Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

[Graphic in PDF & Word format]


RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE

NL
C/06/82
7454/06 (Presse 82)
PERSMEDEDELING
2721e zitting van de Raad
Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Brussel, 27 maart 2006
Voorzitter Hubert GORBACH
vice-kanselier en minister van Verkeer, Innovatie en Technologie van Oostenrijk

Voornaamste resultaten van de Raadszitting
De Raad heeft een besluit aangenomen tot machtiging van de Commissie om met de Russische Federatie onderhandelingen te openen over een oplossing voor de vergoedingen voor het vliegen over Siberië. Hij heeft ook conclusies over dit onderwerp aangenomen.
Ook heeft de Raad een politiek akkoord bereikt over een richtlijn betreffende het rijbewijs, en een richtlijn aangenomen betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen (eurovignet).
Daarnaast heeft de Raad een algemene oriëntatie goedgekeurd, in afwachting van het advies in eerste lezing van het Europees Parlement, betreffende het voorstel voor een verordening over gemeenschappelijke regels op het gebied van luchtvaartbeveiliging.

INHOUD1

DEELNEMERS 5

BESPROKEN PUNTEN

LANDVERVOER 7

– Openbaar personenvervoer per spoor en over de weg (openbaredienstverplichtingen) 7

– Verkeersveiligheid 8

– Binnenvaart 9

LUCHTVAART 10

– Gemeenschappelijke regels op het gebied van luchtvaartbeveiliging 10

– Europees luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR) 11

– Externe betrekkingen 11

HORIZONTALE VRAAGSTUKKEN 13

– Wereldwijd Satellietnavigatiesysteem (GNSS) 13

– Herziening van de strategie voor duurzame ontwikkeling van de EU (EU-SDO) 13

DIVERSEN 15

– Burgerluchtvaart 15

– Voorstel voor een richtlijn inzake toegang tot de markt voor havendiensten 15

– Betere beveiliging van de bevoorradingsketen 15

– Bevordering van schone voertuigen voor wegvervoer 15

– Zwarte lijst van luchtvaartmaatschappijen 15

– Snelwegen op zee 15

– Verzekering van de luchtvaart tegen oorlogsrisico's 16

– Tariefbeleid van de Russische Federatie inzake internationaal vrachtvervoer per spoor 16

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

VERVOER

Rijbewijzen 17

Eurovignet* 17

Overeenkomsten inzake luchtdiensten met derde landen 18

HANDELSBELEID

Antidumping - China - kleurentelevisietoestellen 18

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België

de heer Renaat LANDUYT minister van Mobiliteit

Tsjechische Republiek

de heer Milan ŠIMONOVSKÝ minister van Verkeer

Denemarken:

de heer Flemming HANSEN minister van Verkeer en Energie

Duitsland:

de heer Wolfgang TIEFENSEE minister van Verkeer, Woonbeleid en Stadsontwikkeling

Estland:

de her Edgar SAVISAAR minister van Economische Zaken en Verkeer

Griekenland:

de heer Mihail-Georgios LIAPIS minister van Verkeer

Spanje:

de heer Don Fernando PALAO secretaris-generaal Vervoer, ministerie van Infrastructuur en Vervoer

Frankrijk:

de heer Christian MASSET plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Ierland:

de heer Pat the Cope GALLAGHER onderminister, ministerie van Communicatie, Mariene Aangelegenheden en Natuurlijke Hulpbronnen (belast met Mariene Aangelegenheden)

Italië:

de heer Pietro LUNARDI minister van Infrastructuurvoorzieningen en Vervoer

Cyprus:

de heer Haris THRASSOU minister van Communicatie en Openbare Werken

Letland:

mevrouw Lelde LICE-LICITE plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Litouwen

de heer Petras Povilas ČĖSNA minister van Verkeer

Luxemburg:

de heer Lucien LUX minister van Milieubeheer, minister van Vervoer

Hongarije:

de her Egon DIENES-OEHM plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Malta:

de heer Jesmond MUGLIETT minister van Stadsontwikkeling en Wegen

de heer Censu GALEA minister van Concurrentievermogen en Communicatie

Nederland:

de heer Henne SCHUWER plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Oostenrijk:

de heer Hubert GORBACH vice-kanselier en minister van Verkeer, Innovatie en Technologie

de heer Helmut KUKACKA staatssecretaris, ministerie van Verkeer, Innovatie en Technologie

de heer Eduard MAINONI staatssecretaris, ministerie van Verkeer, Innovatie en Technologie

