Navigation path

Left navigation

Additional tools

RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE

NL

7847/12

(OR. en)

PRESSE 116

PR CO 17

PERSMEDEDELING

3156e zitting van de Raad

Vervoer, Telecommunicatie en Energie

VERVOER

Brussel, 22 maart 2012

Voorzitter de heer Henrik DAM KRISTENSEN
minister van vervoer van Denemarken

Voornaamste resultaten van de Raadszitting

De Raad heeft overeenstemming bereikt over een algemene oriëntatie betreffende nieuwe richtsnoeren inzake een langetermijnstrategie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-V). De richtsnoeren voorzien in vereisten voor het beheer van de infrastructuur, in prioriteiten voor de ontwikkeling van het TEN-V-net en in uitvoerings­instrumenten.

De Raad heeft ook overeenstemming bereikt over een algemene oriëntatie met betrekking tot een ontwerpverordening betreffende een herziening van de richtlijn van 1996 inzake grondafhandeling op luchthavens. Doel is de concurrentie tussen dienstverleners te bevorderen door hun aantal op grote luchthavens te vergroten en te zorgen voor kwalitatief hoogwaardige dienstverlening door gemeenschappelijke minimumnormen vast te stellen waaraan de aanbieders van grond­afhandelingsdiensten moeten voldoen

INHOUD1

DEELNEMERS

BESPROKEN PUNTEN

INTERMODALE VRAAGSTUKKEN

Richtsnoeren voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnet

LUCHTVAART

Herziening van de voorschriften inzake grondafhandelingsdiensten

Diversen

Ongeval met de Costa Concordia en herziening van de wetgeving betreffende de veiligheid van scheepspassagiers

Emissiehandel in de luchtvaartsector

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

VISSERIJ

  • Financiële maatregelen voor plattelandsontwikkeling voor lidstaten in economische moeilijkheden

INTERNE MARKT

  • Handhaving van intellectuele-eigendomsrechten - Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt

  • Boekhoudnormen - technische actualisering

LEVENSMIDDELENRECHT

  • Gezondheidsclaims en levensmiddelenadditieven

MILIEU

  • Persistente organische verontreinigende stoffen

DEELNEMERS

België:

de heer Melchior WATHELET staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken, en staatssecretaris voor Staatshervorming, toegevoegd aan de eerste minister

Bulgarije:

de heer Kamen KITCHEV viceminister van Vervoer, Informatietechnologie en Communicatie

Tsjechië:

de heer Pavel DOBEŠ minister van Vervoer

Denemarken:

de heer Henrik Dam KRISTENSEN minister van Vervoer

de heer Jacob HEINSEN permanent secretaris

Duitsland:

de heer Peter RAMSAUER minister van Vervoer, Bouwbeleid en Stedelijke Ontwikkeling

Estland:

de heer Juhan PARTS minister van Economische Zaken en Verkeer

Ierland:

de heer Leo VARADKAR minister van Vervoer, Toerisme en Sport

Griekenland:

de heer Aristeidis BOURDARAS staatssecretaris, ministerie van Infrastructuur, Vervoer en Netwerken

Spanje:

mevrouw Ana María PASTOR JULIÁN minister van Infrastructuur en Vervoer

Frankrijk:

de heer Philippe LEGLISE-COSTA plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Italië:

de heer Mario CIACCIA viceminister van Infrastructuur en Vervoer

Cyprus:

de heer Efthemios FLOURENTZOU minister van Communicatie en Openbare Werken

Letland:

de heer Aivis RONIS minister van Vervoer

Litouwen:

de heer Arūnas ŠTARAS viceminister van Verkeer en Communicatie

Luxemburg:

de heer Claude WISELER minister van Duurzame Ontwikkeling en Infrastructuur

Hongarije:

de heer Pál VÖLNER staatssecretaris, ministerie van Nationale Ontwikkeling

Malta:

de heer Austin GATT minister van Infrastructuur, Vervoer en Communicatie

Nederland:

mevrouw Melanie SCHULTZ van HAEGEN-MAAS GEESTERANUS minister van Infrastructuur en Milieu

