Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT PT EL

De Regeringen van de  Lid-Staten en de  Europese Commissie waren als  volgt
vertegenwoordigd :

Voor België :
de heer Philippe de SCHOUTHEETE
DE TERVARENT                             Ambassadeur,            Permanent
                                         Vertegenwoordiger

Voor Denemarken :
de heer Bjørn WESTH                      Minister van Justitie

Voor Duitsland :
de heer Manfred KANTHER                  Minister van Binnenlandse Zaken
de heer Rainer FUNKE                     Parlementair Staatssecretaris van
                                         Justitie
de heer Kurt SCHELTER                    Staatssecretaris van Binnenlandse
                                         Zaken
de heer Hartmut WROCKLAGE                Senator  voor  Binnenlandse Zaken
                                         van Hamburg

Voor Griekenland :
de heer Evangelos VENIZELOS              Minister van Justitie
de heer Konstantinos GEITONAS            Minister van Openbare Orde

Voor Spanje :
de heer Jaime MAYOR OREJA                Minister van Binnenlandse Zaken
mevrouw Margarita MARISCAL DE GANTE      Minister van Justitie

Voor Frankrijk :
de heer Jacques TOUBON                   Grootzegelbewaarder, Minister van
                                         Justitie
de heer Jean-Louis DEBRE                 Minister van Binnenlandse Zaken

Voor Ierland :
mevrouw Nora OWEN                        Minister van Justitie

Voor Italië :
de heer Giorgio NAPOLITANO               Minister van Binnenlandse Zaken
de heer Giovanni Maria FLICK             Minister van Justitie

Voor Luxemburg :
de heer Marc FISCHBACH                   Minister van Justitie

Voor Nederland :
de heer Hans DIJKSTAL                    Minister van Binnenlandse Zaken

Voor Oostenrijk :
de heer Caspar EINEM                     Minister van Binnenlandse Zaken
de heer Nikolaus MICHALEK                Minister van Justitie

Voor Portugal :
de heer Alberto COSTA                    Minister van Binnenlandse Zaken
de heer José VERA JARDIM                 Minister van Justitie

Voor Finland :
de heer Jan-Erik ENESTAM                 Minister van Binnenlandse Zaken
mevrouw Kirsti RISSANEN                  Staatssecretaris van Justitie

Voor Zweden :
mevrouw Laila FREIVALDS                  Minister van Justitie
de heer Pierre SCHORI                    Vice-Minister   van  Buitenlandse
                                         Zaken

Voor het Verenigd Koninkrijk :
de heer Michael HOWARD                   Minister van Binnenlandse Zaken

Voor de Commissie :
mevrouw Anita GRADIN                     Lid
de heer Mario MONTI                      Lid

OVEREENKOMST   BETREFFENDE  DE   OVERSCHRIJDING   DOOR  PERSONEN   VAN   DE
BUITENGRENZEN VAN DE LID-STATEN VAN DE EUROPESE UNIE

De  Raad heeft nota genomen  van de stand van  de werkzaamheden ten aanzien
van  de  ontwerp-overeenkomst betreffende  de overschrijding  door personen
van de buitengrenzen van de Lid-Staten van de Europese Unie.

Tijdens een korte  gedachtenwisseling wezen de Ministers  op het belang van
deze   overeenkomst  voor  de  totstandkoming  van  een  gemeenschappelijke
Europese  ruimte met  vrij verkeer,  met name  voor wat  de veiligheids- en
integratie-aspecten betreft.

In dat verband  lichtte de Portugese  Minister de specifieke problemen  toe
waarmee zijn land te kampen heeft bij  de voortzetting van de werkzaamheden
aangaande deze overeenkomst wegens de kwestie Oost-Timor.

Na  deze  bespreking  concludeerde  het  Voorzitterschap  dat er  snel  een
oplossing moet worden  gevonden voor de twee  hoofdproblemen in verband met
de  territoriale toepassing van de overeenkomst (artikel 30 van de ontwerp-
tekst) en  de rol  van het  Hof van Justitie  (artikel 29  van de  ontwerp-
tekst).

VRIJ VERKEER VAN PERSONEN

Ingevolge  de besprekingen  in de  Raad  Interne Markt  van 28  mei  en het
verzoek dat  met name de Franse  delegatie toen  had gedaan, heeft  de Raad
enkele aspecten aan  de orde gesteld  van de drie richtlijnvoorstellen  van
de Commissie van 24 augustus 1995 die gericht zijn op resp.

-  de afschaffing van de controles op personen aan de binnengrenzen,

-  de wijziging  van het afgeleide recht betreffende  het vrije verkeer van
   werknemers en hun  familie alsmede het  vrij verrichten van  diensten en
   het recht van vestiging,

-  het recht van onderdanen van derde  landen om binnen de Gemeenschap vrij
   te reizen.

In  verband daarmee nam de  Raad nota van  de verklaringen van verscheidene
delegaties  die  er met  name  op wezen  dat,  naast het  nastreven  van de
doelstelling  het vrije  verkeer  van personen  binnen  de Gemeenschap  tot
stand  te  brengen,  deze  voorstellen  betrekking  hebben  op  belangrijke
vraagstukken  van immigratie  en interne  veiligheid. Erkend  werd dat deze
aspecten evenals  de  begeleidende  maatregelen waarvan  de  daadwerkelijke
opheffing van de  controles aan de  binnengrenzen afhangt, vallen onder  de
derde pijler.  Een delegatie herhaalde dat zij in  beginsel gekant is tegen
de door  de Commissie gevolgde aanpak,  zonder evenwel een zekere  mate van
samenwerking op dit gebied tussen de  Lid-Staten in het kader van de  derde
pijler uit te sluiten.

Harerzijds  wees de Commissie erop dat zij haar voorstellen ongewijzigd zal
handhaven zolang het Europees Parlement geen advies  heeft uitgebracht. Dat
advies wordt in juli verwacht.

Ter   conclusie   droeg   de   Voorzitter   het   Comité   van   Permanente
Vertegenwoordigers op de  behandeling van deze voorstellen voort  te zetten
zodat  de  besprekingen  later  in  de  Raad  (Interne   Markt/Justitie  en
Binnenlandse Zaken) kunnen worden hervat.

BESTRIJDING VAN DE ILLEGALE TEWERKSTELLING VAN ONDERDANEN VAN DERDE STATEN

Het Voorzitterschap  constateerde dat  geen enkele  delegatie moeite  heeft
met  de  inhoud van  de  ontwerp-aanbeveling inzake  de bestrijding  van de
illegale tewerkstelling van onderdanen van derde Staten (zie Bijlage I).

Het Verenigd Koninkrijk  wees erop dat het vooralsnog niet akkoord kan gaan
met  de  tekst wegens  zijn  algemene obstructie  van met  eenparigheid van
stemmen te nemen besluiten in verband met de BSE-problematiek.

Het  Voorzitterschap  sprak   de  hoop  uit   dat  de   ontwerp-aanbeveling
binnenkort kan worden  aangenomen wanneer  het voorbehoud van  het Verenigd
Koninkrijk  is  ingetrokken  en   de  tekst  juridisch  en   taalkundig  is
bijgewerkt.

De  ontwerp-aanbeveling  is  gericht  op  de bestrijding  van  de  illegale
tewerkstelling  van  onderdanen  van  derde  Staten  in  het  kader van  de
versterking van de  samenwerking tussen de Lid-Staten op het gebied van het
immigratiebeleid.