Polen:

de heer Jerzy POLACZEK minister van Verkeer en Bouwbeleid

Portugal:

mevrouw Ana Paula VITORINO staatssecretaris van Vervoer

Slovenië:

de heer Janez BOŽIČ minister van Vervoer

Slowakije:

de heer Pavol PROKOPOVIČ minister van Vervoer, Post en Telecommunicatie

Finland:

mevrouw Susanna HUOVINEN minister van Verkeer

Zweden:

mevrouw Ulrica MESSING minister van Verkeer en Regionaal Beleid

Verenigd Koninkrijk

de heer Stephen LADYMAN onderminister van Verkeer

Commissie:

de heer Jacques BARROT vice-voorzitter

De regeringen van de toetredende staten waren als volgt vertegenwoordigd:

Bulgarije:

de heer Peter MUTAFCHIEV minister van Verkeer

Roemenië:

de heer Septimiu BUZASU staatssecretaris, ministerie van Verkeer, Bouw en Toerisme

BESPROKEN PUNTEN

LANDVERVOER

  • Openbaar personenvervoer per spoor en over de weg (openbaredienstverplichtingen)

De Raad hield een oriënterend debat over een herzien voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en nam nota van het voortgangsverslag van het voorzitterschap.

Met het verordeningsvoorstel wordt beoogd een nieuw wetgevingskader te creëren voor de markt voor het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg, die steeds opener wordt en steeds meer door mededinging wordt gekenmerkt. In de voorgestelde verordening worden de voorwaarden vastgesteld waaronder bevoegde instanties compensaties kunnen verlenen voor de kosten die voortvloeien uit de naleving van openbaredienstverplichtingen, en/of exclusieve rechten kunnen toekennen voor de exploitatie van openbare personenvervoersdiensten. Als het voorstel wordt aanvaard, komt het in de plaats van het thans geldende kader, dat dateert van 1969 en in 1991 voor het laatst is gewijzigd[1].

De Raad gaf het Comité van permanente vertegenwoordigers de opdracht de bespreking van het voorstel voort te zetten in het licht van het oriënterend debat van de Raad, ten einde tijdens de Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie (TTE) op 8 en 9 juni een politiek akkoord te bereiken.

Het voorzitterschap heeft, om structuur in het debat aan te brengen, een aantal vragen gesteld rond de volgende aspecten:

1) Soorten vervoerdiensten die de bevoegde instanties onderhands mogen gunnen

In het licht van de verklaring voor de Raadsnotulen van 5 december 2005 waren de delegaties het erover eens dat bevoegde instanties contracten voor regionaal en langeafstandsvervoer per spoor onderhands moeten kunnen gunnen, zoals in de ontwerp-verordening wordt voorgesteld.

Een aanzienlijk aantal delegaties, gesteund door de Commissie, meende dat onderhandse gunning mogelijk moet zijn voor alle heavy rail-diensten, dus ook voor voorstads- en geïntegreerde spoornetten.

De door sommige delegaties bepleite mogelijkheid om onderhandse gunning uit te breiden tot alle openbaarvervoerscontracten, werd afgewezen door andere delegaties en door de Commissie, met het argument dat het oogmerk van de voorgenomen verordening hiermee zou worden ondergraven.

Een beperkt aantal delegaties kon zich vinden in het idee dat lidstaten maatregelen moeten kunnen nemen tegen vervoerexploitanten die elders onderhands een contract hebben gekregen en aan een gunningsprocedure wensen deel te nemen.

2) Moeten lopende contracten tot de verstrijkingsdatum in werking kunnen blijven, met name gelet op de looptijd en de wijze waarop zij zijn toegekend?

Veel delegaties meenden dat na een eerlijke, op concurrentie gebaseerde aanbestedingsprocedure gegunde openbaredienstcontracten tot de verstrijkingsdatum moeten kunnen blijven lopen.

