Navigation path

Left navigation

Additional tools

3116e zitting van de Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie Luxemburg, 6 oktober 2011

European Council - PRES/11/351   06/10/2011

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE

NL

15141/11

(OR. en)

PRESSE 351

PR CO 58

PERSMEDEDELING

3116e zitting van de Raad

Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Luxemburg, 6 oktober 2011

Voorzitter de heer Cezary GRABARCZYK
Minister van infrastructuur van Polen

Voornaamste resultaten van de Raadszitting

De Raad heeft conclusies aangenomen waarin hij aangeeft dat het belangrijk is de samenwerking met aangrenzende regio's te versterken, in het bijzonder door te zorgen voor een betere vervoersinfrastructuur en een hechtere integratie van de vervoersmarkten.

Inzake de luchtvaart heeft de Raad de Commissie onderhandelingsmandaten verleend voor een brede luchtvervoersovereenkomst met Azerbeidzjan die moet leiden tot marktopening en tevens tot harmonisatie van de regelgeving, alsmede voor een overeenkomst met de Europese organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol) die een algemeen kader voor versterkte samenwerking zal vormen.

Daarnaast hebben de ministers gedebatteerd over de voorgestelde herziening van de verordening betreffende de tachograaf voor professionele bestuurders. Met die herziening wordt beoogd frauderen te bemoeilijken en de administratieve lasten te verlichten door nieuwe technologieën optimaal te benutten en een aantal nieuwe regulerende maatregelen in te voeren.

INHOUD1

DEELNEMERS

BESPROKEN PUNTEN

INTERMODALE VRAAGSTUKKEN

Samenwerking met aangrenzende regio's inzake vervoer

LUCHTVAART

Nauwere samenwerking met Eurocontrol

Luchtvervoersovereenkomst met Azerbeidzjan

WEGVERVOER

Herziening van de tachograafverordening

DIVERSEN

Informele bijeenkomst van ministers van Vervoer over privéfinanciering voor vervoersinfrastructuur

Ministeriële conferentie van het Oostelijk Partnerschap over vervoer

Emissiehandel in de luchtvaartsector

Russische visumplicht voor Tsjechische vliegtuigbemanningen

Proefproject "blauwe gordel"

Event over piraterij binnen de context van de World Maritime Day

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

  • Permanente partnerschapsraad EU-Rusland

TELECOMMUNICATIE

  • Mobiele satellietdiensten

DEELNEMERS

België:

de heer Etienne SCHOUPPE staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister

Bulgarije:

de heer Ivaylo MOSKOVSKI minister van Vervoer, Informatietechnologie en Communicatie

Tsjechië:

de heer Pavel DOBEŠ minister van Vervoer

Denemarken:

de heer Henrik DAM KRISTENSEN minister van Vervoer

Duitsland:

de heer Peter RAMSAUER minister van Vervoer, Bouwbeleid en Stedelijke Ontwikkeling

Estland:

de heer Gert ANTSU plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Ierland:

de heer Leo VARADKAR minister van Vervoer

Griekenland:

de heer Andreas PAPASTAVROU plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Spanje:

de heer José BLANCO LÓPEZ minister van Infrastructuur en Vervoer

Frankrijk:

de heer Philippe LEGLISE-COSTA plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Italië:

de heer Roberto CASTELLI viceminister van Infrastructuur en Vervoer

Cyprus:

de heer Efthymios FLOURENTZOU minister van Communicatie en Openbare Werken

Letland:

de heer Juris ŠTĀLMEISTARS plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Litouwen:

de heer Arūnas VINČIŪNAS plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Luxemburg:

de heer Claude WISELER minister van Duurzame Ontwikkeling en Infrastructuur

Hongarije:

de heer Pál VÖLNER staatssecretaris van Infrastructuur, ministerie van Nationale Ontwikkeling

de heer Tamás Iván KOVÁCS onderstaatssecretaris voor EU- en Internationale Zaken, ministerie van Nationale Ontwikkeling

