Navigation path

Left navigation

Additional tools

15.X.2012

15.X.2012

15.X.2012

15.X.2012

15.X.2012

15.X.2012

15.X.2012

RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE

NL

14763/1/12 REV 1

(OR. en)

PRESSE 419

PR CO 53

PERSMEDEDELING

3191e zitting van de Raad

Buitenlandse Zaken

Ontwikkeling

Luxemburg, 15 oktober 2012

Voorzitter Catherine Ashton
Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

Voornaamste resultaten van de Raadszitting

De Raad herhaalde dat de EU het Syrische volk steunt in zijn moedige strijd voor vrijheid, waardigheid en democratie, en onderstreepte diep bezorgd te zijn over de overloopeffecten van de Syrische crisis naar naburige landen wat veiligheid en stabiliteit betreft. Omdat het geweld blijft toenemen, heeft de Raad de sancties tegen het Syrische regime opnieuw aangescherpt.

De Raad herhaalde dat hij zich steeds ernstiger zorgen maakt over het nucleaire programma van Iran, en dat het dringend nodig is dat Iran al zijn internationale verplichtingen nakomt. Hij bevestigde tevens de langdurige inzet van de EU voor een diplomatieke oplossing van het Iraanse nucleaire probleem overeenkomstig de tweesporenaanpak. Aangezien Iran zijn internationale verplichtingen op flagrante wijze schendt en bij zijn weigering blijft om de IAEA volledige mede­werking te verlenen teneinde de bezorgdheden in verband met zijn nucleair programma weg te nemen, heeft de Raad bijkomende beperkende maatregelen vastgesteld.

De Raad verklaarde dat de ernstige politieke en veiligheidscrisis waardoor Mali is getroffen hem zorgen blijft baren, en verklaarde dat de EU vastbesloten is om Mali te steunen bij het herstel van de rechtsstaat en de totstandkoming van een democratische regering die op het hele Malinese grondgebied volledig soeverein is. De Raad verzocht de hoge vertegenwoordiger een crisis­beheersingsconcept uit te werken voor de reorganisatie en de opleiding van de Malinese verdedigingstroepen, rekening houdend met de voorwaarden voor doeltreffendheid ervan.

De Raad gaf aan veel belang te hechten aan Belarus en aan zijn burgers, en ernstig bezorgd te blijven over het feit dat de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat in dat land niet worden geëerbiedigd. Aangezien niet alle politieke gevangenen zijn vrijgelaten en geen enkele vrijgelaten gevangene is gerehabiliteerd, en gezien het uitblijven van verbetering met betrekking tot de eerbiediging van de mensenrechten, de rechtsstaat en de democratische beginselen, heeft de Raad besloten de geldende beperkende maatregelen tot en met 31 oktober 2013 te verlengen.

De ministers van Ontwikkeling hielden een debat ter voorbereiding van het post-MDG/2015-raamwerk en de follow-up van Rio+20. Zij wisselden ook van gedachten over EU-steun voor duurzame verandering in samenlevingen in een overgangssituatie en bespraken vervolgens de EU-aanpak inzake veerkracht.

De Raad nam zonder debat conclusies aan over het maatschappelijke engagement van Europa in de externe betrekkingen, met een nieuw EU-beleid ter ondersteuning van het maatschappelijk middenveld, waarin de nadruk ligt op langetermijnpartnerschappen met maatschappelijke organisaties uit partnerlanden. Hij nam ook conclusies aan over sociale bescherming in de ontwikkelingssamenwerking van de Europese Unie, en over ontwikkelingsfinanciering.

INHOUD1

DEELNEMERS

BESPROKEN PUNTEN

Mali

Landen van het Zuidelijk Nabuurschap

Vredesproces in het Midden-Oosten

Iran

Follow-up van de top EU-China

Landen van het Oostelijk Nabuurschap

Voorbereiding van het post-MDG/2015-raamwerk - follow-up van Rio+20

EU-steun voor duurzame verandering in samenlevingen in een overgangssituatie

EU-aanpak inzake weerbaarheid

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

BUITENLANDSE ZAKEN

  • Overeenkomst met Kosovo inzake deelname aan programma's

  • Bosnië en Herzegovina

  • Aanwijzingen in organisaties van de Verenigde Naties

  • Eritrea - beperkende maatregelen

  • Somalië - Beperkende maatregelen

  • Betrekkingen met Libanon

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

  • Het maatschappelijke engagement van Europa in de externe betrekkingen

  • Sociale bescherming in de ontwikkelingssamenwerking van de Europese Unie

  • Ontwikkelingsfinanciering

  • Jaarverslag 2012 over het beleid van de EU inzake ontwikkeling en externe bijstand in 2011

  • Vredesfaciliteit voor Afrika - Onderschrijving van verzoeken van de Afrikaanse Unie

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

  • Overeenkomst met de Republiek Kaapverdië inzake de versoepeling van de afgifte van visa

SCHRIFTELIJKE PROCEDURE

  • Toegang van het publiek tot documenten van de Raad

DEELNEMERS

Hoge vertegenwoordiger

mevrouw Catherine ASHTON hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

België:

de heer Didier REYNDERS vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken

de heer Dirk WOUTERS permanent vertegenwoordiger

Bulgarije:

de heer Nickolay MLADENOV minister van Buitenlandse Zaken

Tsjechië:

de heer Karel SCHWARZENBERG eerste viceminister-president en minister van Buitenlandse Zaken

Denemarken:

de heer Villy SØVNDAL minister van Buitenlandse Zaken

de heer Christian Friis BACH minister van Ontwikkelingssamenwerking

Duitsland:

de heer Guido WESTERWELLE minister van Buitenlandse Zaken

de heer Michael G. LINK staatssecretaris, ministerie van Buitenlandse Zaken

mevrouw Gudrun KOPP parlementair staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Economische Samenwerking en Ontwikkeling

Estland:

de heer Urmas PAET minister van Buitenlandse Zaken

Ierland:

de heer Eamon GILMORE viceminister-president (Tánaiste) en minister van Buitenlandse Zaken en Handel

de heer Joe COSTELLO onderminister, belast met Handel en Ontwikkeling

Griekenland:

de heer Dimitrios AVRAMOPOULOS minister van Buitenlandse Zaken

de heer Antonios ZAIRIS directeur-generaal voor Internationale Ontwikkelingssamenwerking - Hellenic Aid

Spanje:

de heer José Manuel GARCÍA-MARGALLO minister van Buitenlandse Zaken en Samenwerking

de heer Gonzalo ROBLES OROZCO secretaris-generaal voor Internationale Ontwikkelingssamenwerking

Frankrijk:

de heer Laurent FABIUS minister van Buitenlandse Zaken

de heer Pascal CANFIN toegevoegd minister van Ontwikkeling, ministerie van Buitenlandse Zaken