Oostenrijk:

mevrouw Doris BURES minister van Verkeer, Innovatie en Technologie

Polen:

de heer Maciej JANKOWSKI onderstaatssecretaris, ministerie van Infrastructuur

Portugal:

de heer Álvaro SANTOS PEREIRA minister van Economische Zaken en Werkgelegenheid

Roemenië:

de heer Alexandru NAZARE staatssecretaris, ministerie van Vervoer en Infrastructuur

Slovenië:

de heer Igor ŠALAMUN staatssecretaris, ministerie van Infrastructuur en Ruimtelijke Ordening

Slowakije:

de heer Peter JAVORCÍK plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Finland:

mevrouw Marja RISLAKKI plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Zweden:

de heer Carl von der ESCH staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Infrastructuur

Verenigd Koninkrijk:

mevrouw Theresa VILLIERS onderminister van Vervoer

Commissie:

de heer Siim KALLAS vicevoorzitter

De regeringen van de toetredende staten waren als volgt vertegenwoordigd :

Kroatië:

de heer Zdenko ANTEŠIĆ onderminister voor Maritieme Zaken, Vervoer en Infrastructuur

BESPROKEN PUNTEN

INTERMODALE VRAAGSTUKKEN

Richtsnoeren voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnet

De Raad heeft overeenstemming bereikt over een algemene oriëntatie betreffende nieuwe richtsnoeren inzake een langetermijnstrategie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-V), dat bestaat uit infrastructuur voor het verkeer per spoor, over zee, door de lucht, over de wegen en via de binnenwateren. De algemene oriëntatie (8047/12) zal een basis vormen voor de besprekingen tussen de Raad en het Europees Parlement, dat ook zijn goedkeuring moet geven voor de aanneming van de richtsnoeren en dat zijn standpunt in eerste lezing nog niet heeft vastgesteld.

Na een bespreking van de nog niet opgeloste vraagstukken hechtte een meerderheid van de delegaties in een geest van compromis zijn goedkeuring aan het ontwerp van algemene oriëntatie zoals dit luidt in het voorstel van het voorzitterschap (7537/12), evenwel met de volgende wijzigingen:

Er zal een overweging worden toegevoegd waarin er nadrukkelijk op wordt gewezen dat de Commissie bij de evaluatie van de stand van de uitvoering van het kernnet in 2023 de nationale uitvoeringsplannen en de toekomstige uitbreiding in aanmerking dient te nemen.

De definitie van "projecten van gemeenschappelijk belang" is zodanig gewijzigd dat zij thans alle projecten omvat die voldoen aan de voorschriften voor het uitgebreide net of het kernnet.

De kaarten van het uitgebreide net en het kernnet, die bij deze ontwerpverordening zijn gevoegd, zijn gewijzigd wat betreft Italië, Polen en Roemenië Deze wijzigingen staan in een aparte persmededeling en zijn verwerkt in de kaarten in de addenda bij 8047/12.

Sommige lidstaten maken weliswaar geen bezwaar tegen de tekst, maar willen niettemin dat meer gedeelten van hun nationale infrastructuur op de kaarten worden opgenomen of koesteren nog steeds bezwaren, met name bij financiële aspecten. Een andere delegatie beklemtoonde dat onvoldoende rekening is gehouden met haar verzoeken om de kaarten aan te vullen. Deze delegatie en enkele andere delegaties hoopten dat hun bezwaren aan bod zouden komen in de komende onderhandelingen met het Europees Parlement over het voorstel betreffende de richtsnoeren.

De door de Raad vastgestelde algemene oriëntatie wijzigt het oorspronkelijke Commissievoorstel (15629/11) om tegemoet te komen aan de zorgen van de lidstaten, met name wat betreft de budgettaire gevolgen van het voorstel en het vrijwaren van het recht van de lidstaten om te beslissen over projecten die op hun grondgebied zullen worden uitgevoerd.

