Navigation path

Left navigation

Additional tools

[Graphic in PDF & Word format]




RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE

NL
C/07/133
10456/07 (Presse 133)
(OR. en)
PERSMEDEDELING
2805e zitting van de Raad
Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Luxemburg, 6-8 juni 2007
Voorzitter de heer Michael GLOS
minister van Economische Zaken en Technologie
de heer Wolfgang TIEFENSEE, minister van Verkeer, Bouwbeleid en Stedelijke Ontwikkeling van Duitsland
Voornaamste resultaten van de Raadszitting
De Raad heeft een beleidsdebat gehouden over de belangrijkste problemen met betrekking tot de interne markt voor gas en elektriciteit.
De Raad kwam tot een politiek akkoord over onderstaande voorstellen:
- een ontwerp-verordening over roamingtarieven,
- een ontwerp-richtlijn over het instellen van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart
- een ontwerp-richtlijn over havenstaatcontrole,
- een ontwerp-richtlijn tot vaststelling van de beginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector
- een ontwerp-verordening tot wijziging van de verordening tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart.
De Raad heeft een resolutie aangenomen over het programma Galileo.
Voorts heeft de Raad conclusies aangenomen over:
- i2010 - Jaarverslag over de informatiemaatschappij 2007
- de Europese energiestrategie voor vervoer
- het standpunt van de EU met betrekking tot de opneming van de luchtvaart in de Europese emissiehandel, voor de vergadering van de ICAO in september 2007.
De Raad heeft zonder debat een besluit aangenomen tot wijziging van het stelsel van eigen middelen van de EU voor de financiering van de algemene begroting van de EU.

INHOUD1

DEELNEMERS 6

BESPROKEN PUNTEN

ENERGIE 9

Gas- en elektriciteitsmarkt 9

Internationale betrekkingen op energiegebied 10

TELECOMMUNICATIE EN POSTZAKEN 11

Roaming op publieke mobiele netwerken 11

Radiofrequentie-identificatie in Europa 12

Interne markt voor communautaire postdiensten 13

i2010 - Jaarverslag over de informatiemaatschappij 2007 - Conclusies van de Raad 14

VERVOER 15

Maritieme veiligheid 15

  • Monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart 15
  • Havenstaatcontrole 16
  • Aansprakelijkheid voor het vervoer van passagiers bij ongevallen 17
  • Onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector 18
  • Europees datacentrum inzake het identificeren en volgen op lange afstand 19

Verdrag inzake een gedragscode voor lijnvaartconferences 20

GALILEO - Resolutie van de Raad 21

Europese energiestrategie voor vervoer - Conclusies van de Raad 22

Vervoer van gevaarlijke goederen over land 23

Interoperabiliteit van het communautaire spoorwegsysteem 24

Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart 25

Exploitatie van luchtvervoerdiensten in de Gemeenschap 26

Europees luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR) -Resolutie van de Raad 27

Opneming van de luchtvaart in de emissiehandel - Conclusies van de Raad 28

DIVERSEN 29

  • EU-beleidsworkshop over de ontwikkeling van windvermogen op zee 29
  • Evaluatie van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging 29
  • Ratificatie van internationale maritieme verdragen 29
  • Derde spoorwegpakket - resultaten van de bemiddeling met het Europees Parlement 29
  • Compensatie aan luchtreizigers bij instapweigering of vertraging van vluchten 29

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

VERVOER

  • Verdrag betreffende arbeid op zee 30
  • Toetreding van de EG tot het Verdrag van Belgrado 30
  • Uitbreiding van de belangrijkste trans-Europese vervoersassen naar de buurlanden - Conclusies van de Raad 30

EXTERNE BETREKKINGEN

  • Somalië 31
  • Verdrag tussen de EU en Rusland over het multilateraal nucleair milieuprogramma 31

BEGROTING

  • EU-begroting - Stelsel van eigen middelen 32

CRISISBEHEERSING

  • Samenwerking tussen de VN en de EU in crisisbeheersing 32

BENOEMINGEN

  • Europees agentschap voor chemische stoffen 33

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:

de heer Renaat LANDUYT minister van Mobiliteit

de heer Marc VERWILGHEN minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid

Bulgarije:

de heer Peter MUTAFCHIEV minister van Verkeer

mevrouw Galina TOSHEVA viceminister van Economie en Energie

Tsjechië:

de heer Aleš ŘEBÍČEK minister van Verkeer

de heer Martin TLAPA viceminister van Industrie en Handel

Denemarken:

de heer Flemming HANSEN minister van Verkeer en Energie

mevrouw Helge SANDER minister van Wetenschap, Technologie en Ontwikkeling

Duitsland:

de heer Wolfgang TIEFENSEE minister van Verkeer, Bouwbeleid en Stedelijke Ontwikkeling

de heer Michael GLOS minister van Economische Zaken en Technologie

de heer Jörg HENNERKES staatssecretaris, ministerie van Verkeer, Bouwbeleid en Stedelijke Ontwikkeling

de heer Joachim WUERMELING staatssecretaris, ministerie van Economische Zaken en Technologie

Estland:

de heer Juhan PARTS minister van Economische Zaken en Verkeer

Ierland:

de heer John BROWNE onderminister, ministerie van Landbouw en Voedselvoorziening (belast met bosbouw)

Griekenland:

de heer Mihail-Georgios LIAPIS minister van Verkeer

de heer Manolis KEFALOGIANNIS minister van Koopvaardij

de heer Anastasios NERATZIS staatssecretaris van Ontwikkeling

Spanje:

Mevrouw Magdalena ÁLVAREZ ARZA minister van Infrastructuur en Vervoer

Frankrijk:

de heer Alain JUPPÉ minister van Ecologie en van Duurzame Ontwikkeling en Landinrichting

de heer Jean-Louis BORLOO minister van Economische Zaken, Financiën en Werkgelegenheid

de heer Dominique BUSSEREAU staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van staat, minister van Ecologie en van Duurzame Ontwikkeling en Landinrichting, belast met Vervoer

