Navigation path

Left navigation

Additional tools

3218e zitting van de Raad Buitenlandse Zaken Brussel, 31 januari 2013

European Council - PRES/13/39   31/01/2013

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO GA

RAAD VAN

DE EUROPESE UNIE

NL

5858/13

(OR. en)

PRESSE 39

PR CO 4

PERSMEDEDELING

3218e zitting van de Raad

Buitenlandse Zaken

Brussel, 31 januari 2013

Voorzitter Catherine Ashton

Hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

Voornaamste resultaten van de Raadszitting

De Raad wijst opnieuw op de vastberaden en blijvende inzet van de Unie voor de soevereiniteit, eenheid en territoriale integriteit van Mali. Hij is verheugd dat de Malinese strijdkrachten met steun van Frankrijk en landen in de regio terrein winnen op de terroristische groeperingen in het noorden van Mali. Hij onderstreept dat het van belang is het internationale optreden ter ondersteuning van Mali voort te zetten, en met name dat de Afrikaanse staten een actieve rol vervullen. Het stemt de Raad ook tot tevredenheid dat een routekaart is aangenomen. Zij vormt een wezenlijke stap op weg naar het volledig herstel van de grondwettelijke orde.

De Raad is ook ingenomen met het einde van de transitie in Somalië; hij ziet dit moment als een historische kans om de bladzijde van twee decennia van conflicten om te slaan, en zegt toe de collectieve inspanningen van de Unie ter ondersteuning van de transformatie in Somalië te zullen aanhouden. De Raad heeft van gedachten gewisseld met de president van Somalië, Hassan Sheikh Mohamud.

De Raad heeft de balans opgemaakt van de toestand in Syrië en Egypte en heeft de respons van de Unie op de Arabische Lente bezien, met het oog op de besprekingen van de Europese Raad van 7 en 8 februari.

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan het crisisbeheersingsconcept voor een mogelijke civiele missie inzake het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid ter ondersteuning van het grensbeheer in Libië.

INHOUD1

DEELNEMERS

BESPROKEN PUNTEN

Landen van het Zuidelijk Nabuurschap

Mali

Somalië/Hoorn van Afrika

Noordpoolgebied

Verenigde Staten van Amerika

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

BUITENLANDSE ZAKEN

  1. Irak - Beperkende maatregelen

  2. Tijdelijke opvang van een aantal Palestijnen

  3. Afghanistan - Beperkende maatregelen

  4. EU-maatregelen tegen de verspreiding van massavernietigingswapens

  5. Tunesië - Beperkende maatregelen

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

  1. EU-steun voor duurzame verandering in samenlevingen in een overgangssituatie

GEMEENSCHAPPELIJK VEILIGHEIDS- EN DEFENSIEBELEID

  1. Oefeningenprogramma van de EU 2013-2015

  2. Ondersteuning van grensbeheer in Libië

DEELNEMERS

Hoge vertegenwoordiger

mevrouw Catherine ASHTON hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

België:

de heer Didier REYNDERS vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken

Bulgarije:

de heer Nickolay MLADENOV minister van Buitenlandse Zaken

Tsjechië:

de heer Karel SCHWARZENBERG eerste viceminister-president en minister van Buitenlandse Zaken

Denemarken:

de heer Villy SØVNDAL minister van Buitenlandse Zaken

Duitsland:

de heer Guido WESTERWELLE minister van Buitenlandse Zaken

Estland :

de heer Urmas PAET minister van Buitenlandse Zaken

Ierland:

mevrouw Lucinda CREIGHTON onderminister, belast met Europese Zaken

de heer Eamon GILMORE viceminister-president (Tánaiste) en minister van Buitenlandse Zaken en Handel

Griekenland:

de heer Dimitrios KOURKOULAS staatssecretaris, ministerie van Buitenlandse Zaken

Spanje:

de heer Gonzalo DE BENITO SECADES staatssecretaris, ministerie van Buitenlandse Zaken

