Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

[Graphic in PDF & Word format]




RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE

NL
C/07/227
13720/07 (Presse 227)
(OR. en)
PERSMEDEDELING
2824e zitting van de Raad
Algemene Zaken en Externe Betrekkingen
Externe betrekkingen
Luxemburg, 15-16 oktober 2007
Voorzitter de heer Luís AMADO
minister van staat, minister van Buitenlandse Zaken van Portugal
* Enkele punten op het gebied van externe betrekkingen zijn zonder debat aangenomen tijdens de 2823e zitting van de Raad Algemene Zaken (13900/07).
Voornaamste resultaten van de Raadszitting
De Raad heeft de brute manier waarop in Birma/Myanmar tegen betogers is opgetreden met kracht veroordeeld. Gelet op de ernst van de huidige situatie en uit solidariteit met de bevolking van Birma/Myanmar achtte de Raad het nodig de directe druk op het bewind te vergroten door strengere maatregelen te nemen en aanvullende beperkende maatregelen af te kondigen met betrekking tot uitvoer, invoer en investeringen in de sectoren hout en winning van metalen, mineralen en edel- en halfedelstenen. De Raad zal daarom een pakket maatregelen aannemen dat de bevolking niet benadeelt maar gericht is tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor het gewelddadige optreden en voor de algemene politieke impasse in het land. De EU staat paraat om deze maatregelen te toetsen, te wijzigen of aan te scherpen in het licht van de ontwikkelingen ter plaatse en de resultaten van de missie van goede diensten van speciaal VN-gezant Gambari. De Raad verzoekt de betrokken instanties om verdere beperkende maatregelen uit te werken, waaronder een verbod op nieuwe investeringen. De Raad toonde zich vastbesloten de bevolking van Birma/Myanmar verder bij te staan op haar weg naar democratie, veiligheid en welvaart.
De Raad bezag de mensenrechtensituatie in Oezbekistan en gaf uiting aan zijn niet aflatende ernstige bezorgdheid, maar ook aan zijn tevredenheid over bepaalde positieve stappen. De Raad besloot het wapenembargo en de visumbeperkingen met 12 maanden te verlengen. Om de Oezbeekse autoriteiten aan te moedigen tot positieve stappen ter verbetering van de mensenrechtensituatie, besloot de Raad dat de visumbeperkingen gedurende zes maanden niet van toepassing zullen zijn, waarna de Raad zal bezien of de Oezbeekse autoriteiten vorderingen hebben gemaakt met het vervullen van een reeks voorwaarden op het gebied van de mensenrechten, zoals volledige en onbelemmerde toegang tot gevangenen, ongehinderde werking van NGO's en invrijheidstelling van mensenrechtenverdedigers.
De Raad besloot dat de EU in het kader van het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid een overbruggende militaire operatie (EUFOR TCHAD/RCA) zal uitvoeren in het oosten van Tsjaad en het noordoosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek. Hiermee wordt gevolg gegeven aan de aanneming van Resolutie 1778 (2007) van de VN-Veiligheidsraad, waarbij de inzet van een multidimensionale aanwezigheid in Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek is goedgekeurd en aan de EU toestemming is verleend om het militaire element daarvan te leveren. De inzet van EUFOR TCHAD/RCA en de politiemissie van de VN, parallel aan UNAMID in Sudan, richt zich op de regionale dimensie van de crisis in Darfur, en vormt een cruciale stap om een duurzame oplossing op lange termijn voor het conflict in Darfur tot stand te brengen.
De Raad verwelkomde de ondertekening van de stabilisatie- en associatieovereenkomst en de interimovereenkomst met Montenegro als een belangrijke etappe in het traject van dit land richting de EU. De overeenkomsten werden op 15 oktober in de marge van de Raadszitting ondertekend.
Met betrekking tot Libië heeft de Raad tot zijn voldoening geconstateerd dat de affaire rond het Bulgaarse medische team in verband met de hiv/aids-besmetting in Benghazi afgesloten is. In het besef van het potentieel van de samenwerking tussen de EU en Libië op de vele terreinen van gemeenschappelijk belang was de Raad het erover eens dat de EU en Libië ten spoedigste besprekingen dienen aan te knopen over een kaderovereenkomst die gebieden van wederzijds belang zoals mensenrechten en migratie zal bestrijken, en verzocht hij de Commissie om daartoe strekkende ontwerp-onderhandelingsrichtsnoeren op te stellen.

INHOUD1

DEELNEMERS 5

BESPROKEN PUNTEN

BETREKKINGEN MET RUSLAND 7

OEZBEKISTAN - Conclusies van de Raad 8

TSJAAD/CENTRAAL-AFRIKAANSE REPUBLIEK/SUDAN - Conclusies van de Raad 10

DEMOCRATISCHE REPUBLIEK CONGO 13

BIRMA/MYANMAR - Conclusies van de Raad 14

IRAN - Conclusies van de Raad 17

ZIMBABWE 19

BETREKKINGEN MET DE WESTELIJKE BALKAN - Conclusies van de Raad 20

LIBIË - Conclusies van de Raad 22

IRAK - Conclusies van de Raad 23

MIDDEN-OOSTEN 26

Vredesproces in het Midden-Oosten - Conclusies van de Raad 26

Libanon - Conclusies van de Raad 27

DIVERSEN 29

Handelsbetrekkingen met ACS-landen 29

IN DE MARGE VAN DE RAAD 30

Ondertekening van een stabilisatie- en associatieovereenkomst en een interimovereenkomst met Montenegro 30

Ontmoetingen met Armenië, Azerbeidzjan en Georgië 30

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

none

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:

de heer Karel de GUCHT minister van Buitenlandse Zaken

Bulgarije:

de heer Ivailo KALFIN viceminister-president en minister van Buitenlandse Zaken

Tsjechië:

de heer Alexandr VONDRA viceminister-president, belast met Europese zaken

de heer Karel SCHWARZENBERG minister van Buitenlandse Zaken

Denemarken:

de heer Per Stig MøLLER minister van Buitenlandse Zaken

Duitsland:

de heer Frank-Walter STEINMEIER minister van Buitenlandse Zaken

Estland:

de heer Urmas PAET minister van Buitenlandse Zaken

Ierland:

de heer Dermot AHERN minister van Buitenlandse Zaken

Griekenland:

mevrouw Dora BAKOYANNI minister van Buitenlandse Zaken

de heer Ioannis VALINAKIS staatssecretaris, ministerie van Buitenlandse Zaken

Spanje:

de heer Miguel Ángel MORATINOS minister van Buitenlandse Zaken en Samenwerking

Frankrijk:

de heer Bernard KOUCHNER minister van Buitenlandse en Europese Zaken

Italië:

de heer Massimo D'ALEMA viceminister-president en minister van Buitenlandse Zaken

Cyprus:

mevrouw Erato KOZAKOU-MARCOULLIS minister van Buitenlandse Zaken

Letland:

de heer Artis PABRIKS minister van Buitenlandse Zaken

Litouwen:

de heer Petras VAITIEKŪNAS minister van Buitenlandse Zaken

Luxemburg:

de heer Jean ASSELBORN viceminister-president, minister van Buitenlandse Zaken en Immigratie