Bovendien wilden verscheidene delegaties toestaan dat ook zonder aanbesteding gesloten contracten tot de verstrijkingsdatum blijven lopen; volgens sommige delegaties moet speciale aandacht worden geschonken aan de noodzaak van een oplossing voor langlopende contracten.

  • Verkeersveiligheid

a) Europees actieprogramma voor verkeersveiligheid - Tussenbalans (openbaar debat)

De Commissie presenteerde de tussenbalans van het in 2003 voorgestelde Europees actieprogramma voor verkeersveiligheid - Terugdringing van het aantal verkeersslachtoffers in de Europese Unie met de helft in de periode tot 2010 (6793/06). De Raad hield een gedachtewisseling over dit onderwerp en uitte het voornemen in de zitting op 8 en 9 juni 2006 dienaangaande conclusies aan te nemen.

De Europese Unie heeft bereikt dat de verkeersveiligheid sinds 2001 bovenaan de lijst van beleidsprioriteiten van de lidstaten is komen te staan, met als gezamenlijk streefcijfer (voorgesteld in 2001 en aangepast na de uitbreiding in 2004) een halvering van het aantal dodelijke verkeersongevallen tegen 2010.

Volgens de cijfers waarover de Commissie beschikt, vielen er in 2001 in de landen die momenteel deel uitmaken van de Europese Unie 50 000 verkeersdoden. In 2005 zijn 41.600 verkeersdoden geteld, een daling met 17,5% in 4 jaar tijd. In dit tempo zal de Europese Unie in 2010 nog steeds 32.500 verkeersdoden tellen, dus meer dan het streefcijfer van hoogstens 25.000.

Om het streefcijfer te halen is volgens de Commissie op nationaal en op Europees niveau een grotere inspanning nodig. De Commissie is voornemens in het kader van de tussentijdse evaluatie van het Witboek "Het Europese vervoersbeleid tot het jaar 2010" (gepland voor april 2006) wetgevingsmaatregelen voor te stellen betreffende, in het bijzonder, grensoverschrijdende strafvervolging van verkeersovertreders, het uitrusten van vrachtwagens met dode- en blindehoekspiegels en het voeren van licht overdag.

De Raad nam nota van een suggestie van de Italiaanse delegatie betreffende de oprichting van een Europees Bureau voor Verkeersveiligheid.

b) Informele ministeriële bijeenkomst over verkeersveiligheid

Het voorzitterschap informeerde de Raad over de informele ministeriële bijeenkomst over verkeersveiligheid (Bregenz, 2 en 3 maart 2006).

De vervoersministers bespraken tijdens hun informele bijeenkomst de volgende onderwerpen:

  • wegveiligheid en flankerende infrastructuurmaatregelen;
  • voertuigveiligheid, met aandacht voor moderne voertuigtechnologie en e-veiligheid (met opleiding in een opleidingscentrum voor verkeersveiligheid);
  • bewustmakingscampagnes in de EU.

Voorzitterschap, lidstaten en Commissie besloten om in 2007 een uniforme verkeersveiligheidscampagne te lanceren met reclameborden langs de voornaamste snelwegen en in grote tankstations, over een onderwerp als alcohol en vermoeidheid achter het stuur. De Commissie liet weten dat zij nadenkt over de instelling van een Europese verkeersveiligheidsdag.

  • Binnenvaart

a) Mededeling van de Commissie betreffende het bevorderen van de binnenvaart

De Raad nam nota van de mededeling van de Commissie betreffende het bevorderen van de binnenvaart “NAIADES” - Geïntegreerd Europees Actieplan voor de binnenvaart (5583/06).

In de mededeling van de Commissie wordt een actieprogramma gepresenteerd dat is toegespitst op vijf strategische gebieden, met aanbevelingen voor concrete maatregelen in de periode 2006-2013 die de Commissie van fundamenteel belang acht voor de ontwikkeling van de binnenvaart:

  • markten (nieuwe markten bereiken, ondernemerschap aanmoedigen en administratief en regelgevend kader verbeteren);
  • vloot (de logistieke efficiëntie en de milieu- en veiligheidsprestaties van de binnenvaart verbeteren);
  • banen en vaardigheden (gekwalificeerde werknemers aantrekken en in menselijk kapitaal investeren);
  • imago (binnenvaart als succesvolle zakenpartner promoten); en
  • infrastructuur (het multi-modale netwerk verbeteren door een Europees ontwikkelingsplan op te stellen).

