheovereenkomsten.

      De  Commissie krijgt  de mogelijkheid  om artikel 85,  lid 1, van  het
      Verdrag  (onverenigbaarheid  met   de  gemeenschappelijke  markt)  van
      toepassing  te  verklaren  wanneer  niet  aan  de voorwaarden  van  de
      verordening wordt voldaan.

   -  In  het  geval  van  meerjarenovereenkomsten  geldt   de  voorafgaande
      kennisgeving van  het  eerste  jaar  voor  de volgende  jaren  van  de
      overeenkomst ;  in  dat  geval  kan  de  Commissie  evenwel  op  eigen
      initiatief of  op verzoek van een andere  Lid-Staat te allen tijde een
      advies van onverenigbaarheid uitbrengen.

      Bovendien wordt de termijn van drie maanden  voor het onderzoek van de
      onderling afgestemde gedragingen verkort tot twee maanden.

   -  Het  Beheerscomité zal  van  elke  kennisgeving  van  uitbreiding  van
      brancheovereen-komsten in kennis worden gesteld.

7.    Bijlage II 

   Meloenen en watermeloenen  worden toegevoegd aan de  lijst van produkten
   die in aanmerking komen voor een communautaire ophoudvergoeding, met een
   prijs  van  4 ecu/100 kg (uitgangsniveau  en  uiteindelijk  niveau). Het
   maximum  van  10 %  van  de  in  de  handel  gebrachte  produktie  geldt
   onmiddellijk voor deze nieuwe in aanmerking komende produkten.

8.    Algemene bepalingen

   a)   Invoering van een artikel  om te preciseren dat  de rechten die  de
        telersverenigingen verworven  hebben  uit hoofde  van  titel II bis
        (specifieke  maatregelen "noten") en  artikel 14 (aanloopsteun) van
        Verordening  (EEG)  nr. 1035/72  gelden  totdat zij  volledig  zijn
        benut.

   b)   Artikel  14   sexties  van   Verordening  nr. 1035/72   (bepalingen
        betreffende  de bevordering van de afzet van noten) wordt ingevoegd
        in  de   onderhavige  verordening,   waarvan  artikel   51,  lid 1,
        dienovereenkomstig gewijzigd wordt.

   c)   Eerbiediging van de geringe begrotingsruimte :

      "Rekening   houdend   met  de   in   haar   oorspronkelijke   voorstel
      aangebrachte    wijzigingen   zal    de    Commissie   er,    bij   de
      tenuitvoerlegging van de  maatregelen waarbij zij verantwoordelijk  is
      voor  de beheersing van de uitgaven, op  toezien dat het totale bedrag
      van   de  uitgaven  van   het  eerste   jaar  van  de   hervorming  in
      overeenstemming is met de geringe begrotingsruimte.".

9.    Verwerkte produkten

   a)   Toekenning van  steun voor uitsluitend  die produkten die  op basis
        van  contracten   van  telersverenigingen  worden  geleverd ;  deze
        bepaling wordt  geleidelijk ingevoerd tijdens  een overgangsperiode
        van vijf jaar. 

   b)   De regeling voor verwerkte tomaten wordt als volgt aangepast :

      - De  volgende forfaitaire  aanpak voor het  niveau van  de quota van
        het eerste jaar :

   * P  :  voor andere produkten dan concentraat, vaststelling van de quota
           op  het  niveau  dat  voortvloeit  uit   het  Commissievoorstel,
           vervolgens verlaging  van het quotum  voor tomaten zonder  schil
           met 10.000 ton,   door   overdracht   naar   het   quotum   voor
           concentraat. Vaststelling van het quotum voor concentraat op het
           huidige niveau plus 10.000 ton.

           Voorts  akkoord  over verhoging  van  het Portugese  quotum voor
           verwerkte tomaten met 5 %, maar de steun wordt verlaagd  om deze
           toegeving budgettair neutraal te verdisconteren.

   *  E, GR, I   : vaststelling   van  hun   quota   op  het   niveau   dat
                   voortvloeit uit het Commissievoorstel.

   *  F       :  voor  concentraat,  handhaving  van   zijn  quotum  op  het
                 huidige niveau  en  voor de  andere produkten  vaststelling
                 van  het  quotum op  het  niveau  dat  voortvloeit uit  het
                 Commissievoorstel.

   *  D        :   quotum vervalt.

      - Verlaging  van de  steun  voor concentraat  en  afgeleide produkten
        zodat  de  uitgaven blijven  op  het niveau  dat  bereikt zou  zijn
        zonder de verhoging van de quota F en P.