Frankrijk:

de heer Laurent FABIUS minister van Buitenlandse Zaken

Italië:

de heer Giuliomaria TERZI DI SANT'AGATA minister van Buitenlandse Zaken

Cyprus:

mevrouw Erato KOZAKOU-MARCOULLIS minister van Buitenlandse Zaken

Letland:

de heer Edgars RINKĒVIČS minister van Buitenlandse Zaken

Litouwen:

de heer Linas A. LINKEVIČIUS minister van Buitenlandse Zaken

Luxemburg:

de heer Christian BRAUN permanent vertegenwoordiger

Hongarije:

de heer Péter GYÖRKÖS permanent vertegenwoordiger

Malta:

de heer Francis ZAMMIT DIMECH minister van Buitenlandse Zaken

Nederland:

de heer Frans TIMMERMANS minister van Buitenlandse Zaken

Oostenrijk:

de heer Michael SPINDELEGGER vicekanselier en minister van Europese en Internationale Zaken

Polen:

de heer Radosław SIKORSKI minister van Buitenlandse Zaken

Portugal:

de heer Paulo PORTAS minister van Buitenlandse Zaken

Roemenië:

de heer Titus CORLǍTEAN minister van Buitenlandse Zaken

Slovenië:

de heer Karl Viktor ERJAVEC viceminister-president, minister van Buitenlandse Zaken

Slowakije:

de heer Miroslav LAJČÁK viceminister-president, minister van Buitenlandse Zaken

Finland:

de heer Erkki TUOMIOJA minister van Buitenlandse Zaken

Zweden:

de heer Carl BILDT minister van Buitenlandse Zaken

Verenigd Koninkrijk:

de heer William HAGUE First Secretary of State en minister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken

Commissie:

mevrouw Maria DAMANAKI lid

mevrouw Kristalina GEORGIEVA lid

de heer Štefan FÜLE lid

De regering van de toetredende staat was als volgt vertegenwoordigd:

Kroatië:

mevrouw Vesna PUSIĆ viceminister-president en minister van Buitenlandse en Europese Zaken

BESPROKEN PUNTEN

Landen van het Zuidelijk Nabuurschap

Met het oog op het debat in de Europese Raad op 7 en 8 februari heeft de Raad de balans opgemaakt van de Arabische Lente, en de respons van de Unie in beschouwing genomen.

Hij heeft zich ook over recente gebeurtenissen in Egypte en de laatste ontwikkelingen in Syrië gebogen.

Mali

De Raad heeft de situatie in Mali besproken en de volgende conclusies aangenomen:

"1. Indachtig haar conclusies van 17 januari 2013 betuigt de Europese Unie opnieuw haar vastberaden en blijvende inzet voor de soevereiniteit, de eenheid en de territoriale integriteit van Mali. In dat licht, en in overeenstemming met de toepasselijke resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, met name Resolutie 2071 en Resolutie 2085, steunt de EU de inspanningen van de regio en van de internationale gemeenschap. Zij is verheugd dat de Malinese strijdkrachten met steun van Frankrijk en de regio terrein winnen op de terroristische groeperingen in het noorden van Mali en zij betuigt andermaal haar volledige steun voor die operatie. De EU is eveneens verheugd dat de Malinese nationale assemblee de routekaart voor de overgangsperiode heeft aangenomen.