De overeengekomen tekst stelt de lidstaten in de gelegenheid bepaalde projecten niet uit te voeren indien de nodige financiële middelen niet beschikbaar zijn of indien de projecten onvoldoende rijp zijn. Voorts bepaalt de gewijzigde herzieningsclausule dat de Commissie in haar evaluatie van de vorderingen met de uitvoering van de richtsnoeren vóór eind 2023 rekening zal houden met de economische en budgettaire situatie in de EU en in individuele lidstaten.

Hoewel de voorgestelde dubbele structuur, met enerzijds een kernnet dat met voorrang tot stand moet worden gebracht en anderzijds een uitgebreid net dat later moet worden voltooid, door de lidstaten werd aanvaard, is het concept van een kernnetcorridor, dat bedoeld is om de uitvoering van het kernnetwerk te vergemakkelijken, herzien om de administratieve lasten te verminderen en de eerbiediging van de soevereine rechten van de nationale staten te waarborgen. Het beheer van de corridors zal voor elke corridor worden waargenomen door Europese coördinatoren, die verantwoordelijk zijn voor het verlenen van bijstand aan de lidstaten en het opstellen van slechts één werkplan, zulks ter vervanging van de door de Commissie voorgestelde complexere bepalingen inzake planning en beheer. Voorts is het begrip corridors algemener gedefinieerd, in die zin dat de precieze aantallen lidstaten en de vervoerswijzen waarop een corridor van toepassing is, zijn weggelaten en een sterkere klemtoon is komen te liggen op interoperabiliteit en grensover­schrijdende schakels.

De Raad heeft een aantal vrijstellingen van de voorschriften voor de infrastructuur van het kernnet ingevoerd. Geïsoleerde spoorwegnetwerken zullen worden vrijgesteld. Voor wegeninfrastructuur en - met betrekking tot specifieke technische gegevens - spoorweginfrastructuur kunnen in naar behoren gerechtvaardigde gevallen eveneens vrijstellingen worden verleend, ook wanneer de infrastructuurinvesteringen vanuit een economisch kosten/baten-oogpunt niet gerechtvaardigd zijn. Vrijstellingen zijn voorts mogelijk wanneer fysieke belemmeringen spoor- en wegverbindingen naar luchthavens en havens onmogelijk maken.

De nieuwe verordening vervangt de huidige richtsnoeren, die in 1996 werden vastgesteld, in 2004 werden gewijzigd en in 2010 werden uitgebreid tot de 10 nieuwe lidstaten die in 2004 tot de EU zijn toegetreden. De huidige herziening moet een oplossing bieden voor de belangrijkste problemen die zich voordoen: ontbrekende schakels, met name op grensoverschrijdende trajecten, infrastructuurverschillen tussen en binnen de lidstaten, ontoereikende multimodale verbindingen, door vervoer uitgestoten broeikasgassen en ontoereikende interoperabiliteit.

De richtsnoeren voorzien in vereisten voor het beheer van de infrastructuur, in prioriteiten voor de ontwikkeling van het TEN-V-net en in uitvoeringsinstrumenten. Zij vormen het kader voor het aanwijzen van projecten van gemeenschappelijk belang die bijdragen tot de ontwikkeling van het net. Dergelijke projecten kunnen betrekking hebben op het bouwen, moderniseren en verbeteren van infrastructuur voor alle vervoerswijzen, alsook op maatregelen om een efficiënt gebruik van hulpbronnen bij het gebruik van de infrastructuur te bevorderen.

Het TEN-V is zodanig ontworpen dat het alle lidstaten en regio's bestrijkt en de basis vormt voor een evenwichtige ontwikkeling van alle vervoerswijzen. Dat zal bijdragen tot een vlotter functioneren van de interne markt en een betere economische en sociale samenhang in de Unie.

