Navigation path

Left navigation

Additional tools

[Graphic in PDF & Word format]




RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE

NL
C/08/149
9959/08 (OR. en)
PERSMEDEDELING
2874e zitting van de Raad
Milieu
Luxemburg, 5 juni 2008
Voorzitter de heer Janez PODOBNIK
minister van Milieubeheer en Ruimtelijke Ordening van Slovenië

Voornaamste resultaten van de Raadszitting
De Raad heeft in het kader van de strijd tegen klimaatverandering een oriënterend debat gehouden over de belangrijkste aspecten van het pakket inzake klimaataanpak en hernieuwbare energie, en over een voorstel ter beperking van de CO2-uitstoot door personenauto's in de EU.
De Raad heeft ook van gedachten gewisseld over genetisch gemodificeerde organismen.
Hij heeft zonder debat een verordening betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen aangenomen.

INHOUD1

DEELNEMERS 4

BESPROKEN PUNTEN

PAKKET INZAKE KLIMAATAANPAK EN HERNIEUWBARE ENERGIE 6

CO2-UITSTOOT VAN AUTO'S 10

GENETISCH GEMODIFICEERDE ORGANISMEN 11

DIVERSEN 12

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

MILIEU

  • In- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen 12
  • Walvissen 12

INTERNE MARKT

  • Typegoedkeuring van motorvoertuigen 12

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:

mevrouw Hilde CREVITS Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur

Bulgarije:

de heer Chavdar GEORGIEV viceminister van Milieu- en Waterbeheer

Tsjechië:

de heer Jan DUSÍK eerste viceminister van Milieubeheer, sectie internationale betrekkingen, wetgeving en overheidszaken

Denemarken:

de heer Troels Lund POULSEN minister van Milieubeheer

mevrouw Connie HEDEGAARD minister van Klimaat en Energie

Duitsland:

de heer Sigmar GABRIEL minister van Milieubeheer, Natuurbehoud en Reactorveiligheid

Estland:

de heer Jaanus TAMKIVI minister van Milieubeheer

Ierland:

de heer John GORMLEY minister van Milieubeheer, Nationaal Erfgoed en Plaatselijk Bestuur

Griekenland:

de heer Stavros KALOGIANNIS staatssecretaris van Milieubeheer, Ruimtelijke Ordening en Openbare Werken

Spanje:

mevrouw Elena ESPINOSA MANGANA minister van Milieu, Platteland en Marien Milieu

de heer José Ramón GARCIA minister van Milieu, Waterbeheer, Stadsplanning en Huisvesting van de Autonome Gemeenschap Valencia

Frankrijk:

de heer Jean-Louis BORLOO minister van staat, minister van Ecologie en van Duurzame Ontwikkeling en Landinrichting

mevrouw Nathalie KOSCIUSKO-MORIZET staatssecretaris, belast met Ecologie bij de minister van staat, minister van Ecologie en van Duurzame Ontwikkeling en Landinrichting

Italië:

mevrouw Stefania PRESTIGIACOMO minister van Milieu- en Landschapsbeheer en de Zee

Cyprus:

de heer Panicos POUROS staatssecretaris, ministerie Landbouw, Natuurlijke Rijkdommen en Milieubeheer

Letland:

de heer Raimonds VĒJONIS minister van Milieubeheer

Litouwen:

de heer Aleksandras SPRUOGIS vice-staatssecretaris, ministerie van Milieubeheer

Luxemburg:

de heer Lucien LUX minister van Milieubeheer, minister van Vervoer

Hongarije:

de heer Lajos OLÁH ministerie van Milieubescherming en Waterstaat

Malta:

de heer George PULLICINO minister van Hulpbronnen en Plattelandszaken

Nederland:

mevrouw Jacqueline CRAMER minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Oostenrijk:

de heer Josef PRÖLL minister van Land- en Bosbouw, Milieubeheer en Waterhuishouding

Polen:

de heer Maciej NOWICKI minister van Milieubeheer

Portugal:

de heer Humberto ROSA staatssecretaris van Milieubeheer

Roemenië:

de heer Silviu STOICA staatssecretaris, ministerie van Milieubeheer en Duurzame Ontwikkeling

Slovenië:

de heer Janez PODOBNIK minister van Milieubeheer en Ruimtelijke Ordening

Slowakije:

de heer Jaroslav JADUŠ staatssecretaris, ministerie van Milieubeheer

Finland:

mevrouw Paula LEHTOMÄKI minister van Milieubeheer

Zweden:

de heer Andreas CARLGREN minister van Milieubeheer

Verenigd Koninkrijk:

de heer Hilary BENN minister van Milieubeheer, Voedselvoorziening en Plattelandszaken

Commissie:

de heer Stavros DIMAS lid

BESPROKEN PUNTEN

PAKKET INZAKE KLIMAATAANPAK EN HERNIEUWBARE ENERGIE

De Raad heeft een openbaar debat gehouden over kernaspecten van het wetgevingspakket inzake klimaatverandering en hernieuwbare energie.