De Commissiemededeling bevat ook aanbevelingen met het oog op de modernisering van het institutionele kader voor de binnenvaart in Europa. Die structuur heeft een gefragmenteerd karakter doordat de verantwoordelijkheid hiervoor bij tal van instellingen ligt (de Europese Gemeenschap, de Donaucommissie, de Commissie voor de Rijnvaart, de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties).

De Raad verzocht het Comité van permanente vertegenwoordigers de bespreking van het actieprogramma onverwijld aan te vangen met het oog op de aanneming van conclusies over de bevordering van de binnenvaart in de Raadszitting op 8 en 9 juni 2006. De bevindingen van de hoge ambtenaren die in Wenen hebben vergaderd (zie hierna) zullen ook een belangrijke bijdrage aan die conclusies kunnen leveren.

b) Vergadering van hoge ambtenaren over de binnenvaart

Het voorzitterschap informeerde de Raad over de vergadering van hoge ambtenaren inzake de binnenvaart (Wenen, 14 en 15 februari), waaraan is deelgenomen door de lidstaten, niet-lidstaten, de Commissie en de bedrijfstak. De bevordering van het vervoer over de binnenwateren is een prioriteit voor het Oostenrijkse voorzitterschap, evenals voor diverse lidstaten. De vergadering heeft een bevindingennota opgeleverd waarin de binnenvaart wordt aangeprezen als commercieel interessante en milieuvriendelijke vorm van vervoer.

LUCHTVAART

  • Gemeenschappelijke regels op het gebied van luchtvaartbeveiliging

De Raad keurde met algemene stemmen een algemene oriëntatie goed, in afwachting van het advies in eerste lezing van het Europees Parlement betreffende het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over gemeenschappelijke regels op het gebied van luchtvaartbeveiliging.

Het voorstel strekt tot vervanging van Verordening (EG) nr. 2320/2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart (PB L 355 van 30.12.2002, blz. 1), die werd aangenomen naar aanleiding van de terreuraanvallen van 11 september 2001 en sinds januari 2003 van kracht is. De Commissie heeft in september 2005 een voorstel tot wijziging van die verordening ingediend (12588/05).

De nieuwe verordening strekt ertoe de juridische eisen verder te verduidelijken, vereenvoudigen en harmoniseren om de algemene beveiliging van de burgerluchtvaart te verbeteren. In de verordening worden gemeenschappelijke regels vastgesteld voor de beveiliging van de burgerluchtvaart tegen wederrechtelijke daden. In deze verordening wordt ook de basis gelegd voor een gemeenschappelijke interpretatie van bijlage 17 van het Verdrag van Chicago inzake de internationale burgerluchtvaart van 1944.

Met de nieuwe verordening wordt de communautaire bevoegdheid uitgebreid tot beveiligingsmaatregelen tijdens de vlucht. Ook wordt de situatie bestreken waarin een derde land voor vluchten vanuit communautaire luchthavens andere beveiligingsmaatregelen wil toepassen dan die welke bij de communautaire wetgeving zijn vastgesteld.

  • Europees luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR)

De Raad nam nota van een voortgangsverslag van het voorzitterschap over een verordening betreffende de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR = Single European Sky Air Traffic Management and Research). De Raad verzocht het Comité van permanente vertegenwoordigers het dossier te bespreken met het oog op de aanneming van een algemene oriëntatie in de zitting van juni aanstaande.

Doel van het verordeningsvoorstel is een gemeenschappelijke onderneming in het leven te roepen, die zorgt voor coherentie en samenhang van het project en tegelijk het partnerschap tussen de Gemeenschap en andere betrokken openbare of particuliere instellingen bevordert.