Italië:

de heer Giuliomaria TERZI DI SANT'AGATA minister van Buitenlandse Zaken

mevrouw Marta DASSU' staatssecretaris, ministerie van Buitenlandse Zaken

Cyprus:

mevrouw Erato KOZAKOU-MARCOULLIS minister van Buitenlandse Zaken

Letland:

de heer Edgars RINKĒVIČS minister van Buitenlandse Zaken

Litouwen:

de heer Evaldas IGNATAVIČIUS viceminister van Buitenlandse Zaken

Luxemburg:

de heer Jean ASSELBORN viceminister-president, minister van Buitenlandse Zaken

mevrouw Marie-José JACOBS minister van Gezinszaken en Integratie, minister van Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Actie

Hongarije:

de heer János MARTONYI minister van Buitenlandse Zaken

Malta:

de heer Tonio BORG viceminister-president en minister van Buitenlandse Zaken

mevrouw Marlene BONNICI permanent vertegenwoordiger

Nederland:

de heer Uri ROSENTHAL minister van Buitenlandse Zaken

de heer Ben KNAPEN minister voor Europese Zaken en Internationale Samenwerking

Oostenrijk:

de heer Reinhold LOPATKA staatssecretaris, ministerie van Europese en Internationale Zaken

Polen:

de heer Radosław SIKORSKI minister van Buitenlandse Zaken

mevrouw Katarzyna PEŁCZYŃSKA- NAŁĘCZ onderstaatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, ministerie van Buitenlandse Zaken

Portugal:

de heer Miguel MORAIS LEITĂO toegevoegd staatssecretaris, staatssecretaris van Europese Zaken

de heer Luís BRITES PEREIRA staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en Samenwerking

Roemenië:

de heer Titus CORLǍTEAN minister van Buitenlandse Zaken

mevrouw Luminita ODOBESCU staatssecretaris, ministerie van Buitenlandse Zaken

Slovenië:

de heer Karl Viktor ERJAVEC viceminister-president, minister van Buitenlandse Zaken

de heer Božo CERAR staatssecretaris, ministerie van Buitenlandse Zaken

Slowakije:

de heer Miroslav LAJČÁK minister van Buitenlandse Zaken

de heer Peter BURIAN staatssecretaris, ministerie van Buitenlandse Zaken

Finland

de heer Erkki TUOMIOJA minister van Buitenlandse Zaken

mevrouw Heidi HAUTALA minister van Ontwikkeling

Zweden:

de heer Carl BILDT minister van Buitenlandse Zaken

mevrouw Sofia Strand staatssecretaris, ministerie van Internationale Ontwikkelingssamenwerking

Verenigd Koninkrijk:

de heer William HAGUE First Secretary of State en minister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken

mevrouw Justine GREENING minister van Internationale Ontwikkeling

Commissie:

de heer Štefan FÜLE lid

de heer Andris PIEBALGS lid

mevrouw Kristalina GEORGIEVA lid

De regering van de toetredende staat was als volgt vertegenwoordigd:

Kroatië:

mevrouw Vesna PUSIĆ minister van Buitenlandse en Europese Zaken

BESPROKEN PUNTEN

Mali

De Raad heeft de situatie in Mali besproken en de volgende conclusies aangenomen:

"1. De Europese Unie (EU) blijft bezorgd over de ernstige politieke en veiligheidscrisis die Mali treft, en met name over de situatie in het noorden van het land, waar terroristische groepen zich van een toevluchtsoord hebben verzekerd, de bevolking wordt onderdrukt, de mensenrechten, met name van vrouwen, worden geschonden en het cultureel erfgoed wordt vernietigd, terwijl de georganiseerde criminaliteit groeit. Deze situatie vormt een onmiddellijke bedreiging voor de Sahel-regio en haar bevolking, die reeds door een ernstige voedselcrisis wordt getroffen, maar ook voor heel West- en Noord-Afrika en Europa.

2. De EU is ingenomen met Resolutie 2071 van de Veiligheidsraad van de Verenigde naties en met de toenemende internationale aandacht voor de Sahel en Mali, zoals ook blijkt uit de bijeenkomst op hoog niveau die op 26 september 2012 in de marge van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft plaatsgevonden, en het feit dat de Verenigde Naties voor de Sahel een geïntegreerde regionale strategie hebben opgesteld. Zij is verheugd over de benoeming van Romano Prodi tot speciaal gezant van de secretaris‑generaal van de Verenigde Naties, en is vastbesloten om nauw met hem samen te werken. De EU roept op de coördinatie met de voornaamste partners van Mali te verdiepen teneinde het overgangsproces efficiënter te kunnen steunen, zowel op politiek, veiligheids- als economisch gebied. In dit verband neemt de EU er met instemming kennis van dat, op initiatief van de Afrikaanse Unie (AU) en in overleg met de Organisatie van de Verenigde Naties en de Ecowas, op 19 oktober 2012 in Bamako de ondersteunings- en follow-up-groep zal bijeenkomen, en wijst zij op het belang hiervan.

3. De EU is vastbesloten Mali te steunen bij het herstel van de rechtsstaat en van een democratische regering die op zijn hele grondgebied volledig soeverein is, ten gunste van de gehele bevolking van het land. De EU is ingenomen met de benoeming door de president van de Republiek Mali van een nieuwe regering van nationale eenheid en met de inspanning tot mobilisering van de internationale gemeenschap, met name de AU en de Ecowas, die deze nieuwe autoriteiten hebben geleverd ten aanzien van alle partners, in het bijzonder de EU.

4. Overeenkomstig de beginselen die zijn bekrachtigd door de Ecowas en de door de AU en de VN gezamenlijk voorgezeten internationale ondersteunings- en follow-up-groep, alsmede bij de Resoluties 2056 en 2071 van de VN-Veiligheidsraad, roept de EU de regering van nationale eenheid op om zo spoedig mogelijk in overleg met alle politieke krachten en het maatschappelijk middenveld een routekaart op te stellen waarover consensus bestaat, met het oog op een volledige terugkeer naar de grondwettelijke orde en nationale eenheid. Deze moet met name mogelijk maken dat een geloofwaardig democratisch verkiezingsproces op gang wordt gebracht, dat er spoedig een nationale inclusieve dialoog wordt gestart, waaraan ook de vertegenwoordigers van de bevolkings­groepen in het noorden deelnemen, teneinde de terugkeer van het staatsgezag in het noorden op een zo vreedzaam mogelijke wijze voor te bereiden, alsmede dat het leger onder burgerlijk toezicht wordt gereorganiseerd.

5. De EU blijft vastbesloten om Mali bij het oplossen van deze crisis te steunen, in overleg met haar regionale en internationale partners, en om al haar instrumenten in het kader van de Strategie van de EU voor de ontwikkeling van en de veiligheid in de Sahel ten volle in te zetten. Derhalve

  • zal de EU, zodra er een geloofwaardige routekaart is opgesteld, haar ontwikkelings­samenwerking geleidelijk hervatten naarmate er concrete vorderingen worden gemaakt. In de tussentijd zet de EU de operaties ten gunste van de bevolking en de democratische overgang voort.