2. De EU onderstreept dat het van belang is dat het internationale optreden ter ondersteuning van Mali wordt voortgezet, en met name dat de Afrikaanse staten een actieve rol vervullen. Zij verwelkomt in dit verband het resultaat van de door de Afrikaanse Unie (AU) georganiseerde donorconferentie van 29 januari 2013, en spoort aan tot een snelle uitvoering van de conclusies van deze conferentie. De EU moedigt de AU en de Ecowas aan vaart te zetten achter de inzet van de internationale ondersteuningsmissie ten behoeve van Mali onder Afrikaanse leiding (MISMA), die door haar onverwijld financieel en logistiek zal worden gesteund. Overwegende dat de steun voor MISMA een van de prioriteiten van de EU in Afrika is, herhaalt de Raad dat hij bereid is deze missie aanzienlijke steun te verlenen via de Afrikaanse Vredesfaciliteit. In dat verband verzoekt hij de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) om de toezeggingen die de EU tijdens de internationale donorconferentie van Addis Abeba heeft gedaan, en met name de door de Commissie in het vooruitzicht gestelde bijdrage van 50 miljoen euro, zo spoedig mogelijk en op basis van een verzoek uit te voeren. De EU roept andere donoren op bij te dragen aan een duurzame en voorzienbare financiering van de operatie.

3. De aanneming van de routekaart vormt een essentiële stap naar het volledig herstel van de grondwettelijke orde, inclusief de civiele controle over de strijdkrachten, en het gezag van de staat op het gehele Malinese grondgebied en de EU dringt erop aan dat de routekaart met spoed wordt uitgevoerd. Deze stap maakt de weg vrij voor de geleidelijke hervatting van de Europese ontwikkelingshulp, zodat snel kan worden tegemoetgekomen aan de dringendste behoeften van Mali. De Raad nodigt de hoge vertegenwoordiger en de Europese Commissie tevens uit specifieke maatregelen voor te stellen ter ondersteuning van de uitvoering van de routekaart, met inbegrip van ondersteuning van het verkiezingsproces. De EU herhaalt hoe belangrijk het is dat een inclusieve nationale dialoog wordt hersteld die openstaat voor de bevolkingsgroepen in het noorden en voor alle groepen die het terrorisme afwijzen en de integriteit van Mali erkennen. Een snel herstel van het staatsgezag, van de rechtsstaat en van de openbaredienstverlening in de bevrijde zones van het centrum en het noorden van Mali is tevens van cruciaal belang. In dat licht, en in overeenstemming met de algehele Europese aanpak, begroet de Raad de gezamenlijke inspanningen van de EDEO en de Commissie ter voorbereiding van concrete steunmaatregelen, met gebruikmaking van alle ter beschikking staande instrumenten.

4. De Raad is verheugd dat de voorbereiding van de missie EUTM Mali, die tot taak heeft de Malinese strijdkrachten opleiding en advies te verstrekken, in een stroomversnelling is geraakt; hierdoor zal een bijdrage kunnen worden geleverd tot het versterken van het civiel gezag en het eerbiedigen van de mensenrechten. Hij brengt in herinnering dat de Raad zich in zijn zitting van 17 januari 2013 tot doel had gesteld uiterlijk medio februari het besluit tot instelling van deze missie aan te nemen, opdat een aanvang kan worden gemaakt met de eerste adviesverstrekking.

5. De EU is bezorgd over de berichten over mensenrechtenschendingen en roept de Malinese autoriteiten op onverwijld een onderzoek in te stellen. De EU staat paraat om passende steun te bieden voor de bestrijding van deze wandaden. Zij benadrukt hoe belangrijk het is dat het internationaal recht wordt geëerbiedigd en herinnert de Malinese autoriteiten meer in het bijzonder aan hun primaire verantwoordelijkheid om de burgerbevolking te beschermen. Al degenen die de mensenrechten hebben geschonden, moeten voor hun daden ter verantwoording worden geroepen. De EU verwelkomt het besluit van het Internationaal Strafhof om een onderzoek in te stellen naar de schendingen en moedigt de Malinese autoriteiten aan daaraan hun medewerking te verlenen. Zij roept tevens op tot een snelle inzet van waarnemers en tot versterking van de samenwerking tussen de internationale organisaties, met name om toe te zien op de eerbiediging van de mensenrechten op het gehele Malinese grondgebied.