Italië:

de heer Alessandro BIANCHI minister van Vervoer

de heer Paolo GENTILONI minister van Communicatie

de heer Sergio D'ANTONI staatssecretaris van Economische Ontwikkeling

Cyprus:

de heer Haris THRASSOU minister van Communicatie en Openbare Werken

Letland:

de heer Ainārs ŠLESERS minister van Verkeer

de heer Jurijs STRODS minister van Economische Zaken

Litouwen:

de heer Vytas NAVICKAS minister van Economische Zaken

de heer Alminas MAČIULIS staatssecretaris, ministerie van Verkeer

Luxemburg:

de heer Lucien LUX minister van Milieubeheer, minister van Vervoer

de heer Jeannot KRECKÉ minister van Economische Zaken en Buitenlandse Handel, minister van Sport

de heer Jean-Louis SCHILTZ minister van Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Acties, minister van Communicatie, minister van Defensie

Hongarije:

de heer Balázs FELSMANN vakstaatssecretaris, ministerie van Economische Zaken en Verkeer

Malta:

de heer Ninu ZAMMIT minister van Hulpbronnen en Infrastructuur

de heer Censu GALEA minister van Concurrentievermogen en Communicatie

Nederland:

de heer Camiel EURLINGS minister van Verkeer en Waterstaat

de heer Frank HEEMSKERK staatssecretaris van Economische Zaken (in internationale context minister van Buitenlandse Handel)

Oostenrijk:

de heer Werner FAYMANN minister van Verkeer, Innovatie en Technologie

mevrouw Christine MAREK staatssecretaris, ministerie van Economie en Werk

Polen:

de heer Jerzy POLACZEK minister van Verkeer

de heer Piotr Grzegorz WOŹNIAK minister van Economische Zaken

de heer Rafał WIECHECKI minister van Maritieme Economie

Portugal:

de heer Mário LINO minister van Openbare Werken, Vervoer en Communicatie

de heer Manuel PINHO minister van Economie en Innovatie

Roemenië:

de heer Ludovic ORBAN minister van Vervoer

de heer Varujan VOSGANIAN minister van Economie en Handel

de heer Balint Marton PORCSALMI staatssecretaris, ministerie van Communicatie en Informatietechnologie

Slovenië:

de heer Andrej VIZJAK minister van Economische Zaken

de heer Peter VERLIČ staatssecretaris, ministerie van Verkeer

Slowakije:

de heer L'ubomír VÁŽNY minister van Vervoer, Post en Telecommunicatie

de heer L'ubomír JAHNÁTEK minister van Economische Zaken

Finland:

mevrouw Suvi LINDÉN minister van Communicatie

Zweden:

mevrouw Åsa TORSTENSSON minister van Infrastructuur

Verenigd Koninkrijk:

de heer Stephen LADYMAN onderminister van Verkeer

mevrouw Margaret HODGE onderminister van Industrie en de Regio's

de heer Peter TRUSCOTT staatssecretaris van Energie

Commissie:

de heer Jacques BARROT vicevoorzitter

mevrouw Viviane REDING lid

mevrouw Neelie KROES lid

de heer Charlie MCCREEVY lid

de heer Andris PIEBALGS lid

BESPROKEN PUNTEN

ENERGIE

Gas- en elektriciteitsmarkt

De Raad heeft, aan de hand van een vragenlijst van het Duitse voorzitterschap (9905/07), een beleidsdebat gehouden over de belangrijkste problemen (ontvlechting, effectieve regulering, adequate infrastructuurinvesteringen en samenwerking tussen netwerkexploitanten) inzake de interne gas- en elektriciteitsmarkt.

In het in maart van dit jaar aangenomen actieplan van de Europese Raad (2007-2009), "Een energiebeleid voor Europa" (7224/07) staan de prioritaire acties op deze gebieden vermeld.

De Commissie zal het debat kunnen benutten bij de voorbereiding van haar wetgevingspakket voor de interne markt, dat in de herfst wordt verwacht.

Voorafgaand aan het debat ontving de Raad informatie over het resultaat van de bijeenkomst van het Pentalateraal Energieforum (Centraal-Westeuropa) van 6 juni en over het memorandum van overeenstemming over marktkoppeling en voorzieningszekerheid in Centraal-Westeuropa, dat bij die gelegenheid is ondertekend.

Internationale betrekkingen op energiegebied

De Raad heeft nota genomen van informatie van het voorzitterschap en Commissielid Andris Piebalgs over de gebeurtenissen en ontwikkelingen inzake internationale betrekkingen die tijdens het Duitse voorzitterschap hebben plaatsgevonden of in de nabije toekomst zullen plaatsvinden (9489/07). Deze informatie betrof onder meer de betrekkingen met de VS, Rusland, de OPEC, de Energiegemeenschap, Afrika, Brazilië, Turkije en Noorwegen, alsmede gebeurtenissen in verband met energie-efficiëntie en de ingebruikneming van het netwerk van correspondenten inzake de energiezekerheid (NESCO).

TELECOMMUNICATIE EN POSTZAKEN

Roaming op publieke mobiele netwerken

De Raad heeft het resultaat van het advies in eerste lezing van het Europees Parlement, aangenomen op 23 mei 2007, goedgekeurd en aldus een politiek akkoord bereikt over een voorstel voor een verordening betreffende roaming op publieke mobiele netwerken binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten (10094/07).

De verordening zal, na een laatste maal door de juristen-vertalers te zijn geverifieerd, op 25 juni 2007 worden aangenomen en voor eind juni in het Publicatieblad van de EU worden bekendgemaakt. De verordening treedt één dag na haar bekendmaking in werking.

Doel van de verordening is ervoor te zorgen dat de gebruikers van publieke mobiele telefoonnetten, wanneer zij door de Gemeenschap reizen, geen buitensporige prijzen betalen voor roaming voor uitgaande en inkomende oproepen. De verordening biedt regels voor de tarieven die operatoren van mobiele netwerken mogen berekenen voor het verlenen van roamingdiensten voor gesprekken die geheel binnen de Gemeenschap verlopen.