SESAR is het technologische gedeelte van het initiatief "gemeenschappelijk Europees luchtruim", dat in 2004 is genomen om de organisatie van de luchtverkeersleiding te hervormen. Met dit project worden nieuwe communicatie-, controle- en computertechnologieën tussen de gronddiensten en vliegtuigen ingevoerd, waardoor het werk van luchtverkeersleiders en piloten optimaal zal verlopen. SESAR zal de veiligheid en de milieuprestaties van het luchtvervoer bevorderen en ervoor zorgen dat Europa zijn positie in de voorste gelederen van de wereldluchtvaartmarkt behoudt.

De mededeling van de Commissie en het verordeningsvoorstel dateren van november 2005 (15143/05).

  • Externe betrekkingen

a) Onderhandelingen EU-VS over een overeenkomst inzake luchtvervoer

De Raad nam nota van informatie van de Commissie over de meest recente stand van de onderhandelingen tussen de EU en de VS over een luchtvervoersovereenkomst.

In december 2005 heeft de Raad zijn waardering uitgesproken over de aanzienlijke vooruitgang in de onderhandelingen over een luchtvaartovereenkomst tussen de EU en de VS (14636/1/05, blz. 42). Hij wacht nog steeds de resultaten af van de interne procedures van de VS-regering, die zouden moeten leiden tot een verandering in de regelgeving inzake buitenlandse zeggenschap over VS-luchtvaartmaatschappijen, wat door de EU wordt beschouwd als een essentieel onderdeel van de ontwerp-overeenkomst waarover in november 2005 met de VS is onderhandeld.

De Commissie bevestigde dat de VS-regering nog steeds voornemens is haar eigen tijdschema na te komen, hetgeen betekent dat vóór eind april de laatste hand zou worden gelegd aan de regelgeving. In dat geval zou de Raad tijdens zijn TTE-zitting in juni het cruciale politieke besluit kunnen nemen over het al dan niet aanvaarden van de ontwerp-overeenkomst.

b) EU-Rusland - Overvlucht over Siberië - Conclusies van de Raad

De Raad nam een besluit aan tot machtiging van de Commissie om met de Russische Federatie onderhandelingen te openen over een oplossing voor de vergoedingen voor het vliegen over Siberië. Voorts heeft hij de volgende, door de voorzitter van de Raad aan zijn Russische collega over te brengen conclusies aangenomen:

"De Raad van de Europese Unie

  • onderstreept het belang van de ontwikkeling van constructieve en wederzijds nuttige betrekkingen tussen de EU en Rusland op vervoersgebied;
  • betreurt het dat de kwestie van de vergoedingen voor het vliegen over Siberië nog steeds een hinderpaal voor de ontwikkeling van dergelijke betrekkingen is;
  • herhaalt zijn grote bezwaar tegen het systeem van vergoedingen voor het vliegen over Siberië die EG-luchtvaartmaatschappijen moeten betalen om over Russisch grondgebied te mogen vliegen; acht deze praktijk niet in overeenstemming met de Russische verplichtingen krachtens het Verdrag van Chicago, met name artikel 15 daarvan;
  • bevestigt onder meer zijn conclusies van 27/28 juni 2005 waarin hij het prioritaire belang onderstreepte van het vinden van een bevredigende oplossing in de vorm van de geleidelijke afschaffing van die vergoedingen;
  • acht het vinden van een dergelijke oplossing een vereiste voor de toetreding van Rusland tot de WTO;
  • herinnert aan de toezegging van de Russische regering van mei 2004 in dit verband;
  • machtigt de Commissie om te onderhandelen over een overeenkomst met de Russische regering waarbij het volgende wordt geregeld:
  • de volledige afschaffing van de vergoedingen uiterlijk per 31 december 2013;
  • een geleidelijke verlaging van de vergoedingen tijdens de overgangsperiode vanaf 2006;
  • het verstrijken van de verplichte handelsovereenkomsten betreffende het vliegen over het grondgebied van de Russische Federatie uiterlijk in 2013;
  • de geleidelijke afschaffing van de beperkingen voor het vliegen over Russisch grondgebied tussen Europa en Azië en de volledige afschaffing van alle niet-technische beperkingen uiterlijk in 2013;
  • gaat er van uit dat een dergelijke overeenkomst in de plaats zal komen van de desbetreffende bepalingen van bilaterale luchtvaartovereenkomsten, inclusief eventuele daarmee verband houdende documenten, tussen lidstaten en de Russische Federatie;
  • uit de wens om, op basis van een geslaagde oplossing van het overvluchtvraagstuk, met de Russische Federatie de mogelijkheden te verkennen voor verdere ontwikkeling van de samenwerking op vervoersgebied."