Aangezien  gestreden moet  worden  tegen de  uitbuiting van  onderdanen van
derde  landen  en   tegen  illegale  tewerkstelling,   bevat  de   ontwerp-
aanbeveling  onder meer  bepalingen  inzake de  werkvergunning  waarover de
onderdanen  van derde landen moeten beschikken en  over de sancties voor de
werkgevers  die  werknemers  zonder werkvergunning  in  dienst  nemen. Deze
strafrechtelijke   en/of   administratieve  sancties   moeten   conform  de
bepalingen van de  wetgeving van de betrokken  Lid-Staat niet alleen gelden
voor  mensen  die  illegale  werknemers  in  dienst  nemen,  maar ook  voor
diegenen die de  illegale tewerkstelling bevorderen, vergemakkelijken of in
de hand werken (bijvoorbeeld clandestiene handel in arbeidskrachten).

De ontwerp-aanbeveling voorziet  eveneens in coördinatie  van de  betrokken
controle-instanties,  met  name  door  de  voorbereiding  van  gezamenlijke
acties,  en   in   de  uitwisseling   van  informatie   over  de   illegale
tewerkstelling van onderdanen van derde landen.

EURODAC

De  Raad  nam  nota van  de  stand  van de  besprekingen  over  de ontwerp-
overeenkomst betreffende  de oprichting  van het  systeem van  uitwisseling
van  vingerafdrukken  van  asielzoekers op  Europees  niveau  (EURODAC) ter
identificatie van asielzoekers.

Er zij op gewezen  dat dit systeem voor de uitwisseling van vingerafdrukken
noodzakelijk  is  voor   de  doeltreffende   toepassing  van  de   in  1990
ondertekende Overeenkomst  van Dublin  betreffende de  vaststelling van  de
Staat die  verantwoordelijk is  voor de behandeling  van een  asielverzoek.
Die  Overeenkomst zou  binnenkort  in werking  moeten  treden : Ierland  en
Nederland moeten de tekst nog bekrachtigen.

Door  de   invoering  van   zo'n  systeem   zou  de   behandeling  van   de
asielverzoeken   kunnen  worden   versneld   omdat  het   mogelijk   is  de
asielzoekers door hun vingerafdrukken te identificeren.

De  Overeenkomst die thans wordt opgesteld moet de rechtsgrondslag voor het
systeem  bieden en meer bepaald een  aantal juridische kwesties omschrijven
die zich op dat gebied voordoen  (definities, gegevensbescherming, recht op
informatie, enz.).

De besprekingen  over de  technische specificaties  van het  systeem en  de
juridische problemen zullen  zodanig worden voortgezet dat  de Raad zich in
een volgende zitting  definitief kan uitspreken  over de  tenuitvoerlegging
van het systeem.

EDE /EUROPOL - ONTWERP-BEGROTING VOOR 1997

De  Raad  behandelde  de  begroting  van  EDE/EUROPOL  die  in 1995  nieuwe
bevoegdheden heeft  gekregen (handel  in gestolen  voertuigen, vervoer  van
kernmateriaal, clandestiene immigratie)  en thans ook  het grondgebied  van
de drie nieuwe Lid-Staten beslaat.

Overeengekomen is  dat  de  begroting  1997,  die vóór  1  juli  aanstaande
formeel  moet worden goedgekeurd, met 12 % zal worden verhoogd ten opzichte
van  de begroting 1996  die 5 miljoen ecu bedroeg. Er  is echter nog altijd
een algemeen voorbehoud  van het Verenigd Koninkrijk in  het kader van zijn
obstructie van de  met eenparigheid te  nemen besluiten  in verband met  de
BSE-problematiek.

De Raad  nam nota  van een  door deskundigen  van de  Lid-Staten en  van de
Commissie opgesteld verslag  over het computersysteem dat  nodig is voor de
werking van Europol.  Het besluit  over de  financieringsbehoeften van  dit
systeem  zal worden  genomen nadat  de  Raadsinstanties dit  verslag hebben
bestudeerd.

AANLEGGEN  EN BIJHOUDEN VAN EEN REPERTORIUM VOOR BEKWAAMHEDEN OP HET GEBIED
VAN TERRORISMEBESTRIJDING TEN  EINDE DE SAMENWERKING  TUSSEN DE  LID-STATEN
OP DIT GEBIED TE VERGEMAKKELIJKEN

Het Voorzitterschap  constateerde dat  geen enkele  delegatie moeite  heeft
met  de inhoud van  het ontwerp  van gemeenschappelijk  optreden inzake het
aanleggen  en bijhouden van een repertorium voor bekwaamheden op het gebied
van   terrorismebestrijding    ten   einde    de   samenwerking    bij   de
terrorismebestrijding tussen de Lid-Staten te vergemakkelijken.

Het Verenigd Koninkrijk wees erop dat het vooralsnog niet akkoord  kan gaan
met de tekst wegens  zijn algemene obstructie  van de met eenparigheid  van
stemmen te nemen besluiten in verband met de BSE-problematiek.

Dit  gemeenschappelijk   optreden   zal  worden   aangenomen  wanneer   dit
voorbehoud  is ingetrokken en de  juridische en taalkundige tekstbijwerking
klaar is.

Het  ontwerp bepaalt dat  het Verenigd  Koninkrijk - dat  het denkbeeld van
zo'n repertorium had  geopperd - voor een beginperiode  van één jaar belast
wordt  met  het  bijhouden  en  verspreiden  van  een  repertorium over  de
gebieden van  gespecialiseerde kennis  of expertise  op het  gebied van  de
terrorismebestrijding. Vervolgens zal  deze taak worden overgenomen door de
Lid-Staat die het Voorzitterschap van de EU waarneemt.

Elke Lid-Staat zou  in het repertorium iedere gespecialiseerde bevoegdheid,
kennis of  expertise laten opnemen die hij heeft opgedaan op het gebied van
de  terrorismebestrijding en  die zijns  inziens  ter beschikking  van alle
Lid-Staten moet worden  gesteld. In deze bijdragen  zullen ook de nationale
contactpunten worden vermeld.

DEELNEMING VAN DE EUROPESE UNIE AAN DE ILEA

De Raad hield  een gedachtenwisseling over  de mogelijke deelneming van  de
Europese Unie aan  de ILEA (International  Law Enforcement Academy) die  in
1995  te  Boedapest is  opgericht  door  de  FBI  in  samenwerking  met  de
Hongaarse Regering. Deze internationale politie-academie organiseert  ieder
jaar  cursussen  voor politieagenten  van  de landen  van Midden-  en Oost-
Europa ; gestreefd wordt naar de opleiding van 150 politiemensen per jaar.

Sommige  delegaties vonden  dat  de  Unie  vanaf  het  begin,  net  als  de
Verenigde Staten  zou kunnen deelnemen ; andere  delegaties waren  voor een
etappegewijze  aanpak zoals het  Voorzitterschap voorstelt. Deze delegaties
wezen erop  dat de deelneming  past in het  kader van ten  eerste de acties
die  vallen onder de  transatlantische dialoog  met de  Verenigde Staten en
ten tweede  de versterking van de  samenwerking met de  LMOE op JBZ-gebied.
Een  delegatie  was  gekant tegen  iedere  deelneming van  de  EU  aan deze
internationale politieacademie.