      - Voor  de  volgende  jaren  handhaving  van  het  Commissievoorstel,
        behalve voor wat het volgende betreft :

        i)    de "buffer" wordt verlaagd tot 10 %

        ii)   er komen geen veranderingen in de oorspronkelijke niveaus van
              de quota tot het  derde jaar, wanneer er aanpassingen  zullen
              plaatsvinden op basis van het eerste en het tweede jaar.

9.    Asperges en hazelnoten

   a)   Asperges

      Volgens  artikel  10  van de  verordening  inzake  verwerkte produkten
      kunnen    bijzondere    maatregelen    worden   vastgesteld    om   de
      concurrentiepositie  te  verbeteren.  Om het  treffen  van  dergelijke
      maatregelen  voor asperges voor verwerking  te vergemakkelijken, wordt
      in het  kader van  dit artikel  gedurende de  eerste drie  jaar na  de
      inwerkingtreding  van  deze  maatregelen  een  forfaitaire  steun  van
      500 ecu per hectare verleend, voor maximaal 9.000 ha.

   b)   Hazelnoten

      Om de hazelnootsector  te helpen het hoofd te  bieden aan de bijzonder
      ongunstige economische  conjunctuur, wordt  een forfaitaire  steun van
      150 ecu/ton  verleend  aan  erkende   telersverenigingen  (Verordening
      nr. 1035/72) en aan  telersverenigingen die nog  zullen worden  erkend
      en  waarvoor gedurende  1997  een operationeel  programma  ten uitvoer
      wordt gelegd.

VERVOER  VAN BEPAALDE  SOORTEN VERSE  GROENTEN EN  FRUIT VAN  OORSPRONG UIT
GRIEKENLAND

-  Geldigheidsduur van de bijzondere maatregelen

De  Raad  heeft  een  politiek  akkoord  bereikt  over  een  wijziging  van
Verordening (EEG)  nr. 3438/92 tot vaststelling  van bijzondere maatregelen
voor het vervoer van bepaalde soorten verse groenten en fruit van oorsprong
uit Griekenland, teneinde de extra kosten als gevolg van de noodzaak om  om
het voormalige  Joegoslavië heen  te rijden, te  vergoeden. De  maatregelen
betreffen het vervoer per spoor, per vrachtwagen en per boot naar de andere
Lid-Staten, met uitzondering van Italië, Spanje en Portugal.

Door   deze  wijziging   wordt  de  tijdelijke   steun  aan   de  betrokken
vervoersondernemers tot en met 31 december 1996, zoals voorgesteld door het
Europees Parlement  (in plaats van  30 juni 1996 zoals voorgesteld  door de
Commissie)  verlengd, omdat  ondanks het  feit dat  de vijandigheden  in de
regio gestaakt  zijn, de vervoersomstandigheden  in bepaalde delen  van het
voormalige Joegoslavië nog zeer slecht zijn.

In deze fase van geleidelijke afschaffing belopen de kosten voor het gehele
jaar  niet meer  dan 50 %  van die  welke  vermeld zijn  in het  financieel
memorandum (4,5 miljoen ecu).

SECTOR HOP
-  Vaststelling van het bedrag van de steun voor de oogst 1995

De Raad heeft  (in het kader  van het  prijzenpakket) een politiek  akkoord
bereikt  over een verordening  waarbij aan de telers  van hop voor bepaalde
rassengroepen  een steun  moet  worden toegekend  voor  de  oogst 1995. Het
steunbedrag wordt per hectare vastgesteld en  berekend met inachtneming van
de gemiddelde financiële  opbrengsten voor de  arealen in volle  produktie,
vergeleken met de gemiddelde ontvangsten voor de voorgaande oogsten, en ook
rekening houdend met de marktsituatie en de kostenontwikkeling.

Er  wordt op  gewezen  dat  door deze  berekeningsmethode  de  voorgestelde
steunbedragen gemiddeld  15 % lager liggen dan  de steun die  was toegekend
voor de oogst 1994.

BEHEER VAN BEPAALDE TARIEFCONTINGENTEN VOOR DE INVOER VAN RIJST

De Raad  heeft met gekwalificeerde  meerderheid van stemmen  (de Italiaanse
delegatie stemde tegen en de Spaanse delegatie onthield zich) een wijziging
aangenomen  van de verordening  van de  Commissie inzake  de opening  en de
wijze  van beheer van bepaalde tariefcontingenten voor  de invoer van rijst
en breukrijst.