Zie voor meer details Persmededeling 10492/07.

Radiofrequentie-identificatie in Europa

Aan de hand van een vragenlijst van het voorzitterschap (9903/07) heeft de Raad een gedachtewisseling gehouden over radiofrequentie-identificatie[1] (RFID).

De Raad was het erover eens dat deze technologie een groot potentieel vertegenwoordigt voor het concurrentievermogen en de groei van de EU, maar dat er een benadering moet worden gezocht die evenwicht garandeert tussen de ontwikkeling van de technologie en de vraagstukken inzake privacy en gegevensbescherming.

De Commissie heeft op 15 maart 2007 haar mededeling "Radiofrequentie-identificatie (RFID) in Europa: maatregelen met het oog op een beleidskader" (7544/07+ADD1) aangenomen, op basis van een openbare raadpleging over RFID in een moderne informatiemaatschappij. De tekst bevat voorstellen om de obstakels uit de weg te ruimen die een brede invoering van de techniek belemmeren, zodat de samenleving en de economie de vruchten kunnen plukken van deze technologie, terwijl tegelijkertijd waarborgen worden gegeven voor de bescherming van privacy, gezondheid en milieu.

Volgens de huidige verwachtingen zal de markt voor RFID de komende 10 jaar snel groeien. De technologie zal het zakenleven en de samenleving vele nieuwe kansen bieden, maar eerst moet een aantal politieke en maatschappelijke vraagstukken worden bestudeerd, met name op het gebied van privacy, veiligheid, technologische betrouwbaarheid en internationale verenigbaarheid. Voorwaarde voor een meer algemeen gebruik is echter dat er een rechtskader bestaat voor de toepassing van RFID dat de burgers doelmatige waarborgen biedt ten aanzien van de inachtneming van fundamentele waarden, gezondheid, gegevensbescherming en privacy. RFID wordt ook gezien als een kans voor een nieuwe ontwikkelingsfase van de informatiemaatschappij, ook wel het “internet van de dingen” genaamd, waarbij via het internet niet alleen computers en communicatieterminals met elkaar worden verbonden, maar in potentie elk voorwerp in ons dagelijks leven.

Het Duitse voorzitterschap houdt, in samenwerking met de Europese Commissie, op 25-26 juni 2007 in Berlijn een congres over "RFID, naar het internet van de dingen". Doel is op Europees en internationaal niveau politieke benaderingswijzen en concepten te bepalen.

Het komende Portugese voorzitterschap houdt op 15-16 november 2007 in Lissabon een congres op hoog niveau over RFID.

Interne markt voor communautaire postdiensten

De Raad heeft kennis genomen van een voortgangsverslag (9906/07) over een voorstel voor een richtlijn tot wijziging van de huidige postrichtlijn 97/67/EG met betrekking tot de volledige voltooiing van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap.

Tevens hebben de ministers tijdens het middagmaal aan de hand van een nota van het voorzitterschap een informele gedachtewisseling gehouden over de belangrijkste nog op te lossen vraagstukken (9946/07).

De technische besprekingen in de voorbereidende instanties van de Raad zullen worden voortgezet in het kader van de aanstaande interinstitutionele besprekingen met het Europees Parlement (medebeslissing).

De Commissie heeft haar voorstel in oktober 2006 goedgekeurd (14357/06+ADD1, ADD2). Het voorstel heeft ten doel een interne markt voor postdiensten tot stand te brengen door de afschaffing van uitsluitende en bijzondere rechten in de postsector, alsmede het bevestigen van het in de huidige richtlijn vervatte tijdschema voor de openstelling van de markt, het vrijwaren van de universele dienst voor alle gebruikers in de EU-landen op een gemeenschappelijk niveau en de vaststelling van geharmoniseerde beginselen voor de regulering van de postdiensten in een open markt, met de bedoeling andere belemmeringen voor de goede werking van de interne markt uit de weg te ruimen.

Het verslag van het Duitse voorzitterschap meldt de tot nog toe gemaakte aanzienlijke vorderingen met betrekking tot de belangrijkste punten, zoals de gemeenschappelijke doelstelling van het waarborgen van een universele dienst van hoge kwaliteit, de beginselen voor het aanwijzen van de leveranciers van de universele dienst, de regels voor het verlenen van vergunningen aan verleners van postdiensten, de verstrekking van informatie over de universele dienst, de toegang tot postinfrastructuur en -diensten, de tariefbeginselen en de transparantie van de rekeningen, alsmede het waarborgen van klachtenprocedures voor gebruikers en verleners van postdiensten. Ook staan in het verslag de belangrijkste nog onopgeloste problemen vermeld die de komende maanden, tijdens het Portugese voorzitterschap, moeten worden aangepakt.

Naar verwachting zal het Europees Parlement zijn advies in eerste lezing in juli 2007 aannemen.

i2010 - Jaarverslag over de informatiemaatschappij 2007 - Conclusies van de Raad

Zie voor de volledige tekst van de conclusies (9955/07)

http://register.consilium.europa.eu/pdf/nl/07/st09/st09955.nl07.pdf

VERVOER

Maritieme veiligheid

  • Monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart

De Raad heeft met eenparigheid van stemmen een politiek akkoord bereikt over een voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2002/59/EG[2] betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart (9924/07).

De Raad zal zijn gemeenschappelijk standpunt tijdens één van zijn komende vergaderingen vaststellen na afronding van de tekst, en het voor tweede lezing in het kader van de medebeslissingsprocedure aan het Europees Parlement doen toekomen.

De Commissie heeft haar voorstel in december 2005 gepresenteerd als onderdeel van haar derde pakket maritieme veiligheid (5171/06)[3].

In de ontwerprichtlijn wordt met name beoogd aanvullende maatregelen in de richtlijn op te nemen om de veiligheid van de zeescheepvaart en de bescherming van het milieu beter te garanderen en de uitvoering van toevluchtsoordenplannen te harmoniseren door de lidstaten.