Dit debat werd gevoerd op basis van een voortgangsverslag van het voorzitterschap met de stand van zaken van de onderhandelingen (9648/08). Hetzelfde verslag werd overgemaakt aan de EU-ministers van Energie in hun zitting van 6 juni, met name als bijdrage voor de bespreking van de aspecten in verband met het gebruik van hernieuwbare energiebronnen.

De ministers bevestigden dat er in de strijd tegen klimaatverandering, ambitieuze doelstellingen moeten worden gehaald waarbij tevens het Europees potentieel voor economische groei moet worden gevrijwaard.

De lidstaten van de EU en de Commissie benadrukten dat het belangrijk is tijdig tot een akkoord te komen teneinde een grotere convergentie op mondiaal niveau te faciliteren in de aanloop naar de internationale bijeenkomst die in december 2009 in Kopenhagen zal plaatsvinden.

De besprekingen waren geconcentreerd op de kernaspecten van het pakket, namelijk:

wat de EU-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten (ETS) betreft,

  • de toewijzingsmethode; herverdeling en gebruik van de veilingopbrengsten en veilingsvoorschriften,
  • risico's van een "weglekeffect": overplaatsen van energie-intensieve industrieën naar derde landen;
  • bovengrens voor de gehele EU: vervanging van het huidige stelsel van nationale toewijzingsplannen door een bovengrens voor de gehele EU,
  • voor geverifieerde emissiegegevens te gebruiken referentiejaar of referentieperiode,
  • reserve voor nieuwkomers: hoeveelheid voor nieuwkomers gereserveerde emissierechten,
  • kleine installaties: omvang van de installaties die mogelijkerwijze worden uitgesloten uit het ETS;

wat de verdeling van de inspanningen (over de lidstaten in de sectoren die niet onder de EU ETS vallen) betreft,

  • werkingssfeer: sectoren die niet onder de EU ETS vallen,
  • referentiejaar of -periode voor de berekening van de beperkingsstreefcijfers per land,
  • tussentijdse streefcijfers: doeltreffendheid van het gebruik van indicatieve of verplichte tussentijdse streefcijfers;

wat de gemeenschappelijke punten tussen de herziening van de EU ETS en de verdeling van de inspanningen betreft,

  • van 20 naar 30%: aanpassingsclausule die de EU de mogelijkheid biedt van de zelfstandige verbintenis van 20% over te gaan naar een ambitieuzer streefdoel waar de EU door een toekomstige internationale overeenkomst aan zal worden gehouden,
  • enige soepelheid opdat de lidstaten hun verbintenissen op kosteneffectieve wijze kunnen nakomen;

wat de afvang en opslag van kooldioxide (CCS) betreft,

  • opslagvergunningen,
  • CO2-stroom,
  • overdracht van de verantwoordelijkheid na sluiting van een opslaglocatie,
  • bepalingen inzake de door de aanvrager van een opslagvergunning te stellen financiële zekerheid,
  • voorwaarden voor toegang tot transportnetwerken,
  • gereedheid voor afvang;

wat duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen betreft,

  • eis inzake minimale broeikasgasreducties,
  • ecologische en maatschappelijke criteria,
  • methode voor de berekening van de broeikasgasreducties. Op 23 januari 2008 heeft de Commissie een pakket uitvoeringsmaatregelen voor de doelstellingen van de EU inzake klimaatverandering en hernieuwbare energie ingediend.

Het pakket bevat de volgende voorstellen:

  • een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten van de EU te verbeteren en uit te breiden ("ETS-herziening") (5862/08).
  • een beschikking inzake de inspanningen van de lidstaten van de EU om hun broeikasgasemissies terug te dringen om aan de verbintenissen van de Gemeenschap op het gebied van het terugdringen van broeikasgassen tot 2020 te voldoen ("lastenverdeling exclusief emissiehandel") (5849/08).
  • een richtlijn betreffende de geologische opslag van kooldioxide ("richtlijn afvangen en opslaan van kooldioxide") (5835/08).
  • een richtlijn ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen ("richtlijn hernieuwbare energiebronnen") (5421/08).