Zoals   bekend  heeft   de  Commissie   deze  verordening   op  5 juli 1996
vastgesteld.  Aangezien   de  maatregelen  uit   de  verordening  niet   in
overeenstemming waren met het advies van het Comité van beheer voor granen,
moet   de  Commissie   deze  maatregelen  (overeenkomstig   artikel 23  van
Verordening 92/1766/EEG) voorleggen  aan de Raad  zodat deze in  voorkomend
geval met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit
kan nemen. Neemt de Raad geen andersluidend besluit, dan worden de door  de
Commissie vastgestelde  maatregelen van kracht  binnen één maand  nadat zij
aan de Raad zijn voorgelegd.

Het doel van de verordening  is de tenuitvoerlegging door de Commissie  van
de  overeenkomsten  uit  hoofde  van  de  artikelen  XXIV.6  (ingevolge  de
toetreding van  Oostenrijk,  Finland  en  Zweden  tot  de  Unie)  en  XXIII
(ingevolge de afronding van het overleg met Thailand) van de GATT inzake de
invoer van volwitte of halfwitte rijst, gedopte rijst en breukrijst.

Volgens het akkoord over  de wijzigingen in  de verordening moet er  worden
gezocht naar  een  oplossing voor  de problemen  die de  delegaties  hebben
gesignaleerd, waarbij het vooral gaat om de  uitgebreide voorschriften voor
de verpakking van rijst en voor het beheer van de contingenten van de derde
landen,  zodat de  traditionele invoerstromen  van dit  produkt gevrijwaard
worden.

LAND- EN BOSBOUW IN BERGSTREKEN IN EUROPA
-  Oostenrijks memorandum

De Raad kreeg van de  Oostenrijkse Minister, de heer Molterer,  toelichting
over een  memorandum inzake de landbouw  in bergstreken. In  dit memorandum
wordt  een  beeld geschetst  van  de problemen  bij  de  aanpassing van  de
steunregelingen die  vóór de  toetreding in  Oostenrijk bestonden,  aan het
gemeenschappelijk landbouwbeleid ;de conclusieluidt dathet huidigelandbouw-
 en  structuurbeleid  geen bevredigende  oplossingen  kan  bieden  voor  de
problemen die zich in bergstreken voordoen.

De  overwegingen  in dit  memorandum  zijn  in hoofdzaak  gebaseerd  op  de
ervaringen  in  Oostenrijk met  de  tenuitvoerlegging van  de communautaire
wetgeving ten behoeve  van de bergstreken.  Het memorandum  legt vooral  de
nadruk op  de noodzaak  om het produktiepotentieel  en de inkomens  in deze
streken te behouden en op de rol van de land- en bosbouw in bergstreken bij
de vervulling van multifunctionele  taken. De constatering dat  de inkomens
van de  landbouwers  in deze  streken zijn  achtergebleven bij  die van  de
landbouwers in  andere  streken, wordt  gevolgd door  een aantal  op  korte
termijn te  verwezenlijken aanbevelingen en een aantal richtsnoeren voor de
lange  termijn  inzake  de  nieuwe  prioriteiten  van  het  beleid  van  de
Gemeenschap in deze regio's.

Na  de beraadslaging van de Raad verklaarde de Commissie dat het memorandum
van  de Oostenrijkse  delegatie -  evenals het  memorandum van  Italië over
hetzelfde  onderwerp  van  januari   1995  en  ieder  vergelijkbaar   ander
initiatief van de Lid-Staten  (ook Frankrijk heeft aangekondigd  binnenkort
een  memorandum  te zullen  indienen  over de  landbouw  in  bergstreken) -
uitvoerig bestudeerd zal worden door de Commissiediensten in het  kader van
de voorbereiding van  de Europese Conferentie over plattelandsontwikkeling,
die de  Commissie  in  samenwerking met  het  Voorzitterschap  in  november
aanstaande te Cork in Ierland organiseert.

GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN
-  Retributies voor het programma van herziening van werkzame stoffen

De  Raad  werd  door  de  Commissie  geïnformeerd over  de  stand  van  het
voorbereidende werk aan een voorstel  tot harmonisatie van de door  de Lid-
Staten  te heffen  retributies voor de  evaluatie van  de dossiers  over de
werkzame   stoffen   die  bestudeerd   moeten   worden   uit   hoofde   van
Richtlijn 91/414/EEG  betreffende  het  op  de  markt  brengen  van  gewas-
beschermingsmiddelen onderzocht moeten worden.

Deze  richtlijn  bepaalt  dat  een  gewasbeschermingsmiddel  slechts  wordt
toegelaten als het voldoet aan een aantal technische voorwaarden, en als de
werkzame stoffen  die het  bevat, vermeld  zijn in een  positieve lijst  in
bijlage I. Om in die lijst te worden opgenomen moet voor elke werkzame stof
een  aanvraag  worden  ingediend  bij  een  Lid-Staat.  Die  aanvraag  gaat
vergezeld van een dossier waarin wordt aangetoond  dat de werkzame stof aan
de gestelde eisen voldoet.