Ondanks de inspanningen  van het Voorzitterschap  kon de Raad geen  unaniem
akkoord  over de  deelneming  van de  EU  aan deze  academie bereiken.  Het
Voorzitterschap  concludeerde dat er meer tijd nodig is voor de behandeling
van  dit  dossier en  meer  bepaald  voor  de nadere  omschrijving  van  de
voorwaarden  voor  eventuele  deelneming  en  zelfs  het opzetten  van  een
alternatief,  zulks ten  einde te  zorgen voor  het succes  van de politie-
opleiding in het belang van de LMOE.

BETREKKINGEN MET DERDE LANDEN

-  GESTRUCTUREERDE DIALOOG MET DE LMOE

De  Raad nam nota van  de stand van de  besprekingen over het werkprogramma
dat  in  de  gezamenlijke  vergadering  van  20  maart  jl.  met  de   LMOE
overeengekomen was en waarin  vijf prioritaire samenwerkingsgebieden  waren
vastgesteld :  drugs,  asiel,   grenscontroles,  justitiële  en   politiële
samenwerking. De  Raad  besloot  dat  de werkzaamheden  tijdens  het  Ierse
Voorzitterschap toegespitst zullen worden op de drugsproblematiek.

In het  kader van  deze samenwerking  hebben reeds verscheidene  specifieke
vergaderingen met de LMOE plaatsgevonden.

Een  van  de   belangrijkste  aspecten  van  de  tenuitvoerlegging  van  de
samenwerking  op  JBZ-gebied is  de  wederzijds  kennis van  het  wetgevend
acquis van de EU en  van de LMOE. In dat verband zijn vragenlijsten naar de
LMOE gestuurd met  het oog op de analyse  van de stand van  hun wetgevingen
op JBZ-gebied.  Binnenkort zal documentatie  over het acquis  van de  EU op
dit gebied ter beschikking van de LMOE worden gesteld.

Commissielid GRADIN  informeerde de  Ministers over  de vorderingen  van de
JBZ-projecten die  in het  kader van  het PHARE-programma  reeds van  start
zijn gegaan.  In dat  verband wees  zij er  met name op  dat doublures  met
reeds door de Lid-Staten ondernomen acties moeten worden vermeden.

-  LATIJNS-AMERIKA EN CARIBISCH GEBIED

De  Raad nam eveneens nota van een ontwerp-verslag over de drugsbestrijding
in Latijns-Amerika en het  Caribisch gebied, dat op verzoek van de Europese
Raad van Madrid door de Commissie en de Raadsinstanties is opgesteld.

In dit  verslag worden  eerst de  situaties in  de verschillende  betrokken
regio's, alsmede de  bestaande samenwerkingsmechanismen behandeld en  wordt
voorts gewezen  op de lacunes in  de huidige regelingen.  Het verslag bevat
voorstellen voor concrete  samenwerkingsacties met het Caribisch gebied, in
het licht van een missie van deskundigen naar het Caribisch  gebied, in het
licht  die heeft  plaatsgevonden  onder  auspiciën  van  de  Commissie.  De
voorstellen betreffende de samenwerkingsmechanismen en  die inzake Latijns-
Amerika moeten nog worden bijgesteld vóór de Europese Raad van Dublin.

VASTSTELLING  VAN  DE   PRIORITEITEN  BIJ  DE  SAMENWERKING  OP  JBZ-GEBIED
GEDURENDE DE KOMENDE TWEE JAAR

Het Voorzitterschap  constateerde dat  geen enkele  delegatie moeite  heeft
met  de  inhoud  van  de  ontwerp-resolutie  houdende  vaststelling  van de
prioriteiten  bij   de  samenwerking   op  het  gebied   van  Justitie   en
Binnenlandse  Zaken gedurende  de periode 1  juli 1996  tot en  met 30 juni
1998 (zie Bijlage II).

Het Verenigd  Koninkrijk wees erop dat het vooralsnog niet akkoord kan gaan
met de tekst  wegens zijn algemene obstructie  van de met  eenparigheid van
stemmen te nemen besluiten in verband met de BSE-problematiek.

De resolutie zal  worden aangenomen wanneer dit  voorbehoud is  ingetrokken
en de juridische/taalkundige bijwerking van de tekst klaar is.

FINANCIERING VAN TITEL VI

De Raad stelde -  op verzoek van  de Nederlandse delegatie - de  onbesliste
vraagstukken  aan  de orde  in  verband met  de  financiering  van de  JBZ-
maatregelen, met name uit hoofde van het begrotingsjaar 1996.

De Raad  dient een besluit  te nemen  over de toewijzing  van de  kredieten
voor 1996,  te weten  14,4 miljoen ecu, waarvan  9,25 miljoen ecu door  het
Europees Parlement in de reserve zijn geplaatst.

Er zij  aan herinnerd dat het  Europees Parlement een aantal  verzoeken had
gedaan  om  versnippering  van  deze  kredieten  te  vermijden  en dat  het
7,45 miljoen ecu voor EDE/Europol heeft uitgetrokken.

De  Commissie  kondigde  aan   dat  zij  twee  programma's   zal  indienen,
"Sherlock"  (strijd tegen  valse  documenten) en  "Grotius"  (opleiding van
magistraten), en een  programma op het gebied  van asiel en immigratie  zal
opstellen.  Deze programma's moeten bij de verdeling van deze kredieten ook
in aanmerking worden genomen.

Voorts moet  de Raad  nog een  formeel besluit nemen  over het  aangaan van
nieuwe   verplichtingen  voor  de   niet-gebruikte  kredieten   van  1995 -
1.369.000 ecu die naar 1996 zijn overgebracht.

Tot  slot gaf de Raad het Comité van Permanente Vertegenwoordigers opdracht
voor deze vraagstukken een oplossing te zoeken.

ROL VAN  HET HOF  VAN JUSTITIE -  EUROPOL-OVEREENKOMST EN  ANDERE ONDER  DE
DERDE PIJLER VALLENDE OVEREENKOMSTEN

De Raad constateerde dat hij nog  steeds geen oplossing kon vinden voor het
probleem van de  bevoegdheid die in  het kader van de  Europol-Overeenkomst
aan  het Hof van  Justitie moet  worden toegekend.  Het Verenigd Koninkrijk
wees  erop dat het  vooralsnog geen standpunt kan  innemen, met name wegens
zijn  algemene  obstructie van  de  met eenparigheid  van stemmen  te nemen
besluiten in verband met de BSE-problematiek.

Bijgevolg besloot  de Raad deze kwestie onder de aandacht te brengen van de
Europese Raad van Florence, gezien  de conclusies van de Europese Raad  van
Cannes waarin overeengekomen  was deze kwestie uiterlijk  in de zitting van
juni 1996 te regelen.

De  delegaties   van  de   Benelux  en   van  Duitsland   wensten  dat   de
beraadslagingen van de  Europese Raad daarover  eveneens betrekking  hebben
op de  rol van het Hof ten  aanzien van de Overeenkomst  inzake het gebruik
van  informatica   op  douanegebied   en  de   Overeenkomst  aangaande   de
bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen.

ONTWERP-OVEREENKOMST  INZAKE VERBETERING VAN DE  UITLEVERING TUSSEN DE LID-
STATEN VAN DE EUROPESE UNIE

De  Raad hield een uitvoerige discussie over de kernvraagstukken in verband
met de ontwerp-overeenkomst  inzake verbetering van  de uitlevering  tussen
de  Lid-Staten van  de Europese Unie.  Die ontwerp-overeenkomst  zou gelden
voor alle uitleveringsprocedures.

Er  zij aan  herinnerd  dat er  in  maart 1995  reeds  een overeenkomst  is
ondertekend  aangaande  verkorte  procedures  tot  uitlevering, die  alleen
gelden wanneer de uit te leveren persoon daarmee instemt.