In het voorjaar van 2007 heeft de Europese Raad erop gewezen dat een geïntegreerd klimaat- en energiebeleid nodig is om de EU te kunnen omvormen tot een economie die zeer energiezuinig is en weinig broeikasgassen uitstoot (7224/1/07). De Europese Raad heeft daartoe de volgende verbintenissen, doelstellingen en streefcijfers bepaald:

  • een zelfstandig streefcijfer van de EU voor de reductie van de broeikasgasemissies, tegen 2020, met 20% ten opzichte van 1990;
  • een reductie van de broeikasgasemissies, tegen 2020, met 30% ten opzichte van 1990 als bijdrage van de EU tot een brede mondiale overeenkomst voor de periode na 2012 indien andere ontwikkelde landen zich op hetzelfde streefcijfer vastleggen en de ontwikkelingslanden zich verbinden tot een vermindering van de broeikasgasemissies overeenkomstig hun vermogens en verantwoordelijkheden;
  • 20% minder energieverbruik van de EU ten opzichte van de prognoses voor 2020;
  • 20% hernieuwbare energie ten opzichte van het totale EU-energieverbruik in 2020;
  • een minimumstreefcijfer voor 2020 van 10% biobrandstoffen ten opzichte van het totale EU-verbruik van benzine en diesel in de vervoersector;
  • het ontwikkelen van een technisch, economisch en regelgevingskader om, indien mogelijk tegen 2020, de technologie voor het milieuveilig afvangen en vastleggen van kooldioxide te kunnen toepassen in nieuwe, met fossiele brandstoffen gestookte krachtcentrales.

CO2-UITSTOOT VAN AUTO'S

De Raad heeft een oriënterend debat gehouden over een ontwerp-verordening tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe personenauto's, in het kader van de communautaire geïntegreerde benadering om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken.

De Raad had waardering voor de vorderingen die in de eerste zes maanden van 2008 zijn gemaakt, en die een degelijke basis vormen voor de verdere besprekingen. Hij onderstreepte ook het belang van dit voorstel in de context van de strijd tegen klimaatverandering.

Het debat werd gevoerd op basis van een voortgangsverslag van het voorzitterschap betreffende de stand van zaken van de onderhandelingen (9343/08).

Het was toegespitst op de belangrijkste aspecten van de ontwerp-verordening in het voortgangsverslag van het voorzitterschap, waaronder de nutsparameter, de hellingshoek van de curve, het sanctiestelsel, de startdatum en de langetermijndoelstellingen.

In januari 2007 heeft de Commissie een mededeling ingediend inzake de communautaire strategie om de CO2-uitstoot van auto's en lichte bedrijfsvoertuigen te verminderen.

In de mededeling wordt benadrukt dat wij weliswaar enigszins dichter bij de doelstelling zijn gekomen om de CO2-uitstoot van auto's te verminderen, maar dat de communautaire doelstelling van gemiddeld 120 g CO2-uitstoot per km voor nieuwe auto's in 2012 zonder aanvullende maatregelen niet zal worden gehaald. Daarom werd in de mededeling voorgesteld een geïntegreerde benadering te volgen en de indiening aangekondigd van een wetgevingskader om de communautaire doelstelling te halen door de nadruk te leggen op een verplichte vermindering van de CO2-emissies, zodat de gemiddelde emissies van nieuwe wagens worden beperkt tot 130 g CO2/km dankzij verbeteringen van de motortechnologie, en een verdere vermindering van 10 g CO2/km door andere technologische verbeteringen.

Met de aanneming van conclusies in juni 2007 heeft de Raad zijn steun bevestigd voor de doelstelling van gemiddeld 120 g CO2/km voor nieuwe in de EU verkochte auto's in 2012 (130 g CO2/km te halen door verbeteringen van de motortechnologie en 10 g CO2/km door extra maatregelen), zonder dat zich verstoringen voordoen en met inachtneming van economische en maatschappelijke redelijkheid [1].

GENETISCH GEMODIFICEERDE ORGANISMEN

De Raad heeft een gedachtewisseling gehouden om het beraad over een aantal beleidskwesties in verband met genetisch gemodificeerde organismen (GGO's) op een hoger plan te tillen.