EU-luchtvaartmaatschappijen moeten Rusland aanzienlijke geldbedragen betalen voor het recht om over Siberië te vliegen. Deze overvluchtvergoedingen zijn vastgelegd in "handelsovereenkomsten" tussen EU-luchtvaartmaatschappijen en Rusland, maar die overeenkomsten zijn de facto bindend gemaakt door de bilaterale dienstenovereenkomsten tussen lidstaten en de Russische Federatie.

HORIZONTALE VRAAGSTUKKEN

  • Wereldwijd Satellietnavigatiesysteem (GNSS)

De Commissie informeerde de Raad over de onderhandelingen met de concessiehouder voor het wereldwijde satellietnavigatiesysteem onder leiding van de Gemeenschappelijke Onderneming Galileo (GJU).

Een eerste onderhandelingsronde tussen de GJU en het samengevoegde consortium heeft geresulteerd in de ondertekening van een akkoord inzake de beginselen op 17 februari. Een tweede onderhandelingsronde is begonnen op 20 februari en is thans gaande.

De onderhandelingen richten zich op negen kernpunten: ontwerprisico, prestatierisico, voltooiingsrisico, kostenoverstijgingsrisico, inkomstenrisico, inzetrisico, dekking van projectrisico, vergoeding voor voltooiing en herbevoorrading.

De Raad wees op de noodzaak van een evenwichtige risicospreiding tussen de particuliere en de openbare sector. Hij vroeg de Commissie informatie te verstrekken over de vraag hoe de deelname van derde landen aan Galileo moet worden geregeld, zodat er tijdens de zitting van de Raad (TTE) in juni een diepgaand debat kan worden gehouden.

Daarnaast verzocht de Raad de Commissie een evaluatie te verrichten van het resultaat van de onderhandelingen met de concessiehouder, en voorstellen in te dienen voor het voor de ontwikkeling van Galileo vereiste financieringsinstrument.

  • Herziening van de strategie voor duurzame ontwikkeling van de EU (EU-SDO)

De Raad hield op grond van door het voorzitterschap aan alle Raadsformaties gerichte vragen een oriënterend debat over de uitdagingen van duurzame ontwikkeling op vervoersgebied.

In juni 2005 heeft de Europese Raad een verklaring over de richtsnoeren voor duurzame ontwikkeling aangenomen. In december 2005 heeft de Europese Raad nota genomen van de mededeling van de Commissie over een herziening van de EU-SDO voor de komende vijf jaar.

Het pakket maatregelen voor de herziening van de SDO bestaat uit:

  • de mededeling zelf, waarin zes prioritaire vraagstukken worden voorgesteld, alsook de integratie van de externe dimensie in de interne beleidsvorming van de EU en een doeltreffender toetsingsprocedure en follow-up;
  • de richtsnoeren voor duurzame ontwikkeling die in juni 2005 door de Europese Raad zijn aangenomen;
  • doelstellingen, streefcijfers, beleidslijnen en maatregelen;
  • een in februari 2005 goedgekeurde mededeling van de Commissie waarin de balans wordt opgemaakt en toekomstige krachtlijnen worden voorgesteld;

In hun opmerkingen en hun tevoren ingediende schriftelijke bijdragen benadrukten de ministers het belang van een samenhangende EU-SDO en beschouwden zij het pakket van de Commissie in dat opzicht als een nuttige grondslag voor de Raadsbesprekingen over een beleid inzake duurzaam vervoer. Het doel van die besprekingen is ervoor te zorgen dat de Europese vervoerssystemen aan de economische en sociale behoeften van onze maatschappij beantwoorden, terwijl ongewenste effecten op de economie, de maatschappij en het milieu zoveel mogelijk worden beperkt. Verdere besprekingen over de toekomstige krachtlijnen voor een Europees vervoersbeleid en de bijdrage daarvan tot de EU-SDO zullen worden gehouden in het kader van de tussentijdse evaluatie van het Witboek "Het Europese vervoersbeleid tot het jaar 2010: tijd om te kiezen" uit 2001, die de Commissie naar verwachting weldra zal verrichten.