Omtrent   een   van   de  bovengenoemde   kernvraagstukken,   namelijk   de
mogelijkheid af te wijken van  het beginsel van de dubbele strafbaarheid in
het   kader   van    een   uitleveringsprocedure,   heeft   de   Raad   een
compromisvoorstel  van de Franse delegatie  ontvangen waarbij de Lid-Staten
wier wettelijk systeem  deze afwijkingsmogelijkheid niet  kent, zich  ertoe
zouden  verbinden  in   hun  wetgeving  de   strafbaarheid  van   criminele
verenigingen op  te nemen. Daardoor  zou worden  voorkomen dat  uitlevering
kan worden  geweigerd ingeval de beoogde  strafbaarheid in de Staat  die om
uitlevering  verzoekt  niet dezelfde  is  als in  de aangezochte  Staat. De
delegaties  spraken   zich  over   het  algemeen  positief   uit  over  dit
compromisvoorstel,  waarvan de  technische  aspecten nog  wel  nader moeten
worden bezien.

In dit verband  zij erop gewezen dat  er voor de feiten - in de  zin van de
artikelen  1 en 2  van het Europees Verdrag  tot bestrijding van terrorisme
van  1977 -  die in  de  twee landen  (verzoekend en  aangezocht  land) als
terroristisch worden beschouwd en  op dezelfde manier strafbaar zijn, reeds
een akkoord bestaat van  alle delegaties om in deze gevallen uitlevering om
politieke redenen niet meer te weigeren.

De tweede fundamentele  kwestie betreft het constitutionele probleem dat in
Portugal  bestaat - dat nog  eens sterker  tot uitdrukking  is gekomen door
het  recente  arrest  van  zijn  constitutionele  Hof -   dat  inhoudt  dat
Portugal,  dat geen  straffen  kent die  levenslange  vrijheidsbeneming met
zich brengen, in de onmogelijkheid verkeert uit  te leveren voor een delict
waarvoor in het verzoekende  land een straf of veiligheidsmaatregel bestaat
die levenslange vrijheidsbeneming  met zich brengen. In  dat verband nam de
Raad er  nota van  dat de  Portugese delegatie bereid  is een  oplossing te
bestuderen  als zij  daarbij  de  verzekering  krijgt dat  de  uitgeleverde
persoon in het verzoekende land geen levenslang riskeert.

Tenslotte constateerde  de Raad dat  er ten aanzien van  de uitlevering van
onderdanen een  akkoord is  bereikt over  de gemeenschappelijke  verklaring
van Denemarken, Finland  en Zweden over het  begrip onderdanen. Volgens die
verklaring zijn deze  Staten bereid personen uit  te leveren die woonachtig
zijn op  hun grondgebied en die  geen onderdanen zijn van  een van die Lid-
Staten  of  van  een  ander Noords  land.  Voorts  was  men  er voor,  deze
gemeenschappelijke verklaring aan  de Overeenkomst te hechten  samen met de
andere verklaringen  die de Lid-Staten hebben afgelegd in het kader van het
Europees Verdrag  betreffende uitlevering van  1957 met betrekking tot  het
begrip  "onderdanen".  Hierdoor zou  een  akkoord over  de  uitlevering van
onderdanen kunnen worden bereikt.

Omdat  uit de besprekingen is gebleken dat er aanmerkelijke vooruitgang kan
worden geboekt met deze belangrijke overeenkomst,  deed de Franse delegatie
- in een  streven om het goede klimaat van  dat moment vast te houden - het
verzoek  om snel een speciale zitting  van de Raad Justitie en Binnenlandse
Zaken te houden die hoofdzakelijk aan deze tekst wordt gewijd.
BESTRIJDING VAN FRAUDE EN CORRUPTIE

-  OVEREENKOMST  TER BESTRIJDING  VAN CORRUPTIE  WAARBIJ AMBTENAREN  VAN DE
   EUROPESE  GEMEENSCHAPPEN  EN VAN  DE  LID-STATEN  VAN  DE EUROPESE  UNIE
   BETROKKEN ZIJN

De Raad bereikte  een beginselakkoord over de tekst van de overeenkomst ter
bestrijding   van   corruptie    waarbij   ambtenaren   van   de   Europese
Gemeenschappen en van  de Lid-Staten van  de Europese Unie betrokken  zijn,
met uitzondering van de definitie van de rol van  het Hof van Justitie, een
horizontaal probleem  in JBZ-verband.  Hierbij maakte  de Britse  delegatie
eveneens  een algemeen voorbehoud in  het kader van zijn  boycot van de met
eenparigheid  van  stemmen  te  nemen  besluiten  in  verband  met de  BSE-
problematiek.

Deze ontwerp-overeenkomst  betreft corruptie  in het  algemeen en  dus niet
alleen corruptie ten  nadele van de  begroting van de Gemeenschappen,  maar
ook  corruptie ten nadele  van de begroting  van één  enkele Lid-Staat. Het
toepassingsgebied  gaat  dus   verder  dan  het  eerste  protocol   bij  de
Overeenkomst  aangaande de  bescherming van  de financiële  belangen van de
Europese  Gemeenschappen,  dat  betrekking  heeft  op  de  bestrijding  van
actieve   of  passieve   corruptie  waarbij   communautaire   of  nationale
ambtenaren of  leden van  de communautaire instellingen  betrokken zijn  en
die schade doet  aan de financiële belangen  van de Gemeenschappen.  Er zij
aan  herinnerd dat  in  december  jl. door  de  Ministers een  akkoord  was
bereikt over  dit eerste  protocol en  dat het  Europees Parlement  onlangs
advies  heeft  uitgebracht.  De Raad  zou  dit  eerste  Protocol binnenkort
formeel moeten aannemen.

-  2e PROTOCOL BETREFFENDE DE BESCHERMING VAN DE FINANCIÕLE BELANGEN VAN DE
   EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

De Raad  heeft een verslag ontvangen over de stand van de besprekingen over
het  ontwerp van  een  tweede  protocol bij  de  Overeenkomst aangaande  de
bescherming  van de  financiële  belangen van  de  Europese Gemeenschappen.
Hierin wordt de nadruk gelegd op de  aanzienlijke vooruitgang die reeds met
de opstelling van het ontwerp is geboekt.

Doel van het  ontwerp-protocol is met  name een vorm van  aansprakelijkheid
van rechtspersonen  tot stand  te brengen,  hetzij strafrechtelijk,  hetzij
anderszins, en te  voorzien in de  strafbaarstelling van het witwassen  van
geld.

ONTWERP-VERDRAG  INZAKE DE BETEKENING EN  DE KENNISGEVING  IN DE LID-STATEN
VAN DE EUROPESE  UNIE VAN GERECHTELIJKE EN  BUITENGERECHTELIJKE STUKKEN  IN
BURGERLIJKE EN IN HANDELSZAKEN

De  Ministers  hielden een  discussie  over het  ontwerp-verdrag  inzake de
betekening  en de kennisgeving  in de  Lid-Staten van de  Europese Unie van
gerechtelijke  en   buitengerechtelijke  stukken  in   burgerlijke  en   in
handelszaken.

Doel  van  dat  ontwerp  is  de  vereenvoudiging  en  bespoediging  van  de
betekenings-  en kennisgevingsprocedures  van  stukken - die  thans  vallen
onder het Verdrag van  's Gravenhage van 1965 - door de  uitwerking van een
modern transmissiesysteem.