Bij wijze van afwijking kan een Lid-Staat voor  een periode van twaalf jaar
toestaan dat  er gewasbeschermingsmiddelen in de handel worden gebracht die
werkzame  stoffen bevatten die niet in bijlage I  voorkomen, maar twee jaar
na de datum van kennisgeving van  de richtlijn wel al op de  markt zijn. De
Commissie  heeft  al  een werkprogramma  gestart om  deze  werkzame stoffen
geleidelijk te onderzoeken.

De Raad heeft de Commissie verzocht dit voorstel met spoed in te dienen.

VETERINAIRE SECTOR
-  Harmonisatie van de gezondheidsmaatregelen ten aanzien van BSE

De Raad heeft kennis genomen van een nota van de Franse delegatie waarin de
Commissie wordt  verzocht  eventueel  door  de  Europese  Unie  te  treffen
aanvullende  maatregelen  te bestuderen  ter  preventie en  bestrijding van
boviene spongiforme encefalopathie (BSE). 

Het betreft meer in het bijzonder de toepassing van een systeem van continu
toezicht   op   besmettelijke   spongiforme   encefalopathie,   alsmede  de
verwijdering uit elke menselijke of dierlijke voedselketen van weefsels die
het pathogene agens kunnen bevatten.

De Britse delegatie steunt deze verzoeken.

Commissielid  FISCHLER  verklaarde  dat  de  aanbevelingen  van  de  Franse
delegatie  door  de   Commissie  voor  advies   zijn  voorgelegd  aan   het
Wetenschappelijk   Veterinair  Comité   en  aan   het   onlangs  ingestelde
Multidisciplinaire  Comité,  ten  einde  alle  technische  maatregelen   te
onderzoeken die nodig zijn om op wetenschappelijke basis de consumenten van
rund- en ander  vlees gerust te stellen  en hun gezondheid  doeltreffend te
beschermen. Het is zaak ten aanzien  van verschillende technische procédé's
tot een communautaire  aanpak te komen  en daarbij afzonderlijke  nationale
initiatieven te voorkomen.

Na  zijn beraadslagingen  nam  de  Raad akte  van  de  krachtlijnen die  de
Commissie  in dezen wil  volgen en  verzocht hij de  Commissie de betrokken
instanties   alle   aanvullende  maatregelen   voor   te  leggen,   die  de
wetenschappelijke comités  nodig achten om elk risico van BSE-besmetting te
voorkomen.

OVERIGE BESLUITEN

(Aangenomen  zonder debat.  In het  geval van  wetgevingsbesluiten  zijn de
tegenstemmen  en  onthoudingen vermeld.  Besluiten  die vergezeld  gaan van
verklaringen die de Raad  voor het  publiek beschikbaar heeft gesteld, zijn
aangegeven met  een asterisk ; deze  verklaringen kunnen bij  de Persdienst
worden verkregen.)

Landbouw

Diervoeding*

Ingevolge het  tijdens zijn zitting  van 20-21 mei 1996 bereikte  politieke
akkoord  heeft  de Raad  met  gekwalificeerde  meerderheid van  stemmen  de
richtlijn  betreffende  toevoegingsmiddelen  in de  diervoeding  aangenomen
(wijziging  van Richtlijn 70/524/EEG) ;  de Duitse  delegatie  stemde tegen
deze tekst.

Deze richtlijn behelst een hervorming van het vergunningsstelsel voor  deze
toevoegingsmiddelen waarmee een einde moet worden gemaakt aan de technische
en  controleproblemen  die  zich  voordoen  bij  de  tenuitvoerlegging  van
Richtlijn 70/524/EEG. 

Het hervormde vergunningsstelsel omvat :

-  een indeling van de toevoegingsmiddelen in twee categorieën ("met behulp
   van hoogwaardige technieken bereide  middelen" en "generieke middelen"),
   zodat  de vergunningen onder twee verschillende types voorwaarden kunnen
   worden afgegeven ;

-  een procedure voor  het indienen van de  dossiers door de bedrijven (via
   de Lid-Staten) bij het Permanent Comité voor diervoeders, met het oog op
   de evaluatie en toelating van de betrokken produkten door de Commissie ;

-  een specifieke  vergunning voor elk middel  via een  verordening van  de
   Commissie ;

-  de vergunningen voor de  met behulp van hoogwaardige technieken  bereide
   middelen worden beperkt tot één of meer rechtspersonen ;

-  een  verplichting additieven  na tien  jaar opnieuw  te evalueren  en er
   opnieuw een vergunning voor te verlenen ;

-  herziene bepalingen met betrekking tot het vertrouwelijk karakter van de
   gegevens die zijn vervat in de vergunningsaanvragen ;

-  intrekking   van    de   huidige   positieve   lijst,    gekoppeld   aan
   overgangsmaatregelen  om  het verder  in  de  handel  brengen  van reeds
   toegestane middelen mogelijk te  maken, met dien verstande  dat bepaalde
   categorieën opnieuw moeten worden geëvalueerd en toegestaan.