Voorts wees de Raad, teneinde tot een doeltreffend beleid inzake duurzame ontwikkeling te komen, op de noodzaak van een horizontale aanpak en van verdere versterking van de synergieën en de samenhang tussen alle communautaire beleidsgebieden en processen. In die context werd gewezen op het onlosmakelijke verband tussen de SDO en de Lissabonstrategie, aangezien beide strategieën de cruciale uitdagingen voor de EU op de lange termijn behelzen.

Tenslotte erkende de Raad, in het licht van de mondiale dimensie van vervoer, het belang van een nauwe koppeling tussen het interne beleid van de Unie en haar internationale verplichtingen. Het vervoersbeleid van de EU dient de internationaal overeengekomen ecologische en sociale doelstellingen te omvatten. Daarnaast dienen de Gemeenschap en de lidstaten erop toe te zien dat duurzame ontwikkeling naar behoren in aanmerking wordt genomen in vervoersorganen als de Internationale Maritieme Organisatie en de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

De resultaten van dit debat en van de oriënterende debatten die in de verschillende, direct bij de SDO betrokken Raadsformaties zullen plaatsvinden, zullen worden verwerkt in de ontwerp-tekst van een herziene strategie inzake duurzame ontwikkeling die door de Europese Raad moet worden goedgekeurd tijdens zijn bijeenkomst in juni 2006.

Over dit onderwerp is een oriënterend debat gehouden door de Raad (Milieu) op 9 maart (6762/06) en door de Raad (Landbouw) op 20 maart 2006 (7049/06).

DIVERSEN

  • Burgerluchtvaart

De Raad nam nota van informatie van het voorzitterschap over de Conferentie van de directeuren-generaal Burgerluchtvaart over een wereldwijde strategie voor de veiligheid van de luchtvaart, die heeft plaatsgevonden in Montréal van 20 tot en met 22 maart 2006 (7639/06).

  • Voorstel voor een richtlijn inzake toegang tot de markt voor havendiensten

De Raad nam nota van de intrekking van het wetgevingsvoorstel van de Commissie inzake toegang tot de markt voor havendiensten (13681/04, 7565/06). De Commissie kondigde aan dat zij na de aanneming van de tussentijdse evaluatie van het witboek over het vervoersbeleid, die uiterlijk in april zal plaatsvinden, een debat met alle belanghebbenden zal aangaan.

  • Betere beveiliging van de bevoorradingsketen

De Raad nam nota van informatie van de Commissie over haar mededeling betreffende een betere beveiliging van de bevoorradingsketen, alsmede over het begeleidende verordeningsvoorstel (6935/06). De voorgestelde verordening heeft tot doel de beveiliging van de bevoorradingsketen te verbeteren om het volledige Europese goederenvervoer beter te beschermen tegen mogelijke terreuraanslagen.

  • Bevordering van schone voertuigen voor wegvervoer

De Raad nam nota van informatie over het Commissievoorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de bevordering van schone voertuigen voor wegvervoer (5130/06). Doel van dit voorstel is de uitstoot van verontreinigende stoffen door vervoer terug te dringen en bij te dragen aan de totstandbrenging van een markt voor schone voertuigen. Het is thans in bespreking bij de Groep milieu en zal uiteindelijk worden aangenomen door de Raad (Milieu).

  • Zwarte lijst van luchtvaartmaatschappijen

De Raad nam nota van informatie van de Commissie over de vaststelling van een "zwarte lijst" van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd (PB L 84 van 23.3.2006, blz. 14), ten vervolge op de aanneming van Verordening (EG) nr. 2111/2005 in december jl. (zie persmededeling 15360/05).

  • Snelwegen op zee

De Raad nam nota van informatie van de Sloveense delegatie over de follow-up van een ministeriële conferentie over snelwegen op zee, die op 24 januari 2006 in Ljubljana heeft plaatsgevonden (7668/06).

  • Verzekering van de luchtvaart tegen oorlogsrisico's

De Raad nam nota van informatie van de Luxemburgse delegatie over de specifieke situatie van Luxemburg inzake de verzekering van de luchtvaart tegen oorlogsrisico's.