Hongarije:

mevrouw Kinga GÖNCZ minister van Buitenlandse Zaken

Malta:

de heer Richard CACHIA CARUANA permanent vertegenwoordiger

Nederland:

de heer Maxime VERHAGEN minister van Buitenlandse Zaken

de heer Frans TIMMERMANS minister voor Europese Zaken

Oostenrijk:

mevrouw Ursula PLASSNIK minister van Europese en Internationale Zaken

Polen:

mevrouw Anna Elżbieta FOTYGA minister van Buitenlandse Zaken

Portugal:

de heer Luís AMADO minister van staat, minister van Buitenlandse Zaken

de heer Manuel LOBO ANTUNES toegevoegd staatssecretaris van Europese Zaken

Roemenië:

de heer Adrian CIOROIANU minister van Buitenlandse Zaken

Slovenië:

de heer Dimitrij RUPEL minister van Buitenlandse Zaken

Slowakije:

de heer Ján KUBIŠ minister van Buitenlandse Zaken

Finland:

de heer Ilkka KANERVA minister van Buitenlandse Zaken

mevrouw Astrid THORS minister van Migratie en Europese Zaken

Zweden:

de heer Carl BILDT minister van Buitenlandse Zaken

mevrouw Cecilia MALMSTRÖM minister van Europese Zaken

Verenigd Koninkrijk:

de heer David MILIBAND minister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken

de heer Jim MURPHY onderminister van Europese Zaken

Commissie:

de heer Olli REHN lid

de heer Louis MICHEL lid

mevrouw Benita FERRERO-WALDNER lid

Secretariaat-generaal van de Raad:

de heer Javier SOLANA secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voor het GBVB

BESPROKEN PUNTEN

BETREKKINGEN MET RUSLAND

De Raad heeft de voorbereidingen besproken voor de top EU-Rusland die op 26 oktober zal plaatsvinden in Mafra, Portugal. Dit wordt de twintigste top in het kader van de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Rusland.

Op de agenda voor de top staat naar verwachting de situatie in de EU en in Rusland, vorderingen met betrekking tot de vier "gemeenschappelijke ruimtes" [1], de toekomstperspectieven voor de betrekkingen EU-Rusland, en internationale en regionale aangelegenheden, waaronder Kosovo, het vredesproces in het Midden-Oosten, Iran, Afghanistan en Moldavië.

Naar verwachting zullen de besprekingen ook een stimulans betekenen voor de aanslepende pogingen om een oplossing te vinden voor het invoerverbod dat Rusland heeft ingesteld op verscheidene Poolse producten, zodat de onderhandelingen over een nieuwe kaderovereenkomst voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland van start kunnen gaan.

OEZBEKISTAN - Conclusies van de Raad

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. De Raad blijft ernstig verontrust over de mensenrechtensituatie in Oezbekistan en herinnert aan het standpunt daaromtrent dat hij in eerdere Raadsconclusies heeft geformuleerd.

2. De Raad verheugt zich over de toegenomen bereidheid van de Oezbeekse autoriteiten om een dialoog met de EU aan te gaan, en over de positieve ontwikkelingen die zich in de loop van dit jaar in de betrekkingen tussen de EU en Oezbekistan hebben voorgedaan: twee rondes van deskundigenbesprekingen over de gebeurtenissen in Andijan en de eerste ronde van een mensenrechtendialoog tussen de EU en Oezbekistan, de toezegging van de Oezbeekse autoriteiten om deze dialoog op een geregelde basis voort te zetten en de voorwaardelijke invrijheidstelling van de mensenrechtenverdedigsters mevrouw Niazova en mevrouw Turaeva. De Raad verheugt zich over de recente afschaffing van de doodstraf in Oezbekistan en over de invoering van de habeas corpus in het Oezbeekse recht, en ziet uit naar de implementatie van deze maatregelen.

3. De Raad verklaart eens te meer dat hij met Oezbekistan graag een alomvattende dialoog op een aantal gebieden zou willen voeren. Hij ziet uit naar verdere samenwerking bij de uitvoering van de EU-strategie inzake Centraal-Azië, die de betrekkingen van de EU met Oezbekistan een nieuwe impuls zou moeten geven. De EU is bereid een inhoudelijke politieke dialoog te ontwikkelen en de samenwerking met Oezbekistan te intensiveren op alle in de strategie genoemde gebieden, waaronder de mensenrechten, hervorming van het gerechtelijk apparaat en het gevangeniswezen, onderwijs, handel en economische hervormingen, energie, klimaatverandering en waterbeheer en veiligheid, alsook met betrekking tot belangrijke internationale vraagstukken.

4. De Raad roept de Oezbeekse autoriteiten op, verdere vorderingen te maken op het gebied van de mensenrechten. Hij dringt er bij Oezbekistan op aan zijn internationale verplichtingen op het gebied van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden alsook op dat van de rechtsstaat volledig na te komen, en met name volledige en onbelemmerde toegang van de bevoegde internationale organen tot gevangenen toe te staan, daadwerkelijk in gesprek te treden met de speciale rapporteurs van de VN voor Oezbekistan, alle NGO's - met inbegrip van Human Rights Watch - zonder beperkingen in Oezbekistan te laten werken, mensenrechtenverdedigers in vrijheid te stellen en hen niet langer te intimideren, positieve gesprekken over mensenrechtenvraagstukken aan te gaan in het kader van de komende vergadering van het Samenwerkingscomité EU-Oezbekistan. De hervorming van het gerechtelijk apparaat, de wetshandhaving en de politie dient te worden voortgezet. De vorderingen met betrekking tot deze doelstellingen zullen worden geëvalueerd op basis van een verslag van de missiehoofden, dat ook een beoordeling van de komende presidentsverkiezingen zal omvatten.

5. De Raad heeft besloten het in Gemeenschappelijk Standpunt 2006/787/GBVB vervatte wapenembargo en de visumbeperkingen voor de personen op de lijst in de bijlage bij Gemeenschappelijk Standpunt 2007/338/GBVB met 12 maanden te verlengen. Om de Oezbeekse autoriteiten aan te moedigen positieve stappen ter verbetering van de mensenrechtensituatie te nemen, en rekening houdende met hun toezeggingen, heeft de Raad besloten dat de visumbeperkingen gedurende zes maanden niet van toepassing zullen zijn, waarna de Raad zal bezien of de Oezbeekse autoriteiten vorderingen hebben gemaakt richting de in punt 4 van deze conclusies genoemde voorwaarden. Indien nodig kan de Raad, in het licht van het optreden van de Oezbeekse autoriteiten op het gebied van de mensenrechten, besluiten de visumbeperkingen op een eerder tijdstip toe te passen. Hij is ook bereid alle beperkende maatregelen in te trekken zodra Oezbekistan voldoet aan de in deze en vorige Raadsconclusies genoemde voorwaarden. De Raad is bereid Oezbekistan bij te staan om deze doelstellingen te halen."