  • is de EU bereid steun te geven aan een kader voor een inclusieve inter-Malinese nationale dialoog met het oog op de terugkeer naar de rechtsstatelijkheid in het noorden, en een bijdrage te leveren aan de maatregelen inzake stabilisatie en weder­opbouw die deze dialoog mede zal sturen.

  • beloven de EU en haar lidstaten hun humanitaire inspanningen voort te zullen zetten, en zullen zij de ontwikkeling van de humanitaire situatie in Mali en in de buurlanden op de voet blijven volgen. De Europese Commissie maakt zich op om het bedrag van haar steun aanzienlijk op te trekken, zodat de noden beter kunnen worden gelenigd. De EU herinnert aan de verplichting om alle humanitaire actoren vrije en onbelemmerde toegang te geven tot de kwetsbare bevolkingsgroepen in de regio's van het noorden van het land.

  • verzoekt de Raad de hoge vertegenwoordiger (HV) en de Commissie andere aanvullende maatregelen of acties te bezien die zouden kunnen bijdragen tot het verminderen van de gevolgen van de crisis in Mali en het effect daarvan in de buur­landen, alsook tot het vergroten van de veerkracht van de kwetsbare bevolkings­groepen.

  • herinnert de EU aan de mogelijkheid om in nauwe samenwerking met de Ecowas, de AU en de VN gerichte sancties op te leggen aan personen die deel uitmaken van de gewapende groeperingen in het noorden en personen die de terugkeer naar de grond­wettelijke orde zouden belemmeren.

  • is de EU er, in reactie op het verzoek van Mali en de Ecowas van overtuigd dat er snel een antwoord op de uitdagingen op veiligheidsgebied en op de terroristische dreiging moet worden gevonden binnen een door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties te bepalen kader. In dat vooruitzicht is de Raad ingenomen met de voorbereiding door de HV van de wijze waarop eventueel steun moet worden gegeven aan de wederopbouw van het Malinese leger, in samenhang met de politieke doelstellingen en het actiekader die door de internationale gemeenschap zijn bepaald, en overeenkomstig Resolutie 2071 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

  • verzoekt de Raad de HV en de Europese Commissie te onderzoeken hoe een engagement van de regionale partners, met name de AU en de Ecowas, kan worden gesteund, bijvoorbeeld door snel steun te verlenen inzake planning. Onder voor­behoud van de overlegging van een afgewerkt concept door de Ecowas verzoekt de Raad de HV en de Europese Commissie de mogelijkheid van extra steun, met inbegrip van financiële steun, te onderzoeken, zoals de mobilisering van de Vredesfaciliteit voor Afrika.

  • vraagt de Raad eveneens dat de werkzaamheden met betrekking tot de planning van een eventuele militaire missie in het kader van het GVDB dringend zouden worden voortgezet en verdiept, door met name een crisisbeheersingsconcept uit te werken voor de reorganisatie en de opleiding van de Malinese verdedigingstroepen, rekening houdend met de voorwaarden voor de doeltreffendheid van een eventuele missie, met inbegrip van volledige en onverkorte steun van de Malinese autoriteiten en het bepalen van een exitstrategie. Die werkzaamheden moeten in nauw overleg met de organisaties, met name de VN, de AU en de Ecowas, de staten en de betrokken spelers worden verricht om er zeker van te kunnen zijn dat de respectieve inspanningen complementair zijn. De Raad verzoekt de HV het crisisbeheersings­concept te ontwikkelen met het oog op zijn zitting van 19 november, en daar haar aanbevelingen te presenteren.

  • roept de Raad in het kader van een globale aanpak op tot het benutten van het potentieel van de synergieën met de andere activiteiten van de EU in de regio, met name de missie EUCAP SAHEL Niger en het regionale karakter daarvan."

Landen van het Zuidelijk Nabuurschap

- Syrië

De Raad heeft de laatste ontwikkelingen in Syrië besproken en de volgende conclusies aangenomen:

"1. De Europese Unie staat het Syrische volk terzijde in zijn moedige strijd voor vrijheid, waardigheid en democratie. Het gebruik van geweld, waaronder zware wapens en lucht­bombardementen, door het Syrische bewind tegen burgers heeft ongekende hoogten bereikt en kan de situatie slechts verergeren en de stabiliteit van de hele regio in gevaar brengen. De EU brengt in herinnering dat de prioriteit zou moeten liggen bij het beëindigen van de onderdrukking, het beëindigen van elke vorm van geweld, het verlenen van humanitaire hulp aan allen die daar behoefte aan hebben, het voorkomen van verdere regionale instabiliteit en paraatheid voor de periode na het conflict.

De EU beklemtoont dat degenen die door hun aanwezigheid de politieke transitie zouden ondermijnen, moeten worden uitgesloten, en dat er, wat dat betreft, voor president Assad geen plaats is in het toekomstige Syrië.

De EU blijft hechten aan de soevereiniteit, de onafhankelijkheid en de territoriale integriteit van Syrië.

2. De Europese Unie blijft ernstig bezorgd over de overloopeffecten van de Syrische crisis naar naburige landen wat veiligheid en stabiliteit betreft. De EU veroordeelt met kracht het door Syrische strijdkrachten uitgevoerde bombardementen op Turks grondgebied, en met name het bombardement op de grensstad Akçakale op 3 oktober De EU doet een beroep op allen om escalatie te voorkomen. De EU roept de Syrische autoriteiten nogmaals op de territoriale integriteit en de soevereiniteit van alle buurlanden volledig te eerbiedigen.

3. De EU memoreert dat de hoofdverantwoordelijkheid voor de huidige crisis bij de Syrische autoriteiten berust, maar waarschuwt voor een verdere militarisering en radicalisering van het conflict en voor sektarisch geweld dat het lijden in Syrië slechts kan vergroten en tragische gevolgen kan hebben voor de regio. In dit verband uit de EU haar bezorgdheid over de bescherming van de burgerbevolking, met name kwetsbare groepen en religieuze gemeenschappen. De toename van het geweld en de recente reeks terroristische aanslagen tonen aan hoe dringend noodzakelijk een politieke transitie wordt die tegemoetkomt aan de democratische aspiraties van het Syrische volk en de stabiliteit in Syrië herstelt. In dat verband is de EU ernstig bezorgd over de toenemende stroom wapens die Syrië binnen­komt en roept zij alle staten op geen wapens aan het land te leveren.

Het voortduren en escaleren van de crisis in Syrië vormt een bedreiging voor de stabiliteit in de ruimere regio.