Voorts is de Raad in beginsel overeengekomen om in een latere fase tarieven
vast  te stellen  die de  Lid-Staten voor  het  afhandelen van  de dossiers
zouden aanrekenen.

Raszuivere fokrunderen*

Overeenkomstig artikel 5 van  Richtlijn 87/328/EEG betreffende de toelating
van raszuivere fokrunderen tot de voortplanting heeft de Raad  besloten het
centrum  INTERBULL  (Uppsala,  Zweden)  aan  te  wijzen  als  communautaire
referentie-instantie die  verantwoordelijk is voor de uniformisering van de
methoden voor het testen van raszuivere fokrunderen en van de evaluatie van
de testresultaten bij de toelating van raszuivere fokrunderen tot de voort-
planting.

Landbouwomrekeningskoersen*

De  Raad heeft met  gekwalificeerde meerderheid  van stemmen  een wijziging
aangenomen   van  Verordening (EG)  nr. 2990/95  tot  vaststelling  van  de
compenserende  steun   in  verband  met  aanzienlijke  verlagingen  van  de
landbouwomrekeningskoersen  in  Zweden  vóór  1 juli 1996 ;  de  Italiaanse
delegatie stemde tegen deze tekst.

De aangenomen  wijziging verlengt de  geldigheidsduur van deze  verordening
met zes  maanden en maakt het tevens mogelijk om  de Zweedse kroon - die na
1 juli 1996  opnieuw  aanzienlijk   dreigt  te  worden  gerevalueerd -   te
behandelen  als andere valuta  die zich  eerder in  vergelijkbare situaties
bevonden.  In  België,   Denemarken,  Duitsland,  Luxemburg,  Nederland  en
Oostenrijk  zijn  namelijk in  het  verleden voor  revaluaties compensaties
verleend.

Schapevlees

De Raad heeft  een verordening aangenomen  tot vaststelling  van een  extra
premie voor schapevleesproducenten in niet-probleemgebieden van Ierland en,
in het Verenigd Koninkrijk, Noord-Ierland.

Het  doel van  deze  verordening  is een  extra premie  toe  te kennen  aan
schapevleesproducenten  om in  het voorjaar  van 1995  geleden aanzienlijke
inkomensverliezen als  gevolg van uitzonderlijk  lage marktprijzen voor  de
periode  van  het jaar te  compenseren.  Deze  premie is  beperkt  tot  het
verkoopseizoen 1995. 

Agrarische probleemgebieden

De Raad heeft een wijziging aangenomen van de lijst van probleemgebieden in
Ierland in de zin van Richtlijn 75/268/EEG.

Het doel van deze wijziging is de als probleemgebieden aangemerkte gebieden
in Ierland met 128.000 hectaren uit te breiden volgens de daarvoor geldende
criteria.  Die  uitbreiding  is  met  name  nodig  om  te  zorgen  voor  de
continuïteit  van de landbouwbedrijven. Daartoe  wordt steun verleend om de
bevolkingsdichtheid te handhaven  op het minimumpeil  dat nodig  is om  het
onderhoud van die probleemgebieden vanuit milieu-oogpunt te garanderen.

Visserij

De  Raad heeft  besluiten aangenomen  waarbij het  Koninkrijk Spanje  en de
Portugese  Republiek   gemachtigd  worden   de  overeenkomsten   inzake  de
wederzijdse   visserijbetrekkingen   met  de   Republiek   Zuid-Afrika  tot
7 maart 1997 te verlengen.

Milieu

Protocollen inzake de bescherming tegen en de preventie van verontreiniging
van de Middellandse Zee (Verdrag van Barcelona)

De  Raad heeft conclusies  aangenomen betreffende de  ondertekening van het
herziene  Protocol  inzake  de bescherming  van de  Middellandse  Zee tegen
verontreiniging vanaf het land.

Het in februari door  de Commissie bij de Raad ingediende voorstel voor een
besluit  had tevens betrekking op de ondertekening  van het Protocol inzake
de  preventie  van  verontreiniging  van  de  Middellandse  Zee  door   het
grensoverschrijdend vervoer van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering
daarvan.  Omdat de  onderhandelingen over  dit tweede  Protocol  niet zover
gevorderd  zijn als  die  over  het  eerste, is  echter  besloten  de  twee
besluiten tot ondertekening afzonderlijk te behandelen.