TSJAAD/CENTRAAL-AFRIKAANSE REPUBLIEK/SUDAN - Conclusies van de Raad

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. De EU spreekt zijn krachtige steun uit voor de inspanningen die de Verenigde Naties (VN) en de Afrikaanse Unie (AU) momenteel leveren om tot een oplossing te komen voor het conflict in Darfur, in het kader van een algehele regionale aanpak. Na de aanneming van resolutie 1778 (2007) van de VN-Veiligheidsraad, waarin de inzet van een multidimensionale aanwezigheid in Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek is goedgekeurd en aan de EU toestemming is verleend om het militaire element daarvan te leveren, zal de EU gedurende één jaar, te rekenen vanaf de datum waarop het initieel operationeel vermogen bevestigd is, in het kader van het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid een overbruggende militaire operatie (EUFOR TCHAD/RCA) uitvoeren in het oosten van Tsjaad en in het noordoosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek. Zowel de regering van Tsjaad als die van de Centraal-Afrikaanse Republiek heeft deze inzet verwelkomd. De inzet van EUFOR TCHAD/RCA en de politiemissie van de VN, parallel aan UNAMID in Sudan, richt zich op de regionale dimensie van de crisis in Darfur, en vormt een cruciale stap om een duurzame oplossing op lange termijn voor het conflict in Darfur tot stand te brengen.

2. De Raad is ingenomen met de benoeming van luitenant-generaal Patrick Nash (IE) tot operationeel commandant en van brigadegeneraal Jean-Philippe Ganascia (FR) tot commandant van de troepenmacht. Het operationeel hoofdkwartier van EUFOR TCHAD/RCA zal zijn gevestigd te Mont Valérien (Frankrijk). De Raad verklaart uitdrukkelijk dat hij vastbesloten is om de benodigde middelen ter beschikking te stellen, zodat de operationeel commandant kan beschikken over de strijdkrachten en de vermogens die voor de vervulling van zijn mandaat noodzakelijk zijn.

3. Met de inzet van EUFOR TCHAD/RCA geeft de EU concreet gestalte aan haar toezegging zich actief in te zetten voor de verbetering van de veiligheidssituatie in het oosten van Tsjaad en in het noordoosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek door bij te dragen tot de bescherming van vluchtelingen en binnenlands ontheemden, door de verstrekking van humanitaire hulp te vergemakkelijken, door te helpen bij het tot stand brengen van een situatie waarin ontheemden vrijwillig kunnen terugkeren naar hun plaatsen van herkomst, en door een bijdrage te leveren tot de veiligheid en handelingsvrijheid van MINURCAT. EUFOR TCHAD/RCA zal worden uitgevoerd in samenspraak met de autoriteiten van de betrokken landen. De operatie zal in alle onafhankelijkheid, onpartijdigheid en neutraliteit worden uitgevoerd. De planning van de operatie zal te allen tijde plaatsvinden in volledige coördinatie met de VN en in overleg met de Afrikaanse partners. Ook derde staten die een bijdrage zouden kunnen leveren, worden geraadpleegd.

4. Het opzetten van EUFOR TCHAD/RCA past in het algemene streven van de EU om meer steun ter beschikking te stellen van vluchtelingen en ontheemden in Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek, onder meer door ononderbroken humanitaire bijstand aan beide landen en door het financieren van belangrijke herstel- en wederopbouwwerkzaamheden in de gebieden waarheen de ontheemden terugkeren. In dit verband verheugt het de Raad dat de Commissie voornemens is overgangsprogramma's uit te voeren op het gebied van herstel en wederopbouw, die onder meer voorzien in op verzoening gerichte activiteiten, steun voor vrijwillige terugkeer van binnenlands ontheemden en voor herstelwerkzaamheden in hun plaatsen van herkomst, alsmede ondersteuning van het plaatselijk bestuur. In Tsjaad zal de Commissie een aanzienlijke bijdrage leveren tot het VN-programma tot oprichting van de VN-politiemacht, die de politiefunctionarissen van Tsjaad zal opleiden en uitrusten en zorg zal dragen voor hun inzet in kampen voor vluchtelingen en binnenlands ontheemden in het oosten van Tsjaad.

5. De Raad dringt er bij alle landen in de regio, en in het bijzonder bij Sudan, Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek, op aan de regionale stabiliteit te bevorderen en de veiligheid langs hun gemeenschappelijke grenzen te garanderen, en vooral hun verbintenis gestand te doen om geen steun te verlenen aan rebellenbewegingen die vanaf hun grondgebied operaties uitvoeren die gericht zijn tegen een van de andere landen. De EU roept Sudan en Tsjaad voorts op tot een intensivering van hun inspanningen om hun betrekkingen te normaliseren, overeenkomstig wat in Tripoli en Riyad overeengekomen was. De EU is ingenomen met de constructieve rol van andere spelers op het regionale toneel, waaronder Libië en Saudi-Arabië, en dringt er bij hen op aan voort te gaan op de ingeslagen weg. De Raad roept voorts de landen in de regio op binnenlandse vrede en verzoening te bevorderen. In dit verband is hij verheugd over de recente ontwikkelingen met betrekking tot de binnenlandse politieke dialoog in Tsjaad en moedigt hij alle partijen aan het democratisch proces voort te zetten.

6. De Raad brengt in herinnering dat duurzame vrede in Darfur alleen mogelijk is wanneer succes is geboekt met de totstandbrenging van een breed aanvaardbare politieke regeling voor Sudan. Een vreedzaam en duurzaam verenigd Sudan vereist dat het algemeen vredesakkoord (CPA) onverkort ten uitvoer wordt gelegd. De Raad neemt nota van de tot nu toe geboekte vooruitgang, maar stelt met bezorgdheid vast dat zich herhaaldelijk vertragingen hebben voorgedaan bij de uitvoering van sommige bepalingen van het CPA en dringt er bij de partijen op aan zich meer in te spannen voor een snellere uitvoering. In dat verband maakt de Raad zich ernstige zorgen over de recente aankondiging van de SPLM dat zij haar deelname aan de regering van nationale eenheid zal opschorten, en roept hij alle partijen ertoe op zich opnieuw te committeren aan de uitvoering van het CPA, dat van fundamenteel belang is voor de toekomst van Sudan.

7. De Raad is ten zeerste bezorgd over het toenemend geweld in Darfur, dat hij met kracht veroordeelt, met name de schokkende aanval op de AU-vredeshandhavers te Haskanita, dat vervolgens werd platgebrand en geplunderd. De Raad verzoekt alle partijen een einde te maken aan alle gewelddadigheden en zich vast te leggen op een onvoorwaardelijke, daadwerkelijke en controleerbare beëindiging van de vijandelijkheden als een noodzakelijke voorwaarde voor het welslagen van het politieke proces. De Raad is bereid verdere maatregelen, met name in VN-verband, te overwegen om de verlening van humanitaire hulp en de bescherming van de burgers veilig te stellen. Wat het doden van de AU-vredeshandhavers betreft, roept de Raad de staakt-het-vuren-commissie op de aanval tot op de bodem uit te zoeken en de verantwoordelijken ter verantwoording te roepen. Dit incident toont tevens aan dat het VN-steunpakket voor AMIS en UNAMID met spoed gerealiseerd dient te worden. De Raad geeft uitdrukking aan zijn waardering voor alle bijdragen die voor UNAMID zijn toegezegd, en roept op meer vaart te zetten achter de lopende inspanningen ter zake; met name roept hij de Sudanese regering op tot volledige medewerking met de VN en de AU, om een zo spoedig mogelijke uitvoering van UNAMID mogelijk te maken. De Raad verklaart zich opnieuw bereid om verdere maatregelen, met name in VN-verband, te overwegen tegen elke partij die de implementatie van het VN-steunpakket en de uitvoering van UNAMID dwarsboomt.