Malta:

de heer Austin GATT minister van Infrastructuur, Vervoer en Communicatie

Nederland:

de heer Derk OLDENBURG plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Oostenrijk:

mevrouw Doris BURES minister van Vervoer, Innovatie en Technologie

Polen:

de heer Cezary GRABARCZYK minister van Infrastructuur

de heer Maciej JANKOWSKI onderstaatssecretaris, ministerie van Infrastructuur

Portugal:

de heer Pedro COSTA PEREIRA plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Roemenië:

mevrouw Anca Daniela BOAGIU minister van Vervoer en Infrastructuur

Slovenië:

de heer Patrik VLAČIČ minister van Vervoer

Slowakije:

de heer Arpad ERSEK staatssecretaris, ministerie van Vervoer, Bouwbeleid en Regionale Ontwikkeling

Finland:

mevrouw Marja RISLAKKI plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Zweden:

de heer Carl von der ESCH staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Infrastructuur

Verenigd Koninkrijk:

de heer Andy LEBRECHT plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Commissie:

de heer Siim KALLAS vicevoorzitter

BESPROKEN PUNTEN

INTERMODALE VRAAGSTUKKEN

Samenwerking met aangrenzende regio's inzake vervoer

De Raad heeft conclusies (14712/11) aangenomen waarin hij de klemtoon legt op het belang om inzake vervoer met aangrenzende regio's die onder het uitbreidingsbeleid en het Europese nabuurschapsbeleid vallen, in het bijzonder de Westelijke Balkan, het Middellandse Zeegebied, en de landen van het Oostelijk Partnerschap, nauwere samenwerking en betere verbindingen tot stand te brengen met het oog op betere economische integratie en hechtere politieke associatie.

Als middel daartoe raadt de Raad aan om de vervoersinfrastructuur te verbeteren door met name betere verbindingen tussen de infrastructuur van aangrenzende landen en het trans-Europese transportnetwerk tot stand te brengen, alsook om hechtere integratie van de vervoersmarkten te bewerkstelligen door met name het gemeenschappelijke Europees luchtruim uit te breiden, belemmeringen in het maritiem vervoer weg te nemen, de interoperabiliteit van de spoorweg­systemen te verbeteren en grensoverschrijdings- en administratieve procedures te stroomlijnen. De Raad onderstreept evenwel dat hechtere marktintegratie zal afhangen van de bereidheid van de aangrenzende landen daartoe en hun voortgang met het toepassen van veiligheids-, beveiligings-, milieu- en sociale normen die gelijkwaardig zijn met de normen van de EU.

De bestaande financiële middelen zoals de Investeringsfaciliteit van het nabuurschapsbeleid, die financiering door internationale financiële instellingen kan stimuleren, moeten worden aangewend om die landen te helpen bij de vereiste hervormingen.

Voorts staat de Raad gunstig tegenover de oprichting van een vervoerspanel voor het Oostelijk Partnerschap, dat tijdens de ministeriële conferentie van het Oostelijk Partnerschap, op 24 en 25 oktober in Krakau (Polen), boven het doopvont zal worden gehouden..

De conclusies zijn een antwoord op een desbetreffende mededeling van juli waarin de Commissie voor alle vervoersmodi korte- en langetermijnmaatregelen voor betere vervoersverbindingen heeft voorgesteld (13022/11). De mededeling sluit aan bij de nieuwe aanpak van de EU voor het Europese nabuurschapsbeleid, die uitgaat van een grotere mate van differentiatie op basis van de behoeften aan en de wil en bereidheid tot samenwerking van elk land, als toegelicht in de mededeling die afgelopen mei door de Commissie is goedgekeurd (10794/11) en in de conclusies die afgelopen juni door de Raad zijn aangenomen (11850/11).