6. De EU is verheugd over het voornemen van de hoge vertegenwoordiger om op 5 februari in Brussel de volgende vergadering van de groep voor ondersteuning en follow-up van de situatie in Mali te ontvangen. Deze groep wordt gezamenlijk voorgezeten door de AU, de Ecowas en de Verenigde Naties. De vergadering zal een goede gelegenheid bieden om de coördinatie van de internationale inzet voor Mali, de steun voor de uitvoering van de routekaart en de follow-up van de donorconferentie van de AU te versterken.

Somalië/Hoorn van Afrika

De Raad heeft de situatie in Somalië en de Hoorn van Afrika besproken. Hij heeft tijdens een werklunch van gedachten gewisseld met de president van Somalië, Hassan Sheikh Mohamud. De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. De EU verwelkomt het einde van de overgang in Somalië als een historische kans om twee decennia van conflicten achter zich te laten. De aanneming van een voorlopige grondwet, de keuze van een federaal parlement en de verkiezing van een nieuwe president bieden nieuwe vooruitzichten voor blijvende vrede en voorspoed in Somalië.

2. Het bezoek van de president, de heer Hassan Sheikh Mohamud, aan de EU toont aan dat de Unie de nieuwe politieke situatie in Somalië erkent en dat het partnerschap tussen de EU en Somalië is versterkt. De EU beklemtoont het belang van het ownership van Somalië en onderstreept dat de Somalische autoriteiten de hoofdverantwoordelijkheid hebben voor de wederopbouw van een land dat vrij is van de dreiging van geweld en georganiseerde criminaliteit, dat economisch levensvatbaar is en contacten onderhoudt met zijn buurlanden en de internationale gemeenschap. De EU zal de visie en de prioriteiten van de nieuwe regering ondersteunen, wat de andere manier van denken over de betrekkingen tussen de EU en Somalië tot uiting brengt en in overeenstemming is met de alomvattende aanpak van de EU. De EU zal haar collectieve inspanningen ter ondersteuning van de transformatie van Somalië volhouden en zal meer rechtstreeks in contact treden met het Somalische volk en de Somalische instellingen. In dit verband moedigt de EU Somalië ertoe aan toe te treden tot de Overeenkomst van Cotonou.

3. De Raad is ingenomen met de aankondiging van de hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter en de Somalische president dat Somalië en de EU in Brussel een conferentie zullen organiseren die zal focussen op de prioriteiten en behoeften op middellange en lange termijn van Somalië en het Somalische volk. De conferentie zal streven naar de goedkeuring van een overeenkomst tussen Somalië en de internationale gemeenschap die de leidraad zal vormen voor de wederopbouw van Somalië en gebaseerd is op de beginselen van de New Deal van Busan voor fragiele staten. De conferentie zal zich richten op de opbouw van een nieuwe politieke orde in Somalië, het bevorderen van de sociaal-economische ontwikkeling van Somalië en het bewerkstelligen van rechtsstatelijkheid en veiligheid. De EU is tevens ingenomen met het initiatief van het Verenigd Koninkrijk om een conferentie te organiseren die zal zijn toegespitst op de onmiddellijke prioriteiten op het gebied van de versterking van de veiligheid, justitie, het beheer van de overheidsfinanciën en de ondersteuning van de politieke vorderingen van Somalië. De EU is verheugd over de betrokkenheid van de federale regering van Somalië, die de twee conferenties mee zal helpen organiseren.

4. De EU staat achter de onmiddellijke prioriteit van de Somalische president om de veiligheid in het land te versterken. Op basis van een herzien nationaal stabilisatie- en veiligheidsplan en daarmee samenhangende strategieën voor de hervorming van de veiligheidssector, zal de EU bijstand blijven bieden bij de opbouw van een veiligheidscapaciteit van Somalië die verantwoordingsplichtig is jegens de politieke autoriteit, alsook bij de landelijke uitbouw van de rechtsstatelijkheid, met het oog op de bescherming van de bevolking en de eerbiediging van de mensenrechten. De EU wijst op het belang van internationale coördinatie en complementariteit ter ondersteuning van de ontwikkeling van de veiligheidssector van Somalië.