8. De Raad is ingenomen met de resultaten van de bijeenkomst op hoog niveau over Darfur die op 21 september te New York heeft plaatsgevonden en die de uitdrukking was van de onverdeelde vastberadenheid van de internationale gemeenschap om in Darfur een duurzame vrede tot stand te brengen. Hij spreekt opnieuw zijn steun uit voor de bemiddeling onder auspiciën van de VN en de AU en ziet uit naar de start van de besprekingen op 27 oktober. De EU bevestigt dat zij bereid is bij de besprekingen op alle mogelijke wijzen behulpzaam te zijn, ook door middel van bijdragen aan het trustfonds, en is voorts ingenomen met de reeds door de lidstaten en de Commissie gedane toezeggingen. De Raad herinnert aan zijn standpunt dat elke partij die niet constructief meewerkt aan het vredesproces, beschouwd moet worden als een obstakel voor de vrede, en dat hij nadere passende maatregelen tegen die partij zal bevorderen, met name in het kader van de VN, overeenkomstig resolutie 1591 van de Veiligheidsraad."

*

* *

De Raad heeft een gemeenschappelijk optreden inzake de militaire operatie van de Europese Unie in de Republiek Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek (EUFOR TCHAD/RCA) aangenomen.

De operatie heeft een looptijd van één jaar.

Luitenant-generaal Patrick NASH (Ierland) is benoemd tot operationeel commandant van de EU. Brigadegeneraal Jean-Philippe GANASCIA (Frankrijk) is benoemd tot commandant van de door de EU geleide troepenmacht.

Het operationeel hoofdkwartier van de EU zal zijn gevestigd te Mont Valérien (Frankrijk).

DEMOCRATISCHE REPUBLIEK CONGO

De Raad heeft de ontwikkelingen in de Democratische Republiek Congo besproken in het licht van de verslechterende veiligheidssituatie in het oostelijk deel van dat land en in het bijzonder in Noord-Kivu.

Op 15 oktober heeft het voorzitterschap in een namens de EU afgelegde verklaring (zie document 13949/07) zijn ernstige bezorgdheid geuit over het aanhoudende geweld en de aanhoudende instabiliteit aldaar. De Europese Unie heeft alle betrokken partijen ertoe opgeroepen de gevechten onmiddellijk te staken om een militaire escalatie te voorkomen en een verdere verslechtering van de humanitaire situatie ter plaatse te vermijden.

BIRMA/MYANMAR - Conclusies van de Raad

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. De EU veroordeelt met kracht de brute manier waarop in Birma/Myanmar tegen betogers is opgetreden. Zij herinnert aan haar eerdere verklaringen waarin de Birmese autoriteiten werden opgeroepen terughoudend op te treden tegen vreedzaam protest. De EU betreurt het dat daaraan geen gevolg is gegeven en dat de afgelopen dagen nog meer arrestaties zijn verricht.

2. De EU vraagt de autoriteiten de gewelddadige repressie en intimidatie onmiddellijk stop te zetten en al degenen die sinds medio augustus zijn gearresteerd, alsook Daw Aung San Suu Kyi en alle overige politieke gevangenen, vrij te laten.

3. De EU verwelkomt de verklaring van de voorzitter van de VN-Veiligheidsraad van 11 oktober over Birma/Myanmar. De EU staat volledig achter het VN-optreden, met name de bemiddelingsmissie van de speciale gezant van de VN, Ibrahim Gambari. De EU steunt verdere actieve betrokkenheid van de VN, ook van de zijde van de Veiligheidsraad. De EU ziet uit naar een nieuw bezoek van de speciale gezant in de komende weken.

4. De EU is ingenomen met de speciale zitting van de Mensenrechtenraad van de VN en met de aanneming bij consensus van een resolutie waarin de aanhoudende gewelddadige repressie sterk wordt betreurd en er bij de autoriteiten van Birma/Myanmar op wordt aangedrongen de mensenrechten en de fundamentele vrijheden volledig te eerbiedigen.

5. De EU roept de regering ook op mee te delen waar degenen die sinds medio augustus zijn gearresteerd zich bevinden, en internationale organisaties toegang tot hen te verlenen. De EU roept tevens op tot een grondig en onafhankelijk onderzoek naar de dood van een aantal betogers en naar andere ernstige en aanhoudende schendingen van de mensenrechten, en wenst dat de verantwoordelijken worden berecht. In verband hiermee verzoekt de EU de autoriteiten dringend hun volle medewerking te verlenen aan de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten in Myanmar, Sergio Pinheiro, onder meer door hem zo spoedig mogelijk in de gelegenheid te stellen een bezoek te brengen aan Birma/Myanmar.

6. Overeenkomstig de verklaring van het voorzitterschap van 25 september acht de EU het, gelet op de ernst van de huidige situatie en uit solidariteit met het volk van Birma/Myanmar, nodig de directe druk op het bewind te vergroten door strengere maatregelen en de volgende aanvullende beperkende maatregelen te nemen: een uitvoerverbod voor uitrusting voor de sectoren hout en winning van metalen, mineralen en edel- en halfedelstenen, een invoerverbod voor producten uit de voornoemde sectoren en een verbod op investeringen in die sectoren. De EU zal daarom een pakket maatregelen aannemen dat de bevolking niet benadeelt maar gericht is tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor het gewelddadige optreden en voor de algemene politieke impasse in het land. De EU staat paraat om deze maatregelen te toetsen, te wijzigen of aan te scherpen in het licht van de ontwikkelingen ter plaatse en de resultaten van de missie van goede diensten van de speciale gezant van de Verenigde Naties voor Birma/Myanmar, de heer Ibrahim Gambari. De Raad verzoekt de betrokken instanties om verdere beperkende maatregelen uit te werken, waaronder een verbod op nieuwe investeringen.

7. De EU bevestigt dat zij haar omvangrijke humanitaire hulpprogramma's voor de meest kwetsbare bevolkingsgroepen in Birma/Myanmar en de Birmese vluchtelingen in de buurlanden voortzet. De EU is bereid die hulp op te voeren, na verder onderzoek van de humanitaire situatie. De EU dringt er in dit verband bij de regering op aan de kanalen voor hulpverlening open te houden en roept de autoriteiten op hierbij samen te werken met internationale actoren.

8. De EU verheugt zich over de unanieme veroordeling van de ontwikkelingen en de inspanningen waarmee de ASEAN en de buurlanden van Birma/Myanmar positieve invloed op de Birmese autoriteiten willen uitoefenen. Aangezien de situatie een duurzame betrokkenheid van de VN en de steun van de internationale gemeenschap en alle regionale actoren vereist, spoort de EU alle buurlanden van Birma aan om druk te blijven uitoefenen met het oog op een geloofwaardig en volledig participatief hervormingsproces.

