Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

Cernobbio, 8 september 2012 Toespraak van Herman VAN ROMPUY Voorzitter van de Europese Raad op het Ambrosetti-forum EEN SOLIDARITEITSPROEF

Conseil de l'Europe - PRES/12/370   08/09/2012

Autres langues disponibles: FR EN DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

EUROPESE RAAD
DE VOORZITTER

NL

Cernobbio, 8 september 2012

(OR. en)

EUCO 162/12

PRESSE 370

PR PCE 137

Toespraak van
Herman VAN ROMPUY
Voorzitter van de Europese Raad
op het Ambrosetti-forum

EEN SOLIDARITEITSPROEF

De wijsheid van president Napolitano inspireert mij ertoe mijn blik te verruimen.

Sedert 1945 hebben de Europese staten samengewerkt.

Steeds intensiever, en daarmee hebben zij vrede op het continent gebracht en welvaart voor onze burgers.

Het loont de moeite in gedachten te houden waarom we vandaag al onze inspanningen richten op het samen overwinnen van de economische en financiële crisis. Het gaat om veel meer dan alleen maar monetaire operaties: het Europese project zelf staat op het spel.

Onze Unie is om talloze redenen belangrijk voor ons. Maar uiteindelijk is dat omdat Europeanen in het verleden - op tragische wijze - hebben ervaren wat er gebeurt als we allemaal onze eigen weg gaan, en uiteindelijk is dat omdat wij ons er - acuut - van bewust zijn dat we vandaag de krachten moeten bundelen om tot de spelers van morgen op het wereldtoneel te blijven behoren.

Onze Unie is niet gewoonweg de moeite waard, zij is van vitaal belang.

De lidstaten weten het, de leiders van het bedrijfsleven weten het, de opinieleiders weten het, de rest van de wereld weet het.

Maar voor een meerderheid van onze burgers is het niet vanzelfsprekend. En ook dat is een politieke realiteit.

Onder druk van de financiële crisis is hier echter iets aan het veranderen. We beseffen nu dat de euro de aard van de Unie volledig heeft veranderd. Dat hij een kentering heeft teweeggebracht.

Tot de introductie van de euro werd vaak idealistisch en abstract over Europa gesproken; en zelfs toen de concrete resultaten van invloed werden op het leven van de mensen, was dat steeds in positieve zin.

Klachten over melkquota en komkommers daargelaten, had iedereen het alleen over een "win-win".

Door de eurocrisis worden burgers voor het eerst geconfronteerd met het harde feit dat er naast de voordelen ook kosten staan. Bijvoorbeeld de kosten en inspanningen om een gemeenschappelijke munt tijdens een financiële crisis te verdedigen.

De burgers komen nu ook voor het eerst tot het besef dat ze hier samen in zitten. Wat in andere landen gebeurt - met banken, zeepbellen of begrotingen - raakt ook hen.

Gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor een gemeenschappelijk Europees goed kan een pijnlijke ontdekking zijn voor mensen die, in eigen land, moeite hebben een baan te vinden of de eindjes aan elkaar te knopen.

Ik ben het nadrukkelijk oneens met diegenen die nu overhaast concluderen dat de crisis een eind heeft gemaakt aan de solidariteit tussen de Europese landen. Niets is minder waar! De crisis heeft aan het licht gebracht wat nodig is om in een Unie te zitten. In feite is dit de eerste echte solidariteitsproef in de geschiedenis van de Unie!

Natuurlijk zijn er spanningen en beperkingen, is er oppositie en kritiek, zijn er karikaturen en cartoons - ik ben me daar zeer van bewust! Maar toch. Maar toch worden thans enorme collectieve inspanningen opgebracht, met de betrokkenheid van alle eurolanden, alle EU-instellingen, alle burgers om de politieke wil, de parlementaire meerderheden, en de middelen en het geld te verzamelen om elkaar te helpen en samen uit de crisis te komen. Het is de facto solidariteit op ongekende schaal.

De cijfers spreken voor zich: we hebben honderden miljarden euro aan financiële steun ingezet.

Niemand mag deze gezamenlijke politieke vastberadenheid onderschatten.

Natuurlijk, als we rond de tafel van de Europese Raad zitten en tijdens eurozone-toppen waar we harde besluiten over reddingspakketten of begrotingsregels nemen, kan ik de gedachten en beweegredenen van alle individuele leiders niet lezen.

Toch is er iets zeer duidelijk in die zaal.