De opleidingsmissie Somalië van de EU (EUTM Somalia) heeft sinds 2010 met succes bijna 3000 Somalische soldaten opgeleid, die nu de kern van de Somalische nationale strijdkrachten vormen. Voortbouwend op dat succes heeft de Raad op 22 januari 2013, tegemoetkomend aan de evoluerende behoeften van de Somalische autoriteiten, besloten het mandaat van EUTM Somalia te verlengen tot en met 31 maart 2015 en brigadegeneraal Aherne aan te wijzen tot commandant van de missie. De missie zal opleiding en advies verstrekken om Somalië te helpen bij de uitbouw van effectieve, goed geïntegreerde, zelfvoorzienende en verantwoordelijke Somalische nationale strijdkrachten in voortdurende nauwe samenwerking met de missie van de Afrikaanse Unie in Somalië (Amisom), Uganda, de Verenigde Staten en andere partners. Zodra de veiligheidssituatie het toelaat, zal de EUTM haar activiteiten geleidelijk overbrengen van Uganda naar Somalië.



De EU heeft ook steun verleend op het gebied van de rechtsstaat. Zij heeft steun verleend voor de justitiële capaciteit en voor de opleiding van en beurzen voor Somalische politiediensten, in nauwe samenwerking met de Verenigde Naties (VN). Daarnaast zal de missie van de Europese Unie voor de opbouw van regionale maritieme capaciteit in de Hoorn van Afrika (EUCAP NESTOR) Somalië en landen in de regio bijstaan om zelfvoorzienende capaciteiten ter versterking van maritieme veiligheid en bestuur op te bouwen, onder meer justitiële capaciteiten.

5. De EU prijst de inspanningen van Amisom en is ingenomen met de voltooiing van de strategische evaluatie van de AU. Amisom zal naar wordt verwacht een cruciale rol blijven spelen bij het tot stand brengen van veiligheid in Somalië terwijl de capaciteit van de Somalische veiligheidstroepen wordt opgebouwd. Aangezien steun aan Amisom voor de EU een prioriteit inzake Afrika blijft, herhaalt de EU bereid te zijn aanzienlijke steun aan Amisom te blijven verstrekken via de Vredesfaciliteit voor Afrika. Zij roept voorts andere donors ertoe op een voorspelbare en duurzame financiering voor Amisom te garanderen.

6. De EU is ingenomen met de voltooiing van de strategische evaluatie door de VN van haar aanwezigheid in Somalië, en ziet uit naar een versterkte rol van de VN in Somalië, onder meer wat betreft de effectieve coördinatie van de internationale inspanningen ter ondersteuning van vredesopbouw en staatsopbouw.

7. De EU onderstreept dat het van belang is de natie te verzoenen en verantwoordingsplichtige en transparante instellingen tot stand te brengen op lokaal, regionaal en nationaal niveau, door middel van een aanpak waarbij alle clans en sociale groepen betrokken worden. De EU zal de regering steunen in haar inspanningen om de democratie en de rechtsstaat te bevorderen en de eerbiediging van de mensenrechten te versterken. De EU onderstreept dat het van belang is om bij referendum een definitieve grondwet aan te nemen waarin de wensen van alle Somaliërs tot uiting komen, om de dialoog en vreedzame interacties tussen het centrum en de regio's aan te moedigen, en om zich voor te bereiden op verkiezingen. De EU zal tevens steun verlenen aan inclusieve lokale inspanningen op het gebied van ontwikkeling en verzoening. De EU onderstreept de cruciale rol van de civiele samenleving en de media in het transformatieproces.