Interne markt

In de handel brengen van natuurlijk mineraalwater

De Raad heeft, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen en na overneming
van  de  door  het  Europees  Parlement  aangenomen  amendementen  op  zijn
gemeenschappelijk  standpunt,  wijzigingen aangenomen  in de  richtlijn tot
wijziging van Richtlijn 80/777/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van
de wetgevingen  der Lid-Staten inzake  de exploitatie  en het in  de handel
brengen van  natuurlijk mineraalwater. Denemarken,  Zweden en het  Verenigd
Koninkrijk stemden tegen en Nederland onthield zich van stemming.  Het doel
van deze richtlijn is de uit 1980 daterende bepalingen aan te passen aan de
wetenschappelijke en  technische vooruitgang en  ze tevens te  stroomlijnen
naar  het model  van de  algemene gemeenschapswetgeving  op het  gebied van
levensmiddelen.

De belangrijkste aangepaste bepalingen hebben met name betrekking op : 

-  de voorwaarden  waaronder het gebruik van  met ozon  verrijkte lucht  is
   toegestaan om  instabiele bestanddelen  uit natuurlijk  mineraalwater te
   verwijderen,

-  de verplichting om met  het oog op  de voorlichting van de consument  de
   samenstelling van natuurlijk mineraalwater te vermelden,

-  de verlenging van de geldigheidsduur van de erkenning van  mineraalwater
   afkomstig uit  derde landen,  teneinde de administratieve procedures  te
   vereenvoudigen,

-  de  uitbreiding  van  de werkingssfeer  van de  richtlijn  tot  onder de
   benaming "bronwater" gebotteld mineraalwater,

-  de invoering  van een  vrijwaringsclausule die  de  Lid-Staten in  staat
   stelt  snel  te  reageren  in   geval  van  besmetting  van   natuurlijk
   mineraalwater,

-  de  instelling  van  een  procedure  voor  de  vaststelling van  sommige
   gedetailleerde bepalingen inzake natuurlijk  mineraalwater, waarbij  het
   vooral  gaat  om de  grenswaarden  voor  de  concentratie  van  bepaalde
   bestanddelen, de etikettering, de analysemethoden, enz.

Vervoer

Rijbewijs

De  Raad  heeft  met   eenparigheid  van  stemmen  en  overeenkomstig  zijn
gemeenschappelijk  standpunt van 26 februari 1996  een wijziging aangenomen
van Richtlijn  91/439/EEG betreffende het rijbewijs, die  de Lid-Staten die
zulks  wensen  de  mogelijkheid  geeft  om  een  nieuw  communautair  model
rijbewijs af te geven  in de vorm van een document  met het formaat van een
betaalkaart.  Dit  nieuwe  model  is  een  alternatief  voor  het  papieren
rijbewijs zoals omschreven in Richtlijn 91/439/EEG.

De richtlijn biedt de Lid-Staten de mogelijkheid om naast de elementen  met
betrekking tot  het rijbewijs in een aparte ruimte van het rijbewijs andere
vermeldingen op te nemen, mits de houder daarmee uitdrukkelijk akkoord gaat
en  met dien  verstande dat  de opneming  van dergelijke  vermeldingen geen
consequenties heeft voor het gebruik van het model als rijbewijs.

Bovendien is op  het nieuwe model  een aparte ruimte  gereserveerd voor  de
eventuele latere invoering in  communautair verband van een  microprocessor
of soortgelijke geïnformatiseerde apparatuur.

Interoperabiliteit van het transeuropese hoge-snelheidspoorwegsysteem

De  Raad  heeft de  richtlijn  betreffende  de interoperabiliteit  van  het
transeuropese hoge-snelheidsspoorwegsysteem aangenomen.

Het doel van deze  richtlijn, die gebaseerd is op titel XII van het Verdrag
(transeuropese netwerken), is de verwezenlijking van  de interoperabiliteit
van  het  transeuropese  systeem,  dat  wil  zeggen  dat  het  systeem  het
ononderbroken verkeer van hoge-snelheidstreinen over het grondgebied van de
Gemeenschap mogelijk maakt.

Om dat  doel  te  bereiken zijn  in  de  richtlijn de  nodige  criteria  en
procedures     voorzien    voor     de     aanneming     van     technische
interoperabiliteitsspecificaties, waarbij het vooral gaat om de structurele
subsystemen  (infrastructuur,  energie,  controle, besturing/seingeving  en
rollend materieel).