De Ministers bogen zich meer bepaald over de volgende vier punten :

-  de  decentralisatie  van het  systeem  voor de  verzending  van stukken,
   zonder via de centrale autoriteiten te gaan (normaliter de Ministers van
   Justitie of van Buitenlandse Zaken),
-  de verzendingsdrager, met name het gebruik van fax,
-  de vaststelling  van het tijdstip van betekening  en kennisgeving van de
   stukken
-  talen.

Voor wat betreft de decentralisatie  van het systeem voor de verzending van
stukken  constateerde  het  Voorzitterschap  dat  een  meerderheid  van  de
delegaties  voorstander  is   van  een  gedecentraliseerd  systeem  met  de
mogelijkheid  om in uitzonderingsgevallen een beroep te doen op de centrale
autoriteit.

Wat de  verzendingsdrager betreft  deelde het  Voorzitterschap mede  dat er
een  beginselakkoord   is  over   de  mogelijkheid   de  gerechtelijke   en
buitengerechtelijke stukken per fax te  verzenden. De Britse delegatie  kon
zich echter niet bij dit akkoord  aansluiten wegens zijn obstructiepolitiek
ten aanzien  van de meer  eenparigheid van  stemmen te  nemen besluiten  in
verband met de BSE-problematiek.

Na de gedachtenwisseling  gaf de Raad zijn  bevoegde instanties opdracht de
besprekingen  over  alle  nog onopgeloste  vraagstukken  rond  dit ontwerp-
verdrag  voort  te  zetten  met  inachtneming  van  de  opmerkingen van  de
delegaties.

ONTWERP-VERDRAG VAN DEN HAAG INZAKE DE BESCHERMING VAN KINDEREN

De  Raad besprak  de vraagstukken  in  verband met  de  opstelling van  een
gemeenschappelijk  standpunt van de vijftien  Lid-Staten met betrekking tot
het ontwerp-Verdrag van  Den Haag inzake  de bescherming van kinderen,  met
het oog op de besprekingen over  dit ontwerp tijdens de XVIIIe zitting  van
de  Conferentie over internationaal privaatrecht  in Den Haag (30 september
tot en met 19 oktober 1996).

Er  zij aan herinnerd dat de besprekingen over het ontwerp-Verdrag "Brussel
II"(inzake  de  rechterlijke   bevoegdheid  en  de   tenuitvoerlegging  van
beslissingen in huwelijkszaken) ook gaan over de bescherming van kinderen.

In   het   gemeenschappelijk   standpunt  moeten   de   mechanismen  worden
vastgesteld om te  zorgen dat het ontwerp-Verdrag  van Den Haag verenigbaar
is  met  het ontwerp-Verdrag  "Brussel  II" dat  bij de  Raadsinstanties in
voorbereiding is.

Aangezien vooralsnog geen  akkoord kon worden bereikt  over de  formulering
van een ontkoppelingsclausule, nam de  Raad nota van de toezegging van  het
toekomstige Ierse Voorzitterschap om het standpunt van de EU te  bepalen in
het  kader  van  overleg  tussen  de  Lid-Staten  op  het  ogenblik van  de
Conferentie zelf.

BIJLAGE I

Aan de  Raad voorgelegde  ontwerp-aanbeveling inzake de  bestrijding van de
illegale tewerkstelling van onderdanen van derde landen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

gelet op de  artikelen K.1 en K.2 van  het Verdrag betreffende de  Europese
Unie ;

gezien   de  aanbeveling  van  de   Raad  van  22 december 1995  inzake  de
harmonisatie  van de middelen  ter bestrijding  van illegale  immigratie en
illegale  arbeid  en  inzake  de  verbetering  van  de  daartoe  strekkende
controlemiddelen [1]  ;

gezien  de  op  20 juni 1994  door  de  Raad  aangenomen  resolutie  inzake
beperking van  de toelating van  niet-EG-onderdanen tot  de Lid-Staten  met
het oog op tewerkstelling ;

overwegende  dat  in   artikel K.1,  punt 3,  onder c)   van  het   Verdrag
betreffende  de Europese Unie  bepaald wordt  dat de  strijd tegen illegale
immigratie, illegaal verblijf en illegale  arbeid van onderdanen van  derde
landen  op  het  grondgebied  van  de  Lid-Staten  een  aangelegenheid  van
gemeenschappelijk belang is ;

overwegende dat de  bestrijding van illegale  tewerkstelling en  uitbuiting
van  onderdanen  van   derde  landen  zou  moeten   worden  aangevuld   met
maatregelen  ter   bevordering  van  de   integratie  van  legaal  op   het
grondgebied   van  de  Lid-Staten  verblijvende  en  werkende  buitenlandse
werknemers,  waarbij hun de garantie wordt gegeven dat zij volgens passende
voorwaarden toegang krijgen tot de beroepsopleidingen ;

overwegende  dat   illegale  tewerkstelling  de   voorwaarden  voor   vrije
concurrentie  op  de  interne  markt  kan  verstoren  door  enerzijds   een
vermindering van de  sociale lasten of andere  voordelen voor de werkgevers
en anderzijds door een verlaging van het niveau van sociale bescherming ;

overwegende   dat  deze   aanbeveling   strekt  tot   versterking   van  de
samenwerking  tussen de Lid-Staten bij het immigratiebeleid ten aanzien van
derde landen ;

BEVEELT DE REGERINGEN DER LID-STATEN AAN, de  hieronder vermelde beginselen
toe te  passen met het oog op de bestrijding van de illegale tewerkstelling
van onderdanen van derde landen :

I. Werkingssfeer

Deze aanbeveling betreft  de onderdanen van derde  landen, met uitzondering
van :

-  gezinsleden van  burgers van de Europese Unie die  gebruik maken van hun
   recht op vrij verkeer ;

-  onderdanen  van  Lid-Staten  van de  Europese  Vrijhandelsassociatie die
   partij  zijn  bij de  Overeenkomst betreffende  de  Europese Economische
   Ruimte  en hun  gezinsleden  die  gebruikmaken  van hun  recht  op  vrij
   verkeer.

Deze aanbeveling  is niet  van toepassing  op onderdanen  van derde  landen
voor zover zij  zich in een situatie  bevinden waarop het Gemeenschapsrecht
van toepassing is.

Deze aanbeveling doet geen afbreuk aan de rechten van onderdanen van  derde
landen  wier  status   is  geregeld  in  overeenkomsten  die   de  Europese
Gemeenschap,  de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten of één of meerdere
Lid-Staten   hebben  gesloten   met   derde   landen,   voor   zover   deze
overeenkomsten gunstiger bepalingen inzake tewerkstelling bevatten.

II. Arbeidsvergunning

1.    Onderdanen  van  derde  landen die  arbeid willen  verrichten  op het
      grondgebied van  een Lid-Staat  moeten beschikken over de  volgens de
      wetgeving  van de  betrokken Lid-Staat  benodigde  toestemmingen voor
      verblijf en het verrichten van arbeid.

2.    De  uit  te  oefenen   activiteit,  de  arbeidsplaats,  alsmede   het
      geografische  gebied   en   het   tijdvak   van  de   arbeid   dienen
      overeenkomstig de vigerende  wetgeving, daadwerkelijk te stroken  met
      de inhoud van de door de betrokken Lid-Staat afgegeven vergunning.