8. De EU zegt voorts toe steun te zullen verlenen aan het sociaal-economisch herstel dat nodig is om te zorgen voor meer welzijn en betere middelen van bestaan voor de Somaliërs. Zij zal steun verlenen met het oog op de basisdienstverlening, het beheer van de overheidsfinanciën versterken en het land bijstaan wanneer het opnieuw betrekkingen aanknoopt met de internationale financiële instellingen. De EU zal steun bieden om de weerbaarheid te vergroten, onder meer door bij het verlenen van EU-bijstand aan Somalië hulp, rehabilitatie en ontwikkeling te koppelen.

9. De EU zal humanitaire hulp blijven verlenen om in de meest dringende behoeften van de bevolking van Somalië te voorzien, met volledige eerbiediging van de beginselen van neutraliteit, menselijkheid, onpartijdigheid en onafhankelijkheid. De EU roept alle partijen in Somalië ertoe op te zorgen voor veilige en onbelemmerde toegang tot humanitaire hulp, en te voldoen aan hun verplichtingen in het kader van het internationaal humanitair recht.

10. De EU wijst erop dat het creëren van betere omstandigheden op het land tevens zal bijdragen tot het aanpakken van de oorzaken van de piraterij voor de kust van Somalië. Zij prijst de successen van de EU-operatie ter zee Eunafvor Atalanta bij de bestrijding van de piraterij. De EU wil de piraterijbestrijding in het westelijk deel van de Indische oceaan door Atalanta consolideren, en tegelijk de piratenbendes minder mogelijkheden bieden om vanaf het land te opereren. Zij zal daartoe de wetshandhavingscapaciteit van Somalië opbouwen, onder meer via EUCAP NESTOR, en de piratennetwerken ontwrichten, onder meer op het gebied van financiering en logistiek. Zij zal in dat verband samenwerken met de Somalische autoriteiten, en zal daarbij rekening houden met de evoluerende behoeften van die autoriteiten en de politieke en veiligheidssituatie ter plekke, en de GVDB-missies en ‑operaties en andere EU-instrumenten op een samenhangende en synergetische wijze inzetten.

11. De EU blijft bezorgd over de voortdurende dreiging van het terrorisme voor Somalië zelf, voor de ruimere regio en voor de hele wereld. De EU heeft toegezegd te zullen helpen bij de opbouw van regionale capaciteiten met het oog op terrorismebestrijding, de ondersteuning van regionale samenwerking inzake wetshandhaving en het terugdringen van gewelddadig extremisme, onder meer door middel van de werkzaamheden van het mondiaal terrorisme­bestrijdingsforum, door samen te werken met regionale instanties, met nationale regeringen in de Hoorn van Afrika en in Jemen, en met cruciale partners zoals de VN en de AU. De Raad neemt er derhalve nota van dat de lidstaten vandaag, wat hun bevoegdheden betreft, een actieplan inzake terrorismebestrijding voor de Hoorn van Afrika en Jemen hebben goedgekeurd.

12. De EU erkent dat stabiliteit in de ruimere nabuurschap een voorwaarde vooraf is voor vrede, veiligheid en voorspoed in Somalië. Zij onderstreept dat de landen van de regio meer inspanningen moeten leveren om goede nabuurschapsrelaties tot stand te brengen, de regionale capaciteiten te ontwikkelen en vorm te geven aan regionale samenwerking en integratie, in het bijzonder op economisch gebied, en de basis te leggen voor een regionaal politiek, economisch en veiligheidskader. Als eerste stap verzoekt de EU Somalië en de buurlanden ervan nadrukkelijk om een overeenkomst inzake goed nabuurschap te sluiten onder auspiciën van de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit (IGAD) en met de steun van haar partners. Voorts moedigt zij Somalië ertoe aan zich actief in te zetten in de IGAD en verzoekt zij alle landen van de regio nadrukkelijk om zich bereid te tonen bilaterale geschillen in het kader van de IGAD te beslechten. Zoals is uiteengezet in het strategisch kader van de EU voor de Hoorn van Afrika, is de EU bereid om het verwezenlijken van die doelstellingen te faciliteren en daartoe nauw samen te werken met de AU en de IGAD en de lidstaten ervan, onder meer door middel van de inspanningen van de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de Hoorn van Afrika.