We werken er niet alleen aan om de euro te laten overleven, we werken niet alleen aan de instandhouding ervan, nee, we werken eraan om die, én Europa, tot een succes te maken. We houden de erfenis van de oprichters in stand, en stellen een betere toekomst voor de volgende generatie veilig.

Hier, op het Ambrosetti-forum, wil ik u graag enkele concrete redenen geven waarom ik erop vertrouw dat we er zullen komen. Er zijn er drie.

Primo: De EU-leiders hebben definitief overeenstemming bereikt over een belangrijk aspect van de crisis, namelijk dat die systemisch van aard is.

Door iedereen wordt nu erkend dat de crisis niet alleen de som van de problemen van afzonderlijke landen is, maar ook het gevolg van tekortkomingen in de opbouw van de economische en monetaire unie als geheel. Wij Europeanen hadden onszelf een gemeen­schappelijke munt toegekend, zonder de middelen om die te verdedigen. We verlieten ons voornamelijk op regels, zonder de middelen en de instrumenten om die af te dwingen, of een crisis te beheersen. We vergrootten onze economische en financiële onderlinge verwevenheid ingrijpend, zonder echter daaraan alle politieke consequenties te verbinden. Uiteraard hebben we de afgelopen twee jaar enkele van de flagrantste tekortkomingen aan­gepakt. Maar nu moeten we een kwaliteitssprong maken.

Wat de afgelopen paar maanden is veranderd - zeg maar tussen maart en juni - is de vast­beslotenheid om de kern van de zaak aan te pakken. Alle leiders van de eurozone leggen nu alle kwesties op tafel, zonder taboe. Het is dringend werk, maar we moeten het correct doen. Met lapwerk komen we er niet. Alle leiders erkennen ook dat we onze kortetermijn­problemen niet kunnen oplossen zonder werk te maken van de uitdagingen voor de langere termijn. Als we willen dat beleggers tienjarige staatsobligaties kopen, moeten we hun wel uitleggen waar we met de eurozone in tien jaar heen willen… En als we willen dat onze burgers beslissingen ondersteunen die voor velen een periode van opofferingen, harde tijden en kosten inluiden, dan moeten we hen ervan overtuigen dat deze inspanningen de moeite waard zijn en dat het straks beter zal gaan. We zullen op onze resultaten worden afgerekend.

We hebben dus de kans een huis af te bouwen dat half klaar is. Het is onze historische plicht die kans te grijpen.

Daarom hebben de leiders van de eurozone mij gevraagd een diepgaand beraad aan te sturen. Ik heb mijn eerste gedachten al in een initieel verslag in juni kenbaar gemaakt, in nauwe samenwerking met de voorzitters van de Commissie en de Eurogroep en de president van de Centrale Bank, en we bevinden ons nu in de volgende fase van dit beraad. Ik kom hier zo meteen op terug.

Laat me eerst de tweede reden noemen waarom ik erop vertrouw dat we de crisis te boven zullen komen: de lidstaten voeren ambitieuze economische hervormingen door, en die werpen vruchten af. Het gaat niet alleen om het wegwerken van de excessen uit het verleden, maar ook om de aanpassing aan een steeds concurrerender wereld. Kort gezegd: een proeve van verantwoordelijkheid. Deze structurele hervormingen zijn essentieel voor de economische toekomst van onze landen, om groei zeker te stellen en banen te scheppen. En het werk moet worden gedaan: met of zonder euro, met of zonder EU.

We zien echte vooruitgang. De economieën van de eurozone die onder druk staan, herwinnen hun concurrentiekracht en we dringen de schadelijke onevenwichtigheden in het eurogebied terug. Neem nu handel. Het grote Spaanse tekort op de lopende rekening van 10 procent voor de crisis is grotendeels weggewerkt - het land is nu zelfs een netto-exporteur naar de eurozone! Portugal heeft zijn tekort op de lopende rekening met tweederde verminderd, en de Griekse export groeit sneller dan waar dan ook in de Unie.

Ook de vooruitgang bij structurele hervormingen is substantieel. Spanje en Portugal hebben hun arbeidsmarkt efficiënter gemaakt en dit blijkt al uit lagere arbeidskosten. Dit zal mettertijd bijdragen aan het scheppen van werkgelegenheid.

Ierland maakt zulke goede vorderingen op alle fronten dat Dublin sinds juli terug is op de internationale obligatiemarkten en aanzienlijke investeringen uit de VS aantrekt.