De kaarten van het uitgebreide net en het kernnet zullen worden opgenomen in de bijlagen bij de richtsnoerenverordening, de lijst van kernnetprojecten zal worden gehecht aan de verordening tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (Commissievoorstel: 16176/11), het toekomstige financieringsinstrument voor de trans-Europese energie-, telecommunicatie- en vervoernetwerken dat nog wordt besproken door de begrotingsdeskundigen, bijgestaan door deskundigen afkomstig uit de betrokken sectoren.

LUCHTVAART

Herziening van de voorschriften inzake grondafhandelingsdiensten

De Raad heeft overeenstemming bereikt over een ontwerpverordening tot herziening van de richtlijn van 1996 inzake grondafhandeling op luchthavens, zoals het onderhoud van lucht­vaartuigen of het verwerken van passagiers, bagage of vracht (8050/12). Het voornaamste doel is meer concurrentie tussen dienstverleners door hun aantal op grote luchthavens te vergroten, en kwalitatief hoogwaardige dienstverlening door gemeenschappelijke minimumnormen vast te stellen waaraan de aanbieders van grondafhandelingsdiensten moeten voldoen. De toename van het luchtverkeer en de capaciteitsbeperkingen, die geleid hebben tot een situatie waarin 70% van de vertragingen wordt veroorzaakt door het lossen en laden op luchthavens, maken deze hervorming noodzakelijk.

De meerderheid van de delegaties aanvaardde de compromistekst van het voorzitterschap; drie delegaties hebben besloten zich van stemming te onthouden, om de volgende redenen. Met betrekking tot de drempel waarboven luchthavens ten minste drie grondafhandelingsdiensten moeten hebben, vond één lidstaat 5 miljoen passagiersbewegingen per jaar te laag. Een andere delegatie was tegen de inmenging van de overheid in de betrekkingen tussen exploitanten in de vorm van prijsregulering wanneer bepaalde grondafhandelingsdiensten over een tijdelijk monopolie beschikken; deze delegatie had soortgelijke twijfels bij de mogelijkheid zich te wenden tot een nationale instantie voor het beslechten van geschillen tussen luchthavengebruikers en het luchthavenbestuur over diens beslissingen inzake de centralisering van de luchthaveninfrastructuur en de vergoedingen die voor het gebruik van die infrastructuur worden aangerekend. Een derde delegatie, tot slot, vond het regelgevingskader voor verdere liberalisering in deze tekst ontoereikend, met name wat betreft de goedkeuring van grondafhandelingsdiensten en de rechten van het personeel van de grondafhandelingsdiensten in geval van overplaatsing van personeel van de ene onderneming naar de andere.

De ontwerpverordening waarover een akkoord is bereikt bevat de volgende kernelementen:

De markt voor grondafhandelingsdiensten zal verder worden opengesteld: ten eerste zullen de luchtvaartmaatschappijen de vrijheid krijgen om deze diensten zelf af te handelen, terwijl de lidstaten volgens de thans geldende voorschriften beperkingen kunnen toepassen op vier categorieën diensten; ten tweede zal het minimumaantal andere aanbieders van grondafhandelings­diensten dan luchtvaartmaatschappijen worden verhoogd van twee tot drie. Er kan evenwel worden voorzien in uitzonderingen wegens gebrek aan ruimte of capaciteit.

Op grote luchthavens moeten de minimumnormen voor het verlenen van grondafhandelings­diensten worden vastgesteld door de lidstaten, het luchthavenbestuur of de instantie die toezicht uitoefent op de luchthaven. Volgens het oorspronkelijke Commissievoorstel zouden deze normen door de Commissie zelf vastgesteld zijn. De normen zullen betrekking hebben op de operationele prestaties, opleiding, voorlichting van en bijstand aan passagiers, beveiliging en veiligheid, in noodgevallen te nemen maatregelen en milieukwesties en - op zeer grote luchthavens - collaboratieve besluitvorming. Dienstverleners kunnen ook worden verplicht een passend systeem voor veiligheidsbeheer in te voeren. Voorts zullen de lidstaten, het luchthavenbestuur of het orgaan dat de luchthaven controleert indien nodig minimumvoorschriften vaststellen voor de opleiding van het grondafhandelingspersoneel op de luchthavens.