De EU onderstreept dat vreedzame en geloofwaardige verkiezingen in Kenia in maart 2013 van belang zijn voor de veiligheid en de voorspoed van dat land en de ruimere regio."

Noordpoolgebied

De Raad heeft van gedachten gewisseld over de voorstellen met het oog op een beleid van de EU met betrekking tot het Noordpoolgebied, zoals dat is weergegeven in de desbetreffende gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger.

Verenigde Staten van Amerika

De Raad heeft zich gebogen over de prioriteiten van het buitenlands beleid die president Obama naar verwachting tijdens zijn tweede ambtstermijn op de agenda zal plaatsen.

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

BUITENLANDSE ZAKEN

Nauwere samenwerking en regionale integratie in de Maghreb

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. De Raad herinnert aan het strategisch belang van de Europese nabuurschap, verwijst naar de Raadsconclusies over het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) van 20 juni 2011, en verklaart zich ingenomen met de gezamenlijke mededeling "Ondersteuning van nauwere samenwerking en regionale integratie in de Maghreb: Algerije, Libië, Mauritanië, Marokko en Tunesië". Hij feliciteert de hoge vertegenwoordiger en de Commissie met het brede scala aan voorstellen in de mededeling.

2. Het verheugt de Raad dat de mededeling is opgesteld in een geest van solidariteit en partnerschap op een moment waarop de Maghreb, die voor de EU een belangrijke prioriteit blijft, onderhevig is aan historische, ingrijpende veranderingen.

3. De Raad staat achter het beginsel waarop de mededeling stoelt, namelijk dat het initiatief tot verandering en de beslissingen over de manier waarop de integratie precies moet verlopen, volledig in handen van de Maghreb-landen zelf liggen.

4. De voorstellen in de mededeling vormen een agenda voor de ondersteuning door de EU van de eigen inspanningen van de vijf Maghreb-landen om nauwere samenwerking en grotere regionale integratie te bewerkstelligen, onder meer in het kader van de Unie van de Arabische Maghreb (UAM). De beleidsmaatregelen van de EU ten aanzien van de Maghreb vormen een aanvulling op en een uitbreiding van de maatregelen van het partnerschap voor democratie en gedeelde welvaart in het kader van de vernieuwde aanpak van het Europees nabuurschaps­beleid, die gebaseerd is op het differentiatiebeginsel. De Raad is tevens ingenomen met het feit dat in de mededeling de nadruk wordt gelegd op democratische hervormingen en inclusieve economische ontwikkeling en op de bestaande samenwerkingsverbanden in de regio, in het bijzonder de Unie voor het Middellandse Zeegebied en de 5+5, en hij attendeert op de rol van de Liga van Arabische Staten. De Raad onderstreept tevens dat de regionale samenwerkingsinitiatieven elkaar wederzijds versterken.

5. In het licht van de recente gebeurtenissen in de Sahara/Sahel, die duidelijk maken hoe ernstig de terroristische dreiging tegen deze regio en tegen Europa en de Maghreb is, verwelkomt de Raad de voorstellen in de mededeling over de samenwerking op veiligheidsgebied, met inbegrip van terrorismebestrijding en grensbewaking; hij verzoekt de hoge vertegenwoordiger en de Commissie er, samen met de Europese coördinator voor terrorismebestrijding voor te ijveren dat deze voorstellen worden uitgevoerd teneinde de inzet met de landen van de regio te verbeteren.