9. De EU dringt er bij de Birmese autoriteiten op aan te erkennen dat een terugkeer naar de situatie van voor de recente demonstraties onaanvaardbaar en onhoudbaar is. Alleen een echt proces van interne hervormingen en verzoening, waarbij ook de oppositie wordt betrokken, zal zorgen voor stabiliteit, democratie en welvaart in het land. De EU steunt initiatieven voor een dergelijk alomvattend proces dat moet leiden tot democratie, volledige eerbiediging van de mensenrechten en rechtsstatelijkheid.

10. De EU verklaart zich nogmaals bereid Birma/Myanmar bij te staan in dit overgangsproces. De EU betreurt het dat de Birmese regering dit tot dusver onmogelijk heeft gemaakt. Komt er verbetering in deze toestand, dan is de EU bereid de beperkende maatregelen opnieuw te bezien, Birma te steunen bij zijn ontwikkeling en nieuwe gebieden voor samenwerking te vinden.

11. De EU is vastbesloten de bevolking van Birma/Myanmar verder bij te staan op haar weg naar democratie, veiligheid en welvaart."

IRAN - Conclusies van de Raad

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. De Raad heeft de situatie met betrekking tot het nucleaire programma van Iran besproken. De Raad herhaalt dat hij de inspanningen om een op onderhandelingen gebaseerde langetermijnoplossing van de Iraanse nucleaire kwestie te vinden, zal blijven steunen. De Raad geeft zijn volledige steun aan de inspanningen van de hoge vertegenwoordiger, namens de EU en de internationale gemeenschap, om Iran ertoe te bewegen de gesprekken over een langetermijnregeling te hervatten.

2. De Raad benadrukt dat hij zich blijft inzetten voor het integrale pakket dat in juni 2006 aan Iran is voorgelegd. Daarin wordt onder andere herhaald dat Iran het recht heeft nucleaire energie te ontwikkelen in overeenstemming met zijn verplichtingen op grond van het Non-proliferatieverdrag, en wordt voorzien in actieve steun voor de bouw van nieuwe lichtwaterreactoren met gebruikmaking van de modernste technieken. Iran heeft nog steeds de mogelijkheid om op basis daarvan de onderhandelingen te hervatten, overeenkomstig de tweeledige aanpak.

3. De Raad juicht toe dat Iran en de IAEA zijn overeengekomen om alle kwesties die verband houden met de nucleaire activiteiten van Iran uit het verleden, op te lossen en wijst erop dat het een belangrijke stap voorwaarts zou betekenen indien Iran het IAEA-werkprogramma in het verslag van de directeur-generaal - in de interpretatie die daaraan van de IAEA wordt gegeven - volledig en tijdig uitvoert. Zoals aangegeven in het verslag van de directeur-generaal kan er slechts vertrouwen zijn in het louter vreedzame karakter van het nucleaire programma van Iran indien de IAEA, op grond van de uitvoering van het Aanvullend Protocol en het treffen van de vereiste transparantiemaatregelen, garanties kan geven over de afwezigheid van niet-aangegeven nucleair materiaal of nucleaire activiteiten. De Raad dringt er bij Iran op aan de alomvattende waarborgovereenkomst, met inbegrip van de aanvullende regelingen, volledig uit te voeren, het Aanvullend Protocol in afwachting van de bekrachtiging ervan reeds toe te passen en de IAEA alle informatie en samenwerking te verlenen waarom het verzoekt. De Raad spreekt tevens de hoop uit dat de directeur-generaal van de IAEA in zijn verslag van november zal kunnen melden dat zijn inspanningen tot een positief resultaat hebben geleid, overeenkomstig de eisen van het werkprogramma dat met Iran is afgesproken.

4. De Raad betreurt het dat Iran geen gehoor heeft gegeven aan de eenstemmige oproep van de internationale gemeenschap om alle verrijkingsactiviteiten stop te zetten, en dat het niet op het onderhandelingsaanbod is ingegaan. De Raad herhaalt dat hij zich achter de resoluties 1696, 1737 en 1747 van de VN-veiligheidsraad schaart, en onderstreept dat de Veiligheidsraad in de resoluties 1737 en 1747 het voornemen heeft geformuleerd om nog andere passende maatregelen op grond van artikel 41 van hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties te treffen, indien Iran blijft nalaten zijn verrijkingsactiviteiten stop te zetten. De Raad verwelkomt de verklaring van 28 september van de ministers van Buitenlandse Zaken van Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, China, Rusland en de Verenigde Staten, gesteund door de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie. De Raad is overeengekomen dat de EU zich zal beraden op mogelijke verdere maatregelen om het VN-proces en de gemeenschappelijke doelstellingen van de internationale gemeenschap te steunen, en hij verzoekt de betreffende Raadsinstanties tijdig advies uit te brengen."

ZIMBABWE

De ministers hebben tijdens de lunch de situatie in Zimbabwe besproken, uitgaande van een presentatie van minister Luís Amado naar aanleiding van diens recente bezoek aan zuidelijk Afrika. De ministers uitten hun bezorgdheid over het verslechteren van de economische en de humanitaire situatie.

BETREKKINGEN MET DE WESTELIJKE BALKAN - Conclusies van de Raad

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"MONTENEGRO

De Raad verwelkomde de ondertekening van de stabilisatie- en associatieovereenkomst en de interimovereenkomst met Montenegro als een belangrijke stap voor dit land op weg naar de EU. Hij ziet uit naar intensievere samenwerking met Montenegro via het breed opgezette kader dat deze overeenkomsten en de andere mechanismen van het stabilisatie- en associatieproces bieden.

De Raad benadrukte hoe belangrijk het is dat Montenegro gestage en effectieve resultaten in de uitvoering van deze overeenkomsten boekt. Hij spoorde Montenegro aan werk te maken van zijn hervormingsagenda, en riep alle politieke actoren op hun krachten te bundelen om het hervormingsproces te versnellen. Hij verzocht Montenegro met aandrang de inspanningen met betrekking tot de in het Europees Partnerschap vervatte prioriteiten op te voeren. Met name beklemtoonde hij het belang van verdere vastberaden actie en gestage vorderingen op het gebied van de versterking van de administratieve capaciteit en van de rechtsstaat, inclusief de strijd tegen georganiseerde criminaliteit en corruptie, alsook de totstandbrenging van een onafhankelijk en verantwoordingsplichtig gerechtelijk apparaat.

De Raad onderstreepte ook dat er te zijner tijd en in een sfeer van consensus een grondwet moet worden aangenomen die beantwoordt aan de internationale normen en aan de aanbevelingen van de Raad van Europa en zijn Commissie van Venetië.

BOSNIË EN HERZEGOVINA

De Raad betuigde zijn volle steun aan hoge vertegenwoordiger/speciale vertegenwoordiger van de EU Miroslav Lajcak en diens inspanningen om werk te maken van hervormingen, in het bijzonder de politiehervorming, die voor Bosnië en Herzegovina van essentieel belang zijn om vooruitgang te boeken. De Raad herhaalde dat een akkoord over de politiehervorming conform de drie beginselen van de EU de kernprioriteit blijft, en een van de noodzakelijke voorwaarden is voor verdere vooruitgang op de weg naar een stabilisatie- en associatieovereenkomst en toetreding tot de Europese Unie.