III.  Sancties   in  geval   van  indienstneming   van  werknemers   zonder
vergunning 

1.    De indienstneming  van onderdanen van derde  landen die niet  over de
      vereiste vergunning  beschikken, is verboden en zou overeenkomstig de
      nationale wetgeving van de  betrokken Lid-Staat met  strafrechtelijke
      en/of administratiefrechtelijke sancties moeten worden bestraft.

2.    Deze sancties  zouden, overeenkomstig de  nationale wetgeving van  de
      betrokken Lid-Staat, moeten worden opgelegd aan personen die illegale
      werknemers  tewerkstellen  alsmede   aan  een   ieder  die   illegale
      tewerkstelling in de hand werkt, vergemakkelijkt of bevordert.

3.    Het illegaal  binnenbrengen van arbeidskrachten  dat door individueel
      of in een  netwerk handelende  personen wordt georganiseerd, zou  een
      strafbaar  feit  moeten  vormen   en  aanleiding  moeten  zijn   voor
      strafrechtelijke     en/of     administratiefrechtelijke     sancties
      overeenkomstig de wetgeving van de betrokken Lid-Staat.

4.    De sanctieprocedures wegens indienstneming  van werknemers zonder  de
      vereiste vergunning zouden het mogelijk kunnen maken :

   -  doeltreffende, ontmoedigende,  passende, aan de  ernst van de  begane
      overtreding evenredige sancties toe te passen ;

   -  de door  werkgevers  dank  zij  de overtredingen  behaalde  eventuele
      meerwinst of  andere voordelen, vooral wat  betreft de salarissen  en
      lasten  die  in  de vigerende  bepaling  van  iedere  Lid-Staat  zijn
      vastgesteld, ongedaan te maken.

   Genoemde   procedures  moeten  voorzien  in  passende  mechanismen  voor
   rechterlijke controle.

IV. Coördinatie ter zake van controle

De Lid-Staten  dienen de nodige maatregelen aan te  nemen met het oog op de
coördinatie  van het optreden  van de  diensten en  bevoegde instanties, om
illegale tewerkstelling  en uitbuiting van de  onderdanen van  derde landen
te  bestrijden, met  dien verstande  dat de  gespecialiseerde controles  op
verschillende  gebieden moeten worden aangevuld  met de nodige samenwerking
bij en coördinatie van het optreden van de betrokken diensten.

In  concreto kan worden gedacht aan het opzetten van gezamenlijke operaties
voor die  produktiesectoren, geografische  gebieden en  periodes waarin  de
meeste  overtredingen  van   de  wetgeving  inzake  de  tewerkstelling  van
buitenlandse werknemers lijken plaats te vinden.

Deze samenwerking kan het volgende omvatten :

-  ondersteuning,  op  verzoek  van  een  van  de  bevoegde  diensten,  van
   preventieve  acties   zoals   inspectiebezoeken   op   de   plaats   van
   tewerkstelling  wanneer  er  een  redelijk  vermoeden  bestaat  dat  het
   optreden  van deze  diensten  gehinderd dan  wel  verhinderd zou  kunnen
   worden of gevaar zou kunnen opleveren ;

-  ondersteuning van inspectiebezoeken indien de bevoegde diensten  ernstig
   worden belemmerd bij hun onderzoek van de zwarte economie ;

-  ad hoc  ondersteuning wanneer de  bevoegde diensten in  noodsituaties om
   assistentie vragen.

V. Uitwisseling van informatie

De  Lid-Staten dienen  zowel bilateraal  als in  de Raad informatie  uit te
wisselen over  de bestrijding  van illegale  tewerkstelling van  onderdanen
van  derde landen en de georganiseerde netwerken voor het binnenbrengen van
arbeidskrachten.

VI. Controle op de naleving van de aanbeveling

De Raad zal de  naleving van de in deze aanbeveling  vervatte beginselen op
gezette tijden controleren,  de eerste keer  een jaar  na de aanneming  van
deze aanbeveling.

BIJLAGE II

Aan  de Raad  voorgelegde  ontwerp-resolutie houdende  vaststelling  van de
prioriteiten   bij  de   samenwerking  op  het   gebied  van   justitie  en
binnenlandse  zaken  gedurende  de  periode  van  1 juli 1996  tot  en  met
30 juni 1998

De Raad van de Europese Unie,

ingaand op de wens van de  Europese Raad om 's Raads werkzaamheden voor wat
betreft de samenwerking  op het gebied van  Justitie en Binnenlandse Zaken,
als bedoeld  in titel VI van het  Verdrag betreffende de Europese  Unie, te
ordenen  door te  bepalen  welke activiteiten  bij  voorrang moeten  worden
ondernomen  ter verwezenlijking  van de  doelstellingen die  tijdens de top
van Madrid op 15 en 16 december 1995 zijn vastgelegd ;

zijn   streven   bevestigend  om   de   vrijheid,  de   veiligheid   en  de
rechtvaardigheid  in  de   Unie,  overeenkomstig  de   beginselen  van   de
rechtsstaat, te  bevorderen  door totstandbrenging  van nauwe  samenwerking
tussen de Lid-Staten op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken,

NEEMT DE VOLGENDE RESOLUTIE AAN :

I.    De  Raad  streeft  ernaar,  de  door  de  Europese  Raad  vastgelegde
      doelstellingen te  verwezenlijken en zal  zich daarbij, gedurende  de
      periode   1 juli 1996  tot   en   met  30 juni 1998,   bij   voorrang
      concentreren op de volgende onderwerpen :

   1.   Strijd tegen het terrorisme :

      a)   intensivering van de samenwerking tussen de Lid-Staten ;
      b)   bijwerking  van   het   repertorium   over   de   terroristische
           dreiging ;
      c)   samenstelling   van   een   repertorium   over   de    speciale-
           bevoegdheidscentra op het gebied van terrorismebestrijding.

   2.   Strijd tegen de georganiseerde criminaliteit en de drugshandel :

      2.1. Politiële en douanesamenwerking :

        a)    tenuitvoerlegging      van       de      Europol-Overeenkomst
              (uitvoeringsverordeningen, informaticasysteem) en toezicht op
              de EDE ;
        b)    politieopleiding,  met  name  door  middel  van  samenwerking
              tussen de politiescholen ;
        c)    versterkte technische  samenwerking, met  name op  het gebied
              van de interceptie  van communicatie, de  samenwerking tussen
              de  forensische  laboratoria  en  de samenwerking  tussen  de
              Nationale Inlichtingendiensten Criminaliteit ;
        d)    bijwerking van  het verslag over de georganiseerde misdaad en
              tenuitvoerlegging van de daarin vervatte aanbevelingen ;
        e)    ontwerp-overeenkomst "Napels II" ;
        f)    strategieën voor controle van de buitengrenzen ;
        g)    strijd tegen namaak en tegen illegale handel in kunstwerken.

      2.2. Drugsbestrijding :

        a)    tenuitvoerlegging van  zowel de justitiële, de  politiële als
              de douane-aspecten  van het verslag  van de  drugsdeskundigen
              dat de  Europese Raad  te Madrid  (15/16 december 1995) heeft
              aangenomen, met name op  het gebied van de  terugdringing van
              het aanbod en de internationale samenwerking ;
        b)    mechanismen  voor  de   drugsbestrijding  in  Latijns-Amerika
              alsmede in het Caribische gebied ;
        c)    bestudering van het eventuele effect van een harmonisatie van
              de  wetgevingen van de  Lid-Staten op  aanbod en  gebruik van
              drugs in de Unie.