Voor het gebruik van luchthaveninfrastructuur, met name gecentraliseerde infrastructuur (dat wil zeggen infrastructuur die niet kan worden gedeeld of vermenigvuldigd) door grondafhandelings­diensten is een nieuw juridisch kader gecreëerd dat ervoor moet zorgen dat beslissingen over het centraliseren van de infrastructuur en het aanrekenen van vergoedingen voor het gebruik van infrastructuur op een objectieve, niet-discriminerende en transparante manier worden genomen.

In hetzelfde streven naar eerlijke mededinging, handhaaft de nieuwe tekst de bepaling van de huidige richtlijn volgens welke luchthavens die zelf grondafhandelingsdiensten voor luchtvaart­maatschappijen aanbieden en tegelijk infrastructuur beheren, voor hun grondafhandelingsdiensten gescheiden rekeningen moeten voeren. De Raad heeft de door de Commissie voorgestelde verplichting tot wettelijke scheiding evenwel niet aanvaard.

De aanbestedingsprocedure zal worden verbeterd (bijvoorbeeld door de maximumduur van de leveringscontracten te verlengen tot tien jaar, tegen zeven jaar onder de huidige richtlijn), en de voorschriften betreffende onderaanneming zullen worden verduidelijkt.

Het luchthavenbestuur zal de verantwoordelijkheid krijgen voor de vlotte coördinatie van de grondafhandelingsdiensten. Dat moet de veerkracht van de luchthavens in crisissituaties helpen vergroten.

De Raad heeft niet ingestemd met het voorstel van de Commissie tot invoering van een verplichte regeling voor de goedkeuring van dienstverleners, inclusief geharmoniseerde voorschriften en wederzijdse erkenning van nationale goedkeuringen. Hij heeft opnieuw een vrijwillige regeling ingevoerd, die soortgelijk is aan de huidige regeling, uit hoofde waarvan de lidstaten kunnen verlangen dat dienstverleners door een onafhankelijke instantie worden goedgekeurd; indien de lidstaten deze verplichting invoeren, moeten zij voldoen aan de in de verordening omschreven voorwaarden voor goedkeuring.

Het door de Commissie in december 2011 ingediende voorstel (18008/11) is een onderdeel van het "luchthavenpakket", dat ook wetgevingsvoorstellen bevat over geluidsbeperking en de toekenning van slots.

Het Europees Parlement, dat ook zijn goedkeuring moet geven voor de aanneming van de verordening, heeft het Commissievoorstel nog niet besproken.

Diversen

Ongeval met de Costa Concordia en herziening van de wetgeving betreffende de veiligheid van scheepspassagiers

De Raad heeft nota genomen van de door de Italiaanse delegatie verstrekte informatie over het lopende onderzoek naar het ongeval met de Costa Concordia bij het Italiaanse eiland Giglio op 13 januari. In dit verband werden de ministers door de Commissie ingelicht over haar plannen voor een alomvattende herziening van de veiligheidsvoorschriften ten behoeve van scheepspassagiers (7710/12). De Commissie is voornemens de bestaande EU-wetgeving te herzien en zal meer bepaald vóór het einde van dit jaar nieuwe voorschriften en veiligheidsnormen voor passagiers­schepen vaststellen. Andere geplande acties betreffen onder meer een striktere handhaving van de bestaande voorschriften, verdere werkzaamheden betreffende internationale normen in de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) en het bevorderen van vrijwillige maatregelen die door de scheepsindustrie moeten worden genomen.