Wat de  infrastructuur betreft, moeten de hoge-snelheidslijnen het volgende
omvatten :

-  lijnen  die  speciaal  zijn  aangelegd  voor  hoge-snelheidsverkeer  met
   snelheden die gewoonlijk ten minste 250 km per uur bedragen,

-  lijnen  die  speciaal  zijn  aangepast  voor  hoge-snelheidsverkeer  met
   snelheden van circa 200 km/uur,

-  speciaal  voor hoge-snelheidsverkeer  aangepaste lijnen  met  specifieke
   kenmerken  wegens problemen in verband met de  topografie, het reliëf of
   de stedelijke  omgeving, waarvan de snelheid  van geval  tot geval  moet
   worden aangepast.

Wat  het rollend  materieel betreft,  moeten de  technologisch geavanceerde
hoge-  snelheidstreinen  zodanig  ontworpen  zijn  dat  zij  een veilig  en
ononderbroken verkeer kunnen verzorgen :

-  met  een  snelheid  van ten  minste 250 km/uur  op  speciaal  voor hoge-
   snelheidsverkeer  aangelegde lijnen,  en in passende  omstandigheden van
   meer dan 300 km/uur,

-  met een snelheid van  circa 200 km/uur op speciaal aangepaste  bestaande
   lijnen,

-  met een zo hoog mogelijke snelheid op de overige lijnen.

Vervoer van gevaarlijke goederen per spoor

De  Raad heeft  de richtlijn  betreffende de  onderlinge aanpassing  van de
wetgevingen der Lid-Staten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen  per
spoor aangenomen.

Doel  van  deze  richtlijn  is   het  vaststellen  van  strenge   nationale
veiligheidsnormen,  dat  wil  zeggen op  het niveau  van  de internationale
normen  van  het Verdrag  betreffende  het  internationale  spoorwegvervoer
(COTIF). In  de richtlijn is rekening  gehouden met de  potentiële risico's
van  het vervoer van gevaarlijke goederen per  spoor, met name gelet op het
feit dat deze goederen vaak door stedelijke gebieden vervoerd worden en dat
zich ongevallen kunnen voordoen bij manoeuvres op rangeerstations, die zich
veelal in stadscentra bevinden.

Voorts voorziet de tekst met het oog op  de geleidelijke ontsluiting van de
markt  voor het  vervoer per spoor  in een  stelsel van  uniforme nationale
veiligheidsvoorschriften   waardoor   concurrentiedistorsies   tussen    de
verschillende  takken  van het  vervoer  van gevaarlijke  goederen vermeden
kunnen worden.

De richtlijn voorziet  in de mogelijkheid van stringentere  bepalingen voor
het vervoer van  gevaarlijke goederen via  de Kanaaltunnel  of tunnels  met
vergelijkbare kenmerken, zoals op grond van de thans beschikbare informatie
geval  zal zijn  voor de  Storebaelt-tunnel in  Denemarken en  de Oeresund-
tunnel tussen Denemarken en Zweden.

Binnenvaart

De Raad  heeft de richtlijn aangenomen  betreffende de harmonisatie  van de
voorwaarden    voor   de   afgifte   van    nationale   vaarbewijzen   voor
binnenvaartuigen  welke  bij  het   goederen-  en  personenvervoer  in   de
Gemeenschap gebruikt worden.

Deze  richtlijn  sluit aan  bij  Richtlijn 91/672/EEG  van 16 december 1991
inzake de  wederzijdse erkenning  van  de nationale  vaarbewijzen voor  het
besturen  van  schepen   in  het  goederen-  en   personenvervoer  over  de
binnenwateren. De richtlijn voorziet in  één enkel nationaal vaarbewijs dat
op  basis  van geharmoniseerde  voorwaarden wordt  afgegeven, in  de gehele
Gemeenschap hetzelfde model  heeft en door de Lid-Staten  wederzijds erkend
wordt.

Externe betrekkingen

Bijzondere  regeling  voor  bijstand  ten  behoeve  van  traditionele  ACS-
leveranciers van bananen

De Raad heeft formeel een wijziging aangenomen  van Verordening nr. 2686/94
tot instelling  van een bijzondere regeling  voor bijstand ten  behoeve van
traditionele ACS-leveranciers van bananen.

Bij  deze  nieuwe  verordening   wordt  Verordening  nr. 2686/94,  die   op
28 februari 1996 is vervallen, verlengd tot 31 december 1996.

De  traditionele  ACS-leveranciers  van   bananen  zijn  Belize,  Kameroen,
Kaapverdië, Ivoorkust, Dominica, Granada, Jamaica, Madagascar, Santa-Lucia,
Sint-Vincent en de Grenadinen, Somalië en Suriname.