LUCHTVAART

Nauwere samenwerking met Eurocontrol

De Raad heeft de Commissie toestemming verleend om met de Europese organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol) te onderhandelen over een overeenkomst op hoog niveau voor een nieuw en stabiel kader voor versterkte samenwerking. Die overeenkomst zal bevestigen dat Eurocontrol fungeert als de technische en operationele tak van de EU bij de ontwikkeling en uitvoering van haar programma Gemeenschappelijk Europees luchtruim (Single European Sky ‑ SES), en zal de EU positioneren als regulator van dat programma.

Eurocontrol is een burgerlijk-militaire intergouvernementele organisatie van 39 overeenkomst­sluitende partijen uit heel Europa, onder meer alle EU-lidstaten behalve Estland. Eurocontrol speelt een centrale rol in het luchtverkeersbeheer (ATM) in Europa en verstrekt de EU expertise en technische assistentie dienaangaande. Onlangs werd Eurocontrol aangewezen als ATM-netwerkmanager van het programma Gemeenschappelijk Europees luchtruim, dat moet zorgen voor een veilig en efficiënt luchtverkeers­beheersysteem op Europees niveau op basis van een wettelijk kader dat is vastgesteld in 2004 (SES I) en in 2009 (SES I).

Luchtvervoersovereenkomst met Azerbeidzjan

De Raad heeft de Commissie gemachtigd om met Azerbeidzjan onderhandelingen te openen over een brede luchtvervoersovereenkomst met het oog op marktopenstelling en, parallel daaraan, harmonisatie van de regelgeving op het gebied van onder meer luchtvaartveiligheid en -beveiliging, milieubescherming en mededingingsrecht.

Marktopening zal naar verwachting economisch voordeel opleveren voor luchtvaartmaatschappijen en luchthavens uit de EU en Azerbeidzjan, en het zakenleven en buitenlandse investeringen in Azerbeidzjan helpen ontwikkelen. Dat moet gepaard gaan met een regelgevend kader dat spoort met de EU-normen.

De overeenkomst zal een wettelijk kader voor luchtvervoer tussen Azerbeidzjan en de Unie in haar geheel creëren, en derhalve concurrentieneutraliteit voor alle EU-luchtvaartmaatschappijen. Zij zal in de plaats komen van de eenentwintig bilaterale luchtvaartovereenkomsten tussen de afzonderlijke lidstaten en Azerbeidzjan, die vrij beperkend zijn, vooral voor regelingen over capaciteit. De totstandbrenging van een dergelijke overeenkomst spoort in meer algemeen politiek opzicht met het Europees nabuurschapsbeleid en het Oostelijk Partnerschap, twee instrumenten waarbij ook Azerbeidzjan betrokken is, en zal dienstig zijn bij de verdere verwezenlijking van de doelstellingen van de partnerschaps- en samenwerkings­overeenkomst met Azerbeidzjan, die zal worden opgevolgd door een associatieovereenkomst waarover de onderhandelingen nog lopen.

WEGVERVOER

Herziening van de tachograafverordening

De Raad heeft in het kader van een herziening van de uit 1985 daterende verordening een openbaar debat gehouden over de tachograaf die professionele bestuurders zullen moeten gaan gebruiken ten behoeve van controle van de naleving van de rij- en rusttijdregels in het belang van de verkeers­veiligheid, menswaardige arbeidsomstandigheden voor bestuurders en eerlijke mededinging tussen vervoersondernemingen. De voorgestelde herziening heeft tot doel frauderen te bemoeilijken en de administratieve lasten te verlichten door optimaal gebruik van nieuwe technologieën en een aantal nieuwe regulerende maatregelen.