De door de Raad goedgekeurde tekst wijkt enigermate af van de tekst van de algemene oriëntatie waarover in juni 2006 overeenstemming is bereikt (10042/06, blz. 43). In het licht van de algemene oriëntatie zijn enkele nieuwe overwegingen opgesteld en een aantal voor de Raad aanvaardbare amendementen van het Europees Parlement is in de tekst verwerkt. In de tekst van het politiek akkoord wordt voorgesteld:

  • de veiligheid in vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter te verhogen door deze uit te rusten met automatische identificatiesystemen (AIS);
  • specifieke maatregelen vast te stellen ter verhoging van de maritieme veiligheid bij ijsgang;
  • voorschriften vast te stellen voor het aan een bijstand behoevend schip bieden of weigeren van toegang tot het toevluchtsoord;
  • monitoring van schepen te verbeteren met behulp van SafeSeaNet, het systeem voor de uitwisseling van informatie.

Het Europees Parlement heeft zijn advies in eerste lezing op 25 april 2007 aangenomen (8724/07, blz. 69).

  • Havenstaatcontrole

De Raad heeft een politiek akkoord bereikt over een voorstel voor een richtlijn betreffende havenstaatcontrole (9366/07).

De Maltese delegatie heeft laten weten zich van stemming te zullen onthouden. De Commissie heeft verklaard dat zij de tekst waarover de Raad overeenstemming heeft bereikt, niet kan aanvaarden.

De Raad zal zijn gemeenschappelijk standpunt tijdens één van zijn komende zittingen vaststellen na afronding van de tekst, en het voor een tweede lezing in het kader van de medebeslissingsprocedure aan het Europees Parlement doen toekomen.

Het voorstel is in januari 2006 aan de Raad gestuurd (5623/06). Met dit voorstel, een van de zeven voorstellen in het derde pakket maritieme veiligheid van de Commissie, wordt beoogd de achtereenvolgende wijzigingen op Richtlijn 95/21/EG betreffende havenstaatcontrole in een geconsolideerde tekst te herschikken en sommige bepalingen te vereenvoudigen of te wijzigen ter versterking van de doeltreffendheid en de kwaliteit van door de havenstaat verrichte inspecties op schepen.

De tekst waarover de ministers het eens zijn bevat een zeer klein aantal voornamelijk redactionele wijzigingen ten opzichte van de in december 2006 door de Raad aangenomen algemene oriëntatie.

In de overeengekomen tekst wordt een nieuwe inspectieregeling vastgesteld die tot doel heeft ervoor te zorgen dat de lidstaten de schepen die hun havens aandoen en de schepen die voor anker liggen in zones die onder de jurisdictie van een haven vallen, zo veel mogelijk inspecteren.

De inspecties zullen gericht zijn op vaartuigen die niet aan de normen voldoen - deze zullen vaker worden gecontroleerd -, terwijl de last voor schepen die wel aan de normen voldoen, zal worden verlicht. Als ultieme maatregel tegen schepen die niet aan de normen voldoen - waarvan de prestaties onder andere zullen worden beoordeeld in het licht van de prestaties van de vlaggenstaat -, zal deze schepen voor onbepaalde tijd de toegang tot de havens van de lidstaten worden geweigerd. Een weigering van toegang voor onbepaalde tijd kan alleen indien bepaalde voorwaarden zijn vervuld na 36 maanden worden ingetrokken.

De nieuwe inspectieregeling zal zorgen voor een billijke verdeling van de totale inspectie-inspanningen en voor mechanismen om in specifieke omstandigheden de verplichte inspecties soepel te kunnen uitvoeren. De lidstaten mogen een gering percentage inspecties achterwege laten, namelijk op 5% van de schepen met een hoog risicoprofiel en op 10% van de overige schepen. Zij moeten echter bijzondere aandacht schenken aan schepen die niet vaak een haven binnen de Gemeenschap aandoen. Voorts mogen de lidstaten in bepaalde omstandigheden een inspectie met 15 dagen uitstellen.

Voor een soepele toepassing van de nieuwe, complexe regeling voor de havenstaatcontrole biedt de tekst waarover de Raad het eens is geworden, een overgangsperiode van 36 maanden, na afloop waarvan de richtlijn met ingang van dezelfde dag door alle lidstaten zal worden toegepast.

Het Europees Parlement heeft zijn advies in eerste lezing op 25 april 2007 aangenomen (8724/07, blz. 25).

  • Aansprakelijkheid voor het vervoer van passagiers bij ongevallen

De Raad heeft kennis genomen van een voortgangsverslag over een voorstel voor een verordening betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee en de binnenwateren bij ongevallen (9548/07).

De Commissie heeft haar voorstel (6827/06) in februari 2007 aan de Raad toegestuurd als onderdeel van het derde maritieme pakket.

De ontwerp-verordening strekt tot de vaststelling van een uniforme communautaire aansprakelijkheidsregeling voor het vervoer van passagiers over zee en de binnenwateren. Daartoe wordt het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee van 2002 middels deze verordening in de communautaire wetgeving opgenomen. Daarnaast wordt met het voorstel de toepassing van het Verdrag van Athene uitgebreid tot het vervoer over zee binnen de lidstaten en tot internationaal en nationaal vervoer over de binnenwateren.

Het door het Duitse voorzitterschap opgestelde verslag geeft een overzicht van de tot op heden in de Raadsinstanties gehouden debatten en vermeldt de belangrijkste knelpunten die in de komende maanden moeten worden weggewerkt. De verdere besprekingen in de Raadsinstanties zullen zich in het bijzonder toespitsen op de afbakening van het toepassingsgebied, de gelijktijdige toepassing van internationale verdragen betreffende de globale beperking van aansprakelijkheid en van het Verdrag van Athene, de uitgestelde inwerkingtreding wat betreft het vervoer over zee binnen eenzelfde lidstaat, en de aanpassing van de verordening in geval van wijzigingen van het Verdrag van Athene en/of de Internationale Maritieme Organisatie.

Het Europees Parlement heeft zijn advies in eerste lezing op 25 april 2007 aangenomen (8724/07, blz. 97).

  • Onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector

De Raad is tot een politiek akkoord gekomen over een voorstel voor een richtlijn tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van de Richtlijnen 1999/35/EG en 2002/59/EG (9930/07).

De Raad zal zijn gemeenschappelijk standpunt tijdens één van zijn komende zittingen vaststellen na afronding van de tekst, en het voor tweede lezing in het kader van de medebeslissingsprocedure aan het Europees Parlement doen toekomen.

De Commissie heeft haar voorstel in februari 2006 aan de Raad toegezonden (6436/06).

Met de ontwerp-richtlijn wordt beoogd ter vergroting van de veiligheid op zee in Gemeenschapsverband richtsnoeren op te stellen voor het technisch onderzoek na ongevallen en incidenten op zee. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat dit veiligheidsonderzoek niet gericht is op het vaststellen van de civiele of strafrechtelijke aansprakelijkheid, maar op het vaststellen van de omstandigheden en oorzaken die tot een ongeval of incident op zee hebben geleid, teneinde daaruit zoveel mogelijk lering te trekken. In het voorstel zijn de bepalingen van de Code van de Internationale Maritieme Organisatie voor onderzoek naar ongevallen en incidenten in de zeescheepvaart, en de lopende herziening ervan, verwerkt.

In vergelijking met het voorstel van de Commissie waarin verplichte veiligheidsonderzoeken worden voorgeschreven voor zeer ernstige en ernstige ongevallen en incidenten in de zeescheepvaart, voorziet de door de Raad overeengekomen tekst alleen in verplichte onderzoeken in het geval van zeer ernstige ongevallen en incidenten. De onderzoeksinstantie besluit of er al dan niet een veiligheidsonderzoek naar andere ongevallen of incidenten op zee wordt verricht, in het bijzonder rekening houdend met de ernst van het ongeval of incident en de lering die daar mogelijkerwijs uit kan worden getrokken. Bovendien wordt in de tekst van het politiek akkoord de werkingssfeer van de richtlijn uitgebreid tot ongevallen en incidenten op zee waarbij vissersschepen van meer dan 15 meter lang zijn betrokken, en niet 24 meter zoals de Commissie had voorgesteld. Tevens is er een aantal van de voor de Raad aanvaardbare amendementen van het Europees Parlement in de tekst verwerkt.

Het Europees Parlement heeft zijn advies in eerste lezing over dit voorstel op 25 april 2007 aangenomen (8724/07, blz. 90).

  • Europees datacentrum inzake het identificeren en volgen op lange afstand

De Raad heeft een beleidsdebat gehouden over de oprichting van een regionaal Europees datacentrum inzake het identificeren en volgen op lange afstand (LRIT).

In mei 2006 heeft de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) wijzigingen aangenomen op het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (SOLAS) en er vereisten in opgenomen voor het identificeren en volgen op lange afstand van schepen, die vanaf 31 december 2008 zullen gelden. Doel van dit systeem is schepen wereldwijd te identificeren en te volgen. Volgens SOLAS moet iedere verdragsluitende regering besluiten naar welk datacentrum (nationaal, regionaal/coöperatief of internationaal) de schepen die onder haar vlag varen LRIT-verslagen moeten sturen.

Tijdens de vergadering van de Maritieme Veiligheidscommissie van 3-12 oktober 2007 zouden de lidstaten en de Commissie in staat moeten zijn tegenover de IMO hun voornemen om een regionaal LRIT-datacentrum van de EU op te richten, te bevestigen.

De Raad heeft een ruime mate van steun toegezegd voor de oprichting, in beginsel, van een regionaal datacentrum voor EU-LRIT. De Raad heeft de Commissie om meer informatie over technische, juridische en financiële kwesties gevraagd teneinde nog voor de vergadering van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO in oktober 2007 een krachtig EU-standpunt te kunnen bepalen.

Verdrag inzake een gedragscode voor lijnvaartconferences

In afwachting van de aanneming van het advies in eerste lezing van het Europees Parlement heeft de Raad met eenparigheid van stemmen een algemene oriëntatie bereikt over een voorstel voor een verordening tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 954/79 betreffende de bekrachtiging door de lidstaten van of de toetreding van de lidstaten tot het Verdrag van de Verenigde Naties inzake een gedragscode voor lijnvaartconferences (9802/07).

De Commissie heeft haar voorstel in januari 2007 ingediend (7234/07). Verordening (EEG) nr. 954/79 is bedoeld om het Verdragsbeginsel van vrijheid van dienstverlening toe te passen op de zeevervoersector van de EU en ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan de voorschriften inzake mededinging. De intrekking ervan moet om redenen van juridische samenhang ingaan aan het eind van de overgangsperiode van twee jaar die in Verordening (EG) nr. 1419/2006 van de Raad[4] staat vermeld, dus vanaf 18 oktober 2008. Aan het eind van deze overgangsperiode mogen scheepvaartconferences niet langer vervoer van/naar de havens van de lidstaten verzorgen. Dus zullen de lidstaten niet langer het Verdrag van de Verenigde Naties inzake een gedragscode voor lijnvaartconferences kunnen ratificeren, noch hiertoe kunnen toetreden.

Naar verwachting zal het advies in eerste lezing van het Europees Parlement in september 2007 worden aangenomen.

GALILEO - Resolutie van de Raad

Zie voor de volledige tekst van de resolutie (10126/07)

http://register.consilium.europa.eu/pdf/nl/07/st10/st10126.nl07.pdf

Europese energiestrategie voor vervoer - Conclusies van de Raad

Zie voor de volledige tekst van de conclusies (9943/1/07)

http://register.consilium.europa.eu/pdf/nl/07/st09/st09943-re01.nl07.pdf

Vervoer van gevaarlijke goederen over land

De Raad kwam, in afwachting van de aanneming van het advies van het Europees Parlement in eerste lezing, een algemene oriëntatie overeen voor een voorstel voor een richtlijn betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (9445/07).