De Raad betreurde dat niet alle politieke leiders van Bosnië en Herzegovina bereidheid aan de dag hebben gelegd om op basis van de drie beginselen van de EU tot een akkoord te komen. De Raad nam nota van enkele recente ontwikkelingen op het stuk van politieke inzet en drong er bij de politieke leiders van het land op aan blijk te geven van verantwoordelijkheidszin ten opzichte van de bevolking van Bosnië en Herzegovina en van hun wens inzake toenadering tot de EU.

De Raad nam nota van de komende bijeenkomst van de Vredesimplementatieraad (PIC) op 30 en 31 oktober 2007 als de volgende gelegenheid voor de internationale gemeenschap om de situatie in Bosnië en Herzegovina te evalueren.

De Raad herhaalde dat Bosnië en Herzegovina moet voldoen aan alle vier de voorwaarden voor de afronding van de onderhandelingen met het oog op een stabilisatie- en associatieovereenkomst, zoals uiteengezet in de conclusies van de Raad van 12 december 2005.

De Raad bevestigde opnieuw dat hij zijn volle steun toezegt aan het Europese perspectief voor Bosnië en Herzegovina. Hij herinnerde aan de conclusies van de Europese Raad van december 2006 en bevestigde dat het tempo van de vooruitgang op weg naar de EU van de eigen merites van het land afhangt.

KOSOVO

De Raad betuigde zijn volle steun aan het trojka-proces en aan de vertegenwoordiger van de EU in dat proces, ambassadeur Wolfgang Ischinger. De Raad was ingenomen met het hoge tempo en de constructieve sfeer tijdens de eerste gespreksronden. Hij nam er nota van dat het trojka-proces zal worden afgerond met het verslag dat de Contactgroep uiterlijk op 10 december aan de secretaris-generaal van de VN zal uitbrengen, en verzocht beide partijen met aandrang de resterende onderhandelingen creatief, vrijmoedig en in een geest van compromisbereidheid te voeren en alles in het werk te stellen om een op onderhandelingen gebaseerde regeling van de status van Kosovo te verwezenlijken."

*

* *

In een ontmoeting met mevrouw Carla del Ponte, hoofdaanklager van het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY), bespraken de ministers voorts de samenwerking met het ICTY.

LIBIË - Conclusies van de Raad

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. De Raad heeft tot zijn voldoening geconstateerd dat de affaire rond het Bulgaarse medische team in verband met de hiv/aids-besmetting in Benghazi afgesloten is.

2. De Raad spreekt zijn oprechte waardering uit voor al wie zich inspanningen heeft getroost om de affaire tot een goed einde te brengen en is de Libische autoriteiten erkentelijk voor hun constructieve opstelling.

3. De Raad betuigt eens te meer zijn solidariteit met de Libische kinderen die het slachtoffer van de hiv/aids-besmetting in Benghazi zijn geworden, en bevestigt dat zij kunnen rekenen op de medische bijstand en zorg die de EU hun middels vrijwillige bijdragen aan het hiv-actieplan en het Benghazi International Fund zal verlenen.

4. De Raad heeft oog voor de voorname plaats die Libië in het Middellandse-Zeegebied en in Afrika bekleedt, alsmede voor het potentieel van de samenwerking tussen de EU en Libië op de vele terreinen van gemeenschappelijk belang.

5. De Raad is het erover eens dat het beleid van overleg en contact waartoe hij in 2004 heeft besloten, kracht dient te worden bijgezet om de Europees-Libische betrekkingen op een hoger plan te tillen. Dit beleid van overleg en contact zal erop gericht zijn voor de betrekkingen tussen de EU en Libië een passend en coherent langetermijnkader tot stand te brengen waarin zowel de belangen van Libië en als de belangen van de EU en haar lidstaten tot hun recht komen.

6. De Raad is het erover eens dat de EU en Libië ten spoedigste besprekingen dienen aan te knopen over een kaderovereenkomst die gebieden van wederzijds belang zoals mensenrechten en migratie zal bestrijken, en verzoekt de Commissie om daartoe strekkende ontwerp-onderhandelingsrichtsnoeren op te stellen, volgens de beginselen die aan het buitenlandbeleid van de Europese Unie ten grondslag liggen."

IRAK - Conclusies van de Raad

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. Irak blijft voor de internationale gemeenschap een probleem van cruciale betekenis. De Raad verklaart nogmaals dat de EU, als belangrijke speler op het wereldtoneel, zich achter het idee van een veilig, stabiel, democratisch, welvarend en verenigd Irak schaart en herhaalt dat zij de onafhankelijkheid, soevereiniteit, eenheid en territoriale integriteit van Irak is toegedaan.

2. De EU zal, ook in praktisch opzicht, een hoofdrol blijven spelen bij het steunen van de inspanningen van de Iraakse regering om al haar burgers stabiliteit, veiligheid en voorspoed te verschaffen. De EU neemt zich voor haar politieke verbondenheid met Irak en zijn buurlanden te versterken en de VN en andere internationale actoren haar medewerking te verlenen.

3. De eenparige aanneming, op 10 augustus 2007, van Resolutie 1770 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, waarbij het mandaat van UNAMI werd verlengd en uitgebreid, wordt door de Raad toegejuicht. De Raad verklaart andermaal dat de centrale rol van de VN in Irak zijn volle steun heeft. In dit verband feliciteert hij de heer Staffan de Mistura met zijn benoeming tot speciaal vertegenwoordiger van de secretaris-generaal voor Irak en tot hoofd van UNAMI, en verzekert hij hem van de steun van de EU nu onder zijn leiding het nieuwe mandaat van UNAMI moet worden uitgevoerd. Dit mandaat is voor de stabilisatie van het land van het allergrootste belang. Naast de bestaande taken in de sfeer van politieke dialoog, nationale verzoening, economische hervorming, mensenrechten en de rechtsstaat, voorziet Resolutie 1770 in taken op nieuwe belangrijke gebieden: met name zal de Iraakse regering advies, steun en assistentie moeten krijgen, onder meer bij het bevorderen van de regionale dialoog in het kader van het buurlandenproces, de uitvoering van het International Compact met Irak, en het versterken van de donorcoördinatie, onder meer met de Faciliteit inzake een internationaal wederopbouwfonds voor Irak (IRFFI). De EU is op veel van deze gebieden actief en zal nauw met de VN blijven samenwerken. Toch is een verdere verbetering van de veiligheidssituatie onontbeerlijk, wil UNAMI haar mandaat daadwerkelijk kunnen uitvoeren.

4. De Raad vertrouwt erop dat UNAMI, op basis van het mandaat, eenieder die in Irak deel uitmaakt van de democratische instituties verder zal helpen aanzetten tot actieve en verantwoordelijke participatie aan een inclusief politiek proces. Hij verlangt dat de bevoegde Iraakse instellingen voortgang maken met de aanstelling van gouverneursverkiezingsfunctionarissen, volgens regels die stroken met de internationale praktijk welke het beste beantwoordt aan een transparant, inclusief, onafhankelijk en onpartijdig proces. Om de grondslag te leggen voor een vreedzame en welvarende toekomst voor het land, moeten fundamentele beslissingen omtrent het bewerkstelligen van nationale verzoening in een geest van oprechte dialoog en consensusvorming worden genomen.