4. De EU betuigt opnieuw haar volle steun voor de inspanningen van Lakhdar Brahimi als gemeenschappelijk speciaal vertegenwoordiger van de Verenigde Naties en van de Liga van Arabische Staten voor Syrië, en is gaarne bereid haar samenwerking met hem te intensiveren. De EU benadrukt dat de internationale en regionale inspanningen gebundeld moeten worden om de Syrische crisis te beëindigen door middel van een politieke oplossing, en zij roept de voornaamste spelers in de regio en alle leden van de VN‑Veiligheidsraad ertoe op hun verantwoordelijkheden na te komen en de inspanningen van Brahimi te steunen.

De EU ziet uit naar de volgende bijeenkomst van de Groep Vrienden van het Syrische Volk, die zal worden gehouden in Marokko, om de internationale druk op het Syrische bewind in stand te houden.

5. Gelet op de verslechterende humanitaire situatie en de naderende winter wijst de EU op de morele plicht om de bijstand aan alle getroffen bevolkingsgroepen in geheel Syrië en in de buurlanden op te voeren. De Europese Unie verklaart zich solidair met de getroffen bevolkingsgroepen en de buurlanden die de vluchtelingen hebben opgevangen. De EU zal bijstand blijven verlenen en roept alle donoren op hun bijdragen naar aanleiding van de meest recente oproepen van de VN tot financiering van humanitaire hulp en vluchtelingen­hulp te verhogen. De Europese Unie spoort de donoren aan hun bijstand te melden en met de Verenigde Naties (OCHA) te coördineren met het oog op een zo doeltreffend mogelijke hulpverlening. Alle partijen dienen volledige en veilige toegang te garanderen voor het verlenen van humanitaire hulp in alle delen van het land, en het internationaal humanitair recht te eerbiedigen. De Europese Unie spoort alle partijen bij het conflict aan om volledig hun wettelijke en morele plichten in verband met het beschermen van de burgerbevolking na te komen.

De EU is met name verontrust over de enorme en nog steeds groeiende problemen waar­mee de bevolking van Syrië wordt geconfronteerd wanneer zij toegang willen krijgen tot medische diensten, en dringt er bij alle partijen op aan om zich te committeren aan het onverkort eerbiedigen van de onschendbaarheid van alle medische voorzieningen, het medisch personeel en de medische voertuigen in toepassing van het internationaal humanitair recht.

6. De EU is ontzet over de verslechtering van de situatie in Syrië en met name over de wijd­verbreide, systematische schendingen van de mensenrechten, het internationaal humanitair recht en de fundamentele vrijheden door de Syrische autoriteiten. In overeen­stemming met de op 28 september aangenomen Resolutie van de VN-Mensenrechtenraad over Syrië roept de EU alle partijen ertoe op een einde te maken aan elke vorm van geweld en bijzondere maatregelen te nemen ter bescherming van kwetsbare groepen, zoals kinderen, alsmede van vrouwen en meisjes tegen seksegerelateerd geweld.

De EU verwelkomt de verlenging van het mandaat van de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie inzake Syrië alsmede de versterking van de commissie door de benoeming van twee nieuwe leden, Carla del Ponte en Vitit Muntarbhorn. De EU betuigt nogmaals haar steun aan het onderzoek van die commissie naar de berichten over schendingen van het internationaal recht inzake de mensenrechten, teneinde degenen ter verantwoording te roepen die verantwoordelijk zijn voor deze schendingen, ook die welke als misdaden tegen de menselijkheid en als oorlogsmisdaden kunnen worden beschouwd overeenkomstig de definitie van het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof. De EU benadrukt hoe belangrijk het is dat de wijdverbreide, systematische, grove schendingen van de mensenrechten gedocumenteerd worden, en herinnert eraan dat eenieder die daar­voor verantwoordelijk is, er ook voor ter verantwoording moet worden geroepen. De EU herhaalt haar oproep aan de Syrische autoriteiten om volledige medewerking te verlenen aan de onderzoekscommissie, mede door volledige, onmiddellijke en onbeperkte toegang tot het hele Syrische grondgebied te verschaffen.

7. De EU brengt in herinnering dat een inclusieve en gecoördineerde oppositie essentieel is om een aanvang te kunnen maken met een politieke transitie. De EU blijft alle oppositie­groeperingen binnen en buiten Syrië aansporen om hun verschillen te overbruggen, een reeks gemeenschappelijke beginselen overeen te komen, te beginnen toe te werken naar een inclusieve, ordelijke, vreedzame transitie in Syrië en daarbij uit te gaan van de overeenstemming over het "Nationale Pact" en over "Een gemeenschappelijke politieke visie voor een politieke overgang in Syrië". De EU zal haar nauwe samenwerking met de Liga van Arabische staten voortzetten en ondersteuning blijven bieden aan verdere dialooginitiatieven ter aanvulling van de inspanningen van die Liga om de oppositie aan te moedigen een inclusief gezamenlijk platform te vormen. Voor alle Syriërs moet in het nieuwe Syrië plaats zijn en zij dienen gelijke rechten te genieten, ongeacht hun herkomst, achtergrond, godsdienst, overtuiging of geslacht.

8. De EU zal nog verdere ondersteuning bieden voor de capaciteitsopbouw van het maatschappelijk middenveld met het oog op de deelname ervan aan een toekomstig Syrië overeenkomstig de legitieme eisen van het Syrische volk inzake een vrijer, opener en inclusiever politiek bestel waaraan alle Syriërs deel hebben. In dit verband onderkent de EU ook het belang van het werk van de plaatselijke civiele organen in Syrië.

9. De EU heeft vandaag verdere beperkende maatregelen tegen Syrië aangenomen. De EU zal gaarne samenwerken met degenen die zich oprecht inzetten voor een echte democratische overgang. Zolang de repressie voortduurt, zal de EU vasthouden aan haar beleid om bij­komende maatregelen te treffen, niet tegen de burgerbevolking, maar tegen het regime. Ook zal de EU de internationale gemeenschap blijven aansporen zich aan te sluiten bij haar inspanningen, waarbij zij tegen het Syrische bewind en zijn medestanders beperkende maatregelen toepast en handhaaft. In dit verband is de EU ingenomen met de vierde bijeen­komst van de Internationale Sanctiegroep, op 20 september in 's-Gravenhage. De EU roept alle Syriërs op, zich van het repressieve beleid van het regime te distantiëren teneinde een politieke transitie mogelijk te maken.

10. De EU zal nauw en uitgebreid met de internationale partners samenwerken op het gebied van planning om te zorgen dat de internationale gemeenschap gereed staat om snelle ondersteuning te verlenen aan Syrië zodra de transitie zich voltrekt. In verband onder­streept de EU het belang van de instelling van een overgangsorgaan. De EU is verheugd over het feit dat op 4 september 2012 in Berlijn de tweede vergadering van de werkgroep economisch herstel en economische ontwikkeling van de Vrienden van het Syrische Volk is gehouden.