De Commissie heeft het voorstel in december 2006 aan de Raad toegestuurd (5080/07). Doel ervan is de uniforme toepassing van veiligheidsregels en de waarborging van een hoog veiligheidsniveau voor binnenlandse en internationale vervoersoperaties. Het voorstel voor een nieuwe richtlijn voorziet in de aanpassing van de huidige vier richtlijnen[5] en twee beschikkingen van de Commissie inzake het vervoer van gevaarlijke goederen en de integratie daarvan in één wettekst, alsmede in de uitbreiding van de werkingssfeer van de communautaire regelgeving met de binnenvaart, naast het weg- en spoorvervoer. Het voorstel houdt in dat de bestaande regels inzake het internationaal vervoer worden opgenomen in de communautaire wetgeving en voorziet tevens in een toepassing van die regels op binnenlands vervoer.

In tegenstelling tot in het Commissievoorstel wordt in de door de Raad overeengekomen tekst een lidstaat die geen spoorwegen heeft voor wat betreft vervoer per spoor vrijgesteld van de verplichting om deze richtlijn om te zetten en uit te voeren. Ook krijgen lidstaten zonder binnenwateren of waarvan de binnenwateren niet in verbinding staan met die van andere lidstaten de mogelijkheid de richtlijn niet uit te voeren voor wat betreft het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren. Voorts spreekt die tekst van een overgangsperiode van ten hoogste twee jaar voor de toepassing van de bepalingen betreffende binnenwateren van deze richtlijn, zodat er de nodige tijd is om de nationale bepalingen aan te passen, een juridisch kader tot stand te brengen en personeel op te leiden.

De richtlijn zal de veiligheid van de drie vervoerwijzen voor gevaarlijke goederen verder verhogen, een ondersteuning van de milieubescherming bieden, alsmede het vervoer van gevaarlijke goederen en de interne markt voor vervoerondernemers faciliteren door een harmonisatie van de vervoersvoorschriften; zij kan tevens gelden als een goed voorbeeld voor vereenvoudiging van de wetgeving en betere regelgeving.

Het Europees Parlement zal zijn advies in eerste lezing in september 2007 aannemen.

Interoperabiliteit van het communautaire spoorwegsysteem

De Raad heeft kennis genomen van een voortgangsverslag (9608/1/07) over een reeks voorstellen voor de wederzijdse aanvaarding van rollend spoorwegmaterieel.

De Raad kan zich vinden in de richting die de debatten in de Raadsinstanties over wederzijdse aanvaarding ingaan, in het bijzonder wat betreft het besluit om alle bepalingen betreffende het verlenen van een vergunning voor voertuigen in de interoperabiliteitsrichtlijn te bundelen.

De Commissie heeft haar voorstellen in december 2006 aan de Raad toegezonden (17038/06). Wederzijdse aanvaarding moet nationale procedures voor het verkeer van rollend spoorwegmaterieel over het gehele Europese spoorwegnet vergemakkelijken en bespoedigen. De spoorweg- en de toeleveringsbedrijven zullen baat hebben bij de kosten- en tijdsbesparing voor het verkrijgen van een vergunning voor de gehele EU. Dit zal bijdragen aan een nieuw elan voor de spoorwegmarkt.

Momenteel is in de ene lidstaat toegestaan rollend materieel niet automatisch ook toegestaan in een andere lidstaat. Een lidstaat kan, alvorens een vergunning te verlenen, bijkomende eisen stellen, met name wat betreft veiligheid, en bijkomende controles verlangen naar de verenigbaarheid met zijn infrastructuur. Dat leidt tot hoge kosten voor fabrikanten, die een vergunning moeten aanvragen in iedere lidstaat waar zij willen dat hun rollend materieel wordt ingezet, en maakt het ingewikkelder en duurder voor spoorwegondernemingen om nieuwe voertuigen aan te schaffen.

Wanneer wederzijdse aanvaarding wordt verbeterd door een meer stelselmatige toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op nationale vergunningsprocedures en door harmonisatie van sommige bepalingen, kan de tijd die nodig is om in alle lidstaten een vergunning te krijgen met 30 tot 50% teruglopen en zullen de kosten daarvan 50 % lager liggen voor gebruikte locomotieven en 70% lager voor nieuwe locomotieven. Dat komt neer op een besparing van 0,8 miljoen euro per locomotief.

Het Duitse voorzitterschap wil in juni verder praten over de voorstellen inzake wederzijdse aanvaarding.

Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart

De Raad heeft een politiek akkoord bereikt over een voorstel voor een verordening houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1592/2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van de burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (9915/07).

De Raad zal zijn gemeenschappelijk standpunt tijdens één van zijn komende vergaderingen vaststellen na afronding van de tekst, en het voor tweede lezing in het kader van de medebeslissingsprocedure aan het Europees Parlement doen toekomen.

Het Commissievoorstel (14903/05) is op 5 december 2005 aan de Raad VTE voorgelegd. Doel van het voorstel is het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart nieuwe verantwoordelijkheden te geven.

Het Agentschap heeft bij Verordening (EG) nr. 1592/2002 verantwoordelijkheden gekregen inzake certificering en regelgeving met betrekking tot de luchtwaardigheid. Het Commissievoorstel beoogt nieuwe verantwoordelijkheden aan het Agentschap te geven, in het bijzonder voor het verlenen van vergunningen voor vliegtuigbemanningen, luchtvaartactiviteiten en het toezicht op luchtvaartuigen uit derde landen in de Gemeenschap.

Vergeleken met de tekst van de algemene oriëntatie uit december 2006 wordt in de tekst waarover de Raad overeenstemming heeft bereikt rekening gehouden met de nieuwe in juli 2006 aangenomen comitologieregels en bevat hij nu enkele van de amendementen die het Europees Parlement in eerste lezing heeft aangenomen en die voor de Raad volledig aanvaardbaar zijn.

De door de Raad aangenomen tekst wijzigt het Commissievoorstel met name op de volgende punten: essentiële eisen voor het verlenen van vergunningen, luchtvaartactiviteiten en luchtvaartuigen uit derde landen; beoordelingsorganen; nieuwe certificeringstaken voor het Agentschap; regelgeving en governance.