5. Het verheugt de Raad dat de deelnemers aan de bijeenkomst op hoog niveau over Irak, die op 22 september in New York heeft plaatsgevonden, het idee van een duidelijker rol van de VN en het International Compact met Irak hebben gesteund.

6. De regering van Irak wordt, samen met alle partijen, door de Raad krachtig aangespoord om wezenlijke vooruitgang te boeken op de weg naar nationale verzoening - de sleutel van duurzame verbetering op veiligheidsgebied - en de verslechtering van de humanitaire situatie in Irak, waardoor er nu naar schatting 2,2 miljoen binnenlandse vluchtelingen zijn, een halt toe te roepen. De Raad ziet in dat de buurlanden, vooral Jordanië en Syrië, een zware last moeten torsen; hij dringt er bij de Iraakse regering op aan de nodige steunmaatregelen jegens Iraakse vluchtelingen en binnenslands ontheemden te treffen en geeft de verzekering dat de EU het hare zal blijven bijdragen. De internationale gemeenschap en de Iraakse regering zullen snel moeten optreden om te voorkomen dat de aanzwellende humanitaire crisis uit de hand loopt. De EU herinnert aan de belangrijke rol van het UNHCR, het ICRC, de IOM, ondersteund door instrumenten van de lidstaten en de Gemeenschap (waaronder ECHO), en aan de noodzaak forse steun te verlenen aan het strategisch kader van het OCHA (VN) voor humanitaire actie in Irak.

7. De Raad verzoekt de Iraakse autoriteiten dringend de nodige maatregelen ter bescherming van de burgerbevolking te nemen. In dit verband dienen de mensenrechten en de fundamentele vrijheden van alle onderdanen, met inbegrip van vrouwen en leden van religieuze en etnische minderheden, te worden beschermd en behartigd. De EU is bereid de Iraakse overheid haar steun te blijven verlenen op het gebied van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden.

8. De Raad is ingenomen met de ministerconferentie van Iraks buurlanden, die begin november in Istanbul wordt gehouden. Hij benadrukt dat dialoog en samenwerking tussen Irak en zijn buren een cruciale factor bij het stabiliseren van de regio en het bewerken van een vreedzame en voorspoedige toekomst voor het land zal zijn. De Raad spoort hen aan voort te bouwen op de vorderingen die de werkgroepen energie, vluchtelingen en veiligheid hebben gemaakt. De Europese Unie hernieuwt haar aanbod om bij dit proces assistentie en deskundige begeleiding te verlenen. In dit verband verwelkomt zij het door VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon op 22 september 2007 tijdens de vergadering in New York gedane voorstel om in Bagdad een ondersteuningsmechanisme ter versterking van de regionale dialoog op te zetten. Zowel in het kader van het regionale proces als in de bilaterale betrekkingen moedigt de EU alle buurlanden aan op constructieve wijze bij te dragen tot de vrede en de stabiliteit in Irak.

9. De Raad bevestigt dat hij het International Compact met Irak krachtig blijft steunen. Hij is van oordeel dat het ambitieuze programma uit het Compact niet uitvoerbaar is zonder leiderschap en eigen verantwoordelijkheid van Irak, en zonder dat het desbetreffende proces een inclusief karakter heeft, de internationale gemeenschap er duidelijk bij wordt betrokken en Iraks buren en partners in de regio er actief aan deelnemen. Efficiënte coördinatie van het donorwerk is van vitaal belang. De Raad verklaart nogmaals dat de EU bereid is, overeenkomstig de prioriteiten uit het International Compact en de nationale ontwikkelingsstrategie van Irak hechte samenwerkings- en partnerschapsbanden met Irak te blijven ontwikkelen, ook via het IRFFI.

10. De Raad rekent erop dat deze agenda met hernieuwde ijver en energie zal worden uitgevoerd en ziet uit naar het vervolg op de besprekingen.

11. De Raad veroordeelt met klem de aanslag van 3 oktober op de Poolse ambassadeur in Irak, Edward Pietrzyk, waarbij ten minste twee personen om het leven kwamen en de ambassadeur, die het voorzitterschap van de EU in Irak vertegenwoordigt, zwaar werd gewond."

MIDDEN-OOSTEN

Vredesproces in het Midden-Oosten - Conclusies van de Raad

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. De Raad is zeer verheugd over de huidige kans op vooruitgang in het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen. Hij prijst de inspanningen van de Palestijnse president Abbas en de Israëlische premier Olmert, en spoort hen aan moedige stappen in hun politieke dialoog te ondernemen. Deze dialoog moet concrete resultaten opleveren en leiden tot zinvolle onderhandelingen over de definitieve status en tot de verwezenlijking van de door beide partijen nagestreefde tweestatenoplossing met de oprichting van een onafhankelijke, democratische en levensvatbare Palestijnse staat, die in vrede en veiligheid zal bestaan naast Israël en zijn andere buurlanden.

2. De Raad spreekt zijn volledige steun uit voor de komende internationale bijeenkomst genoemd in de verklaring van het Kwartet van 23 september 2007. De Raad verwacht dat deze bijeenkomst de partijen zal steunen in hun bilaterale besprekingen en onderhandelingen, opdat onverwijld met succes vorderingen kunnen worden gemaakt in de richting van een Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza waarin alle Palestijnen worden verenigd. Dit is voor de regionale en internationale partners een cruciale gelegenheid om een alomvattend vredesproces in het Midden-Oosten daadwerkelijk te ondersteunen, en de leidende rol van het Kwartet bij de voorbereiding van de bijeenkomst en de uitvoering van de conclusies ervan wordt hierdoor onderstreept. Een brede en constructieve betrokkenheid van Arabische staten zal hierbij van essentieel belang zijn. In dit verband steunt de EU hetgeen wordt ondernomen met betrekking tot het Arabische vredesinitiatief. De Raad verzoekt de hoge vertegenwoordiger van de EU om, in volledige samenspraak met de Commissie, de activiteiten van de EU te bezien en waar nodig anders te oriënteren met het oog op de ontwikkeling van een EU-actieplan voor de verdere ondersteuning van de partijen in hun lopende onderhandelingen en de daaropvolgende uitvoeringsperiode.

3. Om de tot dusver geboekte vooruitgang te consolideren en de mogelijkheden van het huidige proces volledig te benutten, roept de Raad de partijen op af te zien van acties die een bedreiging vormen voor de levensvatbaarheid van een alomvattende, rechtvaardige en duurzame regeling in overeenstemming met het internationaal recht. Vorderingen met de onderhandelingen, een betere samenwerking ter plaatse en de opbouw van Palestijnse instellingen moeten hand in hand gaan, elkaar wederzijds versterken en leiden tot verbeteringen in het dagelijks leven van de Palestijnse bevolking. De EU roept de partijen op aanvullende stappen te ondernemen om eerdere toezeggingen, waaronder die in het kader van de routekaart en de overeenkomst inzake verkeer en toegang, na te komen.