Sommige delegaties beklemtoonden dat eerst de resultaten van het lopende onderzoek naar de oorzaken van het ongeval moeten worden afgewacht alvorens nieuwe maatregelen vast te stellen.

Emissiehandel in de luchtvaartsector

De Commissie heeft bij de ministers verslag uitgebracht over de resultaten van de recente bijeen­komst van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO), waar besloten is vier opties voor op marktwerking gebaseerde maatregelen nader te bespreken om de emissies van vliegtuigen tegen te gaan. De Commissie heeft ook bij de Raad verslag uitgebracht over de recente ontwikkelingen inzake eventuele vergeldingsmaatregelen van derde landen tegen de toepassing van de EU-regeling voor de emissiehandel (EU ETS) op de luchtvaart.

Een aantal lidstaten nam het woord om hun bezorgdheid uit te spreken over vergeldingsmaatregelen die de bedrijven of luchtvaartmaatschappijen van de EU zouden kunnen treffen. Beklemtoond werd dat de EU eendrachtig moet blijven in dit dossier en via de ICAO een globaal akkoord tot stand moet trachten te brengen.

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

VISSERIJ

Financiële maatregelen voor plattelandsontwikkeling voor lidstaten in economische moeilijkheden

De Raad heeft na een akkoord in eerste lezing met het Europees Parlement (1/12) zijn goedkeuring gehecht aan een wijziging van Verordening nr. 1198/2006 inzake het Europees Visserijfonds, wat betreft sommige bepalingen betreffende het financiële beheer voor bepaalde lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit.

De verordening zal de Commissie de mogelijkheid bieden via het Europees Visserijfonds hogere bijdragen van de EU goed te keuren voor lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit, zulks zolang deze lidstaten onder financiële steun­mechanismen vallen. Deze maatregelen zouden moeten zorgen voor een vlottere toepassing van de cohesieprogramma's (zoals die welke door het Europees Visserijfonds gefinancierd worden), een bijzonder belangrijk instrument voor het financieel stimuleren van de economie.

Door de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden sommige lidstaten ernstige moeilijkheden of dreigen zij ernstige moeilijkheden te ondervinden, met name wat betreft hun economische groei en financiële stabiliteit en hun verslechterde tekort- en schuldpositie. De bepalingen betreffen de vijf lidstaten die het zwaarst door de crisis zijn getroffen en die financiële steun hebben gekregen van een programma van het betalingsbalansmechanisme voor landen die de euro niet hebben ingevoerd (Roemenië en Letland) of van het Europees financieel stabilisatie­mechanisme (EFSM) voor de landen van de eurozone (Portugal, Griekenland en Ierland).

Deze verordening maakt deel uit van een pakket van drie verordeningen die dezelfde vijf lidstaten bestrijken en naast het Europees Visserijfonds betrekking hebben op het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en de structuur- en cohesiefondsen.

De verordening zal geen financiële gevolgen hebben, aangezien het totaalbedrag aan vastleggings­kredieten voor plattelandsontwikkeling en de jaarlijkse verdeling gelijk blijven.

INTERNE MARKT

Handhaving van intellectuele-eigendomsrechten - Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt

De Raad heeft een verordening aangenomen waarbij aan het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt van de EU (BHIM) nieuwe taken worden toevertrouwd in verband met de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (80/11 en7644/12 ADD 1).

De aanneming volgt op een akkoord in eerste lezing met het Europees Parlement.

Het BHIM, het bureau voor merken, tekeningen en modellen van de EU, zal nieuwe taken op zich nemen die erop gericht zijn de activiteiten van de nationale instanties, de particuliere sector en de EU-instellingen in de strijd tegen overtredingen van de intellectuele-eigendomsrechten te vergemakkelijken en te ondersteunen.

Bij het verrichten van deze taken zal het BHIM de vergaderingen van deskundigen, instanties en belanghebbenden die in het kader van het Europees Waarnemingscentrum voor inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten 1 organiseren, beheren en ondersteunen.