De EU is verontrust over de vernietiging van Syrisch cultureel erfgoed.

Zodra de democratische transitie echt op gang komt, zal de EU een nieuw, ambitieus partnerschap met Syrië over alle gebieden van wederzijds belang ontwikkelen en daarvoor onder meer aan een behoeftenbeoordeling na het conflict bijdragen, bijstand mobiliseren, werken aan institutionele opbouw, de handels- en economische betrekkingen versterken en steun verlenen aan transitionele justitie en de politieke overgang.

11. De komende Raad Justitie en Binnenlandse Zaken zal zich buigen over de problemen in verband met de druk op de buitengrenzen van de EU."

Omdat het geweld in Syrië blijft toenemen, heeft de Raad de EU-sancties tegen het Syrische regime aangescherpt. Zie persmededeling 14793/12 voor nadere bijzonderheden.

- Egypte

De Raad heeft de balans opgemaakt van de voorbereidingen voor de ontmoeting van de taskforce met Egypte, die gepland is op 13 en 14 november in Caïro.

Vredesproces in het Midden-Oosten

De Raad heeft de balans opgemaakt van het vredesproces in het Midden-Oosten, bij wijze van follow-up van de gebeurtenissen in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van september.

Iran

De Raad heeft de situatie in Iran besproken en de volgende conclusies aangenomen:

"1. De Raad herhaalt dat hij zich steeds ernstiger zorgen maakt over het nucleaire programma van Iran, en dat het dringend nodig is dat Iran al zijn internationale verplichtingen nakomt, waaronder de volledige uitvoering door Iran van de resoluties van de VN-Veiligheidsraad en de Raad van Beheer van de IAEA.

2. De Raad veroordeelt de niet-aflatende productie van verrijkt uranium en de uitbreiding van de capaciteit van Iran om uranium te verrijken, ook op de Fordow-site, alsook de aanhoudende zwaarwateractiviteiten, zoals weergegeven in het meest recente IAEA‑rapport; het gaat hier om inbreuken op de resoluties van de VN-Veiligheidsraad en van de Raad van Beheer van de IAEA. De Raad stelt met buitengewone bezorgdheid vast dat Iran de IAEA geen medewerking verleent om alle resterende vraagstukken te verduidelijken, ook wat betreft de eventuele militaire dimensie van het nucleaire programma van Iran. De Raad is dan ook verheugd over de aanneming, met een over­weldigende meerderheid, door de Raad van Beheer van de IAEA van de resolutie van 13 september 2012, waarin wordt gesteld dat Iran dringend de nodige medewerking moet verlenen om het internationale vertrouwen in het uitsluitend vreedzame karakter van het nucleaire programma van Iran te herstellen.

3. De handelwijze van Iran is een flagrante schending van zijn internationale verplichtingen; Iran blijft bij zijn weigering om de IAEA volledige medewerking te verlenen teneinde de bezorgdheden in verband met zijn nucleair programma weg te nemen. In dat verband, en in aansluiting op eerdere conclusies van de Europese Raad en van de Raad, is de Raad aan­vullende beperkende maatregelen in de sectoren financiën, handel, energie en vervoer overeengekomen, alsmede verdere toevoegingen op de lijst, met name van entiteiten die actief zijn in de olie- en de gasindustrie. Met name is de Raad overeengekomen alle trans­acties tussen Europese en Iraanse banken te verbieden, tenzij daarvoor op voorhand toe­stemming is verleend onder stringente voorwaarden, met vrijstellingen in verband met humanitaire noden. Voorts heeft de Raad besloten tot stringentere beperkende maatregelen jegens de Centrale Bank van Iran. Verdere uitvoerbeperkingen zijn opgelegd, met name voor grafiet, metalen, programmatuur voor industriële processen, alsmede maatregelen betreffende de scheepsbouwindustrie.

4. De beperkende maatregelen waartoe vandaag is besloten, zijn gericht tegen het nucleaire programma van Iran en de inkomsten die het Iraanse bewind ervoor aanwendt, en niet tegen het Iraanse volk. Het Iraanse bewind zelf kan verantwoordelijk handelen en alle sancties doen ophouden. Zolang dat niet gebeurt, blijft de Raad vastbesloten de druk op Iran in nauw overleg met de internationale partners op te voeren in het kader van de tweesporenaanpak.

5. De Raad wijst er nogmaals op dat de Europese Unie zich al geruime tijd inzet voor een diplomatieke oplossing van het Iraanse nucleaire probleem overeenkomstig de tweesporenaanpak.

6. De Raad bevestigt dat de EU blijft streven naar een integrale, door onderhandelingen bereikte, regeling op lange termijn die internationaal vertrouwen wekt in het uitsluitend vreedzame karakter van het nucleaire programma van Iran en tegelijk het legitieme recht van Iran op vreedzaam gebruik van kernenergie overeenkomstig het NPV eerbiedigt, ten volle rekening houdend met de resoluties van de VN-Veiligheidsraad en van de Raad van Beheer van de IAEA. De Raad is verheugd over de vastbeslotenheid om tot een diplomatieke oplossing te komen, waarvan de E3+3-ministers van Buitenlandse Zaken op 27 september in New York blijk hebben gegeven, en hij ondersteunt ten volle de inspanningen die de hoge vertegenwoordiger in dat opzicht namens de E3+3 onderneemt. De E3+3 hebben een geloofwaardig en solide vertrouwenwekkend voorstel gedaan voor onderhandelingen volgens de overeengekomen beginselen wederkerigheid en stapsgewijze aanpak. De Raad verzoekt Iran met klem zich constructief op stellen door zich te richten op de totstandkoming van een akkoord betreffende concrete vertrouwenwekkende maat­regelen, de onderhandelingen ernstig te nemen en de bezorgdheden van de internationale gemeenschap weg te nemen."

Daarnaast heeft de Raad de beperkende EU-maatregelen op substantiële wijze uitgebreid nu de EU zich steeds ernstiger zorgen maakt over het nucleaire programma van Iran. Zie persmededeling 14803/12 voor nadere bijzonderheden.

Follow-up van de top EU-China

De Raad heeft van gedachten gewisseld over het resultaat van de top EU-China van 20 september, in het vooruitzicht van de Europese Raad van 18 en 19 oktober en de bespreking die de staats­hoofden en regeringsleiders zullen voeren over de betrekkingen met strategische partners.

Landen van het Oostelijk Nabuurschap

- Belarus

Tijdens de lunch hebben de ministers de situatie in Belarus besproken in het licht van de parlementsverkiezingen van 23 september. De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. De Raad herinnert aan zijn conclusies van 31 januari 2011, 20 juni 2011 en 23 maart 2012, wijst op het belang dat hij hecht aan dit buurland van de EU en aan de burgers van dat land, en blijft zeer bezorgd over het feit dat de mensenrechten, de democratie en de rechts­staat in Belarus niet geëerbiedigd worden.