3.    Verbetering van de justitiële samenwerking :

   3.1. in burgerlijke zaken :

      a)   ontwerp-verdrag  over   de  toezending   van  gerechtelijke   en
           buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en handelszaken ;
      b)   ontwerp-verdrag  "Brussel II"  (huwelijkszaken en  voogdij  over
           kinderen) ;
      c)   begin van  de werkzaamheden  over behoefte  en mogelijkheid  een
           Europese  executoriale titel in te voeren en een verdrag over de
           wet   die   van   toepassing   is   op   de   buitencontractuele
           verplichtingen ;

   3.2. in strafzaken :

      a)   ontwerp-overeenkomst inzake uitlevering ;
      b)   ontwerp-overeenkomst   betreffende   wederzijdse   bijstand   in
           criminele aangelegenheden ;
      c)   analyse  en  aanpassing  van  de  bestaande instrumenten  inzake
           andere vormen van justitiële samenwerking ;
      d)   ontwerp-overeenkomst   inzake   de  uitvoering   van   besluiten
           strekkende tot ontzegging van de rijbevoegdheid ;
      e)   strijd tegen namaak ;

   3.3. in burgerlijke en strafzaken :

      tenuitvoerlegging   van   het   gemeenschappelijk   optreden   inzake
      verbindingsmagistraten   en  bestudering  van  de  wenselijkheid  een
      netwerk van contactmagistraten tot stand te brengen.

4.    Verbetering van  de samenwerking  op  het gebied  van  immigratie  en
      asiel :

   a)   tenuitvoerlegging van de Overeenkomst van Dublin ;
   b)   onderlinge  aanpassing   van  de   nationale  procedures   voor  de
        toekenning van het asielrecht ;
   c)   onderlinge   aanpassing  van   de  voorwaarden   voor   opvang  van
        asielzoekers ;
   d)   uitwerking  van  het  Eurodacsysteem  (overeenkomst  en  technische
        specificaties ;
   e)   behandeling van  de  rechtspositie  van  de  onderdanen  van  derde
        landen   die  wettig   op  het   grondgebied   van   de  Lid-Staten
        verblijven ;
   f)   behandeling van de  problematiek van de  tijdelijke bescherming  en
        die van de lastendeling ;
   g)   behandeling   van   de   vormen    van   subsidiaire    bescherming
        (feitelijke           bescherming          en           humanitaire
        verblijfsvergunning) ;
   h)   versterking  van  de  maatregelen   ter  bestrijding  van  illegale
        immigratie,  meer   in  het   bijzonder  georganiseerde   illegale-
        immigratiekanalen en illegale tewerkstelling ;
   i)   verbetering van de samenwerking met de landen van oorsprong ;
   j)   verbetering van de samenwerking op het gebied van verwijdering  van
        illegale immigranten ; problemen in verband met overname ;
   k)   valse documenten : uitwerking van  een geharmoniseerd  beeldopslag-
        en beeldtransmissiesysteem ; praktische samenwerking ;
   l)   behandeling van de problematiek van de gezinshereniging.

5.    Versterking van de persoonscontrole aan de buitengrenzen :

   a)   ontwerp-overeenkomst   betreffende   de   overschrijding   van   de
        buitengrenzen en uitvoeringsmaatregelen ;
   b)   ontwerp-overeenkomst inzake het Europees Informatiesysteem (EIS) ;
   c)   versterkte  operationele samenwerking  tussen  de  autoriteiten die
        belast zijn met de controles aan de buitengrenzen ;
   d)   visa :  onderlinge   erkenning  van   visa ;  handboek  en   andere
        uitvoeringsmaatregelen ; bijwerking van de regelingen ter zake.

6.    Strijd tegen racisme en vreemdelingenhaat :

   a)   evaluatie van de  aanbevelingen van de  Adviescommissie Racisme  en
        Vreemdelingenhaat ;
   b)   voortzetting  van  de  werkzaamheden,  zowel op  justitieel  gebied
        (follow-up  van het  gemeenschappelijk  optreden tegen  racisme  en
        vreemdelingenhaat) als op politieel gebied.

   7.   Strijd  tegen  corruptie en  fraude  ten  nadele van  de financiële
        belangen van de Gemeenschap :

      a)   ontwerp van  een tweede  protocol bij de  overeenkomst inzake de
           bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap ;
      b)   ontwerp-overeenkomst inzake corruptie.

   8.   Horizontale acties :

      a)   misdaadpreventie ;
      b)   bestrijding van mensenhandel.

II.   Ter ondersteuning van de in punt  I bedoelde prioritaire activiteiten
      zal  de Raad  de uitwisseling  van ambtenaren  en magistraten  tussen
      Lid-Staten   aanmoedigen - in  voorkomend   geval  door   middel  van
      toekenning van  een communautaire  financiering - de  organisatie van
      seminars en conferenties, de opstelling van opleidingsprogramma's.

   De Raad zal, telkens wanneer dit mogelijk is, trachten het standpunt van
   de  Lid-Staten  in  internationale  organisaties  en  op  internationale
   conferenties te  coördineren wanneer deze  een onderwerp behandelen  dat
   verband houdt met de in punt I hiervoor vastgestelde prioriteiten.
   Tot  slot zal de Raad de tenuitvoerlegging  door de Lid-Staten van de in
   het  kader van  Titel VI van  het Verdrag  betreffende de  Europese Unie
   aangenomen bindende instrumenten, periodiek toetsen.

III.  De activiteiten van de Raad  voor wat betreft de samenwerking  op het
      gebied van  Justitie en  Binnenlandse Zaken met  derde landen  vallen
      onder een of meerdere aparte werkprogramma's.

   Wat de  landen betreft  die  met de  Europese Unie  een  gestructureerde
   dialoog voeren,  zal de samenwerking in het  bijzonder betrekking hebben
   op de  strijd tegen georganiseerde  criminaliteit en illegale  handel in
   verdovende middelen.

IV.   Onverminderd het  initiatiefrecht van de  Lid-Staten en de  Commissie
      uit hoofde  van artikel  K3, lid  2, van  het Verdrag  betreffende de
      Europese  Unie, zal  de  Raad op  voorstel  van  het Comité  K.4  het
      programma in principe  aan het begin  van elk  Voorzitterschap en  in
      ieder geval eenmaal per  jaar behandelen, ten  einde de  prioriteiten
      voor  de twee daarop volgende jaren vast  te stellen. Daarbij bepaalt
      de  Raad welke  activiteiten  van  de lijst  van prioriteiten  moeten
      worden afgevoerd, hetzij  omdat deze reeds  tot een  goed einde  zijn
      gebracht, hetzij omdat de verwezenlijking ervan op korte termijn niet
      mogelijk of niet meer prioritair is, en welke andere activiteiten als
      prioritair moeten worden beschouwd en op het programma moeten  worden
      geplaatst.

V.    Deze resolutie wordt aan het Europees Parlement voorgelegd  en in het
      Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt.