De ogen van de wereld zijn ook op Italië gericht, en op de indrukwekkende hervormingen die de regering van premier Monti doorvoert om Italië terug te brengen waar het hoort: bij de vooraanstaande economieën van Europa - en tevens, zoals president Napolitano benadrukte, in het hart van de Europese integratie, waar het sinds ons oprichtingsverdrag van Rome steeds is geweest.

Italië stuurt zijn economie bij: monopolies worden doorbroken, er wordt gesnoeid in bureaucratie, gevestigde belangen worden aangepakt en er wordt hard gewerkt om werk­gelegenheid te scheppen. Verder zet het de eerder begonnen begrotingsconsolidatie voort.

Het is een collectieve inspanning voor de lange termijn, waarbij de overheid, het bedrijfs­leven en het Italiaanse volk betrokken zijn. Daarom gebeurt het in alle eerlijkheid.

Als we kijken naar wat reeds is bereikt, en naar de vastberadenheid om elk probleem één voor één aan te pakken, en naar de moed waarmee de Italianen deze inspanningen aangaan, heb ik er vertrouwen in dat deze inspanningen, die onverdroten moeten worden voortgezet, dag na dag, met succes bekroond zullen worden.

Hervormingen leveren écht resultaat op, daar zijn veel voorbeelden van.

Maar hervormingen vragen tijd, zowel voor de besluitvorming als voor de resultaten. Het kost tijd voordat ze in indicatoren terug te vinden zijn, laat staan impact op de echte economie hebben. Ik heb de eerste tekenen van resultaten vermeld, en er zullen er meer volgen.

Dit brengt me bij mijn derde punt, een derde reden om vertrouwen te hebben dat we er komen: terwijl deze hervormingen voortgaan, staat Europa klaar om te helpen wanneer dat nodig is.

De hoge risicopremies voor sommige landen zijn niet altijd gerechtvaardigd en staan soms los van de economische basisparameters en economische hervormingen - en dan druk ik mij nog zacht uit. Zelfs de historisch lage rente in sommige landen is te laag…!

En hoge risicopremies kunnen negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de eurozone in haar geheel. Voor deze gevallen hebben we instrumenten en een helder politiek engagement om meer te doen. De leiders van de eurozone hebben in juni verklaard dat zij bereid zijn de bestaande instrumenten flexibel en doeltreffend te gebruiken. Op dezelfde bijeenkomst hebben we tevens een doorbraak voor een bankunie bereikt. En twee dagen geleden heeft de Europese Centrale Bank een kader voorgesteld waarbinnen substantiële maatregelen kunnen worden genomen, op voorwaarde dat de lidstaten hun aanpassingsinspanningen volhouden.

We hebben dus een drieluik: kortetermijnmaatregelen om de financiële stabiliteit te waar­borgen, een langetermijnvisie voor de economische en monetaire unie en vergaande hervormingen in elk land. Dit drieluik maakt de euro onomkeerbaar. En alle Europese leiders en instellingen delen tevens een engagement voor de integriteit ervan. Zolang Griekenland gecommitteerd blijft aan de euro, blijven zijn partners zijn inspanningen volledig ondersteunen.

Ik heb al melding gemaakt van het systemische beraad dat nu plaatsvindt over de toekomst van de economische en monetaire unie. Het verslag dat ik in juni heb ingediend, bevatte een visie voor een werkelijke economische en monetaire unie, een visie om de unie naar een sterk en stabiel eindstadium te voeren.

Op basis van dit verslag heb ik van de leiders van de eurozone een mandaat gekregen om te werken aan een precieze en tijdsgebonden routekaart om daar te komen. Ik werk hieraan samen met de voorzitters van de Commissie en de Eurogroep en de president van de Centrale Bank, en wij zullen het voor het eind van het jaar bij de Europese Raad indienen.

Dit werk legt de nadruk op vier bouwstenen:

ten eerste: een bankunie - om te voorkomen dat de belastingbetalers stelselmatig de rekening gepresenteerd krijgen voor omvallende banken;

ten tweede: een budgettaire unie - om onhoudbare tekorten te vermijden, onder meer door middel van meer centrale handhaving en meer solidariteitsmechanismen;

ten derde: een economische unie - om gezamenlijk de concurrentiekracht van het eurogebied in zijn geheel, intern en extern, te verbeteren;

en ten vierde en laatste: een diepgaander politieke unie - om te verzekeren dat deze maat­regelen door een sterkere democratische legitimiteit en verantwoordelijkheid worden geschraagd.