Een grote meerderheid van de delegaties en de Commissie hebben de bijdrage van de Franse delegatie (9615/08) en die van de Hongaarse delegatie (10254/08) verwelkomd, die een meerwaarde aan het debat moeten geven met het oog op een verder onderzoek van de onopgeloste aspecten in verband met GGO's, namelijk:

  • verbetering van de procedures ter evaluatie van de risicobeoordelingen en van de werking van wetenschappelijke expertise betreffende GGO's, met name wat de milieubescherming betreft;
  • het uitdenken van nieuwe middelen om de samenwerking tussen de lidstaten van de EU, de Commissie en relevante Europese en nationale wetenschappelijke organen te versterken;
  • flexibiliteit voor de lidstaten van de EU om, binnen een gemeenschappelijke aanpak, de controle van toegelaten GGO's beter te kaderen.

Een aantal delegaties heeft er nogmaals op gewezen dat een gemeenschappelijke vaststelling van drempelwaarden voor de etikettering van GGO-zaad op Europees niveau moet worden overwogen.

Verder hebben verschillende delegaties gezegd dat zij wensen dat rekening wordt gehouden met de sociaaleconomische effecten van GGO's.

De Franse delegatie heeft het voornemen geuit om de besprekingen over dit onderwerp voort te zetten onder het volgende voorzitterschap van de EU.

De Raad heeft in zijn zitting van 3 maart ook een korte gedachtewisseling gehouden op verzoek van de Franse delegatie (7128/08).

DIVERSEN

De Raad heeft nota genomen van informatie over de volgende punten:

Ontwerp-verordening betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (5127/08)

Het voorzitterschap heeft informatie verstrekt over de stand van zaken met betrekking tot dit voorstel (10094/08).

Doel van de ontwerp-verordening, die in december van vorig jaar door de Commissie is ingediend, is geharmoniseerde voorschriften voor de constructie van zware bedrijfsvoertuigen vast te stellen teneinde de goede werking van de interne markt te waarborgen en tegelijkertijd te zorgen voor een hoog niveau van milieubescherming wat emissies in de atmosfeer betreft.

Het dossier zal tijdens het volgende voorzitterschap verder worden besproken, in samenwerking met het Europees Parlement.

Bescherming van het milieu door middel van het strafrecht (6297/07)

Het voorzitterschap heeft de Raad geïnformeerd over het op 21 mei 2008 met het Europees Parlement in eerste lezing bereikte akkoord over het voorstel voor een richtlijn inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht.

Zodra deze tekst door beide instellingen formeel is aangenomen, zal de richtlijn een minimale reeks handelingen vaststellen die in de gehele EU als misdrijven moeten worden beschouwd als zij onwettelijk en opzettelijk of ten minste uit grove nalatigheid worden begaan. Aanzetten tot en medeplichtigheid aan deze handelingen zal eveneens als een misdrijf worden beschouwd.

Vergaderingen in het kader van het Verdrag inzake biologische diversiteit en het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid (Bonn, 12 tot en met 30 mei 2008)

De Raad heeft nota genomen van de informatie van het voorzitterschap (10274/08) en van de Commissie (10274/08 ADD1) over het resultaat van de 9e gewone vergadering van de Conferentie van de partijen (COP 9) bij het Verdrag inzake biologische diversiteit (CBD) en van de 4e vergadering van de Conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid fungeert (COP-MOP 4).

Vergadering in het kader van het Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband (Boekarest, 19-21 mei 2008)

De Roemeense delegatie heeft de Raad geïnformeerd over de 4e vergadering van de partijen bij het Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband (10218/08).

Vooruitgang in verband met de routekaart van Bali

De Raad heeft nota genomen van de informatie van het voorzitterschap en de Commissie (10207/08) over de huidige internationale situatie met betrekking tot het actieplan van Bali voor een integratief onderhandelingsproces, dat tegen eind 2009 tot een brede mondiale overeenkomst over de klimaatregeling voor de periode na 2012 moet leiden.

Resultaten van de Conferentie "Bridging the gap" (Portorož, 14-16 mei 2008) (9930/08)

De Raad heeft nota genomen van de resultaten van deze conferentie, waar conclusies werden bereikt op drie belangrijke gebieden. Ten eerste moeten er dringend maatregelen worden genomen om de snelle milieuveranderingen af te remmen, hetgeen een ommezwaai in de ontwikkeling en planning van het economisch en het sociaal beleid inhoudt. Ten tweede moet het milieu centraal staan in de economische besluitvorming, waarbij zowel particuliere als openbare instellingen verplichtingen op zich moeten nemen en de integratie van de activiteiten en sectoren en de verbanden daartussen moeten worden verbeterd. Ten derde is een betere communicatie tussen wetenschappers, beleidsmakers, politici, bedrijven en het maatschappelijk middenveld van vitaal belang opdat openbare informatie en gegevens vanuit sociaal en economisch oogpunt volledig kunnen worden geëxploiteerd, een uitgebreide nieuwe ecohandelseconomie kan worden gefaciliteerd en de ontwikkelingslanden ervan kunnen worden overtuigd dat het model dat de ontwikkelde wereld welvaart heeft gebracht, onhoudbaar is en dat er dus in de toekomst een andere weg moet worden ingeslagen.