        Bijlage bij BIJLAGE II

         ONDERWERP                    INSTRUMENT/ACTIE    VOLTOOIING

         1.  Terrorisme

         a)  intensivering van de    aanneming van      lopend
             samenwerking            maatregelen        lopend
         b)  dreigingsdocument       permanente         lopend
         c)  repertorium speciale-   bijwerking
             bevoegdheidscentra      concrete
                                     uitvoering
         2.  Georganiseerde
             criminaliteit drugs

         2.1.  Politiële en douane-
               samenwerking

         a)  totstandkoming Europol  uitvoeringsverord  lopend
             en controle EDE         eningen en
                                     totstandbrenging
                                     van het
                                     informaticanet
         b)  politie-opleiding en    akkoord tussen     op lange
             samenwerking tussen     scholen,           termijn
             scholen                 instelling van
                                     een
                                     samenwerkingsstru
                                     ctuur, akkoord
                                     over de cursus-
                                     en
                                     seminarprogramma'
                                     s

         c)  technische
             samenwerking

         -   interceptie             tenuitvoerlegging  p.m.
                                     van de resoluties
                                     van de Raad en
                                     seminar Quantico
                                     4/satelliet-
                                     communicatie
                                     (Europol 90,
                                     1995)
         -   samenwerking tussen     praktische         p.m.
             forensische labo-       samenwerking
             ratoria

         -   samenwerking tussen de  opstelling van     lopend
             nationale               technische normen
             recherchediensten       praktische
                                     samenwerking

         ONDERWERP                    INSTRUMENT/ACTIE    VOLTOOIING

             -   radiocommunicatie   follow-up van de   lopend
                                     werkzaamheden met
                                     betrekking tot
                                     nieuwe
                                     technologie

             -   samenwerking        behandeling van    nieuw
                 inzake openbare     de bestaande
                 orde                politiële samen-
                                     werking
                                     vergadering van
                                     deskundigen
         d)  verslag over            bijwerking         lopend
             georganiseerde
             criminaliteit

         e)  Napels II               nieuwe             lopend
                                     overeenkomst

         f)  strategieën voor        concrete           lopend
             controle van de         samenwerking
             buitengrenzen
         g)  strijd tegen namaak en  concrete           lopend
             tegen illegale handel   samenwerking
             in kunstwerken

         2.2.  Drugsbestrijding

         a)  verslag van de          tenuitvoerlegging  lopend
             drugsdeskundigen        van zowel de
                                     justitiële, de
                                     politiële als de
                                     douane-aspecten
         b)  drugsbestrijding in     opzetten van       lopend
             Zuid-Amerika en in het  mechanismen en
             Caribische Gebied       uitvoering van
                                     aanbevelingen

         3.  Justitiële
             samenwerking

         3.1.  Justitiële
               samenwerking in
               burgerlijke zaken
         a)  toezending van          ontwerp-verdrag    p.m.
             gerechtelijke en
             buitengerechtelijke
             stukken in burgerlijke
             en handelszaken

         b)  huwelijkszaken en       ontwerp-verdrag    p.m.
             voogdij over kinderen
             (Brussel II)

         ONDERWERP                    INSTRUMENT/ACTIE    VOLTOOIING

         c)  Europese executoriale   ontwerp-verdrag    onderzoek
             titel en wet op                            naar de
             buitencontractuele                         wenselijkheid
             verplichtingen                             een verdrag
                                                        op te stellen

         3.2.  Justitiële
               samenwerking in
               strafzaken
         a)  uitlevering             ontwerp-overeenko  p.m.
                                     mst en
                                     toelichtend
                                     verslag

         b)  wederzijdse bijstand    ontwerp-overeenko  lopend
                                     mst

         c)  andere vormen van       analyse en         begin
             samenwerking            aanpassing van de  werkzaamheden
                                     bestaande
                                     instrumenten
         d)  ontzegging van de       ontwerp-overeenko  p.m.
             rijbevoegdheid          mst

         3.3.  Justitiële
               samenwerking in
               burgerlijke en
               strafzaken

         a)  verbindingsmagistraten  concrete           lopend
                                     samenwerking
         b)  contactmagistraten      concrete           begin
                                     samenwerking       werkzaamheden

         4.  Immigratie en asiel

         a)  overeenkomst van        concrete           na
             Dublin                  samenwerking       inwerkingtred
                                                        ing
                                                        overeenkomst
         b)  onderlinge aanpassing                      begin
             nationale procedures                       werkzaamheden
             voor toekenning
             asielrecht

         c)  onderlinge aanpassing                      begin
             voorwaarden voor                           werkzaamheden
             opvang asielzoekers

         d)  Eurodac                 ontwerp-overeenko  lopend
                                     mst

         ONDERWERP                    INSTRUMENT/ACTIE    VOLTOOIING

         e)  rechtspositie           behandeling        begin
             onderdanen derde                           werkzaamheden
             landen die legaal op
             het grondgebied van de
             Unie verblijven

         f)  tijdelijke bescherming  behandeling        lopend
             en lastendeling
         g)  feitelijke bescherming  behandeling        begin
             en humanitaire                             werkzaamheden
             verblijfsvergunning

         h)  intensivering
             bestrijding illegale
             immigratie en
             tewerkstelling

         i)  samenwerking met de     concrete           lopend
             landen van oorsprong    samenwerking
         j)  verwijdering illegale   concrete           verscheidene
             immigranten ;           samenwerking       voorzittersch
             problemen van overname                     appen

         k)  valse documenten        concrete           verscheidene
                                     samenwerking       voorzittersch
                                                        appen

         l)  gezinshereniging        behandeling        begin
                                                        werkzaamheden
         5.  Buitengrenzen

         a)  overschrijding van de   -   ontwerp-overe  lopend
             buitengrenzen               enkomst
                                     -   concrete
                                         samenwerking

         b)  Europees                ontwerp-overeenko  lopend
             informatiesysteem       mst
         c)  visa                    bijwerking         lopend
                                     verordeningen
                                     uitvoeringsmaatre
                                     gelen

         6.  Racisme en
             vreemdelingenhaat

         a)  aanbevelingen van de    behandeling        lopend
             adviescommissie

         ONDERWERP                    INSTRUMENT/ACTIE    VOLTOOIING

         b)  justitiële en           behandeling        lopend
             politiële maatregelen

         7.  Strijd tegen corruptie
             en fraude ten nadele
             van de financiële
             belangen van de
             Gemeenschap
         a)  bescherming financiële  ontwerp-protocol   p.m.
             belangen                bij
                                     desbetreffende
                                     overeenkomst

         b)  corruptie               ontwerp-overeenko  p.m.
                                     mst

         8.  Horizontale acties
         a)  misdaadpreventie        behandeling        begin
                                                        werkzaamheden

         b)  bestrijding             -   behandeling    lopend
             mensenhandel            -   concrete
                                         samenwerking

        ANDERE BESLUITEN

        (Zonder  debat aangenomen.  In het  geval van  wetgevende besluiten
        worden de tegenstemmen of onthoudingen aangegeven. Verklaringen die
        de Raad heeft besloten toegankelijk te maken voor het publiek, zijn
        met een * aangegeven en kunnen bij de Persdienst worden verkregen).

        Terrorismebestrijding

        De  Raad  heeft  nota  genomen  van  een  door  het Voorzitterschap
        opgesteld  samenvattend  document  (over  de  interne   en  externe
        bedreiging die van het terrorisme uitgaat voor de Lid-Staten van de
        Unie).

        EDE/EUROPOL

        De  Raad heeft  zijn goedkeuring  gehecht  aan het  verslag van  de
        Coördinator over 1995 alsmede aan het eindverslag over de begroting
        1995 dat  door de EDE  was voorgelegd. In dit  tweede verslag wordt
        met name opgemerkt  dat er  een besparing  van 17,8 %   kan  worden
        gerealiseerd ten  opzichte van  de begroting,  die  3,9 miljoen ecu
        bedroeg. De EDE bevindt zich nog steeds in een aanloopfase.

        [1]     PB  nr. C 5/01 van 10.01.1996.

        ***

Side Bar