2. De Raad verwijst naar de verklaring van hoge vertegenwoordiger Catherine Ashton en Commissielid Štefan Füle en betreurt dat de parlementsverkiezingen van 23 september 2012, die in een algemeen klimaat van onderdrukking hebben plaats­gevonden, opnieuw een gemiste kans voor Belarus vormden om verkiezingen te houden overeenkomstig de OVSE- en de internationale normen. Hij roept de Belarussische autoriteiten op de door de OVSE / het ODIHR gedane aanbevelingen ter harte te nemen, daartoe volledig met de OVSE / het ODIHR samen te werken, en de heropening van een OVSE-kantoor in Belarus toe te staan.

3. De Raad doet opnieuw een oproep om alle resterende politieke gevangenen onmiddellijk vrij te laten en te rehabiliteren. Hij neemt nota van de vrijlating van Syarhei Kavalenka en ziet dit als positief signaal, maar betreurt dat een verzoek om gratieverlening door de president hiervoor een voorwaarde was. De Raad blijft tevens uiterst bezorgd over besluiten betreffende bijkomende gevangenisstraffen en aanhoudende meldingen van mishandeling van politieke gevangenen.

4. De Raad roept de Belarussische autoriteiten opnieuw op een einde te maken aan de intimidatie van de civiele samenleving, de politieke oppositie en de onafhankelijke media. De Raad dringt er bij de Belarussische autoriteiten op aan zich te houden aan resolutie 20/13 van de Mensenrechtenraad, en onder meer alle aanbevelingen in het verslag van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN uit april 2012 uit te voeren en ten volle samen te werken met de nieuwe speciale VN-rapporteur voor Belarus.

5. Aangezien niet alle politieke gevangenen zijn vrijgelaten en geen enkele vrijgelaten gevangene is gerehabiliteerd, en gezien het uitblijven van verbetering met betrekking tot de eerbiediging van de mensenrechten, de rechtsstaat en democratische beginselen, heeft de Raad besloten de geldende beperkende maatregelen tot en met 31 oktober 2013 te verlengen. In dit verband herinnert de Raad aan zijn conclusies van 23 maart 2012 en herhaalt hij dat zijn beleid betreffende beperkende maatregelen voor aanvullingen vatbaar blijft en permanent wordt geëvalueerd.

6. De EU-solidariteit indachtig dringt de Raad er bij Belarus opnieuw op aan de inter­nationaal erkende diplomatieke immuniteiten en voorrechten van de diplomatieke vertegenwoordigingen van de lidstaten van de EU en hun personeel in Belarus volledig te eerbiedigen, en hun toe te staan hun taken ten volle uit te oefenen.

7. De Raad blijft ten zeerste bereid de banden van de EU met het Belarussische volk en het maatschappelijk middenveld te versterken. De Raad betuigt zijn aanhoudende volledige steun aan de "Europese dialoog voor modernisering", en is voornemens daar verdere uitwerking aan te geven. Hij neemt er nota van dat de Europese dialoog een wezenlijk debat heeft gestimuleerd onder vertegenwoordigers van de Belarussische samenleving teneinde tot concrete ideeën betreffende de hervormingsbehoeften te komen, en spoort de autoriteiten van Belarus aan mee te doen aan de besprekingen.

8. De Raad herhaalt dat de EU bereid is onderhandelingen over visumfaciliterings- en overname­overeenkomsten te starten die tot verbetering van de interpersoonlijke contacten zouden moeten leiden en ten goede zouden moeten komen aan de Belarussische bevolking als geheel, en betreurt dat de Belarussische autoriteiten tot dusver niet hebben geantwoord op het verzoek van de Commissie van juni 2011 waarin hun werd verzocht onder­handelingen te beginnen. In afwachting hiervan is de Raad verheugd dat de lidstaten van de EU de bestaande flexibiliteit binnen de visumcode optimaal blijven benutten, met name de mogelijkheden om de visumkosten voor bepaalde categorieën Belarussische burgers of in individuele gevallen kwijt te schelden of te verlagen, en zou hij toejuichen dat de mogelijkheden worden verkend om de visumkosten voor Belarussische burgers verder te verlagen.

9. De Raad herhaalt dat hij een beleid van kritische betrokkenheid nastreeft, onder meer via dialoog en deelname aan het Oostelijk Partnerschap, en herinnert eraan dat aan de ontwikkeling van bilaterale betrekkingen uit hoofde van het Oostelijk Partnerschap de voorwaarde verbonden is dat Belarus vorderingen maakt bij het eerbiedigen van de beginselen van democratie, rechtsstaat en mensenrechten. De Raad herhaalt dat de EU Belarus graag zal helpen aan zijn verplichtingen op dit gebied te voldoen."

Daarnaast heeft de Raad de beperkende EU-maatregelen tegen Belarus met nog eens twaalf maanden verlengd. Voor meer informatie over de betrekkingen tussen de EU en Belarus: informatieblad over de Europese Unie en Belarus.

- Georgië

Tijdens de lunch hebben de ministers de situatie in Georgië besproken in het licht van de parlementsverkiezingen van 1 oktober. De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. Het verheugt de Raad dat in Georgië op 1 oktober 2012 parlementsverkiezingen hebben plaatsgevonden; hij wenst de Georgische bevolking geluk met deze belangrijke stap naar versterking van de democratie in haar land. De Raad neemt nota van de eerste evaluatie door OVSE-ODIHR, die luidt dat deze verkiezingen in het algemeen een positief verloop hebben gehad, en zal Georgië steunen bij het opvolgen van de aanbevelingen van OVSE‑ODIHR.

2. Alle Georgische staatsinstellingen en politieke partijen worden door de Raad opgeroepen in de komende overgangsperiode constructief samen te werken, ten einde stabiliteit, rechts­statelijkheid, eerbiediging van de mensenrechten en goed bestuur te verzekeren, geheel in overeenstemming met de democratisch geuite wil van het Georgische volk en met de taken die de Georgische grondwet aan respectievelijk het parlement en de president heeft toe­bedeeld. De Raad verwelkomt het feit dat beide partijen snel met elkaar in contact zijn getreden, en dat vertegenwoordigers van het oude en van het nieuwe bewind een efficiënte en transparante politieke transitie in het vooruitzicht hebben gesteld.

3. De Raad bevestigt dat de EU in het Oostelijk Partnerschap naar een politieke associatie en economische integratie met Georgië streeft, en de doelstelling blijft delen dat te zijner tijd visumvrij moet kunnen worden gereisd, mits de voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit zijn vervuld. De Raad onderkent de Europese aspiraties van Georgië, evenals de keuze voor Europa, en spreekt de verwachting van verdere hechte samen­werking uit met betrekking tot de ambitieuze gemeenschappelijke agenda. In dit verband herinnert de Raad tevens aan de gemeenschappelijke verklaring die de ministers van Buitenlandse Zaken van het Oostelijk Partnerschap op 23 juli 2012 tijdens hun bijeenkomst hebben afgelegd, en waarin staat dat de routekaart tot richtsnoer zal dienen bij de toetsing en verdere vormgeving van het partnerschap.