Aangezien de bespreking van het Commissievoorstel door de groep van de Raad nog in een vroeg stadium zit (zie verslag in 14486/11) heeft de Raad zijn besprekingen niet zozeer op de details van het voorstel maar veeleer op de ervaringen van de lidstaten met het huidige tachograafsysteem gericht. De ministers hebben erkend dat de tachograaf van cruciaal belang is voor de controle op de naleving en derhalve voor de verkeersveiligheid. Hoewel het huidige systeem over het algemeen lijkt te werken, hebben de ministers benadrukt dat verbeteringen noodzakelijk zijn en daarbij in het bijzonder gewezen op de zwakke plekken die het systeem vatbaar maken voor manipulatie en fraude. Zij onderstreepten ook het belang om voor de vervoersondernemers de kosten terug te dringen. In dat verband werd benadrukt dat nieuwe maatregelen proportioneel moeten zijn en een gedetailleerde kosten-batenanalyse moeten doorstaan, en lieten sommige lidstaten zich bezorgd uit over de uitgaven die de door de Commissie voorgestelde maatregelen zouden kunnen impliceren.

De voorbereidende instanties van de Raad wordt nu verzocht zich verder te wijden aan de bespreking van het voorstel (13195/11), dat de volgende kernelementen bevat:

In het gebruik van technologie wordt de huidige handmatige registratie van de voertuiglocatie vervangen door geautomatiseerde registratie via satellietplaatsbepaling. Voorts zullen controle­functionarissen, dankzij communicatie op afstand waarbij de tachograaf basisindicaties doorseint over naleving van de regels, meer gerichte wegcontroles kunnen uitoefenen en bijgevolg onnodige controles kunnen vermijden. Daarnaast zal een genormaliseerde interface zorgen voor een vlottere integratie van de tachograaf met applicaties van intelligente vervoerssystemen zoals die voor wagenparkbeheer.

In de regelgeving zullen zwaardere eisen worden gesteld aan de werkplaatsen die tachografen mogen installeren en ijken, en zullen rijbewijs en bestuurderskaart worden samengevoegd met de bedoeling fraude en administratieve kosten terug te dringen. Om de administratieve lasten te verminderen komt er ook een uitbreiding van de mogelijkheid voor de lidstaten om bepaalde gebruikers, voornamelijk kleine en middelgrote ondernemingen, vrijstelling van de tachograaf­verplichting te verlenen; voor die gebruikers wordt een eenvormige vrijstelling voor vervoers­activiteiten binnen een straal van 100 km voorgesteld, terwijl die tot nog toe in bepaalde gevallen beperkt was tot 50 km.

Volgens het Commissievoorstel zullen de regulerende maatregelen één jaar na de bekendmaking van de verordening in het Publicatieblad van de EU van kracht worden, terwijl gebruik van de nieuwe satellietgerelateerde technologie vier jaar later, dus waarschijnlijk vanaf 2017, verplicht wordt.

De verordening van 1985, die al tien aanpassingen kreeg om rekening te houden met de technologische vooruitgang, stelt naast technische normen ook de regels voor gebruik, type­goedkeuring, installatie en controle van tachografen vast. Op dit moment zijn twee soorten tachografen in gebruik bij ongeveer 900 000 vervoersondernemingen en 6 miljoen bestuurders: de digitale tachograaf in voertuigen die na 1 mei 2006 zijn ingeschreven, en de analoge tachograaf, die nog in oudere voertuigen wordt gebruikt.

DIVERSEN

Informele bijeenkomst van de ministers van Vervoer over privéfinanciering voor vervoersinfrastructuur

Het voorzitterschap heeft de Raad geïnformeerd over de informele bijeenkomst van de ministers van Vervoer in Sopot (Polen) op 5 en 6 september 2011, die handelde over het aantrekken van privéfinanciering voor transportinfrastructuur en in het bijzonder over de ervaringen van de lidstaten met publiek-private partnerschappen. Het voorzitterschap heeft de resultaten van de bijeenkomst samengevat in conclusies (14119/11) die publiek-private partnerschappen naar voren schuiven als nuttig instrument voor de financiering van de vervoersector, en tevens onderstrepen wat voor belangrijke rol overheidsgeld speelt in de ontwikkeling van infrastructuur.