Tot de nieuwe taken van het BHIM behoren niet de deelneming aan operaties of onderzoeken door de nationale autoriteiten.

De bij het BHIM geregistreerde merken, tekeningen en modellen bieden bescherming van de intellectuele eigendom in de gehele EU. Het BHIM verricht zijn werkzaamheden in nauwe samenwerking met de instanties voor de bescherming van intellectuele eigendom in de lidstaten.

Website van het BHIM: http://oami.europa.eu/ows/rw/pages/index.en.do

Boekhoudnormen - technische actualisering

De Raad heeft besloten geen bezwaar te maken tegen de aanneming door de Commissie van een verordening die erop gericht is de wijzigingen die onlangs door de International Accounting Standards Board (IASB) zijn goedgekeurd, in EU-wetgeving om te zetten.

De nieuwe verordening zal Verordening 1126/2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen in overeenstemming brengen met de op 16 juni 2011 bekend­gemaakte wijzigingen van de IASB. De wijzigingen hebben betrekking op "IAS 1" (presentatie van de jaarrekening - presentatie van niet-gerealiseerde resultaten) en "IAS 19" (personeelsbeloningen).

Met Verordening 1126/2008 wordt beoogd de internationale boekhoudnormen in EU-wetgeving om te zetten en toe te passen teneinde de door beursgenoteerde ondernemingen verstrekte financiële informatie te harmoniseren, opdat de jaarrekeningen zo transparant en vergelijkbaar mogelijk zijn zodat de efficiënte werking van de interne markt wordt verbeterd.

Voor de ontwerp-verordening van de Commissie geldt de regelgevingsprocedure met toetsing. Nu de Raad zijn fiat heeft gegeven, kan de Commissie het besluit aannemen, tenzij het Europees Parlement bezwaar aantekent.

LEVENSMIDDELENRECHT

Gezondheidsclaims en levensmiddelenadditieven

De Raad heeft besloten zich niet te verzetten tegen de aanneming van de volgende vier verordeningen van de Commissie, waarvan er drie betrekking hebben op gezondheidsclaims en één op levensmiddelenadditieven:

  • een verordening tot vaststelling van een lijst van toegestane gezondheidsclaims voor levens­middelen die niet over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen gaan (5984/12 + ADD 1 + 6749/12);

  • een verordening inzake de weigering van een vergunning voor bepaalde gezondheidsclaims voor levensmiddelen over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen (5672/12);

  • een verordening tot weigering van een vergunning voor bepaalde gezondheidsclaims voor levensmiddelen die niet over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen gaan (5674/12);

  • een verordening tot wijziging van bijlage II bij Verordening nr. 1333/2008 wat betreft de gebruiksvoorwaarden en gebruiksniveaus voor aluminium bevattende levensmiddelenadditieven (5726/12 + ADD 1).

Voor de verordeningen van de Commissie geldt de regelgevingsprocedure met toetsing. Nu de Raad zijn fiat heeft gegeven, kan de Commissie deze aannemen, behoudens bezwaar van het Europees Parlement.

MILIEU

Persistente organische verontreinigende stoffen

De Raad heeft besloten geen bezwaar te maken tegen de aanneming door de Commissie van:

  • een verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 850/2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen met betrekking tot bijlage I (6782/12), teneinde de drie stoffen op te nemen die vermeld worden in de bijlage bij het Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand.1

Voor de verordening van de Commissie geldt de regelgevingsprocedure met toetsing. Nu de Raad zijn fiat heeft gegeven, kan de Commissie het besluit aannemen, tenzij het Europees Parlement bezwaar aantekent.

1 :

Het waarnemingscentrum heette voordien "Europees Waarnemingscentrum voor namaak en piraterij". Het werd opgericht in april 2009: http://ec.europa.eu/internal_market/iprenforcement/observatory/index_en.htm.

1 :

PB L 81 van 19.03.2004.


Side Bar