Samenwerkingsovereenkomst   met  de  Democratische  Volksrepubliek  Laos  -
onderhandelingsrichtsnoeren

De  Raad  heeft   de  onderhandelingsrichtsnoeren  aangenomen   waarbij  de
Commissie   wordt   gemachtigd  onderhandelingen   te   voeren   over   een
samenwerkingsovereenkomst met de Democratische Volksrepubliek Laos.

Het betreft  een niet-preferentiële overeenkomst  tot vaststelling van  het
kader  van  de   bilaterale  betrekkingen  tussen  de  Gemeenschap   en  de
Democratische Volksrepubliek Laos. De overeenkomst zal betrekking hebben op
handel en samenwerking, een  aantal prioriteiten vaststellen en voorzien in
een evaluatie van de tenuitvoerlegging door een gemengde commissie. Zij zal
geen financieel protocol omvatten.

Samenwerkingsovereenkomst     met     het     Koninkrijk     Kambodja     -
onderhandelingsrichtsnoeren

De  Raad   heeft  de  onderhandelingsrichtsnoeren   aangenomen  waarbij  de
Commissie   wordt  gemachtigd   onderhandelingen   te   voeren   over   een
samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese  Gemeenschap en het Koninkrijk
Kambodja.

Het betreft  een niet-preferentiële overeenkomst  tot vaststelling van  het
kader van de bilaterale betrekkingen tussen de Gemeenschap en  Kambodja. De
overeenkomst zal betrekking  hebben op handel  en samenwerking, een  aantal
prioriteiten   vaststellen   en  voorzien   in   een   evaluatie   van   de
tenuitvoerlegging  door  een gemengde  commissie.  Zij zal  geen financieel
protocol omvatten.

MEDA

Ingevolge  het politieke akkoord van 15 juni 1996 heeft  de Raad formeel de
verordening  aangenomen  inzake financiële  en  technische maatregelen  ter
ondersteuning  van  de hervorming  van  de economische  en maatschappelijke
structuren  in  het  kader  van  het  Euromediterrane  partnerschap  (MEDA-
verordening), zie Mededeling aan de Pers nr. 8931/96 (Presse 208) van 15/16
juli 1996 (blz. 10).

Antidumping : polyestervezels

-  van oorsprong uit India en Korea

   De  Raad   heeft  de  verordening  (EG)  aangenomen  tot  wijziging  van
   Verordening  (EEG)  nr. 54/93  van   de  Raad  tot  instelling  van  een
   definitief anti-dumpingrecht  op de  invoer van synthetische vezels  van
   polyester van oorsprong uit India en de Republiek Korea. 

   Ingevolge het nieuwe onderzoek dat de Commissie heeft ingesteld naar het
   geval van het  bedrijf Bongaigaon  Refinery and Petrochemicals  Ltd., is
   bij deze  verordening een  anti-dumpingrecht ingesteld dat 13 %  beloopt
   van de netto-prijs van  de invoer van dit bedrijf, dat met terugwerkende
   kracht wordt geheven op de datum van inleiding van het nieuwe onderzoek.

-  van oorsprong uit Wit-Rusland

   De  Raad heeft  de verordening  (EG) aangenomen  tot instelling  van een
   definitief anti-dumpingrecht op de invoer  van polyesterstapelvezels van
   oorsprong uit  Wit-Rusland  en  definitieve  inning van  het  ingestelde
   voorlopige recht.

   De hoogte van dit recht bedraagt 43,25 % van de netto-prijs franco grens
   Gemeenschap, vóór inklaring.

Justitie en Binnenlandse Zaken

Europol-overeenkomst - rol van het Hof van Justitie

Ingevolge de conclusies van  de Europese Raad van  Florence van 21/22  juni
heeft de Raad  de akte aangenomen tot opstelling, op  grond van artikel K.3
van het Verdrag betreffende de Europese Unie, van het  Protocol betreffende
de prejudiciële  uitlegging,  door het  Hof van  Justitie van  de  Europese
Gemeenschappen,  van  de  overeenkomst  tot  oprichting  van  een  Europese
politiedienst.

Het protocol  zal op 24 juli door  de Permanente Vertegenwoordigers  van de
Lid-Staten te Brussel ondertekend worden.

Europees jaar tegen het racisme

De  Raad en de  vertegenwoordigers van de Regeringen  van de Lid-Staten, in
het kader van de Raad bijeen, hebben formeel de resolutie over het Europees
jaar tegen  racisme (1997) aangenomen. De  tekst van deze  resolutie was al
gepubliceerd  in de  Mededeling aan  de Pers  nr. 7529/96 (Presse  152) van
3 juni 1996.

[1]   Met  dien verstande dat het  mogelijk is dat een  Lid-Staat geen enkel
      gebied aanwijst.

***

Side Bar