Actieprogramma voor de uitvoering van de territoriale agenda van de EU

De Raad heeft nota genomen van de informatie van het Sloveense voorzitterschap over de aanvang van de uitvoering van de territoriale agenda van de EU en het eerste actieprogramma daarvan (9932/1/08).

Duurzame productie en consumptie

De Commissie heeft informatie verstrekt over de lopende voorbereiding van het actieplan inzake duurzame productie en consumptie.

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

MILIEU 

In- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen

De Raad heeft een verordening betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen aangenomen ter verbetering van de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu op internationaal niveau en in het bijzonder in de ontwikkelingslanden (3604/08).

Deze verordening stelt de voorwaarden voor de in- en uitvoer van bepaalde chemische stoffen in en uit de EU vast. Ze geeft ook uitvoering aan het Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel.

De verordening voorziet in drie verschillende procedures die de exporteurs en de nationale autoriteiten moeten toepassen, afhankelijk van de status van de betrokken chemische stof:

  • de procedure voor kennisgeving van uitvoer moet worden toegepast voor gevaarlijke chemische stoffen die in de EU verboden of aan strenge beperkingen onderworpen zijn, maar niet in aanmerking komen voor kennisgeving in het kader van het Verdrag;
  • het voorschrift inzake uitdrukkelijke toestemming van het invoerende land voorafgaand aan de uitvoer geldt voor gevaarlijke chemische stoffen die voor kennisgeving in aanmerking komen, maar nog niet onder het Verdrag vallen en
  • de volledige Verdragsprocedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming moet worden toegepast ten aanzien van chemische stoffen die onder het Verdrag vallen. Tot dusver gaat het om 39 chemische stoffen, maar dat aantal zal naar verwacht toenemen.

Deze verordening is in het kader van de medebeslissingsprocedure van de Raad en het Europees Parlement in eerste lezing goedgekeurd.

Walvissen

De Raad heeft een besluit aangenomen tot vaststelling van het communautaire standpunt met het oog op het handhaven van de instandhoudingsmaatregelen voor walvissen, waarover een besluit zal worden genomen in de volgende vergadering van de Internationale Commissie voor de Walvisvaart (IWC).

De IWC is de organisatie die op mondiaal niveau bevoegd is voor de instandhouding en het beheer van de walvisbestanden. Ze is opgericht bij het in 1946 ondertekende Verdrag tot regeling van de walvisvangst.

Momenteel zijn eenentwintig lidstaten van de EU partij bij het ICRW [2]. De Europese Gemeenschap heeft de status van waarnemer in de IWC.

De 60e vergadering van de IWC zal in juni 2008 in Santiago, Chili, plaatsvinden.

De commerciële walvisvangst is in 1986 opgeschort op grond van een moratorium dat door de meeste in de IWC vertegenwoordigde landen is goedgekeurd.

INTERNE MARKT

Typegoedkeuring van motorvoertuigen

De Raad heeft besloten zich niet te verzetten tegen de aanneming door de Commissie van een verordening en een richtlijn tot uitvoering en wijziging van de voorschriften betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie.

Overeenkomstig de regelgevingsprocedure met toetsing van de EU kan de Raad bezwaar maken tegen de aanneming van wetgevingsbesluiten van de Commissie, met als argument dat

  • de voorgestelde maatregelen de uitvoeringsbevoegdheden waarin het basisbesluit voorziet, overschrijden;
  • zij niet verenigbaar zijn met het doel of de inhoud van het basisbesluit; of dat
  • zij niet stroken met het subsidiariteits- of het evenredigheidsbeginsel.

Dat houdt in dat, tenzij het Europees Parlement er bezwaar tegen maakt, de Commissie de voorgestelde wetgevingsbesluiten kan aannemen.


[1] http://register.consilium.europa.eu/pdf/nl/07/st11/st11483.nl07.pdf

[2] België, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden.


Side Bar