6. De Raad kijkt met belangstelling uit naar de bespreking van de voorstellen van de hoge vertegenwoordiger en de Commissie. De Raad onderstreept hoe belangrijk het is dat de dialoog met de Maghreb-landen over de mededeling wordt voortgezet en dat het publiek in deze landen de inhoud ervan leert kennen. Hij is dan ook ingenomen met het voorstel om een dialoog op hoog niveau tussen de EU en de Maghreb-landen te houden en hoopt dat weldra een eerste bijeenkomst kan plaatsvinden, waarop vraagstukken van gemeenschappelijk belang kunnen worden besproken. De Raad wenst in december 2013 een stand van zaken van de uitvoering van de mededeling op te maken.

Irak - Beperkende maatregelen

De Raad heeft Verordening (EG) nr. 1210/2003 betreffende bepaalde specifieke restricties op de economische en financiële betrekkingen met Irak gewijzigd. Nu kunnen er bevroren tegoeden worden overgedragen naar de opvolgingsregelingen van het Ontwikkelingsfonds voor Irak, ingesteld door de regering van Irak, overeenkomstig de voorwaarden van de Resoluties 1483 (2003) en 1956 (2010) van de VN-Veiligheidsraad.

Tijdelijke opvang van een aantal Palestijnen

De Raad heeft de geldigheidsduur van nationale vergunningen voor binnenkomst en verblijf van bepaalde Palestijnen in de EU, voor zover die zijn afgegeven overeenkomstig Gemeenschappelijk Standpunt 2002/400/GBVB, met twaalf maanden verlengd.

Afghanistan - Beperkende maatregelen

Gelet op de situatie in Afghanistan en teneinde rekening te houden met de besluiten van de Verenigde Naties, heeft de Raad de beperkende maatregelen ten aanzien van Afghanistan gewijzigd,. Hij heeft één vermelding geactualiseerd en drie andere van de sanctielijst geschrapt. De maatregelen omvatten een reisverbod en bevriezing van tegoeden.

EU-maatregelen tegen de verspreiding van massavernietigingswapens

De Raad heeft het zesmaandelijks voortgangsverslag over de uitvoering van de EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens goedgekeurd; het verslag heeft betrekking op de werkzaamheden tijdens het tweede halfjaar van 2012.

Tunesië - Beperkende maatregelen

De Raad heeft de sancties tegen personen die verantwoordelijk zijn voor het verduisteren van Tunesische overheidsgelden, onder meer de voormalige Tunesische president Zine El Abindine Ben Ali, verlengd met twaalf maanden, te weten tot en met 31 januari 2014.

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

EU-steun voor duurzame verandering in samenlevingen in een overgangssituatie

De Raad heeft conclusies aangenomen betreffende EU-steun voor duurzame verandering in samenlevingen in een overgangssituatie (zie doc. 17708/12).

Dit initiatief betreft landen die hun samenleving in een inclusieve democratie hervormen, zowel in de buurlanden van de EU als elders. De steun van de EU voor overgangsprocessen zal gericht zijn op het bevorderen van democratisch bestuur, mensenrechten en de rechtsstaat, economische en sociale welvaart en vrede en stabiliteit. Er zal sterk de nadruk worden gelegd op het verlichten van maatschappelijke ongelijkheid, met bijzondere aandacht voor de rechten van vrouwen en kinderen. Om deze doelstellingen te bereiken zal de EU ten volle gebruik maken van het brede scala aan bestaande EU-beleidsonderdelen, gaande van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid tot ontwikkelingssamenwerking.

GEMEENSCHAPPELIJK VEILIGHEIDS- EN DEFENSIEBELEID

Oefeningenprogramma van de EU 2013-2015

De Raad heeft het oefenprogramma van de EU voor de periode 2013-2015 aangenomen. Dat omvat verschillende soorten crisisbeheersingsoefeningen.

Ondersteuning van grensbeheer in Libië

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan het crisisbeheersingsconcept voor een mogelijke civiele GVDB-missie inzake grensbeveiliging in Libië. Zie persmededeling 5823/13 voor nadere bijzonderheden.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website