  • Tariefbeleid van de Russische Federatie inzake internationaal vrachtvervoer per spoor

De Raad nam nota van informatie van de Letse delegatie over het tariefbeleid van de Russische Federatie inzake internationaal vrachtvervoer per spoor.

* * *

*

De Commissie verstrekte informatie over de stand van de voorbereidingen van de lidstaten voor de invoering van de digitale tachograaf, die in mei 2006 verplicht zal worden voor gebruik in nieuwe voertuigen. De Commissie verzocht de lidstaten ervoor te zorgen dat er tijdig bestuurderskaarten beschikbaar zijn teneinde mogelijke distorsies in het goederenvervoer te voorkomen.

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

VERVOER

Rijbewijzen

De Raad bereikte een politiek akkoord over een ontwerp-richtlijn betreffende het rijbewijs, waarmee wordt beoogd het vrije verkeer van de burgers te verbeteren door ervoor te zorgen dat de lidstaten rijbewijzen onderling erkennen.

Het Verenigd Koninkrijk heeft laten weten voornemens te zijn zich bij de aanneming van de richtlijn van stemming te onthouden.

Na overeenstemming met het Europees Parlement zal de richtlijn naar verwachting in tweede lezing ongewijzigd worden aangenomen.

Met de ontwerp-richtlijn wordt beoogd de verkeersveiligheid te verbeteren door het invoeren van minimumnormen voor medische controles voor beroepsbestuurders alsmede voor de kwalificaties en de voortdurende na- en bijscholing van rijexaminatoren.

Tevens wordt beoogd het risico op fraude te beperken door een model in de vorm van een plastic kaart te gebruiken, met facultatief gebruik van een microchip, op voorwaarde dat de gemeenschappelijk toegankelijke gegevens gevrijwaard blijven.

De afgifte van nieuwe rijbewijzen wordt met ingang van 2012 verplicht, aangezien de nieuwe richtlijn van toepassing zal zijn twee jaar na de inwerkingtreding. Na deze periode beschikken de lidstaten over een termijn van vier jaar om aan de bepalingen ervan te voldoen. In de ontwerp-richtlijn staat ook dat uiterlijk 20 jaar na de datum van toepassing (dus in 2032) alle rijbewijzen die worden afgegeven of in omloop zijn aan alle voorschriften van deze richtlijn moeten voldoen.

Zie persmededeling 7794/06.

Eurovignet*

De Raad nam met gekwalificeerde meerderheid een richtlijn aan tot wijziging van Richtlijn 1999/62/EG betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen (eurovignet) en heeft daarbij alle amendementen goedgekeurd die het Europees Parlement in tweede lezing had aangenomen (PE-CONS 3682/05, 6992/06 ADD1 REV1).

De Portugese en de Maltese delegatie stemden tegen en de Estse, Finse en Griekse delegatie onthielden zich.

De richtlijn bevat regels voor de berekening van tolgelden en gebruikersrechten voor het gebruik van tot het trans-Europese wegennet behorende wegen.

Zie persmededeling 7793/06.

Overeenkomsten inzake luchtdiensten met derde landen

De Raad nam besluiten aan tot goedkeuring van de ondertekening en de voorlopige toepassing van overeenkomsten inzake luchtdiensten tussen de EU en Albanië, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Marokko, Australië, Roemenië, Moldavië en Servië en Montenegro.

Deze zeven overeenkomsten zijn het resultaat van onderhandelingen op grond van een mandaat waarmee de Commissie met een derde land kan onderhandelen om bestaande bilaterale overeenkomsten inzake luchtvaart van lidstaten in overeenstemming te brengen met het Gemeenschapsrecht.

HANDELSBELEID

Antidumping - China - kleurentelevisietoestellen

De Raad nam een verordening aan houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1531/2002 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op kleurentelevisietoestellen van oorsprong uit onder meer China (7129/06).


[1] Verordening (EEG) nr. 1191/69 betreffende het optreden van de lidstaten ten aanzien van met het begrip openbare dienst verbonden verplichtingen op het gebied van het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB L 156 van 28.6.1969, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1893/91 (PB L 169 van 29.6.1991), blz. 1).


Side Bar