4. De Raad zegt president Abbas en premier Fayyad opnieuw zijn volledige steun toe. De Raad onderschrijft de verlenging van het tijdelijke internationale mechanisme tot en met 31 december 2007, is bereid zijn hoge niveau van economische en humanitaire bijstand aan de Palestijnen te handhaven en benadrukt dat deze bijstand alleen echt bevorderlijk kan zijn voor de economische ontwikkeling in het kader van een geloofwaardig politiek proces. De EU herhaalt de oproep van het Kwartet aan alle landen die dit kunnen onverwijld financiële steun aan de Palestijnse Autoriteit te verlenen, en hij belooft met de partners samen te werken om de overgang naar directe internationale bijstand zo spoedig mogelijk te vergemakkelijken. De Raad onderstreept het belang van de donorbijeenkomst in december en is ingenomen met het aanbod van Frankrijk om deze te organiseren.

5. De Raad steunt de werkzaamheden van de vertegenwoordiger van het Kwartet, de heer Tony Blair, die samen met de regering van de Palestijnse Autoriteit een meerjarenagenda opstelt om de instellingen te versterken, te helpen een klimaat van recht en orde te scheppen en economische ontwikkeling te bevorderen, en hij ziet uit naar zijn volgende voortgangsverslag.

6. De hervatting en uitbreiding van EUPOL COPPS is een belangrijk element ter verhoging van de veiligheid. Daartoe verwacht de Raad van Israël dat het de missie onverwijld erkent.

7. De Raad spreekt nogmaals zijn grote ongerustheid uit over de humanitaire situatie in Gaza. Hij benadrukt het belang van ononderbroken noodhulp en humanitaire hulp, zonder belemmeringen, en vraagt dat de verstrekking van essentiële diensten wordt voortgezet. De Raad roept alle partijen andermaal op zich dringend in te zetten voor de opening van de overgangen van en naar Gaza, zowel om humanitaire redenen als voor commercieel verkeer. Dit is van essentieel belang om de levensvatbaarheid van de Palestijnse economie te waarborgen en de levensomstandigheden van het Palestijnse volk te verbeteren."

Libanon - Conclusies van de Raad

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. De Raad veroordeelt ten scherpste de autobomaanslag die op 19 september in Beiroet het leven heeft gekost aan zes mensen, waaronder het parlementslid Antoine Ghanem. De Raad is ingenomen met het besluit van de Veiligheidsraad om de UNIIIC toestemming te geven de Libanese autoriteiten bij te staan in het onderzoek naar de dood van Ghanem.

2. De Raad beklemtoont dat deze nieuwe poging tot destabilisering aan de vooravond van de presidentsverkiezingen geen afbreuk mag doen aan het voornemen van de Libanese bevolking om krachtig stelling te nemen tegen geweld. Hij roept alle Libanese partijen en alle actoren in de regio op, zich te onthouden van alle acties die de politieke stabiliteit van Libanon verder in gevaar zouden brengen.

3. De Raad volgt het verkiezingsproces in Libanon nauwlettend, en heeft er nota van genomen dat de verkiezing van de nieuwe president van de Republiek in het parlement tot 23 oktober is uitgesteld. De Raad roept op tot vrije en eerlijke presidentsverkiezingen, zonder buitenlandse inmenging en conform de grondwettelijke termijn. De Raad hoopt dat de Libanese partijen er de komende weken in slagen door middel van dialoog tot een oplossing te komen, in een geest van consensus en met volledige eerbiediging van de Libanese democratische instellingen en de grondwettelijke normen, zodat de politieke impasse in het land kan worden doorbroken.

4. De Raad is verheugd dat de crisis, die is veroorzaakt door extremistische militanten die zich in het Palestijnse vluchtelingenkamp Nahr el Bared hadden verschanst, ten einde is, en zegt de Libanese regering en de Libanese strijdkrachten opnieuw zijn volledige steun toe. De Raad is ook ingenomen met de formele toezegging van de Libanese regering om het kamp opnieuw op te bouwen, en wijst in dit verband op het belang van de conferentie over de start van het project voor de hulpverlening aan en het herstel en de heropbouw van het kamp, die op 10 september heeft plaatsgevonden onder voorzitterschap van minister-president Siniora; de Raad beklemtoont dat hij bereid is deze inspanningen te steunen en pleit voor de voortzetting van de werkzaamheden van het comité voor de Libanees-Palestijnse dialoog. De Raad memoreert dat de EU de Palestijnse vluchtelingen in Libanon reeds lange tijd steunt.

5. De Raad verwijst naar eerdere verklaringen en blijft vastbesloten de soevereiniteit, de territoriale integriteit, de eenheid en de onafhankelijkheid van Libanon te versterken, in overeenstemming met, onder meer, de Resoluties 1559, 1680, 1701 en 1757 van de VN-Veiligheidsraad. De EU is ingenomen met het in augustus jl. genomen besluit tot verlenging van UNIFIL, waarin EU-lidstaten een belangrijke bijdrage leveren. De EU is ook ingenomen met het voorbereidende werk voor het speciaal internationaal tribunaal."

DIVERSEN

Handelsbetrekkingen met ACS-landen

De Raad werd door de Commissie kort ingelicht over de per regio met de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) gevoerde onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten (EPO's).

De overeenkomsten strekken tot vervanging van handelspreferenties waarbij de EU aan de ACS-staten lagere douanetarieven verleent. De handelspreferenties zijn strijdig met de WTO-regels maar worden gedoogd krachtens een afwijking die eind 2007 verstrijkt. De onderhandelingen over de EPO's, die in 2002 van start zijn gegaan, moeten derhalve vóór het eind van het jaar worden afgesloten.

IN DE MARGE VAN DE RAAD

Ondertekening van een stabilisatie- en associatieovereenkomst en een interimovereenkomst met Montenegro

In de marge van de Raadszitting vond op 15 oktober de ondertekening plaats van een stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO) en van een interimovereenkomst tussen de EU en Montenegro. De Raad verwelkomde de ondertekening als een belangrijke etappe in het toetredingstraject van Montenegro richting EU (zie Raadsconclusies over de westelijke Balkan, blz. 20). Die etappe werd gehaald na overleg over gerezen problemen in verband met de spelling voor de euro in Cyrillisch schrift. Te dien aanzien heeft de Raad de volgende verklaring aangenomen:

"Gezien het spoedeisende karakter van de ondertekening van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen Montenegro en de Europese Unie verklaart de Raad dat in de Bulgaarse versie van de overeenkomst tussen Montenegro en de Europese Unie "EUR" is gebruikt omdat er nog altijd een verschil van inzicht bestaat over de wijze waarop het woord (in Latijnse lettertekens) "EURO" in het cyrillisch alfabet moet worden getranslitereerd. Dit vormt geenszins een precedent voor andere wetsbesluiten van de Europese Unie. Er zal zo spoedig mogelijk een besluit moeten worden genomen om dit technisch-linguïstische probleem op te lossen, overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Madrid van december 1995."

Ontmoetingen met Armenië, Azerbeidzjan en Georgië

De volgende ontmoetingen vonden plaats:

- achtste zitting van de Samenwerkingsraad EU-Armenië

- achtste zitting van de Samenwerkingsraad EU-Azerbeidzjan

- achtste zitting van de Samenwerkingsraad EU-Georgië

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

Zie persmededeling 13900/07.


[1] De gemeenschappelijke economische ruimte, de gemeenschappelijke ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, de gemeenschappelijke ruimte van externe veiligheid en de gemeenschappelijke ruimte van onderzoek en onderwijs, inclusief de culturele aspecten.


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site