Ministeriële conferentie van het Oostelijk Partnerschap over vervoer

Het voorzitterschap heeft informatie verstrekt over de conferentie van de ministers van Vervoer van de EU-lidstaten, de zes landen van het Oostelijk Partnerschap (Wit-Rusland, Oekraïne, Moldavië, Georgië, Armenië en Azerbeidzjan) en Kroatië op 24 en 25 oktober 2011 in Krakau (Polen) (14884/11). De conferentie heeft tot doel met die landen de samenwerking inzake vervoer te verstevigen, op basis van de beginselen die zijn vastgesteld in de tijdens deze Raadszitting aangenomen conclusies over betrekkingen met aangrenzende regio's. De conferentie zal ook een vervoerspanel voor het Oostelijk Partnerschap opstarten.

Emissiehandel in de luchtvaartsector

De Commissie heeft de ministers de stand van zaken meegedeeld, en in het bijzonder van de raadplegingen met derde landen, betreffende de toepassing van de EU-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten (ETS) op de luchtvaart die op 1 januari 2012 moet ingaan.

Een aantal lidstaten heeft de Commissie opgeroepen om de onderhandelingen met niet-EU landen die ertegen gekant zijn internationale luchtvaart in het EU ETS op te nemen te intensiveren teneinde een oplossing te bereiken.

Russische visumplicht voor Tsjechische vliegtuigbemanningen

De Tsjechische delegatie heeft de Raad geïnformeerd over de visumplicht die Rusland onlangs heeft ingevoerd voor bemanningsleden van Tsjechische burgervliegtuigen en heeft het voorzitterschap en de Commissie verzocht om dat onderwerp aan te kaarten bij de Russische autoriteiten. De Tsjechische Republiek heeft geen bilaterale overeenkomst over visumvrijstelling met Rusland.

Proefproject "blauwe gordel"

De Commissie heeft de ministers ingelicht over de uitvoering en ontwikkeling van het door de Raad Vervoer van december 2010 bekrachtigde proefproject "blauwe gordel," waarvan de zes maanden durende operationele fase afgelopen mei is aangevat (14934/11). De Commissie beschouwt de eerste resultaten van het project als veelbelovend en is voornemens het project in 2012 voort te zetten. Het concept "blauwe gordel" moet maritiem vervoer binnen de EU faciliteren door het aantal administratieve formaliteiten voor reders te verminderen zonder uitholling van veiligheid, beveiliging en milieubescherming en verlies van inkomsten uit douanerechten en belastingen, door optimaal gebruik te maken van de technologie voor maritieme controle.

Event over piraterij binnen de context van de World Maritime Day

De Italiaanse delegatie heeft de Raad geïnformeerd over het "World Maritime Day Parallel Event" dat dit jaar, met Italië als gastland, op 13 en 14 oktober in Rome plaatsvindt (14889/11). De focus van die bijeenkomst van deskundigen en institutionele vertegenwoordigers zal liggen op de bestrijding van piraterij. Het "Parallel Event" sluit aan bij de World Maritime Day die de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) ieder jaar organiseert.

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

Permanente partnerschapsraad EU-Rusland

De Raad heeft een EU-standpunt vastgesteld in het vooruitzicht van de vijftiende permanente partnerschapsraad EU-Rusland over justitie en binnenlandse zaken die op 10 en 11 oktober 2011 in Warschau plaatsvindt. De Raad heeft ook een ontwerpplan voor gezamenlijke stappen naar visum­vrije reizen van korte duur door Russische en EU-burgers aangenomen, dat voor bekrachtiging aan de partnerschapsraad zal worden voorgelegd.

TELECOMMUNICATIE

Mobiele satellietdiensten

De Raad heeft besloten zich niet te verzetten tegen de aanneming door de Commissie van een besluit over regelingen voor gecoördineerde toepassing van de handhavingsregels met betrekking tot mobiele satellietdiensten overeenkomstig artikel 9, lid 3, van Beschikking nr. 626/2008/EG.

Het ontwerp-besluit is onderworpen aan de regelgevingsprocedure met toetsing. Nu de Raad zijn fiat heeft gegeven, kan de Commissie het besluit aannemen, tenzij het Europees Parlement bezwaar aantekent.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website