4. De EU is bereid het nieuwe bestuur steun en advies te verlenen en de technische dialoog voort te zetten, om de continuïteit te verzekeren en vaart te houden in de onderhandelingen over een associatieovereenkomst - daaronder begrepen een diepe en brede vrijhandels­ruimte - en in de maatregelen die in het kader van de visumdialoog worden getroffen. De Raad benadrukt achter de steunverlening te staan die de EU heeft toegezegd met het oog op de noodzakelijke interne hervormingen ter zake in Georgië. De Raad ziet ernaar uit de nieuwe minister-president zo spoedig mogelijk op bezoek te ontvangen.

5. De Raad onderstreept dat een daadwerkelijke parlementaire oppositie en een bruisend maatschappelijk middenveld van cruciaal belang zijn voor democratische ontwikkeling, en herhaalt zijn steun te zullen blijven verlenen aan capaciteitsopbouw op dit gebied.

6. De Raad bevestigt de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Georgië binnen internationaal erkende grenzen vastberaden te steunen. De EU verwacht van Georgië volgehouden inzet bij de internationale besprekingen in Genève, en een verder daad­werkelijk engagement met de regio's die zich hebben afgescheiden. De EU bevestigt opnieuw actief betrokken te blijven bij de inspanningen voor stabilisatie en conflict­beslechting in Georgië, onder meer als co-voorzitter van het overleg van Genève, door toedoen van de SVEU, en door de verdere aanwezigheid van de waarnemingsmissie van de EU (EUMM) in het gebied. De Raad verzoekt Georgië om verdere medewerking met het oog op een terugkeer van de OVSE-missie naar Georgië."

Voorbereiding van het post-MDG/2015-raamwerk - follow-up van Rio+20

De ministers van Ontwikkeling hebben zich gebogen over de vraag op welke beginselen een integrale EU-aanpak voor de ontwikkelingsagenda na 2015 en de follow-up van Rio+20 moeten zijn gestoeld. Zij hebben verscheidene kwesties besproken, onder meer de vraag hoe er werk kan worden gemaakt van de toekomstige ontwikkelingsagenda met inachtneming van de lering die is getrokken uit de millenniumontwikkelingsdoelstellingen. Enkele ministers hebben met name onderstreept dat het belangrijk is uitbanning van armoede in de toekomstige ontwikkelingsagenda centraal te blijven stellen, en tegelijkertijd mogelijke lacunes in het huidige MDG-kader te verhelpen, onder meer op het gebied van mensenrechten, bestuur, verantwoordingsplicht, duurzame groei, kwetsbaarheid, en conflict- en post-conflictsituaties.

Voorts hebben de ministers van gedachten gewisseld over toekomstige doelstellingen voor duur­zame ontwikkeling in de ontwikkelingsagenda voor de periode na 2015. Verscheidene ministers hebben ook hun standpunt meegedeeld over de vraag hoe de EU een geïntegreerde aanpak voor financiering en andere uitvoeringsmiddelen kan bevorderen, zoals via publiek-private partner­schappen.

Daarnaast hebben vele ministers gewezen op het belang van een gezamenlijk EU-standpunt over de ontwikkelingsagenda voor de periode na 2015 en de follow-up van Rio+20. Hulpverlening aan strategische partnerlanden in de desbetreffende internationale onderhandelingen is eveneens essentieel.

Dit debat zal de voorbereiding van een mededeling van de Commissie over de o ntwikkelingsagenda voor de periode na 2015 inspireren. De mededeling zal naar verwachting begin januari 2013 worden ingediend en zal dienen als basis voor verdere besprekingen.

EU-steun voor duurzame verandering in samenlevingen in een overgangssituatie

De ministers van Ontwikkeling hebben op basis van de Commissiemededeling besproken wat de beste manier is om steun voor duurzame verandering te verlenen aan landen die ingrijpende politieke, sociale en economische hervormingen ondergaan - de zogeheten transitielanden (14662/12).

De ministers hebben manieren besproken om de rijke ervaring en expertise van de EU-lidstaten zelf op het gebied van transitie, ten volle te benutten, onder meer door een breder gebruik van de online­database European transition compendium.

Verscheidene ministers hebben het belang onderstreept van de eigen verantwoordelijkheid van de landen voor het welslagen van de transitieprocessen. Het antwoord van de EU moet inspelen op de behoeften van de landen en aangepast zijn aan de afzonderlijke situaties. De EU moet ook stimulansen voor een doeltreffende ondersteuning van de hervormingen in kaart brengen, op basis van het beginsel ("meer voor meer" (meer steun voor grootschaligere en snellere hervormingen).

Dit debat zal in een volgende zitting van de Raad als basis dienen voor conclusies over de EU‑aanpak van steun voor duurzame verandering in transitielanden.

EU-aanpak inzake weerbaarheid

De ministers van Ontwikkeling hebben op basis van de gezamenlijke mededeling "De EU-aanpak inzake weerbaarheid: lessen uit de voedselzekerheidscrises" manieren besproken om chronische kwetsbaarheid aan te pakken en crisisbestendigheid op te bouwen (14616/12).

De ministers hebben van gedachten gewisseld over de vraag hoe de EU-steun die bedoeld is om landen die met voedselonzekerheid kampen en gevoelig zijn voor rampen minder kwetsbaar te maken, doeltreffender kan worden gemaakt. Zij hebben onderstreept dat het van belang is weer­baarheid op te nemen als centrale doelstelling van de externe EU-steun, in het onderdeel humanitaire en ontwikkelingshulp.

Dit debat zal als uitgangspunt dienen voor conclusies van de Raad over de EU-aanpak inzake weerbaarheid.

* * *

De Raad heeft een verklaring over de toekenning van de Nobelprijs voor de vrede aan de EU goedgekeurd.

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

BUITENLANDSE ZAKEN

Overeenkomst met Kosovo inzake deelname aan programma's

De Raad heeft de Commissie gemachtigd onderhandelingen te openen over een kaderovereenkomst met Kosovo* inzake deelname van Kosovo aan Unieprogramma's, en heeft onderhandelings­richtsnoeren aangenomen.