Exploitatie van luchtvervoerdiensten in de Gemeenschap

De Raad kwam, in afwachting van het advies van het Europees Parlement in eerste lezing, een algemene oriëntatie overeen voor een voorstel voor een verordening inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtvervoersdiensten in de Gemeenschap (9812/07).

Het Commissievoorstel was in juli 2006 aangenomen (11829/06). Doel is het consolideren en rationaliseren van de huidige regels inzake het verlenen van exploitatievergunningen aan luchtvaartmaatschappijen, de vrijheid om luchtvaartdiensten in de Gemeenschap te verlenen, en de prijsbepaling voor die diensten.

Het voorstel bevat tevens strengere eisen voor de financiële soliditeit van luchtvaartmaatschappijen en de praktijk van wet-leasing van vliegtuigen (verlenen van diensten met een vliegtuig en een bemanning van een andere maatschappij). Bovendien zijn de regels voor de openbare-dienstverplichtingen voor luchtroutes verduidelijkt, inconsequenties tussen de interne luchtvaartmarkt en de diensten aan derde landen weggenomen, en de regels voor de spreiding van het verkeer over luchthavens van één stad of agglomeratie vereenvoudigd. Ten slotte wordt de prijstransparantie van de tarieven voor reizigers en vervoerders verbeterd.

De door de Raad aangenomen tekst wijzigt het Commissievoorstel met name op de volgende punten: definities, met name een nieuwe definitie van "hoofdvestiging"; eisen voor het leasen door maatschappijen uit de Gemeenschap, financiële voorschriften voor het verlenen en verlengen van een exploitatievergunning; het verlenen van intracommunautaire luchtdiensten. bepalingen voor tarieven en regels voor de transparantie van tarieven.

Naar verwachting zal het Europees Parlement in juli 2007 in eerste lezing advies uitbrengen.

Europees luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR) -Resolutie van de Raad

Zie voor de volledige tekst van de resolutie (9769/07)

http://register.consilium.europa.eu/pdf/nl/07/st09/st09769.nl07.pdf

Opneming van de luchtvaart in de emissiehandel - Conclusies van de Raad

Zie voor de volledige tekst van de conclusies (9791/07)

http://register.consilium.europa.eu/pdf/nl/07/st09/st09791.nl07.pdf

DIVERSEN

  • EU-beleidsworkshop over de ontwikkeling van windvermogen op zee

Het voorzitterschap bracht aan de Raad verslag uit over deze conferentie die in februari jl. in Berlijn plaatsvond en over de verklaring die daar werd aangenomen.

  • Evaluatie van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging

De Raad nam nota van de informatie van de Commissie over haar mededeling over de evaluatie van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (10340/07) (ENISA) en de vereiste vervolgmaatregelen.

  • Ratificatie van internationale maritieme verdragen

De Commissie informeerde de Raad over de stand van zaken bij de ratificatie van internationale maritieme verdragen door de lidstaten (9788/07). Verscheidene delegaties verstrekten daarover aanvullende informatie.

  • Derde spoorwegpakket - resultaten van de bemiddeling met het Europees Parlement

De Raad nam nota van de informatie van het voorzitterschap over de resultaten van het overleg van het bemiddelingscomité Parlement-Raad over het derde spoorwegpakket op 5 juni 2007.

  • Compensatie aan luchtreizigers bij instapweigering of vertraging van vluchten

De Raad nam nota van de informatie van de Commissie over haar mededeling over de werking en de resultaten van Verordening (EG) nr. 261/2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten (8708/07).

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

VERVOER

Verdrag betreffende arbeid op zee

De Raad nam een beschikking aan waarbij de lidstaten worden gemachtigd in het belang van de Europese Gemeenschap het Verdrag betreffende maritieme arbeid van 2006 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) te bekrachtigen.

Dat verdrag is in februari 2006 aangenomen in het kader van de maritieme zitting van de Internationale Arbeidsconferentie. Het zal een belangrijke bijdrage aan de scheepvaartsector op internationaal niveau leveren door de bevordering van behoorlijke levens- en arbeidsomstandigheden voor zeevarenden en eerlijker mededingingsvoorwaarden voor marktdeelnemers en reders.

De lidstaten wordt verzocht het Verdrag vóór 31 december 2010 te ratificeren.

Toetreding van de EG tot het Verdrag van Belgrado

Raad heeft de Commissie gemachtigd met de Donaucommissie te onderhandelen over de voorwaarden en regelingen voor de toetreding van de Europese Gemeenschap tot het Verdrag van Belgrado.

De Donaucommissie is een intergouvernementele organisatie die sinds 1954 haar zetel in Boedapest (Hongarije) heeft en de taken uitvoert in het kader van het Verdrag inzake de scheepvaart op de Donau dat op 1948 in Belgrado is ondertekend. De volgende landen zijn vertegenwoordigd in de Commissie: Duitsland, Oostenrijk, Bulgarije, Kroatië, Hongarije, Moldavië, Roemenië, Rusland, Slowakije, Oekraïne, Servië en Montenegro.

Uitbreiding van de belangrijkste trans-Europese vervoersassen naar de buurlanden - Conclusies van de Raad

Zie voor de volledige tekst van de conclusies (9314/07)

http://register.consilium.europa.eu/pdf/nl/07/st09/st09314.nl07.pdf

EXTERNE BETREKKINGEN

Somalië

De Raad heeft de volgende teksten aangenomen:

  • een gemeenschappelijk standpunt tot wijziging van Gemeenschappelijk Standpunt 2002/960/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Somalië (9722/07).