Deze vier bouwstenen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zij versterken elkaar, en alle vier zijn nodig om de economische en monetaire unie compleet stevig en veilig te maken. Het zal tijd kosten om deze visie te bewerkstelligen en het is noodzakelijkerwijs een geleidelijk proces. Maar om ons doel te bereiken, moeten we nu deze weg inslaan.

Sommige commentatoren doen het voorkomen alsof we nu voor de grimmige keuze staan tussen opbreken of meteen een federatie worden. Zij hebben het verkeerd. Europa werkt niet zo. We zullen de crisis niet middels een revolutie overwinnen, maar door hervorming en evolutie. We zijn geen staat, maar een Unie - en we moeten een sterkere Unie worden.

Het is nu zaak de inhoud en de volgorde van alle stappen te definiëren. We moeten eerst de inhoud juist bepalen, en dan kunnen we praten over het proces en de juridische en institutionele middelen.

In deze fase wil ik één element in het bijzonder belichten: de bankunie.

Banken en nationale toezichthouders zijn niet in staat gebleken om in een geïntegreerde financiële markt met systeemrisico's om te gaan. De druk op de openbare financiën die hieruit is ontstaan in een aantal landen, vormde een bedreiging voor de financiële stabiliteit van de eurozone in haar geheel. We hebben een beter preventiesysteem nodig om de vicieuze cirkel tussen de crisis in de banksector en de crisis die weegt op de over­heidsschuld in de eurozone te doorbreken.

Ik wil hier een misverstand uit de weg ruimen - wat we beogen is zeker niet een unie voor banken, maar wel een unie waarmee we de risico's die verbonden zijn aan een kwetsbare maar machtige en met moreel risico behepte sector beter kunnen beheersen.

Dit betekent het opzetten van een stelsel voor banktoezicht voor het eurogebied dat alle banken bestrijkt, alsmede de creatie van een depositogarantiestelsel voor het gehele eurogebied en een supranationaal kader om omvallende financiële instellingen te herstructureren of af te wikkelen, met een gemeenschappelijk vangnet maar met minimale kosten voor de burger.

Deze twee elementen, gemeenschappelijk toezicht en gemeenschappelijke afwikkeling, moeten hand in hand gaan. Hoe kunnen bijvoorbeeld de risico's in verband met bank­faillissementen bij nationale autoriteiten blijven, als zij de toezichthoudende controle hebben overgedragen en niet langer verantwoordelijk zijn?

We moeten dus snel handelen inzake bankentoezicht maar we hebben ook nood aan een duidelijk tijdspad met de juiste volgorde om de gemeenschappelijke afwikkeling en de depositogarantie te creëren. De Europese Commissie staat op het punt voorstellen te doen over het instellen van één Europese bankentoezichthouder, en dit zal een eerste maar niet de laatste belangrijke stap in deze richting vormen.

Op deze manier werken wij hard aan een langetermijnplan, en pakken wij tegelijk elke dag opnieuw de onmiddellijke gevolgen van de crisis aan.

En ik zeg nadrukkelijk: dit behelst in geen geval alleen maar het oplossen van technisch problemen; het is evenzeer - en zelfs meer - een werk van politieke overtuiging. Het gaat om de keuze van het soort Europa waarin we willen leven. Luister nog maar naar alle stemmen in het eurodebat dezer dagen in alle Europese landen. Meer dan over de acroniemen en het jargon - EFSF, SMP, OMT en al de rest - gaat het over wat billijk is, over verantwoordelijkheid, solidariteit, en over het ja dan nee deel uitmaken van een bredere Europese gemeenschap die buiten onze eigen nationale grenzen reikt.

De leiders moeten opstaan en opkomen voor de zaak. Over bijvoorbeeld werkgelegenheid, de grootste zorg van het electoraat: Europa vormt geen bedreiging voor banen, Europa is juist een bron van banen!

En dit is waar op vele andere gebieden. De Unie is niet het probleem, zij is deel van de oplossing.

Eerder had ik het over een eerste solidariteitsproef voor onze Unie. Het is mijn overtuiging dat we deze proef zullen doorstaan.

Net zoals we de verantwoordelijkheidsproef zullen doorkomen. Ik ben ervan overtuigd dat de krachten die Europa samenhouden, sterker zijn dan de krachten die ons uit elkaar drijven.

Het unieke weefsel van onze maatschappijen is onze grootste kracht. Het is geweven met strengen van vrede, economische vooruitgang, sociale rechtvaardigheid en menselijke waardigheid. We dragen het met trots. Het is onze boodschap voor de burgers en voor de gehele wereld, vandaag en morgen.


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site