Bosnië en Herzegovina

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"De Raad herhaalt dat hij het EU-perspectief van een soeverein en verenigd Bosnië en Herzegovina dat volledige territoriale integriteit geniet, zonder voorbehoud steunt. Hij blijft onverminderd achter de conclusies van maart 2011, oktober 2011, december 2011 en juni 2012 staan. De Raad neemt met instemming kennis van de herconfiguratie van operatie Althea, die per 1 september 2012 is voltooid: er is nu een kleinere troepenmacht in Bosnië en Herzegovina gestationeerd, en de klem­toon werd met succes verschoven naar capaciteitsopbouw en opleiding, terwijl toch het vermogen werd behouden om bij te dragen aan de afschrikkingscapaciteit van de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina, indien de situatie dat vereist. De Raad geeft uiting aan zijn bezorgdheid over de huidige politieke situatie in Bosnië en Herzegovina, maar onderkent dat het veiligheids­klimaat rustig en stabiel blijft, en hij neemt er kennis van dat de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina tot dusver in staat zijn gebleken het hoofd te bieden aan bedreigingen voor het veilig klimaat. De Raad bevestigt in dit verband dat de EU, als onderdeel van haar algemene strategie ten aanzien van Bosnië en Herzegovina, in deze fase bereid is om, op grond van een nieuw mandaat van de VN, uitvoerende militaire taken te blijven verrichten teneinde de inspanningen van Bosnië en Herzegovina ter handhaving van een veilig klimaat te steunen."

Aanwijzingen in organisaties van de Verenigde Naties

De Raad heeft herziene richtsnoeren aangenomen inzake de criteria voor de selectieprocedures van organisaties in het VN-stelsel, de coördinatie van sollicitaties door de Unie, en de steun aan kandidaten van derde landen.

Eritrea - beperkende maatregelen

De Raad heeft het EU-recht aangepast naar aanleiding van de wijzigingen in de VN-sancties tegen Eritrea. Hij heeft dan ook een afwijking van het bestaande wapenembargo tegen Eritrea ingevoerd voor beschermende kledij ten behoeve van VN-personeel en voor leveringen van niet-dodelijke militaire uitrusting die uitsluitend voor humanitaire doeleinden bedoeld is.

Somalië - Beperkende maatregelen

Naar aanleiding van wijzigingen die in de VN-Veiligheidsraad zijn overeengekomen, heeft de Raad de beperkende maatregelen met betrekking tot de situatie in Somalië bijgestuurd. Hij heeft twee personen toegevoegd aan de lijst van personen die geen toegang tot de EU krijgen, van wie de tegoeden zijn bevroren, en die geen wapens of militaire uitrusting kunnen aankopen in de EU. Tevens heeft hij een vrijstelling van het bestaande wapenembargo tegen Somalië ingevoerd voor de wapens die bedoeld zijn voor het UN political office for Somalia.

Betrekkingen met Libanon

De Raad heeft het standpunt van de EU vastgesteld voor de zesde zitting van de Associatieraad met Libanon, die op 17 oktober in Brussel plaatsvindt.

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Het maatschappelijke engagement van Europa in de externe betrekkingen

De Raad heeft conclusies aangenomen, "Aan de basis van democratie en duurzame ontwikkeling: het maatschappelijke engagement van Europa in de externe betrekkingen", met een nieuw EU‑beleid ter ondersteuning van het maatschappelijk middenveld, waarin de nadruk ligt op lange­termijn­partnerschappen met maatschappelijke organisaties uit partnerlanden (14451/12). De Raad erkent met name dat een mondig maatschappelijk middenveld een troef is voor elke democratie, en een belangrijke factor voor doeltreffender beleid, billijkere ontwikkeling en inclusievere groei.

Sociale bescherming in de ontwikkelingssamenwerking van de Europese Unie

De Raad heeft conclusies over sociale bescherming in de ontwikkelingssamenwerking van de Europese Unie aangenomen (14444/12). De Raad erkent met name dat sociale bescherming een transformerende rol kan spelen door billijkheid, sociale insluiting, en de dialoog met sociale partners te bevorderen. Deze conclusies leggen leidende beginselen vast voor de toekomstige EU‑ontwikkelingssamenwerking op het gebied van sociale bescherming, op basis van een gediversifieerde aanpak, rekening houdend met de behoeften, de prioriteiten en de capaciteiten van de partnerlanden, en met de doelstelling om de ontwikkeling van beleidsmaatregelen en ‑programma's inzake inclusieve sociale bescherming waarvoor het land zelf verantwoordelijk is, te steunen.

Ontwikkelingsfinanciering

De Raad heeft conclusies over ontwikkelingsfinanciering (14272/12) aangenomen, waarin de EU en haar lidstaten met name hun verbintenissen ter zake bevestigen, alsook hun alomvattende benadering van ontwikkelingshulp door alle beschikbare financieringsbronnen in te zetten teneinde tegen 2015 de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te halen.

Jaarverslag 2012 over het beleid van de EU inzake ontwikkeling en externe bijstand in 2011

De Raad heeft conclusies aangenomen met betrekking tot het jaarverslag 2012 over het ontwikkelingsbeleid en het beleid inzake externe bijstand van de Europese Unie en de tenuitvoerlegging daarvan in 2011 (13107/12).

Vredesfaciliteit voor Afrika - Onderschrijving van verzoeken van de Afrikaanse Unie

De Raad heeft ermee ingestemd dat de EU een positief standpunt inneemt ten aanzien van het verzoek van de Afrikaanse Unie om de Vredesfaciliteit voor Afrika (de APF-middelen) aan te vullen door hertoewijzing van 100 miljoen euro uit het tiende Europees Ontwikkelingsfonds aan definanciële middelen voor de vredesondersteunende operaties van de Afrikaanse Vredesfaciliteit. Dat is het standpunt dat de EU zal innemen in het ACS-EU-Comité van ambassadeurs. Voor meer informatie, zie 13933/1/12.

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

Overeenkomst met de Republiek Kaapverdië inzake de versoepeling van de afgifte van visa

De Raad heeft een besluit vastgesteld betreffende de ondertekening van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Kaapverdië inzake de versoepeling van de afgifte van visa voor kort verblijf aan de burgers van de Republiek Kaapverdië en van de Europese Unie (14202/12), op basis van wederkerigheid en voor een voorgenomen verblijf van ten hoogste 90 dagen per periode van 180 dagen (14203/12).

Overeenkomsten ter versoepeling van de afgifte van visa gaan gewoonlijk gepaard met overname­overeenkomsten tussen de EU en derde landen. De ondertekening van de overnameovereenkomst met de Republiek Kaapverdië zal naar verwachting begin 2013 plaatsvinden, en de beide overeen­komsten treden op dezelfde dag in werking, wellicht voor de zomer van 2013.

Voordat de overeenkomst ter versoepeling van de afgifte van visa kan worden gesloten, wordt zij ter goedkeuring aan het Europees Parlement toegezonden. De overeenkomst is niet verbindend voor het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken.

SCHRIFTELIJKE PROCEDURE

Toegang van het publiek tot documenten van de Raad

Op 9 oktober 2012 heeft de Europese Raad via de schriftelijke procedure het antwoord op confirmatief verzoek 19/c/01/12 (EUCO 181/12) goedgekeurd.

* :

Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeen­stemming met resolutie 1244/99 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website