Bij Resolutie 1744(2007) van de VN-Veiligheidsraad zijn aanvullende uitzonderingen op restrictieve maatregelen ingevoerd die bij UNSCR 733(1992) zijn opgelegd, waardoor Gemeenschappelijk Standpunt 2002/960/GBVB van de Raad gewijzigd moest worden. Gemeenschappelijk Standpunt 2002/960/GBVB voorziet in een embargo op de uitvoer van wapens, munitie en militaire uitrusting naar Somalië, en verbiedt de verstrekking van technisch advies, financiële en andere bijstand, en opleiding in verband met militaire activiteiten in Somalië. De nieuwe uitzonderingen hebben betrekking op de missie in het kader van UNSCR 1744 en op instellingen van de veiligheidssector waarin de resolutie voorziet;

en

  • een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 147/2003 betreffende een aantal beperkende maatregelen ten aanzien van Somalië (9727/07).

De wijziging van Verordening (EG) nr. 147/2003, waarmee het verbod op het verlenen van technische en financiële bijstand in verband met militaire activiteiten in Somalië in het Gemeenschapsrecht wordt uitgevoerd, was nodig om de uitzonderingen op de beperkende maatregelen in overeenstemming te brengen met UNSCR 1744(2007).

Verdrag tussen de EU en Rusland over het multilateraal nucleair milieuprogramma

De Raad nam een beschikking aan waarbij toestemming wordt gegeven voor de sluiting van een kaderverdrag over het multilateraal nucleair milieuprogramma in Rusland, en van een Protocol inzake vorderingen, gerechtelijke procedures en vrijwaring bij dat verdrag.

Het kaderverdrag stelt een multilateraal wettelijk kader vast voor nucleaire projecten van Westerse landen in Noordwest-Rusland en het Protocol beoogt de regeling van aansprakelijkheidskwesties die in de context van deze werkzaamheden kunnen ontstaan.

Het Kaderverdrag beoogt projecten te steunen voor de behandeling van radioactief afval en verbruikte splijtstof en het ontmantelen van nucleaire duikboten en ijsbrekers in de Russische Federatie.

BEGROTING

EU-begroting - Stelsel van eigen middelen

De Raad heeft een besluit aangenomen tot wijziging van het stelsel van eigen middelen van de EU voor de financiering van de algemene begroting van de EU.

Dit besluit geeft, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2007, uitwerking aan de conclusies van de Europese Raad van december 2005 aangaande het begrotingskader van de EU voor 2007-2013, waarbij het bestaande besluit over de eigen middelen wordt geactualiseerd. Dit betreft vooral het begrotingscorrectiemechanisme ten faveure van het Verenigd Koninkrijk, dat volledig blijft gelden voor alle uitgaven, behalve met betrekking tot de lidstaten die na 30 april 2004 tot de EU zijn toegetreden.

CRISISBEHEERSING

Samenwerking tussen de VN en de EU in crisisbeheersing

De Raad keurde een gezamenlijke verklaring goed over de samenwerking van de VN en de EU inzake crisisbeheersing die ondertekend moet worden door het voorzitterschap van de EU en het secretariaat-generaal van de Verenigde Naties, in de marge van de G-8-bijeenkomst die van 6 tot 8 juni plaatsvindt in Heiligendamm (Duitsland) (10310/07+COR 1).

De verklaring vormt een aanvulling op de gezamenlijke verklaring over de VN-EU-samenwerking in crisisbeheersing van september 2003 (12730/03).

BENOEMINGEN

Europees agentschap voor chemische stoffen

De Raad nam een besluit aan tot benoeming, per 1 juni 2007, van de 27 leden van de raad van bestuur van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (9414/07).

De Raad heeft op 18 december 2006 Verordening 1907/2006 aangenomen inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), en tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen (Publicatieblad van de EU L 396 van 30.12.2006). De REACH-verordening is op 1 juni 2007 in werking getreden.

Het nieuwe Europees Agentschap voor chemische stoffen is gevestigd in Helsinki (Finland) en zal op 1 juni 2008 volledig operationeel zijn.


[1] Een technologie met behulp waarvan gegevens via radiofrequenties automatisch geïdentificeerd en gelezen kunnen worden. Het opmerkelijke aan deze technologie is dat een unieke identificatiecode en andere informatie – met behulp van een microchip – aan om het even welk voorwerp, dier of zelfs persoon kunnen worden vastgemaakt, waarna deze informatie draadloos kan worden gelezen. Deze technologie is een zeer krachtig middel om, wanneer zij gekoppeld wordt aan databanken en communicatienetwerken zoals het internet, nieuwe diensten en toepassingen te verstrekken op vrijwel elk gebied.

[2] PB L 208 van 5.8.2002, blz. 10.

[3] De Commissie heeft op 23 november 2005 een pakket van zeven wetgevingsvoorstellen aangenomen die erop gericht zijn de veiligheid van het zeevervoer in Europa te vergroten door middel van betere preventie van en beter onderzoek naar ongevallen enerzijds en verscherpte controles van de kwaliteit van schepen anderzijds. Dit zijn de voorstellen in het pakket:

- een voorstel voor een richtlijn betreffende de naleving van vlaggenstaatverplichtingen (6843/06);

- een voorstel voor een richtlijn inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties (herschikking) (5912/06);

- een voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2002/59/EG betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart (5171/06);

- een voorstel voor een richtlijn tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van de Richtlijnen 1999/35/EG en 2002/59/EG (6463/06);

- een voorstel voor een richtlijn betreffende de wettelijke aansprakelijkheid en financiële zekerheden van scheepseigenaars (5907/06);

- een voorstel voor een richtlijn betreffende havenstaatcontrole (5632/06);

- een voorstel voor een verordening betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee en de binnenwateren bij ongevallen (6827/06).

[4] Verordening (EG) nr. 1419/2006 houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 4056/86 tot vaststelling van de wijze van toepassing van de artikelen 85 en 86 van het Verdrag op het zeevervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1/2003 inzake de uitbreiding van het toepassingsgebied van deze verordening tot cabotage en internationale wilde vaart.

[5] Richtlijn 94/55/EG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg; Richtlijn 96/49/EG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor; Richtlijn 96/35/EG betreffende de aanwijzing en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren; Richtlijn 2000/18/EG betreffende de minimumeisen voor het examen voor veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren.


Side Bar